|
Een verhaal over de historie van de Zuiderzeevisserij vanuit
Gaasterland.
| 1
| 2 |
Het
dichten van de afsluitdijk op 28 mei 1932 luidde niet alleen
het begin van het IJsselmeer in maar ook het einde van een
periode Zuiderzee met een geheel eigen cultuur die in die
vorm nooit meer zal terugkeren. De Werkgroep Visserij en
Scheepvaart van het Histoarysk Wurkferbân Gaasterlân, houdt
zich bezig met verzamelen en documenteren van vele aspecten
van dit "scheepse" verleden, opdat het voor derden eenvoudig
is van deze historie kennis te nemen. Het werk van de groep
richt zich op de Gaasterlandse kust.
Dit stukje geeft een eerste korte aanzet. Voortgang van
documenteren en onderzoek zal in de toekomst meer
gedetailleerd en uitgebreider materiaal opleveren.
Laaxum.
Eén van de
belangrijkste herinneringen aan visserij is wel de nu nog
bestaande haven van Laaxum, waarvan de geschiedenis
teruggaat tot in de 12e eeuw. Althans, geschreven
geschiedenis. Laaxum maakt als hoogte deel uit van de
kliffenreeks aan de Gaasterlandse kust.
Op oude kaarten, toen de Zuiderzee nog niet bestond, is deze
rij hoogtes al duidelijk te zien. In die tijd woonde men op
hoogtes om zich te beschermen tegen stijgend water. Het is
dus zeer aannemelijk, dat in die tijd op de hoogte die
Laaxum vormt, ook al mensen woonden.
Zie
hieronder de oude kaart met de kustlijn na de watervloeden
van ± 800 na Chr.
"Stavera" is Stavoren, Oostelijk daarvan ziet
u "Clivus ruber" = Roode Klif en verder naar het Oosten, de
reeks hoogtes en kliffen zoals Bakhûster heech, Mirnser- en
Oudemirdummer klif.
Ongeveer bij de "C" van Comitatus (zie pijl) zou dan de
hoogte Laaxum moeten zijn. Visserij zal er nog niet geweest
zijn. Aannemelijk is dat visserij als middel van bestaan is
ontstaan toen de zee verder oprukte tot vlak aan die
kliffen. Dat was in de11e eeuw toen de dijken aan de kust
werden aangelegd. Het begin van visserij vanuit de
Gaasterlandse kust stamt waarschijnlijk uit die periode. Een
kaart uit die tijd hebben we hier niet, wel kaarten uit de
17e eeuw zoals de volgende uit 1618.

Op
deze kaart (uitsnede van Frisia occidentalis: Dierick
Albertsen, 1618) staan Mirns, Bakhuizen en Laaxum niet
vermeld, wel de kerk van Mirns (locatie huidige kerkhof)
genaamd Wirlas.
In oude stukken en archieven
waren Laaxum en Scharl bestuurlijk een eenheid. Scharl had
een kerk en werd daarom als belangrijker beschouwd dan
Laaxum. In oude archieven worden de bewoners van Laaxum en
Scharl in één opsomming genoemd. Rode Klif is hierboven de
door de donkere vlek aangegeven hoogte.
Interessant is te vermelden dat Mirns en Bakhuizen eigenlijk
het centrum vormden van de visserij door zijn natuurlijke
havenkom, zoals die op de kaart duidelijk te zien is.
Laaxummer vissers worden al genoemd in de 12e eeuw. Toen
werd de "Laaxummer bot" geroemd om zijn goede kwaliteit,
maar niet duidelijk is of dat vanuit Laaxum zelf gevangen
werd of dat Laaxummers vanuit Mirns visten.
Wielpolder:
De
natuurlijke haven van Mirns werd in 1632 ingepolderd en gaat
verder de geschiedenis in als de "Wielpolder". Uit het feit
dat Laaxummer vissers protesteerden tegen de plannen tot
inpoldering mag aangenomen worden dat zij hun schepen in
Mirns hadden liggen.
Uit oude stukken blijkt, dat veel Mirnser vissers naar
Laaxum trokken en vandaar uit de visserij voortzetten.
Hieronder is nog een kaart uit
1620 met een duidelijker beeld van die havenkom. Laaxum
staat hier op een foute locatie, wat op meerdere kaarten uit
die tijd het geval was. Het vermoeden bestaat dat men voor
het maken van kaarten ook wel gegevens van elkaar overnam en
niet overal de situatie ter plekke ging waarnemen, vooral in
minder interessante verre gebieden. Dit kan verklaren dat op
sommige kaarten uit die tijd Laaxum, op de juiste plaats
ligt en bij anderen niet. Overigens is er op deze kaart wel
een stipje te zien op de echte plaats van Laaxum. (links
onder de H van Hemelum)
 
Hieronder staan afbeeldingen van de kerken
van Scharl en Mirns, zoals die in de kaart boven zijn
vermeld.

Tekening van de kerk in Mirns, gesloopt in 1775, het kerkhof
bestaat nog.

Tekening van de kerk in Scharl, uit 1732 ook hier rest nu
nog het kerkhof.

Bewoners Laaxum.
Er is weinig bekend van de bewoners van Laaxum in
de zeer oude tijd, wel is er een acte van overdracht van bezittingen van het 'St
Odulphus Klooster' in Staveren uit de 12e eeuw, waarin de "kerk te Laexum"
vermeld staat. Waarschijnlijk is hier de kerk van Scharl bedoeld, zoals eerder
gemeld, Laaxum en Scharl werden nogal eens als één geheel gezien. In andere
stukken uit de 16e eeuw wordt melding gemaakt van een "koopman in kanonnen te
Laaxum". Er waren nogal wat schippers in Warns die deelnamen aan de zogenaamde
Sontvaart met vele handel in graan, hout, etc. Er is van die kanonnenhandelaar
verder niets bekend, maar Sontregisters maken ook wel melding van schippers uit
Laaxum. Het is denkbaar dat zo´n schipper ook in kannonnen handelde.



Zo kan de reliefsteen,
opgegraven bij Lemmer, toebehoord hebben aan een van de
kapellen, behorende tot het St Odulphus-klooster bij
Staveren. Vermoedelijk uit de 11e eeuw.
Vanaf de inpoldering van de
Wielpolder woonden er in Laaxum vissers, landbouwers,
landarbeiders. Uit stambomen en belastinggegevens blijkt dat
veel vissers in Laaxum en Scharl uit Mirns en Bakhuizen
komen, bijvoorbeeld omdat ze hun huis verkopen en weer naar
Mirns teruggaan.
Een voorbeeld van bewoners
beginnend met het jaar 1700:
(FC = Floreencohier, dit is
een belasting op onroerend goed)
FC Mirns en Bakhuizen FC186
jaartal 1700
eigenaren Romke Rinkes
floreen
00-03-12
naastliggers
diversen : Wegens een zate
tot Laexum
kadaster_nrs Kou F760
766-769 (dit is het huidige Laaxum nr 10)
oppervlakte_ 00-46-02
Romke Rinkes, vestigde zich in Laaxum vanuit Mirns. In het
Flooreencohier van 1700 staat hij geregistreerd, wellicht
was hij er eerder ook al. Een nakomeling (Romke Ruurds), is
vertrokken naar Gaasterland en hebben het huis en land in
Laaxum in 1804 verkocht aan: Wigle Ykes Visser, gedoopt
(hervormd) op 15-07-1764 te Bakhuizen, overleden op
12-09-1814 te Laaxum op 50-jarige leeftijd, zoon van Yke
Sybolts, boer op de Zwarte Schuur in de Wiel onder Mirns en
Bakhuizen, gedoopt (hervormd) op 11-02-1731 te Nijega, zoon
van: Sybolt Ykes, boer te Mirns/Bakhuizen (quotisatie 1749:
"welgesteld boer", gezin bestaat uit 5 volwassenen, aanslag:
57-19-0), gedoopt (hervormd) op 20-09-1702 te Workum,
overleden 1762.
(gegevens uit notarisarchieven, Floreencohieren en
kerkelijke doop-, huwelijk- en overlijdensarchieven)
Een boerenzoon wordt dus
visser. Deze Wigle Ykes Visser is de grootvader van Anne
Ymkes, vader van o.a. Ymke en Kerst. Deze laatste twee
hebben nog tot in de jaren zestig in Laaxum gevist.
Hieronder een foto van Anne
Ymkes, voor hun huis in vissermankledij en bezig met het
overhalen van netten, samen met Ymke en Kerst. Deze foto
dateert uit ongeveer 1930.

Op deze foto van links naar rechts: Vader en zonen en
kleinzoon: Kerst, Ymke, Anne Ymke, Auke van der Veen,
(kleinzoon van Anne Ymke, geboren in 1924), Jelte.
Tot de dood van Ymke in 1960
hebben de broers Ymke en Kerst op Laaxum 10 gewoond, beide
zijn vrijgezel gebleven en zijn hun hele leven visser
geweest.
Van Kerst en Ymke is bekend dat zij zeer zuinig leefden. Zij
weigerden elektriciteit toen dit aangelegd werd, ook de
waterleiding mocht niet doorgetrokken worden in het huis, ze
bleven de regenput gebruiken. Op zondag naar de kerk in
Warns liepen ze niet op straat maar in de berm om de klompen
te sparen.

Minuutplan 1832 (het voormalig kadaster) Nr. 766 is het huis
van Anne Ymkes Visser, 760-767-768 en 769 horen erbij.
Ze gingen
´s-avonds vroeg naar bed om olie uit de olielamp te sparen
en brandstof. Er waren 4 bedsteden in het huis voor ieder 2
personen en een krib voor de baby’s, de rest sliep op zolder
op oude netten onder een onbeschoten dak. Als het 's-winters
sneeuwde, werd je 's-morgens wakker onder de sneeuw.
Hun
dochter Afke, vertelde wel eens verhalen van vroeger over
hoe arm ze waren. Er woonden 12 mensen in dat huisje, ouders
en tien kinderen en dat ze soms geen geld hadden en de
bakker wegstuurden omdat er geen geld was om brood te kopen.
Vader Anne Ymke jaagde 's-winters op ganzen, als hij er een
ving was het feest, kon er vlees gegeten worden. Doch als er
geen geld was, werd de gans verkocht.
Veel
vissers werkten buiten het visseizoen bij boeren als
landarbeider om bij te verdienen.
Regen en koude en natuurlijk niet de goede kleding van nu
veroorzaakten nogal eens dat iemand een longontsteking
opliep. In die tijd was dat erop of eronder, de dokter uit
Warns kon niet komen want er was geen weg naar Laaxum.
Schoolkinderen gingen met de polsstok naar Warns over sloten
springend.
Er waren vissers die een lening afgesloten hadden bij de
vishandelaar in Lemmer en afbetaalden via de visopbrengst.
Ook alle benodigdheden, netten touw, etc moesten dan daar
gekocht worden.
Er was
onderscheid tussen de vissers die "vrij" waren en die nog
moesten aflossen, die laatsten hadden het natuurlijk niet
breed. Tegenwoordig wordt er met veel romantiek naar die
oude tijden gekeken, maar het was toen een hard leven met
vele ontberingen.
Wij als
werkgroep gaan door met onderzoek, dit stukje is zeer
beperkt, alle genoemde feiten zijn wel op stukken gebaseerd
die hier aanwezig zijn.
Dit is een
uitgave van:
Histoarysk
Wurkferbân Gaasterlân
Secretariaat: De Brink 4, 8567 JD
Oudemirdum, tel. 0514-571777
Website:
http://www.marenklif.nl
WERKGROEP
VISSERIJ EN SCHEEPVAART
coördinator: Ruud Guys, Laaxum 10, 8721 EW Warns
telefoon: 0514 - 682120, mobiel 0622 -375368
email:
rudolfguys@planet.nl
Het Histoarysk Wurkferbân Gaasterlân stelt zich ten doel de
geschiedenis van Gaasterland te bestuderen en de kennis
daarover te verspreiden en te bevorderen. Onder Gaasterland
wordt verstaan de (geologische) streek van Reade Klif tot en
met Spannenburg en van de Wâlde tot en met Tacozijl.
Het ferbân
bestaat uit de volgende werkgroepen: Visserij en
Scheepvaart, Dorpen & gehuchten, Inventarisatie &
documentatie, Kunst & Cultuur, Beeldmateriaal & publicaties,
Archeologie
Als u interesse hebt voor het donateurschap van EUR 10.- per
jaar, of als actief lid van een werkgroep, dan kunt u zich
als zodanig opgeven. Ook zijn er velen die wellicht nog mooi
materiaal of foto´s hebben liggen die een waardevolle
aanvulling van ons materiaal kunnen zijn. Neem dan contact
met ons op, we maken dan graag kopieën.

Wigle
Visser, in 1977.
●
Klik hier voor Wigle
Visser over Laaxum, een mooie site met filmpjes

Een
rijtje van drie simpele huisjes in Laaxum.
Een oud
reisverslag van 30 mei 1941.
Avondstilte
aan den dijk.
Laaxum. Een
klein stil vissersdorpje aan den zware zeedijk, die eeuwen
lang reeds het het Zuid-Friese land tegen de woede van water
en stormen beschermde.
Ja, we mogen
die paar kleine huisjes, die daar zo ordeloos aan de kust,
benoorden het aardige haventje liggen, wel een dorpje
noemen? Toen we vanavond op weg gingen en het doel van de
reis kenbaar maakten, waarschuwde een ingewijde ons: "Pas
maar op, dat jullie het niet zonder op te merken voorbij
fietsen!"
Maar nee, dat
is niet gebeurt!! Want toen we, na een zware worsteling
boven op de hoge dijk met een stevige wind, ten slotte die
paar huisje en dat mooie haventje vonden, toen wisten we het
heel duidelijk, dit moest Laaxum zijn.
Bij het
naderen van Laaxum hadden we bijna net zo'n gevoel als toen
we Schokland voor het eerst zagen. Want is er niet een
beetje overeenkomst tussen het eenzame Schokland en dat
afgelegen vissersplaatsje, dat zo weinigen tot een bezoek
uitlokt?
Ja, Laaxum
heeft, net als Schokland een zekere sfeer, die men duidelijk
voelt op zo'n sombere, winderige avond, als de duisternis
vroeger dan anders zich hult om de stille dingen der natuur,
zo het ruizen van de zee duidelijker hoorbaar is en de wind
uitgelaten stoeit met het touwwerk van de bonkende jollen in
het kleine haventje.
Laaxum,
bereikt men uit oostelijke richting via de hoge zeedijk, die
de scheiding vormt tussen het wijde water en het wijde land.
Nu is het altijd zo, dat men de meest romantische en
afgelegen oorden meestal slechts over minder goede wegen kan
bereiken.
Laaxum maakt
hierop, ten minste als men het uit de richting Gaasterland
nadert, geen uitzondering. het gevolg van de slechte weg
was, dat één van de fietsbanden leeg stond, juist toen we
weer wilden vertrekken en we, vóór we in Rijs waren, aan
drie verschillende adressen een fietspomp moesten lenen.
Gelukkig was
de Rijster fietsreparateur, ondanks het late uur, ons nog
bereidwillig tot dienst, maar toen was het inmiddels ook zó
laat geworden, dat de fietslantaarn er aan te pas moest
komen en we flink moesten aantrappen, om nog voor
"sluitingstijd" binnen te zijn. Maar al met al was het toch
een fijn bezoek aan Laaxum eist ongetwijfeld een hernieuwde
kennismaking.
Aan de
haven.
De Laxumer
correspondent van enkele provinciale bladen heeft de
veronderstelling geuit "dat Laaxum, dat door de Mokkebank
reeds overal bekend is geworden, zeker straks opnieuw van
zich zal spreken".
Laten we
eerlijk zijn: we kénden Laaxum niet. En men kan zich
voorstellen, dat we daarom bij het lezen van vooraanstaande
regels een schromelijke tekortkoming voelden. Waarom Laaxum
van zich zal doen spreken? Wel, een oude rokerij, die
jarenlang als leugenbank dienst deed, is in ere hersteld en
thans drijft de wind weer de rookwolken van Laaxum's
bedrijvigheid over het golvende IJsselmeer. Door de firma
Smits en Zwaan uit Stavoren worden thans de verse, vette,
vooral wegens dat laatste, momenteel zo gewaardeerde IJssel
meer palingen gerookt en verzonden.
Zelfs op dit
avonduur is de rokerij nog in volle bedrijvigheid. Heel
dicht bij de haven staat het gebouwtje, waarin de paling
gerookt wordt. Het brengt wat bedrijvigheid in de lome avond
rust van dat eenzame Laaxum.

'De Hang'
van Laaxum.
De avond valt.
Een voorjaarsavond. Maar géén kleurenspel van ondergaande
zon, géén vloeiingen van goud en zilver over het water, dat
langzaam vergrauwt.... een sombere, loden lucht en een
uitschietende gure wind, die vastberaden zijn weg zoekt
tussen de rommelige aan de dijk verspreide huisjes door. De
vissers die terugkeren, hangen de netten op aan de palen en
lopen, gebogen tegen de wind, naar huis. Het grootste deel
van de vloot is binnen.
Nee, deze
avond geeft niet het beeld van de prettige bedrijvigheid,
die de palingvisserij in deze dagen hier toch brengt. Op
eenmaal is alles hier zo stil, zo verlaten aan het haventje
en slechts de rook uit het rookerijtje, die in flarden de
zee wordt opgejaagd, herinnert er aan, dat gier mensen
wonen.
Het lijkt er
niet veel op, dat vannacht de vaart druk zal worden. De
goede tijd voor het palingvissen is nu anders wél gekomen en
dikwijls trekken de vissers er tegenwoordig bij nacht op
uit, omdat de paling bij donker veel gemakkelijker gevangen
wordt dan overdag, wanneer het water helder is. Er is een
behoorlijke aanvoer te Laaxum en de kopers weten het kleine
vissersplaatsje óók wel te vinden, zodat het er aardig
bedrijvig kan zijn.
Bedrijvigheid
heeft er ook geheerst, toen de pos "pusk" zeggen de Laaxumer
vissers zoveel opbracht. Het onbetekende visje dat vroeger
zo weinig in aanzien was, werd toen er uit België op eens
een grote vraag naar bestond, voor ongekende hoge prijzen
verhandeld en dus werd er intensief op gevist. Nu we dit
schrijven, zijn de prijzen, na een plotselinge daling, al
weer wat geklommen en zo is het best mogelijk, dat de pos
straks nieuwe bedrijvigheid brengt.
Het wachten op
de snoekbaarsvisserij is nog slechts een kwestie van dagen.
1 Juni zullen de jollen van Laaxum weer ter snoekbaarsvangst
kunnen uitvaren en ongetwijfeld zal in de huidige
omstandigheden ook de visserij zeer lonend kunnen zijn. het
vorige seizoen was, wat de snoekbaars betreft, uitermate
gunstig en wanneer het ditmaal wéér zo zal zijn, gaat men te
Laaxum een goede zomer tegemoet.

Vissers
te Laaxum.
Het rode
klif.
Voor de
natuurvriend zijn er bij Laaxum twee aantrekkelijkheden: de
Mokkebank (1), een droge plaat dicht bij de zeedijk, waarop
tientallen zeevogels huishouden en dank zij hun getier op
een flinke afstand nog te horen zijn, en het Roode Klif (2).
De meeste lezers zullen de beide Zuid Friese kliffen wel
kennen. Men moet enigzins in de bijzonderheden dezer kliffen
zijn ingewijd, om er van een verblijf ten volle te kunnen
genieten. Maar ook de niet ingewijde kan er op zomeravonden
in alle stilte veel moois beleven.
Ga, als ge er
niet te ver vandaan woont, op één van de vele mooie avonden,
welke nu hopelijk spoedig zullen komen, eens naar het rode
klif, daar dicht bij dat leuke haventje van Laaxum, en
geniet van dat schone schilderij, die de wijde zee vormt met
de kleurvolle luchten.
Een zoel
windje trekt de vluchtige rimpelingen over het water en het
avondrood weerspiegelt zijn vloeiende kleuren zacht in het
stille vlak. En aan de verre einder ziet ge de silhouetten
van de Stavorense jollen, die straks zullen terugkeren in
het Laaxumer haventje met hun buit.
"Een klein,
maar fors gebouwd vaartuig met iets weerbarstig in zijn
wezen, maar toch zo ree en willig in het draven over
tegenstribbelende water, een schip dat ik herkennen zou uit
duizenden en waaraan ik mijn hart heb verpand vanaf het
eerste ogenblik, dat ik zijn bestaan kwam te weten". Zó
schrijft Fred Thomas ergens over een Staverse jol, het
scheepje dat men te Laaxum het meeste ziet.
Op stille
avonden kan men aan het Roode Klif zitten en lang turen over
de zee, waar de scheepjes hun weg zoeken, Zó hebben we het
ons voorgesteld en zó zullen we het zien, als we hier weer
komen. En lang zal dat niet duren. Want van Laaxum, dat
eenzame Laaxum aan de dijk, gaat een zeldzame bekoring uit.
(1) Te weinig ondiep
water en voedsel
De
Mokkebank
was vóór de afsluiting met
de Afsluitdijk een kaal zandeiland in de Zuiderzee. Er
broedden grote kolonies sterns. Na de aanleg van de
Afsluitdijk raakte het eiland begroeid, de slenk tussen
de zandplaat en de vaste wal verlandde, door
moerasplanten maar vooral door riet. Ondanks het
jaarlijks maaien van het riet is de slenk door
verlanding boven het waterpeil uitgegroeid en komt hij
alleen bij extreem hoge waterstanden onder water te
staan. Geen ideale situatie voor de roerdomp.
In de rietvelden langs
de Friese IJsselmeerkust broedt dan ook nog maar een
aantal roerdompen terwijl er ruimte is voor een veelvoud
van het aantal broedparen. Onderzoek heeft uitgewezen
dat er voldoende ruimte, rust en riet is. Er is echter
een tekort aan ondiepe slenken en poelen met helder
stilstaand water waar insecten, amfibieën en vissen in
leven.

Mokkabank vanuit de lucht.
(2) Het Roode Klif
Langs de oever van het
IJsselmeer staat bij het Roode Klif (prov. Friesland) het
monument voor de middeleeuwse Slag bij Warns. De zwerfkei
waaruit het monument werd hier in 1952 geplaatst nadat een
groep zelfbewuste Friezen hier in 1945 was begonnen om te
herdenken dat de Friezen in 1345 hun landsheer, graaf Willem
IV van Holland, bij Warns versloegen. Archeologisch is er
echter niets bekend van deze veldslag; op de plaats zelf
zijn geen naspeuringen gedaan naar restanten van wapentuig
of lichamen. Onze enige informatie komt uit schriftelijke
bronnen die van veel later dateren. Daaruit wordt duidelijk
dat Willem IV, graaf van Holland en Zeeland, in 1345 met een
grote legermacht tegen de Friezen optrok om Friesland in te
lijven. In de buurt van Warns stuitten de Hollanders op de
Friezen. De graaf moest het treffen met de dood bekopen en
de lijken van de Hollandse soldaten lagen na afloop hoog
opgestapeld.
Waar de slag precies
heeft plaatsgevonden weten we niet, en dat is misschien ook
niet eens zo belangrijk. De Roode Klif is eigenlijk vooral
een modern symbool van de Friese identiteit in de moderne
tijd. In de negentiende eeuw was bij bepaalde groepen
Friezen namelijk een geïdealiseerd beeld van het Friese
leven in de Middeleeuwen. Het Friese volk zou toen nog vrij
en onafhankelijk zijn geweest – zo was het idee. Men duidde
(en duidt) deze periode graag aan als de Friese vrijheid. De
Slag bij Warns werd het nieuwe symbool van deze Friese
onafhankelijkheid. Het is opvallend dat men kort na de
Tweede Wereldoorlog behoefte had om dit Friese gevoel in een
monument zichtbaar te maken. Met archeologie heeft het
echter (nog?) niets van doen.
Monument
van de Slag bij Warns
●
Slag
bij Laaxum.
|
1 | 2 |
Home |