|
●
Ingezonden stukken over bovenstaand onderwerk.
De
Blokhuizen van De Lemmer.
Dankbaar ben ik
de heer Luiking, voor zijn zo uitstekend
gedocumenteerde gegevens, zowel over 'De Schans',
als over de beide blokhuizen. Het lijkt
mij aannemelijk dat beide dwangburchten
op dezelfde plaats hebben gestaan,
waarvan de vermoedelijke plaats is
geweest, de door de heer Wagenmakers
gevonden merkwaardige vierhoek op de
kaart van 1812. Het kan haast onmogelijk
iets anders geweest zijn. Dat 'Op den
dijk' moest worden gelezen als 'In de nabijheid van
de dijk' had ik ook al bevroed en ook in dat opzicht
ben ik het met de heer Luiking eens.
Wat het tweede blokhuis betreft, dit zal in 1522
zijn aangelegd, door de Gelderse Hertog, maar niet
alleen tegen aanvallen vanuit het Sticht, doch
voornamelijk om de Lemster bevolking er onder te
houden. Tenslotte waren de Geldersen een vreemde bezetting,
evenals een eeuw daarvoor met de Hollanders het
geval was geweest. Over de betekenis van de blokhuizen in het kader van
de verdedigingswerken van 'De Lemmer' hoop ik over
enige tijd, met welnemen van de redactie uiteraard,
terug te komen.
Utrecht, 16 maart
1979 M.P. Kokje.

●
De
verdediging's werken van 'De Lemmer'.
Wie de kaart van Friesland beziet met al die wateren
en meren en poelen en plassen en daarbij bedenkt dat
oudtijds niet zoals thans, het tussengelegen terrein
was drooggelegd, netjes aangeharkt, en van
behoorlijke wegen voorzien, doch dat toen al dat
land moeras was, begrijpt niet waarom wij Friezen in
de laatste 2000 jaar altijd zo'n last hebben gehad
van onze naburen. Wat hadden al die vreemdelingen,
die uit alle hemelstreken bij ons kwamen
binnenvallen, en ons hun wil trachtten op te leggen,
eigenlijk in dit onherbergzame land te zoeken?
Afgezien van al dat water,en die modder (Slykenburg)
(In de buurt waar nu Slijkenburg ligt, lag
vroeger een boerderij die eigendom was van een
klooster. Die droeg de naam 'Slikenborch' (in die
streek was veel modder en slijk). Veel borgen of
burgen waren gebouwd op een hoogte, een soort terp
dus. Veel invloed hadden ook de 'kasteelheren'. Bij
Kuinre lag zo'n kasteel en de 'Heer van Kuinre'
noemde zichzelf 'Heer van Kuinre, Stellingwerf,
Schoterwerf en Oosterzee'.) was er toch ook,
niet zo bijster veel bij ons te halen en bovendien
is het Friese klimaat niet bepaald erg
aantrekkelijk. Nee, wat het klimaat betreft is
Friesland niet de wisseling van 1400.
Daarvoor al
had zich op de Gaasterlandse kust, dus ook in onze
buurt, een belangrijk gebeuren afgespeeld, bekend
als de slag bij Warns (1345) (De slach by Warns was de
bezegeling van het gevoel van eenheid tussen de twee
Friese gewesten Westergo en Oostergo. Om dit feit te
vieren werd de slag ieder jaar op 26 september
herdacht, tot in de zestiende eeuw aan toe. Daarna
raakte de viering van Onze-Lieve-Vrouwedag, zoals
het toen genoemd werd, in onbruik. De gebeurtenissen
rond de Tweede Wereldoorlog leidde tot hernieuwde
belangstelling voor 26 september 1345. In 1951 kwam
het monument bij het Rode Klif tot stand. Onder het
motto 'Leaver dea as slaef', vrij vertaald 'Liever
vrij dan onderdrukt', wordt ieder jaar op de laatste
zaterdag van september de Slach by Warns herdacht)
Daarin sneuvelde weer een Hollandse graaf: Willem
IV, en daar heeft hij altijd spijt van gehad. Het is
althans mij onbekend of, en in hoeverre ook
Lemsterland daarbij betrokken is geweest,maar het
kan moeilijk anders. Waar we stellig wél in
betrokken zijn geweest is de inval van graaf
Albrecht.

|
Gedachtenistafel van de Heren van Montfoort, 1380.
Tussen Maria met kind en Sint Joris de vier heren
van Montfoort. Van links naar rechts, Jan I van
Montfoort, zijn oudoom Roelof de Rover, zijn oom
Willem de Rover en vermoedelijk Hendrik de Rover
Willemsz. De eerste drie sneuvelden onder Willem van
Henegouwen tijdens de Slag bij Warns. Het is het
oudste overgebleven schilderij van Nederland. |
Hij landde in
1396 bij Kuinre, versloeg de Friezen bij Schoterzijl,
doch moest terug. Hij kwam terug in 1398 en had toen
meer succes. Vermoedelijk is bij die gelegenheid
de Lemsterhoek verwoest (en nooit weer opgebouwd). De
Lemmer is hierbij ongetwijfeld betrokken geweest.
Lang hebben de Hollanders het daarna in Friesland
niet uitgehouden. In 1414 moesten zij Stavoren
ontruimen en het blokhuis in 'De Lemmer' viel zoals
bekend, in 1421.
Tot dusver hadden we weinig last gehad van de
Groningers doch deze kwamen in de tweede helft van
de 15e eeuw toch nog een graantje meepikken, tussen
1467 en 1491 maakten zij zich meester van geheel
Oostergo, doch hun poging om vaste voet te krijgen
in Westergo mislukte. Trouwens in 1498 werd
Friesland door de Duitse keizer (Maximiliaan) weer
eens uit-beleend en wel aan hertog Albrecht
van Saksen.
Dit vormde slechts de inleiding tot een
meer definitieve toestand: de heerschappij van
Spanje. Wel heeft Karel van Gelre, braaf gesteund
door onze Greate Pier (Pier van Heemstra), getracht
zijn macht in Friesland te vestigen, doch deze was
niet bestand tegen Karel V, aan wie hij in 1515, zijn
plaats moest inruimen. Later na 1555, werd Philips II onze heerser en die ellende heeft plusminus
tot 1590
geduurd.
Alle leed was voor Friesland echter pas
geleden, nadat door Prins Maurits in 1594 de stad
Groningen, welke door het verraad van Rennenberg
(1580) in Spaanse handen was gevallen werd heroverd.
Deze militaire actie was een schitterende
onderneming en 'De Lemmer' moet daarvan wel iets
hebben te zien gekregen. Maurits, die zelf zijn weg
met de troepen over land nam, voerde al zijn zware
materiaal langs de IJssel, door de Zuiderzee en via
de Wadden naar Groningen, een prachtig voorbeeld van
nuttig gebruik van waterwegen, waarin hij trouwens
een meester was.
Na de Romeinen, Franken, Noormannen, Hollanders,
Utrechters, Groningers, Saksers, Geldersen,
Bourgondiërs en Spanjaarden kregen we later nog de
Fransen (1795-1813) de Engelsen (1799) en als 13de
de Duitsers (1940-1945) te zien, want deze waren
hier immers nog nooit geweest.

books.google.nl
Eén ding blijkt uit dit alles wel zonneklaar:
Friesland is tot 1600 nimmer een rustige woonplaats
geweest en daarom is het niet te verwonderen dat er
in Friesland op verschillende plaatsen (w.o. De
Lemmer) verdedigingswerken zijn geweest. Behalve de
bemuurde steden en stinsen waren er hier en daar
Schansen. Een daarvan was die in Lemmer, waarvan we
echter op geen eeuw nauwkeurig weten wanneer zij is
aangelegd. Wel staat vast dat ze er in de 16e eeuw
was en ook dat zij toen haar functie heeft
uitgeoefend. Zij moet niet bepaald klein zijn
geweest (hoewel oorspronkelijk vermoedelijk wel),
want als daarin een half vendel soldaten gelegerd
kon zijn, zoals in 1577 het geval was, dan heeft zij
op de een of andere wijze een 100 tal krijgsleden
met alle rompslomp daaraan verbonden kunnen
herbergen. Maar waarom lag die Schans dáár?.
Als wij het kaartje van 1812 voor ons nemen en alles
wat daarop aan water voorkomt blauw verven, valt ons
een driehoek op, welke voor 90% door water is
omgeven. Dit is de driehoek begrensd door enerzijds
de Zuiderzee en naar de andere zijde door de haven,
de uitmonding van de Zijlroede met de Lemster-rien
tenslotte aan de Noordkant geheel door de Rien. Het
lijkt dan ook geen toeval dat onze Schans binnen
deze "strategische driehoek" is komen te liggen,
want niet uit 't oog moet worden verloren dat deze
naar het Noorden wel volkomen gedekt zal zijn
geweest, door de moerassen aan de overkant van de
Rien.
De Schans lag natuurlijk bij de dijk, en moet
wel evenals deze dijk uit de gemene middelen van de
regio zijn aangelegd. Beide waren immers in het
algemeen belang.
Tegen het gevaar uit het Westen, dat
kennelijk niet zo groot moet zijn
geweest, kon men zich vermoedelijk
voldoende dekken door de Schans aan de
rechterzijde om te buigen tot aan de
haven, waardoor men tevens deze kon
controleren. Een vraagstuk blijft,
wegens thans ontbrekende gegevens, hoe
men zich tegen de niet te ontkennen
gevaren vanuit het Oosten kon wapenen.
Daar moet een of andere afsluiting zijn
geweest.
Vermoedelijk hadden de
beide "dwangburchten" van 1421 en 1522 tevens de
taak op de Oostelijke toegang te letten.
Onbegrijpelijk zou het zijn als de Hollanders en de
Geldersen dat wčl hadden gedaan en de Lemsters
nooit.
Wij, van zoveel eeuwen later, zullen er nooit meer
achter komen hoe dat vroeger allemaal geweest is.
Het is ook geen vraagstuk dat een militair achteraf
wel even kan oplossen. De noodzakelijkheden en
mogelijkheden van een verdedigingswerk wisselen met
het tijdperk. Het maakt natuurlijk enorm verschil of
de verdediging moet worden gevoerd met pijl en boog
of met vuurwapens, en dan blijkt de vraag nog of men
bewapend is met de befaamde kruisboog, het musket of
een modem automatisch vuurwapen. Wel kan ik geloof
ik zeggen, dat onze Schans in haar oorsprong vrij
oud moet zijn, omdat zij, als haar opzet zou zijn
geweest het latere Lemmer te ontdekken, toch wel
verkeerd moet liggen. Ik zou haar dan eerder ter
weerszijden van de haveningang hebben aangelegd.
Het blijft mogelijk en dat kan wellicht een groot
toeval zijn, dat er in de toekomst nog eens bij
graafwerken iets belangrijks te voorschijn komt.
Omdat het betrokken terrein wel langzamerhand totaal
is herbouwd, is dat een heel moeilijke zaak. Als men
in de Schans eens een aantal "coupures" maakte dan
kwam er bepaald wel iets voor de dag. Maar ik zie
nog niet zo gauw een burgemeester of een wethouder
zoiets ondernemen. Als er eens niets wordt gevonden
kun je de Lemsters tot hier in Utrecht horen lachen!
Wat De Lemmer echter broodnodig heeft is een
"Geschiedenis van de Gemeente Lemsterland" met een
zo uitvoerig mogelijke documentatie. Thans kan
iedereen wel een mooi verhaaltje vertellen maar je
moet niet vragen waar hij het vandaan haalt. Soms
lijkt het bepaald de duim van de schrijver of
spreker. Van het verhaal in de Leeuwarder Courant
van 90 jaar geleden (Tussen Flie en Lauwers) is de
schrijver (Waringa) bekend en die heeft stellig zijn
bronnen gehad. Welke waren dat?

En dan is er ook in
de eerste jaren van de Duitse bezetting een "Geschiedenis van Lemsterland" in het Volksblad (?)
van een mij onbekende schrijver. Ik heb enkele
brokstukken van dat verhaal. Wie was die auteur en
was het Volksblad niet zoiets als het
zondagsbijvoegsel van "Het Volk"?
Hiermede meen ik de taak, welke ik aan mezelf
gesteld had, rijkelijk te hebben vervuld. Moge het
anderen en jongeren aansporen hun aandacht hieraan
te geven en te voorkomen dat veel waardevols als
waardeloos wordt weggesmeten.
M. P.
Kokje, Utrecht.

Afbeelding
van
www.archiefleeuwardercourant.nl
De Schans is inderdaad 'DE' Schans van eertijds.
Tot deze conclusie was ik al eerder gekomen in mijn
ingezonden stuk in de Z.Fr. van 28 april 1967. Ik
zag toen het oude verdedigingswerk om zo te zeggen
vóór mij in wat thans "de Schans" heet. Naderhand,
toen bleek dat er nimmer iets boven de grond is
gekomen dat daarvoor enig bewijs opleverde, ben ik
gaan twijfelen.
Als er in al die eeuwen nooit iets als bewijsstuk is
gevonden, dan vormt zulks normaal een ernstige
waarschuwing.
Welnu, er is inderdaad wel eens iets te voorschijn
gekomen. Zulke zaken hoor je in de Lemmer blijkbaar
nooit zo maar opeens.
Uit Dokkum kwam het met het Dokkumer lokaaltje en
uit de Lemmer met de oude stoomtram, of was het nog
de trekschuit.
En misschien had ik er nimmer iets van vernomen, als
de heer S. van der Wal uit de Schoolstraat 17, het
niet had opgebracht mij, ondanks zijn vier bevroren
vingertoppen, een brief te schrijven en mij mede te
delen, dat zijn vriend Beerte Frankema, uit de
Zuiderzeestraat 3, hem iets had meegedeeld over een
vondst bij herstelwerkzaamheden aan de Schans in de
jaren van voor de Tweede Wereld Oorlog. Hij was toen
nog zeer jong (geboren omtrent 1924), maar was er
toch zelf bij geweest.
Hij vertelde mij, dat door het zware wegverkeer over
de Schans, gaandeweg scheuren waren ontstaan in de
steunmuren aan de zijde van het Achterom, zodat het
noodzakelijk was op die plaats een betonnen
vervanging aan te brengen. Bij het graafwerk waren
op verschillende plaatsen oude kanonskogels gevonden
welke jarenlang in het magazijn van de firma Frankema, in een hoek hadden gelegen, en thans zich
in de Oudheidskamer zouden bevinden dacht hij. Dat
zich aldaar, een vijftal van die projectielen
bevonden, was ik al via de inventaris van de O. K.
(onder kavel nr. 42) gewaargeworden. Ik nam evenwel
aan, dat deze, zoals in de toelichting staat vermeld,
inderdaad afkomstig waren van de beschieting door de
Engelsen in 1799. Er zijn toen heel wat meer dan 5
van die projectielen op 'De Lemmer' neer gekomen, Als
men het precies wil weten moet er een deskundige
bijkomen. Het moet niet zo moeilijk zijn om te
constateren of ze inderdaad afkomstig zijn van
scheepsgeschut van die tijd.
Het zal evenzo erg interessant zijn om die
kanonskogels uit de Schans, als die ooit ergens op
mochten opduiken, te verifiëren en te dateren, maar
voor mij is op dit ogenblik het allerbelangrijkste
dat zij in de Schans gevonden zijn. En die
wetenschap dank ik aan de heren van der Wal en
Frankema.
M. P. Kokje, Utrecht.
Home
|