Lemmer,
een tamelijck vleck, neerich ende leeftochtich.
Christus fan
Lemmer.
Het gezicht van
een man of vrouw, verschijnend tussen bladeren.
Een voorbeeld van dit type in Fryslân, is de
steen die in de negentiende eeuw werd gevonden
in de zeewering bij Lemmer: een gelaat omgeven
met wijnranken. De betekenis zal zijn ‘Jezus als
de wijnstok’. De steen wordt gedateerd in de
twaalfde eeuw en komt mogelijk uit het Sint
Odulfusklooster van Starum.
In het Fries
museum bevindt zich een merkwaardige steen, die
al ongeveer 1000 jaar oud moet zijn. Eigenlijk
is het maar een fragment want het bovenste
gedeelte van de steen ontbreekt, doch wat het
belangrijkste is, is bespaard, n.l. de
voorstelling van een Christusfiguur, In
Denemarken is een soortgelijke steen gevonden,
die volgens deskundigen uit dezelfde tijd
dateert en die evenals de "Friese steen" een
sterk Ierse invloed vertoont. Dit stuk zerk nu
uit de aller oudste Christelijke periode is
gevonden te Lemmer, toen men daar bezig was met
herstelwerkzaamheden uit te voeren aan de Sluis.
We mogen er een bewijs in zien, dat in de 10e
eeuw in deze streken een nederzetting was en dat
die Christus als Heer en Verlosser had leren
kennen.
Overigens is omtrent de alleroudste tijd omtrent
het vlek weinig bekend. Het lag niet in de
terpenstreek en als havenplaats kwam het eerst
later tot ontwikkeling, toen de Zuiderzee
eenmaal was ontstaan.
In oude documenten wordt van Lenna of Limma
gesproken en er wordt aangenomen, dat hiermee
het tegenwoordige Lemmer is bedoeld. Die
oorkonden dateren uit de 13e eeuw. Toen bestond
het dorp zeer zeker al, want in deze tijd was er
een kerk.

Facsimile van een fortificatiekaart van Lemmer in
1572-1574.
www.tresoar.nl
Een schans.
Lemmer heeft
zijn aandeel gehad in de historie. De strijd met
Holland, de oorlog tussen Karel van Gelre en
Karel V, de 80-jarige oorlog, de strijd van1672,
de Napoleontische oorlogen, zij alle hebben
Lemmer ook niet onberoerd gelaten. Wanneer op
school over 1421,1515, 1580,1672, 1747, 1787,
1799 en 1815 wordt verteld, dan kan de
plaatselijke historie er steeds bijgehaald
worden en kan de meester zeggen: De
geschiedenis van die tijd raakt ook ons, de weg
der historie ging ook door ons dorp. Het was in
die dagen van de strijd tussen Friesland en
Holland, dat Jan van Beieren, ook wel Jan zonder
genade genoemd, de oom van onze bekende Jacoba,
te Lemmer een schans bouwde. Dit was een
bruggenhoofd, om op die wijze heel Friesland te
kunnen veroveren.
Sommige Friezen
waren met hem bevriend en gebruikten bij hun
partijschappen de vreemdeling. Maar van een
verovering van Friesland is het niet gekomen,
want de vrijheidspartij wist reeds het volgende
jaar de schans te verrassen, daarbij gebruik
makend van het ijs. De schans werd verwoest en
de Hollandse commandant en vele soldaten werden
gedood.
Maar precies
honderd jaar later werd er een nieuwe schans
opgericht. Het was in de woelige dagen, dat de
Gelderse hertog zijn strijd voerde, eerst tegen
het Saksisch, later tegen 't Habsburgs gezag.
Lemmer werd ook de dupe van deze oorlog tussen
vreemde machten, die een onderdeel vormde van
een Europees conflict tussen 'Karel V' enerzijds
en de Geldersen, Fransen en Turken anderzijds.
In 1516 werd het dorp door de Hollandse
aanvoerder een zekere Graaf Felix, geheel
verbrand.
Alleen de kerk bleef gespaard, zo vertellen de
kronieken. Maar bij een volgende strooptocht of
misschien door een andere oorzaak ging zelfs dit
laatste gebouw kort daarop ook in vlammen op,
zodat de kerkelijke goederen gedeeltelijk
moesten worden verkocht, om het godshuis weer op
te bouwen.
Geeft
te kennen; Claes
Heynes, dat hij heeft gecocht een hoefd gras van
de Patroen in de Lemmer bij consente der
gemeente ende voechden, ende is opgeslaegen by
de bernender kerse, want de Kerck verbrant was
ende lach onder de voeten, ende de Gemeente was
selve oeck verbrant. De Coep is geschiet op den
kreckte prijs.
Geeft oock desgelijcks te kenne Sipke Holles,
dat hij heeft gecocht van de Voechden in de
Lemmer, bij consent der Gemeenten pondemaet im
manieren ende oersaeek als yeren.
(Een hoefd en een pondemaat waren hetzelfde)
De Geldersen
bouwden in 1521 opnieuw een sterke schans te
Lemmer met brede grachten, maar twee jaar later
was 'Karel V' heer en meester in Friesland en
hij liet de sterkte door de inwoners slopen.
Maar daarmee was Lemmer er nog niet vanaf, want
in dezelfde eeuw werd een derde sterkte gebouwd
door de landsheer, die in de dagen van de
Watergeuzen bv. dienst deed om de Zuidkust van
Friesland te beschermen, al kwamen de
vrijbuiters dan in Gaasterland wel aan land en
al had ook Staveren een blokhuis. In 1581 werd
de Lemster schans met de steden Sloten en Kuinre
echter door de Friese troepen op de Spanjaarden
veroverd en kon de haven dienst doen als
verbinding met Holland.
Vluchten
voor vluchtelingen.
In het rampjaar
viel Overijssel in zeer korte tijd in handen van
de Munstersen. Steden en edelen daar schenen
elkaar in lafheid te willen overtreffen. Nu lag
ook Zuid-Friesland voor de vijand open en de
bisschop zond troepen langs de Zeedijk naar
Lemmer om deze basis te veroveren. Maar
toen de soldeniers van 'Bommen Berend' in de
nabijheid van Lemmer kwamen, zagen ze daar een
menigte van wagens op de dijk, alle van
vluchtelingen uit de omgeving, die trachtten het
lijf en hun voornaamste bezittingen te bergen.
De Munsteren zagen echter deze vluchtelingen
voor troepen aan, die kwamen om Lemmer te
verdedigen en zij keerden in allerijl terug naar
Overijssel.

Christoph Bernard von Galen, Bommen Berend.
Onrust in 1748.
Pachter-oproeren in heel het land. De gehate
collecteurs, de pachters van de belastingen,
moesten het overal ontgelden in Friesland,
vooral de cherchers of opzichters bij de molens.
Maar in Lemmer was nog een oorzaak voor
woelingen. De haven lag zo vol schepen, dat er
geen schip meer bij kon. De grietman Andringa,
bepaalde nu op advies van de ontvanger Oldendorp,
dat elk schip, dat meer dan 14 dagen in de haven
bleef, voor iedere nacht 2 stuivers liggeld
moest betalen, ten faveure van de kerk. De
schippers waren obstinaat en op Hemelvaartsdag
ontstond er een geweldige oploop. Een aantal
malcontenten uit Groningen op weg naar de Prins
in Den Haag, sloot zich bij de ontevredenen aan
en nu zouden de huizen van Andringa, Oldendorp
en de secretaris De Jong het ontgelden. "Maar
eenige welmenende mannen uit de borgerye wisten
dit onheil evenwel te voorkomen door te
bewerken, dat de afschaffinge der liggelden
belooft en de lastgeving ingetrokken werd"
(Dagverhaal van Vegelin.)
'Doch de opzichterhuisjes bij de molen en de
haven gingen er op die Hemelvaartsdag wel aan en
de collecteboeken van de ontvangers werden naar
de brandstapel verwezen, waardoor wellicht wel
een half miljoen aan achterstallige imposten
verloren is gegaan', zegt dezelfde schrijver.
Nog keerde de rust niet terug, want er ging een
sterk gerucht, dat Andringa een schip vol
"buspulver" aan de Franse vijanden te Duinkerken
had geleverd en deze munitie als tabak had
aangegeven. Er zouden bij Stroobos een groot
aantal Groningers verzameld zijn, gereed om op
te trekken en dit aan de Lemmer te wreken.
Andringa ontkende dit ten stelligste en
beweerde, dat hij slechts twee schepen in de
vaart had, die beide naar de Oostzee gezonden
waren en hij wekte een ieder op tot medelijden,
zodat de burgers hem trouw beloofden en
assistentie. Zelfs Oosterzee, zo gaat Vegelin
voort, bood hulp aan, maar op conditie, dat
ze niet kandidaat 'Cramer' als dominee. kregen
maar Ds. Rost van Rottevalle. "De oude heer
moest die saecke eerst na hun sin in orde
brengen".
Of
het een loos gerucht is, die bedreiging van
Groningen uit? In elk geval is er geen aanval
geweest en 'De Olde Heer' kon weer rustig
slapen. Ze hadden bange dagen gehad, deze
regenten van Lemmer en van de vrouw van
secretaris de Jong, die alleen thuis was, lezen
we dan ook - heel begrijpelijk - dat zij ten
zeerste bekommerd was.
Bloei.
Deze Andringa, werd overigens zeer beroemd om
zijn streven, om Lemmer vooruit te brengen. Hij
heette Regnerus van Andringa en is in Lemmer
geboren, waar zijn vader Tinco ook al grietman
was. Zij waren uit het Oldeboornster geslacht.
Regnerus werd in 1692 grietman en hij is in 1754
overleden.
Men sprak van hem als een zeer bekwaam
staatsman, die deswege tot zeer gewichtige
commissiën in en buiten het gewest werd
gebruikt.
Maar ook Lemmer had zijn belangstelling. Hij
zorgde voor geregelde veerschuiten en
postwagens, waardoor zeer vele reizigers uit
Friesland en Groningen hun weg naar Holland over
Lemmer namen. Elke avond voer er een gemakkelijk
en ruim schip naar Amsterdam, met een prachtige
kajuit. Zo groot was de animo, om met deze
veerschepen de reis te maken, dat de kajuit vaak
al 3 of 4 weken vooruit was besproken. Het huis
van de grietman stond ten westen van de sluis en
het had een pracht uitzicht op de rede, waar het
een gewemel was van gaande en komende schepen.
Nog groter werd de bloei onder de opvolger van
Regnerus van Andringa, zijn familielid 'Daniel
Livius de Kempenaer'.
Het was in de dagen van de zevenjarige oorlog,
toen Nederland neutraal bleef en schatten
verdiende aan de handel op de oorlogvoerende
landen, speciaal op Frankrijk, al was het risico
om door Engelse oorlogsschepen opgebracht te
worden, groot en klaagden de kooplieden steen en
been bij de gouvernante.
Zo staat in de Dorps en Stadskroniek vermeld,
dat op 20 Maart 1760 in Lemmer maar even 31
zeeschepen gereed lagen voor vertrek. Het
waren koffen, galjoten en andere schepen waarvan
er ongeveer de helft bestemd waren om de
gevaarlijke reis naar Frankrijk te ondernemen.
Geen wonder, dat bij zulk een druk personen en
goederenverkeer, het aantal herbergen groot was.
We vonden vermeld als 't beste 'Het
Herenlogement' en 'De Wildeman', maar ook worden
genoemd "Het Posthuis'' en 'Het Rad van
Avontuur'
Het schijnt, dat Lemmer vooral tot bloei is
gekomen door de achteruitgang van de Kuinre, dat
steeds minder goed bereikbaar werd voor schepen
met enige diepgang.

De Schulpen in
Lemmer, rechts het Grietmanhuis waar Regnerus van
Andringa woonde, op de achtergrond 'De Wildeman'
Patriotten en prinsgezinden.
De
troebelen in de tweede helft van de 18de eeuw,
lieten ook Lemmer niet onberoerd. De Patriotten
voerden er tijdelijk de boventoon en zo kon het
gebeuren, dat Auke Harmens uit
De Kompenije,
werd veroordeeld tot 6 maanden tuchthuisstraf,
omdat hij onder het zwaaien van zijn hoed,
staande voor het huis van de Kempenaar in de
Lemmer had geroepen "Oranje Boven,
die er wat van
hebben wil, kan er wat van Halen!"
dit aan het Havenhoofd bij het Statenjagt
herhalende.
Toen Friesland in 1787 uiteenviel in een
Oranjegezind en een Patriottisch deel met twee
Staten-vergaderingen, een te Leeuwarden en een
te Franeker, zond de laatste regering, die
Patriottisch was, Bernardus Jelgerhuis, met een
bende naar Lemmer die deze stad bezette.
Verzameling van
placaaten, resolutien en andere authentyke
stukken ... -
Luitenant Albertus Lyclama à Nijeholt toog op
bevel van Jelgerhuis, voorts op met een
legermacht naar Sloten, dat hij zonder enig
verzet binnendrong.
Hij eiste de 11 kanonnen op de wallen en
de aanwezige munitie op. De burgemeester en de
secretaris weigerden de krijgsmaterialen af te
staan en zij riepen de Vroedschap bijeen, die
geheel aan hun zijde stond. Lyclama à Nijeholt
zeide, dat hij dan de zaak met geweld zou nemen,
ook al zou geen zijner mannen levend in Lemmer
terugkeren.
Van verzet schijnt geen sprake geweest te zijn.
Het bleef bij protesteren en de luitenant keerde
naar Lemmer terug met zijn buit, het arme
stedeke Sloten zonder enig verweer latende. De
ontvanger van de belastingen te Lemmer, C.
Witteveen, moest zijn kas aan de heren
patriotten afstaan en deze bevatte 2938 guldens
en 5 stuivers.
Cornelis
Witteveen was ontvanger in Lemsterland. In de
Stads en Dorpskroniek van G.A. Wumkes wordt op
28 april 1788 melding gemaakt van het voorval in
Lemmer op 13 september 1787, toen luitenant
Albartus Lycklama à Nijeholt, samen met
Bernardus Jelgerhuis, van het opstandig
vrijcorps te Franeker, naar Lemmer optrok en
bezette. Vervolgens gingen ze naar Sloten, waar
ze de bruggen ophaalden, de poorten sloten en 11
kanonnen vorderden. Deze kanonnen werden naar
Lemmer gebracht. Daar vorderden ze op 25
september van ontvanger Witteveen een bedrag van
2.938 car.gulden. Gerken was militair in Sloten
en Witteveen was ontvanger te Lemmer. Samen
zullen ze benauwde dagen hebben meegemaakt.
|
Door
Bert de Boer.
Gebeurtenissen in1787 enz
voorgevallen (213)
No.
665. Sententie door het Hof van
Friesland uitgesproken tegens
Pieter Wolters.
In dato den 12 July 1788.
Alzo
den Hove van Friesland, uit de
Confessie van
Pieter Wolters,
op 't Vliet onder Leeuwarden,
tegenwoordig Gevangen, en andersints
uit de Proceduures genoegzaam
gebleeken is. -Dat de Gevangen in de
maand September 1787, zich naar
Franeker heeft begeeven. -Dat de
Gevangen van daar, nevens een
Detachement Vry-Corporisten onder
Commando van
Bernardus
Jelgerhuis
is vertrokken, en op den 13
September 1787, op den Lemmer is
gekomen. -Dat de gevangen op den 25
September 1787 met eenige Manschap
alle gewapend, onder zyn Commando is
gekomen ten Huize van
Cornelis
Witteveen,
Collecteur van de Vyf Specien in de
Lemmer.
-Dat de gevangen aan gedagten
Collecteur heeft vertoond een
schriftelyke last, of procuratie van
de pretente Staaten te Franeker
vergaderd, inhoudende een last, om
op te haalen en te ontfangen de
Landspenningen van de Ontfangers en
Collecteurs in deeze Provincie. -
Dat
Cornelis
Witteveen
na eenige woordenwisseling, verzogt
heeft uistel om eerst over deeze
zaak met hun Commandant
Jelgerhuis
te spreeken. -Als mede om de
Byzitters Cornelis Sleeswijk en
Poppe Jans
Poppes
by hem te
verzoeken om te overleggen, wat hem
in deeze qualiteit als Collecteur te
doen stond. -Dat de gevangen dat
verzoek heeft toegestaan. -Dat de
gevangen met zyne gewapende Manschap
toen in het Huis van gedagte
Witteveen
is gebleeven.
-Dat
gedagte Byzitters toen aan het Huis
van WITTEVEEN zyn gekomen. -Dat
CORNELIS WITTEVEEN zich toen naar
JELGERHUIS heeft begeeven. -Dat
intuschen de Gevangen met zyne
gewapende Manschappen ten Huize van
Cornelis WITTEVEEN post heeft
gehouden. -Dat daar op A. LYCKLAMA
NYEHOLT, Luitenant onder de
gewapende, ten Huize van gedagte
WITTEVEEN is gekomen. -Dat LYCKLAMA
toen gezegt heeft dat WITTEVEEN alle
landspenningen die hy hadde, aan
hunlieden moeste overgeeven, en dat
hy aan hun veilig konde betaalen
onder quitantie. -Dat CORNELIS
WITTEVEEN daar op voornoemde
Byzitters om raad heeft gevraagt.
-dat de Gevangen en voornoemde
Lycklama toen gedagte Cornelis
WITTEVEEN hebben afgedwongen de
somma van twee duizend negen honderd
agt-en-dertig Caroly Guldens en zes
stuivers, op de Specien, ingaande
den 1 May 1786. -Dat WITTEVEEN dat
geld op de tafel heeft gezet. -Dat
de gevangen en LYCKLAMA beide dat
geld toen van de Tafel hebben
genoomen.
-Dat
LYCKLAMA toen daar van een Geblyk of
Quitantie tot voornoemde Somma aan
CORNELIS WITTEVEEN heeft gepasseerd.
-Dat de Gevangen en LYCKLAMA toen
dit geld in hun magt hebbende, met
de gewapende Mansschap van daar zyn
gemarcheerd. -dat de Gevangen ook
met eenige gewapende Manschap op
dien zelvden 25 September 1787 is
gekomen te Huizen van Jan
KLEINHOUWER, administreerende de
Haven Collectens in de Lemmer. -Dat
de Gevangen van daar gegaan zynde,
naar verloop van een uur, geduurende
welke tyd eenige gewapende
Manschappen voor dat Huis waren
gelaaten, werderom aan het zelvde
Huis met nog iemant, en de Officier
van de Wagt is gekomen. -Dat gedagte
KLEINHOUWER toen aan hun gezegt
heeft, dat hy volsterkt weigerde
deeze betaalinge aan hun te doen.
-Dat de Byzitter SLEESWYK daar bij
de prefent zynde, ook verklaarde,
daar toe geen permissie te geeven.
-Dat
de Gevangen daar op heeft
geantwoord: dat zulks ook evenveel
was, dat zy het geld dan zouden
neemen. -Dat de Gevangen ook met die
daad toen de Collectpenningen heeft
genoomen ter somma van negen honderd
en dertig Caroli Gulden en twaalf
stuivers. -Dat LIEUWE ROCHUS als
commandandeerende Officier van de
Wagt, op dien tyd daar van tot
voornoemde somma aan JAN KLEINHOUWER
Quitantie heeft gepasfeerd. -Dat de
Gevangen en gedagte Persoonen daar
op met de gewapende Manschap en
voornoemde geld van daar zijn
gemarcheerd, dat de Gevangen
insgelyks op dien zelvden dag, met
agt gewapende Vry-Corporisten, onder
Commando van LIEUWE ROCHUS, is
gekomen in het huis van IDE VAN DER
SWEEP, Colecteur van het
Passagie-geld in de Lemmer. -Dat de
Gevangen met LIEUWE ROCHUS, de
Collect-penningen van gedagte
Collecteurs uit naam van de pretense
Staaten te Franeker geëischt heeft.
-Dat
IDE VAN DER SWEEP eenigen tyd
geweigerd heeft, de
Collect-penningen aan hun te
overhandigen. -Dat de Gevangen en
gedagte LIEUWE ROCHUS toen gedreigd
hebben, alles als dan aan stukken te
zullen slaan. -Dat IDE VAN DER SWEEP
alzo gedwongen, eindelyk agt honderd
en negen Caroli Guldens en negentien
stuivers, aan den Gevangenen en
LIEUWE ROCHUS heeft overhandigt, van
het ontfangene passagie-geld. May
1787 ingegaan. -Dat LIEUWE ROCHUS
als commandeerende Officier daar van
op last van gedagte pretense Staaten
Quitantie heeft gepasfeerd. -Dat de
Gevangen en gedagte Gewapenden, daar
op met het landsgeld van daar zyn
gemarcheerd.
Al het
welke zynde zaaken van zeer kwaaden
gevolge, en daarom anderen ten
exempel niet behooren te blyven
ongestraft. -Zo is 't, dat het
voorschreeven Hof op alles rypelyk
gelet en geconfideerd hebbende, het
geen men in deezen behoorde te
confidereeren, in den naam ende van
wegens de Heerlykheid des
Landschappe van Friesland, den
voornoemden Gevangen heeft
gecondemneerd, en condemneerd hem by
deezen, om by den Scherprechter op
het schavot geleid, aldaar wel
strengelyk gegeesseld,
gebrandteekend, en daar na door de
Dienaaren van de Justitie te worden
gebragt in het Landschaps Tugt en
Werkhuis om aldaar te werken den tyd
van zeven jaaren. -En verklaard den
Klager tot zyn verdere genoomen
Eisch en Conclusie niet ontfangbaar.
Actum
den 12 jyli 1788.
Ter
Ordonnatie van den Hove.
(was
get.)
J. Faber.
Niet alleen Cornelis Witteveen
Collecteur van de Vyf Specien in de
Lemmer wed gedwongen geld af te
staan, ook Jan Kleinhouwer,
administreerende de Haven Collectes
in de Lemmer en ook Ide van der
Sweep, Collecteur van het
Passagie-geld in de Lemmer
(tolgaarder brugwachter) werden
gedwongen hun opbrengsten af te
staan.
|

De
oude Sluis van Lemmer: Brugwachter en
winkelier-koopman Ide van der Sweep, woonde in
een huis aan de huidige Oude Sluis. Het staat
achter het middelste van de drie afgebeelde
schepen. Later is hier een ander huis gebouwd
voor de brugwachters.
-Maar lang duurde het bewind van de patriotten
niet, want de Pruisen kwamen het land binnen en
we hebben het allemaal op school geleerd, de
Patriotten vonden hun bloed te kostbaar om het
te offeren en zij maakten hun uit de benen.
De leiders uit Lemmer, vluchtten ook naar
Frankrijk, om daar gunstiger tijd af te wachten.
Lycklama heeft later de goede kant gekozen en
heeft bij Waterloo dapper gestreden aan de
Nederlandse kant.
Toch schijnt een deel van de bevolking te Lemmer
nogal sterk Patriottisch gezind geweest te zijn,
ook toen in 1787 de 'kezen' hun macht verloren,
want we lezen bij Hepkema, dat toen in 1788 een
jacht van de heer Torck van Rosendaal, in de
haven arriveerde, deze mijnheer van Rosendaal de
vraag stelde, of er nog patriotten waren in
Lemmer. Het antwoord luidde bevestigend en
toen zei de pas aangekomene "Waarom verzuipen
jullie ze dan niet?"
Hierop ontstond een grote bewogenheid onder het
volk op de wal en het leidde zelfs tot een
klacht bij het Hof te Leeuwarden, 'wegens het
gebruik van zeer sterke uitdrukkingen'. Het Hof
ging echter niet op de zaak in. De prinsgezinden
konden in 1788 loslippiger zijn dan de
patriotten.
Maar 1795 bracht opnieuw verandering. Nu werd
Oranje de onderliggende partij en de kreet
'Oranje Boven' werd weer strafbaar. Lemmer zou
nog eens het toneel van strijd worden.

Links de Kortestreek en rechts de Langestreek te
Lemmer, op de voorgrond links een helling.
NAPOLEON EXIT!
Ontmenschte,
Wreede Bonaparte
Thans is uw heerschzucht, uw geweld
Waaronder wij allen moesten zuchten
Ten eenemaal ter neer geveld.
Gij hebt ons lang genoeg geteisterd
Tyran! hoe hebt gij ons verdrukt!
Wie is er, die de bitt're vruchten
Niet van uw overheersching plukt.
Dit zijn een paar coupletten uit het
bevrijdingslied van 1813, geschreven door Mej.
Eelkje Poppes, te Lemmer, met een inleidende
lofzang van de in dit artikel genoemde Robidée
van der Aa, schout en secretaris van Lemmer.
Twee jaar na de verschijning van die lofzangen
zijn de 'dichter en de dichteres' met elkaar
gehuwd.

We komen hier
terug in een tijd dat de havenwerken nog niet
aangelegd waren en de Markt niet doorgegraven
was. Het enige dat nog herkenbaar is, is het
huis in het midden. Dat moet wel het
tegenwoordige Hoekje zijn. Rechts daarvan zijn
wat daken te zien; daar zou de boerderij bij
kunnen zijn waar 'Zwarthoed' voorheen zijn hang
in had. Helemaal rechts zien we de 'grote
lantaarn', die we moeten zien als de toenmalige
vuurtoren. De weg daarheen was van hout. We zien
hier een schip liggen op de plaats waar later de
Rien, met de haven verbonden werd. De huizen
links daarvan, werden met die doorbraak
afgebroken.
Stavo - Jupiter
Friso, den
Eertsvader der Friesen
heeft ter eeren van Jupiter-Stavo,
de stad Stavoren, ende in d'selve
een schoone heerlijkcke Kerck gebout.
Het schijnt dat de naem gekomen
is van het Griekse stao,
d.,i. ick blyve staen.
Het wapen van Friso, gelyck Cappidus
verhaelt, is gheweest: seven
roode pompebladeren, ghestelt in
drie silveren balcken, schaen ghetrokken
door een blauw velt.
Uit het Tableau
van Hamconius.

Zuiderzee -11 okt 1799.
De Engelse invasie.
1799: De Engelsen en Russen vallen Noord-Holland
binnen. Slagen bij Bergen en Castricum.
Zo hebben we het vroeger uit onze jaartallen
boekjes geleerd. Maar dat de Engelsen ook in
Friesland zijn geweest, dat was de moeite niet
waard, om te vertellen. Tenslotte kregen we
Hollandse geschiedenis, want die was alleen van
betekenis.
Napoleon was naar Egypte en de Engelsen wisten
Rusland en Oostenrijk te bewegen om deze unieke
kans waar te nemen, een nieuwe aanval op
Frankrijk te doen en zijn oppermacht te breken.
De 2e coalitie oorlog brak uit, die
hoofdzakelijk in Duitsland en Italië is
uitgevochten. Maar een invasie in de Bataafse
republiek was ook in de plannen opgenomen. De
Erfprins, de latere Koning Willem I, kwam met de
Engelsen en Russen mee, maar bedierf de zaak
door een onhandige proclamatie.
De vloot van de Republiek gaf zich zonder meer
over aan de Engelsen, want de matrozen wilden
niet vechten tegen Oranje. Den Helder viel in
handen van de geallieerden en vandaar trokken ze
Noord-Holland binnen. Maar een kleine
invasievloot stevende ook de Zuiderzee over en
verscheen de 27ste September voor Lemmer, dat
door Luitenant van Grutten werd verdedigd. De
Engelse commandant liet Lemmer opeisen:
"Het is
vruchteloos, dat gij van uw zijde enige
weerstand biedt. Ik sta u 1 uur toe, om de
vrouwen en kinderen te doen vertrekken, en zo
gij binnen die tijd de plaats niet overgeeft aan
de Engelse wapenen ten behoeve van de Prins van
Oranje, dan zullen uw onderhebbende manschappen
onder de puinhopen bedolven worden"
Van Grutten vroeg 24 uur uitstel, maar dit werd
geweigerd. Binnen een half uur moest de
prinsenvlag van de toren waaien, was nu de eis.
Een aanval bleef echter nog uit door het lage
water, maar de 29ste begon het bombardement en
Van Grutten trok af, tegen de zin van zijn
manschappen die bleven doorvuren. Maar nu kwamen
in Lemmer de burgers in beweging, vooral de
Oranjegezinden.
Zij eisten de overgave en van de verwarring die
nu ontstond, maakten de Engelsen gebruik om te
landen. De bezetting vluchtte en de aanhangers
van de Prins werden door de Engelsen bewapend.
Zij richtten een batterij op bij Tacozijl en ook
een bij de Follegaster brug, terwijl op het
Tjeukemeer werd gepatrouilleerd met sloepen.
In allerijl werden door Brune en de commandant
van Overijssel troepen gezonden.
Van Kuinre uit werden pogingen gedaan, om Lemmer
te heroveren. Op 11 Oktober had een heftig
gevecht plaats tussen de Engelsen en de 400 man,
die van Joure uit, waren opgetrokken met enige
veldstukken. De 24 Engelse kanonnen schoten
aller-heftigst en de aanval liep dood.
Een nieuwe aanval werd voorbereid, maar
plotseling ontruimden de Engelsen Zuid-Friesland.
In Noord-Holland was het misgelopen door de
slagen bij Bergen en Castricum en tussen de
Franse en Engelse aanvoerders kwam, een verdrag
tot stand, waarbij de laatste beloofden het
gebied van de Bataafse Republiek te zullen
ontruimen. Zo was de Oranjeheerschappij in
Lemmer en omgeving van korte duur. De Engelsen
namen zoveel mogelijk mee, 20 geladen vaartuigen
vertrokken naar Texel. Ook verschillende
prinsgezinden gingen aan boord, niet zonder
reden bevreesd voor de wraak van de patriotten,
van wie verschillende huizen geplunderd waren.
Toch werden er nog 146 personen uit Lemmer en
omgeving gevangen genomen en naar Leeuwarden
getransporteerd, beschuldigd van samenwerking
met de vijand de meesten werden echter na enkele
dagen weer vrijgelaten, omdat zij konden
aantonen dat de hulp niet vrijwillig was
geschied.
Poppe
Jans Poppes

Een Engelsch Koolschip voor de haven
van de Lemmer.
Toch Oranje boven.
De
Franse tijd was ook voor Lemmer een periode van
verval. Met de scheepvaart op de Noordzee was
het gedaan. Alleen de visserij op de Zuiderzee
was nog een belangrijke bron van inkomsten,
temeer daar de Noordzee praktisch voor onze
vissers gesloten was. In 1813 kwam echter de
kentering.
Honderden Fransen, ambtenaren met hun gezinnen,
kwamen in Harlingen en Lemmer en betaalden soms
hele kapitalen om naar Holland te worden
overgezet.
De Oranjevlag verscheen weer op de toren en de
6e april 1814 was er groot feest in Lemmer, het
bevrijdingsfeest. De klokken luidden en de
vlaggen werden uitgestoken. Op plechtige wijze
werd de nieuwe constitutie afgekondigd, waarbij
de soevereiniteit werd opgedragen aan de
Erfprins. Napoleon keerde echter terug, en uit
Lemmer trokken ook 5 vrijwilligers op die aan de
slag bij Waterloo deelnamen.
Zij keerden allen behouden terug en werden
ingehaald door pijpers en tamboers, terwijl 30
meisjes hen met bloemen bestrooiden. Mr. A. J.
Andreae en Mr. Robidée van der Aa, hielden
deftige toespraken tot de helden.
De Hervormde Kerk.
Evenals in zovele plaatsen in Friesland was de
geestelijkheid van Lemmer in de 16de eeuw ook
niet van ketterse smetten vrij. Toen Alva in
1567 kwam, moest de vicaris Johannes Lemmarius,
de vlucht nemen. De eerste predikant, die de
gemeenten van Lemmer, Follega en Eesterga,
bediende was Lambertus Lemink die omstreeks 1590
zijn dienstwerk te Eesterga aanvaardde. Het
schijnt dat Eesterga toen nog de belangrijkste
plaats was, want de dominee woonde daar en is er
in 1620 ook overleden. Hij wordt ook de dominee
van Eesterga genoemd. Later zijn de kerken van
Eesterga en Follega verdwenen. Er is nu alleen
maar een begraafplaats met een klokhuis. Ook Ds.
Daversma woonde en stierf in Eesterga (1665),
maar na zijn dood werd Lemmer de residentie van
de predikanten. Het is niet de bedoeling alle
herders van Lemmer c,s. op te noemen, maar een
enkele mag zeker vermeld worden, vanwege zijn
langdurige dienst. Zo Hermannus Phocilides, die
eerst 8 jaar te Oosterzee stond, en daarna nog
42 jaar te Lemmer. Hij deed zijn intree nog in
de oude kerk met als tekst Collo 4 : 3 en 4,
maar reeds het volgende jaar mocht hij de nieuwe
kerk inwijden met een feestpreek over Jesaja 2 :
3. De 7de November 1757 preekte hij zijn
afscheid met als tekst de zegenbede uit 2 Cor.
13. Acht jaar later overleed hij in Lemmer op
zeer hoge leeftijd.
Zijn opvolger Ds Georgius van Bleiswijk, hield
het ook 42 jaar in Lemmer uit n.l. van
1758-1800. Joh. Lorgion diende de 3 gemeenten
van 1805-1821, hij overleed op 49-jarige
leeftijd en ligt met zijn echtgenote Jacoba
Diest, te Eesterga begraven. Hun zoon Evert, die
de naam van vader en moeder droeg, Diest Lorgion,
was later professor te Groningen.
Hij schreef een bekend werk over de geschiedenis
van de hervormde Kerk in Friesland.

Groen van Prinsterer.
Scholen.
140 jaar geleden werd de school te Lemmer al
door 350 leerlingen bezocht, of liever de
scholen. Want er was een jongens en een
meisje,school, bevolkt met respectievelijk 190
en 160 kinderen. Later kwam er een Mulo bij,
want reeds in 1867 werd voor deze inrichting een
hoofd gevraagd.
Deze drie inrichtingen waren alle openbaar
neutraal. Maar ook Lemmer kreeg zijn
christelijke school. Ruim 144 jaar geleden had
de oprichting van de schoolvereniging plaats,
n.l 22 Juli 1863. Nog hetzelfde jaar werden de
statuten goedgekeurd en kon men aan de slag
gaan.
Het eerste bestuur bestond uit de heren L. H.
van Noord, voorzitter; H. E. van Loon tweede
voorzitter; D. S. van Veen, secretaris en H. W.
Brandsma, penningmeester.
Geld werd verzameld en verschillende broeders
werden aangeslagen voor een bepaald bedrag.
Behalve deze 4 pioniers moeten ook genoemd
worden W. M. Kleinhouwer, A. van der Sluis, W.
Poppe, H. Willemsen, J. Kokma, P. Cnossen A. A.
Riemersma en B. A. van der Veen, die in de
eerste jaren verschillende functies hebben
vervuld.
Ook Ds. Hulsebos, en Ds. Talma zijn voorzitter
van de vereniging geweest.
Opmerkelijk is, wat mij in Lemmer verteld werd
van A. A. Riemersma, dat hij niet zo heel
geschikt was voor een bestuursfunctie, maar hij
kon bidden! En dat was heel belangrijk in de
dagen, dat het stichten van een Christelijke
school nog een zaak van het geloof was.
De
16de Augustus 1865 kon de school worden ingewijd
en het eerste hoofd, M. J. Albracht van
Uithuizen, geïnstalleerd.
Uit de notulen blijkt met hoeveel zorg het
beroepen van de meester geschiedde. Men won
eerst rechts en links informaties in en zonder
uitzondering werd Meester Albracht, geprezen om
zijn bekwaamheid en zijn Christelijke
levenswandel.
Ds. Vos, hield de feestrede. De kansel werd
daartoe welwillend door Ds. Middelveld,
afgestaan. Men krijgt de indruk, dat deze oude
dominee zelf buiten de de actie stond in
tegenstelling met zijn opvolgers.
Uitgenodigd werden o.a. Groen van Prinsterer,
van Emmerik, de agent van C.N.O. en de
predikanten Ds, Ploos van Amstel, Ds. Enderlee,
Ds. Bekking, Ds. Guldenarm en Ds. Ynsonides. Ook
de bekende Schoonhoven van Workum, kreeg een
speciale uitnodiging. Behalve de twee eersten
waren het allen mannen van het Frysk Réveil,
It
Fryske Réveil yn portretten (1911)
die alleen
in het mooie boek van Wumkes voorkomen,
mannen die uit ons gewest een vooraanstaande
positie innamen, zowel wat de uitbreiding van
het evangelie als het christelijk onderwijs
betreft. Of ze allen aanwezig geweest zijn
weet ik niet, maar de notulen vermeldden wel,
dat de opening een prachtig getuigenis was.
Van de opvolgers van Meester Albracht moeten
speciaal genoemd worden A. B. H. Funcke en S.T.
van der Kooi, die lang het Christelijk onderwijs
in Lemmer hebben gediend en onder wie de school
tot grote bloei kwam. En niet minder verdiend is
het noemen van de naam van Marten Folkert de
Vries, die de laatste halve eeuw voor de school
van grote betekenis is geweest en die ook op
kerkelijk en politiek terrein een belangrijke
plaats heeft ingenomen, een man van grote ijver
en trouw. Hij is overleden op hoge ouderdom.
Daar
doet zich Friesland op en Lemmer door de slaagen
Van 't alverteerend vuur en doodsche waternood
Weleer te streng bezocht, nu lieflijk in den schoot
Der vreê, gekoesterd en beveiligd voor de vlaagen
Der krijgsorkanen
(Willink in 1720 bij zijn aankomst met de Lemster
beurtman)

Lemster
beurtschip.
Door de doleantie raakte de school in handen van
de Gereformeerden, maar vooral door de
samenwerking van Ds. Zoete en Ds. de Geus, werd
later het contact hersteld. Later is deze
Christelijke Nationale school gemengd zowel wat
het bestuur als het personeel betreft.
In 1892 werd een nieuw schoolgebouw geopend, dat
in 1912 werd verbouwd. In 1922 was nieuwbouw
weer noodzakelijk en verrees er een flinke
school met 7 lokalen. In 1951 moesten er weer
twee worden bijgebouwd, later was er al weer
ruimtetekort en zullen opnieuw 2 lokalen worden
gebouwd. Het hoofd, de heer Boiten, heeft met 10
onderwijzers en onderwijzeressen de zorg voor
366 leerlingen. Eén van de klassen is speciaal
voor de schipperskinderen. Ik mocht een pracht
project zien van Lemmer, dat behandeld wordt in
de klas V.G.L.O. een voorbeeld dat navolging
mogen vinden. Op die wijze leren de kinderen de
eigen woonplaats grondig kennen. In het oude
gebouw is de Chr. U.L.O. school gevestigd,
waarvan de heer Dalstra, hoofd was. Deze school
die waarschijnlijk binnenkort ook een nieuw
gebouw krijgt telt een 80 leerlingen.
Er
is verder een Openbare Lagere school met 275
leerlingen, een Openbare U.L.O. met een 70
leerlingen, terwijl de Rooms Katholieke lagere
school door ruim 80 leerlingen wordt bezocht. De
polder heeft de groei van alle soorten onderwijs
bevorderd.

De eerste school in Lemmer, werd op
feestelijke wijze geopend, door een boompje te
planten.
Economisch leven.
Ruim 100 Jaar geleden stonden er in Lemmer 464
huizen en had het vlek een bevolking van 2620
personen, groot en klein. Daarvan waren 2220
Hervormd en 310 Rooms Katholiek.
In diezelfde statistiek wordt verteld, dat er
waren 2 werven, 1 lijnbaan, 1 houtzaagmolen, 1
leerlooierij, 3 bokkingdrogerijen en een
pronkstuk van een korenmolen. Deze laatste is
later een pakhuis van de C.A.F geworden, dat wil
zeggen het onderstuk, want de wieken draaien
niet meer lustig rond. Er zijn ook een paar
aardewerkfabrieken geweest, 'De Goede
Verwachting' en 'De Hoop', respectievelijk op
het Turfland en de Lange Streek. Zij werden in
de 1800 gezamenlijk verkocht voor f 5140.
De
scheepsbouw betekend niet veel meer. Wel zijn er
nog bedrijven voor scheepsbenodigdheden, zeilen
en netten, benevens visrokerijen. De
aardappelsorteerderij is aan de Noordoostpolder
te danken. Voorts is er een kisten en
vatenfabriek, die aan een 100 mensen werk en
brood gaf, terwijl ook de Basaltmaatschappij er
een bedrijf heeft. De visserij is sterk
achteruit gegaan.
Uit het project van de heer Boiten bleek me, dat
voor de afsluiting van de Zuiderzee dit bedrijf
jaarlijks ongeveer 216.000 gulden opbracht,
terwijl na de afsluiting het bedrag tot 76.000
gulden daalde. Het karakter veranderde ook
natuurlijk. Was het vroeger speciaal de ansjovis
en de Zuiderzeeharing, nu zijn het vooral de
paling en snoekbaars, die gevangen worden. Men
heeft in de dagbladen kunnen lezen, dat in dat
jaar de vangst bijster slecht is geweest. In
1949 waren er nog 59 vissersschepen, maar dit
aantal is sedertdien nog teruggelopen.
Van de markt, die eerst op Donderdag, later op
Maandag werd gehouden, is natuurlijk ook weinig
of niets overgebleven. De polder heeft voor
sommige bedrijven betekenis gehad. Verschillende
middenstanders voor zover de landdrost ze
toelaat in de polder doen zaken in dit gebied,
maar zodra er meer winkels in de nieuwe dorpen
komen, zal het moeilijk worden, om nog te
leveren.
Het personenverkeer langs Lemmer is door de
spoortreinen ook verminderd. In de19de eeuw kwam
er nog een tijd van opleving. Op 1 Juni 1828
werd de eerste stoombootdienst op Amsterdam
ingesteld met het stoomschip 'De IJssel'. In
1862 lezen we alweer van een nieuwe stoomboot,
'De Stad Sneek'en in 1868 van een nieuwe dienst
per stoomboot van J. S. Lemstra. De diligences
gaven aansluiting op deze boten, b.v. die van A.
Reitsma, met 12 zitplaatsen.
De
bestrating van de weg Lemmer-Sneek in 1843 en
het aanleggen van een kunstweg van Lemmer naar
Donkerbroek, brachten ook verbetering in het
verkeer. Tenslotte kwam er omstreeks 1900 de
stoomtram, die voor die tijd een pracht
verbinding gaf, met een groot deel van Friesland
en met Groningen. De bus heeft de tram echter
weggedrukt. Nog werd in de zomermaanden door
vakantiegangers veel gebruik gemaakt van de
nachtboot. Vooral zij, die met fiets en veel
bagage reizen en voor een koopje willen
oversteken, maken gebruik van deze gelegenheid.
Maar Lemmer is niet meer wat het was in vroeger
dagen: een belangrijk station voor het verkeer
met Holland. De haastige mensen van tegenwoordig
(toen ook al) gaan met de elektrische trein of
met de bus en auto over de afsluitdijk.
De scheepvaart is overigens door de verbeterde
kanalen voor Lemmer van betekenis gebleven en
kan dat nog meer worden.
Tenslotte: de grond om Lemmer behalve dan in de
polder wordt voor weiland gebruikt. Er zijn
flinke boerderijen. Uit het feit, dat er vroeger
maar 17 stemmen werden uitgebracht, blijkt
echter wel dat de dorpsgerechtigheid niet groot
was.
Rampen.
Lemmer heeft ook zijn aandeel gehad in de rampen
die Nederland door storm en zeewater hebben
getroffen. Zo heerste er in 1703 een ware
orkaan, die grote schade aanrichtte, evenals in
1775. De wormplaag, die de zeeweringen
aantastte, veroorzaakte ook in Lemmer grote
ongerustheid. Overal werden omstreeks 1732
bidstonden gehouden vanwege deze plaag. Er
verschenen zelfs gedrukte preken naar aanleiding
van deze bezoeking.
Enige weken
voor de watervloed van februari 1825, was de
Lemmer al met een doorbraak bedreigd, even
buiten het dorp waar de zaagmolen stond, alleen
een onvermoeide arbeid bevrijdde toen de plaats
van een overstroming. In de nacht van 4 februari
was het water, voordat de doorbraken in de
nabijheid van de Lemmer plaats hadden, hier tot
de ontzettende hoogte van zeven voet boven peil
geklommen, dus ruim zeven duim hoger dan in het
jaar 1776, zodat het water op den Nieuwedijk, de
Hoofden, de Schans en op de Schulpen (het
hoogste gedeelte van Lemmer) tot aan de
vensterramen stond, en men met schuitjes door de
straten voer.

De Schulpen, te
Lemmer.
De voornaamste
doorbraken ten oosten van de Lemmer, hadden
plaats in de middag, ongeveer om twaalf uur.
Vandaar tot aan Schoterzijl, telde men niet
minder dan dertien gaten, waaronder twee
doorlopende, het ene ter wijdte van 100 en ter
diepte van 8 ell., en het andere ter wijdte van
20 en ter diepte van 4 ell. Terwijl hierbij
kolken van meer dan 30 voet diepten scheurden.
Ten westen van
Lemmer bezweek de zeedijk ook, in de namiddag
van diezelfde dag om drie uur, op ongeveer tien
minuten afstand, maar deze doorbraak was van
minder belang. Omstreeks acht uur in den avond
kwam het water op de Nieuwburen, en in de morgen
stond het ruim 1 ell. op de straat, zodat alle
huizen aldaar tot op die hoogte in het water
stonden. Het water stond in een huis op het
hoogste gedeelte van de zeedijk 3 palm, en op
het laagste gedeelte van Lemmer wel 1 1/2 ell.
hoog.
Men heeft
opgemerkt, dat het water in het eerst ieder uur
3 palm rees. Ten gevolge hiervan vluchtten vele
bewoners naar de hogere verdiepingen en zolders
van hun huizen, anderen verlieten hun woningen
om hoger liggende plekken op te zoeken, terwijl
nog anderen met schepen door de vensters gehaald
en in veiligheid gebracht werden. De schade op
de dag van de 4e februari, zowel aan de publieke
werken, als particulier eigendommen toegebracht
was aanmerkelijk. Het havenhoofd werd zodanig
geteisterd, dat een menigte palen in en door de
huizen daarnaast staand wegspoelden. Men vreesde
dat de zeedijk aan het einde van de straat,
genaamd de Nieuwedijk, bij de Pottebakkersteeg,
op hetzelfde ogenblik zou bezwijken, omdat de
doorbraken in de nabijheid plaats hadden, was
men echter gelukkig genoeg dit te voorkomen en
zo de Lemmer voor een gewisse ondergang te
redden.
De meeste
huizen op den Nieuwedijk waren van achteren
ingeslagen, en daardoor waren vele goederen
omdat er geen tijd meer voor was om die in
veiligheid te brengen weggespoeld. Aan de
binnenzijde van die dijk waren de meeste
achtergevels van de huizen ingestort,
achter de herberg 'De Wildeman' werd de
zeewering, die in het voorgaande jaar net nieuw
gemaakt was geheel weggeslagen, waardoor dit
logement in het grootste gevaar verkeerde, bijna
aan de open zee blootgesteld. De ontsteltenis
die daar heerste is niet te beschrijven, daar
het vol mensen was, die uit hun huizen gevlucht
waren. Hoewel het zeer veel leed bleef het
gelukkig behouden. Maar van de daarnaast gelegen
huizen en gebouwen was niets meer aanwezig.
In de Schans
spoelde een schuur geheel weg, daarnaast
verschillende hokken en achterhuizen, waarvan de
standplaats niet meer te herkennen was. Er is
gerekend dat er wel 50 huizen onbewoonbaar waren
geworden, regenbakken en putten stortten in, en
in de kerk stond het water 2 palm. hoog.
Hierdoor zijn verschillende graven ingestort en
zerken tegen elkander opgespoeld, zodat de kerk
voor dat ogenblik onbruikbaar was. Hoe groot ook
het verlies en de schade aan goederen zijn kwam
geen mens gelukkig hierbij om het leven.
De Lemmer was
de verzamelplaats van vele slachtoffers uit de
omliggende dorpen. In de nacht tussen de
4e en 5e februari, kwamen er schuiten, boten en
pramen aan met de slachtoffers die alles
verloren hadden, onder deze bevond zich een
vrouw de dezelfde nacht onder de blote hemel
bevallen was. Er werden van de Lemmer overal
schepen ter redding uitgezonden naar de naburige
plaatsen. De stallen om de haven stonden vol vee
en dat wat niet geborgen kon worden, moest op de
markt in de open lucht blijven. Zo hebben daar
in den nacht tussen den 5e en 6e februari wel
veertig koeien en enige paarden gestaan, die aan
een boer dichtbij de Lemmer woonachtig
toebehoorden.
(span = 3 palm = 9
inch; hand = 4/3 palm = 4 inch)
)Meetinstrumenten:
1 foot, 1 ell, 1 step, 1 m (1987), 1 x 1 foot, 1
x 1 ell, 1 x 1 m (1991) en 1/8 x 1/8 x 1/8 ell,
1/16 x 1/16 x 1/16 ell, 1/32 x 1/32 x 1/32 ell
(1994).
In 1825 bij de bekende watervloed de laatste
die Friesland teisterde brak de zeedijk op vier
plaatsen bij Lemmer door. Het water stond twee
palm hoog in de kerk en een meter in het dorp.
In de omgeving werden vele huizen verwoest en
verdronken enkele bewoners. Het water is wel
meer hoog geweest, zoals een merk aangeeft in de
drogisterij van Boonstra. Dat merk geeft aan hoe
hoog het peil de 15e Oktober 1881 was.
Ook scheepsrampen kwamen voor, zoals de 19e
Augustus 1891 toen een zeilbootje met 11
personen In de Rijn omsloeg en vier inzittenden
verdronken. Het waren turfschippers uit
Zwartsluis, die twee schepen van het Tjeukemeer
naar Lemmer hadden getrokken en nu twee andere
zouden ophalen, die nog bij 't Tjeukemeer lagen.
Eén der schippers, zijn knecht en twee van zijn
dochters verloren het leven, de anderen werden
met moeite gered. In 1909 verging een schip vlak
voor Lemmer, waarbij de schipper met zijn
gezin vrouw en 5 kinderen verdronk.
Belangrijke personen.
Volgens de heer N. Waringa, heeft Lemmer ook
enkele vermaarde personen 'geleverd'; n.l.
Andreas Hamconius Myrica, die in de 16de
eeuw leefde en die zeer bedreven was in het
Chaldeeuws (Oosters-katholieke Kerken), Grieks,
Hebreeuws en het Latijn, terwijl hij tevens ook
uitblonk in de geneeskunde. Hij schreef ook veel
over 'gewijde zaken', maar bij het naderen van
de dood heeft hij die papieren alle laten
verbranden. Hij stierf op 6 December 1585 te
Leeuwarden, waar hij als arts praktiseerde. Zijn
broer was Martinus Hamconius, die verschillende
posten in Lemsterland heeft bekleed, maar die
meermalen is verbannen om zijn trouw aan Philips
II. Zo richtte hij in 1583 een brief aan de
bewoners van Oostergo, om terug te keren tot de
gehoorzaamheid aan de koning. Niettegenstaande
zijn moeilijk leven - drie maal verbannen,
vier maal gevangen - bleef hij veel
interesse koesteren voor zijn geboorteland en
hij gaf in 1609 zijn Frisia uit, waarin hij in
het Latijn de voornaamste feiten en personen van
Friesland bezingt. De laatste jaren bracht hij
in rust door in zijn geboorteland. Hij gaf ook
uit het tableau,
"met vertooninghe der Coninghen, Bisschoppen,
princen, Potestaten; Heeren en de Graven van
Frieslandt met de gedenkweerdichste saecken van
haer soo buiten als binnen 's lants gedaen, van
aen begin tot den jare MDCVII". Van dit
tableau is een exemplaar in de Kon. Bibliotheek
en in het archief van Franeker. Verder worden
nog als intellectuelen uit Lemmer genoemd de
rechtsgeleerde Augustijn Boelens en Dominicus
Mellema.

Pagina van Andreas Hamconius Myrica.
(door G.A. Wumkes)
1710
|
13 October |
Octrooi verleend aan Albert Hanzes tot
oprichting van een veer van Lemmer op
Amsterdam. |
1740
|
5 maart |
Octrooi verleend aan de chirurgijns te
Leeuwarden tot het oprichten van een
gilde, aan de schippers van Lemmer op
Stroobos, aan de kleermakers te
Harlingen. |
|
2 april |
Octrooi verleend aan de kerkvoogden te
Lemmer op een wagenveer Leeuwarden,
Groningen, Heerenveen, e.a. |
1747
|
7 januari |
Van
Sloten vertrekken vijf Zwitsersche
garnizoenssoldaten met de Lemmerbeurtman
op Amsterdam, vermoedelijk om te
deserteeren, een week daarna worden zij
door 5 anderen uit Leeuwarden vervangen. |
|
10 april |
Stadhouder Willem IV houdt op zijn
doorreis van Leeuwarden naar Lemmer, met
zijn gemalin en princes Carolina, het
middagmaal op Heerema-state te Joure,
waar Jhr. Vegelin 14 eerepoorten had
doen oprichten. |
1761
|
30 mei |
Hendrik Meijer laat tweemaal per week
van Leeuwarden- op Lemmer, Woensdags om
11 en Zaterdags om 12 uur en van de
Lemmer. Dinsdags en Zondags, een
postwagen rijden, eer de schepen van
Amsterdam aan zijn. De loodjes te halen
bij bijzitter Bekama te Lemmer en te
Leeuwarden bij Pieter Jacobs, herbergier
in ’t Wagentje, waar de postwagen ook
afrijdt en te Lemmer bij Tomas in de
Wildeman, vracht ƒ 1.60 per persoon.
Verschenen Deductie van Jhr. O. Z. v.
Haren, grietman van Stellingwerf (W.),
ter zijner noodwendige zuiveringe van de
lasterlijke gerugten en imputatiën tegen
hem ingebragt, prijs ƒ 2.—. |
1768
|
20 april |
Boereboelgoed op de Ie boereplaats in de
Lemmer, eigendom van grietman D. L. de
Kempenaar. Boelgoed van bibliotheek,
clavecimbel, schilderijen en een dubbel
clavecordium op een veer, alles van
wijlen H. L. Lolkama, schrijver der
boelgoederen te Leeuwarden. |
1785
|
16, 17
september |
De
gemalin van stadhouder Willem V
arriveert met haar 3 kinderen te Lemmer,
zij soupeeren ’s avonds aldaar bij den
grietman R. L. A. de Kempenaer. Na ’s
nachts op de jachten te hebben geslapen,
vertrekken zij naar Staveren, waar de
burgerij voor ’t stadhuis in de wapenen
paradeert. Na de audiëntie heeft de
maaltijd plaats ten huize van Jr. C. de
Bigot. Vandaar gaat het naar Workum,
waar de vorstelijke familie wordt
ontvangen door Prof. P. Camper. Te
Hindeloopen paradeert het
exercitie-genootschap en is er receptie
bij den heer A. van Loon. Vandaar komt
men te Bolsward, waar na de parade der
burgerij op het stadhuis ten stadhuize
een collation wordt aangeboden. De regen
heeft inmiddels de wegen zoo onbruikbaar
gemaakt, dat de reis per jacht wordt
voortgezet, en men ’s avonds 11 uur op
het Schavernek te Leeuwarden aankomt.
Jan Doedes te Hindeloopen roept met veel
drift en toorn: Oranje boven, en wordt
deswege tot een jaar tuchthuisstraf
veroordeeld. |
|
6 oktober |
Stadhouder Willem V komt te Lemmer aan
en begeeft zich naar Leeuwarden. |
1789
|
7 maart |
Verschenen bij H. Post te Leeuwarden:
Vervolg van het Gedenk-Almanach der
gewapende burgerlijke bedrijven loopende
over het gebeurde te Franeker, Makkum,
Workum, Staveren, Hindeloopen, Sloten,
de Lemmer, Stiens enz. |
1795
|
17 juni |
Groot
feest te Leeuwarden ter viering van de
Alliantie tusschen Nederland en
Frankrijk, waarbij W. B. Jelgersma,
president der volksrepresentanten van
Friesland, en de Fransche generaal
elkander den broederkus geven. In de
kerken te Bolsward worden
dankpredicatiën gehouden, in gericht om
het Opperwezen te danken over het
sluiten van dit Tractaat, raadhuis en
gasthuis illumineeren. Burger Pieter
Fontein, staande op het balcon van het
raadhuis te Harlingen wil voor zijn
medeburgers het heil der revolutie
demonstreeren. Hij sprak: „Gij zijt vrij
als een vogel, medeburgers!" Op die
woorden haalde hij een Vogelkooi voor ’t
licht, zette het deurtje open en de
kanarie vloog vroolijk tsjilpend de
lucht in, maar . . . streek al
spoedigweer in de sneeuw. Het beestje
wist geen gebruik te maken van de
vrijheid. Verkoop van het tichelwerk de
Boterton te Midlum. De vrijheidsboom te
Akkerwoude wordt geschonken door J. P.
A. van Haaren. Er heeft een optocht
plaats, waarin een vrijheidsmaagd met
den vrijheidshoed voorop loopt. De hoed
wordt vertoond aan de vrouw van Marten
Wiegers, lid der municipaliteit. Na het
planten van den boom houdt de student N.
W. Bolt een toespraak, waarin hij ieder
tot „ware eensgezindheid en
menschenliefde gegrond op de leer van
Jezus, dien besten menschenvriend,
aanspoorde, welke heilzame verrigting
door den geachten burger Sikke Andrys
met een minzame dankbetuiging beantwoord
wierd". Ds. G. Abbring te Dantumawoude
gekozen tot representant des Frieschen
volks voor Dantumadeel. Groot feest te
Lemmer en Nes (W.D.), Rinsumageest,
Woudsend, Hindeloopen, Oostermeer bij de
vrijheidsboom. |
1798
|
1 december |
Verkocht in de Benthem te Dokkum een
huizinge staande bij de Droggerspijp te
Dokkum, voormaals tot een
Remonstrantsche kerk gebruikt, voorzien
behalve ’t vertrek tot de kerk gebruikt
van beneden en bovenkamer, groote
keuken, tuin en bleek, waarop geboden
1312 car. gl. 15 st. en een huizinge op
de Steenen Dam ’t Gasthuis genaamd,
voorzien met 2 onder- en bovenkamers,
waarop geboden 284 car. gl. 10 st.
Verschenen bij C. van Sligh te
Leeuwarden:: De gemeente van de Lemmer
opgewekt in eene leer- en lijkrede uit
Openb. 2: 5, bij gelegenheid van den
onverwachten dood haarer leeraars
Georgius van Bleiswijk, uitgesproken 16
Nov. 1800 door Ds J. C. Venema te
Oosterzee. |
1804
|
6 april |
In
dienst gesteld tusschen Joure en Lemmer
een verdekte postwagen rijdende van de
Lemmer een half uur na aankomst van de
Amsterdammer beurtman en rijdende van
Joure s’avonds dadelijk na aankomst van
het Sneeker schip van Leeuwarden, vracht
18 st. de persoon. |
1820
|
23 april |
Een
gedeelte van het bastion bij de
Vrouwenpoort te Leeuwarden zal worden
afgegraven. Overleden te Lemmer Jouwert
Frederiks Witteveen, assessor in de
grietenij Lemsterland. |
|
29 juli |
De
prins van Oranje komt ’s morgens 4 uur
met een jacht van Amsterdam te Lemmer,
geeft daar audiëntie aan allerlei
corporatie’s, komt ten huize van den
grietman van Andringa de Kempenaer en
zet zijn reis te 10 ure voort over
Staveren naar Hindeloopen. Daar wordt
hij verwelkomd door de burgemeesters D.
j. Duif en J. Alderts en door zes
juffers in de oude kleederdracht. Over
Workum en Sneek begeeft Z. H. zich naar
IJsbrechtum, waar het middagmaal op
Epema-State wordt gebruikt bij den
grietman van Weideren Rengers, om, van
daar te vertrekken naar Leeuwarden. De
prins en de gouverneur van Friesland
bezoeken Franeker en Harlingen. Op de
terugreis dineeren zij op het buiten van
Jhr. Collot d’Escury te Minnertsga. |
1824
|
13 april |
Vergelijkend examen ten grietenijhuize
te Lemmer voor de vacante post (door het
overlijden van J. A. Visser) van
onderwijzer te Oosterzee, salaris ƒ 250,
met de schoolgelden van ruim 70
leerlingen, die 40 ct. per kwartaal
betalen, ƒ15 voor opzicht over het
kerkhof en het beluiden der dooden, met
vrije woning en tuin. Door het vertrek
van Grietje R. Schernkes naar Leeuwarden
is de vrouwen (meisjesschool) te
Woudsend vacant, traktement ƒ 75,
benevens 10 ct. schoolpenningen per week
van 40 leerlingen. Geveild een stadshuis
aan de Voorstraat te Staveren, en een
huis voor school gebruikt door den
onderwijzer Jacob Hyltjes Fortuin
aldaar. |
1841
|
1 april |
Diligencedienst tusschen de Lemmer en
Leeuwarden hervat, afrit van de Lemmer
in den Wildeman bij de erven le Heux,
een half uur na aankomst van den
Amsterdamschen beurtman. |
1862
|
10 juni |
Gekozen als lid der Tweede Kamer voor
Leeuwarden: Dr. W. H. Idzerda te Akkrum,
Mr. Groen v. Prinsterer krijgt 29
stemmen, de candidaat der conservatieven
was Mr. Schelto baron van Heemstra,
kreeg 444 stemmen. De strijd was hevig.
Nieuwe diligence met 12 zitplaatsen in
dienst gesteld door A. Reitsma, tusschen
Lemmer—Leeuwarden, via Sneek, in verband
met de stoomboot Stad Sneek, die vaart
van Lemmer op Amsterdam. |
1868
|
11 juli |
Verschenen: De zeeramp op Terschelling,
Gedenkschrift ter herinnering aan het
vergaan der loodsboot no. 4 op 2 Dec.
1867 door ds. J. H. v. d. Veen, Doopsgez.
predikant op Terschelling. En:
Beschouwingen over het belang van eene
kanaalverbinding Groningen—Gorredijk—Heerenveen
—Lemmer door F. O. Sleeswijk en K. S.
van Andringa, naar aanleiding van een
ontwerp kanaalverbinding Blokzijl—Groningen,
door B. Prakken. Brandmeesters te
Leeuwarden bevelen de brandspuitfabriek
aan van T. van der Ploeg aldaar. |
1870
|
5 juni |
Te
Sneek heeft plaats de eerste provinciale
vergadering van Friesche werklieden, die
zich hebben georganiseerd. Zij leiden
zelf deze vergadering en voeren zelf het
woord. Van de afdeelingen Sneek,
Leeuwarden, Harlingen en Lemmer zijn
ongeveer 200 leden aanwezig. Uit
Leeuwarden waren er 35 arbeiders per
scheepsgelegenheid. |
1876
|
7 januari |
De
Gedeputeerde Staten vestigen de aandacht
op het Friesche kabinet van oudheden in
een zaal van het gouvernementshuis te
Leeuwarden. Het Tweede Kamerlid A. Moens
houdt te Lemmer een lezing over
volksonderwijs. |
1880
|
5—7
januari |
Lezing
van dr. A. Kuenen, Hoogleeraar te
Leiden, houdt voor de afdeeling van den
Ned. Protestantenbond te Leeuwarden,
Sneek en Lemmer een lezing over de
toekomst van het Christendom. De
kerkbesturen doen alle moeite om de
traktementskwestie van Tjallebert op te
lossen. |
1881
|
14-12
november |
Dec.
Amerikalezing van T. G. te Gorredijk,
Huizum, St. Japik, Hoogeveen, Nijkerk,
Woudsend, Wier, Warga, Augustinusga,
Lippenhuizen, Lemmer. Tjerkgaast,
Beetsterzwaag, Holwerd, Oostermeer.
Verschenen bij S. Smeding te Leeuwarden:
Oan ’e sédyk, fen P. J. Troelstra. |
1888
|
26 juni |
Verschenen: Ph. Kooperberg, Geneesk.
Plaatsbeschrijving van Leeuwarden,
bekroond door het Utr. Genootschap.
Aanbesteed de torenreparatie te Opeinde.
Opstel in N.A. over het rooken en zouten
van visch te Harlingen en Lemmer, door
P. de Rook (ook 11 Juli). |
1893
|
20
december |
Brief
in N.A. van Fetze H. Speerstra te Midway
(Wisc.) en van Joh. Brouwer (uit Lemmer)
te Proctorsville Vermont. Verschenen:
Inventaris van het oud-archief der stad
Leeuwarden (1299—1844) door J. C.
Singels. |
1894
|
25
december |
Advendo te Winsum voert op bij J.
Vollema: Moat it sa? fen S. Valkema en
De foksejacht, fen T. Velstra. Opstel in
de Leeuw. Crt. van G. C. Dalman te
Lemmer over de oplossing der krisis in
Opsterland en W.Stellingwerf. Bij R. v.
d. Velde te Leeuwarden expositie van
aquarellen van G. Folkertsma, voorheen
te Batavia. |
|