Lemmer, een tamelijck vleck, neerich ende leeftochtich.

 

Christus fan Lemmer.

Het gezicht van een man of vrouw, verschijnend tussen bladeren. Een voorbeeld van dit type in Fryslân, is de steen die in de negentiende eeuw werd gevonden in de zeewering bij Lemmer: een gelaat omgeven met wijnranken. De betekenis zal zijn ‘Jezus als de wijnstok’. De steen wordt gedateerd in de twaalfde eeuw en komt mogelijk uit het Sint Odulfusklooster van Starum.
 

In het Fries museum bevindt zich een merkwaardige steen, die al ongeveer 1000 jaar oud moet zijn. Eigenlijk is het maar een fragment want het bovenste gedeelte van de steen ontbreekt, doch wat het belangrijkste is, is bespaard, n.l. de voorstelling van een Christusfiguur, In Denemarken is een soortgelijke steen gevonden, die volgens deskundigen uit dezelfde tijd dateert en die evenals de "Friese steen" een sterk Ierse invloed vertoont. Dit stuk zerk nu uit de aller oudste Christelijke periode is gevonden te Lemmer, toen men daar bezig was met herstelwerkzaamheden uit te voeren aan de Sluis. We mogen er een bewijs in zien, dat in de 10e eeuw in deze streken een nederzetting was en dat die Christus als Heer en Verlosser had leren kennen.
Overigens is omtrent de alleroudste tijd omtrent het vlek weinig bekend. Het lag niet in de terpenstreek en als havenplaats kwam het eerst later tot ontwikkeling, toen de Zuiderzee eenmaal was ontstaan.
In oude documenten wordt van Lenna of Limma gesproken en er wordt aangenomen, dat hiermee het tegenwoordige Lemmer is bedoeld. Die oorkonden dateren uit de 13e eeuw. Toen bestond het dorp zeer zeker al, want in deze tijd was er een kerk.

 

Facsimile van een fortificatiekaart van Lemmer in 1572-1574.

www.tresoar.nl

Een schans.

Lemmer heeft zijn aandeel gehad in de historie. De strijd met Holland, de oorlog tussen Karel van Gelre en Karel V, de 80-jarige oorlog, de strijd van1672, de Napoleontische oorlogen, zij alle hebben Lemmer ook niet onberoerd gelaten. Wanneer op school over 1421,1515, 1580,1672, 1747, 1787, 1799 en 1815 wordt verteld, dan kan de plaatselijke historie er steeds bijgehaald worden en kan de meester zeggen: De geschiedenis van die tijd raakt ook ons, de weg der historie ging ook door ons dorp. Het was in die dagen van de strijd tussen Friesland en Holland, dat Jan van Beieren, ook wel Jan zonder genade genoemd, de oom van onze bekende Jacoba, te Lemmer een schans bouwde. Dit was een bruggenhoofd, om op die wijze heel Friesland te kunnen veroveren.

Sommige Friezen waren met hem bevriend en gebruikten bij hun partijschappen de vreemdeling. Maar van een verovering van Friesland is het niet gekomen, want de vrijheidspartij wist reeds het volgende jaar de schans te verrassen, daarbij gebruik makend van het ijs. De schans werd verwoest en de Hollandse commandant en vele soldaten werden gedood.

Maar precies honderd jaar later werd er een nieuwe schans opgericht. Het was in de woelige dagen, dat de Gelderse hertog zijn strijd voerde, eerst tegen het Saksisch, later tegen 't Habsburgs gezag. Lemmer werd ook de dupe van deze oorlog tussen vreemde machten, die een onderdeel vormde van een Europees conflict tussen 'Karel V' enerzijds en de Geldersen, Fransen en Turken anderzijds. In 1516 werd het dorp door de Hollandse aanvoerder een zekere Graaf Felix, geheel verbrand.
Alleen de kerk bleef gespaard, zo vertellen de kronieken. Maar bij een volgende strooptocht of misschien door een andere oorzaak ging zelfs dit laatste gebouw kort daarop ook in vlammen op, zodat de kerkelijke goederen gedeeltelijk moesten worden verkocht, om het godshuis weer op te bouwen.

Geeft te kennen;  Claes Heynes, dat hij heeft gecocht een hoefd gras van de Patroen in de Lemmer bij consente der gemeente ende voechden, ende is opgeslaegen by de bernender kerse, want de Kerck verbrant was ende lach onder de voeten, ende de Gemeente was selve oeck verbrant. De Coep is geschiet op den kreckte prijs.
Geeft oock desgelijcks te kenne Sipke Holles, dat hij heeft gecocht van de Voechden in de Lemmer, bij consent der Gemeenten pondemaet im manieren ende oersaeek als yeren.
(Een hoefd en een pondemaat waren hetzelfde)

De Geldersen bouwden in 1521 opnieuw een sterke schans te Lemmer met brede grachten, maar twee jaar later was 'Karel V' heer en meester in Friesland en hij liet de sterkte door de inwoners slopen. Maar daarmee was Lemmer er nog niet vanaf, want in dezelfde eeuw werd een derde sterkte gebouwd door de landsheer, die in de dagen van de Watergeuzen bv. dienst deed om de Zuidkust van Friesland te beschermen, al kwamen de vrijbuiters dan in Gaasterland wel aan land en al had ook Staveren een blokhuis. In 1581 werd de Lemster schans met de steden Sloten en Kuinre echter door de Friese troepen op de Spanjaarden veroverd en kon de haven dienst doen als verbinding met Holland.

Vluchten voor vluchtelingen.

In het rampjaar viel Overijssel in zeer korte tijd in handen van de Munstersen. Steden en edelen daar schenen elkaar in lafheid te willen overtreffen. Nu lag ook Zuid-Friesland voor de vijand open en de bisschop zond troepen langs de Zeedijk naar Lemmer om deze basis  te veroveren. Maar toen de soldeniers van 'Bommen Berend' in de nabijheid van Lemmer kwamen, zagen ze daar een menigte van wagens op de dijk, alle van vluchtelingen uit de omgeving, die trachtten het lijf en hun voornaamste bezittingen te bergen. De Munsteren zagen echter deze vluchtelingen voor troepen aan, die kwamen om Lemmer te verdedigen en zij keerden in allerijl terug naar Overijssel.

Christoph Bernard von Galen, Bommen Berend.

Onrust in 1748.

Pachter-oproeren in heel het land. De gehate collecteurs, de pachters van de belastingen, moesten het overal ontgelden in Friesland, vooral de cherchers of opzichters bij de molens. Maar in Lemmer was nog een oorzaak voor woelingen. De haven lag zo vol schepen, dat er geen schip meer bij kon. De grietman Andringa, bepaalde nu op advies van de ontvanger Oldendorp, dat elk schip, dat meer dan 14 dagen in de haven bleef, voor iedere nacht 2 stuivers liggeld moest betalen, ten faveure van de kerk. De schippers waren obstinaat en op Hemelvaartsdag ontstond er een geweldige oploop. Een aantal malcontenten uit Groningen op weg naar de Prins in Den Haag, sloot zich bij de ontevredenen aan en nu zouden de huizen van Andringa, Oldendorp en de secretaris De Jong het ontgelden. "Maar eenige welmenende mannen uit de borgerye wisten dit onheil evenwel te voorkomen door te bewerken, dat de afschaffinge der liggelden belooft en de lastgeving ingetrokken werd" (Dagverhaal van Vegelin.)

'Doch de opzichterhuisjes bij de molen en de haven gingen er op die Hemelvaartsdag wel aan en de collecteboeken van de ontvangers werden naar de brandstapel verwezen, waardoor wellicht wel een half miljoen aan achterstallige imposten verloren is gegaan', zegt dezelfde schrijver.
Nog keerde de rust niet terug, want er ging een sterk gerucht, dat Andringa een schip vol "buspulver" aan de Franse vijanden te Duinkerken had geleverd en deze munitie als tabak had aangegeven. Er zouden bij Stroobos een groot aantal Groningers verzameld zijn, gereed om op te trekken en dit aan de Lemmer te wreken. Andringa ontkende dit ten stelligste en beweerde, dat hij slechts twee schepen in de vaart had, die beide naar de Oostzee gezonden waren en hij wekte een ieder op tot medelijden, zodat de burgers hem trouw beloofden en assistentie. Zelfs Oosterzee, zo gaat Vegelin voort, bood hulp aan, maar op conditie, dat ze niet kandidaat 'Cramer' als dominee. kregen maar Ds. Rost van Rottevalle. "De oude heer moest die saecke eerst na hun sin in orde brengen".

Of het een loos gerucht is, die bedreiging van Groningen uit? In elk geval is er geen aanval geweest en 'De Olde Heer' kon weer rustig slapen. Ze hadden bange dagen gehad, deze regenten van Lemmer en van de vrouw van secretaris de Jong, die alleen thuis was, lezen we dan ook - heel begrijpelijk - dat zij ten zeerste bekommerd was.

Bloei.

Deze Andringa, werd overigens zeer beroemd om zijn streven, om Lemmer vooruit te brengen. Hij heette Regnerus van Andringa en is in Lemmer geboren, waar zijn vader Tinco ook al grietman was. Zij waren uit het Oldeboornster geslacht. Regnerus werd in 1692 grietman en hij is in 1754 overleden.
Men sprak van hem als een zeer bekwaam staatsman, die deswege tot zeer gewichtige commissiën in en buiten het gewest werd gebruikt.

Maar ook Lemmer had zijn belangstelling. Hij zorgde voor geregelde veerschuiten en postwagens, waardoor zeer vele reizigers uit Friesland en Groningen hun weg naar Holland over Lemmer namen. Elke avond voer er een gemakkelijk en ruim schip naar Amsterdam, met een prachtige kajuit. Zo groot was de animo, om met deze veerschepen de reis te maken, dat de kajuit vaak al 3 of 4 weken vooruit was besproken. Het huis van de grietman stond ten westen van de sluis en het had een pracht uitzicht op de rede, waar het een gewemel was van gaande en komende schepen.

Nog groter werd de bloei onder de opvolger van Regnerus van Andringa, zijn familielid 'Daniel Livius de Kempenaer'.
Het was in de dagen van de zevenjarige oorlog, toen Nederland neutraal bleef en schatten verdiende aan de handel op de oorlogvoerende landen, speciaal op Frankrijk, al was het risico om door Engelse oorlogsschepen opgebracht te worden, groot en klaagden de kooplieden steen en been bij de gouvernante.
Zo staat in de Dorps en Stadskroniek vermeld, dat op 20 Maart 1760 in Lemmer maar even 31 zeeschepen gereed lagen voor vertrek. Het waren koffen, galjoten en andere schepen waarvan er ongeveer de helft bestemd waren om de gevaarlijke reis naar Frankrijk te ondernemen. Geen wonder, dat bij zulk een druk personen en goederenverkeer, het aantal herbergen groot was. We vonden vermeld als 't beste 'Het Herenlogement' en 'De Wildeman', maar ook worden genoemd "Het Posthuis'' en 'Het Rad van Avontuur'
Het schijnt, dat Lemmer vooral tot bloei is gekomen door de achteruitgang van de Kuinre, dat steeds minder goed bereikbaar werd voor schepen met enige diepgang.

 

De Schulpen in Lemmer, rechts het Grietmanhuis waar Regnerus van Andringa woonde, op de achtergrond 'De Wildeman'

 

Patriotten en prinsgezinden.

De troebelen in de tweede helft van de 18de eeuw, lieten ook Lemmer niet onberoerd. De Patriotten voerden er tijdelijk de boventoon en zo kon het gebeuren, dat Auke Harmens uit De Kompenije, werd veroordeeld tot 6 maanden tuchthuisstraf, omdat hij onder het zwaaien van zijn hoed, staande voor het huis van de Kempenaar in de Lemmer had geroepen "Oranje Boven, die er wat van hebben wil, kan er wat van Halen!" dit aan het Havenhoofd bij het Statenjagt herhalende.

Toen Friesland in 1787 uiteenviel in een Oranjegezind en een Patriottisch deel met twee Staten-vergaderingen, een te Leeuwarden en een te Franeker, zond de laatste regering, die Patriottisch was, Bernardus Jelgerhuis, met een bende naar Lemmer die deze stad bezette.   Verzameling van placaaten, resolutien en andere authentyke stukken ... -

Luitenant Albertus Lyclama à Nijeholt toog op bevel van Jelgerhuis, voorts op met een legermacht naar Sloten, dat hij zonder enig verzet binnendrong.
Hij eiste de 11 kanonnen op de wallen en de aanwezige munitie op. De burgemeester en de secretaris weigerden de krijgsmaterialen af te staan en zij riepen de Vroedschap bijeen, die geheel aan hun zijde stond. Lyclama à Nijeholt zeide, dat hij dan de zaak met geweld zou nemen, ook al zou geen zijner mannen levend in Lemmer terugkeren.
Van verzet schijnt geen sprake geweest te zijn. Het bleef bij protesteren en de luitenant keerde naar Lemmer terug met zijn buit, het arme stedeke Sloten zonder enig verweer latende. De ontvanger van de belastingen te Lemmer, C. Witteveen, moest zijn kas aan de heren patriotten afstaan en deze bevatte 2938 guldens en 5 stuivers.

Cornelis Witteveen was ontvanger in Lemsterland. In de Stads en Dorpskroniek van G.A. Wumkes wordt op 28 april 1788 melding gemaakt van het voorval in Lemmer op 13 september 1787, toen luitenant Albartus Lycklama à Nijeholt, samen met Bernardus Jelgerhuis, van het opstandig vrijcorps te Franeker, naar Lemmer optrok en bezette. Vervolgens gingen ze naar Sloten, waar ze de bruggen ophaalden, de poorten sloten en 11 kanonnen vorderden. Deze kanonnen werden naar Lemmer gebracht. Daar vorderden ze op 25 september van ontvanger Witteveen een bedrag van 2.938 car.gulden. Gerken was militair in Sloten en Witteveen was ontvanger te Lemmer. Samen zullen ze benauwde dagen hebben meegemaakt.

 

 

Door Bert de Boer.

Gebeurtenissen in1787 enz voorgevallen (213)

No. 665. Sententie door het Hof van Friesland uitgesproken tegens Pieter Wolters. In dato den 12 July 1788.

Alzo den Hove van Friesland, uit de Confessie van Pieter Wolters, op 't Vliet onder Leeuwarden, tegenwoordig Gevangen, en andersints uit de Proceduures genoegzaam gebleeken is. -Dat de Gevangen in de maand September 1787, zich naar Franeker heeft begeeven. -Dat de Gevangen van daar, nevens een Detachement Vry-Corporisten onder Commando van Bernardus Jelgerhuis is vertrokken, en op den 13 September 1787, op den Lemmer is gekomen. -Dat de gevangen op den 25 September 1787 met eenige Manschap alle gewapend, onder zyn Commando is gekomen ten Huize van Cornelis Witteveen, Collecteur van de Vyf Specien in de Lemmer.

-Dat de gevangen aan gedagten Collecteur heeft vertoond een schriftelyke last, of procuratie van de pretente Staaten te Franeker vergaderd, inhoudende een last, om op te haalen en te ontfangen de Landspenningen van de Ontfangers en Collecteurs in deeze Provincie. - Dat Cornelis Witteveen na eenige woordenwisseling, verzogt heeft uistel om eerst over deeze zaak met hun Commandant Jelgerhuis te spreeken. -Als mede om de Byzitters Cornelis Sleeswijk en Poppe Jans Poppes by hem te verzoeken om te overleggen, wat hem in deeze qualiteit als Collecteur te doen stond. -Dat de gevangen dat verzoek heeft toegestaan. -Dat de gevangen met zyne gewapende Manschap toen in het Huis van gedagte Witteveen is gebleeven.

-Dat gedagte Byzitters toen aan het Huis van WITTEVEEN zyn gekomen. -Dat CORNELIS WITTEVEEN zich toen naar JELGERHUIS heeft begeeven. -Dat intuschen de Gevangen met zyne gewapende Manschappen ten Huize van Cornelis WITTEVEEN post heeft gehouden. -Dat daar op A. LYCKLAMA NYEHOLT, Luitenant onder de gewapende, ten Huize van gedagte WITTEVEEN is gekomen. -Dat LYCKLAMA toen gezegt heeft dat WITTEVEEN alle landspenningen die hy hadde, aan hunlieden moeste overgeeven, en dat hy aan hun veilig konde betaalen onder quitantie. -Dat CORNELIS WITTEVEEN daar op voornoemde Byzitters om raad heeft gevraagt. -dat de Gevangen en voornoemde Lycklama toen gedagte Cornelis WITTEVEEN hebben afgedwongen de somma van twee duizend negen honderd agt-en-dertig Caroly Guldens en zes stuivers, op de Specien, ingaande den 1 May 1786. -Dat WITTEVEEN dat geld op de tafel heeft gezet. -Dat de gevangen en LYCKLAMA beide dat geld toen van de Tafel hebben genoomen.

-Dat LYCKLAMA toen daar van een Geblyk of Quitantie tot voornoemde Somma aan CORNELIS WITTEVEEN heeft gepasseerd. -Dat de Gevangen en LYCKLAMA toen dit geld in hun magt hebbende, met de gewapende Mansschap van daar zyn gemarcheerd. -dat de Gevangen ook met eenige gewapende Manschap op dien zelvden 25 September 1787 is gekomen te Huizen van Jan KLEINHOUWER, administreerende de Haven Collectens in de Lemmer. -Dat de Gevangen van daar gegaan zynde, naar verloop van een uur, geduurende welke tyd eenige gewapende Manschappen voor dat Huis waren gelaaten, werderom aan het zelvde Huis met nog iemant, en de Officier van de Wagt is gekomen. -Dat gedagte KLEINHOUWER toen aan hun gezegt heeft, dat hy volsterkt weigerde deeze betaalinge aan hun te doen. -Dat de Byzitter SLEESWYK daar bij de prefent zynde, ook verklaarde, daar toe geen permissie te geeven.

-Dat de Gevangen daar op heeft geantwoord: dat zulks ook evenveel was, dat zy het geld dan zouden neemen. -Dat de Gevangen ook met die daad toen de Collectpenningen heeft genoomen ter somma van negen honderd en dertig Caroli Gulden en twaalf stuivers. -Dat LIEUWE ROCHUS als commandandeerende Officier van de Wagt, op dien tyd daar van tot voornoemde somma aan JAN KLEINHOUWER Quitantie heeft gepasfeerd. -Dat de Gevangen en gedagte Persoonen daar op met de gewapende Manschap en voornoemde geld van daar zijn gemarcheerd, dat de Gevangen insgelyks op dien zelvden dag, met agt gewapende Vry-Corporisten, onder Commando van LIEUWE ROCHUS, is gekomen in het huis van IDE VAN DER SWEEP, Colecteur van het Passagie-geld in de Lemmer. -Dat de Gevangen met LIEUWE ROCHUS, de Collect-penningen van gedagte Collecteurs uit naam van de pretense Staaten te Franeker geëischt heeft.

-Dat IDE VAN DER SWEEP eenigen tyd geweigerd heeft, de Collect-penningen aan hun te overhandigen. -Dat de Gevangen en gedagte LIEUWE ROCHUS toen gedreigd hebben, alles als dan aan stukken te zullen slaan. -Dat IDE VAN DER SWEEP alzo gedwongen, eindelyk agt honderd en negen Caroli Guldens en negentien stuivers, aan den Gevangenen en LIEUWE ROCHUS heeft overhandigt, van het ontfangene passagie-geld. May 1787 ingegaan. -Dat LIEUWE ROCHUS als commandeerende Officier daar van op last van gedagte pretense Staaten Quitantie heeft gepasfeerd. -Dat de Gevangen en gedagte Gewapenden, daar op met het landsgeld van daar zyn gemarcheerd.

Al het welke zynde zaaken van zeer kwaaden gevolge, en daarom anderen ten exempel niet behooren te blyven ongestraft. -Zo is 't, dat het voorschreeven Hof op alles rypelyk gelet en geconfideerd hebbende, het geen men in deezen behoorde te confidereeren, in den naam ende van wegens de Heerlykheid des Landschappe van Friesland, den voornoemden Gevangen heeft gecondemneerd, en condemneerd hem by deezen, om by den Scherprechter op het schavot geleid, aldaar wel strengelyk gegeesseld, gebrandteekend, en daar na door de Dienaaren van de Justitie te worden gebragt in het Landschaps Tugt en Werkhuis om aldaar te werken den tyd van zeven jaaren. -En verklaard den Klager tot zyn verdere genoomen Eisch en Conclusie niet ontfangbaar.

Actum den 12 jyli 1788.

Ter Ordonnatie van den Hove.

(was get.)                                                        J. Faber.

Niet alleen Cornelis Witteveen Collecteur van de Vyf Specien in de Lemmer wed gedwongen geld af te staan, ook Jan Kleinhouwer, administreerende de Haven Collectes in de Lemmer en ook Ide van der Sweep, Collecteur van het Passagie-geld in de Lemmer (tolgaarder brugwachter) werden gedwongen hun opbrengsten af te staan.

 

 

 De oude Sluis van Lemmer: Brugwachter en winkelier-koopman Ide van der Sweep, woonde in een huis aan de huidige Oude Sluis. Het staat achter het middelste van de drie afgebeelde schepen. Later is hier een ander huis gebouwd voor de brugwachters.

 

-Maar lang duurde het bewind van de patriotten niet, want de Pruisen kwamen het land binnen en we hebben het allemaal op school geleerd, de Patriotten vonden hun bloed te kostbaar om het te offeren en zij maakten hun uit de benen.
De leiders uit Lemmer, vluchtten ook naar Frankrijk, om daar gunstiger tijd af te wachten. Lycklama heeft later de goede kant gekozen en heeft bij Waterloo dapper gestreden aan de Nederlandse kant.
Toch schijnt een deel van de bevolking te Lemmer nogal sterk Patriottisch gezind geweest te zijn, ook toen in 1787 de 'kezen' hun macht verloren, want we lezen bij Hepkema, dat toen in 1788 een jacht van de heer Torck van Rosendaal, in de haven arriveerde, deze mijnheer van Rosendaal de vraag stelde, of er nog patriotten waren in Lemmer. Het antwoord luidde bevestigend en toen zei de pas aangekomene "Waarom verzuipen jullie ze dan niet?"

Hierop ontstond een grote bewogenheid onder het volk op de wal en het leidde zelfs tot een klacht bij het Hof te Leeuwarden, 'wegens het gebruik van zeer sterke uitdrukkingen'. Het Hof ging echter niet op de zaak in. De prinsgezinden konden in 1788 loslippiger zijn dan de patriotten.
Maar 1795 bracht opnieuw verandering. Nu werd Oranje de onderliggende partij en de kreet 'Oranje Boven' werd weer strafbaar. Lemmer zou nog eens het toneel van strijd worden.

 

Links de Kortestreek en rechts de Langestreek te Lemmer, op de voorgrond links een helling. 

 

NAPOLEON EXIT!

Ontmenschte, Wreede Bonaparte
Thans is uw heerschzucht, uw geweld
Waaronder wij allen moesten zuchten
Ten eenemaal ter neer geveld.
Gij hebt ons lang genoeg geteisterd
Tyran! hoe hebt gij ons verdrukt!
Wie is er, die de bitt're vruchten
Niet van uw overheersching plukt.

Dit zijn een paar coupletten uit het bevrijdingslied van 1813, geschreven door Mej. Eelkje Poppes, te Lemmer, met een inleidende lofzang van de in dit artikel genoemde Robidée van der Aa, schout en secretaris van Lemmer.
Twee jaar na de verschijning van die lofzangen zijn de 'dichter en de dichteres' met elkaar gehuwd.

 

We komen hier terug in een tijd dat de havenwerken nog niet aangelegd waren en de Markt niet doorgegraven was. Het enige dat nog herkenbaar is, is het huis in het midden. Dat moet wel het tegenwoordige Hoekje zijn. Rechts daarvan zijn wat daken te zien; daar zou de boerderij bij kunnen zijn waar 'Zwarthoed' voorheen zijn hang in had. Helemaal rechts zien we de 'grote lantaarn', die we moeten zien als de toenmalige vuurtoren. De weg daarheen was van hout. We zien hier een schip liggen op de plaats waar later de Rien, met de haven verbonden werd. De huizen links daarvan, werden met die doorbraak afgebroken.

Stavo - Jupiter

Friso, den Eertsvader der Friesen
heeft ter eeren van Jupiter-Stavo,
de stad Stavoren, ende in d'selve
een schoone heerlijkcke Kerck gebout.
Het schijnt dat de naem gekomen
is van het Griekse stao,
d.,i. ick blyve staen.
Het wapen van Friso, gelyck Cappidus
verhaelt, is gheweest: seven
roode pompebladeren, ghestelt in
drie silveren balcken, schaen ghetrokken
door een blauw velt.

Uit het Tableau van Hamconius.

 

Zuiderzee -11 okt 1799.

De Engelse invasie.

1799: De Engelsen en Russen vallen Noord-Holland binnen. Slagen bij Bergen en Castricum.
Zo hebben we het vroeger uit onze jaartallen boekjes geleerd. Maar dat de Engelsen ook in Friesland zijn geweest, dat was de moeite niet waard, om te vertellen. Tenslotte kregen we Hollandse geschiedenis, want die was alleen van betekenis.

Napoleon was naar Egypte en de Engelsen wisten Rusland en Oostenrijk te bewegen om deze unieke kans waar te nemen, een nieuwe aanval op Frankrijk te doen en zijn oppermacht te breken. De 2e coalitie oorlog brak uit, die hoofdzakelijk in Duitsland en Italië is uitgevochten. Maar een invasie in de Bataafse republiek was ook in de plannen opgenomen. De Erfprins, de latere Koning Willem I, kwam met de Engelsen en Russen mee, maar bedierf de zaak door een onhandige proclamatie.
De vloot van de Republiek gaf zich zonder meer over aan de Engelsen, want de matrozen wilden niet vechten tegen Oranje. Den Helder viel in handen van de geallieerden en vandaar trokken ze Noord-Holland binnen. Maar een kleine invasievloot stevende ook de Zuiderzee over en verscheen de 27ste September voor Lemmer, dat door Luitenant van Grutten werd verdedigd. De Engelse commandant liet Lemmer opeisen:

"Het is vruchteloos, dat gij van uw zijde enige weerstand biedt. Ik sta u 1 uur toe, om de vrouwen en kinderen te doen vertrekken, en zo gij binnen die tijd de plaats niet overgeeft aan de Engelse wapenen ten behoeve van de Prins van Oranje, dan zullen uw onderhebbende manschappen onder de puinhopen bedolven worden"

Van Grutten vroeg 24 uur uitstel, maar dit werd geweigerd. Binnen een half uur moest de prinsenvlag van de toren waaien, was nu de eis. Een aanval bleef echter nog uit door het lage water, maar de 29ste begon het bombardement en Van Grutten trok af, tegen de zin van zijn manschappen die bleven doorvuren. Maar nu kwamen in Lemmer de burgers in beweging, vooral de Oranjegezinden.

Zij eisten de overgave en van de verwarring die nu ontstond, maakten de Engelsen gebruik om te landen. De bezetting vluchtte en de aanhangers van de Prins werden door de Engelsen bewapend.
Zij richtten een batterij op bij Tacozijl en ook een bij de Follegaster brug, terwijl op het Tjeukemeer werd gepatrouilleerd met sloepen.
In allerijl werden door Brune en de commandant van Overijssel troepen gezonden.
Van Kuinre uit werden pogingen gedaan, om Lemmer te heroveren. Op 11 Oktober had een heftig gevecht plaats tussen de Engelsen en de 400 man, die van Joure uit, waren opgetrokken met enige veldstukken. De 24 Engelse kanonnen schoten aller-heftigst en de aanval liep dood.

Een nieuwe aanval werd voorbereid, maar plotseling ontruimden de Engelsen Zuid-Friesland. In Noord-Holland was het misgelopen door de slagen bij Bergen en Castricum en tussen de Franse en Engelse aanvoerders kwam, een verdrag tot stand, waarbij de laatste beloofden het gebied van de Bataafse Republiek te zullen ontruimen. Zo was de Oranjeheerschappij in Lemmer en omgeving van korte duur. De Engelsen namen zoveel mogelijk mee, 20 geladen vaartuigen vertrokken naar Texel. Ook verschillende prinsgezinden gingen aan boord, niet zonder reden bevreesd voor de wraak van de patriotten, van wie verschillende huizen geplunderd waren. Toch werden er nog 146 personen uit Lemmer en omgeving gevangen genomen en naar Leeuwarden getransporteerd, beschuldigd van samenwerking met de vijand de meesten werden echter na enkele dagen weer vrijgelaten, omdat zij konden aantonen dat de hulp niet vrijwillig was geschied.

Poppe Jans Poppes

 

Een Engelsch Koolschip voor de haven van de Lemmer.
 

Toch Oranje boven.

De Franse tijd was ook voor Lemmer een periode van verval. Met de scheepvaart op de Noordzee was het gedaan. Alleen de visserij op de Zuiderzee was nog een belangrijke bron van inkomsten, temeer daar de Noordzee praktisch voor onze vissers gesloten was. In 1813 kwam echter de kentering.

Honderden Fransen, ambtenaren met hun gezinnen, kwamen in Harlingen en Lemmer en betaalden soms hele kapitalen om naar Holland te worden overgezet.
De Oranjevlag verscheen weer op de toren en de 6e april 1814 was er groot feest in Lemmer, het bevrijdingsfeest. De klokken luidden en de vlaggen werden uitgestoken. Op plechtige wijze werd de nieuwe constitutie afgekondigd, waarbij de soevereiniteit werd opgedragen aan de Erfprins. Napoleon keerde echter terug, en uit Lemmer trokken ook 5 vrijwilligers op die aan de slag bij Waterloo deelnamen.
Zij keerden allen behouden terug en werden ingehaald door pijpers en tamboers, terwijl 30 meisjes hen met bloemen bestrooiden. Mr. A. J. Andreae en Mr. Robidée van der Aa, hielden deftige toespraken tot de helden.


De Hervormde Kerk.

Evenals in zovele plaatsen in Friesland was de geestelijkheid van Lemmer in de 16de eeuw ook niet van ketterse smetten vrij. Toen Alva in 1567 kwam, moest de vicaris Johannes Lemmarius, de vlucht nemen. De eerste predikant, die de gemeenten van Lemmer, Follega en Eesterga, bediende was Lambertus Lemink die omstreeks 1590 zijn dienstwerk te Eesterga aanvaardde. Het schijnt dat Eesterga toen nog de belangrijkste plaats was, want de dominee woonde daar en is er in 1620 ook overleden. Hij wordt ook de dominee van Eesterga genoemd. Later zijn de kerken van Eesterga en Follega verdwenen. Er is nu alleen maar een begraafplaats met een klokhuis. Ook Ds. Daversma woonde en stierf in Eesterga (1665), maar na zijn dood werd Lemmer de residentie van de predikanten. Het is niet de bedoeling alle herders van Lemmer c,s. op te noemen, maar een enkele mag zeker vermeld worden, vanwege zijn langdurige dienst. Zo Hermannus Phocilides, die eerst 8 jaar te Oosterzee stond, en daarna nog 42 jaar te Lemmer. Hij deed zijn intree nog in de oude kerk met als tekst Collo 4 : 3 en 4, maar reeds het volgende jaar mocht hij de nieuwe kerk inwijden met een feestpreek over Jesaja 2 : 3. De 7de November 1757 preekte hij zijn afscheid met als tekst de zegenbede uit 2 Cor. 13. Acht jaar later overleed hij in Lemmer op zeer hoge leeftijd.
Zijn opvolger Ds Georgius van Bleiswijk, hield het ook 42 jaar in Lemmer uit n.l. van 1758-1800. Joh. Lorgion diende de 3 gemeenten van 1805-1821, hij overleed op 49-jarige leeftijd en ligt met zijn echtgenote Jacoba Diest, te Eesterga begraven. Hun zoon Evert, die de naam van vader en moeder droeg, Diest Lorgion, was later professor te Groningen.
Hij schreef een bekend werk over de geschiedenis van de hervormde Kerk in Friesland.

 

Groen van Prinsterer.

Scholen.

140 jaar geleden werd de school te Lemmer al door 350 leerlingen bezocht, of liever de scholen. Want er was een jongens en een meisje,school, bevolkt met respectievelijk 190 en 160 kinderen. Later kwam er een Mulo bij, want reeds in 1867 werd voor deze inrichting een hoofd gevraagd.

Deze drie inrichtingen waren alle openbaar neutraal. Maar ook Lemmer kreeg zijn christelijke school. Ruim 144 jaar geleden had de oprichting van de schoolvereniging plaats, n.l 22 Juli 1863. Nog hetzelfde jaar werden de statuten goedgekeurd en kon men aan de slag gaan.
Het eerste bestuur bestond uit de heren L. H. van Noord, voorzitter; H. E. van Loon tweede voorzitter; D. S. van Veen, secretaris en H. W. Brandsma, penningmeester.
Geld werd verzameld en verschillende broeders werden aangeslagen voor een bepaald bedrag. Behalve deze 4 pioniers moeten ook genoemd worden W. M. Kleinhouwer, A. van der Sluis, W. Poppe, H. Willemsen, J. Kokma, P. Cnossen A. A. Riemersma en B. A. van der Veen, die in de eerste jaren verschillende functies hebben vervuld.
Ook Ds. Hulsebos, en Ds. Talma zijn voorzitter van de vereniging geweest.
Opmerkelijk is, wat mij in Lemmer verteld werd van A. A. Riemersma, dat hij niet zo heel geschikt was voor een bestuursfunctie, maar hij kon bidden! En dat was heel belangrijk in de dagen, dat het stichten van een Christelijke school nog een zaak van het geloof was.

De 16de Augustus 1865 kon de school worden ingewijd en het eerste hoofd, M. J. Albracht van Uithuizen, geïnstalleerd.
Uit de notulen blijkt met hoeveel zorg het beroepen van de meester geschiedde. Men won eerst rechts en links informaties in en zonder uitzondering werd Meester Albracht, geprezen om zijn bekwaamheid en zijn Christelijke levenswandel.
Ds. Vos, hield de feestrede. De kansel werd daartoe welwillend door Ds. Middelveld, afgestaan. Men krijgt de indruk, dat deze oude dominee zelf buiten de de actie stond in tegenstelling met zijn opvolgers.
Uitgenodigd werden o.a. Groen van Prinsterer, van Emmerik, de agent van C.N.O. en de predikanten Ds, Ploos van Amstel, Ds. Enderlee, Ds. Bekking, Ds. Guldenarm en Ds. Ynsonides. Ook de bekende Schoonhoven van Workum, kreeg een speciale uitnodiging. Behalve de twee eersten waren het allen mannen van het Frysk Réveil,
It Fryske Réveil yn portretten (1911) die alleen in het mooie boek van Wumkes voorkomen, mannen die uit ons gewest een vooraanstaande positie innamen, zowel wat de uitbreiding van het evangelie als het christelijk onderwijs betreft. Of ze allen aanwezig geweest zijn weet ik niet, maar de notulen vermeldden wel, dat de opening een prachtig getuigenis was.

Van de opvolgers van Meester Albracht moeten speciaal genoemd worden A. B. H. Funcke en S.T. van der Kooi, die lang het Christelijk onderwijs in Lemmer hebben gediend en onder wie de school tot grote bloei kwam. En niet minder verdiend is het noemen van de naam van Marten Folkert de Vries, die de laatste halve eeuw voor de school van grote betekenis is geweest en die ook op kerkelijk en politiek terrein een belangrijke plaats heeft ingenomen, een man van grote ijver en trouw. Hij is overleden op hoge ouderdom.
 

Daar doet zich Friesland op en Lemmer door de slaagen
Van 't alverteerend vuur en doodsche waternood
Weleer te streng bezocht, nu lieflijk in den schoot
Der vreê, gekoesterd en beveiligd voor de vlaagen
Der krijgsorkanen

(Willink in 1720 bij zijn aankomst met de Lemster beurtman)

 

Lemster beurtschip.

 

Door de doleantie raakte de school in handen van de Gereformeerden, maar vooral door de samenwerking van Ds. Zoete en Ds. de Geus, werd later het contact hersteld. Later is deze Christelijke Nationale school gemengd zowel wat het bestuur als het personeel betreft.
In 1892 werd een nieuw schoolgebouw geopend, dat in 1912 werd verbouwd. In 1922 was nieuwbouw weer noodzakelijk en verrees er een flinke school met 7 lokalen. In 1951 moesten er weer twee worden bijgebouwd, later was er al weer ruimtetekort en zullen opnieuw 2 lokalen worden gebouwd. Het hoofd, de heer Boiten, heeft met 10 onderwijzers en onderwijzeressen de zorg voor 366 leerlingen. Eén van de klassen is speciaal voor de schipperskinderen. Ik mocht een pracht project zien van Lemmer, dat behandeld wordt in de klas V.G.L.O. een voorbeeld dat navolging mogen vinden. Op die wijze leren de kinderen de eigen woonplaats grondig kennen. In het oude gebouw is de Chr. U.L.O. school gevestigd, waarvan de heer Dalstra, hoofd was. Deze school die waarschijnlijk binnenkort ook een nieuw gebouw krijgt telt een 80 leerlingen.

Er is verder een Openbare Lagere school met 275 leerlingen, een Openbare U.L.O. met een 70 leerlingen, terwijl de Rooms Katholieke lagere school door ruim 80 leerlingen wordt bezocht. De polder heeft de groei van alle soorten onderwijs bevorderd.

 

De eerste school in Lemmer, werd op feestelijke wijze geopend, door een boompje te planten.
 

Economisch leven.


Ruim 100 Jaar geleden stonden er in Lemmer 464 huizen en had het vlek een bevolking van 2620 personen, groot en klein. Daarvan waren 2220 Hervormd en 310 Rooms Katholiek.
In diezelfde statistiek wordt verteld, dat er waren 2 werven, 1 lijnbaan, 1 houtzaagmolen, 1 leerlooierij, 3 bokkingdrogerijen en een pronkstuk van een korenmolen. Deze laatste is later een pakhuis van de C.A.F geworden, dat wil zeggen het onderstuk, want de wieken draaien niet meer lustig rond. Er zijn ook een paar aardewerkfabrieken geweest, 'De Goede Verwachting' en 'De Hoop', respectievelijk op het Turfland en de Lange Streek. Zij werden in de 1800 gezamenlijk verkocht voor f 5140.

De scheepsbouw betekend niet veel meer. Wel zijn er nog bedrijven voor scheepsbenodigdheden, zeilen en netten, benevens visrokerijen. De aardappelsorteerderij is aan de Noordoostpolder te danken. Voorts is er een kisten en vatenfabriek, die aan een 100 mensen werk en brood gaf, terwijl ook de Basaltmaatschappij er een bedrijf heeft. De visserij is sterk achteruit gegaan.
Uit het project van de heer Boiten bleek me, dat voor de afsluiting van de Zuiderzee dit bedrijf jaarlijks ongeveer 216.000 gulden opbracht, terwijl na de afsluiting het bedrag tot 76.000 gulden daalde. Het karakter veranderde ook natuurlijk. Was het vroeger speciaal de ansjovis en de Zuiderzeeharing, nu zijn het vooral de paling en snoekbaars, die gevangen worden. Men heeft in de dagbladen kunnen lezen, dat in dat jaar de vangst bijster slecht is geweest. In 1949 waren er nog 59 vissersschepen, maar dit aantal is sedertdien nog teruggelopen.

Van de markt, die eerst op Donderdag, later op Maandag werd gehouden, is natuurlijk ook weinig of niets overgebleven. De polder heeft voor sommige bedrijven betekenis gehad. Verschillende middenstanders voor zover de landdrost ze toelaat in de polder doen zaken in dit gebied, maar zodra er meer winkels in de nieuwe dorpen komen,  zal het moeilijk worden, om nog te leveren.
Het personenverkeer langs Lemmer is door de spoortreinen ook verminderd. In de19de eeuw kwam er nog een tijd van opleving. Op 1 Juni 1828 werd de eerste stoombootdienst op Amsterdam ingesteld met het stoomschip 'De IJssel'. In 1862 lezen we alweer van een nieuwe stoomboot, 'De Stad Sneek'en in 1868 van een nieuwe dienst per stoomboot van J. S. Lemstra. De diligences gaven aansluiting op deze boten, b.v. die van A. Reitsma, met 12 zitplaatsen.

De bestrating van de weg Lemmer-Sneek in 1843 en het aanleggen van een kunstweg van Lemmer naar Donkerbroek, brachten ook verbetering in het verkeer. Tenslotte kwam er omstreeks 1900 de stoomtram, die voor die tijd een pracht verbinding gaf, met een groot deel van Friesland en met Groningen. De bus heeft de tram echter weggedrukt. Nog werd in de zomermaanden door vakantiegangers veel gebruik gemaakt van de nachtboot. Vooral zij, die met fiets en veel bagage reizen en voor een koopje willen oversteken, maken gebruik van deze gelegenheid.
Maar Lemmer is niet meer wat het was in vroeger dagen: een belangrijk station voor het verkeer met Holland. De haastige mensen van tegenwoordig (toen ook al) gaan met de elektrische trein of met de bus en auto over de afsluitdijk.
De scheepvaart is overigens door de verbeterde kanalen voor Lemmer van betekenis gebleven en kan dat nog meer worden.
Tenslotte: de grond om Lemmer behalve dan in de polder wordt voor weiland gebruikt. Er zijn flinke boerderijen. Uit het feit, dat er vroeger maar 17 stemmen werden uitgebracht,  blijkt echter wel dat de dorpsgerechtigheid niet groot was.

Rampen.

Lemmer heeft ook zijn aandeel gehad in de rampen die Nederland door storm en zeewater hebben getroffen. Zo heerste er in 1703 een ware orkaan, die grote schade aanrichtte, evenals in 1775. De wormplaag, die de zeeweringen aantastte, veroorzaakte ook in Lemmer grote ongerustheid. Overal werden omstreeks 1732 bidstonden gehouden vanwege deze plaag. Er verschenen zelfs gedrukte preken naar aanleiding van deze bezoeking.

Enige weken voor de watervloed van februari 1825, was de Lemmer al met een doorbraak bedreigd, even buiten het dorp waar de zaagmolen stond, alleen een onvermoeide arbeid bevrijdde toen de plaats van een overstroming. In de nacht van 4 februari was het water, voordat de doorbraken in de nabijheid van de Lemmer plaats hadden, hier tot de ontzettende hoogte van zeven voet boven peil geklommen, dus ruim zeven duim hoger dan in het jaar 1776, zodat het water op den Nieuwedijk, de Hoofden, de Schans en op de Schulpen (het hoogste gedeelte van Lemmer) tot aan de vensterramen stond, en men met schuitjes door de straten voer.

 

De Schulpen, te Lemmer.

 

De voornaamste doorbraken ten oosten van de Lemmer, hadden plaats in de middag, ongeveer om twaalf uur. Vandaar tot aan Schoterzijl, telde men niet minder dan dertien gaten, waaronder twee doorlopende, het ene ter wijdte van 100 en ter diepte van 8 ell., en het andere ter wijdte van 20 en ter diepte van 4 ell. Terwijl hierbij kolken van meer dan 30 voet diepten scheurden.

Ten westen van Lemmer bezweek de zeedijk ook, in de namiddag van diezelfde dag om drie uur, op ongeveer tien minuten afstand, maar deze doorbraak was van minder belang. Omstreeks acht uur in den avond kwam het water op de Nieuwburen, en in de morgen stond het ruim 1 ell. op de straat, zodat alle huizen aldaar tot op die hoogte in het water stonden. Het water stond in een huis op het hoogste gedeelte van de zeedijk 3 palm, en op het laagste gedeelte van Lemmer wel 1 1/2 ell. hoog.

Men heeft opgemerkt, dat het water in het eerst ieder uur 3 palm rees. Ten gevolge hiervan vluchtten vele bewoners naar de hogere verdiepingen en zolders van hun huizen, anderen verlieten hun woningen om hoger liggende plekken op te zoeken, terwijl nog anderen met schepen door de vensters gehaald en in veiligheid gebracht werden. De schade op de dag van de 4e februari, zowel aan de publieke werken, als particulier eigendommen toegebracht was aanmerkelijk. Het havenhoofd werd zodanig geteisterd, dat een menigte palen in en door de huizen daarnaast staand wegspoelden. Men vreesde dat de zeedijk aan het einde van de straat, genaamd de Nieuwedijk, bij de Pottebakkersteeg, op hetzelfde ogenblik zou bezwijken, omdat de doorbraken in de nabijheid plaats hadden, was men echter gelukkig genoeg dit te voorkomen en zo de Lemmer voor een gewisse ondergang te redden.

De meeste huizen op den Nieuwedijk waren van achteren ingeslagen, en daardoor waren vele goederen omdat er geen tijd meer voor was om die in veiligheid te brengen weggespoeld. Aan de binnenzijde van die dijk waren de meeste achtergevels van de  huizen ingestort, achter de herberg 'De Wildeman' werd de zeewering, die in het voorgaande jaar net nieuw gemaakt was geheel weggeslagen, waardoor dit logement in het grootste gevaar verkeerde, bijna aan de open zee blootgesteld. De ontsteltenis die daar heerste is niet te beschrijven, daar het vol mensen was, die uit hun huizen gevlucht waren. Hoewel het zeer veel leed bleef het gelukkig behouden. Maar van de daarnaast gelegen huizen en gebouwen was niets meer aanwezig.

In de Schans spoelde een schuur geheel weg, daarnaast verschillende hokken en achterhuizen, waarvan de standplaats niet meer te herkennen was. Er is gerekend dat er wel 50 huizen onbewoonbaar waren geworden, regenbakken en putten stortten in, en in de kerk stond het water 2 palm. hoog. Hierdoor zijn verschillende graven ingestort en zerken tegen elkander opgespoeld, zodat de kerk voor dat ogenblik onbruikbaar was. Hoe groot ook het verlies en de schade aan goederen zijn kwam geen mens gelukkig hierbij om het leven.

De Lemmer was de verzamelplaats van vele slachtoffers uit de omliggende dorpen. In de nacht  tussen de 4e en 5e februari, kwamen er schuiten, boten en pramen aan met de slachtoffers die alles verloren hadden, onder deze bevond zich een vrouw de dezelfde nacht onder de blote hemel bevallen was. Er werden van de Lemmer overal schepen ter redding uitgezonden naar de naburige plaatsen. De stallen om de haven stonden vol vee en dat wat niet geborgen kon worden, moest op de markt in de open lucht blijven. Zo hebben daar in den nacht tussen den 5e en 6e februari wel veertig koeien en enige paarden gestaan, die aan een boer dichtbij de Lemmer woonachtig toebehoorden.

(span = 3 palm = 9 inch; hand = 4/3 palm = 4 inch)

)Meetinstrumenten: 1 foot, 1 ell, 1 step, 1 m (1987), 1 x 1 foot, 1 x 1 ell, 1 x 1 m (1991) en 1/8 x 1/8 x 1/8 ell, 1/16 x 1/16 x 1/16 ell, 1/32 x 1/32 x 1/32 ell (1994).

In 1825 bij de bekende watervloed de laatste die Friesland teisterde brak de zeedijk op vier plaatsen bij Lemmer door. Het water stond twee palm hoog in de kerk en een meter in het dorp. In de omgeving werden vele huizen verwoest en verdronken enkele bewoners. Het water is wel meer hoog geweest, zoals een merk aangeeft in de drogisterij van Boonstra. Dat merk geeft aan hoe hoog het peil de 15e Oktober 1881 was.
Ook scheepsrampen kwamen voor, zoals de 19e Augustus 1891 toen een zeilbootje met 11 personen In de Rijn omsloeg en vier inzittenden verdronken. Het waren turfschippers uit Zwartsluis, die twee schepen van het Tjeukemeer naar Lemmer hadden getrokken en nu twee andere zouden ophalen, die nog bij 't Tjeukemeer lagen. Eén der schippers, zijn knecht en twee van zijn dochters verloren het leven, de anderen werden met moeite gered. In 1909 verging een schip vlak voor  Lemmer, waarbij de schipper met zijn gezin vrouw en 5 kinderen verdronk.

 

Belangrijke personen.

Volgens de heer N. Waringa, heeft Lemmer ook enkele vermaarde personen 'geleverd'; n.l. Andreas Hamconius Myrica, die in de 16de eeuw leefde en die zeer bedreven was in het Chaldeeuws (Oosters-katholieke Kerken), Grieks, Hebreeuws en het Latijn, terwijl hij tevens ook uitblonk in de geneeskunde. Hij schreef ook veel over 'gewijde zaken', maar bij het naderen van de dood heeft hij die papieren alle laten verbranden. Hij stierf op 6 December 1585 te Leeuwarden, waar hij als arts praktiseerde. Zijn broer was Martinus Hamconius, die verschillende posten in Lemsterland heeft bekleed, maar die meermalen is verbannen om zijn trouw aan Philips II. Zo richtte hij in 1583 een brief aan de bewoners van Oostergo, om terug te keren tot de gehoorzaamheid aan de koning. Niettegenstaande zijn moeilijk leven - drie maal verbannen, vier maal gevangen - bleef hij veel interesse koesteren voor zijn geboorteland en hij gaf in 1609 zijn Frisia uit, waarin hij in het Latijn de voornaamste feiten en personen van Friesland bezingt. De laatste jaren bracht hij in rust door in zijn geboorteland. Hij gaf ook uit het tableau, "met vertooninghe der Coninghen, Bisschoppen, princen, Potestaten; Heeren en de Graven van Frieslandt met de gedenkweerdichste saecken van haer soo buiten als binnen 's lants gedaen, van aen begin tot den jare MDCVII". Van dit tableau is een exemplaar in de Kon. Bibliotheek en in het archief van Franeker. Verder worden nog als intellectuelen uit Lemmer genoemd de rechtsgeleerde Augustijn Boelens en Dominicus Mellema.

 

Pagina van Andreas Hamconius Myrica.

 

(door G.A. Wumkes)

1710

13 October Octrooi verleend aan Albert Hanzes tot oprichting van een veer van Lemmer op Amsterdam.

1740

5 maart Octrooi verleend aan de chirurgijns te Leeuwarden tot het oprichten van een gilde, aan de schippers van Lemmer op Stroobos, aan de kleermakers te Harlingen.
2 april Octrooi verleend aan de kerkvoogden te Lemmer op een wagenveer Leeuwarden, Groningen, Heerenveen, e.a.

1747

7 januari Van Sloten vertrekken vijf Zwitsersche garnizoenssoldaten met de Lemmerbeurtman op Amsterdam, vermoedelijk om te deserteeren, een week daarna worden zij door 5 anderen uit Leeuwarden vervangen.
10 april Stadhouder Willem IV houdt op zijn doorreis van Leeuwarden naar Lemmer, met zijn gemalin en princes Carolina, het middagmaal op Heerema-state te Joure, waar Jhr. Vegelin 14 eerepoorten had doen oprichten.

1761

30 mei Hendrik Meijer laat tweemaal per week van Leeuwarden- op Lemmer, Woensdags om 11 en Zaterdags om 12 uur en van de Lemmer. Dinsdags en Zondags, een postwagen rijden, eer de schepen van Amsterdam aan zijn. De loodjes te halen bij bijzitter Bekama te Lemmer en te Leeuwarden bij Pieter Jacobs, herbergier in ’t Wagentje, waar de postwagen ook afrijdt en te Lemmer bij Tomas in de Wildeman, vracht ƒ 1.60 per persoon. Verschenen Deductie van Jhr. O. Z. v. Haren, grietman van Stellingwerf (W.), ter zijner noodwendige zuiveringe van de lasterlijke gerugten en imputatiën tegen hem ingebragt, prijs ƒ 2.—.

1768

20 april Boereboelgoed op de Ie boereplaats in de Lemmer, eigendom van grietman D. L. de Kempenaar. Boelgoed van bibliotheek, clavecimbel, schilderijen en een dubbel clavecordium op een veer, alles van wijlen H. L. Lolkama, schrijver der boelgoederen te Leeuwarden.

1785

16, 17 september De gemalin van stadhouder Willem V arriveert met haar 3 kinderen te Lemmer, zij soupeeren ’s avonds aldaar bij den grietman R. L. A. de Kempenaer. Na ’s nachts op de jachten te hebben geslapen, vertrekken zij naar Staveren, waar de burgerij voor ’t stadhuis in de wapenen paradeert. Na de audiëntie heeft de maaltijd plaats ten huize van Jr. C. de Bigot. Vandaar gaat het naar Workum, waar de vorstelijke familie wordt ontvangen door Prof. P. Camper. Te Hindeloopen paradeert het exercitie-genootschap en is er receptie bij den heer A. van Loon. Vandaar komt men te Bolsward, waar na de parade der burgerij op het stadhuis ten stadhuize een collation wordt aangeboden. De regen heeft inmiddels de wegen zoo onbruikbaar gemaakt, dat de reis per jacht wordt voortgezet, en men ’s avonds 11 uur op het Schavernek te Leeuwarden aankomt. Jan Doedes te Hindeloopen roept met veel drift en toorn: Oranje boven, en wordt deswege tot een jaar tuchthuisstraf veroordeeld.
6 oktober Stadhouder Willem V komt te Lemmer aan en begeeft zich naar Leeuwarden.

1789

7 maart Verschenen bij H. Post te Leeuwarden: Vervolg van het Gedenk-Almanach der gewapende burgerlijke bedrijven loopende over het gebeurde te Franeker, Makkum, Workum, Staveren, Hindeloopen, Sloten, de Lemmer, Stiens enz.

1795

17 juni Groot feest te Leeuwarden ter viering van de Alliantie tusschen Nederland en Frankrijk, waarbij W. B. Jelgersma, president der volksrepresentanten van Friesland, en de Fransche generaal elkander den broederkus geven. In de kerken te Bolsward worden dankpredicatiën gehouden, in gericht om het Opperwezen te danken over het sluiten van dit Tractaat, raadhuis en gasthuis illumineeren. Burger Pieter Fontein, staande op het balcon van het raadhuis te Harlingen wil voor zijn medeburgers het heil der revolutie demonstreeren. Hij sprak: „Gij zijt vrij als een vogel, medeburgers!" Op die woorden haalde hij een Vogelkooi voor ’t licht, zette het deurtje open en de kanarie vloog vroolijk tsjilpend de lucht in, maar . . . streek al spoedigweer in de sneeuw. Het beestje wist geen gebruik te maken van de vrijheid. Verkoop van het tichelwerk de Boterton te Midlum. De vrijheidsboom te Akkerwoude wordt geschonken door J. P. A. van Haaren. Er heeft een optocht plaats, waarin een vrijheidsmaagd met den vrijheidshoed voorop loopt. De hoed wordt vertoond aan de vrouw van Marten Wiegers, lid der municipaliteit. Na het planten van den boom houdt de student N. W. Bolt een toespraak, waarin hij ieder tot „ware eensgezindheid en menschenliefde gegrond op de leer van Jezus, dien besten menschenvriend, aanspoorde, welke heilzame verrigting door den geachten burger Sikke Andrys met een minzame dankbetuiging beantwoord wierd". Ds. G. Abbring te Dantumawoude gekozen tot representant des Frieschen volks voor Dantumadeel. Groot feest te Lemmer en Nes (W.D.), Rinsumageest, Woudsend, Hindeloopen, Oostermeer bij de vrijheidsboom.

1798

1 december Verkocht in de Benthem te Dokkum een huizinge staande bij de Droggerspijp te Dokkum, voormaals tot een Remonstrantsche kerk gebruikt, voorzien behalve ’t vertrek tot de kerk gebruikt van beneden en bovenkamer, groote keuken, tuin en bleek, waarop geboden 1312 car. gl. 15 st. en een huizinge op de Steenen Dam ’t Gasthuis genaamd, voorzien met 2 onder- en bovenkamers, waarop geboden 284 car. gl. 10 st. Verschenen bij C. van Sligh te Leeuwarden:: De gemeente van de Lemmer opgewekt in eene leer- en lijkrede uit Openb. 2: 5, bij gelegenheid van den onverwachten dood haarer leeraars Georgius van Bleiswijk, uitgesproken 16 Nov. 1800 door Ds J. C. Venema te Oosterzee.

1804

6 april In dienst gesteld tusschen Joure en Lemmer een verdekte postwagen rijdende van de Lemmer een half uur na aankomst van de Amsterdammer beurtman en rijdende van Joure s’avonds dadelijk na aankomst van het Sneeker schip van Leeuwarden, vracht 18 st. de persoon.

1820

23 april Een gedeelte van het bastion bij de Vrouwenpoort te Leeuwarden zal worden afgegraven. Overleden te Lemmer Jouwert Frederiks Witteveen, assessor in de grietenij Lemsterland.
29 juli De prins van Oranje komt ’s morgens 4 uur met een jacht van Amsterdam te Lemmer, geeft daar audiëntie aan allerlei corporatie’s, komt ten huize van den grietman van Andringa de Kempenaer en zet zijn reis te 10 ure voort over Staveren naar Hindeloopen. Daar wordt hij verwelkomd door de burgemeesters D. j. Duif en J. Alderts en door zes juffers in de oude kleederdracht. Over Workum en Sneek begeeft Z. H. zich naar IJsbrechtum, waar het middagmaal op Epema-State wordt gebruikt bij den grietman van Weideren Rengers, om, van daar te vertrekken naar Leeuwarden. De prins en de gouverneur van Friesland bezoeken Franeker en Harlingen. Op de terugreis dineeren zij op het buiten van Jhr. Collot d’Escury te Minnertsga.

1824

13 april Vergelijkend examen ten grietenijhuize te Lemmer voor de vacante post (door het overlijden van J. A. Visser) van onderwijzer te Oosterzee, salaris ƒ 250, met de schoolgelden van ruim 70 leerlingen, die 40 ct. per kwartaal betalen, ƒ15 voor opzicht over het kerkhof en het beluiden der dooden, met vrije woning en tuin. Door het vertrek van Grietje R. Schernkes naar Leeuwarden is de vrouwen (meisjesschool) te Woudsend vacant, traktement ƒ 75, benevens 10 ct. schoolpenningen per week van 40 leerlingen. Geveild een stadshuis aan de Voorstraat te Staveren, en een huis voor school gebruikt door den onderwijzer Jacob Hyltjes Fortuin aldaar.

1841

1 april Diligencedienst tusschen de Lemmer en Leeuwarden hervat, afrit van de Lemmer in den Wildeman bij de erven le Heux, een half uur na aankomst van den Amsterdamschen beurtman.

1862

10 juni Gekozen als lid der Tweede Kamer voor Leeuwarden: Dr. W. H. Idzerda te Akkrum, Mr. Groen v. Prinsterer krijgt 29 stemmen, de candidaat der conservatieven was Mr. Schelto baron van Heemstra, kreeg 444 stemmen. De strijd was hevig. Nieuwe diligence met 12 zitplaatsen in dienst gesteld door A. Reitsma, tusschen Lemmer—Leeuwarden, via Sneek, in verband met de stoomboot Stad Sneek, die vaart van Lemmer op Amsterdam.

1868

11 juli Verschenen: De zeeramp op Terschelling, Gedenkschrift ter herinnering aan het vergaan der loodsboot no. 4 op 2 Dec. 1867 door ds. J. H. v. d. Veen, Doopsgez. predikant op Terschelling. En: Beschouwingen over het belang van eene kanaalverbinding Groningen—Gorredijk—Heerenveen —Lemmer door F. O. Sleeswijk en K. S. van Andringa, naar aanleiding van een ontwerp kanaalverbinding Blokzijl—Groningen, door B. Prakken. Brandmeesters te Leeuwarden bevelen de brandspuitfabriek aan van T. van der Ploeg aldaar.

1870

5 juni Te Sneek heeft plaats de eerste provinciale vergadering van Friesche werklieden, die zich hebben georganiseerd. Zij leiden zelf deze vergadering en voeren zelf het woord. Van de afdeelingen Sneek, Leeuwarden, Harlingen en Lemmer zijn ongeveer 200 leden aanwezig. Uit Leeuwarden waren er 35 arbeiders per scheepsgelegenheid.

1876

7 januari De Gedeputeerde Staten vestigen de aandacht op het Friesche kabinet van oudheden in een zaal van het gouvernementshuis te Leeuwarden. Het Tweede Kamerlid A. Moens houdt te Lemmer een lezing over volksonderwijs.

1880

5—7 januari Lezing van dr. A. Kuenen, Hoogleeraar te Leiden, houdt voor de afdeeling van den Ned. Protestantenbond te Leeuwarden, Sneek en Lemmer een lezing over de toekomst van het Christendom. De kerkbesturen doen alle moeite om de traktementskwestie van Tjallebert op te lossen.

1881

14-12 november Dec. Amerikalezing van T. G. te Gorredijk, Huizum, St. Japik, Hoogeveen, Nijkerk, Woudsend, Wier, Warga, Augustinusga, Lippenhuizen, Lemmer. Tjerkgaast, Beetsterzwaag, Holwerd, Oostermeer. Verschenen bij S. Smeding te Leeuwarden: Oan ’e sédyk, fen P. J. Troelstra.

1888

26 juni Verschenen: Ph. Kooperberg, Geneesk. Plaatsbeschrijving van Leeuwarden, bekroond door het Utr. Genootschap. Aanbesteed de torenreparatie te Opeinde. Opstel in N.A. over het rooken en zouten van visch te Harlingen en Lemmer, door P. de Rook (ook 11 Juli).

1893

20 december Brief in N.A. van Fetze H. Speerstra te Midway (Wisc.) en van Joh. Brouwer (uit Lemmer) te Proctorsville Vermont. Verschenen: Inventaris van het oud-archief der stad Leeuwarden (1299—1844) door J. C. Singels.

1894

25 december Advendo te Winsum voert op bij J. Vollema: Moat it sa? fen S. Valkema en De foksejacht, fen T. Velstra. Opstel in de Leeuw. Crt. van G. C. Dalman te Lemmer over de oplossing der krisis in Opsterland en W.Stellingwerf. Bij R. v. d. Velde te Leeuwarden expositie van aquarellen van G. Folkertsma, voorheen te Batavia.

 

 

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.