Voor Geert
Sch. visscherman
te Joure was
het op 2
Maart jl.
ook geen
gelukkig
oogenblik
toen hij den
rijksveldwachter
F.G. de Kok
en den
gemeenteveldwachter
J.Strampel,
van de
Tjeukemeer
af, naar
zich toe
komen.
Had Sch. nu maar een zuiver geweten gehad,
dan was het zo erg niet geweest. Maar dat was nu niet
helemaal het geval; hij had in zijn boot nl. een achttal
baarsnetten, waarmee omstreeks dien tijd niet gevischt mocht
worden. Het vistuig bestaande uit 3 visfuiken en 8
baarsnetten, werd derhalve in beslag genomen, terwijl
procesverbaal werd opgemaakt.
De ambtenaar van het openbaar ministerie
eischt f 5,- boete subs. 5 dagen hechtenis, met
verbeurdverklaring der visfuiken en baarsnetten.
Overeenkomstig dezen eisch wordt beklaagde veroordeeld.
-0-
Het is bekend dat vanaf Zaterdagmiddag 12
uur tot den Maandagmorgen, in de café s in Lemsterland geen
sterken drank of bier mag worden getapt. De caféhouder
Hendrik G. te Echten heeft, toen op Zaterdagnamiddag een
paar mannen die bij hem kwamen binnenstappen en elk een glas
jenever vroegen, de verbodsbepalingen een oogenblik
overtreden en verstrekte het gevraagde.
Er werd hier echter buiten de waard....neen,
de steeds speurende politie gerekend, want nog waren de
kleine glaasjes niet ledig, of de rijksveldwachter Kok
stapte eveneens het café binnen en constateerde de
overtreding. Procesverbaal volgde. Beklaagde bekend.
Op de vraag van den kantonrechter of dit
meermalen bij beklaagde voorkomt, antwoord getuige Kok, dat
het feit moeilijk te constateren is.
De amtenaar van het O.M. eischt f 10,- boete
sub. 10 dagen hechtenis. De kantonrechter meent dat
beklaagde dit wel toekomt en veroordeeld hem overeenkomstig
den eisch.
-0-
Gosse L. te Balk had een mooi parijtje
mollenhuiden (900) stuks in zijn pakhuis liggen, met het
doel die tegen een geschikten prijs te verkopen. Voor de
uitoefening van dit bedrijf heeft men echter een vergunning
van den commissaris der koningin nodig, wat L. niet bekend
was. Derhalve was de vergunning ook niet door hem
aangevraagd.
De gemeenteveldwachter K. Walda te Balk, had
er lucht van gekregen dat L. in het bezit was van zooveel
kostbare velletjes, en ging eens een onderzoek instellen.
Het bleek dat hij zich niet bedrogen had. De 900 vellen
werden in beslag genomen en bovendien werd nog een
procesverbaal opgemaakt.
Eisch f 10,- boete of 10 dagen hechtenis,
met verbeurd verklaring der mollenhuiden, waartoe de
kantonrechter beklaagde veroordeelt. Dienzelfde dag, liep
beklaagde nog een proces verbaal op, doordat hij 133
mollenvellen vervoerde.
Ook hiervoor wordt een vergunning van den
commissaris der koningin vereischt, welke beklaagde echter
niet had. Het was aan de zeedijk, alhier dat beklaagde door
den gemeentelijke veldwachter, D. Kok alhier, werd
aangehouden. Ook nu weer inbeslagname der vellen en een bon.
Overeenkomstig de eisch wordt beklaagde
veroordeeld tot f 7,- boete subs. 7 dagen hechtenis met
verbeurd verklaring der mollenvellen.
-0-
Wouter V. veehouder te Wijckel heeft niet
voldoende opgepast, dat zijn schapen uit het land van den
veehouder Bosma bleven. Eerst is beklaagde al eens door
Bosma gewaarschuwd, het welk aanvankelijk wel scheen te
helpen, doch daarna kwam het alweer eens voor. Bosma heeft
toen veldwachter Koopsma gewaarschuwd, die van het geval
procesverbaal opmaakte. Het betreft hier weer een z.g. hek
kwestie.
Uitvoering zal beklaagde die kwestie
toelichten, maar de kantonrechter vindt het voldoende dat
beklaagde het feit bekent. In overeenstemming met den eisch
wordt beklaagde tot f 5,- boete of 5 dagen hechtenis
veroordeeld. Deze zelfde beklaagde had nogal iets op zijn
kerfstok. Op 19 Maart j.l. werd hij door de rijksveldwachter
Koopsma verbaliseert, wegens het, als bestuurder van een
rijwiel, rechts passeeren bij het inhalen van een met paard
bespannen wagen.
De wet schrijft voor dat men bij het inhalen
van een voertuig dit links moet passeeren. Beklaagde vraagt
of hij daar over een woordje zal zeggen. hij deeld dit mede,
dat terwijl hij per rijwiel een melkwagen inhaalde, van den
andere kant en een paar wielrijders aankwamen en om nu
ongelukken te vermijden, was hij de wagen rechts gepasseerd;
daar was het, dacht, hem veiliger.
Getuigen B. Koopsma, zegt, dat er wel
voldoende ruimte was den wagen links te passeeren, zoodat er
voor verkeerd uitwijken geen redenen bestonden. Eisch f 10,-
boete of 10 dagen hechtenis. Waartoe de kantonrechter
beklaagde veroordeelt.
-0-
Sieberen D. veehouder te Ruigahuizen bevond
zich in gezelschap van den vorige beklaagde en voor een
zelfde overtreding heeft ook hij zich hier te verantwoorden.
Zijn verdediging is wel ongeveer het zelfde als die van zijn
vriend; hij heeft echter in diens lot te deelen.
Veroordeeling, overeenkomstig den eisch, tot
f 10,- boete subs. 10 dagen hechtenis.
-0-
Andries S. loswerkman te Lemmer, reed in den
avond van 20 Februari, om ruim elf uur, op een rijwiel, dat
niet van een goed licht was voorzien. Dit werd door den
Majoor bij de rijksveldwacht, Tj. Deelstra opgemerkt en deze
maakte dus procesverbaal op.
Eisch en vonnis f 5,- boete of 5 dagen
hechtenis.
-0-
Daar Bouke D. caféhouder op kippenburg bij
Balk niet verschenen is, wordt zijn zaak bij verstek
behandeld.
Hem is ten laste gelegd, dat hij op 2 Maart
des avonds na 10 uur, het bij verordening voor tapperijen
der gemeente Gaasterland vastgestelde sluitingsuur der
cafe's nog niet gesloten had, terwijl hij van den
burgermeester geen vergunning had bekomen, om dien avond
later te mogen sluiten.
Getuige J. Groenewoud, bestuurslid eener
kiesvereeniging deeld mede, dat die vereeniging bij D.
vergaderde en dat het tusschen 10
½
en 11 uur was toen hij het café verliet.
Beklaagde wordt,
overeenkomstig den eisch, veroordeeld tot f 3,- boete, subs.
3 dagen hechtenis.
-0-
Jan R. tapper te
Oudemirdum had op het bovenvernoemde sluitingsuur wel
gesloten, doch in zijn woonvertrek zaten na dat uur nog twee
personen,die volgens de in gemeente Gaasterland geldende
verordening, daar niet aanwezig mochten zijn.
Getuigen H. de Jong
gemeenteveldwachter te Oudemirdum, had die beide personen,
het waren Douwe de Jong en Wieger Otter, even voor het
sluitingsuur het café zien verlaten, doch even daarna in het
woonvertrek aanwezig gevonden.
Beklaagde wist niet dat
dat niet was veroorloofd. Hij had deze beide personen den
avond ter voren uitgenoodigd des Zondagsavonds een kaartje
bij hem te komen leggen. De ambtenaar van het O.M. eischt f
2,- boete of 2 dagen hechtenis, waartoe de kantonrechter
beklaagde veroordeelt.
Wieger O. en Douwe de
J. te Oudemirdum, zijn niet aanwezig en hun zaak wordt
derhalve bij verstek behandeld.
Zij zijn het, die in de
vorige zaak als gasten van de kastelein in diens, woonkamer
door den gemeenteveldwachter werden aangetroffen. zij waren
hierdoor in overtreding met de politieverordening. Eisch en
vonnis tegen elk der beklaagde f 3,- boete of 3 dagen
hechtenis.
-0-
Wiebe J. gezagvoerder der motorboot "Stad
Sneek" te Sneek, voer op 12 Maart met die boot door de
Scharsterbrug. Reeds eerder had de brugwachter Bekl.
gewaarschuwd, dat hij ingevolge de voorschriften, aan
weerzijden aan zijn boot, het woord motorschip moest
aanbrengen, doch op dien datum was aan het voorschrift niet
voldaan.
Beklaagde bekent, doch zegt, dat in den
winter den naam niet kan woorden aangebracht, daar de verf
dan niet houdt De kantonrechter kan hiermede geen rekening
houden en veroordeelt beklaagde tot f 15,- boete subs. 15
dagen hechtenis.
-0-
Hendrikus H. timmerman te Balk, heeft zich
te verantwoorden wegens twee overtredingen van de woningwet.
Eerstens heeft beklaagde, die alleen
vergunning had voor een verandering van de kap zijner
woning, in afwijking met het oorspronkelijk plan op de
benedenverdieping nog een bovenwoning geplaatst; tweedens
heeft hij een procesverbaal gekregen, omdat die
bovenwoning, die niet aan de bouwverordening voldoet door
hem in gebruik is genomen.
Overeenkomstig den eisch wordt beklaagde
veroordeeld voor de eerste overtreding tot f 20,- boete of
20 dagen hechtenis, voor de tweede overtreding tot f 5,-
boete of 5 dagen hechtenis. Beklaagde: dat is dus samen
f 25,- kantonrechter: goed geteld.
-0-
Met een vaart van ettelijke kilometers,
spurtte Jan v.d. M. letterzetter te Joure, op 16 Maart des 's
avondsom ongeveer 6 uur de Lemmer uit, om naar volbrachten
dagtaak huiswaarts te keeren. Hij had haast, want daar zijn
lantaarn niet in orde was, wilde hij nog voor donker thuis
zijn. Vlak voor hem reed een auto en kon hij die bijhouden,
dan schoot het flink op en dus de gang er maar in. Doch Jan
had er niet opgerekend dat de auto nog eens zou stoppen, en
toen dit gebeurde moest hij in zijn vaart de auto wel
passeeren. Nu dat kwam in orde, maar......, meer denkend aan
iets anders dan aan de regels van de weg, ging jan de auto
rechts passeeren, inplaats van links. En aan die
rechterkant stond juist gemeenteveldwachter D. Kok, die nog
juist tijd had den racer te herkennen en daarna zijn naam
even in het zakboekje noteerde.
Gevolg dat beklaagde zich voor dit feit hier
nu heeft te verantwoorden en wel moet bekennen. De
kantonrechter wijst beklaagde nog op het gevaarlijk om achter een auto te rijden. En veroordeelt hem,
overeenkomstig den eish, tot f 8,- boete subs. 8 dagen
hechtenis. Jan telt zijn 8 pop neer.
-0-
Willem v.d. V. boerenknecht te Tjerkgaast
was in het bezit van een buks, doch had geen vergunning
aangevraagd en derhalve ook niet verkregen, om dit
vuurwapen in zijn bezit te hebben.
Wegens een overtreding van de vuurwapenwet
eischt de ambtenaar van het O.M. tegen deze beklaagde f 10,-
boete subs. 10 dagen hechtenis met verbeurd verklaring van
het geweer en buks. De kantonrechter veroordeelt hem tot die
straf.