Terug

Kantongerecht.

Vervolg:

Op de vraag van den kantonrechter waarom beklaagde in verzet tegen het vonnis is gekomen, antwoord deze, dat de boete hem te hoog is.

Getuige P. Pruiksma, hoofd der bijzondere school te Oosterzee, bevestigd het ten laste gelegde. Verder verklaart getuige dat hij met den beklaagde nimmer last heeft gehad, dat het schoolverzuim als ongeoorloofd is aangemerkt, maar dat omtrent een later verzuim, het al of niet geoorloofd zijn nog moet worden onder zocht. Getuige merkt dan nog op, dat een dergelijk verzuim in den regel gestraft wordt met een boete van f 6,- en vraagt of de hier opgelegde niet wat hoog is.

De kantonrechter zegt dat er een minimum en een maximum is vastgesteld en dat de rechter naar eigenoordeel, daar tusschen, de straf kan vaststellen. Er kunnen nog bijzondere overwegingen bijkomen en dat was hier, zooals blijken, het geval.

Getuige F. G. Kok, rijksveldwachter te Echten, verklaart hierna, dat toen hij in verband met deze zaak bij beklaagde kwam, deze hem met de dood heeft bedreigd. Nu is getuige daarvoor niet zo heel bang want mocht K. daartoe een poging wagen, hij wel afscheid van vrouw en kinderen kan nemen. Getuige wilde echter toch in het procesverbaal melding van maken. 

Bekl. ontkent aldus tegen de veldwachter te zijn opgetreden. Hij heeft wel gezegd, " Ik ga nu met mijn schip naar Bolsward en daar kunnen ze mij dadelijk toch niet krijgen. " De grieffier doet voorlezing van het proces-verbaal, waaruit blijkt ik.....( zware Knoop ) f 1,- boete moet betalen en je komt mij halen, dan steek ik je dood.

Overeenkomst den eisch wordt het vonnis door den kantonrechter bevestigt. Bekl geeft aan in hooger beroep te gaan.

_o_

Hierna de zaak waarvoor zooveel belangstelling bestond.

Opgeroepen werden de namen van Uilke V. Johannes J. V. en Andries G. B. allen visschers te Lemmer.

Beklaagden staan terecht dat ze op Zondag 7 December te St. Nicolaasga in staat van dronkenschap aan de openbare straat de orde verstoorden en een volksoploop veroorzaakte, volgens beklaagde "niets van waar."

De rijksveldwachter J. de Vries verklaart, dat op dien Zondag door een elftal ( geen voetbalelftal ) jongemannen te St. Nicolaasga, door geweldig vloeken en schreeuwen de orde werd verstoord. Getuige ging er op af en waarschuwde in het algemeen hier tegen, doch kreeg als antwoord daarop wat smalende praatjes te hooren. Tegen de grootste belhamels is toen een procesverbaal opgemaakt.

Verder wordt er een schrijven van den kastelein P. Bouwhuis voorgelezen, waarin deze verklaart, dat een elftal personen gedurende ongeveer 2˝ uur bij hem vertoeft heeft en bier heeft gedronken. Een drietal personen werden tenslotte luidruchtig en Bouwhuis was dan ook blij dat deze personen maar gingen vertrekken. Ook wil hij ze niet meer in zijn café toelaten, daar hij er niets dan last en schade van heeft.

Hierna worden gehoord de getuigen á décharge.

De kantonrechter laat ze eerst hunne verklaringen buiten eede af leggen en daarna, waneer ze daartoe bereid blijken, die verklaringen door den eed bevestigen. Deze getuigen, t.w. Jelle Visser, Sake Visser, Marten Visser, Jan scheffer, en Anne Visser, verklaren allen dat ze niet hebben gehoord of gezien, dat door bekl. gezongen of geschreeuwd is.

Getuige de Vries vraagt dan aan Anne Visser, waarom die dan een week later verklaarde, dat het zoo bespottelijk was, zoo op te scheppen. Deze antwoord dat er wel gezongen is maar niet door de gene die hier gedagvaard zijn.

De ambtenaar van het O.M. acht het ten laste gelegde feit bewezen en eischt tegen elk der bekl. een geld boete van f 10,- of 10 dagen hechtenis. De kantonrechter zegt aan de verklaringen van de getuigen á décharge niet de minste waarde te kunnen hechten; het is zeer duidelijk dat er is opgeschept en veroordeeld elk tot f 15,- boete sub. 15 dagen hechtenis.

Beklaagden vinden dit te veel en vragen waar het geld vandaan moet komen. De kantonrechter zegt, dat waar geld is voor drank, daar is ook geld om de boete te betalen. Onder het uiten van protesten verlaten de beklaagden en getuigen a' décharge de zaal en hooren we nog een zeggen "We litte it er net by sitte".

_o_

Als het winters koud is, dan is het zeer aangenaam een stapel hout achter het huis te hebben staan, van waar men maar kan halen om nu en dan wat hout op 't vuur teleggen.

Zolang Remmert K. arbeider thans te St. Nicolaasga, in Gaasterland verblijf had gehouden, had hij die weelde zich steeds kunnen veroorloven; daar mocht volgens zijn verklaring, het dode hout wel uit de bossen worden gehaald en hij dacht niet anders, of te St. Nicolaasga mocht dat ook wel. En dus ging K. op 15 en 17 November een bezoek brengen aan het bosch, toebehorend aan de Freules van Eysinga, om daar wat dood hout te kappen,

Toen de boschwachter opmerkte dat er gekapt was, werd er een onderzoek in gesteld en bleek K. de dader te zijn. Er waren 90 stuks opgaand hout ter lengte van 4 á 5 meter gekapt.

Overeenkomstig de eisch wordt beklaagde wegens strooperij veroordeeld  tot f 10,- boete of 10 dagen hectenis.

_o_

Lemmer 14 Jan.

Toen gisteravond de oude Lemmer nachtboot Groningen III, kaptein J. Vogelzang, de haven uitvoer, geraakte ze waarschijnlijk, mede tengevolge van de lage waterstand op dat ogenblik, tegen de grond, met het gevolg, dat de direct achter haar aankomende boot Zutphen, kapitein J. Werkhoven, haar op den achtersteven liep. De Groningen III kon de reis wel vervolgen, doch kreeg zoodanige averij dat ze thans te Amsterdam in het dok licht.

_o_

Vele wielrijders,percentsgewijze misschien weinig hoor, vinden het maar wat gemakkelijk wanneer zij zich door een auto kunnen laten voorttrekken. 't Is dan ook wel zoo gemakkelijk dan in de wind op te trappen. Doch aan te bevelen is het niet, daar het gevaar meebrengt voor den wielrijder zelf en voor anderen. En de wetgever, die steeds angstvallig waakt voor elk gevaar dat het menschdom bedreigd, heeft dan ook het wielrijden op deze mannier verboden.

Beklaagde Minne de V. grondarbeider te Echten, wist van deze verbodsbepaling niet af en liet zich dan ook zonder bezwaar op 16 December j.l. door een vrachtauto meetrekken, "t Ging goed, heel goed, totdat er een paar marechaussees  op de weg verschenen en een eind aan het spelletje maakte, terwijl een procesverbaal volgde.

Bekl. voer aan dat de auto maar langzaam reed en er absoluut geen gevaar bij was, terwijl, toen de marechaussees passeerden, hij beide handen aan het stuur had. 't Geeft echter niets. Overeenkomstig de eisch wordt bekl. veroordeeld tot f 5,- boete of 5 dagen hechtenis.

Beklaagde zou graag een waarschuwing willen hebben of een kleinere boete.

Terug


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.