Kantongerecht,
te Lemmer,
zitting op
Dinsdag 12
Mei. 1925.
De eerst
wiens naam
voor de
openbare
zitting
wordt
afgelezen is
Marten V.
Visser te
Lemmer.
Beklaagde
wordt er van
beschuldigd,
dat hij op
Zondag 5
April des
avonds om
ongeveer 6˝
uur een ruit
heeft
ingetrapt
bij den
veehouder M.
Hoekstra.
Beklaagde
ontkent dit
hem ten
laste
gelegde, wel
was hij toen
bij Hoekstra
op het erf,
geweest,
doch hij
heeft alleen
een glaasje
melk
gevraagd,
hetwelk hem
werd
geweigerd.
Getuige M.
Hoekstra
veehouder en
verlofhouder
te Follega
zegt, dat
omstreeks 6
uur dien
avond,
beklaagde en
nog eenige
anderen
personen bij
hem op het
erf en in de
stal kwamen.
Eerst werd
naar bier
gevraagd,
doch wegens
tapverbod,
werd dit
geweigerd.
Toen vroeg
men melk
maar ook dat
weigerde
getuige.
Beklaagde
heeft toen
getracht
getuige's
vrouw onder
de koe weg
te trekken.
Daarna
gingen de
heeren er
uit en heeft
getuige de
stal
gesloten.
Spoedig
daarop
hoorde de
getuige glas
rinkelen en
bleek het
dat er een
ruit was
stuk
geslagen.
Getuigen
heeft niet
gezien dat
deze
beklaagde
dit heeft
gedaan.
De vrouw van
Hoekstra
bevestigd
het verhaal
van den
eerste
getuige. Zij
heeft wel
gezien, dat
beklaagde de
ruit
intrapte.
Beklaagde
ontkent
heftig. Hij
heeft het
niet gedaan.
Daar
beklaagde
echter voor
zijn beurt
spreekt,
moet hij de
zaal
verlaten.
Getuige
houdt vol
dat
beklaagde
het heeft
gedaan.
Getuige
Andries
Bergsma,
arbeider te
Lemmer
verklaart
niet in de
stal te zijn
geweest. Hij
heeft voor
het huis
gestaan. Wel
heeft hij
glasgerinkel
gehoord,
doch hij
heeft niet
gezien wie
het gedaan
heeft.
Overeenkomstig
den eisch
van den
ambtenaar
van het
openbaar
ministerie
wordt
beklaagde
veroordeeld
tot f 15,-
boete of 15
dagen
hechtenis.
De
kantonrechter
meent, dat
dit hem meer
dan toekomt.
Beklaagde
houdt vol
het niet
gedaan te
hebben.
_o_
Hendrik de
B. schipper
te Hommerts,
bevond zich
in den avond
van 6 April,
op weg naar
huis, in de
nabijheid
van Sondel.
De reis werd
afgelegd per
rijwiel,
doch dit was
niet, zoals
is
voorgeschreven,
van een goed
lichtgevende
lantaarn
voorzien.
Beklaagde
geeft toe in
verzuim te
zijn
geweest. Hij
had zijns
vrouw zuster
bezocht en
het was
later
geworden dan
gedacht.
De ambtenaar
van het O.M.
eischt f 1,-
boete of 1
dag
hechtenis,
waartoe de
kantonrechter
hem
veroordeelt.
_o_
Robijn de V.
fabrieksarbeider
te Elahuizen
was op 5
April aan
het eieren
zoeken en
zeker omdat
hij het
vermoeden
had in het
land van den
veehouder
Bleeker
succes te
hebben, er
hield zich
daar nogal
wat wild op,
had hij
daarheen
zijn
schreden
gericht,
ofschoon hij
daartoe geen
vergunning
had
verkregen.
Maar
beklaagde
was niet
alleen in
die
omgeving: de
gemeenteveldwachter
Walda hield
er een oogje
in 't zeil
en zoo kwam
het dat
beklaagde
hier heden
moet
verschijnen.
Toen Walde
beklaagde
aanhield was
deze
bovendien
nogal
brutaal in
zijn
optreden en
ook
overigens
moet hij
nogal een
lastig
persoon
zijn.
De ambtenaar
van het O.M.
eischt f
15,- boete
of 15 dagen
hechtenis.
De
kantonrechter
meent, dat
beklaagde
dit volkomen
toekomt en
veroordeelt
hem
overeenkomstig
den eisch.
Beklaagde is
een andere
menig
toegedaan;
hij is hier
mee niet
tevreden en
zal in appél
gaan.
_o_
Likkle M.
koopman te
Balk is niet
verschenen,
weshalve
tegen hem
verstek
wordt
verleend.
Deze Bekl.
heeft een
procesverbaal
opgedaan
wegens een
overtreding
van het
motor en
rijwielreglement.
Op 13 April
bevond
beklaagde
zich, in
gezelschap
van T.
Wiersma,
beide op een
motorrijwiel
te
Nijemirdum,
waar zij met
een groote
snelheid om
een hoek
reden,
welke, daar
het uitzicht
belemmert is
en
gevaarlijk,
bovendien
werd geen
enkele
geluidsignaal
gegeven.
Deze
overtreding
werd
geconstateerd
door den
gemeenteveldwachter
H. de Jong,
die
procesverbaal
opmaakte. De
heeren waren
waarschijnlijk
onder de
invloed.
Overeenkomstig
den eisch
beklaagde
veroordeeld
tot f 50,-
of 1 maand
hechtenis.
Tot de
zelfde straf
wordt
veroordeeld
bovengenoemde
W. die
eveneens
niet ter
terechtzitting
is
verschenen.