Kantongerecht,
te Lemmer,
zitting
op Dinsdag
10 November
1925.
Na
behandeling
van eenige
kinderzaken
komt als
eerste
beklaagde
voor, Alle
Y. te Balk,ass. dir. der
Coöp.
Zuivelfabriek
aldaar. Op
18 Sept. j.l.
Heeft deze
bekl. toen
geheel Balk
in
feeststemming
was, niet
aan een
bevel van de
politie
gevolg
gegeven,
heeft zich
zelfs, aldus het
opgemaakte
proces-verbaal,
niet erg
netjes
tegenover de
politie
gedragen. Bekl. voert
tot zijn
verdediging
aan, dat op
dien bewuste
datum, de
directeur
afwezig was.
Bekl. moest
even naar
het
postkantoor
en
intusschen
trok de
optocht door
Balk uit de
richting van
de fabriek.
Bekl. van
zijn
verantwoording
door de
afwezigheid
van den
directeur,
bewust,
voorzag dat,
door de
naderende
optocht, de
menschen uit
de fabriek
ook de
optocht
wilden zien,
en dus bij
hun werk
vandaan
moesten
loopen. Daar
dit bij de
machines die
6000 toeren
maken, een
catastrophe
tengevolge
kan hebben,
heeft bekl.
gemaakt dat
hij bij de
fabriek kwam
en is daarom
de optocht
voorbij
gereden, het
welk
verboden
was.
Bekl. zag
echter in de
stilzwijgendheid
der politie
een
toestemming,
en was dan
ook verbaasd
dat een
proces-verbaal
tegen hem
werd
opgemaakt.
Bovendien
was de
optocht op
het terrein
der fabriek
getrokken,
hetwelk ook
verboden
was.
Getuige
Koopsma en
Schiere
rijksveldwachters,
waren dien
dag belast
met de
handhaven
der orde te
Balk. Toen
dan ook Bekl.
de optocht
wilde
passeeren
werd hem
toegeroepen,
af te
stappen,
doch bekl.
stak de
politiemannen
de gek aan,
en reed
door. Het
argument van
bekl. dat
hij zoo
nodig naar
de fabriek
moest, was
volgens
getuige van
geenerlei
waarde, daar
bekl. niet
eens in de
fabriek is
geweest,
doch bij de
vrouw van de
directeur
bleef
praten.
Bovendien
had bekl.
dan wel een
andere weg
kunnen
nemen. Bekl.
voert nog
aan dat hij
eerst zijn
fiets had
weggebracht.
De ambtenaar
van het O.M.
acht het
feit
bewezen, en
eischt f
10,- boete subs. 10
dagen.
Overeenkomstig
de eisch
veroordeeld
de
kantonrechter
bekl.
Beklaagde
ziet van
hoger beroep
af.
Lees meer
...
