Terug
Kantongerecht.
Vervolg:
_o_
Hendrik K. te
Blokzijl staat terecht, dat hij op 7 Oct. 1925 aan de
Slotermeer bij Terloele het riet tot binnen 2 meter uit den
waterkant heeft weggemaaid. Deze zaak was de vorige zitting
uitgesteld om den verbalisant te kunnen hooren, om reden
door bekl. was aangevoerd, dat men niet kon weten waar de
waterkant was. Verbalisant J. de Jong. Beëdigd ambtenaar van
het waterschap " Wollegaast" te Tiejerkgaast, thans
aanwezig, verklaart dat bekl. de geheele rietkraag had
weggemaaid. Op een vraag van den kantonrechter waar de
waterkant was, antwoorden verb. dat die bepaalt werd door de
water stand bij zomer pijl. In deze zaak was eveneens als
bekl. opgeroepen, arbeider Strampel te Oosterzee. Deze bekl.
zegt vergunning te hebben van Domeinen. De kantonrechter is
van mening, dat het hier wel degelijk een overtreding van
het reglement van het waterschap betreft. Het O.M. acht het
feit bewezen, doch zal rekening houden met de mogelijkheid,
dat bekl. niet bekent waren met de werkelijke situatie.
Eisch tegen
elk f 5,- boete subs. 5 dagen overeenkomstig welke eisch, de
kantonrechter beide veroordeeld.
_o_
De volgende
zaak betreft een overtreding der jachtwet. Trienus de B. te
Langweer, niet aanwezig, wordt ten laste gelegd, dat hij op
20 November 1925 door W. Kok te St. Nicolaasga, op een stuk
land werd aangetroffen met een jachtgeweer, zonder in het
bezit te zijn van de vereischte acte. Ogenschijnlijk lijkt
de buks ongeschikt voor gebruik, doch de verbalisant
verklaart dat deze door het aanbrengen van een klein
sluitstuk in orde te brengen is, verbalisant is er van
overtuigd dat er mee geschoten is. Bovendien is beklaagde
nog zeer brutaal opgetreden tegen over verbalisant.
Het O.M.
requireert, in acht genomen het alles behalve netjes
optreden, tot den eisch van f 30,- subs. 30 dagen hechtenis
met verbeurd verklaring van het inbeslag genomen geweer. De
kantonrechter veroordeeld bekl. overeenkomstig den eisch.
_o_
Om den verkoop
te bevorderen van een zeker soort schoensmeer, had mej.
Richtje R. te Balk een mooie pop, voor dat doel van de
fabrikant ontvangen, en in de etalage van de schoenwinkel
harer moeder geplaatst. De gene nu die, na voor 25 cent
schoensmeer had gekocht, de juiste naam van de pop kon
raden, kreeg de pop cadeau.
Beklaagde
bekent de pop in de etalage te hebben gezet, en daaraan
bevestigd te hebben het opschrift "Pax Reclame" Een en ander
blijkt echter in strijd te zijn met de loterijwet, waarom
dan ook een bekeuring is gevolgd. Getuige L. de Jong heeft
destijds schoensmeer gekocht en naar den naam der pop
geraden.
Het O.M. acht
het feit bewezen, en eischt f 3,- subs 3 dagen hechtenis. De
kantonrechter veroordeeld bekl. tot f 1,- subs 1 dag, maar
dan mag ze de pop, die weer mede Balkwaards gaat, ook niet
weer voor het doel vernoemd in de etalage zetten. Beklaagde
ziet af van apél en betaalt haar gulden.
_o_
Op 1 December
1925 vermiste de heer Kluitman te St. Nicolaasga een
melkkan. Op onderzoek uitgegaan, bleek het dat de kan, met
water gevuld, voor de deur van winkelier Scheltinga was
geplaatst, in eenigszinds scheve stand, zodat wanneer de
deur werd geopend (de deur ging naar binnen open) de kan
naar binnen zou vallen en het water in den winkel van
Scheltinga zou stromen. "een heel heldenstuk" zegt den
kantonrechter tegen Jelte Agr. te St. Nicolaasga die hier
als hoofd verdachte is gedagvaard. Het was maar een
grap,meneer aldus bekl.
Piet v. d. W.
eveneens te St. Nicolaasga was ook medeplichtig doch heeft
het afgekocht. Evenwel moet hij hier als getuige
verschijnen. Het O.M. acht dit feit bij lange na geen grap
en eischt f 15,- boete subs. 15 dagen hechtenis.
De
kantonrechter betreurt het,dat er geen hechtenis staat op
dusdanige grappen en veroordeeld bekl. tot de boete van f
15,- subs. 15 dagen, met de waarschuwing dat, zooiets met
bekl. weer voorkomt, hij er zoo genadig niet van afkomt.
_o_
De zelfde bekl. moet nogmaals
terecht staan, en wel voor het feit dat hij in de nacht van
30 Nov. om 12 uur bij den heer J. Galema te St. Nicolaasga
op de ramen heeft geslagen, roepende dat Galema naar diens
zuster moest gaan, want zij lag op sterven. De kantonrechter
acht dit een laag feit voor een persoon van ruim 20 jaar.
Bovendien is het zeer
waarschijnlijk dezelfde bekl. geweest, die bij oude menschen
in den nacht een vrezelijke tijding bracht, waarvan in
werkelijkheid niets waar was. Bekl. noemd ook dit een grap,
deze grappen die inderdaad laaghartig zijn, komen hem echter
duur te staan. Want het O.M. eischt ook voor dit feit f 15,-
boete subs. 15 dagen. De kantonrechter veroordeeld bekl.
overeenkomstig den eisch.
_o_
Vervolgens nog een
rietsnijder zaakje. Hendrik A. te Lemmer heeft aan de
Brandemeer onder Tjerkgaast zich bij het rietsnijden ook
niet aan het reglement van het waterschap gehouden dan
toegestaan wordt. Als eerste getuige in deze zaak was
opgeroepen de Hr. St. Boersma, voorzitter van het
Waterschap. Deze getuige geeft uitleg van de situatie ter
plaatse, hij beweerd dat bekl. A. wel heeft moeten geweten,
dat hij niet zoover mocht gaan.
Ook getuige L. de Jong
bevestigd dat bekl. veel te veel had weggemaaid. Het O.M.
acht dit feit ernstiger dan de vorige rietzaken en eischt f
10,- subs 10 dagen hechtenis. Tot welke boete de
kantonrechter bekl. veroordeeld.
Terug