Terug

Kantongerecht.

Vervolg:

Een streven om coûte que coûte aan zijn verplichting te willen voldoen vindt de verdediger prachtig. Bovendien is het feit niet zoo ernstig als het O.M. zulks voorstelt. De vaart naar kiel waartoe Bekl. wel een vergunning voor had, acht men veel gevaarlijker. Spr. kan met een geldboete wel accoord gaan, doch vraagt op bovengenoemde gronden, deze zoo laag mogelijk te willen stellen.

Bekl.Sch. geeft dan het relaas van zijn reis en zegt alle mogelijke voorzichtigheid te hebben getracht. De kantonrechter veroordeeld in aanmerking genomen de omstandigheden, Bekl. tot een boete van f 20,- subs. 20 dagen. Geen Appél.

_o_

Jouke Kr. veehouder te Follega, staat terecht, dat hij bij het waarnemen van verschijnselen van besmettelijke veeziekten, dit niet heeft aangegeven bij den burgermeester. Op 10 Februari is namelijk geconstateerd dat een zeven tal schapen van bekl. de teekenen van schurft vertoonden evenals een 8 tal lammeren. Bekl zegt niet gezien te hebben dat het schurft was.

De kantonrechter. U wist het wel, waarom anders een briefje geschreven naar de coöp. Export slagerij te Akkrum, waar U vermelde dat U de schapen wel kwijt wou, doch dat ze niet naar de markt mochten omreden dat ze niet zuiver onder de huid waren? Uit het voorgelezen procesverbaal blijkt ook wel dat zeer duidelijk zelfs de teekens waren te zien. Alle schapen vertoonde de teekens. Bekl heeft zelf verklaart dat hij half Dec. gezien had, dat zijn schapen niet zuiver waren.

Bekl. zegt het was niet zoo erg, als ik het geweten had, had ik het aangegeven. Het O.M. acht de verschijnselen voldoende en het feit zeer ernstig aangezien, waar de schapen bovendien nog vervoerd zijn, dat voertuig ook nog besmet is.

Wordt geeischt f 200,- boete. De kantonrechter, vindt het onverantwoordelijk, de halve provincie had besmet kunnen worden. Bekl. wordt derhalve overeenkomstig den eisch van het O.M. veroordeeld tot f 200,- subs 40 dagen hechtenis.

_o_

Gooike Z. handelsreiziger en pluimveehouder te Oudemirdum wordt ten laste gelegd, dat hij in November 1925 een buks heeft afgeleverd aan H. Snijder boswachter aldaar, zonder dat een machtiging, tot het in bezit mogen hebben van vuurwapens, aanwezig was. Bekl. ontkent, volgens hem zit de zaak eigenaardig in elkaar. De buks namelijk,  hoewel door bekl. betaald, was in het bezit van zijn broer te Molkwerum, die een machtiging heeft.

Nu was bekl. de buks noodig geweest, en had een machtiging aangevraagd, die echter niet verleend werd. Bekl is de geheele week op reis en nu kwam op zekere dag de jongen die bekl. zijn pluimvee verzorgd, bij hem en deelde hem mede, dat Snijder zeker niet klaar kon krijgen. (de buks was namelijk defect) .

Bekl. stond echter verbaast, daar hij er niets van af wist, en heeft zich er in het geheel niet mee bemoeid. Later kwam Veldwachter de Jong, de buks in beslag nemen. De kantonrechter vraagt of bekl. dan geen orders heeft gegeven om de buks af te leveren waarop bekl. antwoordt dat absoluut de geheele zaak buiten hem om is gegaan. Hierop spreekt de kantonrechter Bekl. vrij, bekl. kan de buks halen op vertoon van machtiging.

_o_

20 Maart 1926.

Mislukte inbraak bij de Coöp Zuivelfabriek.

St. Nicolaasga.

Verledenweek Vrijdag op Zaterdagnacht heeft de bewakingsdienst speciaal ingesteld door de zuivelfabrieken, een mooi succes kunnen boeken. Door de heeren B. Jaasma en J. de Vries gemeente en rijksveldwachter alhier, werd op hun surveillance langs de fabriek onraad in het kantoor bemerkt. Door met hun electrische lantaarns door de ramen te lichten zagen zij 2 mannen bezig, die toen zij zich ontdekt zagen, alles in de steek lieten en door de fabriek buiten wisten te komen, alwaar zij per fiets de vlucht namen in de richting Joure.

De politiemannen begonnen direct de achtervolging en ter hoogte van Rijlst waren ze de inbreker op de hielen. Ze gaven vuur waarop een der mannen afstapte. Het gelukte de ander buiten schot te komen. Rijksveldwachter de Vries waarschuwde echter den heer Rijpkema directeur der fabriek en den heer S. Schaap veearts, waarop deze de achtervolging per auto begonnen.

Tot Heerenveen werd gereden doch niets ontdekt. De volgende dag werd de tweede inbreker bij Wolvega gesnapt en evenals zijn kameraad naar Leeuwarden op transport gesteld.

Uit de achter gelaten inbrekerswerktuigen is gebleken dat men het hier dat men het hier met een paar zeer goed uitgeruste beroepsinbrekers te doen heeft. De keurige collectie boeven materiaal had een totaal gewicht van niet minder dan 120 a 140 pond. Waren ze in de gelegenheid geweest hun bedrijf ongestoord voort te zetten, dan hadden ze f 9000,- in de brandkast aanwezig buit kunnen maken.

_o_

Vluchthaven Lemmer.

Omtrent de vergrooting van de vluchthaven te Lemmer meent de minister te mogen opmerken, dat plannen daartoe in de eerste plaats behooren uit te gaan van belanghebbende, b.v. van het gemeentebestuur van Lemsterland bij welk college deze haven in beheer is. Lw. Crt.

Terug


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.