|
Kantongerecht
te Lemmer,
13 Maart 1926.
Zitting op
Dinsdag 9
Maart
1926
Na
behandeling
van eenige
kinderzaken
werd als
Beklaagde
opgeroepen
Lammert Sch.
vroeger
woonachtig
te
Idskenhuizen.
Deze bekl.
was ten
laste
gelegd, dat
hij in begin
Augustus
1925 met
zijn met
briketten
geladen
motorschip
"Actief" was
gevaren naar
Hörsens in
Denemarken,
zonder
daartoe
vereischte
certificaat
van
deugdelijkheid
van het
schip.
Bekl. bekent
het feit,
het O.M.
acht het
feit
volledig
bewezen, en
noemt deze
overtreding,
van art. 2
der
scheepvaartwet
vrij
ernstig,
aangezien
het varen
met een
dergelijk
schip gevaar
voor de
opvarenden
oplevert. In
acht genomen
de niet
ongunstig
luidende
verklaring
van de
inspecteur
van den
scheepvaart,
eischt het
O.M. een
boete van f
50,-
De
verdediger
Mr. Sikkema
acht dit
geval zeer
eigenaardig
op het feit
zelf is
niets af te
dingen. Er
zit echter
wel wat
anders in.
Deze
beklaagde is
als kapitaal
krachtig
begonnen.
Hij heeft
zich echter
opgewerkt
tot eigenaar
van een
schip. Een
groot gezin
hebbende
staat bekl.
voor groote
lasten en
tracht nu
door noeste
arbeid zijn
verplichting
voortkomend
uit die last
na te komen.
In den
tegenwoordige
tijd is er
een steun
dat wanneer
men niets
heeft het
rijk wel
voor je
zorgt. Van
deze
gedachte
gaat bekl.
niet uit.
Bekl. heeft
een schip
waarmee wat
te verdienen
is. Waar
bekl. zijn
verplichting
moest
nakomen
moest hij
nemen wat er
was. Nu was
er
toentertijd
een
gelegenheid
en dat was
de vaart
naar Hörsens.
Hoewel bekl.
een
overtreding
moest begaan
nam hij die
eenigen
gelegenheid
te baat.
Lees verder
>>>>
|