Terug
Kantongerecht.
Vervolg:
Ook in de
volgende zaak is de beklaagde n.l. Jentje. B. niet aanwezig.
Wederom wordt het verstek verleent. Uit het relaas van de
1ste getuige mej. Hielke de J. uit Woudsend, blijkt dat deze
bekl. geholpen door dappere (?) vrienden, zich aan een
lafhartigen daad heeft schuldig gemaakt. Op 24 Mei j.l. liep
getuige 's avonds met een vriendin nabij de Wellebrug te
wandelen.
Nabij de brug
stond een groepje jongelui die bij het zien der meisjes zich
tot deze wendde, evenwel op minder gepaste manier. Eerst
werd de vriendin gegrepen, doch deze wist zich los te
rukken. Vervolgens moest getuige de J. het ontgelden. Deze
kwam er niet zo goed vanaf. De aanvaller wierp haar zelfs in
den berm. Bij deze worsteling werden getuige's kleeren als
mede haar horloge beschadigd, terwijl een armband verloren
ging. Get. vraagt f 17,50 schadevergoeding.
Als 2de
getuige wordt gehoord Sijbren de Boer. Deze persoon behoorde
tot het illustere gezelschap. De kantonrechter waarschuwt
bekl. bij voorbaat tegen het afleggen van meineed, waarop 6
jaar gevangenis staat. Deze getuige zegt er wel bij geweest
te zijn doch niets heeft gemerkt noch gezien. De verklaring
van de 3de getuige Boukje Bergsma komt vrijwel met het
verhaal van de 1ste getuige overeen.
Getuige kan
echter niet zeggen of get. de Boer er bij was. De verklaring
van bekl. in het proces-verbaal geeft zoals voor de hand
licht een geheel andere lezing van het geval. De meisjes
wilden zij echter even plagen, meer niet. Men kwam in de
berm terecht doordat onbekend geblevene beklaagde met get.
de Jong er in geduwd had.
De
kantonrechter laakt vervolgens het gedrag van getuige de
Boer die zijn makkers wilde helpen, en beveelt hem de
gehoorzaal te verlaten met inhouding van het getuige geld.
Het O.M. eischt f 15,- subs 15 dagen met toekenning van de
gevraagde schadevergoeding.
Aldus
veroordeeld.
_o_
Vervolgens
verschijnt voor de balie Jan B. los werkman te Lemmer. Deze
beklaagde is op 12 Juni j.l. 5 uur n.m. aangetroffen wonende
in een woonschip, waarin niet op een duidelijke waarneembare
wijze de vereischte vergunning, afgegeven door de
commissaris der koningin aanwezig was. Bekl. bekent doch
deelt mede dat hij geen vergunning heeft kunnen krijgen.
Bekl.'s vrouw was er om naar Sneek geweest.
Dit woonschip
heeft bekl. in huurkoop van de armmeester der gemeente, een
woning is er niet en een vergunning tot het wonen in het
woonschip is niet te krijgen. De kantonrechter geeft toe dat
bekl. er eerlijk tusschen zit. Bekl. beschrijft dat met een
vloed van woorden de toestand waarin geleefd moet worden,
waaruit we kunnen verstaan woorden als , varkenskrot, te
slecht voor pakhuis, enz,enz.
Brig. Deelstra
licht vervolgens de zaak nog eens toe. Het O.M. meent dat
dergelijke toestanden niet behooren te bestaan. Zij acht
bekl. schuld in deze kwestie niet groot en eischt f 0,50,-
boete subs 1 dag met lastgeving tot vernietiging van het
betreffende woonschip.
Aldus
veroordeeld door den kantonrechter.
_o_
De volgende
zaak brengt weer eens de oude Gaasterlandsche geschiedenis
koeien in een andermans land laten lopen. Deze keer is bekl.
Popke Schr. te Wyckel.
Op 27 Juli
v.m. 7˝ uur heeft hij, aldus het proces-verbaal, een koe
laten loopen op het land van D. Veenstra. Beklaagde zegt dat
hij niet thuis was, doch de koe heeft een paal stuk gemaakt
en is even op het land van Veenstra geweest.
Alle getuige
bevestigen Meine Veenstra en de vrouw van D. Veenstra het
geen in het proces-verbaal is opgenomen. Volgens 1ste
getuige is bekl. een onhandelbaar mensch. Hij wilde het hek
eerder afbreken dan herstellen.
Het O.M. wijt
de geschiedenis aan het niet in orde zijn van de afrastering
en eischt f 10,- boete subs. 10 dagen. De kantonrechter
veroordeelt Bekl. overeenkomstig den eisch.
_o_
Vervolgens
wordt afgeroepen de naam van Dirk Th. arbeider te Oosterzee.
Deze bekl.
heeft op zijn geweten dat hij op 14 Juni over het land van
J. de Ruiter heeft geloopen, niettegenstaande hem zulks door
de R. mondeling, en door aangebrachte bordjes was verboden.
Beklaagde zegt
dat er geen bordjes waren en dat hij permissie van de R.
heeft. Getuige de R. vindt het goed dat de menschen er langs
loopen. Bekl. liep evenwel door het lange gras terwijl een
z.g. "reed" aanwezig was.
Hiertegen
waarschuwde getuige bekl. Deze zette hierop een groote mond
op en dreigde met dood maken enz. Nu wil getuige niet meer
toestaan dat bekl. langs zijn land loopt. Bekl. is mij te
gevaarlijk, aldus getuige. Bekl. gaat met deze verklaring
van getuige niet accoord. Hij op zijn beurt zegt dat de R.
hem met doodslag enz. bedreigde.
Nog wordt als
getuige gehoord Koert de Ruiter, arbeider te Echten. Deze
was op de bewuste avond in de nabijheid en heeft de
woordenwisseling aangehoord. Hij zegt o.a. gehoord te hebben
dat de Ruiter bekl. verbood het land door te gaan.
Het O.M.
eischt f 5.00 subs. 5 dagen, waartoe bekl. wordt
veroordeeld.
Terug