Historie

Friesland

Lemmer

 

Welkom bij Spanvis.

 

Wie zoekt Wie

Zoekfoto

Genealogie

 


 

 

Lemster vissersvloot, met naam van vissers en bijnamen, omstreeks 1915.

Met foto's en hulp van Jan Wouda, Anne en Saakje Visser, Marten Meester, Roel Verhoef, Hielke Roelevink, Jan Braaksma, Jilling Kingma, Auke Coehoorn, Rene Berg, Hillebrand Visser en Roely Bos-de Blaauw.

 En bestanden uit het archief van Carol de Vries, uitgewerkt door: Joop Hart .

Inleiding

           

LE: 1-10

LE: 11-20

LE: 21-30

LE: 31-40

LE: 41-50

LE: 51-60

LE: 61-70

 

 

 

 

 

 

 

LE: 71-80

LE: 81-90

LE: 91-100

LE: 101-110

LE: 111-119

LE: 121-130

LE: 131-171

 

● a= ansjovis, b=bot, g=geep, h=haring, ha=hoekaal, kv="kustvisscherij", p=paling of aal, sn=snoekbaars, sp=spiering, zz="op de Zuiderzee"

 

 

Naam schip: LE 1 Twee Gebroeders - "Twa Broers"
type: halfgedekte zeilboot
Vergunn.periode: 1911-1932
Eigenaar: Thijsseling, Jacob.
vis: a, b, h
Opm. in 1919 nieuw vaartuig
Verhaal Jacob Thijsseling, heeft eerst met een klein aakje gevist en in ca 1914 met een kleine botter. Zoon Douwe was zijn knecht. Na 1918 kwam de grootste schouw aller tijden in Lemmer van van Jacob en was de LE 1. Ze woonden eerst achter bakker Douma. Na de oorlog kregen ze een nieuwe houten schouw. Ze waren hoekwanters en Douwe was de kampioen aanazer van de Lemstervloot. Jacob zijn vrouw was Popkje Bootsma.
Latere eigenaar R. Hoekstra. Lemmer
Naam schip: "Anna Maria"
   
Latere eigenaar Eibert Visser. Lemmer.
Naam schip: "Riekelt "
Opm. Voorheen de LE 88
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 1: Grote houten schouw, gebouwd in Poppingawier in opdracht van Jacob Thijsseling. Bijnaam: De Bels. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botter & Schouw. Naam Schip: "Twa Broers"

 

De LE 1 met de zeilen van de LE 35.

 

 

De LE 1 en de  LE 84

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam schip: LE 2 It is mei sizzen net te dwaen
type: halfgedekte platbodem*
Vergunn.periode: 1911*-1930
Eigenaar: Wouda, Taede.
vis: a, b, h
Opm. *{ijzeren aak, geb in 1898 door Croles, te Ylst, leidde in 1900 Lemster delegatie bij vlootschouw voor Koningin Wilhelmina bij Pampus, Huitema, Lemsteraken, 228} vanaf 1930 Johan Wouda.
Verhaal Je kon vroeger op drie manieren bot vangen, namelijk met een hoekwant, dat was een erg bewerkelijke manier, met de botsleepnetten, dat werd met twee schepen gedaan en met zijdenetten, die echt van zijde waren. Lytse Teade was voor die tijd een belezen man. Hij is ook nog voorzitter van de visserijvereniging geweest. Hij woonde op het "Oare Ein"even voorbij Smid Hollander en had een zoon Johannes die met Trien van der Bijl was getrouwd, ook wel lytse Trien genoemd, een felle rijdster op de schaats. Ze reed meestal in wedstrijden achteraan Lammert Dijkstra en Janus Coehoorn. Ze hadden een dochter die Dieuwke heette. Teade Wouda die vroeger in de Lemsterkrant schreef was hun kleinzoon. De LE 2 had veel weg van een Jouster aak.
Latere eigenaar Gauke F. Bootsma
Naam schip: 'It is mei sizzen net te dwaan'
   
Latere eigenaar ? Moddergat
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 2: IJzeren aak, eig. Teade Wouda. Bijnaam: Lytse Teade. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botaak 36 vt. Naam Schip: "It is mei sissen net to dwaen" Bouwjaar: 1887 Werf: Gebr. de Boer.
Aanvulling. Na 1919 ging de LE 2, die de lange doopnaam 'It is mei sizzen net te dwaen' kreeg, een poos als LE 38 door het leven. Gauke F. Bootsma kreeg de aak voor f 900,- in bezit. Zijn zonen Steven, Germ en Fimme visten ermee, totdat het schip in 1939 naar Moddergat verkaste en tot WL 13 werd omgekat. De bedrijfsaak werd later tot motorboot verbouwd en verdween ze naar zuidelijker dreven.

Aanvulling.

Wed. S.J. de Vries. Uit Verkoopboek 1927. Verkoop boegsprieten 1927: Teade Wouda LE 2, Lemmer-Boegspriet 23 vt 13 cM in de beugel. Greenen. f 14,00

 

 

 

 

 

De LE 2 met de zeilen van de LE 47.

 

 

De Lemsteraak LE 2 op een foto van voor de restauratie.

 

 

 

 

Naam schip: LE 3 Presto
type: halfgedekte platbodem*
Vergunn.periode: 1911*-1932
Eigenaar: Coehoorn, Lubbert.
vis: a, b, h
Opm. Zie bijlage: Auke Coehoorn
Verhaal Lubbert was een leuke goedlachse man. Hij blies piston bij Excelsior en goed! Was getrouwd met Betsje Kingma, en woonde lang aan de Weverswal, waar nu het gemeentekantoor staat. Daarvoor woonden er de joodse veehandelaar Jozef en Sara Blok. Er was een koperen trekbel aan de deur, wat toen een teken van welstand was. Ze hadden vier dochters en een zoon. Waarschijnlijk dat Pieter Poepjes later de aak heeft gekocht die woonde aan de Langestreek.
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 3: gebouwd in 1903, in opdracht van Sake Visser. Bijnaam: Sake de Rus. Woonplaats: Lemmer. In 1908 eig. Lubbert Coehoorn, genaamd "Presto" later L.E. 50. Soort: Aak 37 vt. Naam Schip: "De vrije Rus" Bouwjaar: 1903

LE 3: Eigenaar 1908: Lubbert Coehoorn. Bijnaam: Lubeer en Ome Keesje. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak 37 vt. Naam Schip: "Presto" Bouwjaar: 1903

"Het was de laatste echte aak die nog aan de visserij op het IJsselmeer deelnam". Lubbert Coehoorn werd met Presto op 28-8-1909 3e in de 18 Zeemijlen op het Buiten IJ

Aanvulling.

De LE 50

 

Sake Visser (De Rus)

 

 

Foto van: www.charlottehuiskes.nl

 

 

Rechtsachter de LE 3

 

 

De LE 3 in Enkhuizen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam schip: LE 4 Willem
type: open roei- of zeilboot
Vergunn.periode: 1914-1922
Eigenaar: Lemstra, Jan
vis: aal, b, p, sp
Opm. In 1922 niet meer voor visscherij gebruikt. Van 1911-1914; schouw "De jonge Hans", Marten H. Vlig, vertrokken naar Hoorn in 1914.
Verhaal  
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 4: Eigenaar: Marten Vlig. Woonplaats: Lemmer. Soort: Schouw. Naam Schip: "De Jonge Hans"

LE 4: Eigenaar: Jac. J. Visser. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak. Naam Schip: "De jonge Steven"

LE 4: Eigenaar: Leeuwke Bootsma. Bijnaam: Leeuwke van Jette. Woonplaats: Lemmer. Soort: Schouw.

Aanvulling. Aan het museum "Lemster Fiifgea" ter beschikking gesteld door, familie Marten Annie Meester, op 13 mei 1997

 

 

 

Naam schip: LE 5 De jonge Steven
type: schouw
Vergunn.periode: 1911-1922
Eigenaar: Visser, Andries H.
vis: a,b,h
Opm. Hadden een groot gezin en woonden in de Steeg bij Grietje Kokje. Andries was een klein kereltje en Wiets was vrolijk van natuur en kon zo schalks kijken.
Verhaal De boot kwam in de visserij terecht in Lemmer. Het visserijnummer toen der tijd was LE 5. De heer Visser heeft de boot op 28 april 1943 op zijn naam laten registreren. Onder de kop "Bijzonderheden omtrent doorhaling" staat: "Wijziging eigenaren. Thans LE 5." Dat zou er op kunnen wijzen dat hij eerst onder een ander visserijnummer heeft gevaren en niet op naam van deze meneer Visser gebouwd is. Op de achterkant van het blad uit 1956 staat echter wel achter 1942 het nummer LE 5. Dus misschien is het toch al langer het nummer geweest. ('t Ros Beyaert, EX LE 50) Het bewijs van inschrijving was pas een paar maanden daarvoor afgegeven. Of dat ook iets met een eigenaars wisseling te maken heeft, of misschien iets met de oorlogsomstandigheden is niet duidelijk. De boot werd gebruikt voor de snoekbaars visserij. Op de kaart staat: "snoekbaarsnetten,hoekwant" In Lemmer aan de Vissersdijk werd de koop besloten.
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 5: Eigenaar: Jan Andries Visser. Bijnaam: Oude Mosje en Andries van Wiets. Woonplaats: Lemmer. Soort: Schouw. Naam Schip: "De Jonge Steven"

LE 5: Eigenaar: Steven. R. Visser. Soort: Botter. Naam Schip: "De Goede Visvangst" Woonplaats: Lemmer

Verhaal.

Mijn herinneringen aan de LE 5.

Door Boudewijn Westdorp.

Mijn vader, J.G.P Westdorp, was een verwoed zeiler. Op zijn 17e jaar zeilde hij samen met een vriend in een Canadese kano van Amsterdam naar Lemmer. Hij belde zijn vader op, om te zeggen dat hij goed was overgekomen. Zijn vader wist van niets en was zeer boos op hem. Zo begon zijn hobby.

Na nog twee zeilboten te hebben gehad, Bergemermeerkruiser en een D-klasse, kwam er een grote uitdaging. Jawel een Lemsterschouw, en zo waar een echte visserman. De LE5 was van de heer Visser te Lemmer. Wat ik van mijn vader gehoord heb, was er een sanering op de visvergunningen ingevoerd. Zodoende moest het schip van de heer Visser noodgedwongen verkocht worden. Na een afspraak met hem te hebben gemaakt, werd de koop besloten. Het schip werd verkocht voor F. 2500,00. Eerste aanbetaling was F. 2000,00 en bij overhandiging werden de laatste F. 500,00 betaalt.

Hoe kwam het schip aan zijn naam? Mijn vader wilde de LE5 een naam geven. Een goede vriend van hem was bij hem op bezoek en kwam met het verhaal van de 4 Heemskinderen. Het betrof de legende van t Ros Beyaert. t Ros Beyaert was een paard die de 4 Heemskinderen droeg. De vriend van mijn vader zei tegen hem: Wat let je om deze naam aan je schip te geven, daar je 4 kinderen heb en nog wel jongens. Zo is de naam ontstaan.

Soms mijmer ik en ga terug in het verleden. Mijn gedachten gaan naar een mooie en fijne periode. De vrijheid op het water. De mooie vergezichten met al die stadjes langs het IJsselmeer. De mooie tochten naar de Waddeneilanden. En nooit te vergeten de tochten door het mooie Friesland en altijd even langs Lemmer, om de heer Visser aan boord te halen om met hem samen een borrel te drinken.

Hij was altijd weer blij om de LE5 weer te zien.

●● Hierbij zou ik graag in contact willen komen met de eigenaar van t Ros Beyaert v/h de LE 5.

De reden daar van is: Om oude fotos van te kunnen overhandigen, die laten zien hoe het van een vissersboot naar pleziervaartuig werd omgebouwd.

B. Westdorp

Ankaradreef 12

3564 VK Utrecht

Mobielnummer: 06-53220655

Mailadres: boudewijnwestdorp@ziggo.nl

Zie voor foto's

 

De Jonge Jan (ST 4 (voor 1920 LE 90 ?) gebouwd in 1904. Toen visser C. J. de Boer in april 1949 bij scheepsreparateur Valk de boot voor onderhoud had liggen, waren er mensen van het Zuiderzeemuseum die belangstelling toonden voor de jol. Hij werd uiteindelijk verkocht voor fl.1500,- aan het museum. www.rosbeiaert.nl

 

 

Op het schuifluik zit nog de plaquette met het nummer 172.

 

 

Naam schip: LE 6 Vier Gebroeders
type: halfgedekte platbodem*
Vergunn.periode: 1911*-1918
Eigenaar: Bakker, Auke. Lemmer.
vis: a, b, h, sp
Opm. *{aak, in 1902 geb door Gebr. de Boer, in 1916 naar Harlingen, 1918 Staveren Huitema, Lemsteraken, 247}; in 1918 Andries Scheffer, halfgedekte platbodem "Zuiderzee"
Verhaal

Auke was getrouwd met Clara Visser, zie hadden vijf zoons en twee dochters. Hij heeft ca. 1909-1910 de aak verkocht aan Jelle Zwaan te Stavoren. Ze woonden toen in het Achterom, achter het hek, waar toen ook Willem van der Bijl woonde. Zijn geliefde houding was -een hand tussen de broeksband. Hij mocht er graag iemand tussennemen, en had dan van die pretoogjes. Is in 1914 1915 lid van de gemeenteraad geweest voor de visserij. Hij kon goed zijn zegje doen.

Deze 41.voet aak 'Vier Gebroeders' voor Auke Bakker, is naar verluidt de eerste aak, die de vier gebroeders de Boer als zelfstandige firma - (nadat ze vader en moeder uitgekocht hadden) hebben laten bouwen naar een tekening van Hendrik de Boer (1885-1972).
Verteld wordt dat Auke Bakker een bij 'Bos' te Echtenerbrug, een in aanbouw zijnde schip wilde kopen, deze bleek inmiddels aan een ander verkocht en op de terugweg werd toen de bestelling bij de Boer geplaatst. Financier was J. Sterk, een van de Lemster 'hangbazen'.

De LE 6 was een trouwe deelnemer aan de wedstrijden voor vissersvaartuigen van de 'Koninklijke' voor Amsterdam en wint in 1905 een derde prijs. In 1916 naar Harlingen gegaan en in 1918 wordt de aak aan Jelle Zwaan in Staveren verkocht en vaart dan onder nummer St. 10. Later gaat het schip over aan Gebr. Hoekstra te Emmeloord en vervolgens aan J. Jorritsma, aldaar. Deze brengt zelf een kajuit aan en neemt met succes deel aan de eenmanswedstrijden, georganiseerd door Reid in Workum. De aak is thans eigendom van D. Schirm te Lemmer.

De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 6: Eigenaar: Auke Bakker. Bijnaam: Witte schaap. Woonplaats: Lemmer. Soort: Visaak vt 41. Naam Schip: "De vier gebroeders" Bouwjaar: 1902 Werf: Gebr. de Boer

LE 6: Eigenaar: Andries Scheffer. Bijnaam: Driesje. Woonplaats: Lemmer. Naam Schip: "De Zuiderzee"

LE 6: Eigenaar: Liekele Poepjes. Woonplaats: Lemmer. Naam Schip: "De Jonge Jelle"

 

 

www.lemsternijs.nl

 

 

Naam schip: LE 7 Zuiderzee
type: halfgedekte platbodem
Vergunn.periode: 1911-1918
Eigenaar: Bootsma, Leeuwke.
vis: a, b, h, p, sp
Opm. vanaf 1918: Jan Beijma
Verhaal  
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 7: Eigenaar: Sake Zandstra & Leeuwke Bootsma. Bijnaam: Oompje (s)Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak. Naam Schip: "De Zuiderzee"
Aanvulling. Sake Zandstra woonde op het Eind. Zijn zoon Stoffel Zandstra, was later bij de gemeentewerken in dienst.

 

14 december 1928: In de nacht van 23 op 24 november kwam de stoomboot de "Harmonie"midden op het Tjeukemeer, door de storm tot zinken. De bemanning die hierboven afgebeeld worden hebben een bange nacht doorgebracht. Tegen de morgen kwam er gelukkig redding. Op deze afdruk zijn v.l.n.r. de stuurman K. Vaartjes, kapitein; J. A. Bakker, H. ? machinist; terwijl S. Postma als passgier meevoer.

 

 

De LE 7 die redding bracht.

 

 

De drenkeling werd tenslotte boven water gebracht en leeg gepompt.

 

 

 

 

Naam schip: LE 8 Weltevreden. Later "Vrouwe Antoinette Elizabeth"
type: halfgedekte platbodem
Vergunn.periode: 1913-1930
Eigenaar: Blaauw, Jan de.
vis: a, b, h
Opm. in 1913 eerdere LE 8 verkocht: UK 51 (Urk); {1911-1914: Andries de Blauw op grote aak, Huitema, Lemsteraken, 251}
Verhaal

Jan de Blauw, kwam uit de Schans, ze woonden daar naast Bonditie. Jan zijn eerste vrouw is al jong overleden. Zijn tweede vrouw was Hielkje Meijer. Ze hadden vier zonen en vijf dochters. Hun jongste dochter was Antje de Beer de Blaauw.

Roely Bos-de Blaauw, verteld: De eerste vrouw van Jan de Blaauw (*17-11-1851, + 01-04-1932, X 03-06-1877) was Deeltje Wagter (*07-4-1849, + 25-12-1882), zij kregen vier zoons (waarvan Gerrit en Andries een tweeling was) en twee dochters, ook een tweeling. Deeltje stierf in het kraambed van jongste zoon Deelus (+11-01-1908), en de dochters zijn slechts enkele maanden oud geworden. Jan, Gerrit en Andries bleven in leven. Jan de Blaauw trouwde opnieuw op 14-05-1885, met Hielkje Meyer, zij kregen samen nog eens zes kinderen. De broer van Deeltje, Hendrik Wagter, trouwde met Annegje van Veen en kreeg dochter Jeltje, die in 1911 trouwde met mijn pake Gerrit, mijn pake en beppe waren dus volle neef en nicht.

Jan Blaauw had eerst een grote aak van 50 voet, veel te groot voor de Lemmer, als het goed is, is deze aak verkocht aan de Urker Lub Bakker. Hiervoor in de plaats kwam de 45 voets aak de LE 8 met broer Lieuwe. Jan die schipper was op de LE 65 was nogal zwaar op de hand "Als ze de zee willen dichtgooien, gaan ze hun gang maar. Het is nu ook "Bidt en Werk" terwijl hij nooit een kerk van binnenzag.

Tezamen met zijn vier zoons bezat de omstreeks 1850 geboren visser Jan de Blauw naar verluidt in totaal 6 houten aken. In 1908 werden twee daarvan verkocht om een ijzeren 50- voet aak bij Gebr.de Boer te kunnen bestellen voor f 3.700,-.

Toen het schip bijna klaar was ontdekte zoon Gerrit dat de boeisels bij de voorsteven niet geheel symmetrisch waren. Na correctie daarvan was een ieder tevreden en werd de LE 8 dan ook 'Weltevreden' gedoopt. Schipper werd genoemd zoon Gerrit die - als zovele Lemster vissers, 50-voet eigenlijk te veel vond voor een handzame aak. Toen hij in 1911 trouwde, stapte hij dan ook over op de hierna te noemen 45 voet aak: de LE 67 (de huidige Noordster). Zoon Andries werd toen schipper op de LE 8, tot 1914. In 1914 ging de aak over aan Lub Bakker op Urk: UK 99,voor f 2.500,-. Na ook nog als UK 203 te hebben gevaren werd in 1933 van der Heiden in Elburg eigenaar: EB 50. Deze verkocht de aak in 1947 aan Kwakman te Vollenhove waarna de VN 41 op 29 maart 1959 door D.J. Lucas, te Voorburg werd gekocht voor f 10.000,-. In Delft bij de werf Vrijenban en ook in het eigen bedrijf werd de aak onder toezicht van H. Kersken Sr. tot jacht verbouwd. Daarbij werd de mast ongeveer een meter verplaatst en bleek de bun zo'n 8 m3 water te bevatten of anders gezegd 8 ton ballast. Zie ook de Waterkampioen 1962-205. Huidige naam Vrouwe Antoinette Elizabeth (42 VA).

Klaas Postma, stuurde een mooi aanvulling op: Het gaat hier om de afsluiting van de dijk van de Noordoostpolder, waar de burgemeesters van Lemmer en Urk elkaar de hand geven en waar de LE 9 van Kingma (tot 1939 LE 8 de Blaauw) voorbij komt zeilen.

De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda. LE 8: gebouwd in 1908 bij Gebr. de Boer, te Lemmer, in opdracht van Jan de Blaauw, Soort: Aak vt 50. Naam Schip: "Weltevreden. Later "Vrouwe Antoinette Elizabeth"

LE 8: Eigenaar: A. J. Visser. Woonplaats: Lemmer. Werf: Gebr. de Boer. Soort: Aak. Naam Schip: "De vier gebroeders" Bouwjaar: 1908

Aanvulling.

Aanvulling van Klaas Postma, uit Woudsend: Woudsen's gegevens van de LE 8. 45 voet: Werf de Boer, 1913: Visserijnummer LE 8: Eerste eigenaar J. de Blaauw.

H. Kingma. 1937 LE 9

J. Kwakman. 1953 VD 128. Eva Maria.

H. Surcken Kiwitt.

K. Postma. LE 8. Doeske.

 

Uitbesteder Gerrit de Blaauw.

 

●●●

 

 

 

 

LE 8 netten repareren als er even tijd voor is.

 

 

De LE 8.

 

Meer foto's

 

 

Naam schip: LE 9 Margaretha
type: halfgedekte platbodem*
Vergunn.periode: 1911-1921
Eigenaar: Kingma, Jilling/Harriet. Lemmer.
vis: a, b, h
Opm. {in 1906 hout met zijzwaarden, Oudheidkamer, Lemmer, mp a}
Verhaal Ze hebben jarenlang Klaas? Vlig als knecht aan boord gehad. Harriet was een broer van Jilling van de LE 88. Ook ruilden de broers wel eens een bemanningslid.
De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda.

LE 9: Eigenaar: Harriet Kingma. Bijnaam: Harriet Kingma uit de Schans. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 45. Naam Schip: "Margaretha" Bouwjaar: 1900 Werf: Gebr. de Boer.

Aanvulling. LE 9 -Hierover wat meer duidelijkheid na een mail van de Heer Jilling Kingma te Lemmer. Het is de aak van de vader van de Heer Kingma, de LE 8 van J. de Blauw is evenals de LE 88 van de grootvader van de Heer Kingma, en is in 1913 gebouwd. De Heer Kingma zijn vader kocht de LE 8 in 1938 en werd toen de LE 9.

 

 

 

 

 

 

De LE 8 van Jilling Kingma.

 

 

Hendrik, Harrit, Jilling Coehoorn en Wiebren Kingma.

 

 

 

 

Naam schip: LE 10 Twee Gebroeders
type: halfgedekte platbodem
Vergunn.periode: 1911-1921*
Eigenaar: Stienstra, Jacob
vis: a, b, h
Opm. *{aak , "De Drie Gebroeders", L.E.10 in 1915 door Gebr. de Boer te Lemmer gebouwd voor Marten Raadsveld, Huitema, Lemsteraken, 254, Brilleman. De LE-10, monografie, 323ev}
Verhaal

Het was een klein maar mooi aakje, in 1907 gebouwd bij Gebr. de Boer en was 8.60 lang. Later hebben Jan en Jacob Wouda ermee gevist en is daarna als plezierjacht in handen gekomen van Henny Kingma, die weer in Lemmer kwam wonen. Marten is op oudere leeftijd getrouwd met een vrouw uit Hindeloopen Tjitske Poeze? (leuk bericht in het gastenboek over de LE 10 van Roel Kingma) (Leuk artikel over de LE-10, het aakje dat mijn vader gekocht en omgebouwd heeft tot jachtje en het bijzondere feit dat Brilleman het teruggerestaureerd heeft. Het schip is weer terug in Lemmer, mooi initiatief van plaatsgenoot Schirm. Jammer dat mijn vader Hendrik die op 21 juni2005 op de leeftijd van 87 jaar is gestorven, dit niet meer heeft meegemaakt. Deze week (17 mei 2008) zag ik de Lemmer-10 vanuit mijn huiskamer langs varen: een prachtig en zelfs ontroerend moment!)

1915- LE 10 - De Drie Gebroeders-Gebr.de Boer

Deze kleine aak, De Drie Gebroeders, 'een mooi scheepje van 8.60 meter lengte', werd door de opdrachtgever Maarten Raadsveld (Lytse Marten) later verkocht aan Jacob en Jan Wouda. Daarna werd het overgedaan aan H. Kingma, eerst woonachtig in Oostzaan en thans weer in Lemmer. Stofberg haalde de bun er uit en later kwam er een soort kajuit je op. De aak werd vervolgens eigendom van J.J. de Korte in Aerdenhout onder de naam Grote Pier, die het schip in 1981 verkocht aan H. Hijdra te Leimuiden, die het aakje weer terugbracht in vissermanuitvoering.

Deze restauratie wordt thans voortgezet door de nieuwe eigenaar, J. Brilleman te Leeuwarden.

De Lemster vissersvloot van 1915 volgens Jan Wouda.

LE 10: Eigenaar: Marten Raadsveld. Bijnaam: Lytse Marten. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 31. Naam Schip: "Twee gebroeders" Bouwjaar: 1907 Werf: Gebr. de Boer

LE 10: gebouwd in 1912 bij Gebr. de Boer te Lemmer, in opdracht van Jacob Stienstra, later Gebr. Wouda, genaamd "Twee Gebroeders"

LE 10 - 1915- De Drie Gebroeders-Gebr. de Boer.

 

Een foto van rond 1930, want de Werkhaven is inmiddels al aangelegd. Op de LE 10 en op de LE 31 van Kuipers, wordt o.a. gewerkt aan het hoekwanten, en het repareren van de netten.

● Lemsteraak uit 1912 na omzwervingen terug in Friesland.

Een visaakje lang 8.25 breed over de spanten 2.90 voor de Heer J. Stienstra, Lemmer, zo staat de LE 10 in de boeken van scheepswerf de Boer. De Lemster onderneming bestaat nu niet meer, maar in 1912 en nog lang daarna was het een bloeiende scheepswerf "De Lemmer" liet zijn schepen bouwen bij de Boer.

Ruim 70 jaar later klopte iemand anders aan bij de Zuid-Friese haven, maar hij kon geen werf meer vinden onder de oude vertrouwde naam. Wel kwam de Leeuwarder douaneambtenaar Jan Brilleman in contact met mevrouw de Boer, die de bouworder boven water haalde. In het nota boek van de werf staat Stienstra's aakje genoteerd onder nummer 291, met een volledig uit gewerkte nota.

Alle werkuren staan er in, de duur van het kloppen van het plaatijzer, gewicht van het gebruikte ijzer (2755 Kg) en het gewicht van de klinknagels 188 Kg. Dirk de Boer was toentertijd de boekhouder en hij bracht de nota op 26 september 1912 naar de opdrachtgever.

Ruim 70 jaar later kreeg Jan Brilleman een rekening van Hielke Tromp, werfbaas in Gaastmeer. De opstelling van de nota lijkt op die van de Dirk de Boer, maar de bedragen zijn wel even wat anders, dat is mooi van Hielke, hij wilde het net zo mooi doen als de bouwer. Een vakman hoor daar in Gaastmeer. Zoals hij het IJzer bewerkt, dat zie je niet zo gauw meer, zegt een geestdriftige Jan Brilleman. Hij is de nieuwe eigenaar van de LE 10 die op een Zaterdag in Juni met zomerweer in de Harlinger Rommelhaven ligt.

Onderdeks werkt scheeps-beschieter Johan Prins. Hij moest er voor op de knien,want de kleinere type Lemsteraak en de LE 10 hoorden tot deze categorie. De aak bezat weinig comfort, althans gezien door de laatste twintiger eeuwen. In de punt lag gewoonlijk de schipper, de knechten konden tussen het harde werken door hun benen strekken op de harde banken aan stuur en bakboord. De kooi in de punt is niet groot maar dat was voor de latere eigenaarschipper van de LE 10 geen bezwaar. Hij hete Marten Raadsveld, indertijd bekend als Lytse Marten, hij zou 1.60 meter groot zijn geweest. Marten was de stiefzoon van Stienstra, die de LE 10 liet bouwen.

Haring en Ansjovis.

De Lemsteraak , inhoud acht m, 'Twee Gebroeders' van Stienstra en later van Raadsveld, visten op de Zuiderzee op haring, ansjovis en bot. Marten Raadsveld, sedert januari 1923 alleen eigenaar van de 'Twee Gebroeders' door het overlijden van Stienstra, liet een motor inbouwen in 1931, een ford van twaalf PK.

Een jaar later werd het visserijregister afgeschaft in verband met de afsluiting van de Zuiderzee, de grootste morele klap die de vissers van de oude binnenzee ooit werd toegedeeld. Jan Brilleman die zoveel mogelijk gegevens heeft verzameld over zijn nieuwe oude aanwinst, constateerde dat de LE 10 in 1928 een besomming maakte van 2109,- en dat kon er mee door. De visserij was toen niet gemakkelijk met zo'n zeilaak, een vlet met een bootje met vistuig er achter aan. Volgens de boeken van S.J. de Vries, de onderneming waar reparaties werden uitgevoerd had de LE 10 vaak een nieuwe boegspriet nodig.

De naspeuringen van Brilleman maakte ook duidelijk dat de Zuiderzeevisserij, direct na het afdamming in het Noorden een catastrofale duikeling van de visopbrengsten had veroorzaakt. In handschrift word daar melding van gemaakt.

De LE 10 kwam in 1937 niet verder dan een besomming van 456.40,- de knecht kreeg 129.75 en de premie voor de verzekering bedroeg 19.70. Beste tijden beleefde de Zuiderzeevisserij in de eerste wereldoorlog, toen onze neutrale status de oorlogvoerenden buiten de deur hield, en er althans op eigen wateren naar hartenlust kon worden gevist. Het tij nam zelfs letterlijk een kering toen het gat in de afsluitdijk werd gedicht. De steunmaatregelen voor de Zuiderzeevissers waren op het oog misschien voldoende, in de praktijk, of als gevolg van allerlei manipulaties? vielen de resultaten van de Zuiderzee- steunwet bar tegen. De mensen zijn belazerd door de steunwet, zegt Brilleman beslist.

Steun voor vissers.

Zijn beide boeken met het verhaal over het reilen en zeilen van de LE 10 geven de opgang en teloorgang van de Zuiderzee visserij in Lemmer weer.

De waarde van Marten Raadsveld visuitrusting word door de directie voor de uitvoering van de steunwet vastgesteld op 650,- nog niet het derde deel wat de eigenaar ervan had verwacht. Hij bezat de aak, een vlet, een bootje speet-aalwant, botnetten, garnalenkorren, ankers en haringreep-netten, ansjovis-netten, zo maar een opsomming. In juli 1933 krijgt Raadsveld een uitkering van 9,- gulden per week. 's winters vijf gulden meer.

Drie jaar later word de visser afgescheept met f 6.50,- en daar moet hij ook vrouw en kind van onderhouden. De Lemsters Jaap en Jan Wouda, de bemanning, nemen de aak over als Marten Raadsveld komt te overlijden. Jaap en Jan visten waren de laatsten die met de LE 10 visten, samen met de twee zoons van Jan, Harm en Jacob Wouda. (Jacob was een goede visser. In 1967 is hij onwel geworden tijdens een voetbalwedstrijd, en ging op huis aan. In de steeg bij zijn huis is hij gevallen, waar hij door de gebroeders Rottin dood werd gevonden).

De oud Lemster Hindrik (Henny) Kingma die toen in Amsterdam woonde thans weer in zijn geboorteplaats, kocht de LE 10 en hij maakte er een plezier vaartuig van, door er een kajuit op te zetten. De vaste mast werd vervangen door er een strijkbaar exemplaar op te zetten.

Kingma is een telg van de bekende Lemster visser familie van wie Jilling Kingma zelfs enige faam genoot. Minder bekend bij de Friezen die zich bezig houden met de oude zeilsport is wellicht het feit dat de Lemsters visser meermalen en met succes hebben deelgenomen aan zeilwedstrijden bij Amsterdam. Opgetuigd als het even kon. Raasden de aken over het ruime water bij de hoofdstad, op weg naar een goede prijs.

De LE 10 heeft zijn naoorlogse jaren onder de naam 'Roela' gevaren bij de zoons Roelof en Jan Kingma. In Durgerdan was de aak een bekende verschijning tot 1963, toen J.J. de Korte uit Aerdehout, haar overnam. De Korte liet in Lemmer een nieuwe Fok en een nieuw grootzeil maken, bij de Vries, en van der Neut leverde in 1963 een nieuwe mast af, geschaafd uit een oude Tjalkmast. De LE 10 hete van af toen 'Grote Pier'.

Enkele jaren daarna kocht Henk Hijdra, uit Leimuiden het verwaarloosde scheepje, toen hij het zag liggen bij werf van Stapel in Sparendam. Hijdra sloopte de onechte kajuit, maar zijn poging om er weer een echte aak van te maken moest hij opgeven.

In de spiegel der zeilvaart lazen Jan en Tine Brilleman de advertentie waarin de LE 10 te koop werd aangeboden. Het beste was er toen al af, herinnert Jan Brilleman zich. Hij had al een tijd gezocht naar een zeilschip of scheepje. We hebben ons echt dingen moeten ontzeggen om de aak te kunnen kopen. Nu is het ook echt afgelopen we kunnen het niet meer, zegt de geboren Twentenaar die zich al jong verknocht voelde aan Friesland.

Zo mooi rond.

De Foto's herinneren aan de drukke dagen die de familie heeft doorgebracht op Tromp/ Hielke Wildschut's werf in Gaastmeer, om de LE 10 weer in uitstekende staat te brengen. Alles moest eruit en eraf, mast, motor noem maar op. De polyesterlaag onder het bergijzer hebben wij eraf moeten branden. Branden en schrapen tot vervelens toe. Hielke haalde de motorsteunen eruit, voordek en mastkoker weden gesloopt. Maar toen kwam het echte schip tevoorschijn, zo mooi rond. Je hoort dat wel eens zeggen dat er niets stil staat, alles is rond, nou zo was dat ook met onze aak.

Na het ontroesten werd het vlak in de teer gezet, het boeisel in de primer, voordek en achterschip in de lijnolie. Een nieuwe motor werd binnenboord getakeld (Volvo Penta) en in de kist geplaatst. Half mei voer de LE 10, toen weer als 'De Twee Gebroeders', van Gaastmeer naar Harlingen, naar de Rommelhaven. Volgende week wordt de LE 10 in Gaastmeer officieel herdoopt, ruim zeventig jaar nadat de Lemster werfarbeiders werkend voor zestien cent per uur, de aak fabriceerden.

 

NAAM:

Eigenaar/Schipper:

van:

tot:

Gebruik:

LE10 "De Twee Gebroeders"

J. Stienstra - Lemmer

1912

1923

visserij

LE10 "De Twee Gebroeders"

Martin Raadsveld - Lemmer

1923

 

visserij

LE10 "Drie Gebroeders"

Gebr. Wouda - Lemmer

1940?

1957

visserij

Roelja

Henny Kingma - Lemmer

1957

1962

recreatie (kajuitjacht)

Roelja

J.J.de Korte - Aerdenhout

1962

1981

recreatie (kajuitjacht)

Roelja

Henk Hijdra - Leimuiden

1981

1982

recreatie (visserman)

LE10 "De Twee Gebroeders"

Jan Brilleman -

1982

1989

recreatie

LE10 "De Twee Gebroeders"

M.de Peijper - Gouda

1989

1999

recreatie

LE10 "De Twee Gebroeders"

M.A. Hemmes - Nijland

1999

2001

recreatie

LE10 "De Twee Gebroeders"

Richard Klaver - Dirkshorn

2001

heden

recreatie

 

Dit is de eerste LE 10 van ongeveer 1896 - 1903, later is er weer een nieuwe aak gemaakt ook met het nummer LE 10, overgenomen in verband met het visrechtnummer.

 

Meer foto's

 

Zie ook: De LE 10. J. Brilleman

 

De schepen kregen hun LE Nr toegekend door de gemeente, nadat er internationale afspraken waren gemaakt voor de zee en kustvisserij per 1 augustus 1882. Maar als een visser zijn schip verkocht..mocht hij zijn eigen nr meenemen op zijn volgende aangekochte schip. Dit hield in dat er meerdere schepen waren met hetzelfde nr. In 1911 werd bij het visserijbesluit besloten om via een vernummering (de) ontstane lege nummers op te vullen, die ook waren ontstaan.

 

Inleiding

           

LE: 1-10

LE: 11-20

LE: 21-30

LE: 31-40

LE: 41-50

LE: 51-60

LE: 61-70

 

 

 

 

 

 

 

LE: 71-80

LE: 81-90

LE: 91-100

LE: 101-110

LE: 111-119

LE: 121-130

LE: 131-171

 

Home

 

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.