Lemster
vissersvloot met naam en bijnaam,
omstreeks 1915.
|
1|
2 |3
|4 |
5 |
6 |
7 |
8
|
LE 130:
Eigenaar: W. Scheffer. Soort:
Botter. Naam Schip: "Paul Krûger"
Woonplaats: Lemmer.
Botter
op zee
LE 131:
Eigenaar: R. van Slageren. (Later
LE 31) Woonplaats: Lemmer
LE 134: Eigenaar: A.
Rienkstra. (Later LE 55) Woonplaats: Lemmer
LE 136: Eigenaar: S.
Seldenthuis. (Later LE 56 en LE 91) Soort: Aak.
Woonplaats: Lemmer
LE 137: Eigenaar: A.
Fortuin. (Later LE 54) Woonplaats: Lemmer.
LE 138: Eigenaar: Meinte van
der Bijl. (Later LE 33) Woonplaats: Lemmer.
LE 139:
Eigenaar: Arend Poepjes. Soort:
Aak vt 29. Naam Schip: "De Vrouwe
Fenna" Bouwjaar: 1877. Werf:
Auke van der Zee in Joure.
Bijnaam: Lolle. Woonplaats:
Lemmer.
LE 141:
Eigenaar: Jan S. Visser. (Later LE
41) Woonplaats: Lemmer.
LE 142:
Eigenaar: A. W. de Jong. (Later LE
42) Woonplaats: Lemmer.
LE 143:
Eigenaar: Jan Pen. Soort:
Botter. Naam Schip: "De Goede
Verwachting" Woonplaats: Lemmer.
LE 145:
Eigenaar: Jelle J. Visser. (Later LE
45) Woonplaats: Lemmer.
LE 146:
Eigenaar: H. Coehoorn. Soort:
Aak vt 40. Naam Schip: "De Jonge
Jan" Bijnaam: Hindrik Petoet.
Woonplaats: Lemmer
LE 147: Eigenaar: J. H.
Poepjes. (Later LE 100) Woonplaats: Lemmer.
LE 148: Eigenaar: P. H.
Poepjes. Soort: Aak vt 40. Naam Schip: "De
Jonge Hans" Bouwjaar: 1898. Werf: Auke
van der Zee in Joure. Woonplaats: Lemmer/
LE 149: Eigenaar: S.
Zandstra. (Later LE 24) Woonplaats: Lemmer.
LE 149: Eigenaar: S. de
Haan. Naam Schip: "De Toekomst" Woonplaats:
Lemmer.
LE 156: Eigenaar: T.
Thijsseling. Soort: Schouw. Naam Schip:
"De Jonge Douwe" Woonplaats: Lemmer.
LE 157: Eigenaar: H. Mulder.
(Later LE 43) Woonplaats: Lemmer.
LE 158: Eigenaar: J. A.
Visser. (Later LE 58) Woonplaats: Lemmer.
LE 159: Eigenaar: A. S.
Visser. Soort: Schouw. Naam Schip: "De
Jonge Steven" Woonplaats: Lemmer.
Van de LE 160 heb
ik buiten deze foto om geen gegevens, maar
Tineke Vlig Harkema, vertelde dat de man rechts
naast de mast Marten Vlig is.
LE 161: Eigenaar: Lykele
Poepjes. (Later LE 69) Woonplaats: Lemmer.
LE 164: Eigenaar: R. A.
Visser. (Later LE 64) Woonplaats: Lemmer.
LE 165: Eigenaar: J. de
Blaauw. (Later LE 65) Woonplaats: Lemmer.
LE 166: Eigenaar: G. P.
Bootsma. (Later LE 66) Woonplaats: Lemmer.
LE 170: Eigenaar: J. R.
Visser, later Aant Rienksma LE 55.
Woonplaats: Lemmer.
Verhaal:
1899- LE 170
- Murnzer klif - Croles
Deze 41-voet aak
werd gebouwd voor Jan R. Visser en gefinancierd - zoals
zovele aken - door T.H. de Rook. De zoon van deze 'Jan
van Fetje', zelf dertig jaar als jachtschipper gevaren
op de Schollevaer van W. Bruynzeel, vertelde dat het een
best schip was, 'maar geen hardzeiler'.
Dat kon ook niet, volgens hem, want 'de zes Gebroeders'
was iets breder dan de aken van de Boer, en bovendien
klein getuigd met een heel grote bun om de bot in leven
te houden. Ook was de diepgang 30 cm minder dan bij de
andere Lemsteraken.
De aak werd later verkocht aan S. Kooistra (LE 37) en
daarna aan A. Rienksma ('Reade Aant' genaamd want iedere
Lemster had een bijnaam).
Onder de naam Murnzerklif werd het schip - nog steeds in
vissermans uitvoering - eigendom van P. de Jong en H.
Koopman te Balk en thans van Jhr. ir. a. van Swinderen
in Wijk bij Duurstede.
Ten behoeve van dit artikel is het schip dit jaar
opgemeten en in tekening gebracht.
Rectificatie
door: Jan Pieter Rottiné
De door u genoemde aak LE 170,
was later de LE 55 (zie de foto, waarvan overigens
het negatief nog altijd in mijn bezit is) Deze aak
is jarenlang gevaren door mijn overgrootvader Aant
Rienksma, geb. 16-01-1870 te De Lemmer, overl.
22-02-1954 Hij werd inderdaad “Reade Aant” genoemd,
waarschijnlijk vanwege zijn rossige haarkleur. De
aak was genaamd “Jaantje”. De naam “Murnzer Klif” is
een “jachtennaam” die waarschijnlijk door de latere
kopers, die hem als jacht in gebruik namen, aan het
schip is gegeven.
De zoon van “Reade Aant”, Rienk
Rienksma heeft nog jaren met de LE 55 gevist, ik ben
zelf ook nog wel samen met deze oudoom als “knecht”
wel enkele malen mee geweest.
LE 170 - Murnzer
Klif - gebouwd in 1899 bij Croles te IJlst.
LE 171: Eigenaar: A.S.
Rottiné. Naam Schip: "De Jonge Schelte"
Woonplaats: Lemmer.
1899 - LE 171
- Breehorn-Croles
Dit zusterschip van
de LE170,"De Jonge Schelte", werd eveneens gefinancierd
door T.H.de Rook ten behoeve van A.S. Rottiné.
In 1913 wordt het gekocht door H. Wouda ('Manus van
Mette') voor f 1.250,- en krijgt het no. LE 75.
Na 1928, als de Wouda's naar Medemblik zijn verhuisd,
vaart de aak tot ongeveer 1950 als ME 6.
De zoon van Wouda uit Medemblik, een man met een
onvoorstelbaar geheugen die heel wat informatie voor dit
artikel heeft aangedragen, vertelt dat de aak slecht
zeilde en laveerde. Vader Manus liet er daarom een 1
meter langere mast opzetten, de fok vergroten en een
scheg van 15 cm aanbrengen. Toen zeilde de aak goed en
de kop viel bij het laveren ook niet meer weg.
Dus ging men ook
meedoen aan de wedstrijden voor vissersvaartuigen die
ieder jaar door de 'Koninklijke' voor Amsterdam werden
georganiseerd.
Daarvan het volgende verslag: 'In 1913 gingen we er mee
te hardzeilen naar Amsterdam. Er was een dikke
topskoelte. Toen we in de Oranjesluizen lagen hoor ik de
oude nog zeggen: 'Maar ik zeil er de mast niet af'. Want
zo'n Amerikaanse grenen mast was niet goedkoop. Maar
toen we in de wedstrijd lagen en het maar net ging voor
de volle zeilen dacht hij niet meer aan de mast, maar
moest hij een beetje 'vlokesgud', dat was een borrel.
Want we lagen voor. We lagen in het lange rak van de
Knar bij de wind op Marken aan en 0, wee, daar brak het
voorste ijzerwerk van de gaffel en het zeil zakte tot de
blokken in de mast tegen elkaar kwamen. Ome Liekele de
mast In met een stuk ketting, een sluiting en een takelt
je en hij kon het zeil weer zo hoog krijgen en dat we
met de giek op het boord verder konden zeilen.
Maar de tweede ging
ons mooi voorbij, maar we werden toch tweede. Dat was
niet slecht voor zowat de slechtste zeiler van de
Lemster vloot' . Het schip komt vervolgens terecht in
Wieringen, vaart onder de no.'s WR 24 en WR 27 en wordt
dan door de scheepsbouwer Stofberg gekocht die de aak in
de jaren 1964/65verbouwt tot jacht.
Sinds 1967 eigendom van mr. J.R. Carp onder de naam
Breehorn (59 VB). Ook dit schip heeft evenals de LE 170
een wat platter vlak en werd eens bij reddingsacties
gebruikt, omdat door de brede vorm en het kleine tuig de
aak zich daarvoor goed leende.
De jonge Schelte was altijd makkelijk te herkennen aan
twee ogen voorop waaraan de netten werden vastgemaakt.
LE 171 = LE 75 - Breehorn - gebouwd in 1899 bij
Croles te IJlst.
De LE 75 als
visserman en als jacht.
Hermanus Wouda, 1878-1966. Kocht de LE 75 op 9 juli 1913

Oorkonde uitgereikt aan Hermanus Wouda, bemanning van de
LE 74, bij een reddingsoperatie in 1906.
Door
het ijs zeilend naar Lemmer.
|
1|
2 |3
|4 | 5
| 6 | 7
| 8
|
Home