LE 61: Eigenaar:
Fimme Bootsma. Soort: Botter, Aak vt 38.
Naam Schip: "De Jonge Gauke " Bouwjaar:
1888. Werf: Gebr. de Boer
Bijnaam: Hasse Bek en
Fimme van Betsje. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Fimme woonde in
het Leeg naast kapitein Vogelzang van de Lemmer
nachtboot. Er was een verhaal dat Jelle Visser die
aak had laten bouwen, maar hem niet 100% voldeed.
Volgens het verhaal zaten een ploegje Lemsters na
het ansjoop vissen aan een borreltje in een café van
Staveren. Toen Jelle zei "Voor die prijs (die niet
te hoog was) wil ik hem kwijt". Waarop Fimme zei
"dan is hij verkocht" Er waren getuigen bij, dus de
koop moest doorgaan. Jelle was nu eenmaal wel een
impulsieve man. Fimme had een groot gezin, al was
dat in die tijd heel gewoon. Ze zijn later ook
allemaal naar Makkum vertrokken. Heiko was de oudste
zoon en is niet zo jong meer in Makkum getrouwd. Dan
kwam Gouke Jan, met Anna Poepjes getrouwd, dan Gerben
en Klaas als jongste Fimme. De twee oudsten waren
dochters. Eén is getrouwd met een zoon van Jelle de
Jong, die zijn naar Lisse of Hillegom vertrokken en
Maaike is de vrouw geworden van een Veenstra uit
Heeg. Moeder Betsje kwam uit Moddergat een dorp
achter een hoge zeedijk in het Noorden van
Friesland, evenals Wierum en Peassens. In 1883 is
daar met een vliegende storm de gehele vissersvloot
vergaan. Het waren allemaal van die grote blazers
met twee masten.
Moddergat
LE 62: Eigenaar:
Willem Toering. Soort: Botter. Naam Schip:
"Soli Deo Gloria" Bouwjaar: 1888.
Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Willem was van
afkomst een binnenvisser uit Eernewoude, hij was ook
een goede zeevisser. Zijn zoon Aant, die met
Liesbeth Koornstra was getrouwd, was altijd zijn
knecht en een héle goede. De oudste zoon was bij de
Marechaussee. De nazaten waren later Noordzeevissers.
Willem heeft ook nog met fuiken gevist. In 1919
hebben ze nog een tjalkje gehad, maar niet lang. Het
vissershart trok toch meer dan het binnenwater. Ze
woonden in het Leeg boven de baan van Jan Pen.
LE 63 - Elisabeth - gebouwd in 1904 bij A. van der
Zee te Joure.
LE 63: Eigenaar:
Gebr. Hoekstra. Soort: Botter, Aak vt 43.
Naam Schip: "Elisabeth" Bouwjaar: 1904.
Werf:
A.
van der Zee te Joure.
Bijnaam:
Jongens van Wouter. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Zijn vrouw was
Jolsje Tjalma. Ze woonden in de Tuinstraat, waar
later Hidde Koornstra woonde en nog later Frans
Visser (pake van Roelie). Later hebben de zoons
Renze en Wiebe met de aak gevist. Wiebe was getrouwd
met
Sjuttjen (Sjuttje)
de Wilde, die een winkel had aan
de Vissersburen en een turfhandel. Hij had een mooie
golvende lange baard. De vrouw van Renze was
Akke
van Brug, haar vader werkte op de gasfabriek. Dan
was er nog een Liesbeth die met een Akkerman was
getrouwd en bij de tram was en nog Geert, deze heeft
een bakkerij in Lemmer gehad?
1904 - LE 63
- Kievietshorne - Auke van der Zee
Gebouwd onder
de naam Elisabeth voor Wouter Hoekstra. Later hebben
de zoons Renze en Wiebe met de aak gevist.
Daarna verkocht aan Mulder te Stavoren, en het
nummer gewijzigd in ST 49. Deze verkocht de aak op
zijn beurt aan Teerling te Usquert, waardoor het
nummer wijzigde in UQ 1. In 1971 gekocht door J.H.J.
Donia Nota, die enige jaren daarna een roef liet
aanbrengen door I. Blom te Hindeloopen.
Het wedstrijdnummer is 88 VB. De naam:
Kievietshorne.
|
Een kleine genealogische
benadering van het gezin Hoekstra.
Door
Koos Los.
I.
Wouter Rinzes Hoekstra, zoon van
Rinze Hoekstra (visser/schipper) en
Elisabeth Groen, geboren te
Lemmer [fr] op 6 mrt 1862 (do), visser,
schipper op de Lemsteraak LE 63,
"Elisabeth" (1904 - 1912), overleden (50
jaar oud) te Lemmer [fr] op 7 mei 1912 (di),
trouwt (resp. 25 en 21 jaar oud) te
Lemmer [fr] op 13 mei 1887 (vr) met
Joltje (Goltje, Jolsje) Wiebrens Tjalma,
dochter van Wybren (Wiebren) Andries
Tjalma (aannemer van werken,
veehouder) en Geertje Ages Hoekstra (logementhoudster,
boerin), geboren te Lemmer [fr] op 29 okt 1865 (zo),
overleden (46 jaar oud) te Lemmer [fr]
op 2 mei 1912 (do).
Uit dit
huwelijk 4 kinderen:
1.
Rinze (Renze) Hoekstra, geboren te
Lemmer [fr] op 7 feb 1888 (di),
visser op de Lemsteraak LE 63
"Elisabeth", overleden (81 jaar
oud) te Lemmer [fr] op 27 apr 1969 (zo),
trouwt (beiden 23 jaar oud) te
Lemsterland [fr] op 6 jul 1911 (do)
met Akke van Brug, dochter van
Tjalling van Brug (stoombootsknecht
(1888)) en Jantje Scheffer,
geboren te Lemmer [fr] op 29 apr 1888 (zo),
dienstmeid (1911), overleden (94
jaar oud) te Lemmer [fr] op 7 mrt 1983 (ma).
Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.
2.
Wiebren (Wiebe) Hoekstra, geboren te
Lemmer [fr] op 8 mrt 1891 (zo),
visser op de Lemsteraak LE 63
"Elisabeth", overleden (80 jaar oud) te
Lemmer [fr] op 27 okt 1971 (wo), trouwt
(resp. 23 en 21 jaar oud) te Lemsterland [fr]
op 9 jul 1914 (do) met Sjuttjen (Sjuttje)
de Wilde, dochter van Hylke de
Wilde (koopman (1893) te Ruigahuizen) en
Wiepk Bakker, geboren te
Ruigahuizen [fr] op 13 mei 1893 (za),
overleden (79 jaar oud) te Lemmer [fr]
op 22 jan 1973 (ma). Uit dit huwelijk
geen kinderen bekend.
3.
Elisabeth Geertruida (Liesbeth) Hoekstra,
geboren te Lemmer [fr] op 29 mrt 1900 (do),
overleden (72 jaar oud) te Drachten [fr]
op 26 sep 1972 (di), trouwt (resp. 20 en
23 jaar oud) te Lemsterland [fr] op 2 dec 1920 (do)
met Roelof Akkerman, zoon van
Gerben Akkerman (visser te
Tjerkgaast (1897)) en Lutske Foppes
Heidstra, geboren te Tjerkgaast [fr]
op 1 jan 1897 (vr), visser, overleden
(46 jaar oud) te Drachten [fr] op 4 feb 1943 (do).
Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.
4.
Geert Hoekstra, geboren te Lemmer [fr]
op 22 jun 1904 (wo), bakker aan de
Lijnbaan te Lemmer, overleden (75 jaar
oud) te Lemmer [fr] op 5 mei 1980 (ma),
trouwt (beiden 26 jaar oud) te Kuinre [ov]
op 6 sep 1930 (za) met Boukje
Fledderus, dochter van Alardus
Fledderus (timmerman) en Jantje
Roek, geboren te Kuinre [ov] op 17 nov 1903 (di),
overleden (70 jaar oud) te Lemmer [fr]
op 8 dec 1973 (za). Uit dit huwelijk
geen kinderen bekend. |
De schepen op deze foto zijn: van voor naar
achter de UQ10 "Martha-Nan" (Kl. Meijer), UQ1
"Rob" (S. Teerling), UQ21 "Aaltje" (J. de Vries)
en helemaal achteraan de UQ9 "Jupiter" (Kr.
Meijer). De foto is zo van rond 1963 en het
bijzondere is dat alle 3 garnalenkotters die op
de foto staan afgebeeld, de UQ1 werd niet voor
de garnalenvangst gebruikt, allen houten kotters
zijn van Duitse origine. De rest van de
usquerder vloot van dat moment, allen van staal,
was blijkbaar net buitengaats.
Deze foto mocht ik ontvangen van Albert
Flikkema. De UQ 1 'Rob', de Lemsteraak
van visser en robbenjager Siepko
Teerling. De opname is van 4 januari
1963.
LE 64:
(Eerder LE 164 ) Eigenaar: Renze. A.
Visser. Soort: Aak vt 35. Naam Schip:
"De Jonge Andries" Bouwjaar: 1893.
Werf: Gebr. de Boer
Bijnaam: Renze van
Beike. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Er waren
veel Renzes. Zijn vrouw was Anne van Hielk.
Renze was een rustige man en ze woonden boven de
baan van Jan Pen. Zoons Andries en Wieb waren
later zijn knechts en woonden nog in Lemmer.
1901 -
LE 64 - Braek- J.J. Bos
Deze
40-voet houtenaak, de Jonge Andries, is steeds
in het bezit van de familie Visser gebleven.
Daarna gekocht door Ir. Koolhaas, die het schip
na de oorlog per vrachtschip naar Hongkong liet
transporteren.
Daar werd in 1960 de aak opgemeten bij de
Hongkong Whampoa Doek Co. en tot jacht verbouwd.
Daarna terug naar Nederland en thans eigendom
van de heer S. J. Henstra in Tijnje (Fr.) Naam:
Braek.
LE 64 - De jonge Andries - gebouwd in 1901 bij J. J.
Bos in Echtenerbrug.
LE 65: (Eerder LE 165)
Eigenaar: Jan de Blaauw. Soort: Aak vt
50. Naam Schip: "De Jonge Lieuwe"
Bouwjaar: 1908. Werf: Gebr. de Boer
Bijnaam: Doeske.
Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Jan was
vrijgezel en was van huis uit nogal pessimistisch.
Maar hij was een goede vissersman en woonde bij zijn
ouders in de Schans. Hoewel ze in goede doen waren
plachte hij in 1920 te zeggen( ze spraken toen veel
over de plannen van de afsluitdijk) "Minder als nu
kunnen we het niet krijgen. Het is nu bidt en werk"
LE 65: (Eerder LE 165)
Eigenaar: E.Koornstra. Naam Schip:
"Dolfijn" Woonplaats: Lemmer
LE 65: (EerderLE 165)
Eigenaar: Johan en Steven Visser. Naam Schip:
"Twa broers" Woonplaats: Lemmer
LE 66: (Eerder LE 166)
Eigenaar: Gauke Bootsma. Soort: Aak vt
40. Naam Schip: "De Jonge Poppe" Bouwjaar:
1899. Werf: Zwolsman
Bijnaam: De Pekel.
Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Zijn vrouw was
Antje Vlig, ze woonden in de Tuinstraat 3.
LE 67: Eigenaar:
Gerrit de Blaauw. Soort: Aak vt 45. Naam
Schip: "Noordster" Bouwjaar: 1912.
Werf: Gebr. de Boer
Bijnaam: De Knasse
Bieter. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Deze is in 1912
bij Gebr. de Boer gebouwd in opdracht van Gerrit de
Blaauw. Hij was 12.74 meter lang, een mooi schip en
een goede zeiler. Ze woonden aan de vissersburen.
Gerrit was een bekwame visser en kon praten als
Brugman. Maar wel verstandig, geen kletspraat en er
werd wat afgepraat in de Lemmer onder "De Hoek". Er
was geen radio of tv, dus praten maar, dit had ook
zijn bekoring. (zie ook voor schipper de Blaauw
bij de LE 8)
Foto van Roely Bos-de
Blaauw.
1911 - LE 67
- Noordster - Gebr.de Boer
Deze 45-voet
'vischaak', zo staat het in de werfboeken, werd
aangenomen op 7 januari 1911 voor de somma van f
2.310,- en op 15 april 1911 aan G. de Blauw
afgeleverd. We komen de Noordster maar één keer
tegen in de wedstrijden van de 'Koninklijke' voor
Amsterdam, namelijk op 2 september 1911. Resultaat:
'uitgesloten'. Misschien dat men daardoor nooit meer
is teruggekomen? Na er 47 jaren mee te hebben
gevaren verkocht de Blauw in 1958 de aak naar Terneuzen, waar Vermeulen er mee op garnalen viste.
In 1960 gekocht door de architect Romke de Vries
onder wiens toezicht het schip tot jacht werd
verbouwd. De Noordster ( 36 VA) is sinds 1971
eigendom van de 'verzamelaar van Lemsteraken' W.H.
Stofberg te Leimuiden.
Gerrit de Blaauw, Lemmer, opdrachtgever van de LE
67.
LE 67 - Noordster - gebouwd in 1911
bij De Boer
LE 69: Eigenaar:
Liekele Poepjes. Soort: Botter vt 46,5.
Naam Schip: "Schon wieder ein zal nooit de leste
zijn" Bouwjaar: 1899. Werf: A. van der
Zee te Joure
Bijnaam: Oude
Liekele. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Liekele was de
eerste visserman met motorische voortzetting met een
Penta aanhangmotor, dat was ca 1923 de benzine koste
toen 24 cent. Hij kreeg algauw navolging van Andries
Fleer met een T Ford en Jilling en Hans kregen een
petroleum motor in de aken. Liekele zijn vrouw was
een Zandstra. De oudste dochter Geertje was getrouwd
met Harriet Kingma, dan kwam Geert die later in
Makkum woonde, dan een Gepke en een Hans die zijn
ook Makkumers geworden.
Het zal ongeveer 1920-'21
geweest zijn dat oude Liekele een aanhangmotor
aanschafte, het was wel een zware. Hij liet in de
zij van de botter een soort ronde bun maken, zodat
hij van binnenuit zo de aanhangmotor kon laten
zakken. En waarachtig als het windstil was en de
anderen lagen te drijven met een vlet vol haring,
kon Liekele in de haven komen, en moesten de anderen
zich de blaren in de handen roeien, want de haring
moest worden gelost. Het is wel voorgekomen dat we
twee soms drie uren hebben geroeid met zo'n grote
zware vlet.
LE 70: Eigenaar:
G v/d Zee. Soort: Klipper tn 225. Naam
Schip: "Petronella Cornelia" Woonplaats:
Lemmer
LE 70: (Eerder LE 170
later LE 75) Eigenaar: Anne Scheltje
Rottiné. Soort: Aak vt 41. Naam Schip:
"De Jonge Schelte" Bouwjaar: 1899. Werf:
Crolis IJlst
Bijnaam: Anne van
Sip. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Zijn vrouw
heette Sipkje en had felle, zwarte ogen en ze
woonden aan de Lijnbaan. De oudste zoon Schelte voer
bij zijn vader, hij heeft ook op de nachtboot
gevaren, zijn vrouw was een dochter van binnenvisser
Rienksma. Zoon Piet voer ook op een botter, zijn
vrouw was een Vleeshouwer of Deinum. De jongste zoon
Jan is politieagent geworden, deze Jan zei nooit
zoveel maar was niet zachtzinnig van aard. De oudste
dochter Margje was getrouwd met Jaap Stienstra, en
dochter Sip met Sire Kabel uit Zaandam, die lag als
soldaat in Lemmer 1914-1918
LE 71: (Eerder 171,
vanaf 1913 LE 37) Eigenaar: Jan Visser.
Soort: Aak vt 41. Naam Schip: "De Zes
Gebroeders" Bouwjaar: 1899. Werf:
Crolis IJlst Woonplaats: Lemmer
LE 72: (Eerder LE 126)
Eigenaar: Jelle Koornstra. Soort:
Botter. Naam Schip: "De Jonge Klaas"
Bijnaam: Jelle van
Betsje. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Jelle woonde op
de Nieuwedijk en zijn later ook naar Makkum
vertrokken. Er was eens een debat bij de haven, het
ging in hoofdzaak tussen Andries de Blaauw en Jelle
Kalsbeek, het ging over het geloof en Jeruzalem,
toen zei Jelle "Here mijn God, nu dacht ik altijd
dat Jerualem in de hemel lag" en liep hoofdschuddend
weg, Jelle van Betsje zoals hij altijd werd genoemd
had als oudste zoon Klaas (dove Klaas), deze was
gehuwd met een Van der Meer, dan kwam Ymkje,
getrouwd met Andries Bakker, dan Andries getrouwd
met een Postma, dan Sietske die was getrouwd met
Piet Visser ze gingen al gauw naar Hilversum, dan
kwam dochter Akke getrouwd met Jan Visser en dan
Sake, deze was getrouwd met Klaske Thijsseling, dan
kwam Janus, dan Jan, zijn vrouw was ook een Van der
Meer dus een dubbele familie. Hun vader Van der Meer
woonde aan het Turfland naast of in het huis met de
kogel bij de brug. Dit is dan de laatste botter van
voor 1918.
LE 73: Eigenaar:
Sake Zandstra. Soort: Botaak. Naam Schip:
"De Vrouwe Aaltje" Bouwjaar: 1897. Werf:
Gebr. de Boer
Bijnaam: Toet toet en
Sake van Oate. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Sake kwam uit
de Schans en was een zwakke man. Zijn vrouw kwam uit
Urk en werd "Urker Aaltje" genoemd. Ze hadden ook een
winkeltje. Omdat vader veel ziek was moest zoon Leeuwke die later in de Parkstraat woonde, al op 15
a 16 jarige leeftijd optreden als schipper met als
knecht broer Jan. Sake is niet oud geworden, maar
Aaltje die altijd klaagde werd 84. In 1924 visten ze
op haring en ansjoop. Sake was een broer van Siebe
Zandstra van de LE 24.
LE 74: (Eerder LE 174)
Eigenaar: Steven Visser. Soort: Aak vt
40. Naam Schip: "De Vijf Gebroeders"
Bouwjaar: 1900. Werf: Gebr. de Boer
Bijnaam: Grote Steven en
Steven van Koosje. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: De LE 74 was de
tweede aak door Gebr. de Boer gebouwd. Het was
de aak waarmee Steven en zijn maats in 1906 de
mensen hebben gered van een wisse dood uit de mast
van de gezonken stoomboot "De Leeuwarden II" Steven
zijn vrouw was Koosje ten Veen. Haar vader had een
smederij aan de Lijnbaan, later Jan Gort. In 1910 is
ten Veen met zijn gezin naar Hilversum verhuisd.
Steven was nogal zwaar op de hand, en een hele
slechte slaper. Liep soms halve nachten langs de
haven en als ze achter het anker lagen bij de
ansjoop beug ging Steven nooit slapen. Dat is wel
een grote handicap voor een man. Ze woonden in 1908
aan de Weverswal, later woonden ze aan de Zeedijk,
Steven en Frans de twee zonen bleven in Lemmer,
dochter Jansje is met Eelke Rippen getrouwd.
1900 - LE 74
- 't Kan Verkeren - P. de Boer
Deze 'Vijf
Gebroeders' van Steven Visser (Steven van Koosje)
was het tweede ijzeren schip van Pier de Boer. Het
model was al beter, zodat we moeten aannemen dat
hetzij Dirk z'n tekening heeft verbeterd, hetzij het
'oog' en de ervaring van de oude Pier z'n invloed
deed gelden.
Steven Visser, ook nu nog in alle Zuiderzeehaventjes
herinnerd als 'Grote Steven', had opdracht gegeven
voor 'een handzaam aakje 'om met m'n jongen te
kunnen varen'.
En jaarlijks komen velen bij de huidige eigenaar
langszij, om te vertellen dat zij nog op 'die aak
van Steven' gevaren hebben, naast jonge Steven en
Frans Visser, die na 1935 eigenaar waren.
Frans Visser schreef over hem. 'In 1906
heeft mijn vader met nog zes vissersknechten, vijf
mensen gered met de schuit, bij een zware
septemberstorm. Vader was vroeg in 't donker op de
haven, toen hij vuurpijlen zag afschieten, en ging
andere vissers kloppen, en zorgvuldig de schuit
voorbereiden. Gereefd, en onder halve fok, gingen ze
met de grote haringvlet er achter aan, zeewaarts.
Na anderhalf uur zeilen vonden ze van het wrak van
de stoomboot Leeuwarden II nog het topje van de
mast, 3 meter boven water, met 5 mensen er in.
Er stond toen nog geen motor in de aak, en ze zijn
boven het wrak ten anker gegaan, en hebben toen de
vlet boven het schip laten vieren, en zodoende
mochten ze het genoegen beleven de vijf mensen te
redden.
'Zwarte Jan' stond al gloeiend in de roef, en ook de
machinist, die alleen een hemd aanhad kwam weer bij
van de kou. Natuurlijk zijn getuigschrift en
medaille van deze redding een gewaardeerd
familiebezit!'
Voor Grote Steven gaat het
verhaal dat hij midscheeps in de aak staande beide
zwaarden gelijk kon optrekken!
In 1959 besloot de familie, onder andere omdat de
motor voor het soort visserij niet groot genoeg meer
was tegenover de concurrerende kotters, het schip te
verkopen.
We zagen het schip aan het havenhoofd in de sneeuw,
zo schrijft de heer F. Schreuder uit Bloemendaal,
opvallend met z'n hoge kop en sterke zeeg, gaaf op
alle spanten, en in de roef was zelfs het zout
droog!
Begin april ging de aak bij de Boer op de helling.
'Hij is onder water nog mooier dan er boven,zo glad
als een aal' zei de Boer. Die laatste aal werd uit
de bun gespoten, en onder het schip zie je hoe
direct achter de bun de scheg van hout, met ijzeren
slof
erop, begint.
Ook de stevens zijn nog steeds
(na 80 jaar!) van hout tussen de ijzers. Maar het
houten berghout hebben we laten vervangen.
't Was de tweede aak die de Boer van ijzer bouwde,
het eerste zusterschip werd door Steven Visser niet
genomen, hij wilde een hogere kop.
5 April'59 voeren we met dit stuk van het hart van
Lemmer weg, in 7 uur naar het Buiten IJ, aldus
Schreuder.
'59 Was een mooie zomer, we genoten van de ruime
kuip,3% x 5 m, en van de nog origineel beschilderde
roef, met het zwarte schouwtje waar 'Zwarte Jan'
zijn warmte geeft, en we besloten dit mooie
interieur niet te veranderen.
Ook nu blijkt de oudste in originele staat gehouden
ijzeren aak van de Boer al een paar maal als
voorbeeld
voor nieuwbouw gediend te hebben, en ook voor
gebruik op de oude manier, zij het niet met een
diesel die na indraaien van lontjes met handkracht
op het 400 kilo zware vliegwiel moet worden
aangeslingerd.
Ook wij hadden belevenissen genoeg: De Gouwzee eens
uitzeilend vraagt een opstapper waar hij alzo op
moet letten. Toen ik zei dat alles wat hij rondom in
het water zag mogelijk van belang was, keek hij eens
rond en zei: dus die bal daar zou een hoofd kunnen
zijn? Hoewel een ander schip er net vrij dicht langs
gevaren was, verlegden we dus koers en zien een
kleine zwemmende Volendammer naast een eigen
geknutseld volgelopen kano-tje met de wind de
Gouwzee uitdrijven. Kano-tje aan dek, 'en' zeggen we
'wou jij alleen gaan varen?' terwijl we koers
Volendam gaan liggen.
'Daar liggen er nog twee' zegt 't joch, en jawel een
groter, even lek bouwsel met nog twee 9-jarige
Volendammers.
Allemaal aan boord en In een Waddenzeetrui. Wat
bleek? De weg was vernieuwd, en van wat afval hout
en een rest teer in een vat hadden ze snel twee
kano's gebouwd! Ineens duiken ze weg als er een
bootje langs komt: 'hem z'n zus zit er in' zegt de
grootste! In de haven laten we 't kano-tje te water
en zeggen nou spring er maar naast, je kan toch
zwemmen! 'Maar ik kan niet springen' huilt de
kleinste.
Mooier nog zijn de verhalen van onze vissers zelf,
en ook die zijn waar gebeurd!
Zo gingen Frans en Steven in de jaren '30 met de LE
74 richting Urk voor een lange trek met de
dwarskuil, maar al gauw woei 't zo hard, dat ze voor
het kleinste puntje fok al te hard lensden. Maar ze
zagen kans om Oost van 't Vormt en Urk te komen.
Min of meer In 't oppertje lag daar een grote aak al
voor anker, maar hij lag zo te slingeren, en 't
oppertje was zo smal, dat ze geen zin hadden daar
met kans op een schiftende wind te gaan liggen. Dus
werd het tweede rif gestoken, wat maar héél zelden
gebeurde!, en met twee ringen fok gekruist naar de
haven van Urk toe.
Voor ons
onbegrijpelijk, maar ze kwamen bij het havenhoofd,
waar veel volk stond. Het tegen wind gooien van een
lijn lukte niet, dus de haven uit, en opnieuw er
weer naar toegekruist, en aangelegd. Nou lagen de
vissers van Lemmer en Urk bepaald niet bij elkaar
over de vloer, maar dit had gemaakt dat de bekende
reder Lankhorst naar ze toe. kwam en zei: 'daar neem
ik mijn hoed voor af, en hij deed het ook. Daarna
vroeg hij ze om mee te gaan naar zijn huis, en bood
ze droge kleren aan.
'Nou meneer, graag wat droge sokken', zeiden ze,
verder was 't niet nodig. Ze hebben koffie bij hem
gedronken, en gingen kijken hoe het verder er buiten
uitzag. De schepen die geankerd waren, waren tot bij
Nijkerk weggezet, en èr was veel averij maar vergaan
is er niemand'.
Hier is er nog
één: 'een vijf jaar geleden liggen we in Makkum voor
de steiger, waar een oude visserman met hoedje,
naast onze LE 74 komt staan. Na een tijd veert hij
rechtop, schopt met z'n klomp bij de mast tegen het
boeisel, en roept: Daer, jong, daer zat ik er
bovenop, op het Krabbersgat! en Steven skreeuwen
jong!' Het was de oude Poepjes, die in de jaren '30
met z'n botter de Enkhuizer haven uitkruisend, de
aak van Steven niet onder de fok had gezien', en nu
de oude deuk in het boeisel weer herkende.
LE 74 van Steven
Visser in de
wedstrijd. Onder de giek de 'blien'; bij het
door de wind gaan werd het schootblok van de
andere kant weer ingepikt 'met zoveel vloeken
als er nageltjes in het schip zaten.'
LE 75: (Eerder LE 70)
Eigenaar: Hermanus Wouda. Soort: Aak vt
41. Naam Schip: "De Zes Gebroeders"
Bouwjaar: 1899. Werf: Crolis IJlst.
Bijnaam: Aliene wol dwaan. Woonplaats:
Lemmer
Verhaal: De aak is in
1899 gebouwd voor Anne Schelte Rottiné. De 5e juli
1913 heeft Hermanus Wouda (in de wandeling Manus van
Mette( vader van Jan Wouda de schrijver van vele
artikelen in de Lemsterkrant) hem gekocht. Het was
een slechte zeiler en laveerder. Een echte
platbodem. Manus liet er een mast opzetten, die één
meter langer was, een kleed aan de fok en een schel
of kiel van 15 cm. en toen zeilde de aak goed en met
het laveren viel de kop ook niet meer weg. In 1928
zijn Manus en zijn vrouw met de hele ploeg naar
Medemblik vertrokken. Ze waren met zijn zessen als
broers, Jan, Sake, Teade, Leeuwke, Harmen en Manus.
Manus en zijn vrouw zijn respectievelijk 89 en 73
jaar geworden en waren beide van 1878
LE 76: Eigenaar:
Janus Coehoorn. Soort: Botter. Naam Schip:
"De Jonge Jan" Bijnaam: Ahamats en de
Jammerhoutsjes. Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Zijn vrouw was
Jansje van Hielk, zij was een tenger vrouwtje. Janus
was altijd goedgemutst. Hij had meestal pretoogjes
en kon smakelijk lachen en kon dan zo schalks kijken
kortom een fijne man. Hij had drie zonen en een of
twee dochters. Ze woonden in de Schans met een steeg
tussen nettenhandelaar Jan Pen later Libbe Bouma.
LE 77: Eigenaar:
Joh.Postma(Groningen). Soort: Sleepboot.
Naam Schip: "Anna Jacoba"
LE 77: Eigenaar:
Gerrit v.d.Zee ( Groningen). Soort: Klipper.
Naam Schip: "Friesland"
LE 78: (Later LE 21)
Eigenaar: Andries de Blaauw . Soort: Aak.
Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar:
1901. Werf: Bos Echtenerbrug.
Woonplaats: Lemmer
Verhaal: Een broer van
Jelle de Blaauw, Andries was feitelijk geen
visserman, maar had een visrokerij. Hij was een
pientere man, waar het slecht mee debatteren was,
want hij was goed onderlegd. Alleen in de ansjoop
visten ze met de aak. Dan was Seerp de schipper en
Hendrik, de latere armmeester, de knecht met nog een
derde man. Seerp is lang raadslid geweest voor de
SDAP. Toen het Wouda-gemaal geopend is door de
koningin was Seerp loco-burgemeester. Iedereen
gniffelde hoe zo'n rooie rakker dat er af zou
brengen, want in die tijd waren de verhoudingen niet
zo soepel als met de latere PVDA. Maar Seerp sloeg
zich er goed doorheen. Hendrik was getrouwd met
Bonsje Poepjes en zus met Tiese de Rook. Hendrik
woonde eerst aan het Turfland en had voor het eerst
een tuin, hij zou radijsjes zaaien en vroeg aan de
buren 'commies Romkema', hoe of dat moest. Die
zei "Je moet maar een kuiltje maken en daar flink wat
zaad in doen, dan in de rondte een touwtje leggen,
dan heb je als ze volgroeid zijn, kant en klare
bosjes". (Lemster humor) Seerp was een eerste klas
Trompettist bij Excelsior.
LE 78: Eigenaar:
Jan Pilon Jr. Soort: Tjalk tn 160. Naam
Schip: "Zeemeermin" Woonplaats: Lemmer.
LE 78: Eigenaar:
Jelle Koornstra. Bijnaam: Jelle Esje. Naam
Schip: "Sêis broers" Woonplaats: Lemmer.
LE 79: Eigenaar:
Jac. Pilon. Soort:Tjalk. Naam Schip:
"De twee gebroeders" Woonplaats: Lemmer.
LE 80: (Eerder LE 183)
Eigenaar: Jan Bijma. Soort: Botter.
Bijnaam:De Generaal.
Naam Schip:
"Woordenwind" Woonplaats: Lemmer.