Lemster vissersvloot met naam en bijnaam, omstreeks 1915.

 

| 1| 2 |3 |4 | 5 | 6 | 7 | 8 |

 

LE 61: Eigenaar: Fimme Bootsma. Soort: Botter, Aak vt 38. Naam Schip: "De Jonge Gauke " Bouwjaar: 1888. Werf: Gebr. de Boer

Bijnaam: Hasse Bek en Fimme van Betsje.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Fimme woonde in het Leeg naast kapitein Vogelzang van de Lemmer nachtboot. Er was een verhaal dat Jelle Visser die aak had laten bouwen, maar hem niet 100% voldeed. Volgens het verhaal zaten een ploegje Lemsters na het ansjoop vissen aan een borreltje in een café van Staveren. Toen Jelle zei "Voor die prijs (die niet te hoog was) wil ik hem kwijt". Waarop Fimme zei "dan is hij verkocht" Er waren getuigen bij, dus de koop moest doorgaan. Jelle was nu eenmaal wel een impulsieve man. Fimme had een groot gezin, al was dat in die tijd heel gewoon. Ze zijn later ook allemaal naar Makkum vertrokken. Heiko was de oudste zoon en is niet zo jong meer in Makkum getrouwd. Dan kwam Gouke Jan, met Anna Poepjes getrouwd, dan Gerben en Klaas als jongste Fimme. De twee oudsten waren dochters. Eén is getrouwd met een zoon van Jelle de Jong, die zijn naar Lisse of Hillegom vertrokken en Maaike is de vrouw geworden van een Veenstra uit Heeg. Moeder Betsje kwam uit Moddergat een dorp achter een hoge zeedijk in het Noorden van Friesland, evenals Wierum en Peassens. In 1883 is daar met een vliegende storm de gehele vissersvloot vergaan. Het waren allemaal van die grote blazers met twee masten. Moddergat

 

 


LE 62: Eigenaar: Willem Toering. Soort: Botter. Naam Schip: "Soli Deo Gloria" Bouwjaar: 1888. Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Willem was van afkomst een binnenvisser uit Eernewoude, hij was ook een goede zeevisser. Zijn zoon Aant, die met Liesbeth Koornstra was getrouwd, was altijd zijn knecht en een héle goede. De oudste zoon was bij de Marechaussee. De nazaten waren later Noordzeevissers. Willem heeft ook nog met fuiken gevist. In 1919 hebben ze nog een tjalkje gehad, maar niet lang. Het vissershart trok toch meer dan het binnenwater. Ze woonden in het Leeg boven de baan van Jan Pen.


LE 63 - Elisabeth - gebouwd in 1904 bij A. van der Zee te Joure.

 

LE 63: Eigenaar: Gebr. Hoekstra. Soort: Botter, Aak vt 43. Naam Schip: "Elisabeth" Bouwjaar: 1904. Werf:  A. van der Zee te Joure.  Bijnaam: Jongens van Wouter.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Zijn vrouw was Jolsje Tjalma. Ze woonden in de Tuinstraat, waar later Hidde Koornstra woonde en nog later Frans Visser (pake van Roelie). Later hebben de zoons Renze en Wiebe met de aak gevist. Wiebe was getrouwd met Sjuttjen (Sjuttje) de Wilde, die een winkel had aan de Vissersburen en een turfhandel. Hij had een mooie golvende lange baard. De vrouw van Renze was Akke van Brug, haar vader werkte op de gasfabriek. Dan was er nog een Liesbeth die met een Akkerman was getrouwd en bij de tram was en nog Geert, deze heeft een bakkerij in Lemmer gehad?

1904 - LE 63 - Kievietshorne - Auke van der Zee

Gebouwd onder de naam Elisabeth voor Wouter Hoekstra. Later hebben de zoons Renze en Wiebe met de aak gevist.
Daarna verkocht aan Mulder te Stavoren, en het nummer gewijzigd in ST 49. Deze verkocht de aak op zijn beurt aan Teerling te Usquert, waardoor het nummer wijzigde in UQ 1. In 1971 gekocht door J.H.J. Donia Nota, die enige jaren daarna een roef liet aanbrengen door I. Blom te Hindeloopen.
Het wedstrijdnummer is 88 VB. De naam: Kievietshorne.

Een kleine genealogische benadering van het gezin Hoekstra.

Door Koos Los.

I. Wouter Rinzes Hoekstra, zoon van Rinze Hoekstra (visser/schipper) en Elisabeth Groen, geboren te Lemmer [fr] op 6 mrt 1862 (do), visser, schipper op de Lemsteraak LE 63, "Elisabeth" (1904 - 1912), overleden (50 jaar oud) te Lemmer [fr] op 7 mei 1912 (di),
trouwt (resp. 25 en 21 jaar oud) te Lemmer [fr] op 13 mei 1887 (vr) met Joltje (Goltje, Jolsje) Wiebrens Tjalma, dochter van Wybren (Wiebren) Andries Tjalma (aannemer van werken, veehouder) en Geertje Ages Hoekstra (logementhoudster, boerin), geboren te Lemmer [fr] op 29 okt 1865 (zo), overleden (46 jaar oud) te Lemmer [fr] op 2 mei 1912 (do).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

1. Rinze (Renze) Hoekstra, geboren te Lemmer [fr] op 7 feb 1888 (di),  visser op de Lemsteraak LE 63 "Elisabeth",  overleden (81 jaar oud) te Lemmer [fr] op 27 apr 1969 (zo), trouwt (beiden 23 jaar oud) te Lemsterland [fr] op 6 jul 1911 (do)  met Akke van Brug, dochter van Tjalling van Brug (stoombootsknecht (1888)) en Jantje Scheffer,
geboren te Lemmer [fr] op 29 apr 1888 (zo), dienstmeid (1911),  overleden (94 jaar oud) te Lemmer [fr] op 7 mrt 1983 (ma). Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.

2. Wiebren (Wiebe) Hoekstra, geboren te Lemmer [fr] op 8 mrt 1891 (zo),  visser op de Lemsteraak LE 63 "Elisabeth", overleden (80 jaar oud) te Lemmer [fr] op 27 okt 1971 (wo), trouwt (resp. 23 en 21 jaar oud) te Lemsterland [fr] op 9 jul 1914 (do) met Sjuttjen (Sjuttje) de Wilde, dochter van Hylke de Wilde (koopman (1893) te Ruigahuizen) en Wiepk Bakker, geboren te Ruigahuizen [fr] op 13 mei 1893 (za),
overleden (79 jaar oud) te Lemmer [fr] op 22 jan 1973 (ma). Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.

3. Elisabeth Geertruida (Liesbeth) Hoekstra, geboren te Lemmer [fr] op 29 mrt 1900 (do), overleden (72 jaar oud) te Drachten [fr] op 26 sep 1972 (di), trouwt (resp. 20 en 23 jaar oud) te Lemsterland [fr] op 2 dec 1920 (do) met Roelof Akkerman, zoon van Gerben Akkerman (visser te Tjerkgaast (1897)) en Lutske Foppes Heidstra, geboren te Tjerkgaast [fr] op 1 jan 1897 (vr), visser, overleden (46 jaar oud) te Drachten [fr] op 4 feb 1943 (do). Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.

4. Geert Hoekstra, geboren te Lemmer [fr] op 22 jun 1904 (wo), bakker aan de Lijnbaan te Lemmer, overleden (75 jaar oud) te Lemmer [fr] op 5 mei 1980 (ma), trouwt (beiden 26 jaar oud) te Kuinre [ov] op 6 sep 1930 (za) met Boukje Fledderus, dochter van Alardus Fledderus (timmerman) en Jantje Roek, geboren te Kuinre [ov] op 17 nov 1903 (di), overleden (70 jaar oud) te Lemmer [fr] op 8 dec 1973 (za). Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.

 


De schepen op deze foto zijn: van voor naar achter de UQ10 "Martha-Nan" (Kl. Meijer), UQ1 "Rob" (S. Teerling), UQ21 "Aaltje" (J. de Vries) en helemaal achteraan de UQ9 "Jupiter" (Kr. Meijer). De foto is zo van rond 1963 en het bijzondere is dat alle 3 garnalenkotters die op de foto staan afgebeeld, de UQ1 werd niet voor de garnalenvangst gebruikt, allen houten kotters zijn van Duitse origine. De rest van de usquerder vloot van dat moment, allen van staal, was blijkbaar net buitengaats.

 

Deze foto mocht ik ontvangen van Albert Flikkema. De UQ 1 'Rob', de Lemsteraak van visser en robbenjager Siepko Teerling. De opname is van 4 januari 1963.


LE 64:  (Eerder LE 164 )  Eigenaar: Renze. A. Visser. Soort: Aak vt 35. Naam Schip: "De Jonge Andries" Bouwjaar: 1893. Werf: Gebr. de Boer

Bijnaam: Renze van Beike.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Er waren veel Renzes. Zijn vrouw was Anne van Hielk. Renze was een rustige man en ze woonden boven de baan van Jan Pen. Zoons Andries en Wieb waren later zijn knechts en woonden nog in Lemmer.

1901 - LE 64 - Braek- J.J. Bos

Deze 40-voet houtenaak, de Jonge Andries, is steeds in het bezit van de familie Visser gebleven. Daarna gekocht door Ir. Koolhaas, die het schip na de oorlog per vrachtschip naar Hongkong liet transporteren. Daar werd in 1960 de aak opgemeten bij de Hongkong Whampoa Doek Co. en tot jacht verbouwd. Daarna terug naar Nederland en thans eigendom van de heer S. J. Henstra in Tijnje (Fr.) Naam: Braek.

 

LE 64 - De jonge Andries - gebouwd in 1901 bij J. J. Bos in Echtenerbrug.

 

 


LE 65: (Eerder LE 165)  Eigenaar: Jan de Blaauw. Soort: Aak vt 50. Naam Schip: "De Jonge Lieuwe" Bouwjaar: 1908. Werf: Gebr. de Boer

Bijnaam: Doeske.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal:  Jan was vrijgezel en was van huis uit nogal pessimistisch. Maar hij was een goede vissersman en woonde bij zijn ouders in de Schans. Hoewel ze in goede doen waren plachte hij in 1920 te zeggen( ze spraken toen veel over de plannen van de afsluitdijk) "Minder als nu kunnen we het niet krijgen. Het is nu bidt en werk"

LE 65: (Eerder LE 165)  Eigenaar: E.Koornstra. Naam Schip: "Dolfijn" Woonplaats: Lemmer

LE 65: (EerderLE 165)  Eigenaar: Johan en Steven Visser. Naam Schip: "Twa broers" Woonplaats: Lemmer


LE 66: (Eerder LE 166)  Eigenaar: Gauke Bootsma. Soort: Aak vt 40. Naam Schip: "De Jonge Poppe" Bouwjaar: 1899. Werf: Zwolsman

Bijnaam: De Pekel.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal:  Zijn vrouw was Antje Vlig, ze woonden in de Tuinstraat 3.

 

 

 


LE 67: Eigenaar: Gerrit de Blaauw. Soort: Aak vt 45. Naam Schip: "Noordster" Bouwjaar: 1912. Werf: Gebr. de Boer

Bijnaam: De Knasse Bieter.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Deze is in 1912 bij Gebr. de Boer gebouwd in opdracht van Gerrit de Blaauw. Hij was 12.74 meter lang, een mooi schip en een goede zeiler. Ze woonden aan de vissersburen. Gerrit was een bekwame visser en kon praten als Brugman. Maar wel verstandig, geen kletspraat en er werd wat afgepraat in de Lemmer onder "De Hoek". Er was geen radio of tv, dus praten maar, dit had ook zijn bekoring. (zie ook voor schipper de Blaauw bij de LE 8)

 

Foto van Roely Bos-de Blaauw.

 

1911 - LE 67 - Noordster - Gebr.de Boer

Deze 45-voet 'vischaak', zo staat het in de werfboeken, werd aangenomen op 7 januari 1911 voor de somma van f 2.310,- en op 15 april 1911 aan G. de Blauw afgeleverd. We komen de Noordster maar één keer tegen in de wedstrijden van de 'Koninklijke' voor Amsterdam, namelijk op 2 september 1911. Resultaat: 'uitgesloten'. Misschien dat men daardoor nooit meer is teruggekomen? Na er 47 jaren mee te hebben gevaren verkocht de Blauw in 1958 de aak naar Terneuzen, waar Vermeulen er mee op garnalen viste. In 1960 gekocht door de architect Romke de Vries onder wiens toezicht het schip tot jacht werd verbouwd. De Noordster ( 36 VA) is sinds 1971 eigendom van de 'verzamelaar van Lemsteraken' W.H. Stofberg te Leimuiden.

 

Gerrit de Blaauw, Lemmer, opdrachtgever van de LE 67.

 

LE 67 - Noordster - gebouwd in 1911 bij De Boer


LE 69: Eigenaar: Liekele Poepjes. Soort: Botter vt 46,5. Naam Schip: "Schon wieder ein zal nooit de leste zijn" Bouwjaar: 1899. Werf: A. van der Zee te Joure 

Bijnaam: Oude Liekele.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Liekele was de eerste visserman met motorische voortzetting met een Penta aanhangmotor, dat was ca 1923 de benzine koste toen 24 cent. Hij kreeg algauw navolging van Andries Fleer met een T Ford en Jilling en Hans kregen een petroleum motor in de aken. Liekele zijn vrouw was een Zandstra. De oudste dochter Geertje was getrouwd met Harriet Kingma, dan kwam Geert die later in Makkum woonde, dan een Gepke en een Hans die zijn ook Makkumers geworden.

Het zal ongeveer 1920-'21 geweest zijn dat oude Liekele een aanhangmotor aanschafte, het was wel een zware. Hij liet in de zij van de botter een soort ronde bun maken, zodat hij van binnenuit zo de aanhangmotor kon laten zakken. En waarachtig als het windstil was en de anderen lagen te drijven met een vlet vol haring, kon Liekele in de haven komen, en moesten de anderen zich de blaren in de handen roeien, want de haring moest worden gelost. Het is wel voorgekomen dat we twee soms drie uren hebben geroeid met zo'n grote zware vlet.

 

 


LE 70:  Eigenaar: G v/d Zee. Soort: Klipper tn 225. Naam Schip: "Petronella Cornelia" Woonplaats: Lemmer

LE 70: (Eerder LE 170 later LE 75)  Eigenaar: Anne Scheltje Rottiné. Soort: Aak vt 41. Naam Schip: "De Jonge Schelte" Bouwjaar: 1899. Werf: Crolis IJlst

Bijnaam: Anne van Sip.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Zijn vrouw heette Sipkje en had felle, zwarte ogen en ze woonden aan de Lijnbaan. De oudste zoon Schelte voer bij zijn vader, hij heeft ook op de nachtboot gevaren, zijn vrouw was een dochter van binnenvisser Rienksma. Zoon Piet voer ook op een botter, zijn vrouw was een Vleeshouwer of Deinum. De jongste zoon Jan is politieagent geworden, deze Jan zei nooit zoveel maar was niet zachtzinnig van aard. De oudste dochter Margje was getrouwd met Jaap Stienstra, en dochter Sip met Sire Kabel uit Zaandam, die lag als soldaat in Lemmer 1914-1918


LE 71: (Eerder 171, vanaf 1913 LE 37)  Eigenaar: Jan Visser. Soort: Aak vt 41. Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar: 1899. Werf: Crolis IJlst Woonplaats: Lemmer


LE 72: (Eerder LE 126)  Eigenaar: Jelle Koornstra. Soort: Botter. Naam Schip: "De Jonge Klaas"

Bijnaam: Jelle van Betsje.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Jelle woonde op de Nieuwedijk en zijn later ook naar Makkum vertrokken. Er was eens een debat bij de haven, het ging in hoofdzaak tussen Andries de Blaauw en Jelle Kalsbeek, het ging over het geloof en Jeruzalem, toen zei Jelle "Here mijn God, nu dacht ik altijd dat Jerualem in de hemel lag" en liep hoofdschuddend weg, Jelle van Betsje zoals hij altijd werd genoemd had als oudste zoon Klaas (dove Klaas), deze was gehuwd met een Van der Meer, dan kwam Ymkje, getrouwd met Andries Bakker, dan Andries getrouwd met een Postma, dan Sietske die was getrouwd met Piet Visser ze gingen al gauw naar Hilversum, dan kwam dochter Akke getrouwd met Jan Visser en dan Sake, deze was getrouwd met Klaske Thijsseling, dan kwam Janus, dan Jan, zijn vrouw was ook een Van der Meer dus een dubbele familie. Hun vader Van der Meer woonde aan het Turfland naast of in het huis met de kogel bij de brug. Dit is dan de laatste botter van voor 1918.

 

 


LE 73: Eigenaar: Sake Zandstra. Soort: Botaak. Naam Schip: "De Vrouwe Aaltje" Bouwjaar: 1897. Werf: Gebr. de Boer

Bijnaam: Toet toet en Sake van Oate.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Sake kwam uit de Schans en was een zwakke man. Zijn vrouw kwam uit Urk en werd "Urker Aaltje" genoemd. Ze hadden ook een winkeltje. Omdat vader veel ziek was moest zoon Leeuwke die later in de Parkstraat woonde, al op 15 a 16 jarige leeftijd optreden als schipper met als knecht broer Jan. Sake is niet oud geworden, maar Aaltje die altijd klaagde werd 84. In 1924 visten ze op haring en ansjoop. Sake was een broer van Siebe Zandstra van de LE 24.


LE 74: (Eerder LE 174) Eigenaar: Steven Visser. Soort: Aak vt 40. Naam Schip: "De Vijf Gebroeders" Bouwjaar: 1900. Werf: Gebr. de Boer

Bijnaam: Grote Steven en Steven van Koosje.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: De LE 74 was de tweede aak door Gebr. de Boer gebouwd. Het was de aak waarmee Steven en zijn maats in 1906 de mensen hebben gered van een wisse dood uit de mast van de gezonken stoomboot "De Leeuwarden II" Steven zijn vrouw was Koosje ten Veen. Haar vader had een smederij aan de Lijnbaan, later Jan Gort. In 1910 is ten Veen met zijn gezin naar Hilversum verhuisd. Steven was nogal zwaar op de hand, en een hele slechte slaper. Liep soms halve nachten langs de haven en als ze achter het anker lagen bij de ansjoop beug ging Steven nooit slapen. Dat is wel een grote handicap voor een man. Ze woonden in 1908 aan de Weverswal, later woonden ze aan de Zeedijk, Steven en Frans de twee zonen bleven in Lemmer, dochter Jansje is met Eelke Rippen getrouwd.

1900 - LE 74 - 't Kan Verkeren - P. de Boer

Deze 'Vijf Gebroeders' van Steven Visser (Steven van Koosje) was het tweede ijzeren schip van Pier de Boer. Het model was al beter, zodat we moeten aannemen dat hetzij Dirk z'n tekening heeft verbeterd, hetzij het 'oog' en de ervaring van de oude Pier z'n invloed deed gelden. Steven Visser, ook nu nog in alle Zuiderzeehaventjes herinnerd als 'Grote Steven', had opdracht gegeven voor 'een handzaam aakje 'om met m'n jongen te kunnen varen'.
En jaarlijks komen velen bij de huidige eigenaar langszij, om te vertellen dat zij nog op 'die aak van Steven' gevaren hebben, naast jonge Steven en Frans Visser, die na 1935 eigenaar waren.
Frans Visser schreef over hem. 'In 1906 heeft mijn vader met nog zes vissersknechten, vijf mensen gered met de schuit, bij een zware septemberstorm. Vader was vroeg in 't donker op de haven, toen hij vuurpijlen zag afschieten, en ging andere vissers kloppen, en zorgvuldig de schuit voorbereiden. Gereefd, en onder halve fok, gingen ze met de grote haringvlet er achter aan, zeewaarts.
Na anderhalf uur zeilen vonden ze van het wrak van de stoomboot Leeuwarden II nog het topje van de mast, 3 meter boven water, met 5 mensen er in. Er stond toen nog geen motor in de aak, en ze zijn boven het wrak ten anker gegaan, en hebben toen de vlet boven het schip laten vieren, en zodoende mochten ze het genoegen beleven de vijf mensen te redden.
'Zwarte Jan' stond al gloeiend in de roef, en ook de machinist, die alleen een hemd aanhad kwam weer bij van de kou. Natuurlijk zijn getuigschrift en medaille van deze redding een gewaardeerd familiebezit!'

Voor Grote Steven gaat het verhaal dat hij midscheeps in de aak staande beide zwaarden gelijk kon optrekken! In 1959 besloot de familie, onder andere omdat de motor voor het soort visserij niet groot genoeg meer was tegenover de concurrerende kotters, het schip te verkopen. We zagen het schip aan het havenhoofd in de sneeuw, zo schrijft de heer F. Schreuder uit Bloemendaal, opvallend met z'n hoge kop en sterke zeeg, gaaf op alle spanten, en in de roef was zelfs het zout droog!
Begin april ging de aak bij de Boer op de helling. 'Hij is onder water nog mooier dan er boven,zo glad als een aal' zei de Boer. Die laatste aal werd uit de bun gespoten, en onder het schip zie je hoe direct achter de bun de scheg van hout, met ijzeren slof erop, begint.

Ook de stevens zijn nog steeds (na 80 jaar!) van hout tussen de ijzers. Maar het houten berghout hebben we laten vervangen.
't Was de tweede aak die de Boer van ijzer bouwde, het eerste zusterschip werd door Steven Visser niet genomen, hij wilde een hogere kop.
5 April'59 voeren we met dit stuk van het hart van Lemmer weg, in 7 uur naar het Buiten IJ, aldus Schreuder.
'59 Was een mooie zomer, we genoten van de ruime kuip,3% x 5 m, en van de nog origineel beschilderde roef, met het zwarte schouwtje waar 'Zwarte Jan' zijn warmte geeft, en we besloten dit mooie interieur niet te veranderen.
Ook nu blijkt de oudste in originele staat gehouden ijzeren aak van de Boer al een paar maal als voorbeeld voor nieuwbouw gediend te hebben, en ook voor gebruik op de oude manier, zij het niet met een diesel die na indraaien van lontjes met handkracht op het 400 kilo zware vliegwiel moet worden aangeslingerd.
Ook wij hadden belevenissen genoeg: De Gouwzee eens uitzeilend vraagt een opstapper waar hij alzo op moet letten. Toen ik zei dat alles wat hij rondom in het water zag mogelijk van belang was, keek hij eens rond en zei: dus die bal daar zou een hoofd kunnen zijn? Hoewel een ander schip er net vrij dicht langs gevaren was, verlegden we dus koers en zien een kleine zwemmende Volendammer naast een eigen geknutseld volgelopen kano-tje met de wind de Gouwzee uitdrijven. Kano-tje aan dek, 'en' zeggen we 'wou jij alleen gaan varen?' terwijl we koers Volendam gaan liggen.

'Daar liggen er nog twee' zegt 't joch, en jawel een groter, even lek bouwsel met nog twee 9-jarige Volendammers.
Allemaal aan boord en In een Waddenzeetrui. Wat bleek? De weg was vernieuwd, en van wat afval hout en een rest teer in een vat hadden ze snel twee kano's gebouwd! Ineens duiken ze weg als er een bootje langs komt: 'hem z'n zus zit er in' zegt de grootste! In de haven laten we 't kano-tje te water en zeggen nou spring er maar naast, je kan toch zwemmen! 'Maar ik kan niet springen' huilt de kleinste.
Mooier nog zijn de verhalen van onze vissers zelf, en ook die zijn waar gebeurd!
Zo gingen Frans en Steven in de jaren '30 met de LE 74 richting Urk voor een lange trek met de dwarskuil, maar al gauw woei 't zo hard, dat ze voor het kleinste puntje fok al te hard lensden. Maar ze zagen kans om Oost van 't Vormt en Urk te komen.
Min of meer In 't oppertje lag daar een grote aak al voor anker, maar hij lag zo te slingeren, en 't oppertje was zo smal, dat ze geen zin hadden daar met kans op een schiftende wind te gaan liggen. Dus werd het tweede rif gestoken, wat maar héél zelden gebeurde!, en met twee ringen fok gekruist naar de haven van Urk toe.

Voor ons onbegrijpelijk, maar ze kwamen bij het havenhoofd, waar veel volk stond. Het tegen wind gooien van een lijn lukte niet, dus de haven uit, en opnieuw er weer naar toegekruist, en aangelegd. Nou lagen de vissers van Lemmer en Urk bepaald niet bij elkaar over de vloer, maar dit had gemaakt dat de bekende reder Lankhorst naar ze toe. kwam en zei: 'daar neem ik mijn hoed voor af, en hij deed het ook. Daarna vroeg hij ze om mee te gaan naar zijn huis, en bood ze droge kleren aan.
'Nou meneer, graag wat droge sokken', zeiden ze, verder was 't niet nodig. Ze hebben koffie bij hem gedronken, en gingen kijken hoe het verder er buiten uitzag. De schepen die geankerd waren, waren tot bij Nijkerk weggezet, en èr was veel averij maar vergaan is er niemand'.

Hier is er nog één: 'een vijf jaar geleden liggen we in Makkum voor de steiger, waar een oude visserman met hoedje, naast onze LE 74 komt staan. Na een tijd veert hij rechtop, schopt met z'n klomp bij de mast tegen het boeisel, en roept: Daer, jong, daer zat ik er bovenop, op het Krabbersgat! en Steven skreeuwen jong!' Het was de oude Poepjes, die in de jaren '30 met z'n botter de Enkhuizer haven uitkruisend, de aak van Steven niet onder de fok had gezien', en nu de oude deuk in het boeisel weer herkende.

 

LE 74 van Steven Visser in de wedstrijd. Onder de giek de 'blien'; bij het door de wind gaan werd het schootblok van de andere kant weer ingepikt 'met zoveel vloeken als er nageltjes in het schip zaten.'

 


LE 75:  (Eerder LE 70) Eigenaar: Hermanus Wouda. Soort: Aak vt 41. Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar: 1899. Werf: Crolis IJlst.  Bijnaam: Aliene wol dwaan.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: De aak is in 1899 gebouwd voor Anne Schelte Rottiné. De 5e juli 1913 heeft Hermanus Wouda (in de wandeling Manus van Mette( vader van Jan Wouda de schrijver van vele artikelen in de Lemsterkrant) hem gekocht. Het was een slechte zeiler en laveerder. Een echte platbodem. Manus liet er een mast opzetten, die één meter langer was, een kleed aan de fok en een schel of kiel van 15 cm. en toen zeilde de aak goed en met het laveren viel de kop ook niet meer weg. In 1928 zijn Manus en zijn vrouw met de hele ploeg naar Medemblik vertrokken. Ze waren met zijn zessen als broers, Jan, Sake, Teade, Leeuwke, Harmen en Manus. Manus en zijn vrouw zijn respectievelijk 89 en 73 jaar geworden en waren beide van 1878


LE 76:  Eigenaar: Janus Coehoorn. Soort: Botter. Naam Schip: "De Jonge Jan" Bijnaam: Ahamats en de Jammerhoutsjes.    Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Zijn vrouw was Jansje van Hielk, zij was een tenger vrouwtje. Janus was altijd goedgemutst. Hij had meestal pretoogjes en kon smakelijk lachen en kon dan zo schalks kijken kortom een fijne man. Hij had drie zonen en een of twee dochters. Ze woonden in de Schans met een steeg tussen nettenhandelaar Jan Pen later Libbe Bouma.


LE 77:  Eigenaar: Joh.Postma(Groningen). Soort: Sleepboot. Naam Schip: "Anna Jacoba"

LE 77:  Eigenaar: Gerrit v.d.Zee ( Groningen). Soort: Klipper. Naam Schip: "Friesland"


LE 78:  (Later LE 21) Eigenaar: Andries de Blaauw . Soort: Aak. Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar: 1901. Werf: Bos Echtenerbrug.   Woonplaats: Lemmer

Verhaal: Een broer van Jelle de Blaauw, Andries was feitelijk geen visserman, maar had een visrokerij. Hij was een pientere man, waar het slecht mee debatteren was, want hij was goed onderlegd. Alleen in de ansjoop visten ze met de aak. Dan was Seerp de schipper en Hendrik, de latere armmeester, de knecht met nog een derde man. Seerp is lang raadslid geweest voor de SDAP. Toen het Wouda-gemaal geopend is door de koningin was Seerp loco-burgemeester. Iedereen gniffelde hoe zo'n rooie rakker dat er af zou brengen, want in die tijd waren de verhoudingen niet zo soepel als met de latere PVDA. Maar Seerp sloeg zich er goed doorheen. Hendrik was getrouwd met Bonsje Poepjes en zus met Tiese de Rook. Hendrik woonde eerst aan het Turfland en had voor het eerst een tuin, hij zou radijsjes zaaien en vroeg aan de buren 'commies Romkema', hoe of dat moest. Die zei "Je moet maar een kuiltje maken en daar flink wat zaad in doen, dan in de rondte een touwtje leggen, dan heb je als ze volgroeid zijn, kant en klare bosjes". (Lemster humor) Seerp was een eerste klas Trompettist bij Excelsior.

LE 78:  Eigenaar: Jan Pilon Jr. Soort: Tjalk tn 160. Naam Schip: "Zeemeermin" Woonplaats: Lemmer.

LE 78:  Eigenaar: Jelle Koornstra. Bijnaam: Jelle Esje. Naam Schip: "Sêis broers" Woonplaats: Lemmer.

 

 


LE 79:  Eigenaar: Jac. Pilon. Soort:Tjalk. Naam Schip: "De twee gebroeders" Woonplaats: Lemmer.


LE 80: (Eerder LE 183)  Eigenaar: Jan Bijma. Soort: Botter.  Bijnaam:De Generaal.

Naam Schip: "Woordenwind" Woonplaats: Lemmer.

 

 

| 1| 2 |3 |4 | 5 | 6 | 7 | 8 |

Home


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.