Lijst van
Lemsters die tussen 1932 en 1940 vertrokken, om elders de
visserij voort te zetten.
Beschrijving van Steven
Visser: Haven van
Makkum, met op de achtergrond,
rechts Hotel De Prins. Achter de
mannen de Leugenbolle en
daarachter het huis dat Jan Visser (Jan Ak )
heeft laten bouwen. Later heeft mijn tante
Pietje de Boer Wouda er nog gewoond. Een schitterend
uitzicht op de haven, zee en waard. De straat heet
Achterdijkje.
Als
gevolg van de afsluiting vertrok een aantal Lemster
visserijbedrijven naar het noorden, om binnen en buiten
de Dijk hun bedrijf voort te zetten. Er waren veel grote
gezinnen bij betrokken. Zij hoopte op de Waddenzee het
haring en ansjovisvissen te kunnen blijven uitoefenen en
op het IJsselmeer de paling vangst. Ten aanzien van het
laatste waren de verwachtingen niet hoog gespannen. De
meeste binnen en buitenvissers verhuisde naar Makkum.
Van de meest, staande - netters die vlak voor de oorlog
uit de Lemmer vertrokken, vormde de aanleg
Noordoostpolder doorgaans de aanleiding.
◊
Verhuist naar Makkum:
Fimme Bootsma met zoons, Haico, Gauke,
Jan, Klaas, en Pieter en twee schepen, de LE
23 (een aak) en de LE 61 (een botter). Later
WON 30, 32,23.
Hidde Klaas Koornstra, Bleef vanaf zijn
vijftigste jaar aan de wal en had twee
schepen in de vaart die hij door zijn zoons
liet bevaren: LE 59 (een botter) en de LE 50
(een houten aak). (Noot: De botter nummerde
later WON (van gemeente Wonseradeel, waartoe
Makkum behoort) 59. Het was een Huizer
botter die ca. 1948 verkocht werd naar
Spakenburg (BU 33). De aak ging eveneens
naar Spakenburg (BU 28). De oudste zoons
Klaas Hidde, Bertus en Andries, gingen op
een bepaald moment hun eigen weg, wat niet
erg naar de zin was van hun vader. Klaas
Hidde verhuisde ca. 1934 naar Harlingen, wat
toentertijd voor de meeste Lemsters een
"wilde stad was" Hij voer met de botter LE
15 later genummerd HA 75. ( Noot: ( Zijn
zoon Dorus viste in 1992 nog met een
Noordzeekotter ( HA 75). Bertus en Andries
trokken naar Makkum, de eerste nummerde WON
37, en de tweede WON 24, wat één van de
eerste ijzeren schouwen was. De jongste zoon
van Hidde Klaas Koornstra: Rense, Jelle, en
Jan, viste met genoemde LE 59 en de Le 50.
Kort
voordat Jelle Koornstra, uit De Lemmer
wegtrok, werd zijn jongste zoon Jelle, als
voortvloeisel uit een ruzie, door Geert
"Mels" Poepjes met een ansjovis anker zwaar
hoofdletsel toegebracht. De jongen is later
aan de gevolgen overleden, waarna de oudste
teugkeerde naar De Lemmer. De oude Jelle en
zijn zoon Adriaan visten daar verder met de
botter LE 72 de andere zoons: Klaas "Blauwe"
Jan (WON 28) en Sake bleven in Makkum.
Gradus Mulder, Abe van der Bijl en Jelle
van Lambertus Poepjes, visten met zijn
drieën op een Lemsteraak (LE 43, later WON 9
en 10).
Lambertus
Poepjes & Fenna Boonstra
17 juni
1873-21 januari 1947 / 11 februari 1871- 10 januari 1946
Lykele
Poepjes, met 4 zoons (botter LE 69) Eén zoon
viste als knecht bij Bertus Koornstra. Zegsman
Siebren Poepjes een zoon van Lykele. Later WON
47en 49.
Jan
Poepjes, van Delfstrahuizen (LE 119). Van
zijn zoons Hans, Jan, Klaas en Jappie begon de
eerste later voor zich zelf.
Pieter
Poepjes, (broer van Lykele) met zoons Jan en
Lykele ( LE 39 later Won 62)
Arend
Poepjes, kwam oorspronkelijk wel veel in De
Lemmer maar viste onder het nummer GA
(Gaasterland) 39, ook wel LE 104 en LE 94.
Klaas
Poepjes, met zijn zoons Hans, Andries, Jelle
en Pieter (LE18, later WON 16, 17, en 23).
Jan
Visser, (Jan van Jan en Tetje) met de schouw
LE47, later WON 8.
Bouke
Visser, broer van Jan, ook met een schouw LE
11. Hij heeft maar kort vanuit Makkum gevist en
is later naar Hindelopen verhuisd beide broers
waren "netjes-vissers".
Pieter
Wouda, (Pieter van Peke) viste eerst als
knecht bij Jan en Lykele Poepjes (LE 39). begon
voor zichzelf toen hij de vergunning van zijn
vader kon overnemen.
◊ Naar
Den Oever:
Klaas Bijlsma, LE 29, Nummerde later WR
331. Andries Visser (Boogaard) en Steven
Visser (Slide) visten samen met een schouw;
geen familie van elkaar. Steven Visser is na
enige tijd weer naar De Lemmer teruggekeerd.
Andries viste later met een Wieringeraak (WR
48)
Eibert Visser, LE 1 viste ook maar kort
uit Den Oever en ging terug naar De Lemmer.
◊ Naar
Medemblik:
Manus Wouda, LE 75 met 5 Zoons, waarvan
Jan (de schrijver) de oudste was.
◊ Naar
Hindelopen:
Hendrik Bijma, verhuisde in 1939 naar
Hindelopen en vandaar in 1948 naar
Schellinkhout.
Gauke Bootsma, (de Skeg) LE 85 Gauke jr.
ging weer terug naar De Lemmer en nummerde
daar LE 87.
Rinze Jelle Visser, (LE 58/HI 58) was
een zwager van Hendrik Bijma; Hij ging in
het zelfde jaar over naar Hindelopen. Ook
hij vertrok na enige jaren naar elders.

Spaanderbank. Bijgaand
overzicht van het voor de Lemsters vissers belangrijkste
zeegebied, werd vervaardigd met gebruikmaking van een
hydrografische kaart uit 1921.

En de kaart van
J.P. Keizer, uitgave 1925. De diepten herleid tot
gemiddeld laagwater, zijn opgegeven in decimeters. De
peiltochten zijn aangegeven met Romeinse cijfers.
Betekenis: Binnen en Buitenweek:
plaatsen met een dun laagje slik op harde ondergrond.
Duivelsrug: is Lacon.
Durk Everts of Durk Evertsluis:
boerderij aan de Gaasterlands kust, 2 a 3 km bewesten
het Rode Zand. Vormt met een hoger gelegen boerderij het
merk' de boereplaatsen op mekander', Deze lijn vormde
de westelijke begrenzing van de visserij met staande
haring en ansjovisnetten. Westelijker werd de tij stroom
te krachtig.
Gasboei: Lichtboei op de
Steile Bank.
Hondenest of Onzenest:
Hendrik Bijma: ' dat was zo'n kom en daar lagen we we
eens voor anker, dan had je geen last van zeeslag. De
Steile Bank loopt van Joriston naar de gasboei en daar
staat nog geen meter water op, maar daar achter staat
wel 1 a 2 meter. Dus 't kan waaien wat het wil, maar ze
staat d'r niet achter die droge bank.'
Vaarwater: vaarroute voor de
stoomvaart van Amsterdam naar De Lemmer, westelijk van
Urk langs.
De
Vollenhovense bol LE 110 bij de afsluitdijk. Dit nummer
stond in 1937 op naam van C. Poepjes.
Home
|