|
Oude
herbergen in De Lemmer.
Door Jaap van der Zwaag.
Als we over logeren in het oude Lemmer
hebben denken we altijd allereerst aan De Wildeman. Dat is niet
verwonderlijk want dit etablissement had een zeer goede naam. Dat het
dorp meer herbergen/logementen heeft gehad is minder bekend. Vooral
rondom de zeehaven en aan de Markt heeft een aantal herbergen gestaan.
Daarover gaat dit verhaal.
Elke Nederlandse plaats van enige
betekenis bezat in de 18de en 19de eeuw een
logement of een herberg, meestal in de nabijheid van de plaats waar de
diligences en postwagens arriveerden en vertrokken. Op bepaalde uren van
de dag kon het daar een drukte van belang zijn. De passagiers op
doorreis konden in de herbergen hun benen strekken. Men kon er wat eten
en drinken.
In de logementen kon men overnachten en
veel reizigers deden dat dan ook. Als er veel gasten waren, deelde men
het bed met verschillende medepassagiers; daar was men niet kinderachtig
in. Of dat vroeger ook in De Lemmer gebeurde, weet ik niet, maar niets
is onmogelijk.

Voor een rondtrekkende toerist was
overal in Nederland wel een herberg te vinden. Als hij geld had,
behoefde hij nergens honger of dorst te lijden. Op de meest
afgelegen plaatsen waren eetwaren en dranken te koop, al voldeed de
kwaliteit meestal niet aan de eisen, die de reizigers meenden te
kunnen stellen. De herbergen en logementen stonden dicht bij de
plaatsen waar de diligences en postwagens vertrokken en arriveerden;
in De Lemmer stonden ze aan de markt en aan de haven waar de schepen
uit Amsterdam aanlegden.
De etablissementen waren zeer
eenvoudig. De kamers hadden geen wastafels met koud en warm
stromend water, er was geen electrisch licht. Het licht kwam van
petroleumhanglampen. De kamers waren klein. Er stond een krakend
ledikant in met wat eenvoudig beddengoed en een tafeltje waarop een
waskom en een – gevulde – lampetkan. De kamers waren in de winter
ijskoud want een centrale verwarming of zelfs een andere verwarming
was er niet. Alleen in de gelagkamer stond een kachel (soms een open
(haard)vuur) en in de keuken een kolenfornuis. Er waren geen w.c.’s;
naast het ledikant stond een kastje met daaronder een po. En het
drinkwater kwam uit de regenbak van de herberg.
De gelagkamer was meestal een donkere,
rokerige ruimte met een tapkast en wat tafeltjes en stoeltjes.
Bedienend personeel was er niet; de kastelein, meestal ook de
eigenaar van het etablissement, zorgde voor alles wat de klant nodig
had. Veel kamers hadden de herbergen/logementen in het algemeen
niet, vier, soms vijf, meer niet.
Overigens werd er in de herbergen en
logementen niet alleen gelogeerd, gegeten en gedronken, maar ook
vonden er regelmatig verkopingen plaats en zelfs biljartwedstrijden,
zoals in Het Posthuis.
De herbergen en logementen werden in
krantenadvertenties vaak aangeduid als "deftig", wat ze in de meeste
gevallen niet waren, ook al werden ze soms "Heerenlogement"
genoemd. Vaak stond de prijs niet in verhouding tot het gebodene. Er
waren herbergiers, die teveel geld vroegen, er waren vaak te kleine
of onzindelijke kamers, en vlooien en ander ongedierte, het kwam
allemaal voor.
Na 1870 verdwenen de herbergen en
logementen geleidelijk. De reismogelijkheden verbeterden sterk als
gevolg van de opkomst van de trein. De herbergen werden òf
afgebroken, òf verbouwd tot een andere niet-horecabestemming óf
werden hotel.
De Lemmer kende vroeger naast De
Wildeman nog verschillende herbergen en logementen. Enkele zijn op
onderstaande plattegronden te vinden. Aan de Markt stonden ’t Rad
van Avontuur, Het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis, Logement &
Stalling Rotiné en het ’t Heerenlogement, aan de haven Het
Posthuis, Het Wapen van Vriesland, Het Oog in ’t Zeil. En aan de
Lange Streek stond het Sneeker Veerhuis.



De haven van Lemmer.
Over genoemde
herbergen/logementen is het volgende bekend.
1. Het Posthuis.
Hesselius Brandenburg, de
bet-overgrootvader van mijn tante Lammigje Brandenburg, die
getrouwd was met Kleis Visser, een broer van mijn moeder,
kocht op 28 juli 1809 voor 10.000 gulden van
Willem Ferwerda het logement
"Het Wapen van Lemsterland", dat vier bovenkamers en
twee benedenkamers en een keuken, een kelder bevatte, en een
paardenstal en een bleek had. Het logement lag aan de haven van De
Lemmer. De naam "Wapen van Lemsterland" wordt nog eenmaal genoemd,
namelijk in 1815, toen in de herberg een huis publiekelijk werd
verkocht. Daarna wordt de naam van de herberg niet meer genoemd.
Waarschijnlijk werd de naam veranderd in "Het Posthuis", want die
naam is sindsdien regelmatig te vinden, in ieder geval na 1816. De
indeling van Het Posthuis is bovendien gelijk aan die van "Het Wapen
van Lemsterland", zodat aangenomen mag worden dat het om dezelfde
herberg gaat. De weduwe, Yttje Roelofs heeft waarschijnlijk
na dood van haar man de naam veranderd in "Het Posthuis".
Het Posthuis grensde zowel aan de
haven als aan de markt en had als buurman Het Wapen van Vriesland
van Kornelis Thomas van der Pol. Het etablissement had vier
bovenkamers, twee benedenkamers, een keuken met pomp en een
regenwaterbak, een kelder,een bleekveld en een paardenstal.
In de Het Posthuis werden net als in
De Wildeman en Het Wapen van Vriesland regelmatig verkopingen
gehouden van bijvoorbeeld huizen, landerijen, partijen hout, schepen
enz.
Op 23 maart 1831 werd het
etablissement verkocht aan haar zoon Jan Hesselius Brandenburg
en Bauke Poppes voor 4.155 gulden.
De herberg werd
als volgt aangeboden in de krant:
De Notaris WAUBERT de PUISEAU,
residerende in de Lemmer, zal, krachtens autorisatie der Regtbank
van eersten aanleg, zitting houdende te Sneek, en ten overstaan van
het Vredegeregt van het kanton Lemmer, op Woensdag den 6 April 1831
bij de finale toewijzing, des namiddags te een uur, ten huize van de
Wed. H. Brandenburg, in het Posthuis in de Lemmer, in het
openbaar presenteren te verkoopen:
Eene HUIZINGE en HERBERG, staande
aan de Markt in de Lemmer, genaamd het Posthuis, en gemerkt
wijk 4, buurt 4, no. 375, met BLEEKVELD en STALLING, voorzien van
vier Bovenkamers, twee Benedenkamers, een Keuken, met Pomp en
Regenwaterbak, thans in gebruik bij de Wed. Hesselius Brandenburg,
Logementhouderesse aldaar; belendende te Oosten aan de Markt, ten
Westen aan het Havenhoofd, ten Zuiden aan Cornelis Thomas van der
Pol en ten Noorden aan de Markt; den 12 Mei 1831 vrij te
aanvaarden. De Memorie van lasten ligt ten kantore van genoemden
Notaris ter visie.
Cornelis (ook als Kornelis gespeld) Thomas van der Pol,
was eigenaar van "Het Wapen van Vriesland").
De weduwe van Hesselius Brandenburg en haar zoon
Jan Hesselius Brandenburg hebben Het
Posthuis nog tot 1837 geëxploiteerd. Op 11 april 1837 stond in de
krant de volgende advertentie:
L O G E M E N T .
De Ondergeteekende maakt aan het
geëerd Publiek bekend, dat hij met Mei aanstaande zich als
LOGEMENTHOUDER in de Lemmer zal vestigen in het
alleraangenaamst gelegen Logement genaamd het Posthuis, thans
bewoond door de Weduwe Brandenburg & Zonen; de vrijheid
nemende zich aan H.H. Reizigers en het Publiek minzaam te
recommanderen; belovende in alle opzigten eene prompte en civiele
bediening, en zullende hij alles aanwenden om het genoegen zijner
geëerde begunstigers te verwerven.
J. ADEMA
Adema pakte de exploitatie van Het
Posthuis voortvarend aan. Naast de gewone werkzaamheden en
verkopingen/veilingen organiseerde hij regelmatig
biljartwedstrijden. De eerste wedstrijd vond plaats op 26 juni 1838.
Als prijs werd o.m. "Eene extra zwaren zilveren zak tabaksdoos"
beschikbaar gesteld. Op 1 juni 1840 was er weer een wedstrijd. Het
ging toen om een fraai gouden zakhorloge en "eene nader te bepalen
PREMIE". Op 30 december van hetzelfde jaar was de volgende wedstrijd
met als prijzen een zilveren tabaksdoos een "eene fraai ingelegde"
biljartkeu. Op 22 juni 1848 werd er gestreden om drie gouden "Willems" (gouden munten met een afbeelding van de koning). Uit
onderstaande advertentie in de Leeuwarder Courant zien we dat de
tijden veranderden, want in 1857 ging de wedstrijd niet meer om
zilveren of gouden voorwerpen, maar om geld.

Jan Ybeles
Adema, getrouwd met Fokje Iebes Offringa, heeft het
etablissement nog tot 1874 in gebruik gehad. In dat jaar werd Het
Posthuis te huur aangeboden voor 5 jaar, namelijk van 12 mei 1874 tot
1879. De tekst van de advertentie in de Leeuwarder Courant luidde
als volgt:
Logement te Lemmer.
Bij gesloten
briefjes TE HUUR voor
5 jaren, van 12 Mei 1874 tot
1879.
Het van ouds gunstig bekende
Logement, het Posthuis te Lemmer, bestaand in eene ruime
Huizinge met Stalling en Erf, staande op eenen zeer gunstigen stand
aan de Markt en de Haven te Lemmer, in de onmiddellijke nabijheid
van de aanlegplaats der Stoombooten, thans nog in gebruik bij den
Heer J. IJ. Adema.
De voorwaarden liggen ter lezing in
bovengemeld Logement en ten Kantore van den Notaris F. Schaafsma te
Lemmer; zullende de briefjes van inschrijving franko moeten worden
ingeschreven ten huize van de eigenaar, den Heer
R.H. Brandenburg te
Lemmer, vóór den 20 Januari 1874.
Hoe het verder is
gegaan met Het Posthuis is onbekend.
2. Het Wapen van Vriesland.
Deze herberg stond aan de Haven naast
Het Posthuis. De oudst bekende eigenaar was Klaas Ages Dijkstra, die
met zijn dochter Nanke Klazes Dijkstra het etablissement
exploiteerde. De naam Klaas Ages ben ik voor het eerst tegengekomen
in 1803, toen op 26 november in zijn herberg o.m. woningen en
bleekvelden in De Lemmer werden verkocht. Op 11 april 1828 werd het
logement als volgt te koop aangeboden:
UIT DE HAND TE KOOP: Een zeer wel
beklantte en ter nering staande HUIZINGE en LOGEMENT, het Wapen van
Vriesland genaamd, met daarbij zijnde ruime STALLING, staande aan de
Markt te Lemmer en aldaar gekwoteerd met wijk 4, no. 374, waarin
sedert eene reeks van jaren met succes het bedrijf van Tapper,
Logement- en Soecieteithouder is gedreven; zijnde de Huizinge nog
voor vijf jaren aanmerkelijk verbeterd en vernieuwd, alles zoodanig
en diervoege, als thans bij den mede-eigenaar
Klaas Ages Dijkstra
wordt bewoond en gebruikt; op den 12 November 1828 of vroeger, ter
keuze van den kooper, vrij te aanvaarden. De Conditien zijn
intusschen te vernemen bij de Eigenaars en bij den heer J.
Greijdanus, Secretaris van de Grietenij Lemsterland, in de Lemmer.
Klaas en Nanke (die getrouwd was met
Hielke Libbes Tjalma) verkochten het aan Kornelis Thomas
van der Pol uit Follega voor 9727 gulden. Toen Kornelis in 1845
overleed verkocht zijn weduwe, Louis Kroes Het Wapen van
Vriesland nog in hetzelfde jaar en wel aan Johannes Franciscus
Tulleners. Die heeft het logement tweeëntwintig jaar kunnen
exploiteren, want op 30 november 1867 overleed Johannes. Een jaar
later verkocht zijn weduwe, Anna Catharina van Spaare,
tezamen met haar kinderen 11/12 deel van de herberg aan
Regnerus
Josephus Tulleners, die het resterende 1/12 deel bezat en die
Het Wapen van Vriesland ging exploiteren. Nadat Regnerus op 1 juni
1893 was overleden verkocht zijn weduwe,
Agatha Hendriks Nijdam,
in 1900 voor 8000 gulden de herberg aan de veehouder
Roelof
Eilers. De naam van der herberg werd toen veranderd in Hotel en
Stalhouderij R. Eilers.
Het einde van Hotel Eilers kwam in
1929 toen in de krant de volgende advertentie verscheen:
HOTEL "EILERS", LEMMER
Notaris A.I. BAKKER te Lemmer zal
Maandag 7 October 1929, des namidd. 3 uur, in na te melden hotel,
wegens ver-gevorderden leeftijd van den eigenaar-bewoner, finaal
verkoopen:
-
Het van ouds bekende
HOTEL "EILERS", waarin CAFE met vergunning, ruime VERGADERZAAL
en afz. verhuurde BOVENWONING met vrijen opgang, op eersten
stand, zeer gunstig gelegen aan de Markt en de Emmakade te
Lemmer, kad. Groot 2.20 are. Geboden slechts 9784 gulden.
-
2. De in onmiddellijke
nabijheid van voornoemd perceel gelegen SCHUUR, waarin stalling
voor ongeveer 20 paarden, gemakkelijk in te richten voor garage.
Geboden slechts 659 gulden.
-
Nota. In het café is de
eenigste vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein
in die wijk. Het pand is gelegen in de onmiddellijke nabijheid
van de ligplaatsen der Oude Lemmerbooten, dicht bij het
Tramstation, de Haven, het groot scheepsvaarwater en de
ligplaats der Holland-Frieslandlijn; vóór het café is de
stopplaats van diverse autodiensten.
-
De kooper wordt gratis in
het bezit gesteld van 2 verklaringen van afstand van
vergunningsarecht.
-
Aanvaarding 1 November
1929.
-
Biljetten verkrijgbaar.
Roelof Eilers was toen 71 jaar oud.

3. ‘t Rad van Avontuur
Deze herberg lag ook aan de haven,
maar de juiste locatie heb ik niet kunnen vinden. De vroegste
eigenaar die ik heb kunnen vinden was Claas Ulbes. Op 3
november 1768 werden in ’t Rad van Avontuur door de Erfgenamen van
Jan Lubberts zogenaamde Vastigheden (w.o. landerijen) ,
gelegen in Weststellingwerf verkocht. Claas Ulbes was toen
logementhouder. Op 11 april 1772 werd het etablissement als volgt
aangeboden in de krant:
Gradys Secretaris van Lemsterland
presenteert op den 16 April 1772 bij de Finaale Palmslag, op één Uur
na Noen, ten Huize van Fokjen Gosses Weduwe Claas Ulbes Hospita in
het Rad van Avontuur in de Lemmer, publyk en bij Stryk-geld te
verkopen, deszelfs heerlyke en op het beste ter Neeringstaande
Herberg, geleegen aan de Haven van de Lemmer, voorzien van drie
Kamers, eene groote boven-kamer, Zomerhuis met verscheidene
slaap-vertrekken, Bak, Bleek en groote Stallinge voor meer dan 20
Paarden, en verdere Commoditeiten tot een bekwame Herberg aan een
Zee-haaven behoorende en May 1772 vry van Muurjaren. Waar op geboden
is 3500 g.gls.
Op 21 april 1772 werd deze mededeling
min of meer op dezelfde manier herhaald. De herberg werd toen als
"deftig" betiteld. Er werd echter toen nog maar 2900 g.gls. geboden.
Koper in 1773 werd
Gerrit Gerrits
Brouwer. Onbekend is wat er verder met de herberg is gebeurd.


De haven van Lemmer in 1886.
4. ’t Heeren Logement.
’t Heeren Logement stond aan de Markt,
aan de noordkant. Het oudst bekende bericht is van 20 november 1756
toen in de krant werd aangekondigd dat "ten Huize van
Klaas
Meinardi, Kastelein in ’t Heeren Logement op de Lemmer", een "Deftige en Welbezeild Coffe-schip" werd verkocht. Twintig jaar
later werd het logement te koop aangeboden:
De Secretaris G. Radys en Dr. J.
Witteveen presenteren by Strykgelt te verkoopen: Een deftige en wel
ter Neringstaande HERBERG, ’t Heeren Logement genaamd, staande voor
aan ’t Merkt in de Lemmer voorzien met vier Royale boven Kamers,
twee beneden Kamers, een groot Voorhuis, een deftige Keuken, een
groote Kelder, Bak Put cum annexis, als mede een groote Stalling en
Hoeyschuur. Wie daar aan gadinge heeft, kome op Woensdag den 6
November by de Beste Zitdag, den 13 dito by de Verhoginge, den 20
November 1776 by de Finale Palmslag, telkens om Een uur na Noen ten
Huize van C: Meinardi Castelein in gemelde Herberg.
Nieuwe eigenaar
van ’t Heeren Logement werd Tjalling Andries Teitsma. Toen
hij op 8 oktober 1829 overleed kwam het logement korte tijd in
handen van de Erven Tjalling Andries Teitsma, maar in 1831
komen we zijn zoon Andries Tjallings Teitsma tegen als de
nieuwe eigenaar van ’t Heeren Logement. Andries was niet alleen
logementhouder, maar hij exploiteerde samen met Gerrit de Ruiter
(afkomstig uit Sneek) o.m. een diligencedienst tussen De Lemmer
en Leeuwarden via Sneek.
In januari 1837
werd ’t Heeren Logement in het openbaar verkocht. De volgende
advertentie op16 december 1836 in de krant werd aan deze verkoop
gewijd;
De Notaris Waubert de Puiseau, in de
Lemmer, zal, op Woensdagen den 11 en 25 Januarij 1837, telkens des
avonds ten zeven ure, in het na te melden Logement aldaar, in het
openbaar veilen en verkoopen:
Een florisant en uitmuntend
gesitueerd LOGEMENT, het Heeren Logement genaamd, staand aan
de Markt op het beste gedeelte van de Lemmer, met de daarbij
behoorende STALLING voor ruim 25 Paarden, staande aan de Rien, nabij
de Huizinge, gemerkt wijk 2, buurt 4, no. 170 en wijk 3, buurt 4, no
267 (Kadastraal sectie A, no. 277 en 510); bij den eigenaar
Andries Tjallings Teitsma in gebruik en op den 12 Mei 1837 vrij
te aanvaarden.
De Verkoop-Voorwaarden zijn te
vernemen ten Kantore van den genoemden Notaris.
Op 13 januari 1837 werd de advertentie
herhaald. Nadat Andries was overleden werd uit zijn boedel
vastigheden verkocht. Het volgende stond onder "Verkoopingen te
Lemmer" op 4 februari 1896 in de krant:
W. van der Meer, Notaris te Langweer,
zal, ten verzoeke van de H.H. Notarissen de KOE en SPANNENBURG en de
Heer Deurwaarder DIJKSTRA, na afloop vorenbedoelden palslag , in het
zelfde lokaal (bedoeld werd Zaterdag 15 Februari 1896 in de Herberg
"de Wildeman") nog finaal verkoopen de VASTIGHEDEN tusschen de Rien
en het Achterom te Lemmer, behoorende tot den boedel van wijlen
Andries Tjallings Teitsma, in de perceelen, zooals die op Zaterdag 1
Febr. j.l. zijn geveild, als:
Perceel I, onderdeel a,
WOONHUIZINGE met Erf, staande op 710 gulden; onderdeel b,
KOEMELKERIJ, staande op 837 gulden. Perceel II. Vier WONINGEN en een
SCHUURTJE, in huur bij H. Postma,
Jan Teitsma, Roelofje Sanders en
Jitske Joustra, te zamen voor 181 gulden in het jaar, staande op 917
gulden. Breeder bij biljetten omschreven.
Over het logement
is verder niets bekend.
● Zie:
Tjalling Andries Teitsma
En drie onderstaande
krantenberichten, afkomstig van Hillebrand Visser, uit Lemmer.

16-12-1836

16-12-1836

16 mei 1883.

1886. De Markt te Lemmer.
5. Het Amsterdamsche en Groninger
Veerhuis.
Op 1 maart 1839
werd dit logement als volgt te koop aangeboden in de krant:
De Notaris WAUBERT de PUISEAU, in de
Lemmer residerende, zal, op Zaturdag den 2 Maart 1839, in het
Logement de Wildeman, aldaar, veilen, en op Zaturdag den 9
dierzelfde maand, in het Logement het Amsterdamsche en Groninger
Veerhuis, mede aldaar, telkens des avonds ten zes ure,
verkoopen:
Het LOGEMENT genaamd het
Amsterdamsche en Groninger Veerhuis voormeld, waarin die affaire
sedert zeer vele jaren met het beste succes is uitgeoefend en nog
wordt uitgeoefend, staande aan de Haven voor de Veermans Kaaij
1 op
het beste gedeelte van de Lemmer, gemerkt W. 2, B 3, no. 203,
voorzien van diverse roijale Boven- en Benedenkamers, Keuken, groote
Kelders enz.Op den 1 Mei 1839 vrij te aanvaarden. De
Eigendomsbewijzen en Verkoopsvoorwaarden zullen 10 dagen vóór de
veiling ten Kantore van genoemden Notaris ter lezing liggen;
blijvende dit perceel inmiddels uit de hand te koop.
1 waarschijnlijk de
tegenwoordige Emmakade.
Het logement werd toen voor 3500
gulden verkocht door Hendrika Harms de Weerd, getrouwd met
Hendrik Deddes van Wijk aan Jan Groeneboer te Workum
(getrouwd met Leentje Weesenaar).
Op 23 juni 1843 werd het etablissement
weer te koop aangeboden ("Uit de hand te koop") door
Jan
Groeneboer. Uit de advertentie blijkt dat het logement vier
kamers, keuken, 2 regenwaterbakken, een zolder met beschoten dak, 2
kelders en "verdere gerijflijkheden" had. Als locatie werd toen niet
de Veermans Kaaij maar de Beurtmans Kaaij genoemd. En op 4 januari
1845 werd het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis opnieuw
aangeboden, maar nu "uit de hand te huur". In 1846 lukte het Jan
Groeneboer (hij woonde toen in Makkum) eindelijk het logement te
verkopen en wel aan Hendrikus Tulleners en
Jan Simons Knol
voor 1400 gulden; Groeneboer had daarmee 2100 (!) gulden
verloren. Wat er daarna precies is gebeurd is niet te achterhalen,
maar in 1867 werd het etablissement voor 1600 gulden verkocht door
Wiebe Jans Brouwer aan
Tjeerd Johannes Samplonius. In
1874 volgde de verkoop voor 1200 gulden (400 gulden verlies!) door
Gatske Jacobs Henstra, winkelierster in De Lemmer en weduwe
van Tjeerd Samplonius en haar zoon
Jacob Tjeerds
Samplonius, timmerman in De Lemmer, aan
Arie van Donk
(logementhouder te De Lemmer en getrouwd met Trijntje Samplonius,
een zuster van Jacob. Vier jaar later, in 1878, werd de herberg (en
een huis) voor 6000 (!) gulden verkocht door Arie van Donk
aan Gerben Pieters Waijer, boer te De Lemmer. Gerben
Waijer was ook tabaksteler en bezat in De Lemmer een
tabakskerverij aan de Lijnbaan.
Op 2 november 1878 betuigt Arie van
Donk in een krant "zijnen hartelijken dank aan allen, die hem
gedurende zijn twaalfjarig verblijf als Logement- en
Koffiehuishouder, in het Logement Amsterdammer en Groninger Veerhuis
te Lemmer, zoo zeer hun vertrouwen hebben geschonken en hem hebben
begunstigd; terwijl hij de vrijheid neemt zijnen opvolger, Gerben
Waaijer, minzaam aan te bevelen".
Op 17 januari
1882 tenslotte werd het logement uit de hand te koop aangeboden:
LOGEMENT Uit de hand te koop
Het sints vele jaren gunstig
bekende, welbeklante LOGEMENT het Amsterdamsch en Groninger
Veerhuis, staande op een besten stand nabij de Markt en aan de
Haven bij de Aanlegplaats der Stoombooten te Lemmer, waarin beneden:
groote Gelagkamer, Voorkamer, Kelders, en boven: 2 Kamers, kleinere
Kamers en Zolder, thans in gebruik bij den Heer G.P. Waijer.
Nadere informatiën te bekomen bij
den eigenaar en ten kantore van Notaris F. SCHAAFSMA te Lemmer.
In 1887 werd de herberg (met enkele
andere huizen in De Lemmer) door de Provincie Friesland voor afbraak
onteigend en vanaf 1 juli in dat jaar begon de afbraak.
De locatie is niet duidelijk; waar was
de "Veermans Kaai" of de "Beurtmans Kaaij"? Wie o wie helpt?

31 januari 1845.
6. Sneeker Veerhuis
Over het Sneeker Veerhuis is weinig
bekend. Het logement stond op de Lange Streek, vlak bij de Sluis,
vóór de aanlegplaats van de stoomboot op Strobos. Omstreeks 1830 was
Helmer Jans de eigenaar. In 1848 bood Helmer Jans en
zijn kinderen Jan Helmers,
Roelof Helmers,
Zacharias Helmers,
Hendrika Helmers en
Elisabeth
Helmers het logement te koop aan. Het werd toen verkocht aan
Jacob Johannes Balk, de echtgenoot van Hendrika Helmers
voor 1980 gulden.

2 december 1831.

7. Oog in ’t Zeil
Over het Oog in ‘t Zeil, gelegen aan
de haven, heb ik elders op deze website een verhaal geschreven,
namelijk over de verkoop van de inventaris van deze herberg in
1860.
8. De Poststal
Het enige wat ik weet van deze herberg
dat in 1867 dit etablissement door
Wilco van Andringa de
Kempenaer werd verkocht aan Jan Johannes Oly. Maar waar
deze herberg stond is onbekend.

9. Logement & Stalling Rottiné
Dit etablissement stond aan de Markt
maar moest worden gesloopt toen de Rien werd omgebogen. (zie
onderstaande foto).

Het logement van
Rottiné, op de Markt te Lemmer, in 1886.
10. Paveer.
In 1838 werd een huis en herberg
Paveer voor 587 gulden verkocht door
Holke Gerrits Dijkman te
Oosterzee, zijn broer Jan Gerrits Dijkma eveneens te
Oosterzee, hun zuster Aaltje Gerrits Dijkman te De Lemmer en
Harmen Hanzes Woudstra, boer te Eesterga, tevens voogd van
Geeske Wiebrens Dijkman en Hans en
Geeske Harmens
Woudstra. Koper was het Waterschap De zeven Grietenijen en de
Stad Sloten. Waar de herberg stond weet ik niet.
11. ???
Voorts schijnt er op de hoek van de
Markt en de Haven een logement/koffiehuis hebben gestaan, dat eerst
door Jacob Reinhard Vegter
werd geëxploiteerd en na zijn
overlijden (op 15 september 1891) door zijn weduwe
Minke Hiddes
Visser. Wat de naam van dit etablissement was weet ik niet.
12. Van der Hoff.
Ook het Hotel Van der Hoff op de
Nieuwburen is ontstaan uit een logement. Logementhouder was in de
tweede helft van de 19de eeuw
H. L. van der Hoff.
13. Het Roode Hert.
In De Lemmer heeft in de eerste helft
van de 19de eeuw nog een logement, later hotel Het
Roode Hert gestaan, eigendom van
Broer Lubberts van Asma.
Maar waar?

Lijst van
hierboven genoemde personen:
Adema,
Jan Ybeles (zie hierboven nr. 1)
Ages,
Claas (Klaas) (zie hierboven nr. 2)
Andringa de Kempenaer, Wilco van (zie hierboven nr.8)
Asma,
Broer Lubberts van (zie hierboven nr. 13)
Balk, Jacob
Johannes (zie hierboven nr. 6)
Brandenburg,
Hesselius (zie hierboven nr. 1)
Brandenburg,
R. Hesselius (zie hierboven nr. 1)
Brouwer,
Gerrit Gerrits (zie hierboven nr. 3)
Brouwer,
Wiebe Jans (zie hierboven nr. 5)
Donk, Arie
van (zie hierboven nr. 5)
Dijkman,
Aaltje (zie hierboven nr. 10)
Dijkman,
Geeske Wiebrens (zie hierboven nr. 10)
Dijkman,
Holke Gerrits (zie hierboven nr. 10)
Dijkman, Jan
Gerrits (zie hierboven nr. 10)
Dijkstra,
Klaas Ages (zie hierboven nr. 2)
Dijkstra,
Nanke (zie hierboven nr. 2)
Eilers,
Roelof (zie hierboven nr. 2)
Ferwerda,
Willem (zie hierboven nr. 1)
Gosses,
Fokjen (zie hierboven nr. 3)
Groeneboer,
Jan (zie hierboven nr. 5)
Helmers,
Elisabeth (zie hierboven nr. 6)
Helmers,
Hendrika (zie hierboven nr. 6)
Helmers, Jan
(zie hierboven nr. 6)
Helmers,
Roelof (zie hierboven nr. 6)
Helmers,
Zacharias (zie hierboven nr. 6)
Henstra,
Gatske Jacobs (zie hierboven nr. 5)
Hoff, H.L.
van der (zie 12)
Jans, Helmer
(zie hierboven nr. 6)
Joustra,
Jitske (zie hierboven nr. 4)
Knol, Jan
Simons (zie hierboven nr. 5)
Kroes, Louis
(zie hierboven nr 2)
Lubberts, Jan (zie hierboven nr. 3)
Meinardi (Meinardy), Klaas (zie hierboven nr. 4)
Nijdam,
Agatha Hendriks (zie hierboven nr. 2)
Oly,
Johannes (zie hierboven nr. 8)
Postma,
H. (zie hierboven nr. 4)
Samplonius, Jacob Tjeerds (zie hierboven nr. 5)
Samplonius, Tjeerd Johannes (zie hierboven nr. 5)
Sanders,
Roelofje (zie hierboven nr. 4)
Spaare,
Anna Catharina van (zie hierboven nr. 2)
Teitsma, Andries Tallings (zie hierboven nr. 4)
Teitsma, Jan (zie hierboven nr 4)
Teitsma, Tjalling Andries (zie hierboven nr. 4)
Tjalma,
Hielke Libbes (zie hierboven nr. 2)
Tulleners,
Hendrik (zie hierboven nr. 5)
Tulleners,
Regnerus Josephus (zie hierboven nr. 2)
Ulbes,
Claas (zie hierboven nr. 3)
Vegter,
Jacob Reinhard (zie hierboven nr. 11)
Visser,
Minke Hiddes (zie hierboven nr. 11)
Wayer
(Waayer), Gerrit Pieters (zie hierboven nr. 5)
Weerd,
Hendrika Harms de (zie hierboven nr. 5)
Woudstra, Geeske Harmens (zie hierboven nr. 10)
Woudstra, Hans Harmens (zie hierboven nr. 10)
Home
|