Een
brigantijn (ook wel schoenerbrik
genoemd) is een zeilschip met twee
masten. Zoals de naam schoenerbrik
al doet vermoeden, is de brigantijn
afgeleid van de brik. Bij de brigantijn
is alleen de voorste mast vierkant
getuigd. De achterste mast is
gaffelgetuigd (schoenergetuigd), en
voert bovenin nog een of twee razeilen.
De naam is
afkomstig van een Italiaans roofschip,
de bergantin of bargantin,
een kleine galei van de Middellandse
Zee, maar reeds in de 13e eeuw ook in
gebruik bij de Portugezen, Spanjaarden,
Turken en Fransen. Deze laatsten spraken
van brigantin.
De
brigantijn zoals wij hem kennen ontstond
pas aan het begin van de 18e eeuw en had
oorspronkelijk een ronde boeg en
vallende spiegel. Het voorschip werd
gaandeweg scherper en de latere
brigantijn kreeg zelfs een klippersteven
en een overhangend achterschip. Het
zeilplan bleef min of meer hetzelfde,
maar de razeilen aan de grote mast
verdwenen; het werd een schoenerbrik.
De
brigantijn werd in het verleden
veelvuldig ingezet door smokkelaars en
piraten. Zij waardeerden het schip
vanwege zijn wendbaarheid en goede
vaareigenschappen op aandewindse
koersen. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat de marine en de
kustwacht die deze schepen achterna
zaten, al snel hun eigen brigantijnen in
de vaart brachten.

Barkentijn.
Een barkentijn of
schoenerbark is een
zeilschip met drie of
meer masten, waarvan de
voorste mast
dwarsscheeps is getuigd
en de overige masten
langsscheeps. Het
scheepstype is vanaf de
tweede helft van de 19e
eeuw in gebruik gekomen
en gebleven tot het
einde van de tijd van de
grote zeilvaart, in de
jaren dertig van de 20e
eeuw.
In de praktijk kwam dit
scheepstype in allerlei
mengvormen voor, door de
Engelsen ook wel
aangeduid als '‘jackass-barque’';
een term waarvoor geen
goede Nederlandse
vertaling is en die dan
ook vaak als barkentijn
geclassificeerd wordt.
Ook werd lange tijd de
term barkentijn
gehanteerd voor het
scheepstype dat wij nu
kennen als brigantijn.
Het barkentijn-tuig is
in de nadagen van de
zeilvaart lang in
gebruik gebleven omdat
het het beste van twee
werelden
vertegenwoordigde.
Zeelui zagen het type
vaak als een lastige
kruising tussen een bark
en een schoener, hoewel
ze in de praktijk vaak
sneller bleken en als
veelzijdig te boek
stonden. Het is wellicht
opmerkelijk dat juist
déze vorm van tuigage
veel werd toegepast als
noodvoortstuwing op de
vroege stoomschepen.
Verschillende bronnen en
experts geven vaak een
eigen uitleg aan
scheepsclassificaties en
–benamingen. Deze zijn
lang niet altijd met
elkaar in
overeenstemming, wat het
geven van een exacte
definitie bijna
onmogelijk maakt.

Schroefstoomschip.