|
Naam schip:
Type
Jaar
Tonnage
Bouwer
Rederij
Materiaal
Afmeting
Seinletters
Registers
Gezagvoerder
Vlag nr:
College
Schilderij
Tekening
Foto's
Model
Literatuur
Bron (nen)
Bijzonderheden
|
Jeannette Francoise
4-mast Bark
1892/3
2231
J.D.K. Smit, Krimpen aan de Lek
P. v. de Hoog
Staal
PDKG
R. Bleeker
plm. 20
L. Smit. H. Hacquebord Nederlandsche Zeilschepen
1880-1922
Tresoar-Sweijs-Nat. Maritime Mus. Greenwich
De rederij v.d. Hoog was een van de
enkelen in Nederland die het zeilschip naast het
stoomschip een goede kans gaf om te blijven
voortbestaan. Op een punt is hij echter uniek in
onze maritieme geschiedenis, hij is namelijk de
enige die in ons land de viermast-bark
heeft ingevoerd. In het buitenland had
men reeds lang ingezien, dat snelle reizen met
betrekkelijk kleine schepen niet meer lonend
waren. De stoomvaart had de vaart op China voor
het vervoer van thee reeds lang van de klippers
overgenomen. Het zeilschip was alleen nog te
exploiteren op afgelegen of zeer lange routes.
Zo gingen rond Kaap Hoorn nog veel barken en
volschepen, daar de toenmalige
stoomschepen op deze reis te vaak een
haven moesten aanlopen om te bunkeren.
Uiteindelijk maakte de opening van het
Panamakanaal ook hieraan een einde, zoals het
Suezkanaal dit had gedaan met de vaart rond Kaap
de goede Hoop. Intussen was het wel zaak op deze
reizen te werken met grote eenheden. De opgave
was een grote hoeveelheid lading in een
redelijke tijd te vervoeren. Een groot schip met
drie masten vergde teveel van de bemanning,
zodat men de noodzaak voelde het zeiloppervlak
over vier masten te verdelen. Vooral Engeland,
Frankrijk, de Verenigde Staten en Duitsland
brachten honderden viermastbarken en
viermastvolschepen in de vaart,
de laatste door Duitsland in 1926. Waarom
heeft ons land er in totaal slechts twee gehad?
Deze vraag is gemakkelijker te stellen dan haar
te beantwoorden, doch zeer zeker zal een rol
hebben gespeeld dat het merendeel van onze
reders liever op de stoomvaart overgingen, zodat
de nabloei van het zeilschip hier zeer
bescheiden was. Vooral Duitsland en Frankrijk
hebben tot na de eerste wereldoorlog het
zeilschip hooggehouden, zij het dat Frankrijk
dit kunstmatig deed door een premiestelsel dat
uiteindelijk averechts werkte. Hoe het ook zij,
P. v.d. Hoog bestelde in 1891 een viermastbark
bij
J. & K. Smit, die in 1893 werd
opgeleverd. Het draagvermogen was
3250 ton en de bruto register tonnemaat
bedroeg 2231, waarmee de "Jeannette Françoise"
het grootste Nederlandse zeilschip was. De
belangstelling voor de tewaterlating was getuige
het volgende verslag dan ook bijzonder groot.
"Woensdag, 30 november 1892, een dichte
mensenmassa op de werf van J. Smit te Krimpen
a/d Lek. Vol bewondering staart zij op de
kolossus die zich als een reus boven zijn
omgeving verheft. Met geestdrift wacht de
menigte het beslissend ogenblik af waarop het
trotse zeekasteel voor de eerste maal de wateren
zal splijten. Sierlijk van vorm in hare elegance
en interessante grootheid staat ze te pronken.
Er klinken doffe slagen, onder diepe stilte, met
vaste gang en dan onder donderend hoera,
betreedt het grootste zeilschip van Nederland
majestueus de vloed om door eigen kracht de
wateren om haar steven te doen spatten en
Neerlands vloot is opnieuw verrijkt met
een der schoonste bodems." Hoewel het
schip goede lijnen had, bedierf volgens sommigen
het vrij lage tuig het geheel toch wel een
beetje. Een snelle reis is van
de "Jeannette Françoise" dan ook niet
bekend. Reizen naar de Oost kwamen nog wel voor,
doch overal waar vracht te halen was kon men de
"Jeannette Françoise" vinden. Enkele overtochten
duurden zolang, dat herverzekeringen werden
afgesloten. De Noachs zouden zich diep geschaamd
hebben voor 140 à 150 dagen reis naar Batavia,
maar de viermaster vervoerde vele malen
zoveel lading met evenveel of minder personeel.
Na in 1910 aan de heer]. A. Vroege in
Alblasserdam
te zijn verkocht, volgde in 1913 verkoop
naar Duitsland. De Duitsers, ontevreden over de
zeilcapaciteiten, verhoogden en verplaatsten de
masten, en onder de naam "Carl" bleef ze
voornamelijk
in de salpetervaart. De laatste eigenaars
werden de Noren in 1921
voor £
950, die het schip voor
£
3150 (!) in 1924 voor de sloop in
Terneuzen verkochten, onder de naam
"Souvenir".
|