|
Naam schip:
Type
Jaar
Tonnage
Bouwer
Rederij
Materiaal
Afmeting
Seinletters
Registers
Gezagvoerder
Vlag nr:
College
Schilderij
Tekening
Foto's
Model
Literatuur
Bron (nen)
Bijzonderheden
|
Lucipara's
Bark
1839
- -328 Lasten
Cornelis Smit, Alblasserdam
Boissevain & Kooy, Amsterdam
Hout, gekoperd
36.78 x 6.89 x 5.51 ellen en duimen
V
Christiaan Visman van Oude Schild, Texel.
Aquarel Jacob Spin. 1844
Tresoar-MarHisData
NRC. 01-05-1847. Amsterdam, 30 april. Volgens
brief van kapt. Visman, voerende het schip
LUCIPARA's, van hier te New York aangekomen, had
hij gedurende de reis voortdurend storm
doorgestaan en was hij eerst de 17e maart en
vervolgens de 21e dito zodanig in het ijs bezet
geraakt, dat van de top geen water te zien was.
AH 11-10-1850. Advertentie. Op 22 september 1850
is aan boord van zijn schip LUCIPARA'S te New
York na een kortstondige ziekte in de ouderdom
van 35 jaren overleden de heer Christiaan
Visman. get. Oude Schild, 10 oktober 1850. T.
van der Sterre, wed. C. Visman.
NRC. 03-01-1857.Batavia, 10 november. In de
namiddag van de 10e oktober, kwam ter rede
alhier aan het Engelse koopvaardijschip NILE,
kapt. Whanneld, via Batavia naar Singapore
bestemd. Op die bodem bevonden zich de heren C.G.
Coorengel, van verlof naar Nederland terugkerend
hoofdambtenaar, F.L. Dankmeijer en W. Poolman en
een Javaanse bediende, die allen als passagiers
aan boord van het Nederlandse koopvaardijschip
LUCIPARA (LUCIPARA'S), kapt. J. Kloppenburg, op
de 18e juni het Nieuwe Diep verlaten hadden. De
reis van de LUCIPARA was in den beginne niet
onvoorspoedig. Onder de Braziliaanse kust deed
zich evenwel een lek op, dat van weinig
betekenis was en zich als het ware vanzelf
samentrok. Op de 20e augustus echter openbaarde
zich weder een lek aan weerszijde van de boeg,
hetwelk zodanig was, dat het grote bezorgdheid
te weeg bracht, welke drie dagen later nog
verergerde door een zware storm, enige etmalen
aanhoudende en het lek doende toenemen, zodat de
LUCIPARA, in weerwil van gestadig pompen en
andere middelen om
het indringend water te lozen, in het uur
vier à vijf voet water maakte. Na in die
toestand gedurende acht dagen verkeerd te
hebben, daagde het genoemde schip NILE op,
waarop de passagiers besloten op die bodem over
te gaan. Zij konden zulks echter niet verrichten
dan met achterlating van het grootste gedeelte
hunner goederen, nauwelijks een geringe
dagelijkse verschoning kunnende meenemen,
waardoor zij zich aan vele ontberingen hebben
moeten onderwerpen, te meer nog, daar de NILE,
die overigens een goede reis had, niet voor
passagiers was ingericht, zijnde zij niettemin
zo goed mogelijk op die bodem verpleegd. De
LUCIPARA zette op dat ogenblik koers naar de
Tafelbaai, vanwaar dat schip westelijk nog een
goede honderd mijlen verwijderd was, en wij
hopen van harte spoedig omtrent die bodem, aan
welks behoud de kapitein bij het vertrek der
passagiers nog niet wanhoopte, geruststellende
tijdingen te mogen vernemen. (Het schip LUCIPARA
is, zoals wij dit indertijd mededeelden de 4e
oktober in de Simonsbaai binnengelopen en aldaar
geabandonneerd.
|