Naam schip.

Naam schip:

Type

Jaar

Tonnage

Bouwer

Rederij

Materiaal

Afmeting

Seinletters

Registers

Gezagvoerder

Vlag nr:

College

Schilderij

Tekening

Foto's

Model

Literatuur

Bron (nen)

Bijzonderheden

Olivia

Motor Tankschip

1939

6370/3600

Cantieri Riunitu dell' Adriatico Monfalcone It.

Curacaosche Scheepvaart Mij. 's Gravenhage

Staal

 

PGMN

L

 

 

 

 

 

 

 

 

Dorpsbode Schiermonnikoog 03-04-2010

 


De persoonsgegevens van de Opvarende.

Naam

Geboren

Overleden

Aangifte

Ouders

Huwelijk

Geboren

Overleden

Ouders

Kinderen

Opmerkingen en/of aantekeningen.

Visser, Ate

19-01-1907 te Schiermonnikoog

 

 

Cornelis Visser en Trijntje de Groot. Bekijk details

 

 

 

 

 

 

Ate Visser bleef niet drie jaar weg, maar voor altijd.

Arend J. Maris.

Volgeladen met olie en benzine vertrekt het motortankschip Olivia eind mei 1942 uit Koeweit naar Australië.
Half juni schiet een Duitse hulpkruiser het schip in de Indische Oceaan in brand. Binnen een mum van tijd
staat het in lichterlaaie. Het duurt toch nog enkele uren voordat de tanker in de golven verdwijnt. Vijf van de 48 bemanningsleden overleven de ramp. Een van de doden is 1e stuurman Ate Visser. Hij is op het eiland
geboren en getogen.

Over zijn leven en dood. Een verslag.

Zijn ouders, Cornelis Visser en Trijntje de Groot wonen aan de Middenstreek op de noordzijde, wat nu
politiebureau is. Hier wordt op 19 januari 1907 ook hun tweede kind Ate geboren. Vader Cornelis is zeeman
en vaart bij rederij Lenzen in Terneuzen, een maatschappij waarbij heel veel eilanders varen. Hij is 1e
stuurman wanneer zijn schip rond de kerst van 1917 in New Vork ligt en Cornelis op 45 jarige leeftijd aan vermoedelijk-een longontsteking overlijdt. Hij wordt daar ook begraven. Moeder Trijntje is 37 jaar en blijft met vier kinderen achter, in de leeftijd van 2 tot 12 jaar. Ate is tien jaar als zijn vader wegblijft en zit nog bij meester Gasau op school. Zijn moeder kan nog op geen enkele financiële voorziening aanspraak maken. Eilander zeemansvrouwen zijn echter wel gewend om er alleen voor te staan. Trijntje weet dan ook van aanpakken. Ze verhuist van de Middenstreek naar de Langestreek, neemt leerlingen van de zeevaartschool in de kost en heeft in het zomerseizoen badgasten in huis. Gelukkig is in die tijd familiehulp op het eiland nog gebruikelijk. Zo woont haar oudere ongetrouwde broer Thomas bij haar in. Hij is voerman en heeft in de schuur in de tuin achter het huis wat vee staan. Bovendien kan Trijntje rekenen op bijstand van haar jongste broer Marten die kapitein op een eigen kustvaarder is. Na de lagere school gaat ook Ate naar zee. Eerst vaart hij een paar jaar. Daarna pas gaat hij naar de eilander zeevaartschool. Als Ate niet op school is, maar wel op het eiland verblijft, is hij met zijn hondje Hekkie buiten of in het dorp te vinden: hij jut, vist, stroopt en bij dorpsfeesten, zoals het Klozumen en de Kallemooi, is hij altijd royaal van de partij. Bovendien voetbalt hij bij De Monnik en is hij met o.a. Teade van Dijk en Wopke Fenenga een geregelde gast bij Sake van der Werft, in zijn Herberg. Na 1929 ondervindt ook Ate de gevolgen van de crisisjaren. Hij is nog bezig met het behalen van zijn rangen en dat vereist steeds een bepaalde vaartijd. Maatschappijen en rederijen zitten echter niet op nieuw personeel te wachten, laat staan personeel dat nog in opleiding is. Ate gaat dan ook op het eiland een tijdje bij aannemer Zeeff aan de slag. Hij verdient zo voldoende geld om bij een maatschappij een opleidingsplaats in te kopen. Voor het behalen van zijn rangen kan hij echter niet Ate Visser langer op de eilander zeevaartschool terecht. Deze wordt namelijk in 1934 opgeheven. Voor een vervolgopleiding moet hij elders zijn. Hij gaat in Groningen op de zeevaartschool. Een van de stiefdochters van de op het eiland woonachtige aannemer Zeeff heet Henderika Berendina Schuurman. Ze is in 1914 in Ten Boer geboren. Het blijkt tussen haar en Ate Visser goed te klikken. Ze trouwen in december 1936 en verhuizen even later naar Groningen. Op 14 november 1937 wordt hier ook hun eerste en enige- zoon Cor geboren. Ate vaart inmiddels op schepen van de NV. Petroleum Maatschappij La Corona. Cor is amper enkele maanden oud als zijn vader naar zee gaat. Volgens plan blijft hij drie jaar weg. Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit en is thuiskomst uitgesloten. Hij vaart tenslotte als 1e stuurman op de motortanker Olivia.
De Olivia is een schip van 6.307 ton, wordt in 1939 opgeleverd en vertrekt meteen naar het Verre Oosten. In 1941 en 1942 vaart het met olieproducten tussen de Perzische Golf en Australië, heen en weer. Op 28 mei 1942 vaart de Olivia opnieuw uit met aan boord een lading bestaande uit 9000 ton lichte olie en
vliegtuigbenzine. Een kleine maand later, moet het in Australië aankomen. Aan boord zijn 48 bemanningsleden. Een van de scheepsofficieren is de 35 jaar oude 1estuurman Ate Visser. De Olivia vaart niet in konvooi. Om op vijandelijk vuur voorbereid te zijn, worden geregeld sloepoefeningen gehouden. Bovendien hebben alarmoefeningen plaats en wordt met boordgeschut geoefend. Zonder problemen vaart de Olivia de Arabische Zee uit. Dan breekt de avond van 14 juni aan. De hemel is bedekt en met een nieuwe maan gaat het schip een pikdonkere nacht tegemoet. Om 19.00 uur neemt Ate Visser de wacht van zijn 3e stuurman over. Deze is amper weg of het schip krijgt met vijandelijk vuur te maken. De bakboordzijde krijgt een voltreffer. Weldra brandt het achterstuk als een fakkel. Een hevige ontploffing in de machinekamer volgt, terwijl een deel van de lading brandend uit het schip stroomt. Door de voltreffer zijn de beide sloepen aan deze zijde van het schip uitgeschakeld. Aan stuurboordzijde zijn er echter nog twee. De kapitein geeft nu 1estuurman Ate Visser opdracht om met een deel van de bemanning in een van deze
sloepen te gaan. Wanneer de mannen in de sloep zitten, wordt een van de davits echter door een granaat
getroffen. De sloep kapseist. Alle inzittenden vallen overboord, niemand wordt gered. Ook Ate Visser niet.
De enig nu nog overgebleven sloep komt onder bevel van de 3e stuurman onbeschadigd te water. Negen
bemanningsleden nemen plaats, terwijl in de buurt van het schip nog drie overlevenden uit zee worden
opgepikt. Totaal zijn dan 12 koppen aan boord. De Olivia brandt nu over de gehele lengte. Het vijandelijk
vuren gaat gewoon door. Om 22.00 uur, dus drie uur nadat het schieten is begonnen, verdwijnt de Olivia in de golven. Bijna een volle maand zwalkt de sloep op zee voordat land in zicht komt. Dat blijkt de kust van Madagaskar te zijn. Slechts vier van de 12 bemanningsleden overleven deze tocht. Later blijkt dat de Duitse aanvaller een kanonnier van de Olivia uit zee heeft opgevist. Van de totaal 48 man aan boord overleven uiteindelijk dan ook slechts vijf deze ramp. De man van Cornelia, de oudste zuster van Ate Visser, is stuurman op schepen van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij. Ze wonen in Batavia en krijgen twee kinderen. In 1937 komt haar man echter bij een vliegtuigongeluk om het leven. Cornelia gaat met haar beide jonge kinderen terug naar Holland en woont in Amsterdam. Grootmoeder Trijntje schiet haar dochter en beide kleinkinderen te hulp, verlaat het eiland en blijft tot haar dood in 1947 bij haar dochter in Amsterdam wonen. Riek, de weduwe van Ate Visser, is met haar zoontje Cor in het begin van de oorlog naar Zuidlaren verhuisd. Na de oorlog wordt daar een monument onthuld met daarop de namen van inwoners die om het leven zijn gekomen. De vermelding van de naam van Ate Visser blijkt niet vanzelfsprekend. Hij heeft immers nooit in Zuidlaren gewoond. Zijn naam komt er echter tenslotte toch nog op. Bovendien komt zijn naam voor op het monument dat in de hal van het hoofdkantoor van Shell in Den Haag is geplaatst. Maar dat de naam van zijn vader in 1995 ook op de eilander herdenkingsplaat voorkomt, heeft zijn zoon Cor het meest getroffen.


 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.