
Trijntje Luiten-v.d. Veen en Klaske v.d.
Singel die op de Pietersbuurt woonden,
vlakbij de Singel.
Hallo Roelie...Gisteravond met mijn zus
gebeld, en kreeg een leuk verhaal, we zaten
weer in de bijnamen, toen kwam ik op 'Bartele
Trip'(Kelderhuis) hij droeg volgens ons
altijd van die tripklompen, en was
viskoopman, hij woonde in de Schans en was
getrouwd, volgens mijn zus met Froukje
Bloem. Mijn zus woonde na de oorlog in
Groningen en liep met man en kinderen op de
markt, daar stond een man in Volendammer kostuum,
paling te verkopen, met een verhaal erbij,
hij kwam uit Volendam en had paling gevangen
enz. Opeens schoot mijn zus in de lach, haar
man zei "wat is er"? (want dat was geen
Lemster), ze zegt "Dat is Bartele Trip
dat is een Lemster", en Bartele, herkende
haar ook, die had dat niet verwacht op de
markt in Groningen...en dacht natuurlijk,
bliksem.. straks trekt ze haar mond open en
loop ik in de val, (had ze niet gedaan
hoor)Dus Bartele gaf haar gauw een bosje
paling en wegwezen alsjeblieft.....dat was
lachen.
O ja nog iets leuks, komt
door de bijnamen. Ik heb 4 jr. bij dokter Weber gewerkt
in de 50er jaren. Willem de Jong, bijgenaamd 'Willen
Pippy', was een keer bij dokter Weber op,t spreekuur en
kreeg een drankje, wat zette dr. Weber daarop: Willem
Pippy, 3 x daags een eetlepel, (die wist
kennelijk ook niet dat hij 'De Jong' heette) en
tante Jo, zette dat dus braaf op het flesje, dus je
begrijpt dat was ff een rare vergissing, gelukkig zag ik
het net op tijd en heb de fout maar gauw hersteld en
gevraagd of ze er 'De Jong' op wilden zetten.

Auke
Luiten. -Winter 1943-1944
Andries Panne, kwam een
keer bij burgemeester Brouwer, een rooie rakker, dus die
nam geen blad voor de mond, "Dag Panne" zei hij, "Ik
heet geen Panne ik heet Visser" zei Andries Visser,
-Brouwer, "Och godverd.... jullie altijd met je
bijnamen".
Ja 'Dokter Ham' kende ik
ook wel, maar Weber was onze Huisarts, dus die kende ik
beter, vroeger waren er ook maar 2 dokters in Lemmer hé en
ieder werkte voor zich, zondagsdiensten enzo.. hadden ze
niet, ze werken altijd door. Ham nam ook geen blad voor de
mond, ik weet nog dat beppe Kee, ja was niet mijn beppe
hoor, maar de moeder van 'Jouke Postma' die was getrouwd met
een tante van mij -Pietsje- dus weer een zus van ome Herre,
ja er waren nogal wat kinderen bij v.d. Veen, beppe
Kee Postma, woonde in de Tuinstraat en is nog aardig oud
geworden, maar op het laatst was ze erg ziek en lag thuis op
bed. Ome Jouke, verzorgde haar de laatste weken zo,n beetje,
maar ze leefde maar door, op het laatst zei dokter Ham tegen
Jouke "Wat geef je dat mens toch" want ze at eigenlijk al
niet meer, 'Ja" zei Jouke "Iedere morgen een geklopt ei
met cognac" zegt dr. Ham, "Daar moet je g.v.d. mee ophouden
man, zo gaat ze nooit dood". Daarna is ze inderdaad gauw
overleden, dat was ook een uitkomst voor haar hoor, Ham had
wel gelijk.
Ik heb de voorganger van
dr. Weber, ook nog goed gekend, dat was Dr. Olivier een oom
van hem, daar heeft Weber, later de praktijk van overgenomen
en Ham heeft de praktijk van Dr. Knufman overgenomen. Weber
kwam eerst als assistent bij zijn oom werken, toen hij de
eerste keer bij ons kwam, dat deden huisartsen toen nog
aan huis komen, wou mijn moeder zeggen "We hebben niks
nodig" ze dacht dat het iemand was met negotie, knopen en
band enz, want hij zag er nogal sjofel uit, was student en
het was oorlog, hij had een oud koffertje in de hand, maar
gelukkig zei hij eerst dat hij de dokter was, dus dat liep
goed af..Zo zie je, je hoeft maar ergens over te beginnen en
er komt er weer een verhaal.

Herre van
de Veen (Herre woonde in de Pietersbuurt) met Gootsken
Luiten, ongeveer in 1930.
Home |