De Lemster vissers, familie Visser en anderen uit Lemmer.Geschreven in plusminus 1984 door de heer Jan Wouda uit Medemblik.
Beste lezers, Ik zou haast schrijven net als het liedje "Uit mijn jeugd" zo vrij en blij. Maar je moest vroeger in je jeugd veel werk verzetten. Maar daar gaan we het niet over hebben. Alhoewel je, als geboren Lemster al jaren niet meer in Lemmer woont blijf je toch via onze onvolprezen Zuid Friesland, zeg maar Lemsterkrant meeleven met alles wat er in Lemmer gebeurt. En niet alleen in ons land, ik krijg ook brieven uit Nieuw Zeeland en Canada. Aan de namen van de tegenwoordige Lemsters kun je wel afleiden dat er in de loop der jaren vreemde namen zijn bij gekomen. Maar ook familie namen van zo 70 á 80 jaar geleden zijn er nog. Maar het oudste geslacht dat ik van vroeger ken wordt almaar kleiner. Zo trof ik ook weer de overlijdensadvertentie van Elske Visser Zandstra. Bij de eerste oogopslag dacht ik aan Elske van Sake Zandstra en Urker Aaltsje, maar die was met Pieter Feenstra getrouwd. Maar al gauw zag ik de naam Wiebren Visser, die Elske al was voorgegaan en die ik ook goed heb gekend. Hij was, toen een opgeschoten jonge knecht bij zijn broer Japie Visser (Japie van Kleis). Als Sieberen soms ziek was werd ik soms nog wel eens uitgeleend als knechtje bij Jaap op de LE 48, omdat wij met meerdere broers altijd wat meer bemand waren.
De "Import - Lemsters" en de jongeren die de tijd van de visserij in Lemmer niet hebben meegemaakt, weten misschien niet eens waar ik het over heb. Nu dat was dan zo: In die tijd was het in de vluchthaven die vol visserschepen lag 's morgens vroeg een drukte van belang. Zo'n 80 aken, botters en schouwen gingen tussen 4 uur en half zes de haven uit. Dan kwam het voor dat één of meer knechts ziek waren geworden en de vis moest evengoed uit de netten gehaald worden die in zee stonden. Dat werd dan onder elkaar uitgemaakt wie een knechtje kon missen. Zo ging dat in die tijd, en viel ik wel eens voor Wiebren in. Zijn Elske was een dochter van Siebe Zandstra, zijn vrouw kende ik niet zo goed. Siebe had een houten aak, de LE 24. Zijn broer Sake voer met de LE 73. Ze woonde aan de Benedenschans achter Jouke (de klokkenmaker) (Wagemakers). Kwartierstaat Renske Wagenmakers Elske was klein maar dapper, vlug en bewegelijk. De goedheid scheen uit haar ogen, geloof maar dat die op Wiebren goed heeft gepast. Dan komen de namen Blokland me ook bekend voor. Waarschijnlijk zijn het in Medemblik onze naaste buren geweest. Van 1934 tot 1943 was ik sluiswachter op de "Overlekkersluis" en toen lag Hannes Blokland uit Sliedrecht met zijn ark in de Wieringermeerpolder, vlakbij de sluis en was voorman of uitvoerder bij de Firma Daalder. Toen het meeste werk daar klaar was, zijn ze naar Lemmer gegaan en ze lagen toen in de Dijksloot. Mijn broer lag daar ook met zijn ark "Albatros", want die was schipper op een bootje van de Firma Daalder. Ze zijn er ook allang niet meer. Dan las ik Siebe Kuipers zijn naam, vernoemd naar zijn pake Siebe van de LE 24. Als jongen heb ik hem wel gekend, zijn moeder Baukje was net als Elske een lief en goed mens. Ik meen dat ze nog in hetzelfde huis aan de Weverswal hebben gewoond als wij van 1908 tot 1913. Dan gaan je gedachten naar die lang vervlogen tijden, en kom je bij Siebe zijn vader Bouke Kuiper terecht, in Lemmer genoemd als vader van het Lemster skûtsje. Hij heeft ook gevist met Klaas Jongsma, met de Botter LE 51.
De gedachten dwalen verder en ik kwam weer bij een Elske van der Neut Kok terecht. Toch een andere familie?. Nee, wel verwant want die Elske haar oude moeder Antje Kuipers van 95 jaar is toch een zus van Siebe zijn vader Bouke Kuipers. Daar volgt dan uit dat Siebe en Elske, neef en nicht zijn. Er zullen Lemsters genoeg zijn die dat niet weten. Gaan we nog een generatie terug naar Siebe zijn grootvader Rauke Kuipers (Rauke van Akke) van de LE 47. Die aak is door Bos uit Echtenerbrug in ca. 1900 gebouwd. Ondanks vele naspeuringen is nooit achterhaald waar deze aak is gebleven. De aak was met de LE 44 van de familie Scheffer met mooi weer de snelste zeiler.
Ze hebben in die jaren vele prijzen bij de zeilwedstrijden gewonnen. Rauke had als eerste een jager van zijde, die met een klein zuchtje wind bol stond, terwijl de grote kluiverfokken van katoen slap hingen. Nu heten ze ballonfokken of spinnakers. Het is meen ik eens gebeurd, ik meen in Amsterdam, dat hij in een wedstrijd vooraan lag, Hij ging door de wind die een beetje in zijn nadeel veranderde, waardoor hij uiteindelijk tweede werd. Gerrit de Blauw, die bij hem aan boord was heeft me jaren geleden eens verteld wat Rauke toen tegen hem zei, "ga nooit bij je tweede maat weg als je voor ligt". Rauke maakte dus een fout, die hem wel nooit meer zal zijn overkomen. Het is al jaren geleden want ik schat dat hij van 1860 á 1865 is geweest. De oudjes in en buiten Lemmer, daarvan wordt de kring kleiner en kleiner. De oudste die ik ken is de oude bakker Klaas Knol uit de Schans, die bij leven en welzijn 24 mei a.s. 102 jaar hoopt te worden. Dat heeft nog nooit een Lemster kunnen halen. In 1913 of 1914 was er een Andries Riemersma, die net voor zijn 100ste verjaardag overleed, hij was vroeger touwslager en omroeper, vandaar nog de Lijnbaan. Dan een rijtje oud Lemsters boven de 85 jaar. Willem Kracht woont in Beverwijk en is 96 jaar en ik meen ook nog een oude Doeve Kier Kracht en zijn vrouw Jansje Verbeek in Sneek zijn 94 en 93 jaar. Bertus Lemstra in Stavoren zal zo'n 96 jaar zijn, ik heb trouwens in lange tijd niks meer van hem gehoord. Hij woonde op de Smidstraat 9. Dan de oude kolonel M.P. Kokje uit Utrecht, die 10 december naar ik meen 91 jaar wordt. Dan Lies de Rook en mevrouw T. Klaver de Vries, die resp. 94 en 90 jaar zijn en in Den Haag wonen. Mevrouw Antsje de Beer de Blauw uit Purmerend is nog kras met haar 92 jaren. Antsje is de enige overlevende van het grote gezin van Jan de Blauw (LE 8) van vroeger uit de Schans naast Bondiëtti.
Grietje Kokje Kracht in Zaandam is met haar 88 jaar nog flink, jammer dat haar man Gerbrand Kokje verleden jaar is overleden, hij is 90 jaar geworden. Ook in Zaandam het echtpaar Albert van der Gaast en Janke de Jong ze zijn de 85 al overschreden of er tegenaan. Sake Los nog een neef in Rotterdam, is ook al 89 jaar en zorgt nog voor zichzelf. In Makkum zijn ook nog oude Lemsters als Klaas Koornstra, ik schat hem op 95 jaar, Heiko Bootsma 84 jaar en Bertus Koornstra 85 jaar, Fokke Hofman in Norg ook 85 jaar.
Er zullen ongetwijfeld nog wel meer oude Lemsters zijn die ik ben vergeten, de leeftijden "schat ik", kunnen ook wel een jaar schelen, maar neem me dat niet kwalijk. En mensen jonger dan 85 jaar zal ik maar niet aan beginnen, want daar zijn er nog velen van en daar hoor ik ook bij. In Suderigge zullen nog wel mensen wonen die ik heb gekend. Ik was om U de waarheid te vertellen van plan geweest om net als ik al eens de Sake's heb genoemd die omstreeks 1910 in Lemmer rond liepen, nu de Andriesen eens op te zoeken want dat waren er ook verscheidene. Te beginnen met de grootouders die ik nog heb gekend. Als eerste Andries Visser, al een oude man toen ik een jongen was, maar ik weet nog precies hoe hij er uit zag. Hij was visserman en had een pluutsje (oud model visserscheepje) meestal zijdenetter, die op bot visten. Zijn vrouw was Baukje. Dat echtpaar had drie zoons en vier dochters, ook de dochters zal ik er bij betrekken. Die hebben wel geen Vissers voortgebracht maar wel Andries en Baukjes zoals U wel zult merken. De oude Andries kan ik me nog voor de geest halen. Baukje niet. Vrouwen zag je in die tijd weinig op straat. Toen ik een jochie was, was Andries al een oude man. Hij had altijd al sluik haar over zijn voorhoofd, en keek altijd of hij binnenpret had. hij had een pluutsje, een oud model vissers scheepje die lag altijd aan de gorring (remming) en viste meestal op bot met zijn netten. Ik vermoed dat zijn schoonzoon Auke Bakker, voor die naar ik meen in 1903 de LE 6 kreeg, die nu van Schirm is, nog met dat pluutsje heeft gevist. Mijn moeder heeft mij eens verteld, dat toen Auke en Clara pas waren getrouwd en Dominee op bezoek kwam en vroeg welk scheepje haar man had, dat ze tegen de Dominee zei: "het is een Skipke mei een heech kopke en in leech kontsje, Dominee" en zo was het inderdaad. De oudste zoon Jelle Visser was ook visserman en had de aak LE 58. Hij was getrouwd met Metsje Meester. De eerste zoon was een Andries, later getrouwd met Trien Rienksma. Ze zijn na de afsluiting in Den Oever gaan wonen. Wij hebben daar ten tijde van de afsluiting ook twee jaar gewoond, ik voer toen op een directieboot "De Vlieter" Dan komen de dochters van de oude Andries en Boukje. Fetsje getrouwd met Hidde Koornstra ook visser met de mooie aak LE 50. Zij woonden in de Beneden Schans in het laatste huis voor de R.K. Kerk en hadden o.a. een zoon Andries die later getrouwd is met Grietje Poepjes, dochter van Jan en Jans Poepjes. Hun eerste huis was aan het buurtje bij de R.K. Kerk daar was Siebe Kooistra uitgegaan naar de Visserburen. Andries was toen knecht op de nachtboten en ze zijn later weer gaan wonen en vissen in Makkum en Harlingen beiden hebben een hoge leeftijd bereikt. Dan komt dochter Francine, geboren op 7 november 1873 te Lemmer die trouwde met Klaas de Boer van de helling, geboren op 19 augustus 1873 te lemmer, wiens vader Pier de Boer met zijn vrouw Sjoerdsje in 1876 de houten helling aan de Zeedijk hebben opgericht, ongeveer op de plaats waar nu Gebroeders Hummel zitten. In 1900 hebben vier zoons van Pier de ijzeren helling opgericht, wat in die jaren een hele investering was. De oudste zoon van Klaas en Francine kon niet anders zijn dan een Pier, die later zou trouwen met ons buurmeisje Antje Kooistra. Die woonde eerst in Langelille en later in Den Haag. Maar er zou ook een zoon Andries komen, die trouwde met Gea de Vries. Toen de Gebroeders de Boer in 1925 uit elkaar gingen begon klaas aan de Langestreek een kolenhandel, wat geen succes werd, maar de manufacturenwinkel werd dat wel. Die zal wel gerund zijn door zijn dochters Klara en Boukje.
Andries de Boer kreeg later de zaak en die werd uitgebreid met woninginrichting. Dan volgt Clara, het kan ook andersom zijn geweest, wat leeftijd betreft, die is getrouwd met Auke Bakker de enige visser met die naam in Lemmer. Hij had een mooie aak de LE 6 nu van Douwe Schirm. Ze woonden eerst aan de Nieuwedijk en later in het Achterom tegen over jager, Wietse Postma, die eens erg hoestte en van dokter Nauta de pijp die altijd warm was moest laten. Wietse zei "dan maar dood dokter" en de pijp bleef warm tot het einde. Toen heeft Auke met zijn gezin lang gewoond in het huis met uitzicht op de bleek van het armhuis. Zoon Jelle de gepensioneerde sluiswachter, woont nog in Lemmer en is de 80 jaar ook al gepasseerd, maar hij liep onlangs nog met Evert een streekje om. Maar het gaat om zoon Andries als ik het goed heb is hij getrouwd met Ymke Koornstra, dochter van Jelle en Betsje van de Nieuwedijk. Hij had een Botter, de LE 72, ze zijn ook al vroeg uit Lemmer weggegaan. Ik hoorde dat hij jachthavenmeester is geworden in Zaandam, en daar is Johannes Visser van Jan en Fetsje jarenlang schipper geweest op de Boeier van Bruynzeel. Nu kom ik voor zover ik weet bij de jongste dochter van oude Andries en Baukje, namelijk een Kaatje. Ze was getrouwd met Jan Poepjes die uit Ossenzijl kwam en binnenvisser was. Ze lagen vaak met een grote Ark in het tweede Hellinggat. Uit mijn kinderjaren weet ik nog dat daar ook vaak een grote aak, de LE 78, bij de Ark lag. Dertig jaar of meer duikt die zelfde aak, die omstreeks 1900 bij Bos in Echtenerbrug is gebouwd, via Vollenhove, Enkhuizen weer in Lemmer op en werd de LE 21, eigendom van Andries Fleer. Hun kinderen heb ik niet zo goed gekend, maar er zal wel een Andries bij zijn geweest. Jelle Visser (bijnaam Bogaard) en Metsje Meester, woonden aan de Emmakade naast Leen Kruis. Die Leen schudde destijds zijn zieke vrouw, flink door elkaar want ze had van de dokter een drankje gekregen, waarop op het etiket van het flesje stond flink schudden, waar gebeurd! Jelle had een ijzeren Aak. de LE 58 Het was een beetje een nonchalante man, maar wel een goede vissersman, liet veel aan zijn knechts over en later aan zijn zoons, en had altijd een sigaar in de brand. Jelle en Metsje hadden vier zoons. De oudste natuurlijk Andries naar zijn grootvader vernoemd. In die tijd waren er nog geen Monique's en Edwins en de familie verhoudingen konden slecht zijn, maar de familienamen bleven, dat was een ongeschreven wet. Andries trouwde met Trien Rienksma. Een dochter van in de wandeling genoemd Reade Aant, toen een binnenvisser. Ze zijn later naar Den Oever vertrokken, waar hun kinderen nog wel zullen wonen. Renze was van mijn leeftijd en getrouwd met Neeltje Meester. Renze heeft net als broer Andries eerst bij zijn vader aan boord gevist en is later naar Oldenboorn vertrokken, alwaar ze een viswinkel dreven. Ik heb ze nooit meer gezien. Dan kwam Bernhard, getrouwd met G. de Heij. Ik weet alleen dat we hun huwelijksfeest hebben gevierd en de naam van zijn vrouw heb ik onthouden.
Jelle Visser en Metje Berends Meester Visser.
|