|
Pand
Weber, belangrijkste bouwkunstige nalatenschap van
architect H. Luiking.

Nieuwburen 30 te Lemmer en Hendrik Luiking,
(1831- 1909)

Lytseknipke.nl
De Provinciale
Commissie van de Bond Heemschut heeft met zorg
kennis genomen van de persberichten waarin gesproken
wordt over plannen tot sloop van het pand Nieuwburen
30 te Lemmer.
Zij dringt er dan ook bij de Woningbouwvereniging
Volksbelang en het gemeentebestuur van Lemsterland
op aan, het woonhuis in een zo oorspronkelijk
mogelijke staat te behouden, voor Lemmer. Hergebruik
zal uiteraard en noodzakelijkerwijs nieuwe elementen
introduceren. Maar analyse van en respect voor de
huidige kwaliteiten van het exterieur en het
interieur zouden een uitdaging moeten vormen, om van
ouderenhuisvesting aan de Nieuwburen meer te maken,
dan nieuwbouw achter een (wellicht te behouden)
historische gevel.
Het pand Nieuwburen
30 te Lemmer is niet enkel beeldbepalend in de
oostelijke straatwand. Het is zelfs een van de
weinige boeiende hoogtepunten uit de inventarisatie
van de bouwkunst uit de periode 1850-1940, die in de
gemeente Lemsterland zijn geïnventariseerd, door
medewerkers van de Provincie Friesland. Het pand is
als type, maatvoering en door de uitbundige
decoratie van de voorgevel een markant gebouw dat
alleen daarom al niet kan worden gemist. Ook de
achterzijde van het pand vertoont de welstand de
opdrachtgever, die het volgens de wit marmeren
gedenksteen daar aangebracht, in 1865 liet bouwen.
De achterdeur is
verlevendigd met gedecoreerd, getint glas en vanaf
de veranda met gietijzeren hekjes, is het zicht op
de tuin waarin enkele bijgebouwen. Want niet enkel
het object heeft de tijd goed doorstaan, maar ook
het ensemble dat werd aanbesteed is nog voltallig:
woonhuis, koetshuis en een (weliswaar gewijzigd)
tuinhuis. Anderen hebben reeds gewezen op de
bijzondere kwaliteiten van het pand zelf. Dit mag
inmiddels als bekend worden verondersteld, maar
daarenboven vormt dit woonhuis voor F.W. Wegener
Sleeswijk aan de Nieuwburen de belangrijkste
bouwkunstige nalatenschap van de architect H.
Luiking. Om deze bewering te staven is het
noodzakelijk ook andere werken van de architect in
ogenschouw te nemen. Daaruit blijkt dat er naast een
architectonisch en stedenbouwkundig motief om te
streven naar behoud van het pand, ook artistiek
motief is de betekenis van het woonhuis binnen het
overgebleven oeuvre van de architect .

Foto van
Hillebrand Visser: Burgemeester
Luiking,
zijn zoon Sietze en Hillebrand Visser.
H. Luiking en
zijn werk.
Hendrik Luiking,
(1831- 1909)
is op 12 juli
1831 te Leeuwarden geboren. Vermoedelijk heeft hij
een architectonische opleiding genoten bij Frederik
Stoelt, een waterbouwkundige. Na zijn huwelijk op 26
augustus 1860 te Lemmer met Tiete van Veen, een
Lemsterse, vestigden de echtelieden zich aldaar. In
1856 werd Hendrik Luiking er benoemd tot
dijkgedeputeerde van het zeewerend waterschap 'De
Zeven Grietenijen en Stad Sloten'. Zijn bestuurlijke
talenten combineert hij met zijn werkzaamheid als
architect ter plaatse. Op beide gebieden blijkt, hij
een persoon van meer dan lokaal belang. Zo wordt hij
raadslid, burgemeester en provinciaal Statenlid en
zijn, zijn bouwwerken in heel de Zuidwesthoek te
vinden (geweest) Het lijkt erop dat juist de
bestuurlijke zaken zijn architectonische
scheppingsdrang geleidelijk op de achtergrond
dringen.
Veel is er nog onbekend, maar het is mogelijk om de
architect en zijn werk door een denkbeeldige route
beter te leren kennen. Wellicht zijn er lezers die
nog nieuwe bijdragen kunnen leveren.
Toen erin 1863 een
hernieuwde poging werd ondernomen in Lemmer, een
Christelijke School op te richten, behoorde Hendrik
Luiking bij de eerste groep van twaalf leden. Zijn
zwager Douwe Sietses van Veen, werd secretaris.
In 1864 werd een woonhuis aan de Langestreek (ter
plaatse van nr. 49) aangeboden en gekocht om tot
school te verbouwen. Hendrik Luiking werd verzocht
een verbouwplan te maken samen met de voorzitter
Hillebrand Lourens van der Noord, die aannemer was.
De school heeft krap aan 40 jaar bestaan. In 1903
vond de tweede grote verbouwing plaats, die van de
school en de naastgelegen onderwijzerswoning één
geheel maakte met een bovenwoning.

De school aan de Langestreek 49 te Lemmer.
Hoewel Luiking, tot
1909 deel heeft uitgemaakt van het bestuur van de
school tekende hij niet meer voor deze renovatie. In
1865 ontwerpt Hendrik Luiking, voor F.W. Wegener
Sleeswijk, het woonhuis met afzonderlijk wagenhuis
en tuinhuis aan de Nieuwburen. Het is zijn meest
markante en nog meest oorspronkelijke werk,
vermoedelijk niet in de laatste plaats door de
welstand van de opdrachtgever en de zorgvuldige
bewoning.
De gedenksteen in de achtergevel vermeldt behalve de
datum en de naam van de eerste steenlegger, ook die
Van de architecten de aannemer, respectievelijk: H.
Luiking en H. L. van der Noord. Zij kenden elkaar al
van de eerste verbouw van de Christelijke School.
Op de inscriptie in de
achtergevel staat vermeld;
EERSTE STEEN GELEGD DOOR
JOHAN ARNOLD RÖMER
DEN 4 mei 1865
Architekt H. Luiking Aannemer H.L. van
Noord
* Johan Römer was een zoon van Petrus
Casparus Römer en Frederika Wilhelmina
Sleeswijk
|
In de herfst van
hetzelfde jaar adverteert Luiking, in de Leeuwarder
Courant de aanbesteding van het amoveren (slopen WE)
van de oude en bouwen van eenen nieuwe
boerenhuizinge op de zathe te Sijbrandaburen bij
wed. E. de Graaf, in gebruik zijnde. Eigenaresse van
de boerderij en de bijbehorende landen was de vrouwe
Querina J. van Andringa de Kempenaer, douairière van
W.C.G. van Welderen baron Rengers. Met aan
zekerheidgrenzende waarschijnlijkheid betreft het de
kop-rompboerderij It Lange Ein 7 te Sibrandabuorren.
Deze is weliswaar door jaartalankers gedateerd 1866,
maar op stilistische en formele gronden is het niet
mogelijk de boerderij toe te schrijven aan de
architect H. Luiking. De boerderij is wellicht in
het aangegeven jaar inwendig verbouwd, want het
boerderijtype is ouder. Stilistisch is aan het
exterieur de hand van Luiking niet af te lezen. Zo
ontbreekt de voor hem kenmerkende lust voor
decoratie in eclectische trant als bij het pand
Nieuwburen 30 te Lemmer. Familie van de
opdrachtgeefster, de oud grietman van Lemsterland en
tevens lokaal groot grondbezitter met belangstelling
voor
landbouwvernieuwing was Jhr. Mr.O.R van Andringa de
Kempenaer.
Hij ontwierp zelf
in 1867 een bouwplan voor een moderne niet
streekgebonden boerderij. De uitwerking en het
tekenwerk van het bouwplan werden verzorgd door
architect H. Luiking. Het is tot nu toe niet met
zekerheid bekend of dit ontwerp is uitgevoerd. Maar
voor tenminste drie boerenhuizingen lijken ze als
inspiratiebron gediend te hebben.
Als belangrijkste daarvan kan de "Oranjehoeve" aan
de weg van Oudeschoot naar Mildam worden genoemd.
Voor de eigenaar Mr. J. Bieruma Oosting (een
oomzegger van jhr. O.R. van Andringa de Kempenaer)
tekende Luiking een variant, waarbij de consequente
lengterichting van het woonhuis en de verdubbeling
van de stal de belangrijkste elementen zijn. De
boerderij brandde bij een hevige brand in 1897 bijna
volledig af. De tweede en derde, onderling
vergelijkbare varianten op het ontwerp van De
Kempenaer - Luiking zijn reeds gesloopt Twee foto's
in het Museum Willem van Haren, te Heerenveen gunnen
ons nog een blik op de boerderijen "Spoorzicht" en
"Telegraaf' aan de Rouumse weg bij Heerenveen.
Beide
boerenhuizingen Zijn veel eenvoudiger uitgevoerd dan
de Oranjehoeve te Oudeschoot. Dat er in de omgeving
van Heerenveen (al of niet variërend) na tekeningen
van H. Luiking is gebouwd, houdt verband met het
feit dat Jhr. O.R van Andringa de Kempenaer die de
architect vermoedelijk door zijn connecties met
Lemmer reeds kende, te Oudeschoot resideerde op het
buitengoed Jagtlust. Zo kon het gebeuren dat hij
tekende voor diens neef J. Bieruma Oosting, en dat
tekeningen van Luiking te vinden zijn in het archief
van de stiefzoon van Van Andringa de Kempenaer, te
weten Pieter Heringa Cats
(1823-1880) die eveneens grote belangstelling
had voor vernieuwende ontwikkelingen in de landbouw.
(Adrianus Heringa
Cats, tr. 1821 Richtje Johanna Gosliga, zij hertr.
1829 Jhr. mr. Onno Reint van Andringa de Kempenaer.
Hieruit: 1. Rinske Heringa Cats, tr. 1. 1842 mr.
Eyzo de Wendt baron van Sytzama; tr. 2. 1847 Jhr.
Sible Speelman. 2. Mr. Pieter Heringa Cats, tr. 1861
Jkvr. Maria Albertina de Rotte). (Pieter Heringa
Cats, die door erfenissen al jong vermogend was.
Cats liet een groot deel van zijn bezit na aan zijn
personeel).
Ook in Heerenveen
zelf heeft Luiking in 1868 een verbouwing verzorgd,
van een herenhuis en de bouw van het bijbehorende
tuinhuis en een woning met bloemkassen. Dit toch
niet kleinschalige bouwproject is nog niet
geïdentificeerd
1877-1979.
In de jaren 1876-1877 was Luiking, secretaris
ontvanger van het waterschap 'De Lemster Polders'.
Het
waterschap werd opgericht na een adres
van Jonkheer Mr. J. Burmania van
Andringa de Kempenaer en enige anderen.
Het was gelegen in de gemeente
Lemsterland en had een oppervlakte van
1085 ha.
Het doel van het waterschap was de
bescherming tegen overtollig
boezemwater.
Het waterschap had een bestuur van vijf
leden. De zittingsduur was zes jaar. Om
de drie jaar was de helft aftredend. (!)
De jaarvergadering vond plaats in maart
of april. Het dienstjaar liep van 5
maart tot 5 maart. Een speciale status
had het gebied De Kleine Brekken. Van
dit gebied werd een dubbele omslag
geheven.
Bij de reglementswijziging in 1880(
P.B.no 102) werd de omslag vastgesteld
opo de gewone omslag plus f 4,50 per ha.
Het waterschap kreeg een nieuw reglement
in 1914. De oppervlakte werd nu
vastgesteld op 1105 ha. Ook het doel
werd uitgebreid, naast het regelen van
de waterstand werd ook in de
doelstelling opgenomen het bevorderen
van de vaargelegenheid in de poldervaart
en het in goede staat brengen en houden
van de daarvoor benodigde werken.
De bijdrage van uitgeveende gronden,
zowel water als riet, werd berekend naar
een vierde van de kadastrale grootte.
In
1917 volgde weer een uitbreiding. De
oppervlakte werd bepaald op 1339 ha.
Tevens werd de bemaling van de
buitengebieden geregeld. Deze vond
plaats van 5 maart tot 5 oktober. In
1924 (P.B.42) werd zij belast naar een
vijfde van de kadastrale grootte.Het
opnieuw drukken van het reglement in
1929 leidde niet tot veranderingen.
Bij de wijziging van 1944 valt op dat
onder de eigendommen een dam van
gewapend beton werd genoemd, met schuif
en ter plaatse van de bovenhoofden van
de vervallen schutsluis. Tot opheffing
werd in 1977 besloten. De datum werd
vastgesteld op 1 januari 1979.
Bron: Wetterskip Fryslân. |
In 1877 liet hij
voor de Huitebuursterpolder onder Nijemirdum
aanbesteden een achtkantige windwatermolen van 18
meter vlucht op een gemetselde stenen voet zonder
twijfel is deze molen identiek aan de molen "Het
Zwaantje, waarvan het Molenboek echter vermeldt dat
deze in 1970 is gebouwd, afgebrand en is herbouwd in
1893.
| Het
Zwaantje is een grondzeiler, die
enkele honderden meters ten
zuiden van het dorp staat. Het
is de enige overgebleven
poldermolen van de gemeente
Gaasterland-Sloten. Het Zwaantje
werd in 1893 - en mogelijk al in
1878 - gebouwd voor de bemaling
van de Huitebuursterpolder. Bij
het Zwaantje zijn sporen te zien
van een uit 1790 daterende molen
die eerder door brand werd
verwoest.
(Wikipedia) |
Wellicht heeft
Hendrik Luiking, als deskundige op dit terrein, de
molen ontworpen. De molen werd in 1956 onttakeld en
is onlangs (1983-1987) gerestaureerd met restanten
van de molen de "Noordster" te Nieuwe Bildtdijk. De
huidige molen heeft een vlucht van 17 meter.
Opmerkelijk is het feit dat men bij de restauratie
ontdekte dat de huidige molen binnen (!) de zware
funderingmuur van een voorganger is gebouwd. Een tot
nu onbekende boerderij van Luiking, is de stelp aan
de Spanjaardsdijk 25 te Sloten. De boerderij
vertoont de typerende, Uitbundige decoratiedrift van
de architect, hier nog compleet met gietijzeren
hekwerkjes. Het werd ontworpen in 1881 en de huidige
eigenaar bezit nog een gedrukt exemplaar van het,
bestek voor de potentiële aannemers.

Sloten, Boerderij Spanjaardsdijk 25. De in 1881 naar
ontwerp van H. Luiking gebouwde eclectische
stelpboerderij Spanjaardsdijk 25 met melkkelder.
dbnl.org
In 1885 verzorgde
Luiking, de verbouwing van een boerderij in Irnsum
in opdracht van Jhr. J. B. van Andringa de
Kempenaer.
In hetzelfde jaar realiseerde Luiking, zijn grootste
nieuwbouwproject, dat tot nu toe bekend is, nl. de
boerderij "Welgelegen" te Harich. In het Nederlands
Openlucht museum te Arnhem liggen in het
tekeningenarchief twee ontwerpbladen van de
oorspronkelijke "heeren-boerenhuizinge". De beide
zijvleugels zijn in de jaren '30 gesloopt.

De boerderij
Welgelegen (Welgelegen 15) te Harich.
Dit object loopt
thans eveneens gevaar om gesloopt te worden. Een
Lemster aannemer is van plan hier woningen voor in
de plaats te zetten. Een streven naar behoud van
deze monumentale boerderij met erfbeplanting op deze
beeldbepalende plaats verdient evenveel steun als
het behoud, van Nieuwburen 30, nota bene van
dezelfde architect!
Voorlopig lijkt dit het laatste bouwproject van H.
Luiking, te zijn geweest. Bij Koninklijk Besluit van
9 januari 1886 werd Luiking, benoemd tot
Burgemeester van Lemsterland. In hetzelfde jaar
werd hij lid van de Provinciale Staten.
Zijn bestuursfuncties lieten kennelijk geen ruimte
meer voor zijn architectschap. Er is nog één
verbouwing te noemen waarin zijn invloed tot nu toe
slechts vermoed kan worden. Het oude grietenijhuis
aan de Nieuwburen, werd in 1898 uitgebreid met een
bouwblok dat zich volkomen heeft gevoegd naar het
bestaande deel. Het nieuwe gedeelte werd voorzien
van een gedateerde, monumentaal neoclassicistische
entreepartij met aan weerszijden een edicula. Het
ligt voor de hand dat de gemeentearchitect, J.
Kuipers deze uitbreiding heeft ontworpen, maar dat
zal dan wel onder regie van de
burgemeesterarchitect 'Luiking' zijn gebeurd. In
1901 gaf burgemeester Luiking, zijn zoon Sietse,
toestemming tot de bouw van het woonhuiskantoor aan
de Kortestreek 30.
Dit pand is 1910,
gewijzigd door de toevoeging van een tweede bouwlaag
op het gedeelte parallel aan de straat.
Het lijkt vanzelfsprekend dat Hendrik Luiking, dit
voor zijn zoon zou hebben getekend. Helaas is de
bouwtekening niet gesigneerd, bovendien is de
bouwstijl zo afwijkend van het thans bekende werk
van Hendrik Luiking, dat de conclusie
gerechtvaardigd lijkt, dat hij inderdaad na 1886 een
punt achter zijn architectonische carrière heeft
gezet.
Hendrik Luiking, overleed onverwacht op 13 november
1909, terwijl hij onderweg was naar een vergadering
op de gasfabriek aan de Rien. Hij werd bijgezet in
het familiegraf op de Algemene Begraafplaats te
Lemmer. Het grafmonument past bij de man, zoals hij
zich heeft laten kennen als eclectische architect:
een monumentale obelisk op een voetstuk, voorzien
van decoratief reliëf, in een perk omgeven door een
gietijzeren hekwerk.

Foto van
Graftombe
Conclusie.
Het pand
Nieuwburen 30 te Lemmer, is het enige nog
grotendeels intact zijnde woonhuis uit het
oeuvre van Hendrik Luiking. Het is een bouwwerk
dat door de bouw- en bewoningsgeschiedenis diep
is geworteld in de historie van Lemmer. Als
architectonische schepping is het een onmisbaar
element in het straatbeeld. Als object is het
een typerend en vrijwel gaf bewaard voorbeeld
van zijn bouwtrant. Het streven om het pand in
een zo oorspronkelijk mogelijke staat te
behouden is van meer dan lokaalbelang, vooral
omdat veel van Luikings werken, die door geheel
Zuidwest-Friesland verspreid zijn, elders reeds
zijn gesloopt. Als bestuurderarchitect zou
Hendrik Luiking, een nadere studie en de
belangstelling van een breed publiek verdienen.
Home |