Piet Wienia.
Bedankt voor jou
website. Dat bracht mij in herinnering terug naar
mijn schooljaren, ik woonde in de Lemmer tot de
afsluitdijk klaar was. Toen werd het water in de
Zuiderzee zoet, alles wat niet in zout water kon
leven ging dood. Alle dode vis kwam in de
stjonkhoekke,van de zeedijk en de vuurtorendijk, dat
stonk erg. In de wildeman was ook een koestal de
zoon van Wietse Faber had er zijn koeën gestald. In
de winter gingen de jongens aardappelschillen
ophalen en die verkochten ze dan aan Faber. Voor
mij is het oude Lemmer er niet meer, het Achterom
weg en veel meer, tot ik jou website opende daar was
mijn Lemmer weer, ik was weer een schooljongen. Ik
zag dat Jan de Vries in de Tuinstraat was geboren,
ik denk dat zijn zuster Tijda bij mij in de klas
zat, zij woonde in de Tuinstraat en was vriendin met
Sippie Coehoorn.
Ook de verhalen
van Wouter van de Meer en Marten Rottiné
gelezen: Al die namen zijn haast allemaal van
mijn leeftijd. De laatste twee jaar ging ik in
Lemmer naar school. In het middaguur de Lemmer
in, we wisten alle straten en stegen in de
Lemmer, en naar de haven met al die boten op de
werkhaven werden de netten getaand en gedroogd.
Jan [rijs] Atsma had daar een kleine rokerij,
soms kregen we een koploze bokkingen, hij was
een hele aardige man.
De
timmerschuur van Visser was een boerderij, daar
is mijn schoonmoeder Hiltje Breemer Leffestra in
die boerderij geboren. Voor de oorlog hadden wij
een centraleradio in Eesterga en Follega en
Lemmer, er waren twee draden aan de palen langs
de Straatweg. Ik geloof dat een van Slageren de
ondernemer daarvan was en dat Rinze Fleer voor
hem werkte. In het begin van de oorlog moesten
alle radio's in geleverd op Duits bevel, en dat
was het einde van de centraleradio. Zo Roelie
nogmaals bedankt en keep it up. Ps. vroeger in
de Lemmer hadden ze een gezegde "WÔT MÛST NÔ"
Groeten uit Canada Pieter.J.Winia.
Ik heb nog
wat. In het begin van de oorlog moesten alle
radio's ingeleverd worden op bevel van de de
moffen. Maar Lex en Johanna Loen van de
bakkerswinkel deden het niet die verstopten
de radio's. Dit gebeurde na de landing in
Frankrijk, mijn oom meester de Hoop en
meester van der Loon gingen naar de Loens om
naar de engelse zender te luisteren, er was
een verrader die dat verraden heeft. Op een
morgen omsingelden de moffen de
bakkerswinkel, mijn oom en meester van der
Loon werden opgepakt. Maar nu zochten ze
verder naar Lex maar die was al naar de
centrale bakkerij waar Lex werkte, dus Lex
moest snel weg. Zo gebeurde het dat Lex in
de bakfiets voorbij de moffen, naar mijn oom
Jan en tante Tonie Harstra die woonden dicht
bij Tacozijl gebracht werd. De meester
kwamen in Delfzijl in de gevangenis, de
ondergrondse kreeg ze later uit de
gevangenis. Het was in die tijd dat de
mensen uit zuiden vluchten naar het noorden,
de ondergrondse bracht mijn oom onder een
andere naam naar mensen, in een dorp in het
zuiden na oorlog kwam hij thuis.
Nu nog wat
over de Lijnbaan op de hoek van de
Nieuwburen, in de Lijnbaan was de
melkfabriek van Lankhorst uit Heeg, de
vorige eigenaar was Martinus van Zandbergen.
Het kantoor was aan de Nieuwburen en de
melkontvangst in de Lijnbaan, even verder
in de Lijnbaan woonde schilder Verbeek. Zijn
vrouw had een winkel met een dochter van van
Zandbergen, even verderop smid Gort dan
kwam de bewaarschool, aan de andere kant de
drukkerij van Knol. Dat is alles voor nu het
beste en de groeten aan alle Lemsters.
Piet.J.Winia.
Pieter vond het leuk om het interview
wat in de De Zuid-Friesland - krant van Lemsterland
en het noorden van de Noordoostpolder
- nummer 51 van 2006 - algemeen - dossier "Fries om
ûtens, Piet Winia" geplaatst was ook op de site te
plaatsen.

Piet Wienia en zijn vrouw Jantje Breemer.
"Ik ben helemaal
Canadees en dat mag ook wel na 58 jaar’’
LEMMER/CANADA
- Piet Winia, die al 58 jaar in Canada woont, werd
door zijn nicht (oomzegger) Geke erop geattendeerd
dat de Zuid-Friesland nu ook op het internet te
lezen is. Alhoewel hij het Nederlands na al die
jaren wat verleerd is, nam hij toch de moeite de
redactie een enthousiast mailtje te sturen: ,,Dat
vind ik mooi!’’ en hij reageerde op de actualiteit
in de betreffende krant: ,,Vanmorgen las ik het
verhaal van broer en zuster Blok. Ik herinner me hen
nog goed, het waren arme Joden.’’
Pieter, zoon van Jelle Winia en Geeske Teitsma, werd
op 18 augustus 1922 in Follega geboren. In 1929
verhuisde het gezin naar Eesterga. ,,Ik ging naar
school in Follega. Juffrouw de Jong was leerkracht
van klas 1 tot 3, Meester Van der Weg was de
hoofdmeester - hij ging al gauw met pensioen waarna
Meester Jansma kwam. De laatste meester was Meester
Hofman die duiven hield. Boven het schoolbord zat
een nest met daarin jongen. De duiven vlogen in en
uit door het bovenste raam dat open moest blijven.
Nadat de school in 1934 werd opgeheven, gingen we
naar school in Lemmer met de bus van gebroeders
Coehoorn met Johannes als chauffeur.
In de oorlog kreeg ik bericht dat ik naar Duitsland
moest om te werken. Eerst dook ik onder en daarna
kon ik werken in de Noordoostpolder. Maar tijdens
een razzia werden alle werkers opgepakt, ook ik. Met
een leugentje om bestwil lieten ze mij gaan, maar de
anderen moesten naar Duitsland lopen.
Op 22 januari 1948 trouwde ik met Jantje Breemer,
zij woonde in Lemmer aan de Lennastraat 3. In onze
ogen was Nederland overbevolkt en was er weinig
toekomst. Op 21 maart 1948 vertrokken we dan ook van
Rotterdam met de ms Kota Inten naar Canada. 10 dagen
varen met veel zeezieke mensen aan boord In Hallifax,
Canada volgde de immigratie. Daarna reisden we drie
dagen met de trein naar Lorreburn, Saskatchewan.
Mijn neef, Piet van Zandbergen wachtte ons op het
station op. Er lag nog sneeuw en de wegen waren niet
begaanbaar voor auto’s. Hij woonde 15 km buiten het
dorp, dus haalde hij ons op met een slee met paarden
ervoor. Ook reisden we met de buurman die een
sneeuwplane had, een slee met en vliegtuig motor met
propeller. Wat was Canada groot!
Het eerste jaar woonden we bij mijn neef en ik
werkte voor hem. Het volgende jaar huurden we een
kleine boerderij, ik werkte voor mijn neef en
gebruikte zijn werktuigen. Na 4 jaar huurden wij een
grotere boerderij in het zuiden van Alberta. Weer 4
jaar later kochten wij een boerderij in het noorden
van Alberta waar we 20 jaar hebben gewoond. In 1976
verkochten we de boerderij en verhuisden naar
Abbotsford, British Columbia. Na 18 jaar werd mijn
vrouw ziek en verhuisden we weer naar het noorden
van Alberta naar de kinderen. Vijf jaar later
overleed mijn Jantje, dat was een groot verlies.’’
Winia heeft vier zonen en één dochter, 11
kleinkinderen en één achterkleinzoon. Alhoewel hij,
behalve met zijn familie in Nederland, nooit
Nederlands meer spreekt, verloochent hij zijn roots
niet. Voor zijn kinderen is hij Pake Pete, zoals
blijkt uit zijn e-mailadres.
Sinds zijn emigratie is hij twaalf keer terug
geweest in zijn geboorteland, vorig jaar zomer nog
met een kleindochter. Van zijn vertrek heeft hij
geen spijt gehad: ,,Canada was het land van de
toekomst en is het nog. Het is een groot land, van
kust tot kust 8000 km breed en Canada is een rijk
land. Ik ben helemaal Canadees en dat is geen wonder
na 58 jaar’’. Hij besluit zijn mail met: ,,Greetings
to all of you. Piet’’.
Pieter J. Winia is te bereiken op
Home |