|
De geschiedenis voor de afsluiting.
GERRIT VAN DER HEIDE,
wikipedia.


De Zuiderzee heeft in de loop van de eeuwen een heel
ingewikkelde geschiedenis doorgemaakt. Daarvan getuigen in
sterke mate de talrijke grondlagen die zijn afgezet en die het
resultaat zijn van telkens optredende veranderingen van milieu.
Met name heeft de geschiedenis enkele van die wijzigingen
vastgelegd als Flevomeer, Almere, Zuiderzee en IJsselmeer. Doch
dit zijn slechts stadia van het voortdurende veranderen. De
telkens zich wijzigende landschappelijke situaties, die onder
meer ook wijzigingen betekenden van het milieu, hebben
natuurlijk invloed gehad op flora en fauna van het gebied. Het
zijn stadia geweest van geologische processen, behoudens de
laatste grote verandering, die uitsluitend door de mens is
bepaald in zijn drang tot wijziging van bestaande situaties
wanneer die om allerlei redenen voor hem niet langer
aanvaardbaar werden geacht. De mens heeft als factor
uiteindelijk sterk geologisch bepalend gewerkt. De voorafgaande
ontwikkelingsprocessen hebben naar verhouding in slechts geringe
mate invloed van de mens ondergaan. Hij heeft sedert de late
Middeleeuwen slechts in beperkte mate door dijkaanleg en
ontginning enige veranderingen doen ontstaan, maar dit is
goeddeels niet van blijvende aard geweest toen reeds in de
14de eeuw daarvan weer een deel tijdens overstromingen
verloren ging. De geologische veranderingen zijn natuurlijk
telkens gepaard gegaan met grote en kleine veranderingen van
biotoop, van leefmilieu voor flora en fauna. Van de veelheid van
geologische processen, die zich, over honderdduizenden jaren
verspreid, hebben voorgedaan zijn er slechts enkele in uiterste
biologische consequenties bekend. Wij moeten ons daarbij
realiseren dat de meest plotselinge verandering de recente
afsluiting van de Zuiderzee is geweest, die in enkele jaren een
zilt tot brak gebied veranderde in een overwegend
zoetwatermilieu. Het is daarom zo'n ingrijpende gebeurtenis
geweest omdat de toegang voor het zoute water vrijwel geheel
werd afgesloten voor alle dieren die de Zuiderzee binnen kwamen
om er hun paaiplaats te zoeken.

Pieter Goes, Pascaart van de
Zuyder-Zee, Texel, en de Vliestroom alsmede 't Amelander-gat.
Voorgeschiedenis.
De veranderingen, die het
voorhistorisch- en historisch beeld van de ontwikkelingen in het
Zuiderzeegebied hebben bepaald hangen goeddeels samen met
klimaatschommelingen. Deze hebben nu eens het landijs van het
noorden en het alpiene ijs doen afsmeken, dan weer de
uitbreiding van dit ijs tengevolge gehad. Daarmee hingen rijzing
en daling van de zeespiegel samen. Soms ging dit gepaard met
tientallen meters verschil, waardoor uitbreiding of inkrimping
van het zeegebied van de Atlantische Oceaan samenhing. Ook
bodemdaling kan daarmee in de grote lijn van de laatste
honderden eeuwen voorgeschiedenis mede een rol hebben gespeeld.
Het een en ander heeft betekend dat het Zuiderzeegebied nu eens
land dan weer een baai voor de zee is geweest, door grote
overstroming van uitgebreid gebied, maar ook wel met een slechts
beperkt hier en daar open gespoelde kustlijn, waardoor zeewater
werd binnen gestuwd tot diep in het landschap dat zich tot
Zuiderzee zou ontwikkelen. Wanneer wij ons beperken in deze
vluchtige beschouwingen tot het laatste gedeelte van het
quartair (ongeveer 200000 jaar van de totale (2 miljoen jaar),
dan is daar in de eerste plaats de zeer duidelijke invloed van
de landijsbedekking van het Riss- of Saale glaciaal merkbaar.
Van deze ijsbedekking immers bleven de morene landschappen over,
waar aan de keileem - leem met zand en stenen die van
Scandinavië op of in het ijs was meegevoerd herinnert. Het zijn
enkele beperkte terreinen van het Zuiderzeegebied, die nu nog
als deze morenen herkenbaar zijn.
In de eerste plaats is daarbij - mede in verband met in- en
uitstroming van het water vóór de Afsluitdijk gereed kwam - de
landijsinvloed uit het verleden rond Texel, dat een keileemkern
heeft, van belang. Voorts ook het morene eiland Wieringen en
weinige kleine plekken keileem in de Wieringermeer. Aan de
Friese kant is het vooral het Gaasterland dat landschapsbepalend
is geweest ten opzichte van de Zuiderzee, waar later door
afspoeling van die morene van Roode klif, Mirns en Oude Mirdum
ontstonden. De klifranden in het gebied, dat later zou worden
ingepolderd als Noordoostpolder, zijn Urk, Schokland en De
Voorst, waar keileem aan de oppervlakte komt, een kleine
opduiking tussen Urk en Emmeloord en verder komt het hier en
daar veel dieper in de ondergrond voor. Het kan een vele
tientallen meters dik pakket zijn.
In het
Subatlanticum bestond er hier reeds een
merencomplex en het werd rond de jaartelling
door Romeinse auteurs Lacus Flevo
(Flevomeer) genoemd. Dit merencomplex was toen
nog relatief klein en stond in verbinding met de
zee door een riviermonding of misschien een
nauwe zeearm, waarschijnlijk het
Vliestroomkanaal, tussen wat later de eilanden
Vlieland en Terschelling zouden worden. Het
Marsdiep was toen nog een riviermonding (fluvium
Maresdeop). In deze periode stond de
Zuiderzee nog bekend als Aelmere.
Gedurende de vroege middeleeuwen begon dit te
veranderen. Onder invloed van de warme periode
van 800-1200 steeg het zeeniveau. In 838 was er
een eerste grote overstroming, waarbij volgens
twee bronnen een groot aantal plaatsen werd
verwoest. Daarna bleef het ruim twee eeuwen
rustig.
De definitieve
klap kwam met een serie van stormen in de 12e en
vooral 13de eeuw, waarbij grote delen van het
het veenland wegsloegen. Het begon met de
Julianavloed in 1164. Na de overstromingsrampen
van 1212, 1214 en 1219 (eerste Sint
Marcellusvloed) en 1248 brak het zeewater in het
Almere in, waarbij naar verluidt de duinenrij
bij Callantsoog werd weggeslagen. De natuurlijk
ontstane barrières waren gebroken. Uit het
binnenmeer was een binnenzee ontstaan. Na de
stormramp van 1282, waarbij de verbinding tussen
Texel en het vasteland wordt doorbroken, en de
desastreuse Sint Luciavloed in 1287, waarbij
vele tienduizenden doden vielen, was dit proces
voltooid en kwam de naam Zuiderzee algemeen in
zwang.
De overlevende
bewoners van het omliggende land maakten er het
beste van en werden actief in de handel.
Handelsschepen bevoeren de zee; havensteden als
Kampen en Harderwijk behoorden tot de Hanze, en
via de Zuiderzee voeren VOC-schepen naar Hoorn
en Amsterdam. Ook werd er volop gevist. In 1900,
toen de Zuiderzeevisserij op haar hoogtepunt
was, waren er zo'n 3000 platbodems actief
waarmee werd gevist op haring, ansjovis, paling,
bot en garnalen. Keerzijde waren de voortdurende
overstromingen, waarbij vaak veel slachtoffers
vielen.
In de loop van de
negentiende eeuw rees het plan de Zuiderzee
helemaal of gedeeltelijk in te polderen. Voor de
internationale handelsvaart was de Zuiderzee
toen al niet meer zo belangrijk. Inpoldering
paste ook in het vooruitgangsgeloof van het
tijdperk van de industriële revolutie. Het
project zou veel nieuwe landbouwgrond opleveren,
en zou de immer bedreigde kustlijn met ruim 250
kilometer inkorten. Dat laatste was van groot
belang, omdat de Zuiderzee bekendstond als een
woeste zee, die vaak voor overstromingen zorgde
in het steeds dichter bevolkte Nederland.

Cornelis
Lely, Je zou haast vergeten dat het plan van Cornelis Lely nog
veel groter was. Hij stond namelijk ook aan de wieg van de
inpoldering van de Wieringermeer, de Noordoost polder en de
Flevopolder. Toen in 1932 de Afsluitdijk klaar was, bestonden de
laatste twee dus nog niet. In de jaren veertig, dus ook tijdens
de oorlog werd hard aan de Noordoostpolder gewerkt. Pas in 1968
was ook de Flevopolder klaar en zag het IJsselmeer er uit zoals
het er nu bijligt.

Zuiderzeewerken.
In
1886 richtten enkele notabelen
de Zuiderzeevereniging op, die
moest onderzoeken of
drooglegging haalbaar was. Ir.
Cornelis Lely trad in 1886 als
veelbelovend ingenieur bij deze
vereniging in dienst. Hij
ontwierp in 1891 het eerste plan
voor de afsluiting van de
Zuiderzee. In 1913, toen Lely
inmiddels voor de derde maal
minister van Waterstaat was,
werd inpoldering opgenomen in
het regeringsprogramma - ondanks
protesten van de visserijsector.
Na de watersnood van 1916 waren
de geesten rijp voor het
megaproject en twee jaar later
ging het parlement akkoord.
In
juni 1920 werd het eerste deel
van de Zuiderzeewerken
aanbesteed: de aanleg van de 2,5
kilometer lange Amsteldiepdijk
van Noord-Holland naar het
eiland Wieringen. Bij dat
project werd nuttige ervaring
opgedaan die later van pas kwam
bij de aanleg van de
Afsluitdijk. In augustus 1930
werd de Wieringermeerpolder
drooggelegd. Het is de enige
Zuiderzeepolder geweest. De
polder werd voor de afsluiting
van de zee drooggelegd omdat er
heel veel vraag was naar
landbouwgrond. De aanleg van de
Afsluitdijk begon in januari
1927. Op 28 mei 1932 werd de dam
gesloten.
Tussen 1936 en 1968 is gewerkt
aan de IJsselmeerpolders (Noordoostpolder,
Oostelijk Flevoland en Zuidelijk
Flevoland, de huidige provincie
Flevoland). Aanvankelijk waren
er plannen nog meer land in te
polderen. Zo werd in 1976 nog
dwars door het IJsselmeer de
Houtribdijk aangelegd in verband
met de geplande inpoldering van
de Markerwaard. Deze is er nooit
gekomen vanwege financiële
redenen en toenemend verzet
tegen verdere aantasting van het
gebied rond de voormalige
Zuiderzee. Op die manier heeft
de omgeving aan de noordgrens
van Amsterdam (De regio
Waterland) het oorspronkelijke
"open" karakter behouden.
De
afsluiting had grote gevolgen
voor de visserij en de natuur,
en betekende de nekslag voor de
duizenden vissers die op de
Zuiderzee hun boterham
verdienden. Na de voltooiing van
de Afsluitdijk veranderde de
voormalige zee in een meer. Het
water werd geleidelijk aan
steeds zoeter. Nog een paar jaar
hielden de haring en de ansjovis
stand, maar toen verdwenen ze.
De bruinvis en de gewone zeehond
waren toen al lang vertrokken.
Veel vissers maakten gebruik van
de Zuiderzee-steunwet en vroegen
een uitkering aan. Anderen
werden bijvoorbeeld
pluimveehouder of boer. Ook
vishandelaren, zeilmakers en
scheepbouwers werden werkloos.
De geschiedenis van de
Zuiderzeevisserij is uitgebreid
in beeld gebracht door Peter
Dorleijn.
Frieslands tweede haven.
Op Goede vrijdag van 1938 gingen
in Lemmer de vlaggen in top. Wat was er aan de hand? De
beslissing inzake de waterweg Groningen-IJsselmeer was gevallen.
's morgens om half twaalf ontving de burgemeester van
Lemsterland, Mr. M. Krijger, officieel bericht, dat Lemmer het
eindpunt zou worden van de grote scheepvaartweg naar het
IJsselmeer.
De jarenlange strijd over de
vraag: "Lemmer of Stavoren?" was geëindigd. In de eerste maanden
begonnen zich steeds meer stemmen te verheffen ten gunste van
Lemmer, vooral uit de kop van Overijssel. Dat in Sneek het
besluit van de minister grote teleurstelling heeft gewekt, is
begrijpelijk en ook voor Stavoren was het een zwarte dag
geworden. Dit eeuwenoude Zuiderzee stadje zag zijn laatste hoop,
zich uit zijn verval op te heffen, in rook opgaan.
Lemmer, met zijn grote achterland,
was echter bij het besluit ten zeerste gebaat. De bevolking
verkeerde dan ook in een feeststemming. Op die Goede Vrijdag van
1938 hadden wij op het Raadhuis een onderhoud met Mr. Krijger en
we herinneren ons, als de dag van gisteren, de woorden die hij
toen sprak.
"Toen ik vanmorgen het bericht
ontving, was dit voor mij een gelukkig ogenblik. Eindelijk zal
nu de plaats, die zo ontzaggelijk veel schade door de afsluiting
der Zuiderzee heeft ondervonden, aan haar toekomst kunnen
beginnen te werken. De uitbreiding van het dorp heb ik mij tot
heden uitsluitend gedacht in Oostelijke richting. Thans kunnen
wij onze ogen echter verder richten. De belangen van Lemmer en
die van de toekomstige Noord-Oost-Polderdijk zijn thans
onafscheidelijk aan elkaar verbonden"
Een dezer dager bevonden we ons
weer in het Raadhuis te Lemmer en het was weer Mr. Krijger, met
wie we een onderhoud hadden. Ditmaal was het echter een heel
ander geluid, dat we uit diens mond te horen kregen.
"In 1938 staken we de vlaggen uit.
Thans ben ik van mening dat het nieuwe kanaal voor Lemmer een
strop wordt in plaats van een voordeel. Oorspronkelijk, vertelde
de burgemeester ons, bestonden er twee plannen. het eerste was,
dat het nieuwe kanaal naar de Lemster havenmond zou lopen. het
tweede wilde de uitmonding tussen Lemmer en het Stroomgemaal
naar Tacozijl, op 1½ km westelijk van het dorp. beide plannen
waren voor ons aanvaardbaar en we wachten dan ook met vertrouwen
de beslissing van de waterstaat af. Evenals in zoveel andere
dingen, trad de oorlog als spelbreker op. Toch had men niet
stilgezeten. Men kwam tot de overeenstemming over een misschien
technisch beter plan, ten westen van het stroomkanaal. Na de
bevrijding heb ik nog eens lang en ernstig over de zaak
nagedacht en ik ben tot de overtuiging gekomen, dat dit nieuwe
plan voor Lemmer buitengewoon ongunstig is, speciaal in verband
met onze nieuwe uitbreidingsplannen.
Sedert de 12e eeuw is er in Lemmer
altijd scheepvaart geweest en aan die scheepvaart en aan die
scheepvaart had de plaats haar opkomst en bloei te danken. We
hebben hier een vrij grote middenstand en tal van kleine
bedrijfjes gekregen: scheepswerven, victualie bedrijven,
touwslagerijen, enz. Zonder scheepvaart zou dit aantal veel te
groot zijn. Al deze aanverwante bedrijven zouden, werd het
nieuwe plan werkelijkheid, op 2½ km afstand van het nieuwe
kanaal komen te liggen en bovendien nog daarvan gescheiden zijn
door het brede Stroomkanaal"
"Verwacht U niet" vroegen we "dat
ze zich naar de nieuwe kanaalmonding zullen verplaatsen?"
"Nee. Zij zullen dat wel doen,
wanneer die monding tussen het Stroomkanaal en het dorp komt te
liggen. Daarmee is in ons uitbreidingsplan rekening gehouden.
Blijft Waterstaat bij het nieuwe plan volharden, dan kunnen we
de uitbreiding naar het Westen wel afschrijven". Voor de tweede
maal zou Lemmer dan ernstig getroffen worden. De eerste ramp
kwam na de afsluiting van de Zuiderzee, toen de visserij tot
meer dan de helft verminderde met het gevolg dat jaarlijks aan
kapitaal drie tot vier ton werd ingebracht. Voor het verlies van
die visserij moet een compensatie worden gezocht, welke voor een
deel moet worden gevonden in de Noord-Oost Polder, voor een
ander deel in de vestiging van nieuwe industrieën, waarvoor
reeds voor de oorlog veel animo bestond, vooral van kleine en
middelgrote bedrijven. Deze nieuwe bedrijven moeten zich kunnen
vestigen bij de nieuwe kanaalmonding en dit zal alleen
mogelijk zijn, wanneer het kanaal ten oosten van het
Stroomkanaal in het IJsselmeer uitmondt.
"En wat denkt U nu te doen?" was
onze begrijpelijke vraag. "Ziet U nog een kans.
"Dat hoop ik. In een conferentie
met de Directeur Generaal van Waterstaat, het hoofd van de
Kanalendienst en een lid van Gedeputeerde Staten zal ik de
bezwaren, of beter gezegd het gevaar, wat Lemmer bedreigt, naar
voren brengen. het gaat immers in niets meer en minder dan de
toekomst van Frieslands tweede haven en die ligt mij zeer na aan
het hart. Ons plan verzekert ons een goed kanaal: dat van
Waterstaat misschien een iets beter kanaal, dat echter de
economische postie van Lemmer een tweede gevoelige slag zal
toebrengen. Van harte hoop ik dan ook, dat van Lemmer geen
tweede Vreeswijk zal worden gemaakt.
Met belangstelling hebben we naar
het betoog van burgemeester Krijger zitten luisteren. Tijdens
onze tocht langs de haven kwamen we tot de overtuiging, dat hij,
wat betreft de visserij, niet had overdreven. Als vissersplaats
betekend Lemmer weinig meer. Een enkel bottertje zagen we zee
kiezen. De eens zo roemruchte ,,Lemster bokking" wordt thans
aangevoerd uit.... IJmuiden. Dit verklapte ons de man, die U met
zijn visjes op de foto ziet.

Het moge waar zijn, dat de
Noord-Oost-Polder aan de plaats enkele nieuwe
toekomstmogelijkheden biedt, toch zal ze het hoofdzakelijk van
de vestiging van nieuwe industrieën moeten hebben. En hiervoor
is de eerste voorwaarde: uitmonding van het nieuwe kanaal ij het
IJsselmeer op hoogstens 1½ km Westelijk van het dorp. Met de
heer Krijger hopen we, dat Waterstaat hiertoe alsnog zal
besluiten.

Een treurige vissersman die
langs de Zuiderzeewerken vaart.
Zuiderzee door Louis Davids
De Zuiderzee is ingedijkt en
spoedig is ze droog,
ze hebben haar tenslotte klein gekregen.
Waar eens de ranke vissersscheepjes zeilden op den wind,
daar rammelt straks het Fordje langs de wegen.
En waar je gisteren scholletjes en nieuwe haring vond,
brengt morgen de belastingman al dwangbevelen rond.
Waar eeuwen de ansjovis heeft
gedarteld en gestoeid,
daar loeien dra de lodderige koeien.
Waar eens de blauwe golven wiegden met hun witte kruin,
zal binnenkort de pieterselie groeien.
De mens heeft de natuur getemd en Jaap, Pikaai en Teun,
die gaan op klusjes stempelen voor de werkelozensteun.
Zuiderzee, Zuiderzee,
ouwe trouwe blauwe zee,
jij verdwijnt met je wel en wee.
Met je botters en je jollen,
met je harinkies en schollen,
neem je straks ons hart ook mee,
Zuiderzee.
Het zeemansgraf gaat dicht, geen
scheepje zal er meer vergaan.
Beschaving heeft de overhand gekregen.
Geen visser zal verdrinken, hij wordt nou gevierendeeld
op onze onbewaakte overwegen.
Waar eens het lied der branding zong vol grootse romantiek,
woont straks de orang pendek en bedrijft er politiek.
Waar eens de veerboot stampte naar
Enkhuizen en terug
en passagiers zich naar de reling richtten,
en daar hun diepste innerlijk blootlegden voor elkeen,
met moedeloze, zeer groene gezichten.
Waar jaren vóór Marconi toch de korte golf al liep,
daar sukkelt straks de eenmanstram en heerst de Spaanse griep.
Zuiderzee, Zuiderzee,
ouwe trouwe blauwe zee,
jij verdwijnt met je wel en wee.
Met je veerboot naar Stavoren,
waar wij ons diner verloren,
neem je straks ons hart ook mee,
Zuiderzee.


Het opspuiten van het zand.
Zuiderzeewerken op het Kornwerder Zand. Duizenden arbeiders werkten aan
de aanleg van de Afsluitdijk, Zij deden soms gevaarlijk werk.
Zeker zes dijkwerkers verdronken door verraderlijke stromingen.
Eén arbeider viel dood van een steiger, een ander werd dodelijk
getroffen door een kraan.

Het lossen van Kleischepen bij
de Zuiderzeewerken op het Kornwerderzand.

De laatste afdichting; boven en
onder.


De laatste handelingen van het
sluiten.


Feestelijke sluiting van het
laatste sluitgat in de Afsluitdijk, de Vlieter. Op 28 mei 1932,
om twee minuten over één heette de Zuiderzee IJsselmeer.

Basalt Maatschappij Rotterdam.
Een der Basaltgroeven.

Zuiderzeewerken. Het
vervaardigen van de Kraagstukken.

Zuiderzeewerken Lemmer. Dijk in
aanbouw.


Harderwijk. Werkhaven van de
Zuiderzeewerken.


Wieringen. Zuiderzeewerken.

Wieringen. Zuiderzeewerken.

Kornwerderzand. Spuisluizen.

Er is vijf jaar gewerkt aan de
Afsluitdijk. Hij is dertig kilometer lang en 90 meter breed. Bij
de aanleg zijn 16 miljoen klinkers en 23 miljoen kubieke meter
zand gebruikt. De aanleg koste 55 miljoen euro. Eerst zou er ook
een trein over de dijk gaan rijden, maar de aanleg van de
spoorweg werd te duur. De ruimte die daarvoor was gereserveerd
werd in 1976 gebruikt om de verkeersweg om te bouwen tot een
snelweg. Op 15 augustus 2006 reed Formule - 1 coureur Robert
Doornbos daarop een snelheidsrecord: hij haalde 326 kilometer
per uur

Café op Breezand. Ongeveer op
het midden van de Afsluitdijk.

De A.T.O.-autobus op de
verkeersweg over de uitwateringssluizen in de Afsluitdijk.

De Afsluitdijk naar Friesland
met gedenkteken.

Afsluitdijk Holland-Friesland.
Gezien bij de grenspaal.

De Afsluitdijk. Brug met
heftorens.

Zuiderzeewerken. Een overzicht
van de werken aan de Wieringermeerdijk bij Medemblik.

Het sluiten van de Vlieter,
waardoor de verbinding Holland-Friesland tot stand kwam.

Roosendaalse mannen werkten ook
aan de Afsluitdijk.

Afsluitdijk met Monument.

In 1942, midden in de 2e
wereldoorlog, is de Noordoost-polder drooggelegd. Veel jonge
Nederlanders mannen doken daar onder. Want: wie de polder
opbouwde hoefde niet naar Duitsland. Henk te Raa uit Borculo in
de Achterhoek was een van die pioniers. Hij hielp mee met de
kersverse polder in te richten en woont er nog altijd.

Aan het werk op het nieuwe
land, 1941.

Abe Leijenaar (87) was tijdens
de meidagen van 1940 als mitrailleurschutter gestationeerd in
Kornwerderzand. Aan de Friese kant van de Afsluitdijk. Met meer
dan 200 andere Nederlandse soldaten stopte hij de Duitse
overmacht. Het succes was van korte duur, enkele dagen later
capituleerde Nederland. Hier is te zien hoe een gewonde Duitse
soldaat een sigaar krijgt op Kornwerderzand.

De Zuiderzeewerken. Bezoek van
Koningin Wilhelmina aan de Zuiderzeewerken.
Home
|