URK EN SCHOKLAND. TROMP DE VRIES.
Dan is verder de combinatie schering en inslag, want tot aan de Franse tijd bestond er een heerlijkheid Urk en Emmeloord. Daar hoorde Ens -de zuidelijke helft van Schokland- niet bij. Toen echter de Schokkerdorpen ontvolkt waren, werden hun namen vergeten, tot ze weer gegeven werden aan nieuwe polderdorpen. Op Urk hoorde je vóór de drooglegging niet praten over Emmeloord of Ens, maar wel over Schokland. De zuidpunt heette bij de vissers nog altijd „de Kark", en de Middelbuurt bleef bekend omdat in het kerkje daar de Urker ijsvlet bemanning wel overnachtte. De noordpunt heette heel praktisch „d'aven", want had Ens een rede, Emmeloord beschikte over een haventje. Nog speelt het eiland in het spraakgebruik een rol. Van een vrouw die in verwachting is, wordt gezegd dat ze naar Schokland moet. Hoe kan deze uitdrukking zijn ontstaan? De Urker kindertjes komen immers van oudsher uit de ommelebommelestien, een grote kei die achter de vuurtoren in zee ligt. Het gezegde zal wel gebezigd zijn als dooddoener om vragende kinderen af te schepen. Dat ging dan zo: Een kind komt thuis uit school en wil de kamer in, maar wordt door een buurvrouw tegen gehouden, immers „de rapen zijn gaar", moeder is „an de ruutel", er kunnen geen pottekijkers gebruikt worden. Het kind vraagt: „Waar is mien mimme?" Buurvrouw antwoordt het eerste wat haar invalt: „Die is noa Skokkelaand". Daarheen ging men wel eens voor een proefreisje als er een nieuwe schuit of botter van de werf was gekomen, of later als de motor moest worden geprobeerd. Ging alles goed, dan kwam men met „welkom" terug,. Schokker moppen, in het winkeltje aan de haven gekocht en gebakken in Kampen of... op Urk. Als iemand iets goed, al te goed, kan, valt eveneens de naam Schokland: Hij kan Urk en Schokland aan elkaar liegen. Ze breit Urk en Scbokland aan elkaar. Je kon 'm op Schokland horen gillen. Ik zou me wel eens tot Schokland willen uitrekken. De uitdrukkingen geven een hoge graad aan. Ze herinneren misschien ook nog aan de tijd dat de afstand tussen de beide eilanden niet zo groot was. Er is nog een sage die zegt dat er een Deventer koek over de Nagel gezwiept kan worden, zó smal was toen nog het water dat het oorspronkelijk ene eiland verdeelde. In rijmpjes treffen we de naam Schokland eveneens aan. In een kinderrijmpje heet het:
Steek je pippien in de braand,
Schokker beer, wat waait het weer,
Soms was een Urker schout van Emmeloord en Urk tegelijk, maar dat ging niet zo goed. En toen een Urker, Jacob C. Romkes, in 1776 schout was op Emmeloord, schreven de Schokkers een boze brief over hem aan hun heer, burgemeester Hooft van Amsterdam. Ook als een Urker de inspectie over de zeeweringen van beide eilanden had boterde het niet. Hoe men in 1845 op Schokland over Urk dacht, vertelt G. Mees: „Als op Urk een schuit enige dagen onbeheerd ligt, zo vertelde de beurtman, kan men zeker zijn, dat haken, bomen, pus en al wat tilbaar is, verdwijnt. In dergelijk geval zou op Schokland alleen de helft van 't brood worden weggehaald. „Eerlijk deelt hij altijd". De Schokkers waren gehecht aan hun stukje grond, wilden niet verhuizen, en konden hun achteruitgang moeilijk verdragen. Wel probeerden ze zich in hun levenswijze tot het uiterste bij hun erbarmelijke omstandigheden aan te passen, zolang dat kon. Maar de klap kwam in 1859. Schokland werd ontvolkt. Enkele, hervormde gezinnen wilden het eilandelijke leven niet prijs geven en vestigden zich op Urk. (Anderen gingen naar Kampen, Vollenhove en Volendam.) Op Urk kan men nog een Schokker huis aanwijzen. Oude mensen hoorde ik wel praten over Schokker Jan, Schokker Vale, e.a. De zuinigheid van de Schokkers wekte op het toen ook niet welvarende Urk de spotzucht op. „Zeunige Schokker" werd een gezegde. Een Schokker vrouw die bij een van de weinige Urkse lantaarns kwam te wonen, stak zelden de lamp aan. Ze kon wel werken bij het licht dat door de ruit binnen viel. Bittere nood had de Schokkers de uiterste spaarzaamheid geleerd. Geen draadje, geen lapje gooiden ze weg.
Opschrift boven de ingang van de Nederlands Hervormde Kerk te Urk, waaruit de band tussen Amsterdam en Urk en Emmeloord duidelijk blijkt.
Het zou voor Urk geschreven kunnen zijn. Ook op Urk was het met de pinksterdagen „kermis", ook toen die officieel was afgeschaft. Dan werd ook menigmaal van de kansel tegen uit de band springen gewaarschuwd. Een van de eersten die wat over Schokland meedeelt was de Gelderse geschiedschrijver Arent Slichtenhorst in de eerste helft van de zeventiende eeuw, die, als hij het over Urk, „een stippel uit de Zuiderzee uitkijkende", gehad heeft, aldus verder gaat: „Naast daaraan ziet men Emmeloord en Ens, arme visschershutten, die zoo van taal als plompe kleding en ongeschikte zeden schier wilde menschen gelijken." Heren die in 1792 Schokland bezochten, hebben het er in een journaaltje over dat de bewoners zeer beleefd, gul en hartelijk zijn, en de eenvoudigheid in alle doorstraalt; ze wonen in met prentjes en spiegeltjes versierde kamers met pronkbedden. Mees noemde het inwendige van de Schokker huizen, in een tijd dat alle welvaart verdwenen was, onzindelijk en afzichtelijk. In huizenbouw en bewoning bestonden weer overeenkomsten tussen Schokland en Urk, en ook in de manier van leven, de liefhebberij voor kleuren, de schuiten, de vismethoden was dat zo. Alleen op Urk hadden de huizen een stevige ondergrond (keileem); op Schokland hoogde men de werven op met mest; zelfs het kerkje van Emmeloord was volgens Commelin „op een hoop vervuilde „koemis" gegrond. Veelvuldig zijn de berichten over instorting en omvallen door storm-, brand- en waterschade van Urker en Schokker kerkjes. Tenslotte willen we nog wat zeggen over de namen. De naam Urk stond duizend jaar geleden al in een keizerlijke oorkonde. Over de betekenis is veel gefantaseerd. Zo is de naam wel verklaard als „bruinvissenwater", maar voor duizend jaar was het water dat het eiland omgaf, nog zoet; orken en orka's kwamen er niet voor. Het is wel gebleken dat de naam niet op zichzelf staat, maar ook elders in Europa in iets andere vorm en schrijfwijze wordt of werd aangetroffen. Misschien was het een typisch water namen woord, misschien een woord voor hoogte en diepte. Dat zou dan wel kloppen op de keileembult naast het betrekkelijk diepe Val van Urk. De naam Schokland is van veel jongere datum. Moeten we denken aan het schokken van de slappe bodem bij zware stormen? Waarschijnlijk zit het anders. Schokken waren (ook op Urk) droge plakken mest die in de graslanden verzameld werden om 's winters als brandstof dienst te doen. Voor bemesting hoefde men ze niet te laten liggen; op de eilandjes liep het grasland 's winters immers toch onder water. Schokken vormden voor de arme eilanders de goedkoopste brandstof. Uit West-Friesland is het volgende rijmpje bekend:
Hauwert genaamd de Schokkenlanden,
Zo is er een tijd geweest dat
Urk en Emmeloord, die samen één heer hadden, dichter bij elkaar
stonden dan Emmeloord en Ens die toch zo dicht bij elkaar lagen. We
denken aan het begin van de zeventiende eeuw. Urk en Schokland
raakten beide eiland af in 1942 toen de Noordoostpolder droog viel.
Urks isolement werd pas opgeheven in 1948 toen er een wegverbinding
tot stand kwam. Toen was de tijd ook afgesloten dat de Urkers in de
winter, als de zee heel of half was dichtgevroren, de Middelbuurt
van Schokland gebruikten als steunpunt in de ijsvlet verbinding Urk-Kampen. Vele malen heeft de bemanning van „de ijsloper" daarbij
de nacht doorgebracht in het kerkje waar 's zomers rietsnijders en
dijkwerkers verblijf hielden, en dat nu als museum is ingericht. Urk
en Schokland, in veel verbonden, in veel verdeeld. Van die contacten
en contrasten blijkt ook in de volgende artikelen, die alle op de
beide eilanden betrekking hebben.
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|