Historie

Friesland

Lemmer

 

Welkom bij Spanvis.

 

Wie zoekt Wie

Zoekfoto

Genealogie

 


 

Pottenbakkerij, Lemmer.

 

Kerfsnee aardewerk; Lemmer, De Goede Verwachting.

 

 
 

Tekening -1886. Ingezonden door de heer Jo Steenstra.

 

 

 

Lemmer (1892-1928)

Twee jeugdige pottenbakkerszonen, Cornelis Steenstra (1875-1935) en Fokke Hoekstra (1877-1951) experimenteerden vanaf 1892 met kerf-sneewerk in het sinds de 18e eeuw bestaande bedrijf te Lemmer. Door de plaatselijke predikant werden ze in contact gebracht met belangstellenden buiten Friesland.

De Maatschappij ter bevordering van de Nijverheid te Haarlem werd een enthousiast promotor van deze Friese volkskunst die als een welkome vernieuwing van de Nederlandse kunstnijverheid werd begroet; de groothandel N.F. Van Gelder & Co. te Amsterdam nam het op in zijn assortiment. Via deze kanalen werd een nieuwe doelgroep bereikt: welvarende burgers in de steden. Het kleurgebruik werd levendiger; niet geel, groen of donkerbruin, maar alle drie tegelijk, waaraan de kleur blauw nog werd toegevoegd.

Het assortiment veranderde mee, minder gebruiksvoorwerpen voor het huishouden, meer decoratieve artikelen voor serre en salon, zoals piëdestals (zuilen), grote bloempotten, vazen en klokken. Traditionele voorwerpen als spaarvarkens, theelichtjes, testen en tabakspotten bleven in productie.

Er werd met succes deelgenomen aan enkele nijverheidstentoonstellingen, met bekroningen in Harlingen (1894) en Amsterdam (1895). Naast Van Gelder claimde de firma Titus Postma te Leeuwarden de alleenverkoop van het Lemster snijwerk. De bloeiperiode duurde slechts tot 1899. Toch is er vrij veel werk bewaard, meestal met de hand gesigneerd (ingekrast) door de snijders met hun namen of initialen en de toevoeging Lemmer. De belangrijkste waren Cornelis Steenstra (C.S.), Fokke Hoekstra (F.H.) en hun broers Daniël (Daan) Steenstra (D.S.) en Hoite Hoekstra (H.H.).

Na een onderbreking werd in 1902 het snijwerk weer opgevat, dat aanvankelijk gesigneerd werd met C. Steenstra & Co. Daniël Steenstra was inmiddels naar Sneek vertrokken, Hoite Hoekstra, eigenlijk letterzetter van beroep, naar Rotterdam.

Cornelis Steenstra nam het bedrijf omstreeks 1905 over van de eigenaar, de aannemer Pieter de Vries. (1) Fokke Hoekstra verdween uit beeld. Steenstra ging door met het snijwerk, geholpen door Ike Rippen en vele anderen. Hij experimenteerde graag met glazuren en verfijnde het snijwerk, dat gesigneerd werd met het stempel Lemmer Holland. In 1928 werd het bedrijf gesloten.

Bron: www.geni.com 

 

Dominicus Cornelis Steenstra

 

1. Cornelis Wytzes Steenstra, geboren op 26 april 1814 te Harlingen, overleden 18 april 1873 te Sneek. Gehuwd met Nieske Jans Kingma, geboren op 3 augustus 1814 te Franeker, dochter van Jan Wybes Kingma en Maatje Willems Wierstra.

Uit dit huwelijk.

1. Dominicus Cornelis Steenstra, geboren op 27 september 1947 te Harlingen, op bijna 1 jarige leeftijd overleden op 9 september 1848 te Harlingen, ten tijde van dit overlijden woonde Cornelis en Nieske op Zoutsloot 28 te Harlingen (A-121)

2. Dominicus Cornelis Steenstra, geboren op 27 april 1849 te Sneek. Zie 2

3. Jan Steenstra, geboren op 23 mei 1853 te Sneek.

2. Dominicus Cornelis Steenstra, geboren op 27 april 1849 te Sneek, overleden op 15 januari 1926 te Sneek. Gehuwd (1) op 25 mei 1873 te Sneek met Foekje Osinga, dochter van Daniël Osinga en Antje de Vries. Gehuwd (2) op 9 maart 1883 te Lemmer met Margje Barteles Kok, geboren op 9 augustus 1848 te Lemmer, overleden op 20 juli 1928 te Lemmer, dochter van Bartele Symons Kok en Grietje Poppes Hepkema. In 1876 ging Dominicus van Sneek naar Lemmer.

Uit het 1e huwelijk.

1. Cornelis Steenstra, geboren op 14 april 1875 te Sneek. Gehuwd met Grietje de Jong.

Uit dit huwelijk: Foekje Antje en Siepke *

2. Daniël Steenstra * (1877-1957) Gehuwd in 1954 met Wendy Bloomfield.

Uit dit huwelijk: Dominicus, Sarah en Irena.

Zie: www.newzealandpottery.net

Uit het 2e huwelijk.

1. Antje Steenstra, geboren op 12 oktober 1883 te Lemmer, overleden op 26 februari 1958 te Muiden. Gehuwd op 12 februari 1914 te Lemmer met Jan Slump. Antje woont op 1 juli 1934 te Gaast.

Op 13 juni 1950 gaat zij voor een tijdje naar Ontario; naar haar dochter Margje in Hamilton.
Op 18 september 1951 is zij terug (Haskerland).
Op 21 september 1951 gaat zij naar Muiden, en vandaar op 16 september1952 naar Weesp, naar het Bartholomeus Gast- en armenweeshuis. Dittehuis is opgericht rond 1400, en was rond 1950 zwaar verouderd. De mensen sliepen op mannen- en vrouwen slaapzalen, er was een gemeenschappelijke eetzaal en dagverblijf. Geen enkele privacy. Er waren een "vader en moeder" die de scepter zwaaiden. In 1954 is dit tehuis opgeheven en verhuisden de ouwetjes naar het nieuwe Niftarlake in Weesp. Daar kreeg een ieder een eigen kamer. Men was perplex!
In Niftarlake is Antje overleden en begraven in Muiden.

2. Siemon Steenstra, geboren op 15 juni 1885 te Lemmer, overleden op 4 april 1952 te Borculo. Gehuwd op 25 januari 1917 te Lemmer met Maria Dijkstra, geboren op 8 juni 1890 te Lemmer, overleden op 15 augustus 1970 te Eibergen, dochter van Jenne Tjallings (Jenne) Dijkstra en Geertje Jeltes (Geertje) Visser.

Kinderen: Margje, Geertje en Antje.

3. Nieske Steenstra, geboren op 10 december 1889 te Lemmer.

Bron: members.home.nl

* Maria Mizen vertelt: Mijn grootvader Siemon Steenstra was een halfbroer van Cornelis, Hij is geboren uit het tweede huwelijk van Dominicus Cornelis Steenstra. Met Margje Kok. Hij is door de dominee geholpen om evangelist te worden, dus hij is geen pottenbakker geworden. De dominee heeft het gezin financieel geholpen om hem te laten leren.

Ik heb een trouwboekje van Siemon Steenstra en een foto van zijn 25 jarig huwelijk met Maria Dijkstra.

Ik ben ook in het bezit van een klompje en kannetje van het Lemster-snijwerk. Deze heb ik via mijn moeder geërfd.

 

De jonge Cornelis Steenstra, aan het werk in de aardewerkfabriek "De Goede Verwachting" eens gelegen aan het Turfland in Lemmer. De foto is in het eind van de 19e eeuw genomen.

 

Brandstofhandel R. Verhoeff. -Brandstoffenhandel "De Goede Verwachting R. Verhoeff" staat op het bord te lezen. De oude Pottenbakkerij op het Turfland.

 

 

In het pand was tot oktober 1928 de aardewerkfabriek "De Goede Verwachting" gevestigd. Daarna is er een turfhandel van de heer R. Verhoeff in gevestigd geweest, terwijl vervolgens dit perceel jarenlang in gebruik is geweest bij het Expeditiebedrijf van Gebr. van der Bijl. In september 1975 is het pand afgebroken. De bij de voormalige aardewerkfabriek behorende woning is in november 1928 aangekocht door de heer D. Hak te Lemmer voor de prijs van f 2.557.-.

 

Dominee legde basis.

In de aardewerkfabriek "De Goede Verwachting" die aan het Turfland in Lemmer was gevestigd, werd van het eind van de 19e eeuw tot 1928 het befaamde Lemster aardewerk gemaakt. Het overgrote deel van het werk van Steenstra's fabriek werd versierd in een kerfsnee-techniek, direct verwant aan houtsnijwerk.

In 1892 bracht Ds. O. Schrieke, destijds Nederlands Hervormd predikant in Lemmer, een bezoek aan de pottenbakkerij. Bij dit bezoek werd de predikant geconfronteerd met het werk van de de jonge Steenstra. Hij raakte er door geboeid en er zó in geïnteresseerd, dat hij de toen 17 jarige Steenstra aanspoorde om zich verder te bekwamen in het maken van kunstaardewerk.

 

De dominee stelde Steenstra jr. in het bezit van platen met voorstellingen van oude houtsnijkunst, die hij in bruikleen had ontvangen van de directeur van het Museum voor Kunstnijverheid in Haarlem. Het ontwerpen en het vervaardigen van het kunstaardewerk ging de jeugdige Steenstra steeds beter af.

 

Op 1 augustus 1892 was het dan zover, dat de eerste bestelling kunstaardewerk de fabriek op het Turfland verliet. De producten van de jonge Lemster pottenbakker spraken velen aan en menigeen, die Lemmer aandeed, nam uit de grote collectie kunstaardewerk wel wat mee. Op een gegeven moment nam Cornelis Steenstra het bedrijf van de Vries over. Hij zelf hield zich zoveel mogelijk bezig met de vervaardiging van het Lemster kunstaardewerk, waarbij uiteraard het gewone dagelijkse werk, verbonden aan het pottenbakken, evenzeer zijn aandacht had.

 

Uit dankbaarheid voor het feit, dat Ds. Schrieke hem zo had gesteund en gestimuleerd bij zijn werk, heeft Cornelis Steenstra voor deze predikant een op schaal gemaakt model van de Nederlandse Hervormde Kerk van Lemmer in aardewerk vervaardigd. Het aardwerkmodel is helaas bij een verhuizing gesneuveld.

Twee pottenbakkerijen in Lemmer.

In het begin van de 19e eeuw waren in Friesland in verhouding tot de meeste andere provincies nog een groot aantal pottenbakkerijen gevestigd. Volgens de statistische gegevens van de Nederlandse Nijverheid blijken er in 1819 nog 29 pottenbakkerijen, met in totaal 115 werkkrachten in Lemsterland.

 

Ook in de opgave van 1808 aan de Landrost werd medegedeeld, dat er in Lemmer twee pottenbakkerijen gevestigd waren. In de Stads en Dorpskroniek van Friesland staat, dat op 28 oktober 1880 wegens sterfgeval twee grof-aarde werkbakkerijen in Lemmer zijn geveild, te weten ,, De Goede Verwachting" en "De Hoop".

 

Eerstgenoemde fabriek was gelegen op het Turfland aan het vaarwater de Zijlroede en werd gedreven door weduwe W. Monsma-Kleinhouwer. "De Goede Verwachting" werd in 1874 geheel gemoderniseerd. De aardewerkfabriek "De Hoop" bevond zich aan de Langestreek. De waarde van beide pottenbakkerijen op de veiling was f 5.140,-.

Op 1 augustus 1802 ging de eerste bestelling de fabriek uit die aan het Turfland stond (en in september 1975 werd afgebroken, nadat er achtereenvolgens nog de turfhandel van R. Verhoeff en het expeditiebedrijf van gebr. v.d. Bijl in gevestigd was geweest).

 

Cornelis dochters, mej. Foekje Antje Steenstra en haar zuster Siepke de Jong Veenstra, leerden het vak van hun vader en moeder, want de laatste heeft ook veel met kleuren gewerkt, vroeger werd het aardewerk vervaardigd, met zeer simpele gereedschappen: zakmesjes, passer, pennetje e.d. waarmee in de werkstukken de kerven werden gezet, het procedé wordt gevolgd met een grote dosis liefde voor het ambacht én met veel kunstzin voor een grote serie kunstaardewerk producten van uiteenlopende vormen die de fabriek in Lemmer hebben verlaten:potten, komforen, schotels, spaarvarkens, testen, tabakspotten, vazen, sleetjes, doosjes, klompjes, onderzetters, wandborden, kannetjes, bakjes, bloempotten, schenkkannen, kruiken, kopjes, sigarenbekers, asbakken, reclameborden etc. etc.

Pottenbakkersglorie.

Ze kwamen voor het merendeel wel uit de fabriek van Cornelis Steenstra, maar die heeft ze niet allemaal zelf gemaakt. Zo komt de naam Fokke Hoekstra ook nog al eens een keer voor. Hij heeft, soms alleen, soms samen met Steenstra, zijn naam in de door hem vervaardigde producten achtergelaten, en ook op één der medailles die de fabriek op verschillende tentoonstellingen kreeg, staat zijn naam in combinatie met die van C. Steenstra vermeld. Gezien deze feiten, aldus de catalogus, moet hij een belangrijke medewerker van C. Steenstra zijn geweest. Hij werd te Lemmer op 16 juli 1877 geboren als zoon van Pier Hoekstra, die van beroep pottenbakkersknecht was en wiens foto, evenals die van Cornelis Steenstra in een catalogus is opgenomen.

In haar gloriejaren heeft de kunstaardewerkfabriek "De Goede Verwachting" een zevental medewerkers gehad. In 1890 kwamen Johannes Rippen (1859-1927) en Hotze de Vries (1867-1924) de gelederen versterken als pottenbakkersknechten en zij vormden tot aan hun dood mede de vaste kern van de onderneming.

 

En Ieke Rippen, van wie er op een tentoonstelling ook een onderzetter stond, uit 1912, en een houtsnijwerkplank met dezelfde fijne kerfsneden, Sietse Brandenburg, onderzetter uit 1907, idem van A. Bangma uit 1918. Ook Schelte Bijlsma, (van wie door de gemeente een model Lemster schouw als cadeau van de provincie is aangekocht en Lemster Aak voor de oudheidkamer) heeft bij "De Goede Verwachting" gewerkt; terwijl vele Lemster en oud Lemsters zich zonder twijfel ook nog Douwe "Pottebakker" (de Vries) zullen herinneren.

 

Helaas aan de goede verwachting kwam op 15 oktober 1928 een eind. De fabriek werd toen verkocht, kon waarschijnlijk niet langer concurreren in de slechter wordende tijdsomstandigheden. De familie Steenstra vertok enkele dagen later naar Gouda, waar Steenstra werkzaam is geweest in de aardewerkindustrie van Jonkers. In Gouda moet echter nog wel Lemster aardewerk zijn gemaakt, al werden de kleuren wat feller. Op 1 oktober 1934 vertrok het gezin Steenstra vanuit Gouda naar Workum. Cornelis is daar nog ruim een jaar werkzaam geweest in de pottenbakkerij van R. de Boer en overleed op 2 december 1935 in Workum. Hij werd in Lemmer begraven.

Van de twee hiervoor genoemde pottenbakkerijen heeft de ,,De Goede Verwachting" het langst volgehouden en wel tot 15 oktober 1928. Dit bedrijf is onder meer eigendom geweest van Pieter Martens de Vries (Pieterbaas, ook de bouwer van de Pietersbuurt).

 

Nadien is de pottenbakkerij overgegaan in de handen van Cornelis Steenstra. Hij werd geboren op 14 april 1875 in Sneek. Zijn vader, Dominicus Cornelis Steenstra, was als pottenbakker werkzaam bij Pieter Martens de Vries. Voordien was hij, evenals zijn zoon Cornelis, betrokken bij de aardewerkfabricage te Sneek. Ook Cornelis Steenstra kwam in dienst bij de Vries en wel als pottenbakkersleerling.

 

 

 

Dominicus Cornelis Steenstra en ?

 

  

Medewerker van de Pottenbakkerij: Fokke Hoekstra??

 

 

1928: Het stopzetten van de Lemster aardewerkfabriek.
 

Een klein, maar oud en karakteristiek bedrijf. — Zal het voor Lemmer behouden kunnen blijven?

LEMMER, 25 Oct. Er ging een kort berichtje door de pers: de fabriek van Lemster kunstaardewerk, welke reeds tevoren enkele weken had stilgestaan, daarna nog even had gewerkt, was nu voor goed stopgezet.

 

De eigenaar had reeds elders arbeid gevonden; het personeel was ontslagen; de fabriek stond te worden verkocht. En hiermee zou dan het einde zijn gekomen van een zeer oud- industrie, welke bij Lemmer behoorde en als een van de karakteristieken van de plaats werd beschouwd.

Geen wonder, dat zich verschillende vragen voordeden naar aanleiding van deze gebeurtenis, in de eerste plaats de vraag, welke de aanleiding is tot deze stopzetting. Is er geen vraag meer naar het Lemster handaardewerk? Kan dit tusschen het vele, wat vooral den laatsten tijd op 't gebied van
luxe aarde- en glaswerk uit binnen- en buitenland op de markt wordt gebracht, zijn plaats niet meer handhaven? Is het misschien tengevolge van verandering van smaak van het publiek?
 

En waarom kan de fabriek als pottenbakkerij — want de vervaardiging van kunstaardewerk was immers niet het belangrijkste deel van het bedrijf — niet meer blijven bestaan? Moet nu inderdaad Lemmer, wat toch al zoo arm is aan industrie en in verband met de afsluiting van de Zuiderzee voor een belangrijk deel van zijn inwoners een ander middel van bestaan moet zoeken, nu ook nog deze industrie missen?
 

Een en ander gaf ons aanleiding om eens in de plaats zelf poolshoogte te nemen, om iets te weten te komen omtrent de oorzaak van het verdwijnen van deze eigenaardige en merkwaardige industrie en er de vraag eens op te werpen of ze niet voor Lemmer behouden kan blijven.
 

Veel beteekenis had het bedrijf de laatste jaren niet meer. Met den patroon werkten er een volwassene en twee of drie jongere krachten. Toch moet ook de productie van deze betrekkelijk kleine fabriek niet onderschat worden. Zoo zijn b.v. een kleine veertien dagen geleden nog een 50.000 bloempotten afgeleverd. Per dag kon de fabriek een paar duizend bloempotten leveren, dank zij de machinale fabricatie dezer voorwerpen door middel van een pers.


Maar deze bloempotten-fabricatie was niet het karakteristieke van het bedrijf en zij vereischt ook slechts weinig vakkennis of vakkundige handigheid. Die is wel noodig voor het maken van verschillende andere voorwerpen voor huishoudelijk gebruik of voor luxe. Het draaien is een kunst, die de leerling zich slechts na jaren van opleiding kan eigen maken.

 

Daar komt bij, dat degeen, die zich met dezen arbeid bezig houdt, niet alleen de noodige technische vaardigheid moet bezitten, maar ook moet kunnen beschikken over voldoenden kunst- zin en smaak voor het ontwerpen van verschillende modellen. Nog te meer geldt dit voor het kunstaardewerk met snijwerk. Dat snijwerk is iets zeer persoonlijks in het Lemster kunstaardewerk; 't was de patroon zelf, de heer Steenstra, die het vervaardigde.


De fabriek van den heer Steenstra was de eenige pottenbakkerij, welke nog te Lemmer was overgebleven. Vroeger waren er meer en de Pottenbakkerssteeg heeft er zelfs haar naam aan ontleend. Het bedrijf werd steeds zoo interessant gevonden, dat meermalen belangstellenden kwamen om het in oogenschouw te nemen. Menige klas schoolkinderen kwam naar Lemmer om de zee en de pottenbakkerij te zien.
 

Tientallen van jaren heeft zich het bedrijf in Lemmer kunnen handhaven. Waarom kon dat dan nu niet meer? Voor een buitenstaander is het natuurlijk moeilijk om die vraag te beantwoorden. Voor een ingewijde trouwens misschien ook wel. Er wordt te Lemmer gesproken, dat er te weinig reclame voor het product zou zijn gemaakt. Gereisd is er met het artikel nimmer. En buiten reclame kan tegenwoordig zelfs niet het beste artikel. De tijd van „goede wijn hehoeft geen krans" is voorbij.


Speelde gebrek aan bedrijfskapitaal een rol? Dat het publiek het Lemster kunstaardewerk niet meer wenscht, gelooft men te Lemmer niet. Menigeen, die er een bezoek bracht, nam als souvenir een aardig vaasje of kleurig potje mee. Dat de afname van het ruwe aardewerk voor huishoudelijk gebruik verminderd is, moet ongetwijfeld worden toegeschreven aan de concurrentie van het emaille-werk.


We hebben een kijkje genomen in de fabriek, 't Was er nu doodsch en stil. Het lied van den arbeid klonk er niet meer. Het spinrag aan de lage zoldering der magazijnen scheen het symbool van het noodlot, dat over de fabriek is gekomen.
 

De voorraden grondstoffen, klei en pijpaarde zijn op kleine hoeveelheden na verwerkt. In de fabriek zijn een tweetal draaischijven, waarvan één vroeger ook machinaal in werking kon worden gesteld en waaraan de pottenbakker zijn modellen fabriceerde.
 

Voorwerpen van verschillenden aard en vorm werden hier ontworpen. Het ruwe Friesdce aardewerk voor huishoudelijk gebruik, potten, komforen, grootere bloempotten, inmaakkruiken, drink- en voerbakken voor kippen, schoorsteenpotten, dit alles en nog veel meer kreeg hier het aanzijn.
 

Behalve de voorwerpen, die alle uit de hand gedraaid moeten worden, is er nog heel veel vormwerk, waarbij dus de grondspecie in een houten vorm wordt gedaan, waarna het bakproces kan volgen. Bij dit vormwerk behooren b.v. spaarpotten, stootjes, vaasjes en tal van andere voorwerpen, zoowel in het ruwe als in het fijnere kunstaardewerk.
 

De fabriek heeft twee ovens, één groote, waarin b.v. een 13,000 bloempotten tegelijk kunnen worden gebakken, en een kleine. Hierin werden de te bakken voorwerpen, na al of niet van glazuur voorzien en al of niet gekleurd te zijn, aan een temperatuur van een 900 graden blootgesteld.
 

Achter de ovens bevindt zich een pers voor de vervaardiging van bloempotten. Een bal klei wordt gelegd op een ronde schijf ter grootte van den bodem van den bloempot. De ronde wand sluit zich daar omheen, terwijl een draaiende pasvorm voor gelijkmatige verspreiding van de klei langs den
binnenwand en den bodem zorg draagt. In weinige oogenblikken is alzoo de bloempot gevormd, zoodat per dag een paar duizend kunnen worden vervaardigd. Aldus ontstaan de meest gangbare grootten van den bloempot. Bij de pers behooren een zestal vormen, zoodat ze in evenzoovele grootten de potten kan afleveren.


We namen verder nog een kijkje in de verschillende magazijnen; de aanwezige voorraden waren trouwens niet groot meer na de groote aflevering van bloempotten, welke dezer dagen nog heeft plaats gehad.
 

We troffen ook nog een kleinen voorraad kunstaardewerk, waaronder verschillende keurige voorwerpen, artistiek van lijn en kleur. Het is voor het grootste deel handwerk; er is bij met snijwerk (bloempotten, vazen, enz.) en er zijn zonder. Het snijwerk, op de wijze van het gewone houtsnijwerk, wordt erop gebracht, als de pijpaarde nog week is. Is het ontwerp gesneden en nagenoeg droog, dan wordt het uit de hand gekleurd, gewoonlijk met drie kleuren, groen, blauw en bruin. Doordat er dus veel tijd aan besteed wordt, kan dergelijk werk niet goedkoop zijn.
 

We hoorden, dat de fabriek met den inventaris en de aanwezige magazijnvoorraden dezer dagen zullen worden verkocht. De vraag is nu: zal deze industrie voor Lemmer verloren gaan? Er zijn ingezetenen van Lemmer, die grooten prijs zouden stellen op het behoud van het bedrijf. Is daar kans op? Kan misschien een combinatie van kapitaalkrachtige personen dit bereiken? Nog is het tijd.

 

De fabriek met toebehooren kan ieder oogenblik weer in werking worden gesteld. Men zal daarvoor noodig hebben een vakkundige en die zou van elders moeten komen. Maar er zijn toch zulke vakkundige personen nog te vinden, in onze provincie, waar het pottebakkersbedrijf ook in andere plaatsen nog uitgeoefend wordt.  Zou er niet iemand te vinden zijn, die voldoende koopmanschap paart aan technische vaardigheid en kunstzin, om het bedrijf weer op gang te brengen?
 

Het is zeker waard om ernstig overwogen te worden, want Lemmer zal de industrie, die het heeft, zooveel mogelijk moeten zien te behouden en uit te breiden.
 

Dit is vooral ook hierom gewenscht, omdat Lemmer binnen betrekkelijk korten tijd voor het feit komt te staan, dat het de zeevisscherij als middel van bestaan zal moeten missen, zoodat een groot deel van de inwoners dezer plaats op andere wijze dan thans zijn brood zal moeten verdienen.

 

Bron en lees meer: fries-aardewerk.princessehof.nl

 

Onderstaande krantenknipsels over tentoonstellingen1892-1912 waaraan Cornelis Steenstra, meedeed zijn ingezonden door de heer Jo Steenstra, uit Lemmer.

Zo stond in het "Nieuws van de Dag" van 20 april 1992 te Lezen:

Tentoonstelling van oude en nieuwe Kunstnijverheid. uitgeschreven door de Vereeniging: „Voor Vak en Kunst 81," te Dordrecht. (Geopend tot 1 Mei.) Dat verteld "Dat er op den corridor, verscheidene uitstallingen een plaats hadden. " In den eenen hoek, bij de Hindelooper kamer, vinden wij eene fraaie expositie Makart-bouquetten, schilden met Makartgrassen en bloemen-voorwerpen met kunstbloemen in was en stof, benevens eene groote collectie bloemenmanden.

Vooral de rozen in was verdienen de aandacht; deze worden vervaardigd naar papieren modellen. Al verder vindt men op den corridor verscheidene paneelen hout- en marmer-imitatie van den Heer C. Lary, te Dordrecht, en drie decoratieve paneelen van den Heer Jos. Amiabel, te 's-Gravenhage.

Draaien wij ons nu om, dan zien wij rechts en links, omhoog, omlaag, de belangrijke inzending der School voor Kunstnijverheid te Haarlem (directeur de Heer E. von Saher): eene zeer uitgebreide verzameling, die men onwillekeurig gaat vergelijken met de inzending harer zuster te Amsterdam. Wij zien hier tal van proeven der leerlingen in het decoratievak, in het beeldhouwvak, tal van werkstukken der graveurs en stempelsnijders, teekeningen, graveerwerk op koper, staal, zink en stempels — de werkstukken der kunstnaaldwerkklasse.

Men kan hier uitnemend den gang van het onderwijs volgen. Eene overstelpende hoeveelheid teekeningen, over het geheel met zeer veel zorg gekozen en een zeer goeden indruk gevend van het onderwijs aan de school. In het midden eene inzending versieringen in kurkschors van de heeren Becker en Scalongne, te s-Gravenhage. Links vindt men nu de bovenvermelde haarschilderingen van den Heer Dufrenne, te Arnhem, die niet in mijn smaak vallen, en daaronder eene collectie, net uit de hand gesneden, gedreven en geponst lederwerk voor prachtbanden, albums en schrijfportefeuilles met familiewapens, meubelbekleedingen, enz., van den Heer J. W. N. Merkelbach. fabrikant te Utrecht.

Men weet, dat deze tak van nijverheid in de middeleeuwen een hoogen trap van bloei bereikte, maar in de 17e eeuw verloren ging. Reeds op de Haagsche tentoonstelling trok de inzending zeer de aandacht. In deze buurt ook ontwerpen van tuinen van den Heer Jongstra, te Leeuwarden, een model deurpaneel van Mej. Van Staveren, te Gouda, geëtst in glas verguld en met parelmoer.

In het midden vindt men eene groote tafel met eene groote inzending houtsnijwerk. Inzender is het Departement Leeuwarden der Nederl. Maatschappij ter bevordering der Nijverheid. Tusschen dit alles staat een versierde vaas van aardewerk, gemaakt door den 18-jarigen Cornelis Steenstra te Lemmer. Het is een pot, voor den klassieken Frieschen drank: „boerenjongens" bestemd.

● Nieuws van de Dag. -21 mei 1894.

De Tentoonstelling te Harlingen.

Harlingen, de havenstad van Friesland, waar handel en scheepvaart in de provincie haren zetel hebben opgeslagen, is in deze dagen de plaats waarheen honderden zich begeven ter bezichtiging van de tentoonstelling van kunstnijverheid, welke door de Commissie van volksvermaken aldaar is tot stand gebracht.

De Buiten-Sociëteit, nabij het spoorwegstation gelegen, met haren fraaien en met vlaggen en Onder de voorwerpen door timmerlieden, houtsnijders, meubelmakers, draaiers, smeden, machinemakers, lood- en zinkwerkers, koper- en blikslagers, metaaldraaiers, modelleurs, metselaars, steenhouwers, molenmakers, stucadoors, stoffeerders, enz. ingezonden, zijn vele fraaie en degelijke werkstukken aanwezig, die getuigen van eigen vinding (…) blijkbaar groote zorg is besteed. (…)

Belangrijk is de inzending gesneden Friesch aardewerk van C. Steenstra en F. Hoekstra, te Lemmer, alsmede de tegelschilderingen en muurversiering van Folkert Park, te Harlingen; de stalen marmer van R. S. Groot, te Amsterdam, en de inzendingen van T. van Stralen, te Leeuwarden, en J. Nielsen te Harlingen.

● Nieuws van de Dag. -26 mei 1894.

TENTOONSTELLING TE HARLINGEN.

Door de jury voor den wedstrijd tusschen handwerkslieden en de tentoonstelling van kunstnijverheid zijn de volgende onderscheidingen toegekend : Groep I. Handwerkslieden (…) Groep III Kunstnijverheid. Steenstra en Hoekstra, dipl. 1e kl; S. en H. Dijkstra, Sneek, dipl 2e kl.

● Rotterdamsch Nieuwsblad. -20 juli 1906.

Een reisje over de Zuiderzee met bezoek aan Lemmer.

(…) Er wonen hier (Lemmer) ongeveer 3000 zielen, deelde onze bezoldigde gemeenteveldwachter-gids mede. Nu gaan we naar de pottenbakkerij van Steenstra, daar breng ik wel méér vreemdelingen.

Daar wordt dat gesneden aardewerk vervaardigd, dat in de laatste jaren zoo beroemd is. Langs een smal voetpad kwamen we er. — Wat is dat voor een huisje? — Dat is vroeger een bruggewachtershuisje geweest, mijnheer, nu werkt er een schoenmaker, die er ook barbiert. — Wat blieft u . — Ja, hij scheept de menschen ook. En omdat hij daarvan niet alleen kan bestaan, maakt hij schoenen. Scheren kan hij best. — Zeker met een schoenmakersmes... Onze gids protesteerde, 't Was een flinke baardenschrapper. — Hij zou met zijn pikhanden van mijn gezicht afblijven. — Hier zijn we aan de pottenbakkerij.

Een vijftal knechts waren ijverig bezig. Ze kneedden de grijze klei, schoven het nieuw vervaardigde in den oven. In den hoek bij het raam werd ons door den patroon C. Steenstra, die zich met zijn leerling speciaal met 't Lemster-kunstenaardewerk bezighoudt, een oude man gewezen, die reeds 40 dienstjaren achter den rug heeft. Zijn naam is Pier Hoekstra en hij toonde zich een knap werkman.

Allerlei voorwerpen tooverde hij uit de klomp klei, die hij liet draaien, door met de voeten over een schijf te trappen. En de patroon toonde ons een prachtige collectie Lemster-kunstaardewerk, bestemd voor de tentoonstelling te Leeuwarden. — Ja, er is nog Sneeker werk, maar dat is namaak, mijnheer. Wij vervaardigen hier 't echte. Het Sneeksche goed is grover van afwerking, harder van kleur. De kleurmenging is 't geheim. Vindt u het niet mooi. Duur? Ach, mijnheer... 't is als met zoovéél dingen. Als de winkeliers er niet zooveel op wilden verdienen, dan zouden zij meer verkoopen en wij meer kunnen vervaardigen. Maar dat doen ze niet. Een stukje werk, dat zij voor 3 gulden van ons koopen, wordt voor 7 a 8 gulden verkocht. Dat is te duur.

● Nieuwe Rotterdamsche Courant. -21 mei 1912.

Avondblad, B. Letteren en kunst. Kunstentoonstelling ten bate van Herems-State.

Men schrijft ons uit Leeuwarden: Heden is in het Friesch Museum te Leeuwarden, in tegenwoordigheid van vele genoodigden, een tentoonstelling geopend van kunstwerken, welke zullen worden verloot ten bate van het Volkssanatorium Herema-State te Joure. (…) De catalogus bestaat uit ruim 200 nummers. Vooral de Friesche schilders — tot wie men zich in de eerste plaats gewend heeft - zijn zeer volledig vertegenwoordigd op deze zeer bezoekwaardige en veelzijdige tentoonstelling. (…)

Ook onder de beeldhouwers zijn er bekende Friezen. Pander gaf een gipsreliëf, een prachtig stormbeeld van angstig over de golven vliegende paarden; Tjipke Visser een pleisterbeeld ”berusting". Alma Tadema zelfs toonde belangstelling door werken met reproducties van zijn kunst te zenden.(…) De Friesche plateelfabrlek van Gebr. Tichelaar te Makkum, reeds bestaande sedert de tweede helft der zeventiende eeuw, zond o.a. een verdienstelijken geriefden pot met polychroom decor. Een nieuw product is het onverglaasde kerfsnee aardewerk van Steenstra te Lemmer, in tegenstelling met het verglaasde werk van de Boer te Workum.

De Oudheidskamer Lemster Fiifgea, zie: www.museumlemmer.nl aan het Nieuwburen te Lemmer. Tot de verzameling behoort in de eerste plaats een collectie kunst-aardewerk van de voormalige Lemster aardewerkfabriek van Cornelis Steenstra. Dit aardewerk is voorzien van versieringen in de zogenaamde Friese kerfsnee-techniek.

     

De dochters van Cornelis Steenstra zagen ook eigen werk.

Cornelis -dochter, mej. Foekje Antje Steenstra, (later werkzaam als graveur bij een edelsmid in Sneek) waarvan op de expositie een spaarpot in de vorm van een huisje staat, is door haar vader ter gelegenheid van haar geboorte, op 19 oktober 1920, evenals een kinderserviesje, in 1925 gemaakt als verjaardagsgeschenk, wijst ons een der vroegste producten aan die haar vader als 16-jarige jongen maakte: een buldog, waarvan de kop los op de romp zit en welke als tabakspot kon worden gebruikt.

Ze toont ons (de heren J. Postma en I.D. Koffeman van het Stichtingsbestuur van de Oudheidskamer "Lemster Fiifgea") onder het glazuur de nagelafdrukken die haar vader bij het boetseren achterliet. Ze zijn bijzonder onder de indruk van de rijke collectie aardewerk, waaronder ook door hen zelf gemaakt, o.m. in de bezettingsjaren 1942-1943, toen zij thuiswerk verrichten voor de aardewerkfabriek van R. de Boer in Workum.

Noppert's bazar in Lemmer was, o.m. een afnemer van dit aardewerk, dat dank zij de dochters van Cornelis Steenstra, toen nog de specifieke kenmerken van het originele Lemster kerfsnee-aardewerk had: een fijne snede, en zachte stemmige, toch ook wel vrolijke kleuren. Trouwens, Cornelis Steenstra heeft, getuige ook de omschrijvingen in de uitvoerige catalogus, wel enkele malen met die kleuren geëxperimenteerd en ook in later aardewerk wat sterkere kleuren groen en geel gebruikt.

Zijn dochters weten met grote kennis van zaken het kaf van het koren te scheiden, al blijkt de expositie gelukkig voor het merendeel uit het koren d.w.z. het originele Lemster kerfsnede-aardewerk te bestaan.

Kunst afgezien van ouders.

De dames Steenstra leerden het vak van hun vader en moeder, want de laatste heeft ook veel met kleuren gewerkt. We krijgen een uiteenzetting hoe vroeger dit aardewerk werd gemaakt, waarbij aan de hand van de eveneens tentoongestelde, zeer simpele gereedschappen: zakmesjes, passer, pennetje, e.d. waarmee in de werkstukken de kerven werden gezet. het is bijzonder fascinerend te ervaren hoe met zeer eenvoudige middelen, maar met een grote dosis liefde voor het ambacht én met veel kunstzin een grote serie kunstaarde-werkproducten van uiteenlopende vormen de fabriek in Lemmer hebben verlaten.

Gereedschap, gebruikt door Cornelis Steenstra, voor het aanbrengen van siermotieven op het aardewerk.

 

I.D. Koffeman en J. Postma, Foekje Antje Steenstra en haar zuster Siepke de Jong Veenstra. "Dat is van my en dat hat myn suster makke, dat stik komt út é fabryk fan Snits en út dizze groffe snede kinne jou sjen dat it gjin Lemster ierdewurk is".

 

Hier bekijken Foekje en Siepke samen met de voorzitter de heer Jan Postma, de antieke pot, een product van de voormalige Lemster aardewerkfabriek Cornelis Steenstra.

 

 

1880

 

 

1928

 

 

 

Bron: www.flickr.com

 

 

 

Pieter Martens, geboren op 11 juni 1832

DE TWEE “GROF” AARDEWERK FABRIEKEN IN LEMMER.

De genoemde pottenbakkerij op het Turfland, “De goede verwachting”, was één van de twee Lemster pottenbakkerijen. De andere en tevens oudste, was “De Hoop”. Beide pottenbakkerijen zijn eigendom geweest van pottenbakker Freerk Harmens en zijn nakomelingen. Freerks zoon Sijbe Freerks en kleinzoon Willem Sijbes Monsma zetten de traditie voort.

Zoon Hendrik Monsma Kleinhouwer was als pottenbakker de beoogde opvolger, maar Hendrik overlijd in juli 1880 op 23-jarige leeftijd en de familie gaat over tot verkoop van beide Lemster “grof” aardewerk fabrieken.

Bij de veiling zijn aanvankelijk de timmerlui Hendrik Harmens Visser (1838-1900) en Pieter Martens de Vries (1832-1913) de broer van Christaan de Vries, de hoogste bieders, elk op één van de bedrijven. Uiteindelijk koop Pieter Martens de Vries de beide bedrijven voor een bedrag van 5587 gulden.

De erfgenamen van Pieter Martens de Vries zijn in de eerste helft van de 20e eeuw nog steeds eigenaar van de pottenbakkerij op het Turfland.

Bron: www.familie-boersma.nl

 

Home

 

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.