|
Redders in storm en
noodweer.
Foto's van Roel Verhoeff.
De eerste motorreddingsboot, de
Jhr. Rutgers van Roozenburg 1927.
De beschermende kleding heeft lange tijd uit een zuidwester,
oliekleding , een los zwemvest en laarzen bestaan.
◊ Want zo is het toch.
Een reddingsboot doet haar werk 't meest bij storm en noodweer. Als de zeilen scheuren, het roer
defect is of de ankerketting breekt. Als de schipper de koers kwijt
is, te dicht op de kust zit en vast loopt op een bank. Of als het
schip door hoge zeeën water maakt, moet pompen en het toch niet
alleen redt. In al deze gevallen zijn er dan ook nog wel vrouw en
kinderen aan boord. Dan zijn er noodsignalen. Dan staat de bemanning
klaar om uit te varen om assistentie te verlenen. Dan willen zij het
leven wagen om dat van anderen te redden.
Van wat er allemaal gebeuren kan
tijdens zo′n reddingsactie hoor of lees je meestal niet zoveel. Maar
je moest het maar eens weten dacht ik. Toen ik een dagboek las van
1935 op de Lemster reddingsboot, door W. Verhoef. In afleveringen in
de Zuid Friesland in de 60er jaren. Zonder opsmuk wordt hier in
verteld over moeilijke reddingen.
In 1919 werd de eerste
reddingsboot in Lemmer gestationeerd. Dat was er nog een met
zeiltuig. De aanschaf van de boot was geen overbodige luxe. In 1918
bleek hoe urgent de zaak was. Twee scheepsdrama′s vonden plaats in
dat jaar. Een ervan eiste acht mensenlevens! Met de aanschaf van de
motorreddingsboot Jhr Rutgers van Roosenburg In 1920 werd
Lemmer pas een echt actief reddingstation. In 1930 volgde De Hilda deze
heeft dienst gedaan tot 1974, dus 43 jaar en heeft door die lange
tijd natuurlijk ook veel naamsbekendheid gekregen.
In 1974 kwam De Jantsje Baart.
In die tijd van de Hilda bestond de vaste bemanning uit twee man,
namelijk de schipper en de machinist verder waren het de zogenaamde
opstappers dat wil zeggen vrijwilligers zonder salaris. Een vaste
schipper ontving f 125,- per jaar aan gratificatie.
Lemmer heeft reeds in de 20er jaren een
roei en zeilreddingboot gekregen, maar dat is geen succes geweest.
Daarna in 1925 kwam de Rutgers van Rozenburg. Verschillende Lemster
vissers zagen in de reddingboot een lelijke 'concurrent', het heeft
lang geduurd voordat zij sympathie kregen voor het reddingwezen. Die
groeide geleidelijk toen de Rutgers, en van 1930 af de Hilda goede
diensten verleenden aan Lemster en Blokzijler vissersvaartuigen.
Toen ik in 1930 te Lemmer kwam, trof ik daar
als voorzitter van de gemeente een stokoude burgemeester aan,
waarvan verteld werd, dat hij vele brieven ongeopend in de
prullenmand deponeerde. Maar we hadden een goede schipper - Jelle
Kolk - en een prima motordrijver Van Putten. Kolk, oud
tjalkschipper, van huis uit zuinig, zorgde heel goed voor de Hilda -
en ook het onderhoud van de motor liet niets te wensen over.
|
mrb Hilda
(1922 - 1975)
|
|
|
Zomer 2002 stond de boot
enige tijd op de helling in Harns (= Harlingen). In
augustus 2003 lag zij in Frentsjer (= Franeker) en
vanaf juni 2004 in Ljouwert (= Leeuwarden).
Febr 2008 is de boot
verkocht naar It Amelân (= Ameland), bij SRF (Harlingen)
weer opgebouwd en zomer 2009 weer in de vaart
gekomen.
|
|
Gegevens:
Gebouwd op de werf van de N.V. Scheepsbouw
Maatschappij Farmsum v/h Gebrs. Niestern te Delfzijl
en vervaardigd van S.M. vloeistaal.
Genoemd naar de vrouw van de NZHRM-secretaris H. de
Booy.
Lengte 14,20 m, breedte 3,90 m, diepgang 0,90 m.
Waterverplaatsing 23 ton. 15 Waterdichte afdelingen.
Een 3-cilinder Brons-ruwoliemotor van 48 pk. Maximum
snelheid 8 knopen.
In 1929 werd de boot met 1,30 m verlengd en werd de
waterverplaatsing 27 ton. Rondom de boot is een
holle rubber fender aangebracht van 15 x 15 cm.
De Brons-motor werd in 1961 vervangen door een
6-cilinder Kromhout-dieselmotor, type 6TS 117 van
100 pk, uitgerust met een Brevo hydraulische
keerkoppeling. De maximum snelheid bedroeg daarna 9
knopen.
In de 53 jaar van haar actieve dienst is de Hilda
411 maal uitgevaren en zijn er 540 mensen mee gered
|
|
Jelle
Kolk schipper van De Hilda in Lemmer.
Sinds Mr H.J. Krijger burgemeester was geworden
had je ook steun aan de gemeente, al was het secretariaat van de
gemeente niet het sterkste punt. Een tijdlang is de palingvisser W. Bijl stuurman geweest. Alleen Kolk was in vaste dient, de
overige kregen de z.g. aanhoudpremie. Bijl, een onafhankelijk figuur
was een goed zeeman, maar met de zeker ietwat eigenzinnige,
ongetwijfeld ook autoritaire figuur van Kolk kon hij niet best
overweg. Later is ook een zoon van Kolk opstapper geworden. Wel een
geschikte jongen, leek hij aanvankelijk, maar hij bleek op den duur
toch ook wel wat te eigengereid te zijn. Er bleef nog geruime tijd
enige rivaliteit bestaan met de 'vissers'; doch geleidelijk nam de Lemster vissersvloot in betekenis af, zeker na de inpoldering van de
N.O.polder. Een goede maatregel is het instellen van een waarnemingspost (een
bij Mirdumerklif wonende boer) geweest. De berichtgeving in deze
hoek van het IJsselmeer was uit de aard der zaak gebrekkig. Bij de
z.g. Steil Hoek kwamen herhaaldelijk schepen aan de grond, die bij
mistig weer niet werden opgemerkt. Een aanhangvlet voor de Hilda om
verbinding te maken met gestrande schepen bleek onmisbaar. De
meeste diensten van de Hilda bestonden uit het vlotslepen van
binnenschepen en jachtjes. Een hoogtepunt voor Kolk was de redding
van drie opvarenden uit de mast van een bij Lemmer gezonken
schip.
ENKELE HERINNERINGEN AAN DE K.N.Z.H.R.M., (Koninklijke Noord-en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij
(In 1949 werd het predikaat Koninklijke verleend) opgeschreven
in december 1972 door H.Th. de Booy
Toen ik in april 1930 bij de N.Z.H.R.M. kwam als adj.-secretaris,
bestond de 'vloot' uit de motorreddingboten 'Rutgers van Rozenburg'
,'Dorus Rijkers', 'Brandaris I', 'Insulinde, 'C.A. den 'Tex',
'Hilda.' en 'Zeemanshoop', benevens de motorstrand reddingboot
'Eierland' te De Cocksdorp. De 'Neeltje Jacoba' was in aanbouw.
H.Th. de Booy, adj. secretaris, secretaris,
directeur van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij
1930-1963.
◊ Eeuwfeest oudste stalen
motorreddingboot ter wereld op Terschelling.
In september van dit jaar is het honderd jaar geleden
dat de eerste motorreddingboot van de toenmalige Noord &
Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij in gebruik werd
genomen. Dit was een wereldprimeur, want nooit eerder
liep een ijzeren reddingboot met verbrandingsmotor van
stapel. Om de 100e verjaardag van dit historische schip
te vieren wordt op 7 september in West-Terschelling een
symposium gehouden over de betekenis van het behoud van
voormalige reddingboten als cultuurbezit. Een dag later,
op de Open Monumentendag, kan het publiek kennis maken
met een keur aan historische reddingboten. Het
elfenhalve meter lange scheepje, de Jhr. J.W.H. Rutgers
van Rozenburg, is nog steeds in de vaart. Na een lang
leven als reddingboot, sleepboot en pleziervaartuig,
heeft ze nu de status van museumreddingboot. Vier jaar
geleden werd dit vaartuig vanwege de grote museale
waarde als varend erfgoed naar Terschelling gehaald en
in originele staat gerestaureerd. Sindsdien ligt ze in
de haven van West afgemeerd naast de reddingboot Arie
Visser van de KNRM en maakt educatieve rondvaarten onder
de vlag van het gemeentelijk museum ‘t Behouden Huys. Om
het eeuwfeest luister bij te zetten wordt op 7 september
een symposium gehouden over de betekenis van het behoud
van voormalige reddingboten als cultuurbezit. Voor die
gelegenheid komt een vloot van circa twintig historische
reddingboten naar het eiland, waaronder legendarische en
nog geheel authentieke schepen als de Dorus Rijkers,
Neeltje Jacoba, Prins Hendrik, Bernard van Leer en Johan
de Witt. De aanwezigheid van deze bijzondere schepen
wordt aangegrepen voor het houden van een vlootschouw op
zaterdag 8 september (Nationale Monumentendag) en het
maken van een aantal foto- en filmsessies op zee van de
vijf generaties reddingboten. Dat moet unieke beelden
opleveren, want nooit eerder deed zich de gelegenheid
voor om een dergelijke verscheidenheid aan
reddingvaartuigen in één shot te kunnen vastleggen.
Enkele operationele KNRM reddingboten zullen op 8
september eveneens acte de presens geven om het beeld
te completeren. Voor het afnemen van de vlootschouw zal
de legendarische Terschellinger zeesleepboot Holland
worden ingezet. Het publiek kan op beperkte schaal met
aan aantal schepen meevaren. De entree is gratis, maar
een opstappremie ten bate van de KNRM wordt op prijs
gesteld. Een tweede aanleiding voor de feestelijkheden
is de ingebruikname van de roeireddingboot Secretaris
Schumacher. Dit scheepje uit 1900, dat model staat voor
het tijdperk waarin het reddingwezen slechts beschikte
over door spierkracht voortbewogen materieel, wordt
momenteel op Terschelling gerestaureerd. Met deze boot
zijn maar liefst 65 personen gered. De Schumacher,
genoemd naar de toenmalige secretaris van de
Zuid-Hollandse Reddingmaatschappij, is straks de enige
nog varende roeireddingboot in Nederland. Op 7 september
vindt de herdoop plaats. Sprekers tijdens het symposium
zijn de heer S. Wiebenga, directeur KNRM, Drs. F.
Loomeijer, directeur Scheepvaartmuseum Rotterdam,
mevrouw Drs. J. Perryk van het Prins Bernhard
Cultuurfonds, de heer H. Beukema, maritiem publicist en
projectleider replicabouw loodskotter Eems in Delfzijl,
de heer H. Van der Smissen, publicist watersport en
zeehistorie, en de heer G. de Weerdt, conservator ‘t
Behouden Huys op Terschelling. Het symposium wordt
gehouden in het Maritiem Instituut Willem Barentsz en is
toegankelijk voor een breed publiek. Vlak voor de deur
van dit instituut liggen tijdens het jubileumweekend de
voormalige reddingboten in een gereserveerd deel van de
jachthaven afgemeerd. De organisatie van dit maritiem
evenement is in handen van de Stichting Behoud Oudste
Motorreddingboot ter Wereld Jhr. mr. J.W.H. Rutgers van
Rozenburg op Terschelling, in samenwerking met de
Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, Maritiem
Instituut Willem Barentsz, Vereniging Oude Reddings
Glorie, Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers, Stichting
Zeesleepboot Holland en Stichting Passantenhaven
Terschelling.
◊ Iets
over de stations: Nijkerk, Harlingen,
Hindelopen, Gaast, Lemmer en Enkhuizen.
Over Nijkerk valt niet veel
te zeggen, we hebben daar op verzoek van
de burgemeester van Nijkerk
enkele jaren een reddingboot gehad. Eerst de C.A. den Tex. De entrée
van deze boot op dit station was minder fortuinlijk. Er haperde
wat aan de motor toen wij bij Nijkerk
kwamen en moesten zeilend de haven binnenlopen! Schipper Kedde was
een goede schipper, maar in feite niet zo'n makkelijke kerel; ik heb
eens grote moeite gehad hem te weerhouden ontslag te nemen (wegens
persoonlijke bezwaren tegen enkele
bemanningsleden of de iets anders, ik weet het niet
meer precies), maar Kedde bleek
koppig te zijn. Tenslotte kwam de zaak wel weer in orde. Dit soort
'conflictjes' zijn onvermijdelijk, je hebt met mensen te maken en
die reageren dikwijls op zeer onverwachte wijze. Er zijn nu eenmaal
veel, die gevoelige tenen hebben. Te Harlingen was Sipke
Wielenga de man, die ik jaren lang heb meegemaakt. Hij werd een
goede vriend, een beste kerel. Veel heeft dit station niet hoeven te
presteren, maar het is toch een onmisbare post. Verschillende
Directeuren-Loodswezen heb ik daar leren kennen - zij waren meestal
voorzitter van de gemeente. Harlingen kreeg de ' Twenthe',
het geschenk van Twentse industriëlen. 't Was in de oorlogsjaren een
grote verbetering voor dit station. Gaast heeft verschillende jaren
een roei- en zeilvlet gehad - en daar enkele aardige reddingen
verricht. Daar leerde ik Van Kalsbeek kennen; 't was geen
interessant station, maar wel een aardig, flink stel mensen.
Kedde, schipper
mrb C.A. den Tex te Nijkerk.
Sipke Wielenga, schipper mrb.
Twenthe Harlingen.
Motorreddingboot Twenthe gestationeerd 1942 in Harlingen.
Van Kalsbeek, schipper roei en zeilvlet te
Gaast.
Ook Hindelopen heeft jarenlang een roei- en
zeilreddingboot gehad. Enkele mooie reddingen, maar 't was geen erg actief station. Verbetering
kwam eerst toen de Johan de Witt, onze eerste stalen motorstrand
reddingboot daar werd gestationeerd met als schipper J. Mulder, een
goed zeeman, die erg was ingenomen met zijn Johan de Witt. Hij
noemde dit een 'nobel schip'. De indienststelling, ook al in
oorlogsjaren, werd een waar Hindelopens
feest: rnet de dochter van bakker Elzinga, secr. van de gemeente
in Hindeloper dracht. Dank zij de aanwezigheid van deze boot kon
Gaast worden opgeheven. Aanvankelijk was na de oorlog het aantal
jachten nog maar gering. Geleidelijk kwamen er meer en meer - maar
de 'explosie' volgde pas jaren later, toen 'iedereen' ging zeilen en
de IJsselmeer reddingboten het meest te doen kregen.
Een onvergetelijke figuur te Hindelopen was
Van Meekeren, oud-roeier in de roei-reddingvlet. De VIESTE man van
Hindelopen en misschien wel van heel Friesland. Hij leefde met hond
en papagaai in een zeer eenvoudig huisje waar het stof der eeuwen
zich in vette lagen had verzameld.
In deze onbeschrijfelijke zwijnenstal bouwde hij aan de hand van
oude tekeningen en modellen, 17e eeuwse
schepen en andere zeilvaartuigjes, met groot geduld en intense toewijding.
Werumeus Buning, beschreef zijn bezoek aan Van Meekeren op
onnavolgbare wijze, in "Ik vaar ik vaar waar Gij niet vaart". Toen ik in
1930 voor 't eerst Hindelopen bezocht als adj.-secretaris was een zekere Kooy omstreeks 90 jaar oud nog lid van
de gemeente -Half blind. Oud zeeman, later barbier,
maar wegens zijn achteruitgaand gezichtsvermogen, schoor hij alleen
nog maar zijn klanten "waarvan hij het gezicht" kende..Siep Amsterdam
was de trouwe motordrijver van de Johan de Witt. Later kwam hier de
'Arthur'. Hindelopen, een van Frieslands elf steden, heeft een oude
geschiedenis: het Hidde Nijland Museum is de moeite van het zien
waard. Lange tijd een zeer gesloten gemeenschap met een eigen
dialect van het Fries. Nu speelt het toerisme ook in Hindelopen,
althans in de zomer, een voorname rol.
Van Meekeren roeier van de roeireddingvlet Hindelopen.
Siem Amsterdam,
motordrijver motorstrandreddingboot Johan de Witt, Hindelopen.
J.W.F.
Werumeus Buning , schrijver en dichter (Links ) en Jo Spier
tekenaar. Zij deden veel voor de naamsbekendheid van de N.Z.H.R.M.
Lemmer was een van de stations waar ik
graag kwam. Zowel Kolk als Van Putten leefden met hart en ziel met
het Reddingwezen mee en hadden veel belangstelling voor de
geleidelijk ingevoerde verbeteringen in het materieel van de N.Z
H.R.M. Over W. Vaartjes, die Kolk opvolgde kan ik kort zijn. Ook
een 'figuur', hij schreef unieke reddingrapporten. Toen te Urk
stemmen opgingen om daar een reddingboot te stationeren ging
ik er met de Hilda naar toe om een onderhoud te hebben met de
burgemeester. De indruk was, dat de Urkers zelf over voldoende
schepen beschikten om hulp te bieden en het heeft nog geruime tijd
geduurd voordat Urk een station werd. En zelfs een zeer druk
station, toen de Hilda in Urk lag ging Kolk de wal niet op. Hij
vertrouwde "de Urkers" niet en vreesde dat ze wel iets van
boord zouden meenemen als hij z'n hielen lichtte. Station Lemmer
kwam herhaaldelijk in de gelegenheid' lucratieve' bergingsdiensten
te verrichten en ongetwijfeld hebben Kolk c.s. wel eens pressie
uitgeoefend op een premie voor geborgen schepen, zij het dan via
hun assuradeuren. Maar dan alleen in het voordeel van de N.Z.H.R.M.; dat zij er zèlf voordeel van wilden plukken heb
ik voor zover ik mij althans kan herinneren, nooit iets van gemerkt.
De Hilda.
Toen in 1918 een schip in nood verkeerde
tussen Kuinre en Lemmer slaagde een toevallig passerende sleepboot
erin de zeven opvarenden met moeite te redden. Een volgende
scheepsramp liep slechter af: Omdat er geen hulp kwam opdagen eiste
het ongeluk, drie mijl buiten de haven, acht slachtoffers. Voor de
gemeente Lemmer was dit aanleiding om de Redding Maatschappij te
verzoeken de Zuiderzeeplaats als reddingstation in haar organisatie
op te nemen. In antwoord daarop kreeg Lemmer in 1919 alvast een
roeireddingboot in bruikleen; in 1920 werd Lemmer een officieel
reddingstation. In 1925 kwam de eerste motorreddingboot, de Jhr.Mr.J.W.H. Rutgers
van Rozenburg uit Scheveningen deze werd op haar beurt weer
opgevolgd in 1930 door de Hilda. Lemmer ontwikkelde zich tot een actief reddingstation. Acties als
gevolg van strandingen waren geen uitzondering. In de noordoostelijk
hoek van de Zuiderzee lag Lemmer een groot deel van het jaar aan
lagerwal. Schepen vanuit Amsterdam kwamen over het algemeen in deze
hoek Friesland en Overijssel binnen, wat bij slecht weer nog al eens
een stranding tot gevolg had. Zo ook op 29 september 1935. Omstreeks
middernacht werd de bemanning van de Hilda gealarmeerd, omdat er
bezuiden van de haven een schip in nood verkeerd. Er stond een holle
zee bij een zware storm uit het westen. Toen de reddingboot op de
plek des onheils arriveerde bleek het schip inmiddels te zijn
gezonken. De drie opvarenden hadden zich weten te redden door in de
mast te klimmen. Langszij komen was onmogelijk. En dus zette de
reddingboot zich tegen het wrak, het zoeklicht werd op de
schipbreukelingen gericht en met een werpboei werden de drie
verkleumde en dodelijk vermoeide zeelieden aan boord van de Hilda
getrokken.
Na de komst van de Afsluitdijk veranderden de omstandigheden op de
voormalige Zuiderzee. Het IJsselmeer werd een internationaal geliefd
watersportgebied. Jaarlijks bevaren duizenden jachten het
IJsselmeer. Voor de KNRM betekende dit dat zij zich aan moest passen
aan het nieuwe karakter van haar dienstverlening. Het reddingstation
Lemmer behield een grote reddingboot voor eventuele strandingen (de
Jansje Baart), maar kreeg daarnaast de beschikking over een snelle
rubberboot. Deze rubberboot, de Wouter Vaartjes, bleek een ideaal
verlengstuk bij de grotere acties en was voor surfers en kleine
bootjes een snel en doeltreffend hulpverleningsvaartuig. In de jaren
’80 groeide Lemmer uit tot één van de drukkere KNRM-reddingstations.
In 1995 werd het station nog eens uitgebreid met de Martijn Koenraad
Hof. Met de komst van deze ruim acht meter lange reddingboot die
volle kracht een snelheid van 37 knopen haalt, was Lemmer berekend
op alle vormen van hulpverlening. Inmiddels zijn alweer enkele jaren geleden de Jansje Baart en de
Martijn Koenraad Hof vervangen door de Anna Dorothea. Deze Rigid
Inflatable Boat (RIB) is van de zogenaamde Valentijn klasse, samen
met rubberboot de Wouter Vaartjes is station Lemmer uitstekend in
staat de gewenste vormen van hulpverlening op haar deel van het
IJsselmeer voor haar rekening te nemen. De bemanning van de Lemster
reddingboten bestaat voor 100% uit vrijwilligers.
Bron:
KNRM | Koninklijke Nederlandse
Redding Maatschappij
W. Verhoeff stuurman
Hilda.












Reddingsboot Hilda 2.
Reddingsboot Hilda 3.
Op de Hilda.
De Hilda nu.
LC-25 november 1930 -Een tjalk bij
Lemmer in nood.
Gisteravond om ongeveer 5 uur werden aan
de haven te Lemmer lichtseinen opgemerkt van een blijkbaar in nood
verkerend tjalkschip. De reddingboot Hilda vertrok direct daarop naar de
plaats des onheils. Het bleek dat een paar honderd meter ten westen der
haven het tjalkschip "Volharding" schipper J. Harder van Leeuwarden met
stuk geslagen zeilen en gebroken gaffels reeds voor anker lag. De
opvarenden de schipper met z’n vrouw en drie kinderen wenschten echter
niet van boord te gaan doch een sleepboot om in de haven te
worden gesleept. Een motorvlet van de Zuiderzeewerken welke inmiddels
ook zee gekozen had heeft daarop twee mannen n.l. G. Poepjes en R.
Visser aan boord van de "Volharding" overgezet teneinde den schipper
behulpzaam te zijn bij het lichten van het anker en het bevestigen der
trossen Een en ander werd door de hooge zee'n zeer bemoeilijkt Het was
dan ook reeds ongeveer 8 uur toen het schip door de reddingboot en de
motorvlet te Lemmer werd binnengebracht Het schip geladen met gerst was
onderweg van Amsterdam naar Oldeberkoop.
LC-29 februaria 1931 -Vollenhover
visschers in nood.
Te Lemmer binnenkomende Lemster visschers
rapporteerden, dat tusschen Urk en Lemmer een Vollenhover visscher met
zijn schuit in het ijsveld bekneld zit. Twee opvarenden die in 'n vlet
bezig waren met het ophalen van haringnetten zijn afgedwaald en ook in
het ijs bekneld geraakt. De motorreddingboot "Hilda" van de Lemmer
kapitein Kolk is Zaterdagmiddag naar zee vertrokken om assistentie te
verleenen. Des avonds om 9 uur was de reddingboot nog niet terug.
LC-3 juni 1937 -Botter gestrand.
Lemmer 2 Juni. De havenmeester alhier ontving hedenmorgen
bericht dat hedennacht om ongeveer één uur de Urker botter U.K. 26 nabij
den Mirdumerhoek op het strand is geloopen. De reddingboot Hilda
is daarop uitgevaren om z.g. hulp te verleenen maar pogingen om den
botter weer vlot te krijgen mislukten. Daarna heeft men den schipper
naar hier gebracht om assistentie uit Urk te vragen. De Hilda is toen
weer uitgevaren om bij de U.K. 26 te blijven tot de gevraagde
assistentie aanwezig was. Ofschoon er thans geen gevaar dreigt was de
toestand hedennacht tijdens den vrij hevigen wind nogal critiek.
LC- 3 mei 1938 -REDDINGBOOTBEMANNiNG ONDERSCHEIDEN.
De Ruyter-medaille toegekend.
Lemmer 2 Mei Hedenmorgen viel aan de bemanning der hier
gestationneerde reddingboot "Hilda" een bizondere onderscheiding ten
deel
door de toekenning van den z.g. de Ruyter-penning. De heer P. E.
Tegelberg voorzitter van de Noord- en Zuid-Hollandsche
Reddingmaatschappij was in gezelschap van den secretaris dier
maatschappij den heer H.Th. de Booij naar hier gekomen om dit
eere-teeken uit te reiken waartoe men in de raadzaal van het
gemeentehuis bijeen kwam. Behalve genoemde heeren en de plaatselijke
commissie der Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij was ook
aanwezig de bemanning van de reddingboot "Hilda" De heer Tegelberg
herinnert er aan dat in 1923 het de Ruyter-comite de gouden de
Ruytermedaille aan de Noorden en Zuid-Hollandsche
Reddingmaatschappij heeft toegekend als een onderscheiding voor haar
werk ter zee. Het bestuur heeft toen nagegaan hoe deze
medaille op de beste manier te benutten en besloot ze elke vijf jaren
uit te reiken aan het station alwaar in dien afgeloopen tijd de meeste
reddingen hadden plaats gehad met verzoek ze een plaats te geven in het
gemeentehuis. In 1923 werd dit eereteeken toegekend aan
Terschelling in 1928 aar den Helder in 1933 aan de Insulinde te
Oostmahorn waardoor zegedurende de laatste vijf jaren een plaats had
in het gemeentehuis te Metslawier. Nu echter is de beurt aan Lemmer dat
met zijn 68 reddingen ver boven de andere stations uitsteekt. Spreker
wenscht het station en de bemanning geluk met deze onderscheiding. De
bemanning is volkomen berekend voor haar taak. Aan de plaatselijke
commissie brengt spreker dank voor de zorg welke er steeds aan het schip
en de bemanning wordt besteed. Hierna biedt spreker den eere-penning den
voorzitter der plaatselijke commissie mr M. Krijger aan met verzoek ze
een plaats in de raadzaal te geven. Burgemeester Krijger dankt voor deze
bizondere onderscheiding. Er is eigenlijk nimmer aan gedacht dat de de
Ruyter-penning ook hier nog eens zou komen Lemmer is maar een
betrekkelijk klein station en daarom wordt deze onderscheiding zoo
buitengewoon op prijs gesteld.
LC- 5 december 1940 -MOEILIJKE REDDING VAN DE HILDA.
Twee Lemster visschers gered.
Gisteravond om halfzeven voer de motorreddingboot Hilda
van de Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij te Lemmer uit naar
een visschersvaartuig dat door den opkomenden storm gestrand was. Dit
vaartuig had geen seinmiddelen aan boord zoodat de Hilda in het donker
een zwaren speurtocht had. Omstreeks halftien kreeg de Hilda het
gestrande vaartuig bij den Mirdumer hoek in zicht. Het was de Lemmer 9
met twee man aan boord. Zij konden op het nippertje worden gered. Het
visschersschip verging. Om halfelf zette de reddingboot de beide
visschers behouden aan wal.
LC- 15 januari 1941

LC- 16 april 1949 -De acht Friese
reddingbootschippers.
Douwe Tot; schipper van de motorreddingboot
Brandaris van Terschelling is 62. Een kalme gesloten man die ge nooit
zult horen opsnijden over wat hij en z’n mannen deden een man die alle
wereldzeeën bevoer in de vorige oorlog alle gruwelen van de zeeoorlog
leerde kennen en die nu z’n eigen leven en dat van z’n zoon Klaas - veil
stelt voor dat van zijn oud-collega’s die op de gevaarlijke gronden van
Terschelling of in de mijnenvelden met de dood worstelen. Schipper
geworden in 1930 maakte hij in totaal 129 reddingtochten daarbij haalde
hij 225 mensen uit de klauwen van de zee. Behalve schipper van de
Brandaris is hij schipper van de motorstrand-reddingboot
Adriaan de Bruyne die ook in de Terschellinger haven ligt en die
gebruikt wordt voor reddingtochten naar ondiepe gedeelten van het Wad
en de Noordzee tussen de gronden en de kust.
Joh. Huizinga; schipper van
de motorreddingboot "Nicolaas Marius" bij paal 8 op Terschelling (tussen
West en Midsland, eveneens 62 jaar. Als schipper van deze juist voor de
oorlog door Prins Bernhard in bedrijf gestelde reddingboot in dienst
gekomen in 1942. Hij maakte in deze
zeven jaren 21 reddingtochten gevallen waarin de Brandaris
door haar te grote diepgang onmachtig was en bracht 41 mensen behouden
aan wal.
Botte Ney; op 10 September 25 jaar in dienst van
de N.Z.H.R.M. sedert 1935 schipper van de motorstrand-reddingboot
"Abraham Fock van Hollum" (A) de meest spectaculaire omdat zij de
laatste motorreddingboot is die door paarden in zee wordt gebracht.
Botte Ney 51 jaar heeft het Bornrif het Amelander Gat en de Wadden tot
jachtgebied. In 59 tochten redde hij 55 mensen het leven.
Jan IJjes Teerdstra; is de schipper van de
motorreddingboot "Johan de Witt" van Schiermonnikoog 61 jaar oud niet
gesteld op publiciteit. Hij is schipper per sedert 1940 maakte negentien
reddingtochten en mocht het genoegen smaken vier geredden aan wal te
brengen. Dat dit aantal niet hoger is is het gevolg van de activiteit
van de "Insulinde" die alle grote zaken opknapt. Waarmee mee we
niet willen zeggen dat het de mannen van de "Johan de Witt" aan
activiteit zou ontbreken het tegendeel is wel bewezen toen ze enige
weken geleden
uitvoeren om naar overblijfselen van de vergane Griekse coaster "Ioannis"
te zoeken.
?Mees Toxopeus; ook al 62 is in dienstjaren de oudste redder van
de maatschappen hij werd schipper in 1917 was eerst gestationneerd op
Rottumeroog en kwam naar Oostmahorn toen de "Insulinde" in
dienst gesteld werd (1927). Mees is een rasechte Groninger die zich
evenwel prima thuis voelt tussen de Friezen van de Skâns. Een
blozend zeemansgelaat zo nu en dan gesierd met een witte snor. In 142
tochten waarvan de laatste juist een week oud is haalde hy niet minder
dan 251 mensen uit de hel van de Lauwersgronden en het Bornrif. Zoals
als bij vele schippers-van-reddingboten het geval is maakt ook zijn zoon
deel uit van de bemanning.
Sipke Wielenga; 60 jaar en sedert 1926 van de in
Harlingen gestationeerde reddingboot nu de "Twenthe". Gemoedelijke baas
met twee blauwe (zee) kijkers witte snor en nét groot genoeg om over de
stuurkap van de "Twenthe" heen te kijken. Mannetjesputter die in 54
tochten 55 mensen het leven redde en dat terwijl groot wild zich nooit
in zijn jachtterrein (de Waddenzee) waagt.
Gerke Mulder; visser te Hindeloopen en schipper
van de motorreddingboot "C.A. den Tex" zes kruisjes, acht jaar in
dienst, beschermengel van vele onervaren Hollandse zeilers die
even het IJsselmeer oversteken. Loodste in de oorlogsjaren meer dan één
Hollands schuitje dat in Friesland vlees en vet kwam bunkeren in veilige
haven.
Wouter Vaartjes; (44 jaar) schipper van de Lemster
motorreddingboot "Hilda" die het gehele gebied van het Vrouwenzand tot
de Lemster haven en al wat daar zuidelijk van ligt, bestrijkt. Olijke
baas, oud-sleepboot schipper, en heeft in de drie jaren sinds hij Kolk
opvolgde al veertien man (in elf tochten) binnengebracht.
LC-26 mei 1942 -MOTORSCHIP BIJ LEMMER OP
STEENEN DAM GESLAGEN.
Het motorschip "De Hoop" schipper F.
Smit van Ter Apel geladen met cokes
van Amsterdam naar Delfzijl dat in den nacht van Zaterdag op Zondag nabij
Lemmer achter den meerdijk voor anker
was gaan liggen is van zijn anker losgerukt en bij den vuurtoren op den
steenen dam geslagen.
De noodvlag werd geheschen waarop
de reddingboot Hilda van N.Z.H.R.M. ter
assistentie uitvoer. Het motorschip dat
ernstige averij had opgeloopen werd met
veel moeite door twee sleepbooten vlot
gesleept en in de haven te Lemmer gemeerd. De vrouw van den schipper en
twee kinderen zijn van boord gehaald.
Persoonlijke ongelukken hebben zich niet
voorgedaan.
LC-24 november 1951

LC-20 december 1954 -Twee Lemmerboten vast op
IJsselmeer.
Twee Lemmerboten de "Piet Kaspersma" en de Jan
Nieveen hebben gisternacht op het Enkhuizerzand op het IJsselmeer aan de
grond gezeten. Gisteren zijn de beide schepen vlotgesleept door de
sleepboot Zeemeeuw uit Hoorn; ruim vier uur waren de schepen veilig
terug in de haven van Lemmer. De Piet Kaspersma (115 ton) kapitein
A. Veenstra liep Zaterdagmorgen tijdens de dichte mist aan de grond op
het Enkhuizerzand toen het schip met een lading stukgoed (waaronder
thee) op weg was naar Lemmer. Zaterdagmiddag om twee uur verlieten
de Jan Nieveen schipper H. Bouma en de reddingboot "Hilda"
schipper Wouter Vaartjes de haven van Lemmer om het schip assistentie te
verlenen. Het lukte de "Jan Nieveen" evenwel niet de "Piet Kaspersma"
vlot te krijgen erger nog de Jan Nieveen verspeelde zijn anker en raakte
zelf ook aan de grond. De reddingboot Hilda voer daarop naar
Lemmer terug maar liet de nieuwe reddingsloep bij de schepen achter
opdat die dienst zou kunnen doen wanneer de bemanning in moeilijkheden
zou komen. De wind wakkerde namelijk Zaterdagavond sterk aan.
Zondagmorgen is de sleepboot "Zeemeeuw" die met een aak in de Lemster
haven arriveerde uitgevaren naar de
beide schepen. De sleper slaagde er in de boten vlot te trekken. De
beide Lemmerboten zijn gistermiddag bij wijze van uitzondering nog in
Lemmer geschut omdat de "Jan Nieveen" gisteravond elf uur weer naar
Amsterdam moest vertrekken.
LC-26 april1958

Lemsterlands nieuwe burgemeester stapte in de
Noordoostpolder vlakbij Lemmer aan boord van de reddingboot "Hilda" om
daarna tussen een haag van blij gestemde dorpelingen door naar het
gemeentehuis te varen.
LC-3 november 1959 -C de Roos uit Lemmer in Duitsland
verdronken.
Hij was jaren opstapper van reddingboot "Hilda" Bij de
familie te Lemmer kwam vanochtend het droeve bericht binnen dat de heer
C. de Roos in Duitsland in de Rijn was verdronken. De juiste plaats waar
het ongeluk is gebeurd was vanochtend nog niet bekend. De heer De Roos
die voer op een olietanker zat in een bootje dat achter de tankboot werd
gesleept. Vermoedelijk is het bootje in een draaikolk terecht gekomen
waarna het kapseisde. Bij dit ongeluk verloor de heer De Roos het leven.
Hij was 39 jaren oud was gehuwd en had drie kinderen. Hij is vele jaren
opstapper geweest op de reddingsboot "Hilda" te Lemmer.
LC-26 maart 1964


LC-29 september 1966 -Spoedig
afscheid twee mannen van de Hilda.
Na 38 en 33 jaar dienst bij KNZHRM.
De stuurman en de motordrijver van de reddingboot Hilda
uit Lemmer respectievelijk de heren Wiebe Verhoef en Johannes van Putten
zullen
binnenkort niet meer tot de bemanning van van deze boot van de
Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingsmaatschappij behoren. Op
grond van hun leeftijd stappen zij met ingang van de komende maand van
boord en dragen zij hun functies over aan de heren A. Griffein en W.
Hoekstra die reeds verschillende keren als opstappers mee uitvoeren. Op
18 oktober zullen de stuurman en de motordrijver officieel afscheid
nemen van de KNZHRM op een bijeenkomst in De Wildeman en daarmee
hun zeer lange reddingbootloopbaan afsluiten. Officieel althans
want ze zullen vast nog wel eens een keer of vaker met de Hilda naar
buiten gaan. Het werk op de reddingboot is hun lief geworden en het is
niet zonder weemoed dat zij de zuidwester nu aan de kapstok hangen.
Van Putten als Verhoeff heeft de ere medaille in zilver
verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. De eerste is bovendien Broeder
in de Nederlandse Leeuw een onderscheiding die hem jaarlijks vierhonderd
gulden oplevert en beiden bezitten de zilveren ere-medaille voor
menslievend hulpbetoon. De beide mannen hebben voorts een vijftal
medailles van de maatschappij die hun voor diensten in oorlogstijd en na
verschillende andere moeilijke tochten werden verleend.
De twee bemanningsleden van de reddingboot Hilda.
Links de motordrijver Johannes van Putten die de KNZHRM 38 jaar diende
en rechts Wiebe Verhoeff die 1933 als opstapper op de Hilda werd
aangesteld en die sinds ongeveer twintig jaar stuurman
man is.
LC-25 maart 1974 -Lemmer blij met de nieuwe
reddingvlet "Jansje Baart" in plaats van oude vertrouwde Hilda.
LEMMER Het reddingstation van de Koninklijke Noord- en
Zuid-Hollandsche Reddingsmaatschappij te Lemmer heeft een
spiksplinternieuwe
reddingboot. Het is de Jansje Baart een motorreddingvlet van bijna
vijftien meter en met een motor van ruim 250 paardekrachten. Zaterdag
vond te Lemmer onder grote belangstelling de officiële ingebruikneming
plaats. Daarbij onthulde mevrouw Anna de Jong-Bartels de vrouw van de
ook te Lemmer aanwezige oud-ministerpresident Piet de Jong de naam van
het nieuwe vaartuig. De vlet is genoemd naar mevrouw Jansje
Bartels-Baart die de KNZHRM tot haar erfgename benoemde. De voorzitter
van de KNZHRM de heer Joris Dudok van Heel, toonde zich zaterdag op een
bijeenkomst voor de ongeveer honderd genodigden in De Wildeman bijzonder
dankbaar ten opzichte van de erflaatster. Het feit dat zij de
reddingsmaatschappij een geweldig bedrag schonk maakte het de
KNZHRM mogelijk de nieuwe boot te
bouwen. Aanvankelijk waren er plannen om de meer dan een halve eeuw oude
Hilda te moderniseren. Een onderzoek had uitgewezen dat de romp van deze
boot nog in prima staat verkeert. De kosten van een modernisering zouden
echter zeker f 160 bedragen. Toen de maatschappij het bedrag van mevrouw
Bartels-Baart ontving was de beslissing om tot nieuwbouw over te gaan
niet moeilijk meer. Na de onthulling van de naam en de overdracht van de
boot aan de plaatselijke commissie maakte de Jansje Baart enkele korte
proeftochten met de genodigden onder wie vele familieleden van de
erflaatster aan boord op het IJsselmeer. Zij konden zich daarbij
overtuigen van de technische kwaliteiten van de motorreddingvlet en de
doelmatige inrichtingen daarvan. Burgemeester Feite Faber van
Lemsterland de voorzitter van de plaatselijke commissie verklaarde later
dat de bemanning zich al verzoend heeft met het idee in het vervolg op
een andere boot dan de Hilda te moeten varen. De Lemster bemanningsleden
waren zeer verknocht aan deze boot die zo lang te Lemmer dienst heeft
gedaan. Aanvankelijk waren zij dan ook niet zo enthousiast om over te
steppen op de nieuwe vlet. Maar hun ervaringen met de Jansje Baart tot
nog toe zijn van dien aard geweest dat zij op z’n Lemsters hebben gezegd
"dit komt wol goei". De heer Faber zei dat men in Lemmer zeer dankbaar
voor de vernieuwing is en het vertrouwen van de reddingsmaatschappij met
de Jansje Baart hoopt waar te maken.
De Jansje Baart heeft een lengte van 14.88 en een breedte
van 4 meter. De diepgang bedraagt 1.05 meter en de waterverplaatsing 23
ton. Volle kracht varend kan het vaartuig een snelheid van negen knoop
halen zo’n zeventien kilometer per uur en heeft het
een actieradius van dertig uur oftewel dertig zeemijl.
De nieuwe reddingboot Jansje Baart tijdens de eerste
tocht voor een aantal genodigden.
Johan de Witt.
Onderstaande foto's zijn van Janny Bergh,
meer KNRM boten
Janny Bergh
In de Buitenhaven
van Lemmer verzamelden zich vrijdag 25 september
2009 26 reddingboten die bij de KNRM. Engelse of
Duitse reddingsmaatschappij dienst hebben
gedaan. In deze vloot bevonden zich o.a de
Zeemanshoop, Susanna, Hilda, Knokkels en
Gebroeders Luden en nog veel meer schepen met
bekende namen die in het verleden grote
reddingen hebben verricht. De schepen maken nu
deel uit van de Nautische Vereniging Oude
Reddingsglorie.
Niets uit deze
website mag worden
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt
of op andere wijze gebruikt worden
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|