|
Thijs en Evert
Rinsema uit Drachten.
Thijs en Evert Rinsema, bekend door hun schilderkundige
respectievelijk literaire kwaliteiten.
Thijs Rinsema (kleinzoon)
Leliestraat 18
9331 JW Norg.


In 1877 werd in Drachten
Thijs Rinsema geboren. Drie jaar later zag zijn broer Evert het
levenslicht en negen jaar daarna zijn zus Rienkje. Vader Durk
Thijses was leerlooiers knecht en het mag dan ook geen
verwondering wekken dat zowel Thijs als Evert een beroep kozen,
dat aansloot bij dat van hun vader. Beiden werden schoenmaker en
beiden zijn dat bijna hun gehele leven gebleven. Bekend is dat
Thijs tot een jaar voor zijn overlijden in 1947 zijn beroep nog
uitoefende. Toch zijn beide ‘Drachtsters’ niet bekend geworden
omdat het zulke voortreffelijke schoenmakers waren. Maar dát ze
dat waren, blijkt uit een uitspraak van collega-schoenmaker en
overbuurman Padieske: ‘Het waren heel beste vaklui.’ Neen, de
twee broers verwierven al was het lang na hun dood bekendheid
door hun schilderkundige, respectievelijk literaire
kwaliteiten.

Thijs Rinsema en zijn
vrouw Nel.
Theo van Doesburg.
Evert kwam tijdens
militaire dienst in 1914 Theo van Doesburg tegen en
tussen hen groeide een vriendschap die tot Van
Doesburg’s dood in 1931 zou duren. Zo gebeurde het dat
ook broer Thijs in contact kwam met Van Doesburg;
grondlegger van ‘De Stijl’ en ‘Dada’ in Nederland. Het
was door deze kunstenaar dat zijn wijze van schilderen
in een bepaalde richting werd gestuurd. Thijs begon zich
namelijk te manifesteren als schilder in de traditie van
Dada en De Stijl. Hij werd een in kleine kring
gerespecteerd kunstenaar, ontmoette andere bekende
kunstenaars en verwierf prijzen met zijn werk. Leuk aan
zijn werk is het feit, dat hij zich als eerste schilder
bezig hield met het afbeelden van voetballers. ’t Kwam
hem daarom goed uit dat er net een voetbalclub bij hem
in de buurt de V.V. Drachten was opgericht en dat zoon
Dirk daar lid van werd. Kon hij mooi gaan kijken en er
abstracte schilderijen van maken. Juist díe werken zijn
nu wereldberoemd.

Thijs Rinsema
aan het schilderen in zijn fraai beschilderde
Stijlkamer.
Maar hij liet
het niet bij voetballers alleen, ook de renbaan op
het VVV-terrein bezocht hij af en toe om, de over
hindernissen springende paarden tijdens de concours
hippique die daar werden gehouden, te schilderen.
En… erg origineel waren zijn tekeningen en
schilderijen waar fluitketels, pistolen,
scheerspiegels en Odol-flesjes de hoofdrol speelden.
Daar keek men in Drachten toch wel wat vreemd van
op. Een ieder die dat wilde kon namelijk kennis
nemen van zijn werken, want Thijs liet de
Drachtsters geen schoenen in de etalage van zijn
schoenmakerij zien, maar stelde er zijn schilderijen
ten toon.

Schilderij
bloemstuk.
Kurt Schwitters.
Via Theo
van Doeburg kwam Thijs in contact met de Duitse
dadaïst Kurt Schwitters. Deze kwam regelmatig
naar Drachten om samen met Thijs kunst te maken.
Nu eens collages van stukjes papier die beide
heren uit het bos bij Beetsterzwaag haalden, dan
weer doosjes beplakt met kleurige stukjes
fineer. Ook hier kon Drachten nauwelijks aan
wennen! Kurt Schwitters kwam overigens niet
alleen om te werken en lekker te eten want eten
dát kon deze bijna twee meter lange Duitser!
doch ook om zijn werk aan welgestelde
Drachtsters te verkopen. Eveneens een reden voor
zijn komst was het optreden tijdens de nog
steeds ‘wereldberoemde’ Dada-avond op 13 april
1923 in een zaal van De Phoenix in de
Noorderbuurt. Thijs was dol op het contact met
deze toch wel curieuze man. Het was een
toneelspeler eerste klas die bij de Rinsema’s
thuis, in hun woning aan de Zuidkade, met alle
soorten van genoegen het alfabet zowel van
achter naar voor als van voor naar achter
opzegde en boven aan de trap declamaties ten
beste gaf. En… als hij dan weer eens bepakt en
bezakt met de tram in Drachten arriveerde, ging
hij natuurlijk niet door de deur bij Rinsema
naar binnen dat was hem te gewoon maar koos hij
steevast het raam als entree. Na de
veelbesproken Dada-avond, die in Drachten voor
nogal wat opschudding had gezorgd, werd Thijs
alhoewel hij er nauwelijks iets mee van doen had
altijd met het wereldvreemde Dada
geïdentificeerd. Kwamen mensen hem op straat
tegen dan klonk het: ‘dada’ in plaats van ‘dag’.
Thijs vond dat prachtig en heeft de periode
tussen 1920 en 1930 altijd als het hoogtepunt
van zijn leven beschouwd. Daarna waren, door het
overlijden van Theo en de verhuizing van Kurt
naar Noorwegen, de contacten voorbij.
Tekening
van Thijs Rinsema.
De 'filosoof'
En
broer Evert? Die vond het ook allemaal even
schitterend. Hij schreef uitgebreide
filosofische brieven naar Theo van Doesburg
en maakte ‘volzinnen’, een soort gedichten
waarin bepaalde eigenschappen van de mens
kritisch onder de loep worden genomen.
Tijdens zijn leven zijn niet meer dan twee
dunne boekjes met deze gedichten uitgegeven;
een in 1920 en een in 1947. Het maakte Evert
echter weinig uit, hij was een bescheiden
mens die niets om bekendheid gaf.In
tegenstelling tot Thijs was Evert niet
getrouwd, maar woonde samen met zijn moeder
Corjonda in een huis aan de tegenwoordige
Burgemeester Wuiteweg, op nummer 77. Theo
van Doesburg kwam regelmatig bij hen over de
vloer en liet zich door moeder Rinsema
royaal verwennen. Later, na zijn huwelijk
Evert trouwde op 52-jarige leeftijd en
verhuisde naar Assen sprak hij tegen
vrienden en bekenden nog steeds vol weemoed
over zijn contacten met de ‘grote’ Theo van
Doesburg.

Nelly, Thijs en zoon Dirk Rinsema in de
tuin achter het huis.

Nellie, Thijs (de kleinste) en Evert
achter het huis van Thijs en Nellie
aan de Zuidkade nummer 23 (inmiddels
afgebroken)
Broers maar
toch…
Leken zij op
elkaar, de beide broers? Thijs was
impulsief, driftig en soms kortaf.
Dat kon je ook aan zijn lopen zien:
met driftige pasjes liep hij door
het dorp. Een opvallende
verschijning, dat kleine opgewonden
mannetje met z’n puntbaardje. De
filosofisch aangelegde Evert was
veel rustiger en haast een beetje
wereldvreemd. Ook zijn manier van
lopen vertelde iets over het
karakter of zoals Spahr van der Hoek
het later zei: ’Evert Rinsema wie,
nei ’t my foarstiet, in myld en hwat
skrutel man hoeden sels yn syn
manier fan rinnen (…)’

Winkel en woonhuis van de
familie Rinsema aan de Zuidkade.
De mythe
geboren.
Soms wordt
gesuggereerd dat de opbloei van
Thijs zijn kunstenaarsschap
slechts van tijdelijke aard was.
Een constatering, gebaseerd op
het ‘feit’ dat na het overlijden
van Van Doesburg en het vertrek
van Schwitters uit zijn leven,
hij weer in de ‘oude’ traditie
van bloemstukken schilderen
verviel, evenals veel schilders
dat in die tijd deden. Toch is
dat maar zeer de vraag, want de
bloemstukken die hij na 1930
schilderde op zijn minst
bijzonder te noemen en bepaald
geen natuurgetrouwe weergaven
van de werkelijkheid. Altijd zat
er op een of andere manier wat
symboliek in.Desalniettemin werd
toch langzaam maar zeker de
mythe rond Thijs en Evert
geschapen, van die twee arme
schoenmakers die naast hun werk
ook nog wat aan kunst deden. Pas
na het contact met hierboven
genoemde artiesten van naam,
zouden zij de kunstenaars worden
die ze later bleken te zijn. Dat
waag ik echter te betwijfelen.
In de
eerste plaats waren Thijs en
Evert bepaald geen ‘arme
schoenmakers’. Ze konden zich
goed bedruipen en waren
daarnaast behoorlijk ontwikkeld.
Van beiden is bekend dat ze
reeds aan het begin van de
twintigste eeuw toonaangevende
literatuur en poëzie lazen. Uit
het bezit van Thijs rest
bijvoorbeeld nog een
verhandeling over Multatuli, die
hij al in 1902 toen 25 jaar oud
had gekocht! Verder is bekend
dat hij een voor die tijd
behoorlijke bibliotheek van
kunstboeken en filosofische
werken had. Zijn vriend Cramer
von Baumgarten vertelde later
over hem: ‘Als Thijs Rinsema
maar had kunnen leren toen hij
jong was (zowel Thijs als Evert
voltooiden slechts de lagere
school, TR) dan was hij beslist
een cultuurfilosoof van formaat
geworden. Hij praatte overal zo
gemakkelijk over, wist veel en
had zichzelf Duits geleerd om de
Duitse filosofen te kunnen
lezen. Verder was hij goed in
het beoordelen van kunst van
anderen. Ook was hij het, die
als eerste door had dat Van
Meegeren schilderijen van
Vermeer had vervalst.’

Woonhuis Evert en zijn
moeder aan de Burg. Wuiteweg
te Drachten.
En
toen…
Evert
vertrok uit Drachten na het
overlijden van zijn moeder,
om met zijn vrouw Coba in
Assen te gaan wonen. Daar
liet hij door architect
Göbel een prachtig huis
bouwen, op de wijze zoals
zijn vriend Theo van
Doesburg dat graag gezien
zou hebben. Het huis staat
er nog steeds en heeft
terecht de status van
gemeentelijk monument
gekregen. In 1954 moest hij
noodgedwongen verhuizen. Hij
kreeg TBC en moest kuren;
eerst in Gennep en later in
Heerenveen. In 1958 kwam hij
nog een paar maanden terug
naar Drachten, doch overleed
datzelfde jaar in het
ziekenhuis in Heerenveen.

Theo van Doesburg, de
tweede van links ( Na
correctie van Gerrit
Velthuis) tijdens de
mobilisatie.

Theo van Doesburg.
Thijs bleef Drachten
tot zijn dood toe
trouw. ’s Ochtends
werkte hij in zijn
schoenmakerij, waar
hij nog steeds
prachtige schoenen
maakte. ’s Middags
stapte hij, als hij
tijd had, op de
fiets om bloemen te
plukken. Die zette
hij vervolgens in
een vaasje om ze in
zijn ‘Stijlkamer’ –
Thijs had een in
felle kleuren
geschilderde kamer
die hij als atelier
gebruikte te gaan
schilderen. Hij was
tevreden met dit
leven, al vond hij
Drachten en zijn
inwoners soms maar
een ingeslapen dorp
waar weinig te
beleven viel. Dan
trok hij er maar
weer eens op uit en
toog naar Amsterdam
of Rotterdam om
kunst in musea te
bekijken,
kunstboeken te kopen
of bij kunstenaars
aan te gaan. De
Tweede Wereldoorlog
was vanzelfsprekend
een moeilijke tijd
en steeds minder
werd mogelijk. Een
enkele keer nog ging
hij met zijn vrouw
Nelle op de fiets
naar Meppel om zijn
zoon en
schoondochter en
later zijn
pasgeboren kleinzoon
te bezoeken. Maar
veel kwam hij er
niet meer uit. Dat
werd kort na de
oorlog nog
moeilijker toen hij
ziek werd. Na een
zwaar ziekbed Thijs
had kanker overleed
hij in 1947.

Thijs Rinsema, 1877
- 1947 Drie
voetbalspelers.

Eindelijk erkenning?
Pas jaren na beider
dood dook de naam
Rinsema weer op in
de kunstwereld; ’t
was toch wel heel
aparte kunst die
deze schoenmakers
maakten! De
gedichten van Evert
kwamen hernieuwd in
de belangstelling en
het werk van Thijs
werd tentoongesteld
op exposities.
Verder verschenen in
de landelijke pers
steeds vaker
verhalen over die
twee vreemde
schoenmakers uit
Drachten. De
bekendheid van Thijs
en Evert nam hand
over hand toe. En,
ineens werd de kunst
van Thijs voor veel
geld verkocht. Thijs
en Evert Rinsema
waren bekende
Drachtsters
geworden.

Collage Thijs
Rinsema.

Omslag tweede
gedichtenbundel
Evert Rinsema.

Woonhuis Evert
en Coba Rinsema
aan het kanaal
175 in Assen.




Unieke
expostitie over
gebroeders Thijs
en Evert Rinsema
in Franeker
Coopmanshuis.
Het is gewoon te
gek dat dit in
Friesland in
1923 gebeurde.
zei de directeur
van het Franeker
museum Tom
Mercuur. Deze
hoorde eens van
de schilder
Boele Bregman
dat er in
Drachten voor de
oorlog een
dada-happening
moest zijn
geweest. Er zou
daar een
schoenmaker
Rinsema geleefd
hebben, die
contact had met
van Doesberg.

,,Compositie"
van Thijs
Rinsema, een van
de vele
afbeeldingen in
het speciale
,,Trotwaer"
nummer over
,,Dada" in
Drachten.

Een
van de zes
doeken van Thijs
Rinsema waarmee
de oudheidkamer
,,Smallingerland"
werd verblijd.

Van links
naar rechts,
Walter van
der Star,
Jan
Noordbruis
en Watze
hepkema.
Drie
ambitieuze
,,twens" in
de Rinsema
kamer in het
Bleekerhûs.

Links: Thijs Rinsema
en rechts:
Evert Rinsema.

Home
|