TERUG

De Geslachtsnaam Bootsma.

 

  

De oplage was destijds 100 stuks en had een prijs van f 3.50.

 

Door de samenstelling van het boekje Adam Hurdrider (1), zijn leven, daden, voor-en nageslacht kwam ik genealogisch meerdere malen met de Familie Bootsma in aanraking. Tevens was vroeger door kwatierstaat-onderzoek reeds een Bootsma stam uitgewerkt. Wat gaat men doen waneer men zoveel gegevens over een geslacht bijeen gebracht heeft ? Datgene wat elke genealoog doet n.l. steeds meer verzamelen, omdat men dit nu eenmaal niet kan laten. Steeds hoopt men de duisteren punten op te kunnen helderen en ontbrekende gegevens aan te vullen.

Na het verzamelen van deze gegevens leek het mij wenselijk om het onderzoek zoveel mogelijk te completeren door alle Bootsma's in Friesland uit de periode 1811-1842 te verzamelen en vandaar uit een onderzoek  in de Doop en Trouwboeken in te stellen. Doch ook daarna kon ik niet bereiken wat mijn doel was, n.l. de verschillende Bootsma stammen te laten aansluiten op het oude boeren geslacht van Burgwerd en Hartwerd.

Daar de gegevens voor de Bootsma's van meer belang zijn dan voor mij meende ik te moeten uitgaan van dit eenvoudige werkje. Dit boekje is niet volledig, het is slechts een overzicht waarin alle Bootsma's Stammen zijn opgenomen, voor zover ze te achterhalen waren in de beschikbaren registers van de Burgerlijke stand en de kerkelijke archivalia. Een diepgaand onderzoek in de oud rechtelijke archieven zou zeer veel tijd geëist hebben en was niet mogelijk. Dit is een zaak voor de Bootsma's zelf en om hier aan te beginnen kan dit overzicht dienen tot een stimulans .

Om een overzicht te verkrijgen van de Bootsma's in deze eeuw is een naam en adreslijst toegevoegd uit het jaar 1941, ontleend aan de persoonskaarten collectie van het Centaal Bureau voor Genealogie. Hiermede is enigszins tegemoet gekomen aan het feit dat van 1842 heden nagenoeg de genealogische gegevens ontbreken. Het verzamelen hiervan is onmogelijk daar de gegevens rusten bij de burgerlijke stand ter plaatse.

Rest nog te vermelden dat de oplage vanwege de geringe belangstelling slechts 125 stuks bedraagt waardoor de prijs ƒ 3.50 moest worden. Mogelijk kan bij voldoende interesse een vollediger familie boekwerk nog eens het licht zien?

Hopende dat dit werkje aan het gestelde doel mag beantwoorden, beveel ik het de Bootsma's aan.

Hardegarijp, 5 mei 1954.                                                                                                               W.Tsj. Vleer

 

De Geslachtsnaam Bootsma.

Wat wellicht bekend was, wordt in dit werkje duidelijker: er bestaan verschillende geslachten Bootsma, waarvan de onderlinge verwantschap niet is aan te tonen en wellicht ook niet bestaat. Hoe is men vóór en in 1811 bij de naamsaanneming er dan toe gekomen om deze geslachtsnaam aan te nemen ? Daar moet een rede toe zijn geweest.

Het grote Bosma geslacht uit Burwerd had in het begin van de 17 eeuw nog geen familienaam. Pas toen een lid van deze familie op Bootzum bij Hardwerd kwam wonen, werd achter de voornaam Bootzum geplaatst, betekende van Bootzum. Twee generaties blijft deze naam gehandhaafd dan wordt de Friese uitgang MA (betekenis:afkomstig van) toegevoegd en ontstaat de naam Bootsma.

In IJLST komt de naam omstreeks 1670 het eerst voor. De aanleiding van het voeren van deze naam is niet meer te achterhalen. Is hier sprake van verwantschap met het geslacht van Burwerd of met het oud-edelijke geslacht Bootsma?

Van deze adellijke familie, die we in dit overzicht buiten beschouwing laten, daar de genealogie hier van gepubliceerd is in het Stamboek van de Friese adel, is niet bekend waar de naam aan ontleend is. Wellicht zal de voornaam Bote hier wel een rol gespeeld hebben. Twee Bootsma's één ten westen van Kollum en één ten westen van Wirdum, werden door dit geslacht gesticht. Voor zover bekend heeft niemand van de latere Bootsma's zich naar deze state's genoemd, zoals anders veelal voorkomt bij de Friese families.

De Bootsma's van Oppenhuizen beweren af te stammen van de Brugwerder familie en wel van Pieter Benedix en Hiltie Eeltjes. Dit kan juist zijn, maar zonder bewijs neem ik dit niet aan. De geslachtsnaam komt men in de 18e eeuw bij deze Bootsma's nog niet tegen en bovendien woonde Benedix toen nog niet in Bootzum. Overigens is het niet duidelijk waarom deze familie de naam Bootsma aannam

Bij de Bootsma stam van Hennaard is het duidelijk waarom men zich in 1811 Bootsma noemde, de voorvaderen waren namelijk schuitzeevaarder van beroep, vandaar de familienaam.

Wanneer we bij de Franeker familie het beroep Smalschipper tegen komen, kunnen we tevens hier ook de geslachtnaam verklaren.

De Sjouke Douwes-stam uit de omgeving Dedgum en Greorterp heeft zonder twijfel de naam Bootsma aangenomen ter ere van de Stammoeder Jeltje Botes, die getrouwd was met Sjouke Douwes.

Bij de Jentje Jans -stam uit Abbega is het weer moeilijker om een verklaring te geven. Doch we hebben hier met boeren te maken die toen veel over het water moesten trekken om te melken en te hooien, wat is dan meer voor de hand liggend, dan dat de boot, zo nauw verbonden aan het geslacht uiteindelijk in de familienaam wordt op genomen?

Bij de Edjer of Edzer Feikes-stam ligt het bewijs voor het grijpen. Een potschipper kon zich heel gemakkelijk Bootsma noemen, toen hij in 1811 door Napoleon verplicht werd een familie aan te nemen. Bij de stam uit Beetsterzwaag zal het wel niet anders zijn.

De Sonnega'ster Bootsma's noemen zich omstreeks 1750 Bootsman en ook bij de burgerlijke stand in de 19e eeuw treffen we die naam nog aan, wanneer er leden van het geslacht Bootsma mee bedoeld worden, zodat er zelfs twijfel kan bestaan of Bootsma wel de oorspronkelijke juiste naam was.

Bij de Bootsma's uit Lemmer behoeve we niet te twijfelen, het waren en zijn nog vissers, dus Bootsmannen.

Bij de overige niet aan te sluiten Bootsma's kan de naam ontstaan zijn door het dorp Bozum of bootland, een buurt ten westen van Pingjum. Ook door een verschrijving van de namen Boorsma en Boosma is het ontstaan van de naam mogelijk en ten slotte kan de naam ontleend zijn aan de voornamen Bote, Bootse etc.

 

Adressen van de familie Bootsma tot 1928.

 

NAAM

 

BEROEP

 

GEB.DATUM

 

STRAAT

 

PLAATS

 

Albertje  Platte Bootsma     28 december 1906 Lijnbaan 11 Lemmer
Andries  Bootsma Beroep Visser 02 April1899 Visserburen 30  Lemmer
Annigjen Deinum Bootsma    05 April 1907  Parkstraat  92 Lemmer
Antje  Bootsma  Kraamverzorgster 30 november  1899 Parkstraat  52 Lemmer
Aukje  Bootsma                 03 maart        1887 Pietersbuurt 2 Lemmer
Baukje Bootsma   10 Augustus   1923 C.Houtmanstr  1 Lemmer  
Cornelis Bootsma Beroep Visser 02 Juli 1919 Waaigat 7 Lemmer
Fimme  Bootsma beroep Visser 25 Augustus 1904 Leeg 4 Lemmer
Franke  Bootsma Garagehouder 26 juni 1928 LC.Houtmanstr 1 Lemmer
Gauke Bootsma Beroep Visser 22 Februari 1871 Parkstraat 52 Lemmer
Gauke Bootsma Beroep Visser 15 Maart 1879 Pietersbuurt  2 Lemmer
Gauke Bootsma Beroep Visser 24 November 1929 Achterom 6 Lemmer
Gerben Bootsma Stuurman Binnenvaart 21 Februari 1894 C.Houtmanstr 1 Lemmer
Gerben Bootsma Beroep Visser 26 Augustus 1899 Leeg 4 Lemmer
Gerben Bootsma Beroep Visser 30 juni 1904 Waaigat 7 Lemmer
Gerben Bootsma Typograaf 12 Februari 1921 C.Houtmanstr 1 Lemmer
Gerben Bootsma Havenarbeider 14 juli 1921 Tuinstraat 19 Lemmer
Gerbrigje Visser- Bootsma   16 Augustus 1906 Parkstraat 51 Lemmer
Grietje Zandstra- Bootsma   16 September 1882 Parkstraat 71 Lemmer
GrietjeYpkje Bootsma-Bootsma   26 Oktober 1920 Pietersbuurt Lemmer
Hendricus Bootsma Beroep Visser 15 Maart 1907 Parkstraat 95 Lemmer
Hendrik Bootsma Werkman Gemeente 29 December 1883 Parkstraat 28 Lemmer
Hendrik Bootsma Beroep Visser 06 Augustus 1902 Parkstraat 49 Lemmer
Hendrikje van Dijk- Bootsma   24 September 1913 Pottebakkersteeg 7 Lemmer
Hermanus Bootsma Visroker 06 Juni 1926 Parkstraat 99 Lemmer
Jacob Bootsma Beroep Visser 02 Januari 1915 Parkstraat 99 Lemmer
Jacoba Zandstra -Bootsma   27 Januari  1885 Pietersbuurt 9 Lemmer
Jauke Bootsma Beroep Visser 13 Februari 1881 Tuinstraat 1 Lemmer
Jurjen Bootsma Beroep Visser 23 Februari 1893 Pietersbuurt Lemmer
Jurjen Bootsma Beroep Visser 13 Mei 1901 Parkstraat 95 Lemmer
Jurjen Bootsma Beroep  Visser 06 juli  1907 Singel 10 Lemmer
Jurjen Bootsma Los werkman 09 Februari 1913 Parkstraat 28 Lemmer
Leeuwke Bootsma Beroep Visser 30 Mei  1883 Parkstraat 99 Lemmer
Leeuwke Bootsma Visroker 10 Oktober 1913 Parkstraat 99 Lemmer
Lieuwe Bootsma Beroep Visser 14 September 1911 Parkstraat 99 Lemmer
Maaike Bootsma   21 juli 1929 parkstraat 17 Lemmer
Meije Bootsma Bootwerker 31 Oktober 1873 Waaigat 7 Lemmer
Oeke Feenstra- Bootsma   07 juni 1900 Turfland 7 Lemmer
Oeke de Jong- Bootsma   15 November 1916 Ged. Gracht 2 Lemmer
Pieter Bootsma Havenarbeider 23 September 1886 Tuinstraat 19 Lemmer
Pieter Bootsma Beroep Visser 03 november 1913 Kortestreek 17 Lemmer
Pieter Bootsma Beroep Visser 27 Maart 1919 Parkstraat 95 Lemmer
Pieter Bootsma Vrachtrijder 27 juni  1925 Lijnbaan Lemmer
Pietertje Bootsma -Bootsma   28 November 1885 Tuinstraat 1 Lemmer
Popkje Bootsma   10 September 1876 Schans 17 Lemmer
Poppe Bootsma Visser   12 Oktober 1901 Parkstraat 22 Lemmer
Roelofje Visser Bootsma   06 December 1881 Tuinstraat 17 Lemmer
Roelofje Bootsma student 29 December 1928 Parkstraat 99 Lemmer
Sake Bootsma Beroep Visser 09 Juni 1909 Turfland 46 Lemmer
Sake Bootsma Beroep Visser 31 Januari 1926 Tuinstraat 1 Lemmer
Steven Bootsma Beroep Visser 15 December 1888 Leeg 4 Lemmer
Wiepkje Bootsma   24 April 1897 Pietersbuurt 2 Lemmer
Wietse Bootsma Bootwerker 24 Oktober 1908 Waaigat 7 Lemmer
IJge Bootsma Visroker 31 Juli 1927 Parkstraat 99 Lemmer
Zwaantje Vlig Bootsma   12 November 1897 Parkstraat 59 Lemmer
Zwaantje Bootsma   22 Mei 1905 Parkstraat 96 Lemmer

 

De ontmythologisering van een legendarische schaatser.


Een dergelijke sprong zou Adam gemaakt kunnen hebben. De afgebeelde gebeurtenis vond evenwel plaats op de Whittlesea in Engeland. In het derde deel van het in 1941 verschenen Frysk Sêgeboek worden de sterke verhalen van enkele legendarische Friese schaatsers beschreven. Natuurlijk wordt de geschiedenis van de Bolswarder burgemeester Piter Koopman gememoreerd die in de strenge winter van  763/64 in één dag naar Den Haag reed en terug. En verder passeren met bijbehorende verhalen de namen van Knilles Ynses, Reade Atse en Fokke de Hardrijder de revue. Maar het meest prominent komt natuurlijk Adam Hurdrider aan de orde. Van hem gaat onder meer het verhaal dat hij al schaatsend over een 22 voet (x30cm) breed “soal” sprong (soal is Fries voor vaargeul, die in een bevroren kanaal is uitgehakt). De vraag rijst bij de kritische lezer wat er van dat soort verhalen waar is. Zo ook bij de heer Vleer die een onderzoek deed naar de persoon van onze Adam. Heeft hij überhaupt werkelijk bestaan? Wie was hij eigenlijk? Waar woonde hij? En wat is er van die sterke verhalen waar? Een bekend verhaal is dat Adam eens met grote vaart in een wak reed, en zoveel vaart had dat zijn hoofd tegen het ijs aan de overkant van het wak van de romp werd gescheiden. Het hoofd zette zijn weg boven het ijs voort, zoals het lichaam dat onder het ijs deed en beide werden bij het volgende wak weer verenigd. Dat is niet meer dan een mooi verhaal. Maar er resteren andere verhalen die geloofwaardiger zijn en misschien in de loop der jaren alleen maar wat aangedikt zijn.
Maar eerst wil je natuurlijk meer van de persoon zelf weten. En dat heeft bovengenoemde auteur nagegaan. Hij had trouwens al heel wat verhalen van zijn in 1869 geboren vader over Adam gehoord. Hij ging sneupen in oude kranten, maar het was verbazingwekkend dat hierin in de 18de eeuw, de eeuw waarin Adam zijn triomfen vierde, niets over hem te vinden was. Tenslotte bracht een uitvoerig genealogisch onderzoek in oude akten uitkomst. Adam Ruurds, zoals zijn officiële naam luidde, werd omstreeks 1720 in Akkrum geboren, op een boerderij in de buurt van Oldeboorn, in een moeilijke tijd door het voorkomen van veel ziekte onder het vee. Zijn hele leven bleef het trouwens tobben. Zijn eerste vrouw ontviel hem na vijf jaar huwelijk bij de geboorte van hun derde kind. Na een jaar trouwde hij opnieuw, met de nicht van zijn eerste vrouw die hem nog tien kinderen schonk. Toen hij ongeveer 36 jaar was verhuisde hij naar Deersum naar een kleinere boerderij. Hij bleef hier boeren tot zijn dood in 1800. Uit een van de akten die hij moest tekenen wist Vleer zijn handtekening te peuren, die we hierbij afbeelden.

Vleer heeft de handtekening laten analyseren door een handschriftkundige. Deze karakteriseerde hem als een optimistische figuur met gevoel voor humor, goedig van aard en vastbesloten. Je kunt je afvragen of op basis van alleen zo’n handtekening zulke vergaande conclusies verantwoord zijn. Vleer slaagde er ook in een kwartierstaat van de voorzaten van Adam op te stellen die aan het eind van de 16de eeuw begint. Daaruit blijkt dat hij stamt uit een overwegend doopsgezinde familie van kleine boeren. In het boekje wordt verder de stamboom van het nageslacht van Adam Ruurds vermeld. Het valt op dat veel van zijn kinderen vaak meer dan één keer trouwden doordat hun echtgenoten vroeg stierven, een tijdsbeeld uit die jaren. Een enkele maal wordt hij vernoemd, maar niet altijd. Een kleinzoon die naar hem vernoemd is sneuvelt tijdens de veldtocht in 1812 in Rusland. In de latere generaties komen we de naam Adam niet meer tegen. Een van de dochters van Adam trouwt met een IJsselstein. En een zoon hiervan, Ruurd Minnes, is ook een bekende hardrijder geworden. Hij wordt genoemd als één van de prijswinnaars bij een hardrijderij in 1829 in Harlingen. Het moet mogelijk zijn de lijn van nazaten van Adam Hurdrider tot in onze tijd door te trekken, maar de stambomen van Vleer lopen niet verder dan tot het begin van de 20ste eeuw. Vleer onderwerpt ook nog enkele van de verhalen over onze ijsheld aan een kritische analyse. Zo komt hij tot de conclusie dat het “soal” waarover onze ijsheld sprong zeer waarschijnlijk geen 6.50 meter breed was, maar niet meer dan 3.50 meter. En dat zou een afstand zijn die verschillende andere goede schaatsers hem na zouden kunnen doen. En de verhalen dat Adam overal won moeten we waarschijnlijk ook met een korreltje zout nemen.
In de 18de eeuw werden er namelijk vrijwel nog geen schaatswedstrijden gehouden en hij kreeg daardoor geen kans zich op deze manier officieel te bewijzen. Resten alleen de verhalen die in de 19de eeuw over hem vooral in Friesland de ronde deden en die waarschijnlijk flink aangedikt zijn. Hierdoor kreeg deze Friese ijskoning een aureool waardoor hij ver boven andere cracks uitstak.
Met het verhaal dat hij een pottenbakkersknecht, die in het Groningse als de grote kampioen gold, er met de nodige dédain in een kampstrijd afreed zal men in het gewest Friesland geen moeite gehad hebben. Adam kwam voor deze gelegenheid bijna te laat doordat hij zich verslapen had en eerst nog even op de schaats van Oldeboorn naar Groningen moest rijden. Toen hij net op tijd aankwam stond zijn rivaal al ontdaan van zijn bovenkleding hem op te wachten. Adam ontkleedde zich niet omdat hij gezweet had. Toch wist hij na drie ritten de Groninger te verslaan. Een vierde rit gaf Adam als een soort toegift, maar nu zonder bovenkleding. En toen ging Adam zo snel dat toen hij aan het eind van de baan was, zijn tegenstander nog niet eens halverwege was! Moeten wij met de kritische Vleer nu geloven dat deze
verhalen vaak niet meer dan opgekrikte verhalen zijn? Hoe dan ook, we voelen (als Friezen) met hem mee wanneer hij tot slot schrijft:
"Hij heeft werkelijk veel voor het Friese volk betekend en de regels in dit boekje aan hem gewijd, het onderzoek aan hem besteed, zijn de moeite waard, daar zijn persoon voor land en volk onsterfelijk is"

Minne Iedes Nieuwhof.

Lit.:Vleer,W.Tsj. Zijn leven, daden, Adam “Hurdrider”, voor- en nageslacht.
Op Honk, Hardegarijp, 1954, pp.40

Betreft de Friese ijsheld Adam Ruurds (1720/21-1800) met nageslacht: Ecoma, Haarsma, Terpstra, Zijlstra, Bootsma, van der Wier, van der Zijl,; VLEER, W.TSJ.

TERUG

Home


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.