Stoomschepen rond de Zuiderzee.

 

| 1 | 2 | 3 |

Alle getekende schaal zijaanzichten van de getoonde schepen op deze pagina's afgebeeld komen van de hand van dhr J. Lodder, hij was een zeer bekende en productieve tekenaar met een scherp oog voor details en heeft in zijn leven bijna alle schepen die in Nederland gebouwd zijn of anders vanuit het buitenland op Nederlandse wateren gevaren hebben wel getekend. Voor elke zichtbare wijziging werd een nieuwe tekening gemaakt en zo werd iedere verandering visueel op deze manier vastgelegd.

Volendam, haven met de Markerboot, circa 1930

Volendam.

A. Jansen.

De inwoners van Volendam hadden sinds 1906 de mogelijkheid per stoomtram naar Amsterdam te reizen. In 1909 werden de vervoersmogelijkheden uitgebreid toen A. Jansen Sr. uit Volendam een stoombootdienst op Amsterdam opende. Hij kocht van C. Bos Azn & Co uit Hellevoetsluis het raderstoomschip HARINGVLIET, dat in 1890 was gebouwd en ruimte bood aan 400 passagiers en 9000 kg vracht. Het schip werd omgedoopt in BURGEMEESTER CALKOEN, genoemd naar de toenmalige burgemeester van Edam. Iedere dag, behalve 's zondags, vertrok dit schip om 06.00 uur uit Volendam, direct na aankomst van de eerste trein, om er rond 18.00 uur terug te keren. Van deze bootdienst maakten hoofdzakelijk ongeveer tachtig Amsterdamse garnalenventers gebruik, die in Volendam garnalen van de vissers kochten om die in Amsterdam uit te venten. Op 30 april 1918 is dit schip op een veiling te Rotterdam verkocht.

BURGEMEESTER CALKOEN

Type: Stalen raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: A. Jansen, Volendam.
Bouwjaar: 1890
Aangekocht: 1909
Afgevoerd: 1918
Werf: J. & K. Smit's Scheepswerven, Krimpen aan de Lek, no. 441, raderboot no. 18
Lengte over alles: 33,00 m
Lengte tussen de loodlijnen: 31,60 m
Breed over raderkasten: 9,50 m
Breed over hoofdspant: 5,50 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,40-1,60 m
Laadvermogen: 35,489 ton

Machine: 2 cilinder oscillerende compound machine
Aantal pk: 45 epk; 190 ipk
Gebouwd door: Diepenveen, Lels & Smit, Kinderdijk, no. 408

Ketel (l): 1, achter de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 4,2 atm
Verwarmend oppervlak: 67 m2
Gebouwd door: Diepenveen, Lels & Smit, Kinderdijk.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1902
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,2 atm
Verwarmend oppervlak: 67 m2
Gebouwd door: Machinefabriek Kinderdijk, Kinderdijk.
Raderen met beweegbare IJzeren borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor een dienst Hellevoetsluis- Stellendam in opdracht van C. Bos Azn te Hellevoetsluis; zij voer onder de naam HARINGVLIET. In mei 1909 gekocht door A. Jansen voor een dienst Volendam-Amsterdam. Op 30 april 1918 werd zij op een veiling te Rotterdam verkocht. Zij lag gedurende een jaar werkeloos bij de Machinefabriek Hoebé te Dordrecht en werd daarna voor sloop naar Nieuw Lekkerland gesleept.


HARINGVLIET, 189O-19O9

 

BURGEMEESTER CALKOEN, 1909-1918.

 

Hoorn, de Veermanskade met het stoomschip VEREENIGING.

Hoorn

Hoornsche Stoomboot Maatschappij.

De firma Horjus & Co te Hoorn richtte de N.V. Hoornsche Stoomboot Maatschappij op om een dienst op Amsterdam te exploiteren. In 1870 bracht zij het nieuwgebouwde raderstoomschip STAD HOORN in de vaart, dat ruimte bood aan 60 passagiers en vracht. De dienst werd dagelijks uitgevoerd en kostte in de 1ste klas salon f 1,- en in de 2de klas salon f o,6o. Kennelijk voldeed dit schip niet, want het werd na ongeveer een jaar verkocht en vervangen door een ander schip, dat ook de naam STAD HOORN kreeg. Vanaf de Veermanskade — het vertrek- en aankomstpunt van de 'Hoornse boot' — werd in 1883 een stoomtramlijn aangelegd, die een eindpunt in Enkhuizen zou krijgen. Verder dan de uitspanning De Nadorst bij Westerblokker is deze tramlijn nooit aangelegd. Tot 1 december 1884 lag daar het eindpunt. Van 1888 tot 1918 onderhield een paardentram de verbinding tussen Hoorn en Enkhuizen. De dienst op Amsterdam voldeed aan de verwachtingen, zozeer zelfs dat in 1889 een nieuw schip in dienst werd gesteld: het schroefstoomschip MR. W. K. BARON VAN DEDEM, genoemd naar de toenmalige burgemeester van Hoorn. De capaciteit bedroeg 300 passagiers en het schip bezat een laadvermogen voor vracht van 81 ton. Twee jaar later werd er een derde schip aan de vloot toegevoegd: het schroefstoomschip DE VERENIGING met een accommodatie van 275 passagiers en een laadvermogen van 73 ton goederen. De reis met deze schepen naar Amsterdam duurde ongeveer drie uur. In de Oranjesluizen bij Amsterdam maakten sommige passagiers van de gelegenheid gebruik over te stappen op de boot naar Harderwijk of Kampen. In 1945 werd DE VERENIGING verkocht om gesloopt te worden. Na de tweede wereldoorlog heeft de bootdienst nog korte tijd bestaan. Het laatste stoomschip - DE BARON VAN DEDEM - werd in 1948 naar Rotterdam verkocht.

STAD HOORN 

Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Hoornsche Stoomboot Maatschappij, Hoorn
Bouwjaar: 1870
Afgevoerd: omstreeks 1871
Werf: D. Goedkoop Jr., Werf't Kromhout, Amsterdam.

Machine: 2 cilinder lagedruk machine
Aantal pk: 60 npk
Gebouwd door: Paul van Vlissingen & Dudok van Heel, Amsterdam.

Ketel (1): 1, achter de machine
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,4 atm
Verwarmend oppervlak: 120 m2
Gebouwd door: Paul van Vlissingen & Dudok van Heel, Amsterdam.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1879
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,5 atm
Verwarmend oppervlak: 90 m2
Gebouwd door: Suyver & Jonker, Amsterdam.
Raderen met beweegbare houten borden

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Hoorn- Amsterdam. Zij werd in 1870 of 1871 verkocht aan B. D. van Rietschoten & P. Thomson te Rotterdam en herdoopt in MERCURIUS. In 1871 verkocht aan Lenders & Co te Rotterdam.

BARON VAN DEDEM

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Hoornsche Stoomboot Maatschappij, Hoorn
Bouwjaar: 1889
Afgevoerd: 1950
Werf: Boon, Molema & de Cock, Hoogezand.
Lengte over alles: 36,48 m
Lengte tussen de loodlijnen: 35 m
Breed over hoofdspant: 5,80 m
Waterverplaatsing: 72,85 ton
Laadvermogen: 120,76 ton, na hermeting, 128 ton

Machine: 2 cilinder diagonale compound machine.
Aantal pk: 3 5 epk
Gebouwd door: Boon, Molema & de Cock, Hoogezand.

Ketel (1): 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 6,2 atm
Verwarmend oppervlak: 54 m2
Gebouwd door: Boon, Molema & de Cock, Hoogezand.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1907
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 8,26 atm
Verwarmend oppervlak: 54 m2
Gebouwd door: H. & J. Suyver, Amsterdam, no. 740

Ketel (3): Nieuwe ketel in 1930
Type: Schotse ketel
Verwarmend oppervlak: 43 m2

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Hoorn- Amsterdam. Op 4 juli 1950 verkocht aan Corn. Swemmer te Rotterdam en herdoopt in JAVRE V. Op 5 juli 1953 verkocht aan H. Slemman,J. van der Ent & C.&P. Swemmer te Rotterdam.

Abe van Duinen, is scheeps- en werktuigbouwkundige. Maakt ook scheepsontwerpen. Bijlsma in Wartena, thans in Lemmer, heeft in 1985 een zeer veel besproken Oceaangaande viskotter naar zijn ontwerp gemaakt. De hele Nederlandse pers heeft er aandacht aan gewijd en het scheepje haalde driemaal de wereld vakpers. zo kon Abe inzake schepen de volgende opmerking mailen:

(Het gewicht van het schip + laadvermogen = waterverplaatsing.

Baron van Dedem.

Waterverplaatsing 72,85 ton

Laadvermogen 120,76 ton na hermeting 128 ton.)

Dat kan niet, meer laadvermogen dan waterverplaatsing.

Het schip zal waarschijnlijk zijn 72,85 Brt. Bruto register ton zijn geweest. 1 Brt. = 2,83 metrische ton.

Dat is dan 206,1655 metrische tonnen waterverplaatsing.

Het scheepsgewicht is dan 206,1655 – 120,76 = 85,4055 ton. Dat lijkt reëel.

In vakkringen noemen we een kistketel een kofferketel. Een lagedruk ketel is geen type ketel maar een soort. Een waterpijp ketel is ook dubieus. Een type lage-drukketel en een type waterpijpketel kan wel. Lagedruk en waterpijp ketels heb je in meerdere types. Heb er de gids voor machinisten nog even op na gekeken van 1907.

 

STAD HOORN, 187O

 

BARON VAN DEDEM, 1889.

 

Enkhuizen, met rader stoomschip GRONINGEN in de Spoorhaven, gereed voor vertrek, circa 1895

Enkhuizen

Veerdienst Enkhuizen-Stavoren.

Voor de opening van de veerdienst Enkhuizen- Stavoren in 1886 waren er vele mogelijkheden om van Holland naar Friesland en visa versa te reizen: zeilende beurtschepen en de stoombootdiensten van bijvoorbeeld de Harlinger Stoomboot Reederij, de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij en de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij. Rond het midden van de vorige eeuw was zo een reis geen eenvoudige zaak: een terugreis op dezelfde dag behoorde niet tot de mogelijkheden. In de jaren '60 werden een aantal spoorwegtrajecten aangelegd die Leeuwarden en Groningen via Hattem en Zwolle verbonden met Amersfoort en Utrecht. In 1883 kwam het baanvak tussen Leeuwarden en Sneek tot stand en in 1885 werd de verbinding doorgetrokken naar Stavoren. Deze plaats was tot die tijd een zeer afgelegen oord; van de landzijde was Stavoren met grote moeite via onverharde binnenwegen te bereiken. Voor vervoer was men dus hoofdzakelijk op het water aangewezen. Al in 1864 verscheen een plan voor de oprichting van de Noord-Hollandsch- Friesche Spoorweg Maatschappij, waarin uitdrukkelijk werd gepleit voor een bootverbinding tussen Noord-Holland en Friesland. Voor een goede verbinding waren aansluitende spoorwegdiensten onontbeerlijk. In 1875 werd besloten dat een spoorwegaansluiting van Zaandam naar Enkhuizen zou komen, die in 1885 gereed kwam. De concessie voor de veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren was in 1885 gegund aan C. Bosman te Alkmaar. Bij de Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere werktuigen te Amsterdam werden de passagiersschepen HOLLAND en FRIESLAND besteld en de werf 't Hondsbosch te Alkmaar kreeg opdracht voor de bouw van de goederenboot ENKHUIZEN. De raderstoomboot PRINS VAN ORANJE kocht Bosman in 1879 van de Zaanlandsche Stoomvaart Maatschappij en deze zou dienst gaan doen als reserveboot. Met deze vloot werd op 15 juli 1886 de dienst tussen Enkhuizen en Stavoren geopend.

 

In opdracht van A. D. zur Muhlen maakte de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te Amsterdam een ontwerp voor een Zuiderzee raderboot bestemd voor de toekomstige veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren. De exploitatie van de veerdienst werd echter niet aan Zur Muhlen gegund, zodat dit ontwerp nooit is uitgevoerd.


Zowel in Enkhuizen als in Stavoren gaf de veerdienst directe aansluiting op de trein naar respectievelijk Amsterdam en Leeuwarden. Vooral de eerste twee jaren van haar bestaan had de veerdienst met moeilijkheden te kampen door gebrekkige telegraaf- en telefoonverbindingen en schepen die te laat aankwamen of vertrokken. Over de reserveboot PRINS VAN ORANJE waren veel klachten: het comfort en de veiligheid lieten veel te wensen over. Op 6 januari 1888 oordeelde de toenmalige minister dat dit schip zo spoedig mogelijk vervangen diende te worden. Bovendien werd de rederij getroffen door een ramp: in dichte mist kregen op 5 december 1888 de beide passagiersschepen een aanvaring, waarbij de FRIESLAND zonk. Gedurende enige maanden huurde Bosman toen de WILLEM III en zette hij de PRINS VAN ORANJE juist volledig in om zijn dienstregeling naar behoren uit te voeren. Op 5 februari 1889 kocht hij van de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij de raderstoomboot COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS, die herdoopt werd in ZUIDERZEE. Dit schip moest de reserveboot PRINS VAN ORANJE vervangen. Bij de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere werktuigen bestelde Bosman een schip ter vervanging van de gezonken FRIESLAND. Al op 3 september 1889 kon een nieuw raderstoomschip onder de naam GRONINGEN in de vaart worden gebracht. Een jaar later werd de nieuwgebouwde FRIESLAND in de vaart gebracht, waardoor de vloot op de vereiste sterkte was om de diensten goed uit te voeren. De goederenboot ENKHUIZEN bleek geen succes te zijn door haar geringe capaciteiten, zowel wat snelheid als wat vervoersruimte betrof. In 1892 legde Bosman dit schip op en verkocht het in 1901. Overeenkomstig de voorwaarden van de verleende concessie zou in 1895 een nieuwe inschrijving voor de veerdienst worden gehouden. Na een ingewikkelde procedure werd de veerdienst op 15 juli 1896 overgenomen door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. Tot directeuren werden benoemd de vroegere exploitant C. Bosman en zijn zoon Mr.W.C. Bosman. Om het goederenvervoer op deze dienst te verbeteren werd in 1899 de eerste veerpont voor goederenwagons in dienst genomen. In 1902 en 1909 werden nog twee van deze ponten aan de vloot toegevoegd.

De vloot was weliswaar uitgebreid, maar de oudste schepen waren aan vervanging toe. In 1915 en 1916 werden twee nieuwe stoomschepen in de vaart gebracht: c. BOSMAN en R. VAN HASSELT, die met hun lengte van 68 m en hun hoge romp indruk maakten. De vernieuwing van de vloot werd in 1923 gecompleteerd met de bouw van het motorschip W.F. VAN DER WYCK. Met deze schepen beleefde de veerdienst haar grootste bloei. Aan het einde van jaren '20 zette het verval in. In 1927 werd de eerste stoompont verkocht en in 1930 werd een plan gelanceerd om een spoorlijn over de toekomstige Afsluitdijk te leggen en de veerdienst op te heffen. Het vervoersaanbod voor de ponten nam zo af, dat de beide laatste ponten in 1936 werden verkocht. Na het beëindigen van de exploitatietermijn kwam er in 1936 een nieuwe inschrijving. De veerdienst werd gegund aan N.V. Reederij Koppe te Amsterdam, die een grote wens koesterde: koning van de Zuiderzee te worden en door het opkopen van rederijen de grootste vervoersmaatschappij te worden. Verblind door dit verlangen had de rederij te laag op de veerdienst ingeschreven. Door de opening van de Afsluitdijk en door de slechte economische toestand was het vervoersaanbod zeer afgenomen en kampte de rederij met moeilijkheden de exploitatie sluitend te krijgen. Daarom besloot zij in 1938 met de R. VAN HASSELT in het zomerseizoen tochten op de Noordzee te maken.

In 1950 begon de definitieve ontmanteling van de veerdienst: het passagiersaanbod was nu zo teruggelopen dat de dienst nog slechts met de c. BOSMAN werd onderhouden. Uiteindelijk besloot rederij Koppe in 1959 de dienst nog slechts in de zomer uit te voeren. De W.F. VAN DER WYCK en de C. BOSMAN werden verkocht, zodat alleen de R. VAN HASSELT in dienst bleef. Maar ook die werd in 1964 verkocht. De dienst werd voortgezet met de WAALSTROOM en de IJSSELSTROOM uit Koppe's vloot. Op 30 november 1971 werd Rederij Koppe opgeheven. Daarop besloot de Nederlandse Spoorwegen de exploitatie voor te zetten en wel onder directie van Autobusbedrijf N.A.C.O te Alkmaar, die tot heden deze toeristische veerdienst uitvoert.

ENKHUIZEN

Type: Stalen stoomschip voor passagiers, goederen en vee. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1886
Afgevoerd: 1904
Werf: 't Hondsbosch, Alkmaar.
Waterverplaatsing: 111,468 ton
Laadvermogen: 144 ton

Machine: twee 2 cilinder diagonale compound machines naast elkaar
Aantal pk: 2 x 140 ipk
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.

Ketel: 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 5,16 atm
Verwarmend oppervlak: 65 m2
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Op 14 juli 1892 opende Bosman een speciale goederendienst, waarbij goederen, die minder geschikt waren voor overlading in Enkhuizen, naar Amsterdam werden doorgevoerd. Deze dienst werd een maal per dag in elke richting uitgevoerd. Aanvankelijk was het aanbod van te vervoeren goederen gering, maar vanaf 1894 deed de ENKHUIZEN, hoewel niet dagelijks, vrij geregeld dienst. In 1900 bracht de nieuwe exploitant, de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, een nieuwe veerpont in de vaart, die tien treinwagons kon vervoeren. Voor de ENKHUIZEN was toen geen emplooi meer. Het schip werd in 1901 verkocht aan N. W. Duinker,J. A. Vuerhard en C.P.J. Vuerhard, die het schip onder de naam TRIO als bergingsvaartuig in dienst stelden. In 1907 werd zij verkocht aan Willem Sebelee, scheepsbouwmeester te Amsterdam en in 1908 doorverkocht aan de N.V. 'De Conventie' Maatschappij tot uitvoering van het Kalkbrandersbedrijf, gevestigd te Haarlem, die het schip als schelpenzuiger in 1953 in de nieuwe scheepsboekhouding inbracht. In datzelfde jaar werd het schip verkocht aan de Stichting Centraal Verkoopbureau Zuigerschepen te Harlingen. In 1954 wegens sloop uit de scheepsboekhouding verwijderd.

 

ENKHUIZEN, 1886

FRIESLAND

Type: Stalen raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1886
Afgevoerd: 1888
Werf: Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere werktuigen, Amsterdam
Lengte over alles: 52 m
Lengte tussen de loodlijnen: 48,75 m
Breed over raderkasten: 11,73 m
Breed over hoofdspant: 6,25 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: leeg: 1,70 m; beladen: 1,80 m
Waterverplaatsing: 155-177 ton

Machine: 2 cilinder hellende compound machine.
Aantal pk: 5ipk,2ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel: 1, voor de machine.
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,03 atm
Verwarmend oppervlak: 118 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam
Diameter raderen: 3,50 m
Type: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 x 1,98 m
Beweegbare stalen borden
Snelheid: 12 mijl

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Dit nieuwgebouwde stoomschip is slechts 2½ jaar in de vaart geweest, want op 5 december 1888 kreeg de FRIESLAND in dichte mist een aanvaring met de HOLLAND van dezelfde dienst. De FRIESLAND was ernstig beschadigd en zonk. De passagiers konden worden overgebracht naar de HOLLAND, evenals de bagage en de post. Het gezonken schip werd in december gelicht door Dirkzwager uit Zwartsluis en in augustus 1890 werden ijzer, staal en koper, afkomstig van het wrak, in Enkhuizen publiek verkocht.

HOLLAND

Type: Stalen raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1886
Afgevoerd: 1916
Werf: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.
Lengte over alles: 52 m
Breed over raderkasten: 11,73 m
Breed over hoofdspant: 6,25 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,70-1,80 m
Bemanning: 14

Machine: 2 cilinder hellende compound machine
Aantal pk: 511,2 ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (1): 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 6,7 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1895
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,03 atm
Verwarmend oppervlak: 118 m2
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.
Diameter raderen: 3,50 m
Type: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 x 1,98 m
Beweegbare stalen borden
Snelheid (gemiddeld) 12,96 mijl per uur.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Op 5 december 1888 kwam zij in aanvaring met het zusterschip FRIESLAND. Op 15 juni 1896 ging de exploitatie van het veer over aan de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij te Amsterdam, die op 28 maart 1898 de HOLLAND, tezamen met de GRONINGEN en de FRIESLAND voorƒ263.000,- kocht. Na het in de vaart nemen van de dubbelschroef stoomschepen R. VAN HASSELT en C. BOSMAN werd de HOLLAND verkocht aan een reder te Rouaan en herdoopt in BELETTE.

 

FRIESLAND/HOLLAND, 1886

 

FRIESLAND/HOLLAND, 1888-1890

 

HOLLAND, 1890-1908

 

HOLLAND, 1912-1916

 

GRONINGEN, 1889-1890

 

GRONINGEN, 1890-1908

 

GRONINGEN, 1908-1912

 

GRONINGEN, 19I2-1917


GRONINGEN

Type: Stalen raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1889
Afgevoerd: 1917
Werf: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.
Lengte over alles: 53 m
Breed over raderkasten: 11,75 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,71 m
Waterverplaatsing: 182 ton

Machine: 2 cilinder hellende compound machine.
Aantal pk: 511,3 ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (1): 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,61 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (2): In 1899 ketel geplaatst, afkomstig van HOLLAND, gebouwd in 1886
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 6,7 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.
Diameter raderen: 3,50 m
Type: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 X 1,98 m
Raderen met beweegbare stalen borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Zie HOLLAND. Na de verkoop aan een reder te Rouaan herdoopt in FOUINE.

ZUIDERZEE

Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar Werf: zie COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Harlingen- Enkhuizen-Amsterdam, in opdracht van de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij. Zij voer onder de naam COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS. Gekocht in 1889 en herdoopt in ZUIDERZEE. Na gerestaureerd te zijn op de werf 't Hondsbosch te Alkmaar ging zij de weinig comfortabele PRINS VAN ORANJE vervangen. In 1904 opende Bosman vanuit Oostende en Zeebrugge een dienst met de ZUIDERZEE voor pleziervaarten op de Noordzee. Volgens de registers van de Dienst voor het Stoom wezen werd het schip in 1905 naar België verkocht, waar zij onder de naam REINE DES PLAGES tussen Oostende en Vlissingen voer.

 

ZUIDERZEE, 1889

 

REINE DES PLAGES, 1904

FRIESLAND

Type: Stalen raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1890
Afgevoerd: 1924
Werf: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam
Lengte over alles: 52 m
Breed over raderkasten: 11,73 m
Breed over hoofdspant: 6,25 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,70-1,80 m
Waterverplaatsing: 155-180 ton
Laadvermogen: 182 ton
Passagiers: 449
Bemanning: 10

Machine: 2 cilinder hellende compound machine
Aantal pk: 75 npk; 560 ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (1): i, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,04 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1901
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,03 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.
Type raderen: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 X 1,98 m
Raderen met beweegbare stalen borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Door het in de vaart komen van de grote stoomschepen R. VAN HASSELT en c. BOSMAN werd de FRIESLAND gedegradeerd tot reserveboot. Ondanks haar uitmuntende eigenschappen kon zij een vergelijking met de nieuwe schepen niet doorstaan. In 1923 kwam wederom een nieuw stoomschip in de vaart, W.F. VAN DER WIJCK, waardoor er voor de FRIESLAND geen emplooi meer was. Op 26 maart 1924 werd zij te Enkhuizen geveild. Zij werd voor f 15.602,— verkocht aan Joh. Brouwer te Enkhuizen, die haar doorverkocht aan August Augst te Hamburg voor een dienst van Hamburg naar plaatsen aan de Elbemonding. Zij werd zeewaardig gemaakt door de werf Janssen & Schmylinski te Hamburg en herdoopt in WITTENBERGEN. Blijkbaar voldeed zij niet geheel aan de verwachtingen, ook niet bij de Hafen Dampfschiffahrt A.G., door welke zij in 1929 was overgenomen. Zij werd door deze maatschappij in 1932 verkocht aan een reder, die diensten uitvoerde op de Wezer, Zij werd herdoopt in WESER. In 1934 en 1935 door de Duitse Marine gebruikt als schietschijf en totaal vernietigd.

 

FRIESLAND, 1890-1908

 

FRIESLAND, I908-I912

 

FRIESLAND, I912-I924

 

WITTENBERGEN, I924

STAVOREN

Type: Stalen treinveerpont, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, Amsterdam
Bouwjaar: 1899
Afgevoerd: 1927
Werf: Rijkee & Co, Rotterdam
Lengte over alles: 66 m
Breed over hoofdspant: 12 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,25 m-1,65 m

Machine: twee 2 cilinder verticale compound machines
Aantal pk: 2 x 350 ipk
Gebouwd door: Lohus & Co, Rotterdam.

Ketel (1): 2, achter elkaar voor de machines
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 8 atm
Verwarmend oppervlak: 2 x 126 m2
Gebouwd door: Lohus & Co, Rotterdam.

Ketel (2): Nieuwe ketels in 1903
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 8,26 atm
Verwarmend oppervlak: 2 x 126 m2
Gebouwd door: Gebr. Stork, Hengelo, no. 2043 (voor), 2042 (achter)

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen-Stavoren: een stoomveerpont die tien goederenwagons kon vervoeren. Zij werd in 1927 verkocht aan de Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken. Verkocht in 1937 aan het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart en herdoopt in KONINGIN WILHELMINA. In 1968 verkocht aan J. van Enkhuizen te Zaandam en verbouwd tot restaurant. In 1972 verkocht aan W. van der Wiek te Alkmaar; niet herdoopt.

 

STAVOREN, 1899-1927


ENKHUIZEN, 1902-1936, LEEUWARDEN, I9O9-I936

ENKHUIZEN.

Type: Stalen treinveerpont, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij,
Amsterdam
Bouwjaar: 1902
Afgevoerd: 1936
Werf: Rijkee & Co, Rotterdam.
Lengte over alles: 66 m
Breed over hoofdspant: 12 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: leeg: voor 1,25 m; achter 1,65 m
Laadvermogen: 929,826 ton

Machine: twee 2 cilinder verticale compound machines.
Aantal pk: 2 X 350 ipk
Gebouwd door: Alblasserdamsche Machinefabriek, Alblasserdam.

Ketel: 2, naast elkaar voor de machines.
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 8,26 atm
Verwarmend oppervlak: 2 x 126 m2
Gebouwd door: Alblasserdamsche Machinefabriek, Alblasserdam, no. 8 (voor), 7 (achter)

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen-Stavoren: een stoomveerpont waarop tien goederenwagons vervoerd konden worden. Verkocht in 1936 aan een Belgische reder die het schip liet verbouwen voor vervoer van bouwmaterialen.

LEEUWARDEN

Type: Stalen treinveerpont, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij,
Amsterdam
Bouwjaar: 1909
Afgevoerd: 1936
Werf: Rijkee & Co, Rotterdam.
Lengte over alles: 65,40 m
Breed over hoofdspant: 12,25 m
Hol: 2,773 ni
Diepgang: voor 1,25 m; achter 1,65 m
Laadvermogen: 900,272 ton.

Machine: twee 2 cilinder verticale compound machines.
Aantal pk: 2 X 350 ipk; 2 X 210 npk
Cilinder diameter: 0,399 m ; 0,8388 m
Slag: 0,3766 m
Gebouwd door: Alblasserdamsche Machinefabriek, Alblasserdam.

Ketel: 2, achter elkaar voor de machines.
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 8,26 atm
Verwarmend oppervlak: 2 X 126 m2
Gebouwd door: Alblasserdamsche Machinefabriek, Alblasserdam.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren: een stoomveerpont waarop tien goederenwagons vervoerd konden worden. Na opheffing van deze dienst op 1 juli 1936 verkocht aan Cia. Anonima Venezolana de Nav. en herdoopt in TRINIDAD.

C. BOSMAN

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen, 2 schroeven Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, Amsterdam.
Bouwjaar: 1915
Afgevoerd: 1957
Werf: J. & K. Smit's Scheepswerven, Krimpen aan de Lek, no. 667; schroefboot no. 392
Lengte over alles: 67,06 m
Lengte tussen de lijnen: 64 m
Breed over berghouten: 9,88 m
Breed over hoofdspant: 9,55 m
Hol: 3,85 m
Diepgang: beladen: voor 2,10 m; achter 2,35 m
Waterverplaatsing: 168,307 ton
Laadvermogen: 172,102 ton
Passagiers: 1800

Machine: twee 3 cilinder verticale triple expansie machines
Aantal pk: 2 x 668 ipk
Cilinder diameter: 0,3302 m; 0,4953 m; 0,8382 m
Slag: 0,4572 m
Omwentelingen per minuut: 220
Gebouwd door: Machinefabriek Kinderdijk, Kinderdijk, no. 567

Ketel: 2, naast elkaar voor de machines
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 12,7 atm
Verwarmend oppervlak: 2 x 163 m2
Gebouwd door: Machinefabriek Kinderdijk, Kinderdijk.

Diameter schroeven: 1800 mm; na vervanging: 1900 mm
4 bladen
Spoed: 2500 mm
Materiaal: Brons
Omwentelingen per minuut: 200
Diameter schroefas: 170 mm
Snelheid, vol belast: 22 km per uur.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Het in dienst stellen van de c. BOSMAN en de R. VAN HASSELT betekende een belangrijke gebeurtenis voor de rederij: er waren geen fraaiere schepen gebouwd voor de Nederlandse wateren. De schepen hadden een imponerende, hoge romp en waren prachtig van lijn, waarboven de open promenadedekken, een forse schoorsteen en twee masten, die in prachtige helling het schip sierden. Het gebruik van kleuren droeg in niet geringe mate bij tot het fraaie uiterlijk van het schip: geheel wit, met gele schoorsteen, waarop een zwarte top en bruine masten. Toen het aantal te vervoeren passagiers sterk verminderde, werd de c. BOSMAN in 1956 opgelegd. In hetzelfde jaar werd zij gekocht door de Vereniging voor de Opleiding tot de Handelsvaart. De machines en de ketels werden verwijderd, waarna zij ingericht werd tot opleidingsschip voor matrozen. Zij werd herdoopt in NEDERLANDER en kreeg een vaste ligplaats aan de Maaskade te Rotterdam. In augustus 1967 moest zij plaats maken voor het kantoorschip Jos VRANKEN en werd zij versleept naar het Haringvliet.

 

C. BOSMAN / R. VAN HASSELT, 1915/1916-circa 1927

 

C. BOSMAN / R, VAN HASSELT, circa 1927-circa 1936

 

C. BOSMAN / R, VAN HASSELT, circa 1936-1956/1966

 


NEDERLANDER, 1956-heden


R. VAN HASSELT

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, Amsterdam.
Bouwjaar: 1916
Werf: J. &. K. Smit's Scheepswerven, Krimpen aan de Lek, no. 666; schroefboot no. 391
Lengte over alles: 64 m
Breed over hoofdspant: 9,55 m
Hol: 3,85 m
Laadvermogen: 168,307 ton
Passagiers: 1800
Bemanning: 9 dek en 5 machinekamer.

Machine: twee 3 cilinder verticale triple expansie machines.
Aantal pk: 2 x 500 ipk
Omwentelingen per minuut: 200
Gebouwd door: Machinefabriek Kinderdijk, Kinderdijk, no.577

Ketel (1): 2, naast elkaar voor de machines.
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 12,7 atm
Verwarmend oppervlak: 2 x 163 m2
Gebouwd door: Machinefabriek Kinderdijk, Kinderdijk.

Ketel (2): Nieuwe ketels.
Type: Vlampijpketel
Stoomdruk: 12,7 atm
Verwarmend oppervlak: 2 x 175 m2
Gebouwd door: Verschure & Co's Machinefabriek & Scheepswerf, Amsterdam, no. 268-4-6
Diameter schroeven: 1800 mm, na vervanging: 1900 mm

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Zie C. BOSMAN. Op 14 mei 1940 werd de R. VAN HASSELT voor de haven van Enkhuizen tot zinken gebracht, maar kort daarop door de Duitsers gelicht. In september 1944 werd zij in opdracht van de bezetter naar Amsterdam overgebracht. Na de oorlog is zij daar teruggevonden. Na herstelwerkzaamheden kon zij spoedig weer in dienst gesteld worden. In 1950 werd zij te Enkhuizen opgelegd. In 1957 kwam zij weer in dienst op de route Enkhuizen-Stavoren en twee jaar later werd zij wederom opgelegd. In 1960 werd zij verhuurd aan de Havendienst Spido te Rotterdam, waar zij tochten maakte naar de Deltawerken. Zij werd in 1966 verkocht aan Rederij Flandria te Antwerpen en herdoopt in FLANDRIA 20. Zij werd ingezet voor havenrondvaarten en Scheldetochten.

 



FLANDRIA 20, 1966-heden

W.P. VAN DER WYCK

Type: Stalen motorschip voor passagiers en goederen, 2 schroeven. Eigenaar: N.V. Nederlandsche Spoorwegen, Utrecht.
Bouwjaar: 1923
Afgevoerd: 1955
Werf: Gebr. Pot, Bolnes, no. 721
Lengte over alles: 64,31 m
Lengte tussen de loodlijnen: 64 m
Breed over berghouten: 9,93 m
Breed over hoofdspant: 9,55 m
Hol: 3,70 m
Diepgang: leeg: 2 m; beladen: 2,40 m
Laadvermogen: 165,825 ton
Passagiers: 1800

Machine (1): twee 6 cilinder tweetakt middeldruk motoren.
Bovendien: twee 1 cilinder stationaire motoren 2 x 5 epk
Aantal pk: 2 x 650 epk; 2 x 500 ipk
Gebouwd door: Kromhout Motorenfabrick, D. Goedkoop Jr., Amsterdam.
Machine (2): twee 7 cilinder viertakt motoren, type TMS357,
geplaatst in 1937
Aantal pk: 2 x 650 epk
Gebouwd door: Werkspoor N.v. Amsterdam, no. 714,715

Ketel: 1 hulpketel, oliegestookt.
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 8 atm
Verwarmend oppervlak: 15,5 m2
Gebouwd door: Burgerhout's Machinefabriek & Scheepswerf, Rotterdam, no. 655

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Tot 1940 voerde zij haar dienst normaal uit. Op 14 mei van dat jaar werd zij in opdracht van de Koninklijke Marine voor de haven van Enkhuizen tot zinken gebracht. Kort daarop werd zij gelicht en na gerepareerd te zijn in de vaart gebracht. Op 9 december 1941 werd zij door de Duitsers gevorderd en herdoopt in WILKOMMEN. In 1943 werd zij naar Antwerpen gebracht om voor de tweede maal verbouwd te worden. In 1944 werd zij nogmaals verbouwd en herdoopt in REGULUS. Zij werd toen gebruikt als schoolschip voor toekomstige officieren. Na de oorlog werd zij in Duitsland teruggevonden en door bemiddeling van de Koninklijke Marine naar Amsterdam teruggebracht. Door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij werd zij daar hersteld en gemoderniseerd. Op 11 februari 1946 kon zij weer op de lijn Enkhuizen-Stavoren worden ingezet. In de jaren 1947 en 1948 maakte zij vanuit Scheveningen tochten op de Noordzee. De N.v. TEso te Oudeschild had in 1951 het plan de W.F. VAN DER WYCK te kopen om het grote passagiersaanbod naar Texel in de zomermaanden te kunnen opvangen. Zij bleek echter te lang te zijn voor de haven van Oudeschild. De TESO zag daarom af van de koop. In 1954 toonde Rederij G. Doeksen & Zn. te Terschelling belangstelling voor dit schip, maar na een proeftocht bleek zij niet aan de verwachtingen te voldoen. Na een periode opgelegd te zijn, werd zij in 1955 verkocht aan N.V. Spido te Rotterdam. Zij werd gemoderniseerd en onder de naam ERASMUS in de vaart gebracht voor tochten naar de Deltawerken en havenrondvaarten. Na het seizoen 1973 werd zij te Rotterdam opgelegd. Het schip werd verkocht aan de Rijksgebouwendienst, die haar overdroeg aan de Rijksvaartuigendienst. Het schip werd door de firma Waming te Rotterdam verbouwd tot internaat voor matrozen. Te Dordrecht werd zij op 11 juni 1976 als zodanig in gebruik gesteld. Zij behield de naam ERASMUS.

 

W.F. VAN DER WIJCK, I923-I955

 

ERASMUS, 1955-1956

 

ERASMUS, 1956-circa 1970

 

ERASMUS, circa 1970-1973

Foto's van diverse schepen.

Stoom/Motorschip Volendam.  De “Volendam” Gebouwd in 1922 als passagiersschip. Deed tijdens de gehele tweede wereldoorlog dienst als troepentransportschip voor het Ministerie of War Transport gezeteld te London. Maakte later vele reizen naar Nederlands-Indië voor troepen- en emigrantenvervoer. Gesloopt in 1952 te Hendrik Ido Ambacht.

 

| 1 | 2 | 3 |

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.