Stoomschepen rond de Zuiderzee.
Volendam, haven met de Markerboot, circa 1930 Volendam.
A.
Jansen. BURGEMEESTER CALKOEN
Type: Stalen raderstoomschip
voor passagiers en goederen. Eigenaar: A. Jansen, Volendam.
Machine: 2 cilinder
oscillerende compound machine
Ketel (l): 1, achter de machine
Ketel (2): Nieuwe ketel in 1902 Bijzonderheden: Gebouwd voor een dienst Hellevoetsluis- Stellendam in opdracht van C. Bos Azn te Hellevoetsluis; zij voer onder de naam HARINGVLIET. In mei 1909 gekocht door A. Jansen voor een dienst Volendam-Amsterdam. Op 30 april 1918 werd zij op een veiling te Rotterdam verkocht. Zij lag gedurende een jaar werkeloos bij de Machinefabriek Hoebé te Dordrecht en werd daarna voor sloop naar Nieuw Lekkerland gesleept.
HARINGVLIET, 189O-19O9
BURGEMEESTER CALKOEN, 1909-1918.
Hoorn, de Veermanskade met het stoomschip VEREENIGING. Hoorn Hoornsche Stoomboot Maatschappij. De firma Horjus & Co te Hoorn richtte de N.V. Hoornsche Stoomboot Maatschappij op om een dienst op Amsterdam te exploiteren. In 1870 bracht zij het nieuwgebouwde raderstoomschip STAD HOORN in de vaart, dat ruimte bood aan 60 passagiers en vracht. De dienst werd dagelijks uitgevoerd en kostte in de 1ste klas salon f 1,- en in de 2de klas salon f o,6o. Kennelijk voldeed dit schip niet, want het werd na ongeveer een jaar verkocht en vervangen door een ander schip, dat ook de naam STAD HOORN kreeg. Vanaf de Veermanskade — het vertrek- en aankomstpunt van de 'Hoornse boot' — werd in 1883 een stoomtramlijn aangelegd, die een eindpunt in Enkhuizen zou krijgen. Verder dan de uitspanning De Nadorst bij Westerblokker is deze tramlijn nooit aangelegd. Tot 1 december 1884 lag daar het eindpunt. Van 1888 tot 1918 onderhield een paardentram de verbinding tussen Hoorn en Enkhuizen. De dienst op Amsterdam voldeed aan de verwachtingen, zozeer zelfs dat in 1889 een nieuw schip in dienst werd gesteld: het schroefstoomschip MR. W. K. BARON VAN DEDEM, genoemd naar de toenmalige burgemeester van Hoorn. De capaciteit bedroeg 300 passagiers en het schip bezat een laadvermogen voor vracht van 81 ton. Twee jaar later werd er een derde schip aan de vloot toegevoegd: het schroefstoomschip DE VERENIGING met een accommodatie van 275 passagiers en een laadvermogen van 73 ton goederen. De reis met deze schepen naar Amsterdam duurde ongeveer drie uur. In de Oranjesluizen bij Amsterdam maakten sommige passagiers van de gelegenheid gebruik over te stappen op de boot naar Harderwijk of Kampen. In 1945 werd DE VERENIGING verkocht om gesloopt te worden. Na de tweede wereldoorlog heeft de bootdienst nog korte tijd bestaan. Het laatste stoomschip - DE BARON VAN DEDEM - werd in 1948 naar Rotterdam verkocht. STAD HOORN
Type: IJzeren raderstoomschip
voor passagiers en goederen. Eigenaar: Hoornsche Stoomboot
Maatschappij, Hoorn
Machine: 2 cilinder lagedruk
machine
Ketel (1): 1, achter de machine
Ketel (2): Nieuwe ketel in 1879 Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Hoorn- Amsterdam. Zij werd in 1870 of 1871 verkocht aan B. D. van Rietschoten & P. Thomson te Rotterdam en herdoopt in MERCURIUS. In 1871 verkocht aan Lenders & Co te Rotterdam. BARON VAN DEDEM
Type: Stalen stoomschip voor
passagiers en goederen. Eigenaar: Hoornsche Stoomboot Maatschappij,
Hoorn
Machine: 2 cilinder diagonale
compound machine.
Ketel (1): 1, voor de machine
Ketel (2): Nieuwe ketel in 1907
Ketel (3): Nieuwe ketel in 1930 Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Hoorn- Amsterdam. Op 4 juli 1950 verkocht aan Corn. Swemmer te Rotterdam en herdoopt in JAVRE V. Op 5 juli 1953 verkocht aan H. Slemman,J. van der Ent & C.&P. Swemmer te Rotterdam.
(Het gewicht van het schip + laadvermogen = waterverplaatsing. Baron van Dedem. Waterverplaatsing 72,85 ton Laadvermogen 120,76 ton na hermeting 128 ton.) Dat kan niet, meer laadvermogen dan waterverplaatsing. Het schip zal waarschijnlijk zijn 72,85 Brt. Bruto register ton zijn geweest. 1 Brt. = 2,83 metrische ton. Dat is dan 206,1655 metrische tonnen waterverplaatsing. Het scheepsgewicht is dan 206,1655 – 120,76 = 85,4055 ton. Dat lijkt reëel. In vakkringen noemen we een kistketel een kofferketel. Een lagedruk ketel is geen type ketel maar een soort. Een waterpijp ketel is ook dubieus. Een type lage-drukketel en een type waterpijpketel kan wel. Lagedruk en waterpijp ketels heb je in meerdere types. Heb er de gids voor machinisten nog even op na gekeken van 1907.
STAD HOORN, 187O
BARON VAN DEDEM, 1889.
Enkhuizen, met rader stoomschip GRONINGEN in de Spoorhaven, gereed voor vertrek, circa 1895 Enkhuizen Veerdienst Enkhuizen-Stavoren. Voor de opening van de veerdienst Enkhuizen- Stavoren in 1886 waren er vele mogelijkheden om van Holland naar Friesland en visa versa te reizen: zeilende beurtschepen en de stoombootdiensten van bijvoorbeeld de Harlinger Stoomboot Reederij, de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij en de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij. Rond het midden van de vorige eeuw was zo een reis geen eenvoudige zaak: een terugreis op dezelfde dag behoorde niet tot de mogelijkheden. In de jaren '60 werden een aantal spoorwegtrajecten aangelegd die Leeuwarden en Groningen via Hattem en Zwolle verbonden met Amersfoort en Utrecht. In 1883 kwam het baanvak tussen Leeuwarden en Sneek tot stand en in 1885 werd de verbinding doorgetrokken naar Stavoren. Deze plaats was tot die tijd een zeer afgelegen oord; van de landzijde was Stavoren met grote moeite via onverharde binnenwegen te bereiken. Voor vervoer was men dus hoofdzakelijk op het water aangewezen. Al in 1864 verscheen een plan voor de oprichting van de Noord-Hollandsch- Friesche Spoorweg Maatschappij, waarin uitdrukkelijk werd gepleit voor een bootverbinding tussen Noord-Holland en Friesland. Voor een goede verbinding waren aansluitende spoorwegdiensten onontbeerlijk. In 1875 werd besloten dat een spoorwegaansluiting van Zaandam naar Enkhuizen zou komen, die in 1885 gereed kwam. De concessie voor de veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren was in 1885 gegund aan C. Bosman te Alkmaar. Bij de Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere werktuigen te Amsterdam werden de passagiersschepen HOLLAND en FRIESLAND besteld en de werf 't Hondsbosch te Alkmaar kreeg opdracht voor de bouw van de goederenboot ENKHUIZEN. De raderstoomboot PRINS VAN ORANJE kocht Bosman in 1879 van de Zaanlandsche Stoomvaart Maatschappij en deze zou dienst gaan doen als reserveboot. Met deze vloot werd op 15 juli 1886 de dienst tussen Enkhuizen en Stavoren geopend.
In opdracht van A. D. zur Muhlen maakte de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te Amsterdam een ontwerp voor een Zuiderzee raderboot bestemd voor de toekomstige veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren. De exploitatie van de veerdienst werd echter niet aan Zur Muhlen gegund, zodat dit ontwerp nooit is uitgevoerd.
De vloot was weliswaar uitgebreid, maar de oudste schepen waren aan vervanging toe. In 1915 en 1916 werden twee nieuwe stoomschepen in de vaart gebracht: c. BOSMAN en R. VAN HASSELT, die met hun lengte van 68 m en hun hoge romp indruk maakten. De vernieuwing van de vloot werd in 1923 gecompleteerd met de bouw van het motorschip W.F. VAN DER WYCK. Met deze schepen beleefde de veerdienst haar grootste bloei. Aan het einde van jaren '20 zette het verval in. In 1927 werd de eerste stoompont verkocht en in 1930 werd een plan gelanceerd om een spoorlijn over de toekomstige Afsluitdijk te leggen en de veerdienst op te heffen. Het vervoersaanbod voor de ponten nam zo af, dat de beide laatste ponten in 1936 werden verkocht. Na het beëindigen van de exploitatietermijn kwam er in 1936 een nieuwe inschrijving. De veerdienst werd gegund aan N.V. Reederij Koppe te Amsterdam, die een grote wens koesterde: koning van de Zuiderzee te worden en door het opkopen van rederijen de grootste vervoersmaatschappij te worden. Verblind door dit verlangen had de rederij te laag op de veerdienst ingeschreven. Door de opening van de Afsluitdijk en door de slechte economische toestand was het vervoersaanbod zeer afgenomen en kampte de rederij met moeilijkheden de exploitatie sluitend te krijgen. Daarom besloot zij in 1938 met de R. VAN HASSELT in het zomerseizoen tochten op de Noordzee te maken. In 1950 begon de definitieve ontmanteling van de veerdienst: het passagiersaanbod was nu zo teruggelopen dat de dienst nog slechts met de c. BOSMAN werd onderhouden. Uiteindelijk besloot rederij Koppe in 1959 de dienst nog slechts in de zomer uit te voeren. De W.F. VAN DER WYCK en de C. BOSMAN werden verkocht, zodat alleen de R. VAN HASSELT in dienst bleef. Maar ook die werd in 1964 verkocht. De dienst werd voortgezet met de WAALSTROOM en de IJSSELSTROOM uit Koppe's vloot. Op 30 november 1971 werd Rederij Koppe opgeheven. Daarop besloot de Nederlandse Spoorwegen de exploitatie voor te zetten en wel onder directie van Autobusbedrijf N.A.C.O te Alkmaar, die tot heden deze toeristische veerdienst uitvoert. ENKHUIZEN
Type: Stalen stoomschip voor
passagiers, goederen en vee. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Machine: twee 2 cilinder
diagonale compound machines naast elkaar
Ketel: 1, voor de machine Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Op 14 juli 1892 opende Bosman een speciale goederendienst, waarbij goederen, die minder geschikt waren voor overlading in Enkhuizen, naar Amsterdam werden doorgevoerd. Deze dienst werd een maal per dag in elke richting uitgevoerd. Aanvankelijk was het aanbod van te vervoeren goederen gering, maar vanaf 1894 deed de ENKHUIZEN, hoewel niet dagelijks, vrij geregeld dienst. In 1900 bracht de nieuwe exploitant, de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, een nieuwe veerpont in de vaart, die tien treinwagons kon vervoeren. Voor de ENKHUIZEN was toen geen emplooi meer. Het schip werd in 1901 verkocht aan N. W. Duinker,J. A. Vuerhard en C.P.J. Vuerhard, die het schip onder de naam TRIO als bergingsvaartuig in dienst stelden. In 1907 werd zij verkocht aan Willem Sebelee, scheepsbouwmeester te Amsterdam en in 1908 doorverkocht aan de N.V. 'De Conventie' Maatschappij tot uitvoering van het Kalkbrandersbedrijf, gevestigd te Haarlem, die het schip als schelpenzuiger in 1953 in de nieuwe scheepsboekhouding inbracht. In datzelfde jaar werd het schip verkocht aan de Stichting Centraal Verkoopbureau Zuigerschepen te Harlingen. In 1954 wegens sloop uit de scheepsboekhouding verwijderd.
ENKHUIZEN, 1886 FRIESLAND Type: Stalen
raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman,
Alkmaar. Machine: 2 cilinder
hellende compound machine. Ketel:
1, voor de
machine. Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Dit nieuwgebouwde stoomschip is slechts 2½ jaar in de vaart geweest, want op 5 december 1888 kreeg de FRIESLAND in dichte mist een aanvaring met de HOLLAND van dezelfde dienst. De FRIESLAND was ernstig beschadigd en zonk. De passagiers konden worden overgebracht naar de HOLLAND, evenals de bagage en de post. Het gezonken schip werd in december gelicht door Dirkzwager uit Zwartsluis en in augustus 1890 werden ijzer, staal en koper, afkomstig van het wrak, in Enkhuizen publiek verkocht. HOLLAND Type: Stalen
raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman,
Alkmaar. Machine: 2 cilinder
hellende compound machine Ketel (1): 1, voor de
machine Ketel (2): Nieuwe
ketel in 1895 Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Op 5 december 1888 kwam zij in aanvaring met het zusterschip FRIESLAND. Op 15 juni 1896 ging de exploitatie van het veer over aan de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij te Amsterdam, die op 28 maart 1898 de HOLLAND, tezamen met de GRONINGEN en de FRIESLAND voorƒ263.000,- kocht. Na het in de vaart nemen van de dubbelschroef stoomschepen R. VAN HASSELT en C. BOSMAN werd de HOLLAND verkocht aan een reder te Rouaan en herdoopt in BELETTE.
FRIESLAND/HOLLAND, 1886
FRIESLAND/HOLLAND, 1888-1890
HOLLAND, 1890-1908
HOLLAND, 1912-1916
GRONINGEN, 1889-1890
GRONINGEN, 1890-1908
GRONINGEN, 1908-1912
GRONINGEN, 19I2-1917
Type: Stalen
raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman,
Alkmaar. Machine: 2 cilinder
hellende compound machine. Ketel (1): 1, voor de
machine Ketel (2): In 1899
ketel geplaatst, afkomstig van HOLLAND, gebouwd in 1886 Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Zie HOLLAND. Na de verkoop aan een reder te Rouaan herdoopt in FOUINE. ZUIDERZEE Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar Werf: zie COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Harlingen- Enkhuizen-Amsterdam, in opdracht van de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij. Zij voer onder de naam COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS. Gekocht in 1889 en herdoopt in ZUIDERZEE. Na gerestaureerd te zijn op de werf 't Hondsbosch te Alkmaar ging zij de weinig comfortabele PRINS VAN ORANJE vervangen. In 1904 opende Bosman vanuit Oostende en Zeebrugge een dienst met de ZUIDERZEE voor pleziervaarten op de Noordzee. Volgens de registers van de Dienst voor het Stoom wezen werd het schip in 1905 naar België verkocht, waar zij onder de naam REINE DES PLAGES tussen Oostende en Vlissingen voer.
ZUIDERZEE, 1889
REINE DES PLAGES, 1904 FRIESLAND Type: Stalen
raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman,
Alkmaar. Machine: 2 cilinder
hellende compound machine Ketel (1): i, voor de
machine Ketel (2): Nieuwe
ketel in 1901 Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Door het in de vaart komen van de grote stoomschepen R. VAN HASSELT en c. BOSMAN werd de FRIESLAND gedegradeerd tot reserveboot. Ondanks haar uitmuntende eigenschappen kon zij een vergelijking met de nieuwe schepen niet doorstaan. In 1923 kwam wederom een nieuw stoomschip in de vaart, W.F. VAN DER WIJCK, waardoor er voor de FRIESLAND geen emplooi meer was. Op 26 maart 1924 werd zij te Enkhuizen geveild. Zij werd voor f 15.602,— verkocht aan Joh. Brouwer te Enkhuizen, die haar doorverkocht aan August Augst te Hamburg voor een dienst van Hamburg naar plaatsen aan de Elbemonding. Zij werd zeewaardig gemaakt door de werf Janssen & Schmylinski te Hamburg en herdoopt in WITTENBERGEN. Blijkbaar voldeed zij niet geheel aan de verwachtingen, ook niet bij de Hafen Dampfschiffahrt A.G., door welke zij in 1929 was overgenomen. Zij werd door deze maatschappij in 1932 verkocht aan een reder, die diensten uitvoerde op de Wezer, Zij werd herdoopt in WESER. In 1934 en 1935 door de Duitse Marine gebruikt als schietschijf en totaal vernietigd.
FRIESLAND, 1890-1908
FRIESLAND, I908-I912
FRIESLAND, I912-I924
WITTENBERGEN, I924 STAVOREN Type: Stalen
treinveerpont, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg
Maatschappij, Amsterdam Machine: twee 2
cilinder verticale compound machines Ketel (1): 2, achter
elkaar voor de machines Ketel (2): Nieuwe
ketels in 1903 Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen-Stavoren: een stoomveerpont die tien goederenwagons kon vervoeren. Zij werd in 1927 verkocht aan de Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken. Verkocht in 1937 aan het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart en herdoopt in KONINGIN WILHELMINA. In 1968 verkocht aan J. van Enkhuizen te Zaandam en verbouwd tot restaurant. In 1972 verkocht aan W. van der Wiek te Alkmaar; niet herdoopt.
STAVOREN, 1899-1927
ENKHUIZEN, 1902-1936, LEEUWARDEN, I9O9-I936 ENKHUIZEN. Type: Stalen
treinveerpont, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg
Maatschappij, Machine: twee 2
cilinder verticale compound machines. Ketel: 2, naast elkaar
voor de machines. Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen-Stavoren: een stoomveerpont waarop tien goederenwagons vervoerd konden worden. Verkocht in 1936 aan een Belgische reder die het schip liet verbouwen voor vervoer van bouwmaterialen. LEEUWARDEN Type: Stalen
treinveerpont, 2 schroeven. Eigenaar: Hollandsche IJzeren Spoorweg
Maatschappij, Machine: twee 2
cilinder verticale compound machines. Ketel: 2, achter
elkaar voor de machines. Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren: een stoomveerpont waarop tien goederenwagons vervoerd konden worden. Na opheffing van deze dienst op 1 juli 1936 verkocht aan Cia. Anonima Venezolana de Nav. en herdoopt in TRINIDAD. C. BOSMAN Type: Stalen
stoomschip voor passagiers en goederen, 2 schroeven Eigenaar:
Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, Amsterdam. Machine: twee 3
cilinder verticale triple expansie machines Ketel: 2, naast elkaar
voor de machines Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Het in dienst stellen van de c. BOSMAN en de R. VAN HASSELT betekende een belangrijke gebeurtenis voor de rederij: er waren geen fraaiere schepen gebouwd voor de Nederlandse wateren. De schepen hadden een imponerende, hoge romp en waren prachtig van lijn, waarboven de open promenadedekken, een forse schoorsteen en twee masten, die in prachtige helling het schip sierden. Het gebruik van kleuren droeg in niet geringe mate bij tot het fraaie uiterlijk van het schip: geheel wit, met gele schoorsteen, waarop een zwarte top en bruine masten. Toen het aantal te vervoeren passagiers sterk verminderde, werd de c. BOSMAN in 1956 opgelegd. In hetzelfde jaar werd zij gekocht door de Vereniging voor de Opleiding tot de Handelsvaart. De machines en de ketels werden verwijderd, waarna zij ingericht werd tot opleidingsschip voor matrozen. Zij werd herdoopt in NEDERLANDER en kreeg een vaste ligplaats aan de Maaskade te Rotterdam. In augustus 1967 moest zij plaats maken voor het kantoorschip Jos VRANKEN en werd zij versleept naar het Haringvliet.
C. BOSMAN / R. VAN HASSELT, 1915/1916-circa 1927
C. BOSMAN / R, VAN HASSELT, circa 1927-circa 1936
C. BOSMAN / R, VAN HASSELT, circa 1936-1956/1966
NEDERLANDER, 1956-heden
Type: Stalen
stoomschip voor passagiers en goederen, 2 schroeven. Eigenaar:
Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, Amsterdam. Machine: twee 3
cilinder verticale triple expansie machines. Ketel (1): 2, naast
elkaar voor de machines. Ketel (2): Nieuwe
ketels. Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Zie C. BOSMAN. Op 14 mei 1940 werd de R. VAN HASSELT voor de haven van Enkhuizen tot zinken gebracht, maar kort daarop door de Duitsers gelicht. In september 1944 werd zij in opdracht van de bezetter naar Amsterdam overgebracht. Na de oorlog is zij daar teruggevonden. Na herstelwerkzaamheden kon zij spoedig weer in dienst gesteld worden. In 1950 werd zij te Enkhuizen opgelegd. In 1957 kwam zij weer in dienst op de route Enkhuizen-Stavoren en twee jaar later werd zij wederom opgelegd. In 1960 werd zij verhuurd aan de Havendienst Spido te Rotterdam, waar zij tochten maakte naar de Deltawerken. Zij werd in 1966 verkocht aan Rederij Flandria te Antwerpen en herdoopt in FLANDRIA 20. Zij werd ingezet voor havenrondvaarten en Scheldetochten.
W.P. VAN DER WYCK Type: Stalen
motorschip voor passagiers en goederen, 2 schroeven. Eigenaar: N.V.
Nederlandsche Spoorwegen, Utrecht. Machine (1): twee 6
cilinder tweetakt middeldruk motoren. Ketel: 1 hulpketel,
oliegestookt. Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Tot 1940 voerde zij haar dienst normaal uit. Op 14 mei van dat jaar werd zij in opdracht van de Koninklijke Marine voor de haven van Enkhuizen tot zinken gebracht. Kort daarop werd zij gelicht en na gerepareerd te zijn in de vaart gebracht. Op 9 december 1941 werd zij door de Duitsers gevorderd en herdoopt in WILKOMMEN. In 1943 werd zij naar Antwerpen gebracht om voor de tweede maal verbouwd te worden. In 1944 werd zij nogmaals verbouwd en herdoopt in REGULUS. Zij werd toen gebruikt als schoolschip voor toekomstige officieren. Na de oorlog werd zij in Duitsland teruggevonden en door bemiddeling van de Koninklijke Marine naar Amsterdam teruggebracht. Door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij werd zij daar hersteld en gemoderniseerd. Op 11 februari 1946 kon zij weer op de lijn Enkhuizen-Stavoren worden ingezet. In de jaren 1947 en 1948 maakte zij vanuit Scheveningen tochten op de Noordzee. De N.v. TEso te Oudeschild had in 1951 het plan de W.F. VAN DER WYCK te kopen om het grote passagiersaanbod naar Texel in de zomermaanden te kunnen opvangen. Zij bleek echter te lang te zijn voor de haven van Oudeschild. De TESO zag daarom af van de koop. In 1954 toonde Rederij G. Doeksen & Zn. te Terschelling belangstelling voor dit schip, maar na een proeftocht bleek zij niet aan de verwachtingen te voldoen. Na een periode opgelegd te zijn, werd zij in 1955 verkocht aan N.V. Spido te Rotterdam. Zij werd gemoderniseerd en onder de naam ERASMUS in de vaart gebracht voor tochten naar de Deltawerken en havenrondvaarten. Na het seizoen 1973 werd zij te Rotterdam opgelegd. Het schip werd verkocht aan de Rijksgebouwendienst, die haar overdroeg aan de Rijksvaartuigendienst. Het schip werd door de firma Waming te Rotterdam verbouwd tot internaat voor matrozen. Te Dordrecht werd zij op 11 juni 1976 als zodanig in gebruik gesteld. Zij behield de naam ERASMUS.
W.F. VAN DER WIJCK, I923-I955
ERASMUS, 1955-1956
ERASMUS, 1956-circa 1970
ERASMUS, circa 1970-1973 Stoom/Motorschip Volendam. De “Volendam” Gebouwd in 1922 als passagiersschip. Deed tijdens de gehele tweede wereldoorlog dienst als troepentransportschip voor het Ministerie of War Transport gezeteld te London. Maakte later vele reizen naar Nederlands-Indië voor troepen- en emigrantenvervoer. Gesloopt in 1952 te Hendrik Ido Ambacht.
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|