Stoomschepen rond de Zuiderzee.

 

| 1 | 2 | 3 |

 

Alle getekende schaal zijaanzichten van de getoonde schepen op deze pagina's afgebeeld komen van de hand van dhr J. Lodder, hij was een zeer bekende en productieve tekenaar met een scherp oog voor details en heeft in zijn leven bijna alle schepen die in Nederland gebouwd zijn of anders vanuit het buitenland op Nederlandse wateren gevaren hebben wel getekend. Voor elke zichtbare wijziging werd een nieuwe tekening gemaakt en zo werd iedere verandering visueel op deze manier vastgelegd.

 

Groningen, Hoek van Ameland met stoomschip SOPHIA, circa 1910 Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij.

 

De Groninger-Lemmer Stoombootmaatschappij.

De stoommachine die sedert het eind van de vorige eeuw als voortstuwingsmiddelen voor schepen opgang maakte, speelde in de Groninger
scheepvaart nauwelijks een rol van betekenis. Slechts in de beurtvaart, en dan alleen nog bij het passagiers- en goederenvervoer tussen
grotere plaatsen en op langere trajecten, was stoomtractie een tijdlang in zwang. De beurtdiensten met stoomschepen werden door rederijen onderhouden. In de provincie Groningen waren de twee bekendste de Groninger-Lemmer Stoombootmaatschappij en de Groninger-Rotterdammer Stoombootmaatschappij. De eerst genoemde werd in 1870 opgericht. De onderneming exploiteerde vier beurtschepen, waaronder drie schroefstoomboten te weten de Groningen I, II en III, die een geregelde dienst tussen Groningen, Sneek en Lemmer onderhielden. Vandaar ging het verder naar Amsterdam. De financiële resultaten van de maatschappij waren in de aanvangsjaren bevredigd. Naast het personen-en het veevervoer was er sprake van een jaarlijks toenemend goederenvervoer vanuit Groningen naar Holland. Concurrentie was er van de zogenaamde 'Lemster binnendienst', die met twee schroefstoomboten een vaart tussen Lemmer en Groningen onderhield en de 'Lemster buitendienst' die op Amsterdam voer, Door de dreiging evenwel die van het opkomend railvervoer
uitging, kwamen er al spoedig onderhandelingen op gang over mogelijke samenwerking. De besprekingen resulteerden in het besluit in combinatie te gaan varen, dat wil zeggen, beurtelings in dag- en nachtdienst. In de loop der jaren werd de samenwerking steeds intensiever, tot de drie ondernemingen in 1910 uiteindelijk besloten te fuseren en opgingen in een Naamloze Vennootschap. De nieuwe maatschappij kon met succes de concurrentie van de tramdienst Joure-Lemmer en de trambootdienst van Lemmer op Amsterdam het hoofd bieden door veelvuldig tariefverlagingen af te kondigen en het aantal diensten uitte breiden. In het fusiejaar had de Groninger-Lemmer Stoombootmaatschappij de beschikking over negen 'Lemmerboten', vier zeeboten en vijf binnenboten, die ieder gemiddeld zo'n 40 personen konden vervoeren. Elke ochtend om half vijf vertrok vanuit Groningen een stoomschip, om 's avonds om zes uur in Lemmer aan te komen. Het traject liep via de route Hoendiep, Bergumermeer, Sneek, Slotermeer. En de passagiers werd de mogelijkheid geboden eerste dan wel tweede klasse te reizen. De vloot van de onderneming, waarin sedert het eind van de jaren twintig steeds meer stoomschepen plaats maakten voor motorschepen, breidde zich gedurende het interbellum van 9 naar 27 schepen explosief uit. Dagelijkse diensten vanuit Groningen werden toen onderhouden met Sneek, Lemmer, Amsterdam, Zaandam, Rotterdam en Den Haag, terwijl daarnaast vanuit Winschoten, Scheemda, Zuidbroek, Hoogezand-Sappemeer en Martenshoek direct op Amsterdam werd gevaren. In dezelfde periode begon de maatschappij zich tevens toe te leggen op het wegvervoer. Reeds voor de Tweede Wereldoorlog beschikte zij over zes motorrijtuigen. Deze verscheidenheid in transportmiddelen maakte een vorm van kombinatie-vervoer mogelijk. En zo werd met succes vanaf 1933 een auto sneldienst voor goederenvervoer van Groningen naar Lemmer geëxploiteerd, die aansloot op de nachtboot naar Amsterdam. Tijdens de oorlogsjaren raakten enkele schepen beschadigd en verdwenen andere naar Duitsland. Geheel kompleet was de vloot eerst weer rond 1950.

 

GRONINGEN.

Met zeilschepen werden tal van beurtdiensten onderhouden tussen het noorden van het land en Amsterdam en Rotterdam. In 1840 werd het eerste stoomschip tussen Lemmer en Amsterdam in de vaart gebracht. Naast de zeilende beurtdienst werd in 1864 de stoombootdienst tussen Lemmer en Groningen over de binnenwateren geopend. Voor deze dienst was een concessie verleend aan J. Nieveen te Groningen en W&M. Geveke te Lemmer. De dienst voldeed zo goed, dat de broers Jan, Geert en Reint Nieveen besloten met stoomschepen op Amsterdam te varen. Daartoe werd op 9 juli 1870 de Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij opgericht, die een tweetal trajecten ging exploiteren: tussen Groningen en Lemmer, de zogenaamde binnendienst, en tussen Lemmer en Amsterdam, de zogenaamde buitendienst. Voor beide trajecten waren afzonderlijke schepen nodig. De uit 1865 daterende GRONINGEN I werd ingezet en in 1871 werden de nieuwgebouwde GRONINGEN II en III in in de vaart gebracht. De dienst bleek zo lonend, dat in 1887 de GRONINGEN II werd verbouwd en ingericht voor het vervoer van passagiers over de Zuiderzee. Maar een luxe reis kon de passagier met dit schip niet verwachten, omdat het dek grotendeels door deklast of door vee in beslag was genomen. De hele reis Groningen-Amsterdam kostte toen in de 1ste klasse kajuit ƒ 4,- en in de 2de klasse kajuit moesten de passagiers ƒ 3,- betalen. Op de lijn Groningen-Lemmer-Amsterdam waren nog twee concurrenten werkzaam, die ieder twee schepen in de vaart hadden. De Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij nam deze vloot over per 12 december 1873. Vier jaar later voegde de rederij een nieuwgebouwd stoomschip "De GRONINGEN IV" aan haar vloot toe. Tot 1900 werd de dienst dus onderhouden met acht stoomschepen. In dat jaar werden er twee schepen aan toegevoegd en in 1908 nog eens twee. Drie jaar later werd het eerste motorschip in dienst gesteld. De Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij legde zich vooral toe op vrachtvervoer. In Lemmer waren er doorverbindingen naar onder andere Sneek, Bolsward, Joure, Wolvega, Blokzijl, Winschoten en Groningen. Geduchte concurrentie ondervond de rederij in 1901 toen de Nederlandsche Tramweg Maatschappij een stoomtramlijn tussen Heerenveen en Lemmer opende, die aansloot op de dienst van de Holland-Friesland Lijn. De eens zo hoge dividenden daalden in twee jaar van 20%, via 9% naar 5%.

In de jaren '20 ging de maatschappij over tot het vernieuwen van haar vloot. Achtereenvolgens werden in dienst gesteld de passagiersschepen JAN NIEVEEN, HARM NIEVEEN en de vrachtschepen GRONINGEN VI en VII, ZUIDERZEE en SNEEK VII. In 1933 breidde zij haar activiteiten uit met een vrachtautodienst tussen Groningen en Lemmer in aansluiting op de nachtboot, die om 4.00 uur 's morgens in Lemmer aankwam. En in 1939 werd de dienst uitgebreid met een dagelijkse beurtdienst van Groningen via Lemmer en Amsterdam naar Zaandam en een dienst van Groningen via Lemmer naar Rotterdam. Niet zonder kleerscheuren kwam de rederij de oorlog door. De JAN NIEVEEN en de SNEEK VI waren beschadigd, de GRONINGEN IV was gezonken en vijf andere schepen waren in het buitenland. In 1946 werd het wrak van de GRONINGEN IV gelicht, dat onherstelbaar bleek. In 1948 werd de Groningen- Lemmer Stoomboot Maatschappij samen met Reederij Van Swieten en de Groninger- Rotterdammer Stoombootmaatschappij ondergebracht in een nieuwe maatschappij, genaamd Groninger Beurtvaart. Op 5 oktober 1953 werd deze maatschappij omgezet in een naamloze vennootschap, die in 1955 achttien schepen in de vaart had. Pas in 1952 werd de passagiersdienst hervat met de gemoderniseerde JAN NIEVEEN; deze dienst werd gezamenlijk uitgevoerd met Rederij Koppe uit Amsterdam. In 1958 werd deze lijndienst opgeheven. Een van de voormalige kapiteins ontdekte in 1977 de JAN NIEVEEN in de haven van Middelharnis. Het schip werd gekocht en de Maatschappij tot exploitatie M.S. Jan Nieveen werd opgericht. Vanaf juni 1978 vaart de JAN NIEVEEN in de zomer tussen Lemmer en Enkhuizen en voert daarnaast toeristische tochten uit naar onder andere Urk en Hoorn.

(In 1710 kreeg Albert Hannus uit Lemmer een vergunning om een veerdienst tussen Amsterdam en Lemmer op te zetten met houten zeilschepen. In 1828 werd het eerste stoomschip ingezet op de lijn Amsterdam-Lemmer. Het stoomschip ''Lemmer'' werd in 1865 in de vaart genomen. Behalve vracht nam het ook passagiers mee).

JAN NIEVEEN.

Type: Stoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij, Groningen. Bouwjaar: 1928

Afgevoerd: 1958 Werf: Arnhemsche Scheepsbouw Maatschappij, Arnhem, no. 219
Lengte over alles: 45,40 m
Lengte tussen de loodlijnen: 43,75 m
Breed over berghouten: 6,73 m
Breed over hoofdspant: 6,40 m
Hol: 2,75 m
Diepgang: 1,80 m (leeg)
Laadvermogen: 128,925 ton. Na hermeting op 17 december
1930: 146,341 ton

Machine (1): 4 cilinder quadruple expansie machine
Aantal pk: 260 ipk
Cilinder diameter: 0,254 m ; O.3 556 m; 0,508 m; 0,730 m
Slag: 0,3556 m
Gebouwd door: Arnhemsche Scheepsbouw Maatschappij, Arnhem, no. 389
Machine (2): In 1952 voorzien van 4 cilinder motor
Aantal pk: 250 epk
Gebouwd door: Appingedammer Brons Motorenfabriek, Appingedam, no. 4 ED 10122

Ketel: 1, voor de machine
Type: Schotse vlampijpketel
Stoomdruk: 17 atm
Verwarmend oppervlak: 90 m2
Gebouwd door: Arnhemsche Scheepsbouw Maatschappij, Arnhem, no. 424
Diameter schroef: 1,56 m

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Groningen- Lemmer-Enkhuizen-Amsterdam. In 1952 verbouwd tot motorschip voor passagiers. Op 19 februari 1960 verkocht aan W.Tieleman te Rotterdam en herdoopt in IJSSELHAVEN. Op 29 december 1961 overgenomen door N.V. Verenigde Onafhankelijke Sleepdienst te Rotterdam. Op 4 februari 1975 verkocht aan J. S. van Gurp in Stad aan 't Haringvliet en herdoopt in WOLGA. Op 9 maart 1977 verkocht aan P. A. Burgers te Lemmer, C. Visser te Gorredijk, S. van Burg te Lemmer, H.J. Portdijk te Lemmer en de Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer Lemmer en Omstreken en herdoopt in JAN NIEVEEN. Op 10 oktober 1978 overgenomen door de Maatschappij tot Exploitatie van het Motorschip Jan Nieveen B.V. te Lemmer.

 

S.S. JAN NIEVEEN, I928-I952

 

 M.S. JAN NIEVEEN, I952-I960

 

M.S. IJSSELHAVEN, I960-I975

 

M.S. JAN NIEVEEN, 1977

 

M.S. JAN NIEVEEN, I978-I981

Jan Nieveen

 

 

Hier is goed het kantoor van de "Lemster Stoomboten" te zien wat destijds gevestigd was op de Prins Hendrikkade te Amsterdam. Links het Stads Waterkantoor. De waterschout (Politieambtenaar die toezicht houdt op scheepsvolk en de aanmonstering daarvan) hield kantoor in het Zeegerecht. Van 1834 tot 1884 had de waterschout een kantoor in de Schreierstoren en later in het Zeemanshuis gelegen aan het Oosterdok.

 

Harlingen, het stoomschip "MINISTER KRAUS" verlaat de haven, circa 1920

HARLINGEN.

Zuiderzee Stoomboot Maatschappij: Het is niet bekend wanneer deze rederij is opgericht. In 1864 begon zij een dienst van Harlingen via Stavoren naar Amsterdam met het radeerstoomschip STAD LEEUWARDEN, dat in 1861 was gebouwd voor een dienst van Zwolle naar Amsterdam. Het jaar daarop werd in opdracht van de rederij een nieuw schip gebouwd door J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen aan de Lek: COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS. De Zuiderzee Stoomvaart Maatschappij werd in 1885 failliet verklaard, maar beide schepen werden na een paar maanden van de schuldeisers teruggekocht, waarna zij nog tot 1889 op deze lijn hebben gevaren. In dat jaar werden beide schepen verkocht aan C. Bosman te Alkmaar. De STAD LEEUWARDEN is toen waarschijnlijk gesloopt en de BARON VAN PANHUYS werd ingrijpend verbouwd en ingezet — onder de naam ZUIDERZEE — als reserveboot van de veerdienst Enkhuizen-Stavoren.

STAD LEEUWARDEN, 1861

 

COMMISSARIS DES KONINGS, BARON VAN PANHUYS, 1865 STAD LEEUWARDEN

Stad Leeuwarden.

Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Zuiderzee Stoomboot Maatschappij, Harlingen.
Bouwjaar: 1861
Aangekocht: 1864
Afgevoerd: 1889
Waterverplaatsing: 142 ton

Machine: 2 cilinder hellende lagedruk machine.
Aantal pk: 50 npk
Gebouwd door: D. Christie & Zn., Delfshaven.

Ketel (1): 1, achter de machine
Type: Kistketel.
Stoomdruk: 1,4 atm
Verwarmend oppervlak: 82 m2
Gebouwd door: D. Christie & Zn., Delfshaven.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1882.
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,72 atm
Verwarmend oppervlak: 86 m2
Gebouwd door: H. & J. Suyver, Amsterdam.
Raderen met vaste houten borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Zwolle-Amsterdam van W. Meeter te Zwolle onder de naam ZWALUW. In 1864 verkocht aan de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij en herdoopt in LEEUWARDEN. Dit schip was een houten gladdekboot. Op 12 november 1879 is zij bij Harlingen vergaan, maar kon naderhand worden gelicht en weer in de vaart worden gebracht. Op 5 december 1889 werd zij gekocht door C. Bosman te Alkmaar. De acte voor de stoomketel werd in september 1890 ingetrokken; het schip is toen gesloopt.
 

COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS.

Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Zuiderzee Stoomboot Maatschappij, Harlingen.
Bouwjaar: 1865
Afgevoerd: 1889
Werf: J. & K. Smit's Scheepswerven, Krimpen aan de Lek, no. 64
Lengte over alles: 51 m
Breed over hoofdspant: 5,40 m
Hol: 2,38 m
Laadvermogen: 270 ton

Machine (1): 2 cilinder hellende lagedruk machine
Aantal pk: 90 npk
Gebouwd door: D. Christie & Zn., in Delfshaven
Machine (2): 2 cilinder hellende compound machine
Aantal pk: 64 npk
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar

Ketel (1): 1, achter de machine
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,57 atm
Verwarmend oppervlak: 100 m2
Gebouwd door: D. Christie & Zn., Delfshaven. Deze ketel werd in 1864 gerepareerd door Maatschappij 'De Atlas' te Amsterdam en in 1874 door Suyver & Jonker te Amsterdam. De ketel had hierna een verwarmend oppervlak van 82 m2.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1889.
Type: Schotse ketel.
Stoomdruk: 6,7 atm
Verwarmend oppervlak 96 m2
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar. Raderen met beweegbare IJzeren borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Harlingen- Stavoren-Amsterdam. Zij was een schip met rechte voorsteven, elliptische achtersteven, mast met steng en gaffel en een schoorsteen achter de raderkasten. In 1888 kwam zij in bezit van P. Meeter, ondernemer van de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij. In 1889 werd zij verkocht aan C. Bosman te Alkmaar, die haar in de vaart bracht als reserveboot voor de dienst Enkhuizen-Stavoren onder de naam ZUIDERZEE. In 1904 bracht Bosman haar over naar Oostende om met het schip excursietochten op de Noordzee te maken. Zij werd herdoopt in REINE DES PLAGES. Deze tochten werden geen succes en het schip werd aan onbekende Belgische reders verkocht.

Foto van Gerben Hoekstra, waarop staat te lezen "Maatschappij 'De Atlas' Amsterdam 1852


HARLINGER STOOMBOOT REEDERIJ.

De lijn van Harlingen via Enkhuizen naar Amsterdam werd door deze rederij in juni 1828 geopend met de houten raderstoomboot PRINS FREDERIK. Deze onderneming stond gedeeltelijk onder directie van de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, welke in 1825 was opgericht door de bekende stoomvaartpionier Paul van Vlissingen. Een groot succes werd deze dienst niet, want op 21 november 1828 werd de dienst gestaakt wegens gebrek aan passagiers. Het schip stond slecht aangeschreven bij het publiek vanwege de gebrekkige inrichting en de ongeregelde uitvoering van de diensten. In de jaren daaropvolgend voer het schip alleen in het vroege voorjaar tot in 1835 het schip werd verkocht en de rederij werd geliquideerd. De rederij werd onder dezelfde naam heropgericht - waarschijnlijk in 1851 - en liet in 1852 het IJzeren raderstoomschip STAD HARLINGEN bouwen. Een tweede raderboot, de WILLEM III liet zij in 1865 bouwen. De reis van Harlingen naar Amsterdam duurde ongeveer zes uur en werd twee maal per dag onderhouden. De prijzen voor de overtocht bedroegen: 1 ste klasse salon ƒ4,— en 2de klasse salon ƒ2,50 per persoon. De Harlinger Stoomboot Reederij werd op 1 januari 1886 geliquideerd en de beide schepen werden verkocht aan de machinefabriek Gebr. H. & J. Suyver te Amsterdam.

 

WILLEM III, 1865

WILLEM III

Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Harlinger Stoomboot Reederij, Harlingen.
Bouwjaar: 1865
Afgevoerd: 1886
Werf: Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Fijenoord
Lengte over alles: 53,55 m
Breed over raderkasten: 10,41 m
Breed over hoofdspant: 5,06 m
Hol: 2,65 m
Diepgang: 1,60 m zonder ballast
Waterverplaatsing: 245 ton

Machine: 2 cilinder oscillerende lagedruk machine
Aantal pk: 80 npk
Cilinder diameters: 0,94 m
Slag: 0,915 m
Gebouwd door: vermoedelijk Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Fijenoord.

Ketel (1): 1, achter de machine
Type: Kistketel
Gebouwd door: vermoedelijk Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Fijenoord.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1871
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,37 atm
Verwarmend oppervlak: 110 m2
Gebouwd door: Maatschappij de Atlas, Amsterdam.

Ketel (3): Nieuwe ketel in 1884
Type: Lagedrukketel
Stoomdruk: 2,06 atm
Verwarmend oppervlak: 135 m2
Gebouwd door: H.&J. Suyver, Amsterdam.

Raderen met vaste IJzeren borden, later beweegbaar.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Harlingen- Stavoren-Enkhuizen-Amsterdam. Na liquidatie van de rederij in 1886 werd zij verkocht aan de Machinefabriek Gebr.H.&J. Suyver te Amsterdam, die het schip nog enige tijd op de oude dienst in de vaart hield. In 1889 huurde C. Bosman de WILLEM III ter vervanging van de gezonken FRIESLAND van de veerdienst Enkhuizen-Stavoren.

KAMPEN.

Kampen, met het stoomschip ZUIDERZEE, circa 1935



Gebr. De Groot Kamper Stoomboot Maatschappij.

Het eiland Urk was voor communicatie met de wal aangewezen op vervoer per schip. Het contact werd onderhouden met roeiboten en in de 18de eeuw bestond er een vrij geregelde veerdienst op Kampen; twee kofschepen werden gebruikt voor vrachtvervoer naar Amsterdam. Rond het midden van de 19de eeuw voer er eenmaal per week een postschuit naar Kampen, later twee maal en in 1870 drie maal per week. Na enkele jaren werd een tweede schip ingezet, waardoor er dagelijks een afvaart kon worden uitgevoerd. Een werkelijk goede verbinding met de wal kreeg Urk per 1 april 1890 toen Gebr. De Groot uit Kampen een schroefstoombootdienst opende van Kampen via Urk naar Enkhuizen. De bewoners van Urk konden sindsdien in één dag op en neer naar Kampen of Enkhuizen, iets wat voordien niet mogelijk was.
Bovendien kon dit schip bij vorst langer doorvaren dan de postschuit had gekund. Met uitzondering van de zondagen werd de dienst dagelijks uitgevoerd met het nieuwe schip, de MINISTER HAVELAAR. Door deze dienst was het isolement van Urk aanmerkelijk verkleind en dat werd verder teruggebracht toen in 1897 een telefoonverbinding met de wal tot stand kwam. De bootverbinding voldeed zo goed, dat in 1902 een tweede schip, de BARON RENGERS, in de vaart werd gebracht. Dit schip had een capaciteit van 500 passagiers. In 1911 werd de rederij omgezet in de N.V. Kamper Stoomboot Maatschappij, die zich tot doel stelde passagiers, vee en goederen te vervoeren en de postdiensten tussen Kampen, Urk en Enkhuizen te verzorgen. Tot directeuren werden benoemd de gebroeders De Groot. Zij kregen onderling onenigheid en dat leidde ertoe dat een van de directeuren in 1914 uit de rederij trad en met hulp van Urker notabelen de N.V. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij 'Urks Belang' oprichtte. Tussen beide ondernemingen ontstond een moordende concurrentie. De Urkers steunden hun eigen onderneming; de Kamper Stoomboot Maatschappij moest toen deze lijn wel opgeven.
 

BARON RENGERS.

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen.
Eigenaar: Gebr. De Groot, Kampen
Bouwjaar: 1902
Afgevoerd: 1927
Werf: Gebr. Boele, Bolnes
Lengte over alles: 28,60 m
Breed over hoofdspant: 5,98 m
Diepgang: 2,10 m, beladen
Laadvermogen: 117,176 ton; na hermeting op
11 mei 1911: 69,14 ton; na hermeting op 27 mei 1927:
38,848 ton

Machine: 2 cilinder
Aantal pk: 35 npk
Gebouwd door: Firma Löhnis & Co, Rotterdam.
Ketel: 1, voor de machine
Gebouwd door: Firma Löhnis & Co, Rotterdam.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Kampen- Amsterdam en Kampen-Urk-Enkhuizen. In 1911 gekocht door de N.v. Kamper Stoomboot Maatschappij te Kampen. In 1912 overgegaan naar de Inspectie der Visscherijen te Den Haag. Op 27 mei 1927 verkocht aan Barend Schipper te Harderwijk en herdoopt in BURGEMEESTER KEMPERS. Op 11 april 1928 verkocht aan N.v. Harderwijker Stoomboot Maatschappij te Harderwijk; niet herdoopt. Op 6 december 1934 overgenomen door Eerste Urker Stoomboot Maatschappij 'Urks Belang' en herdoopt in SIRENA. Op 30 december 1959 werd zij voor sloop afgevoerd.

 

BARON RENGERS 1902.

 

DIRECTEUR-GENERAAL JHR. VON GEUSAU.

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: N.v. Kamper Stoomboot Maatschappij, Kampen.
Bouwjaar: 1915
Afgevoerd: 1921
Werf: Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, Arnhem, no. 155
Lengte tussen de loodlijnen: 32,78 m
Breed over berghouten: 5,88 m
Breed over hoofdspant: 5,50 m
Hol: 2,70 m
Laadvermogen: 38,35 ton

Machine: 3 cilinder diagonale triple expansie machine
Aantal pk: 170 ipk
Cilinder diameter: 0,2413 m; 0,3937 m ; °»635 m
Slag: 0,3556 m
Gebouwd door: Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, Arnhem, no. 316

Ketel: 1, voor de machine, 2 vuren
Type: Schotse vlampijpketel
Stoomdruk: 14,5 atm
Verwarmend oppervlak: 83,5 m2
Gebouwd door: Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, Arnhem, no. 332

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Kampen- Urk-Enkhuizen. Zij was een bekende ijsbreker. Het schip werd in 1921 verkocht aan de N.V. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij 'Urks Belang' en bleef onder dezelfde naam varen.

 

DIRECTEUR-GENERAAL JHR. VON GEUSAU, 1915-circa 1938

 

DIRECTEUR-GENERAAL JHR. VON GEUSAU, circa 1938-1949

 

Foto van Robert.M. van 't Hul. www.kampeninbeeld.nl Het is onbekend welk stoomschip op deze afdruk te zien is, wilt u bij herkenning, dit a.u.b. doorgeven.

 

 

Zwolle, Nieuwe Havenbrug met de Zwolse nachtboten, circa 1910

ZWOLLE.

Zwolsche Stoomboot Maatschappij.

Deze maatschappij werd op 20 juli 1841 te Zwolle opgericht en opende op 12 september 1842 een dienst van Zwolle via Kampen naar Amsterdam met het nieuwgebouwde stoomschip STAD ZWOLLE. De dienst werd in 1852 uitgebreid met een tweede schip: DE STAD AMSTERDAM. Sindsdien werd de dienst op Amsterdam dagelijks uitgevoerd. In 1861 werd de STAD ZWOLLE vervangen door een nieuw, gelijknamig schip en in 1864 werd ook DE STAD AMSTERDAM vervangen. De Zwolsche Stoomboot Maatschappij werd in 1891 geliquideerd en de beide schepen werden geveild, DE STAD AMSTERDAM werd gekocht door S.L. Goberts te Middelburg. De koper van de STAD ZWOLLE was C. Bosman uit Alkmaar, die de dienst voortzette en het in 1857 gebouwde raderstoomschip PRINS VAN ORANJE uit zijn vloot als reserveschip inzette. In 1896 verkocht Bosman deze rederij aan D. A. Verschure te Amsterdam. Twee nieuwe schroefboten, ZWOLLE en KAMPEN, liet hij in 1899 voor deze dienst bouwen. In die driejaar is de naam gewijzigd in Zwolsche Nachtstoomboot Onderneming, een rederij die hierna aan de orde zal komen.

STAD ZWOLLE.

Type: IJzeren raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: Zwolsche Stoomboot Maatschappij, Zwolle.
Bouwjaar: 1861
Afgevoerd: 1891
Werf: F. Kloos, Alblasserdam.
Lengte over alles: 44,75 m
Lengte tussen de loodlijnen: 42,75 m
Breed over raderkasten: 10 m
Breed over hoofdspant: 5,36 m
Diepgang: 1,70 m (leeg)
Laadvermogen: 104,626 ton

Machine (1): 2 cilinder oscillerende lagedruk machine.
Aantal pk: 45 epk; 65 npk
Gebouwd door: Christie & Nolet, Delfshaven.
Machine (2): In 1885 verbouwd tot of vervangen door een 2 cilinder diagonale compound machine.
Gebouwd door: J.F. Meursing, Amsterdam.

Ketel (1): 1, voor de machine.
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,4 atm
Verwarmend oppervlak: 90 m2
Gebouwd door: Christie & Nolet, Delfshaven.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1863
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,4 atm
Verwarmend oppervlak: 95 m2
Gebouwd door: Ch. Marcellis, Luik.

Ketel (3): Nieuwe ketel in 1885
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 6,2 atm
Verwarmend oppervlak: 72 m2
Gebouwd door: J.F. Meursing, Amsterdam.
Raderen met beweegbare IJzeren borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Zwolle- Kampen-Amsterdam. Zij was een schip met clippersteven en platte spiegel. Toen C. Bosman de Zwolsche Stoomboot Maatschappij in 1891 kocht, kwam ook de STAD ZWOLLE in zijn bezit. In 1896 nam D. A. Verschure deze dienst over; tot 1899 bleef het schip in dezelfde dienst varen. Toen werd zij opgelegd en door Verschure als drijvende werkplaats gebruikt. In 1909 werd zij gesloopt.

 

STAD ZWOLLE, 1861

 

Foto van Robert.M. van 't Hul. www.kampeninbeeld.nl op het onderschrift van de foto staat vermeld "De S.S. Zwolle op de IJssel bij Kampen 19-3-1901.

 

Foto van Robert.M. van 't Hul. www.kampeninbeeld.nl Stoomboot -Zwolle op den IJssel bij Kampen 1903.

 

Foto van Robert.M. van 't Hul. www.kampeninbeeld.nl IJsselgezicht, 1911. Het is onbekend welk stoomschip op deze afdruk te zien is, wilt u bij herkenning, dit a.u.b. doorgeven.

 


DE STAD AMSTERDAM.

Type: IJzeren raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: Zwolsche Stoomboot Maatschappij, Zwolle.
Bouwjaar: 1864
Afgevoerd: 1891
Werf: F. Kloos, Alblasserdam.
Lengte over alles: 46,75 m
Breed over raderkasten: 9,65 m
Waterverplaatsing: 135 ton

Machine: 2 cilinder oscillerende lagedruk machine.
Aantal pk: 60 npk

Ketel (1): 1, achter de machine
Type: Kistketel
Stoomdruk: 1,37 atm

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1874
Type: Lagedrukketel
Stoomdruk: 2,07 atm
Verwarmend oppervlak: 92 m2
Gebouwd door: Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Fijenoord.
Raderen met beweegbare IJzeren borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Zwolle- Kampen-Amsterdam. Zij werd in 1891 verkocht aan S.L. Goberts te Middelburg.

 

DE STAD AMSTERDAM, 1864

 

Urk, haven met pinksterdrukte rondom de zojuist aangekomen INSULA, circa 1930


URK

N.V. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij 'Urks Belang'

Nadat in 1914 de directeuren van de Kamper Stoomboot Maatschappij ruzie kregen, stichtte één van hen met hulp van Urker notabelen de N.V. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij 'Urks Belang'. De naam van de nieuwe onderneming drukte duidelijk een filosofie uit: een eigen verbinding met de wal van en voor Urkers. Op 15 mei 1915 werd de dienst begonnen met het stoomschip EILAND URK, dat op de trajecten Kampen- Urk en Urk-Enkhuizen voer. In de loop der jaren werd de vloot uitgebreid met de schepen DIRECTEUR-GENERAAL JHR VON GEUSAU, INSULA, IDONEA, OSTERA, SIRENA en TOERIST. Het recht van postvervoer en de bijbehorende rijkssubsidie werden overgenomen van de Kamper Stoomboot Maatschappij. In 1934 nam de rederij het initiatief Urk voorgoed uit het isolement te halen. Met de KLM sloot zij een overeenkomst, waarbij de luchtvaartmaatschappij zich verplichtte om in de wintermaanden, wanneer de schepen niet meer door het ijs konden varen, drie maal per week post, passagiers en vracht per vliegtuig naar Urk te vliegen. Het vliegveld van Urk bestond uit een weiland van 300 x 200 m. Toen in december 1938 een van de schepen in het ijs vast zat, werd de post van boord gehaald om door de KLM naar Urk te worden gevlogen. Het vliegtuig vloog echter zo laag over de menigte heen, dat een jongen door de staart werd geraakt en overleed. Daarna vertrouwde men weer op de beroemde Urker ijs vlet voor contract met de wal in de wintermaanden. Het droogleggen van de Noord-Oost Polder had voor de bootdienst verstrekkende gevolgen. Tijdens de tweede wereldoorlog, toen de polder al klaar was, maar nog geen vervoer per autobussen kende, bleef de boot naar Kampen varen. In 1948 was Urk over de weg bereikbaar geworden. De dienst op Kampen werd toen gestaakt. De dienst Urk-Enkhuizen bleef bestaan, maar floreerde spoedig niet meer. De rederij werd in 1959 geliquideerd. De roerende en onroerende goederen werden overgenomen door P. Hakvoort, die de zaak in 1962 doorverkocht aan L. Kamper. In 1968 nam J. van den Berg de rederij over en in 1980 werden A. Bos te Heerenveen en P. Venema te Amsterdam eigenaars. De vloot bestond uit de INSULA en de PRINS CLAUS. De INSULA is door Bos en Venema verkocht, zodat alleen de PRINS CLAUS nog in de vaart is op de toeristische dienst Urk-Enkhuizen.

INSULA.

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen Eigenaar: N.V. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij
'Urk's Belang', Urk.
Aangekocht: 1923
Afgevoerd: 1977
Lengte over alles: 36 m
Breed over hoofdspant: 5,75 m
Diepgang: 2,07 m (beladen)
Laadvermogen: 47,5 ton

Machine (1): 2 cilinder diagonale compound machine
Aantal pk: 120 ipk
Machine (2): In 1956 voorzien van een motor.

Ketel: I, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 9 atm
Verwarmend oppervlak: 66 m2
Gebouwd door: Schaubach & Graeme, Lutzel-Coblenz, no.3578.

Bijzonderheden: Zij werd gebouwd voor H. Hamann te Vallendar en kreeg de naam DEUTSCHER KAISER WILHELM 11. Gekocht in 1923 en bestemd voor de dienst Kampen- Urk-Enkhuizen en herdoopt in INSULA. In 1953 verbouwd tot motorschip en herdoopt in BURGEMEESTER KEIJZER. In 1958 herdoopt in INSULA. H.J. van Dijk te Kampen kocht het schip in 1977, die het verhuurde aan sportvissers. In 1979 verkocht aan S. Heerschop te Tjalhuizem. Op 1 december 1980 verkocht aan K. Salverda te Franeker. Het schip behield de naam INSULA.

 

Deutscher KAIser Wilhelm II, 1898-1922.

 

Insula, 1923-circa 1930.

 

INSULA, circa 1930-1953.

 

Burgemeester Keijzer, 1953-1958.

 

INSULA, 1980-heden.

 

Sirena, 1934-1959


SIRENA.

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: N.v. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij

'Urk's Belang', Urk
Bouwjaar: 1902
Aangekocht: 1934
Afgevoerd: 1959
Werf: zie BARON RENGERS

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Kampen-Amsterdam van Gebr. De Groot te Kampen. Zij voer onder de naam BARON RENGERS. Verkocht op 27 mei 1927 aan Barend Schipper te Harderwijk en geplaatst op de dienst Harderwijk-Amsterdam; herdoopt in BURGEMEESTER KEMPERS. Gekocht op 6 december 1934 voor de dienst Kampen- Urk-Enkhuizen en herdoopt in SIRENA. Op 30 december 1959 werd zij voor sloop afgevoerd.

Nadat in 1914 de directeuren van de Kamper Stoomboot Maatschappij ruzie kregen stichtte één van hen met hulp van Urker notabelen de N.V. Eerste Urker Stoombootmaatschappij "URKS BELANG" op. De naam van de onderneming drukte duidelijk een filosofie uit: een eigen verbinding met de wal van en voor Urkers. Op 15 mei 1915 werd de dienst begonnen met het stoomschip Eiland Urk, dat op de trajecten Kampen-Urk en Urk-Enkhuizen voer. In de loop de jaren werd de vloot uitgebreid. Het recht van postvervoer en de bijbehorende rijkssubsidie werden overgenomen van de Kamper Stoomboot Maatschappij.

 

Harderwijk, de STAD HARDERWIJK verlaat de haven, links op de achtergrond de BURGEMEESTER KEMPERS, circa 1930
 

HARDERWIJK.

N.V. Stoomboot Maatschappij Holland-Veluwe Lijn. Hoewel Harderwijk een stad aan het water was, bezat zij geen goede haven. Eeuwenlang ging de vloot op de rede voor anker. Herhaaldelijk zijn pogingen ondernomen tot aanleg van een haven, maar een zandbank voor de kust vormde een onoverkomelijke hinderpaal. Het duurde tot 1925, toen met grote zeewaardige baggermolens en zandzuigers begonnen werd een deel van de zandbank weg te zuigen, dat een vaargeul en een haven werden aangelegd. Het was het 'Comité van Actie' opgericht door de handeldrijvende middenstand, onder aanvoering van de bekende actievoerder tegen het afsluiten van de Zuiderzee E. den Herder, die het initiatief hiertoe had genomen. Veel medewerking van het gemeentebestuur kreeg dit comité niet; ook beurtschippers en vissers werkten tegen. Het comité vond ook dat er een stoombootverbinding met Amsterdam moest komen. Op de dag dat de vaargeul klaar kwam — 26 augustus 1925 — richtte zij de N.V. Stoomboot Maatschappij Holland-Veluwe Lijn op. Er werd gezocht naar een geschikt schip met weinig diepgang. Uiteindelijk werd een raderstoomboot, die op de Rijn had gevaren, gekocht. Het schip werd te Arnhem verbouwd tot een zeewaardige passagiersboot met accommodatie voor 600 passagiers. Op 24 mei 1926 werd met dit schip, dat de naam STAD HARDERWIJK kreeg, de dienst op Amsterdam geopend. Al in het eerste jaar bleek deze dienst een succes te zijn: niet minder dan 17.000 passagiers werden vervoerd. Als tegenmaatregel gingen de beurtschippers — hoewel volgens de wet daartoe niet gemachtigd - ook passagiers vervoeren en wel tegen de halve prijs. Een van de beurtschippers, Barend Schipper, begon een stoombootdienst op Amsterdam met het schip de BURGEMEESTER KEMPERS, dat in 1927 6000 passagiers vervoerde. Als reactie ging de Holland-Veluwe Lijn ook goederen vervoeren. Een hevige concurrentiestrijd ontbrandde. Het aanbod van passagiers was zo groot dat de Holland-Veluwe Lijn besloot een tweede schip aan te schaffen, zodat per dag ook een retourdienst onderhouden kon worden. In 1927 werd het motorschip UDDELERMEER, met een capaciteit van 225 passagiers, in de vaart gebracht. Het ging de rederij voor de wind; in 1927 werden 22.000 passagiers vervoerd en in 1928 25.000. Daarom bestelde zij in 1929 een nieuwe salonmotorboot. De bouw verliep geenszins vlekkeloos en het duurde tot juni 1931, het jaar dat Harderwijk zijn 700-jarig bestaan vierde, eer deze boot in dienst gesteld kon worden. Het fraaie nieuwe stoomschip, KASTEEL STAVERDEN, kon 800 passagiers vervoeren.

De Holland-Veluwe Lijn beschikte nu over een goede vloot; twee passagiersschepen en de UDDELERMEER als reserve en vrachtschip. Maar door de nog steeds woedende concurrentie waren de vervoersprijzen zo laag, dat er nauwelijks winst werd gemaakt. De vloot kwam niet dan met aanzienlijke schade de oorlog door. In 1945 werden de STAD HARDERWIJK en de ERMELO door het personeel van de rederij opgeknapt, maar KASTEEL STAVERDEN was zo gehavend, dat zij door een werf moest worden hersteld. Tegelijk met de herstelwerkzaamheden werd dit schip in 1945 met 15 m verlengd en grondig verbouwd, zodat de accommodatie vergroot werd tot 1600 passagiers. De rederij staakte haar diensten in 1951. De twee resterende schepen, ERMELO en KASTEEL STAVERDEN werden gekocht door Rederij Flevo te Harderwijk, die de dienst tot heden exploiteert.


STAD HARDERWIJK.

Type: Stalen raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: N.V. Stoomboot Maatschappij Holland-Veluwe Lijn, Harderwijk.
Bouwjaar: 1894
Aangekocht: 1926
Afgevoerd: 1950
Werf: L. Smit & Zn., Kinderdijk, no. 556
Lengte over alles: 48,13 m
Lengte tussen de loodlijnen: 46,50 m
Breed over raderkasten: 10,33 m
Breed over hoofdspant: 5,35 m
Hol: 2,50 m
Diepgang: 1,40 m (leeg)
Laadvermogen: 102,51 ton

Machine (1): 2 cilinder hellende compound machine, gebouwd 1885
Aantal pk: 35 npk; 175 ipk
Gebouwd door: Diepenveen, Lels & Smit, Kinderdijk

Machine (2): Nieuwe 2 cilinder hellende compound machine
Cilinder diameter: 0,4826 m; 0,8382 m
Slag: 0,6096 m
Gebouwd door: Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij, Arnhem, no. 141

Ketel (1): 1, achter de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 5,6 atm
Verwarmend oppervlak: 89 m2
Gebouwd door: Diepenveen, Lels & Smit, Kinderdijk.

Foto's van Albert Verhagen.

 

CONCORDIA IV, 1894

 

CONCORDIA IV, niet gedateerd.

 

CONCORDIA IV, niet gedateerd.

 

STAD HARDERWIJK, I926

 

STAD HARDERWIJK, niet gedateerd.

 

STAD HARDERWIJK, niet gedateerd.

 

STAD HARDERWIJK, 1950.

 

Kasteel Staverden, 1929.

 

Kasteel Staverden, niet gedateerd.

 

Kasteel Staverden, circa 1935.

 

Kasteel Staverden, 1945-1951.

 

Kasteel Staverden, 1952-heden.

Barend Schipper.

Aangelokt door het succes van de Holland-Veluwe Lijn begon een van de beurtschippers, de hiervoor al genoemde Barend Schipper uit Harderwijk per 1 juli 1927 een stoombootdienst op Amsterdam. Hij bracht een stoomschip, overgenomen van de dienst tussen Kampen en Amsterdam, in de vaart onder de naam BURGEMEESTER KEMPERS. Het schip was genoemd naar M.G.J. Kempers, die van 1903 tot 1928 burgemeester was van Harderwijk. De burgemeester stond aan de kant van de vissers en de beurtschippers en moest niets hebben van de handeldrijvende middenstand, die het initiatief had genomen tot het aanleggen van de vaargeul en de haven èn het oprichten van de Holland-Veluwe Lijn. De dienst van Schipper werd een succes: in 1927 vervoerde hij 6000 passagiers en in 1928 liep dat op tot bijna 8500 passagiers. In hetzelfde jaar zette Schipper zijn onderneming om in N.V. Harderwijker Stoomboot Maatschappij. Hij bracht op 22 juni 1931 een tweede stoomschip, onder de naam ESPERANTO, in de vaart. De naam van de onderneming werd toen gewijzigd in: De Veluwsche Packet. Toen hij in 1934 de BURGEMEESTER KEMPERS aan de N.V. Eerste Urker Stoomboot Maatschappij 'Urks Belang' verkocht, hield de passagiersdienst op te bestaan. Schipper ging waarschijnlijk door met een beurtdienst op Amsterdam en de Zaanstreek.


BURGEMEESTER KEMPERS.

Type: Stalen stoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: Barend Schipper, Harderwijk.
Bouwjaar: 1902
Aangekocht: 1927
Afgevoerd: 1928/1934
Werf: zie BARON RENGERS

 


BURGEMEESTER KEMPERS, 1927-1928.

 

| 1 | 2 | 3 |

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.