Historie

Friesland

Lemmer

 

Welkom bij Spanvis.

 

Wie zoekt Wie

Zoekfoto

Genealogie

 


 

 

Sta een ogenblik stil...

 

 

Onderwerpen die op deze pagina staan

 

 
 

De Stenen Man.

Locatie: Appelweg, Leusden. Dit monument staat bij het voormalige kamp Amersfoort, aan het einde van de schietbaan. Op deze plaats werden op 8 maart 1945 49 kampgevangenen neergeschoten, als represaillemaatregel voor de aanslag op een hoge SS-leider.

 

 

Het lijkt lang geleden: de bezetting van Nederland. Plotseling waren wij overgeleverd aan mensonterend recht, aan alles overheersende duisternis. Gelukkig zijn er toen mensen opgestaan die het niet namen. Gewone mensen die, luisterend naar de stem van hun geweten, meer dan naar de fluisterstem van hun angst, opkwamen voor recht en ontrechten, voor vrijheid uit licht geboren.

 

Dankzij hun moed en dankzij de offers van vele levens, is er weer een andere tijd aangebroken, wij halen weer in vrijheid adem. Ter nagedachtenis aan deze mensen en hun daden zijn tekenen van steen opgericht. Als wij dreigen te vergeten dat vrijheid en recht ongewoon zijn, gewonnen door bloed, roepen deze geheugenstenen ons terug naar de prijs van de overwinning: het offer. Het blijft noodzakelijk, ook voor naoorlogse generaties, daarbij stil te staan.

 

Hij staat er als een herinnering, met een gebalde vuist en een naar houvast, onmacht zoekende hand.

 

Foto J. v.d. Werf: Ereveld Lemmer - 44 graven.

 

'The Cross of Sacrifice'. Het kruis van de opoffering.

Opgericht op alle grotere Britse erevelden, evenals 'De steen van herinnering'. Inrichting van Britse erevelden is uniform in alle 140 landen waar de Commonwealth War Graves Commission verantwoordelijk is voor het onderhoud van de oorlogsgraven.

London: Compiled and Published bij order of the imperid War Graven Commission 1958. Dit naams-registerboek in het Engels ligt ook in een kastje in het gebouw op de begraafplaats te Lemmer. Onder de vele namen in dit boek van de gesneuvelde geallieerden, ook de namen van hen die in Lemmer hun laatste rustplaats vonden.

Sta een ogenblik stil.

De overwinning op Hitler-Duitsland, komt pas in zicht na de invasie van de geallieerden in Normandië op D-day, 6 juni 1944. 'The eyes of the world are upon you. The hopes and prayers of liberty loving people everywhere march with you' -zegt generaal Eisenhower tegen de troepen de dag voor ze vertrekken. Maar ook de dood marcheert mee en de weg naar de vrijheid is lang. In verbeten gevechten, vaak man tegen man, verliezen tienduizenden hun leven. De strijd duurt nog tot 9 mei 1945 voor het laatste Duitse legerbericht luidt: 'Aan alle fronten zwijgt het geschut.'

Bij velen wordt de vreugde over de bevrijding diep overschaduwd door het verlies van dierbaren. De prijs is onvoorstelbaar hoog. De Verenigde Staten van Amerika betreuren driehonderd zestigduizend gesneuvelde soldaten, Polen en Groot-Brittannië elk driehonderdduizend. Frankrijk rouwt om tweehonderdduizend soldaten, Canada om honderd twaalfduizend. De Sovjet-Unie krijgt een verlies te verwerken van zes miljoen gedode soldaten. Deze trieste balans laat zich niet meer lezen, ze gaat ons voorstellingsvermogen te boven. In honderdduizenden gezinnen is een lege plaats: vrouwen zijn hun man kwijt, kinderen hun vader, ouders hun kinderen.

De eerste buitenlandse soldaten zijn in mei 1940 al op Nederlands grondgebied gesneuveld, bij de laatste gevechten rond Zeeland. Tijdens de oorlog lopen vele aanvliegroutes voor bombardementen op nazi-Duitsland over ons land, daarbij verliezen honderden bemanningsleden (meestal R.A.F.) het leven. Ook de gevechten, die tot de bevrijding van Nederland zullen leiden, eisen de levens van duizenden geallieerde soldaten.

Ze beginnen in september 1944 in Zuid-Limburg en rond Arnhem en Oosterbeek en duren feitelijk tot 5 mei 1945. Alleen al uit landen van het Britse Gemenebest sneuvelen bij de bevrijding van ons land bijna twintigduizend mannen en vrouwen. Voor zover ze niet naar hun vaderland zijn teruggehaald liggen ze hier begraven. We kennen zelden het verhaal van hun aandeel in de strijd, Joe Mann is helaas een uitzondering.

Meestal weten we niet meer dan hun naam die ons alleen onthult dat ze Canadees, Engelsman, Pool, Amerikaan of Fransman waren. Ze zijn gesneuveld in een land, ver van huis, dat ze niet of nauwelijks kenden, waarvan ze alleen wisten dat het bevrijd moest worden. Op hen allen zijn de woorden van Eisenhower van toepassing die hij heeft uitgesproken bij de herdenking van de gesneuvelden, ze zijn te lezen op de Amerikaanse Erebegraafplaats in Margraten:

'Here we and all who shall hereafter live in freedom will be reminded that to these men and their comrades we owe
a debt to be paid with grateful remembrance of their sacrifice and with the high resolve that the cause for which they died shall live.'

Niet aan alle 29.000 geallieerde oorlogsgraven in ons land, kan genoeg aandacht besteed worden. Het grootste deel hiervan bevindt zich op de erevelden, ruim 7.000 geallieerde oorlogsgraven liggen verspreid over enige honderden Nederlandse begraafplaatsen. Bemanningen van neergestorte vliegtuigen hebben een laatste rustplaats gevonden op meer dan vijfhonderd begraafplaatsen. Er zijn in ons land alleen al 16 erevelden van het Britse Gemenebest, op het grootste te Groesbeek liggen meer dan 2500 Canadezen begraven, op het kleinste te Milsbeek ongeveer 200 Britten.

De erevelden worden vaak verzorgd door het thuisland. Gebeurt dit niet dan vallen ze onder de hoede van de Oorlogsgravenstichting. Deze stelt zich ten doel: 'De aanleg, inrichting, instandhouding en verzorging van het Nederlandse oorlogsgraf, waar ter wereld zich dit ook moge bevinden, alsmede het onderhoud der in Nederland verspreid liggende graven van de leden der geallieerde strijdkrachten, voor zover daarvoor niet door het betrokken land wordt zorggedragen.'

Om een voorbeeld te geven van het ontstaan en de inrichting van een erebegraafplaats staan we een ogenblik stil bij de enige Amerikaanse Militaire Begraafplaats in Nederland, gelegen in het dorpje Margraten. Margraten ligt ongeveer tien kilometer ten oosten van Maastricht. Het wordt op 13 september 1944 bevrijd door onderdelen van de 30e Infanterie Divisie van het Amerikaanse Eerste Leger. Op 10 november 1944 wordt het al als oorlogsbegraafplaats in gebruik genomen voor Amerikaanse soldaten die in Duitsland zijn gesneuveld.

Het 26 hectare grote terrein is door de Nederlandse Staat aan de V.S. afgestaan 'voor eeuwigdurend gebruik als begraafplaats'. Het is officieel in gebruik genomen op 7 juli 1960. Het is de laatste rustplaats van 8301 Amerikaanse soldaten, dit is 43% van het totaal dat voordien hier en in tijdelijke begraafplaatsen was begraven. Alle graven zijn gemerkt met hetzelfde kruis, gemaakt van Italiaans Lasa marmer, de 177 Joodse graven zijn aangegeven door een Davidsster. In niet minder dan 40 gevallen zijn twee broers naast elkaar begraven. Op twee natuurstenen muren ('walls of missing') staan de namen van 1722 soldaten die in het oorlogsgeweld zijn zoekgeraakt. 'Here are recorded the names of Americans who gave their lives in the service of their country and who sleep in unknown graves.'

Vrijwel allen die op Margraten begraven liggen hebben hun leven verloren tijdens luchtlandings- en grondoperaties bij het bevrijden van oostelijk Nederland en tijdens het oprukken door Duitsland naar de Roer en de Rijn. Vaak kan men aan de situering van de erevelden de troepenbewegingen en de strijd van toen aflezen. De begraafplaats wordt beheerst door een dertig meter hoge toren, hierin is een kapel. Verlichtings- en altaarornamenten in deze kapel zijn een geschenk van de Nederlandse regering en de bevolking van Limburg.

Op een van de muren is een gebed gegraveerd: '0 God who art the author of peace and lover of concord defend us thy humble servants in all assaults of our enemies that we surely trusting in thy defence may not fear the power of any adversaries.' Margraten is een van de twaalf Amerikaanse Militaire Begraafplaatsen, die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, in Europa zijn ingericht. Ze vallen onder verantwoordelijkheid van de American Battle Monuments Commission.

In tal van plaatsen in Nederland herinneren individuele graven, erebegraafplaatsen en monumenten blijvend aan het offer dat door leden van de geallieerde strijdkrachten is gebracht bij het verkrijgen van de uiteindelijke overwinning. Niet zelden zijn monumenten opgericht ter herdenking van gesneuvelde geallieerde soldaten en Nederlandse gevallenen tezamen. In sommige gevallen heeft men bij het ontwerp gebruik gemaakt van overblijfselen van oorlogsattributen. Zeer suggestief en indrukwekkend zijn de monumenten die bestaan uit de propeller van neergeschoten vliegtuigen. De foto's laten zien op welke manier Nederlanders hun dankbaarheid en eerbied jegens de bevrijders hebben vormgegeven.
Ook in ..... Lemsterland.

Ereveld van gesneuvelde geallieerden op de oude begraafplaats Lemmer.

44 grafstenen waarvan 8 .... zonder naam. Eerste rij 9 stenen, tweede rij 11 stenen, derde rij 8 stenen, vierde rij 6 stenen, vijfde en zesde rij elk 5 stenen.

 

Memento Mori, gedenk te sterven.

 

 

Toegang oude begraafplaats Lemmer.

 

Unknown flyer (Unbekinde fleaner)

Wij lizze blommen op it grêf fan dij, ûnbikende freon.
Fan dij, dy 't hjir sliept d' ivige sliep, ûnbikende freon.
Fan dij, dy 't foei yn d' oarlochstiid.
Yn in bange en hurde striid.
Fan dij, ûnbikende freon.

Do gyngst de loft yn foar dyn lân, do ûnbikende freon.
En kaemst net wer; yn de dûnkere nacht bist al fjochtsjend' bleaun.
Dyn lêste tins, dyn lêste snik.
Wie foar dyn men, dat eagenblik.
Fan dij, ûnbikende freon.

Do foelst foar frijheit en foar rjocht, foar dyn lân en dyn thûs.
Do joechst dyn jong Iibben foar dyn folk, maar ek foar us.
Wij binn' in jier nou al wer frij.
Ek troch de heldemoed fan dij.
Fan dij, ûnbikende freon!

It is sa stil yn de natoer; it maeitiidswyntsje swijt.
Rêst, dierb're, ûnbikende freon; wij sille weitsje oer dij.
Wij Iizze blommen op dyn grêf.
En sizze flûsterjend, hiel sêft.
'Tank, ûnbikende freon!

L.B. 4 Maeije 1946

 

It Tsjerkhôf.

Wyld spûket de wyn troch de beamen om 't tsjerkhôf.
De ûle yn 'e toer jammert skril en forheard.
Mar nimmen dy't 't heart, hwent dy't sliepe. binn' dôf.
Hja wirde net wekker, ho't de stoarm ek beart.

Hja lizz' yn hjar wenten mei 't antlit omhegens.
To wachtsjen op 'e dage, dy't yn 't Easten scil rize.
En formingt him hjar stof ek mei de moude omlegens.
lens scil it Ljocht brekke troch dampen en dize.

Hja rêste hjir út fen hjar soargen en lijen.
Fan 'e striid dy't waerd fierd om wolfeart en brea.
Gjin praet is hjir mear oer hawwen en krijen.
Gjin wrotten en wramen yn 't ryk fan 'e dea
.

Hjir is gjin forskil mear yn rang en yn berte.
Gjin heech en gjin leech en gjin earm ef ryk.
Hjar stof wirdt forgearre yn 'e ierde hjar skerte.
Yn 't ryk fan 'e dea binne alle minsken gelyk!

Gelyk? Hjir leit in stien - en dêr 'n heapke moude.
Om dit grêf tinkt nimmen - dêr fait sims in trien.
En sillich dyjinge, dy't mei iver iens bouwde.
Oan 'e timpel der Ijeafde - dy hoecht net in stien!

O, djipearnstich tsjerkhóf, wy hearre dy roppen.
'Bitink dochs, o minske, de wrâld giet foarby!
Gean net yn hjar op, slaen de eagen nei boppen.
Hwent koart is it libben, iens komstou by my !'

SL. 19 april 1947. M.

Geallieerde piloten en bemanning, gesneuveld en begraven op het ereveld Lemmer, oorlogsgraven van het Gemenebest. Common Wealth War Graves.

30 van deze personen kwamen uit Engeland, 2 uit Canada, 4 uit Australië, 5 uit Nieuw-Zeeland en 3 uit Polen. 7 'airman' uit Engeland en 1 uit Canada werden niet geïdentificeerd.

De namen zijn opgesteld in volgorde, als de 44 grafstenen op het ereveld.

 

Naam.

Overleden.

Leeftijd.

Nr.

 

 

 

 

F.A. Worsnop.

14-05-1943

29

24

A.S. Renshaw. pilot

14-05-1943

 

23

L.D. Wilson.

16-12-1943

20

35

J.E. Clarke.

16-12-1943

21

34

R.E. Macfarlane. DFM

16-12-1943

21

33

E.R.E. Jordan.

16-12-1943

21

32

_ _ an airman of the 1939-1945

14-07-1943

known to God

-

31

F.R.M. Cook.

29-08-1944

21

44

J.M.C.G. Hargreaves.

13-05-1943

32

43

F.R. Westall.

16-12-1943

21

42

 

 

Naam.

Overleden.

Leeftijd.

Nr.

 

 

 

 

J. DUV. Broughton.

10-04-1941

33

1

Jiri. Marus.

17-07-1941

25

2

V.Q. Blackden.

10-04-1941

34

3

_ _ an airman of the 1939-1945

09-08-1941

known to God

-

4

E.D. Pockney. pilot

19-08-1941

35

5

H. Krasnodebski.

03-07-1942

39

10

 _ an airman of the 1939-1945

10-07-1942

known to God

-

9

KPL. M.J. Lozinski.

03-07-1942

29

8

_ _ an airman of the 1939-1945

10-07-1942

known to God

-

7

J.W. Bell. pilot

08-11-1941

21

6

 

A.B. Hastings. pilot

05-09-1942

-

16

_ _ an airman of the 1939-1945

18-09-1942

known to God

-

15

H.O. Goddard.

17-09-1942

27

14

_ _ an airman of the 1939-1945

20-07-1942

known to God

-

13

E.G. Ronson.

03-06-1942

-

12

KPL. S. Lugowski.

03-07-1942

27

11

H.R. Williamson.

PS. CXXI.I

14-05-1943

23

22

_ _ an airman of the 1939-1945

06-10-1942

known to God

-

21

W.J. Anderson.

17-09-1942

23

20

B. Dallenger. pilot

17-09-1942

23

19

R.H. Crabtree.

17-09-1942

24

18

D.T. Lamb.

17-09-1942

20

17

_ _ an airman of the 1939-1945

14-07-1943

known to God

-

30

J.R. Curtis.

12-06-1943

22

29

W.J. Drake.

12-06-1943

23

28

J.S. Macadam.

14-05-1943

20

27

J.R. Stone.

14-05-1943

20

26

J.E. Lecomber.

14-05-1943

-

25

F.H.Moynihan.

22-11-1943

23

41

R.D.M.C. Wha.

16-12-1943

23

40

J. Hurst.

16-12-1943

19

39

C.L. Robinson.

16-12-1943

26

38

W.M. Waterman.

16-12-1943

21

37

R.E. Hedges.

16-12-1943

35

36

 

Lemster Courant 22 juni 1946.

Verzorging oorlogsgraven.

Op verzoek van het Nederlands oorlogsgraven comité is thans ook in Friesland een provinciaal comité samengesteld, dat mij verzocht heeft voor onze gemeente een regeling te willen treffen aangaande de verzorging van de oorlogsgraven.

Uitgaande van de stelling, dat het een nationale plicht der dankbaarheid is dat de graven der in Nederland gevallen eigen en geallieerde soldaten verzorgd worden door het Nederlandse volk en dat oorlogsgraven een blijvend aandenken zullen zijn aan het massale offer in de oorlogsjaren gebracht, terwijl de vriendschap tussen de verschillende volken daardoor hechter zal worden, richt ik mij tot de inwoners onzer gemeente om de nodige medewerking te vragen.

Ingevolge de door het Nederlands oorlogsgraven comité gegeven richtlijnen, ligt het in de bedoeling, dat alle graven van buitenlanders door Nederlanders zullen worden aangenomen, die beloven het door hen geadopteerde graf te zullen verzorgen, alsof het het graf ware van hun eigen vader, zoon of broeder (verzorging met losse bloemen). Voorts, dat de adopterende Nederlanders zoveel mogelijk in schriftelijk contact treden met de familieleden der gevallenen (opzenden van foto's enz.).

Tenslotte zal op de internationale hoogtijdagen de gehele bevolking in staat worden gesteld een bloemenhulde te brengen, gecombineerd met een ogenblik van eerbiedige stilte.
Het hoofdcomité zal zoveel mogelijk bevorderen, dat de familieleden der gevallenen de graven kunnen komen bezoeken. Bezwaren met betrekking tot de kennis der vreemde taal zullen door het plaatselijk secretariaat worden opgelost.

Naast de kosten voor het regelmatig van bloemen voorzien der graven, betaalt ieder adopterende een bedrag van f 1,75 per jaar voor alle andere te maken uitgaven. Voor het onderhoud der graven zelve, wordt van rijks- en gemeentewege zorg gedragen.

Overtuigd, dat in brede kring in onze gemeente dit zo uitermate sympathieke plan instemming zal vinden, roep ik allen die bereid zijn een der ruim 40 op de algemene begraafplaats te Lemmer liggende graven te adopteren, op zich schriftelijk bij mij aan te melden voor 1 juli a.s.

Mochten meer personen zich opgeven dan er graven zijn, dan zal door loting worden vastgesteld, wie voor adoptie in aanmerking komen. Deze personen hoop ik dan bijeen te roepen om het plan nader te bespreken en uit hen een commissie te vormen, die met de verdere uitwerking, het toezicht e.d. zal worden belast.

De burgemeester van Lemsterland,
Mr M. Krijger.

Naar aanleiding van deze oproep in de Lemster Courant van 22 juni 1946 hadden zich een tiental personen aangemeld, deze lijst werd uitgebreid naar 36 personen.

Hier volgt de lijst met namen van diegenen die een graf hebben geadopteerd, maar de lijst anno 1995 overziende zijn er van deze 36 personen nog maar enkele in leven.

Pieter de Boer
G.J. de Boer
Wed. Bootsma-de Boer
L. de Blaauw
mevr. Coehoorn-Krekt
Douma    Oosterzee
Jenne Dijkstra
Funcke
B. Feenstra-de Boer
mevr. Nicolai-de Groot
Hotel 'De Haas'
Haagsma
U.A. de Jong   Follega
G. Kooiman
AE. Klijnsma
mevr. Kuipers-Oosterdijk
Mr. Krijger
Molenberg
Van der Neut
Wed. Propsma
mevr. Plantinga-Broek
J. Pen
Joh. Platte
Lum Rottiné- Rienksma
J. Rottiné-Rienksma
mevr. Tijsseling-Bootsma
M. Vegter
Piet v.d. Veen
Cor Visser
A.H. Visser
H. Visser    Nutsgebouw
mevr. De Vries-Schirm
mej. Clara Visser
Gr. Wierdsma
Wed. V.d. Wal
Van der Zande

En de toortsen branden op de terpen.

Overdracht gedenkzuil L. Mulder † 13 juli 1948.

Fallen yn'e striid tsjin ûnrjocht en slavernije.
Dat wij yn frede foar rjucht en frijdom
weitsje.

Wij lezen op deze steen:

Luitjen Mulder
geboren 25
juli 1918 in
Jezus ontslapen
januari 1945
Door beulshanden
omgebracht

Overdracht gedenkzuil L. Mulder † 13 juli 1948.

In 1945 schreef de Vereniging Friesland 1940 - 1945 een prijsvraag uit voor een Friese gedenksteen, te plaatsen op de graven van hen, die in de jaren 1940-1945 hun leven gaven voor vaderland, vrijheid en recht. De bekroonde spreuk van de heer J. de Vries uit Balk, 'Fallen yn'e striid tsjin ûnrjocht en slavernij - dat wij yn frede foar rjocht en frijdom weitsje', moest in het ontwerp worden opgenomen.

Bekroond werd het ontwerp van de Amsterdamse architect Marinus Duintjer met als motto: 'En de toortsen branden op de terpen'. Het bestaat uit een twee meter hoge vierkante, obeliskachtige zuil. Daarop is een sluitstuk geplaatst, waarin een fraaie leeuw is gebeiteld. Op de zuil staat de bekroonde Friese spreuk. De horizontale steen, het z.g. letterstuk kan door de familie van de overledene van een opschrift worden voorzien.

'Zuid-Friesland' 17 juli 1948

LEMMER. Dinsdagmorgen om 10 uur werd op het oude gedeelte van de begraafplaats alhier een gedenkzuil op het graf van de illegale strijder Louis (Luitjen Mulder) aan de familie overgedragen. Bij deze plechtigheid waren de familie en enige oud-illegale werkers uit Lemsterland, w.o. de heren S. Douma, Aize Wind, de echtgenote van wijlen ds. L.W. Wessels, enz. aanwezig. Namens de Stichting 1940-1945 Sneek, sprak de directeur de heer S. Havinga een inleidend woord.

Spreker wees op het leven van Louis, dat vele moeilijkheden gekend heeft. Nadat het eerst de bedoeling was geweest, om in het onderwijs werkzaam te komen, nam zijn werkkring gedurende de bezettingsjaren een andere richting. Het was in 1943 dat hij met het verzet in aanraking kwam, wetende dat daaraan groot gevaar verbonden was. Zijn laatste levensdagen is een lijden geweest. Had hij ook een andere weg kunnen inslaan? Neen, aldus spr., zijn wil stond vast, er was voor hem geen andere weg. Het was de gehoorzaamheid aan God, om zijn roeping te vervullen. Met deze woorden droeg hij de zuil aan de familie over die het volgende opschrift had:

Fallen yn'e striid tsjin ûnrjocht en slavernije.
Dat wij yn frede foar rjucht en frijdom
weitsje.

Namens de familie sprak een broer van de overledene een dankwoord aan de Stichting '40- '45, en wees op de kracht die zijn broer vond in het geloof. De heer Aize Wind sprak als voormalige verzetsleider en ging de historie na van Louis, hoe hij op 3 januari 1945 opgepakt werd. Zijn zwijgzaamheid heeft hem het leven gekost en daardoor zijn geen anderen gevallen. De heer Toon Sustring sprak hierna woorden van grote kameraadschap. 'Louis was meer dan een kameraad, hij was een broer voor mij.' Samen hebben we heel wat met elkaar besproken. Wij weten dat hij geborgen is bij zijn Heer en Heiland. De ontgoocheling is echter bitter geweest voor de illegalen na de bevrijding, aldus spreker. Met het zingen van het tweede couplet van het Wilhelmus 'Mijn schild ende betrouwen' enz. werd deze plechtigheid besloten.

Onthulling gedenksteen gevallen en * 4 mei 1955 *

Rouw naast vreugde bij herdenking van onze bevrijding.

 

Het gemeentebestuur van Lemsterland ontvangt op 8 september 1954 goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om een gedenksteen te plaatsen in de toren te Lemmer, (westgevel) gezien het verzoekschrift van het comité Lemmer p/a de heer P. Beetsma, directeur van gemeentewerken Lemsterland.

In 1955 maakte de beeldhouwer Nico Onckenhoudt uit Amsterdam, een beeld ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers uit Lemmer.

Rouw naast vreugde bij herdenking van onze bevrijding.

 

Onthulling gedenksteen gevallenen 4 mei 1955.

Terwijl een straffe Zuidwestenwind om de toren van de Nederlandse Hervormde Kerk woei, vond daar aan de vooravond van de herdenking van onze bevrijding de onthulling plaats van de gedenksteen, die boven de ingang van de toren is aangebracht als een nagedachtenis aan hen, die voor de vrijheid van ons vaderland stierven of die door oorlogsgeweld om het leven kwamen. Om kwart voor zeven hadden de genodigden zich in de raadszaal van het gemeentehuis verzameld. Behalve de nabestaanden waren hier aanwezig het voltallig college van B & W en het comité dat de totstandkoming van dit gedenkteken heeft voorbereid.

Om zeven uur vond de onthulling plaats door de dames wed. Jac. de Rook en wed. F. van der Wal, waarna de voorzitter van het comité, de heer G. van der Laan, een korte rede uitsprak. Hij zeide o.a. dat dit monument een getuigenis is van de schone waarden die in ons volk leven en die door de slachtoffers ten volle zijn nagestreefd. Niet alleen de helden van het verzet echter worden met dit monument herdacht, ook zij die bij de uitoefening van hun werk of tijdens de bevrijding zijn omgekomen. Laten wij hen nooit vergeten.

Het monument overdragende aan het gemeentebestuur, zei de heer van der Laan er zeker van te zijn, dat dit het monument goed zal bewaren, waarbij hij nog wees op de bereidwilligheid, om, toen de financiën uitgeput raakten, de toren aan te wijzen als vaste bestemming van het monument. Burgemeester Krijger zei in zijn antwoord, het monument voor de gemeente gaarne te aanvaarden.

'Wij weten dat gij veel moeite hebt gehad om dit monument tot stand te brengen door de beperkte financiën waarover gij kondet beschikken. Wij geven graag de verzekering dat wij dit monument naar beste kunnen tot in lengte van jaren hopen te bewaren', zei de burgervader. Daarna vond de opstelling plaats voor de Stille omgang. Voorafgegaan door drie trommelslagers met omfloerste trommen, bewoog zich een naar schatting duizendkoppige stoet naar het kerkhof, waar enkele meisjes kransen legden bij de graven van onze gesneuvelde vrienden Luitjen Mulder en Christiaan de Vries en bij het kruis naast de graven van onze gesneuvelde geallieerden. Het deed ons goed te bemerken, hoe ook deze laatste graven er keurig onderhouden uitzagen, een postume hulde aan hen die voor onze vrijheid zijn gevallen.

In afwijking van vorige jaren, werd ditmaal de stoet niet onderbroken, doch trok in dezelfde opstelling vanaf het kerkhof door de Parkstraten via Kortestreek naar de gedenksteen, waar om 8 uur twee minuten stilte in acht werd genomen. Er werd daarna gelegenheid gegeven tot een bloemenhulde, terwijl de stoet naar de Schulpen trok. Hier zongen de gezamenlijke zangkoren van Lemmer onder leiding van de heer W. Riezebosch een drietal liederen, het Wilhelmus, het Fries Volkslied en 'Kent gij het land'.

Om half negen waren er herdenkingsbijeenkomsten in de Geref.- en Ned.Herv.Kerk, waar het woord werd gevoerd door de heer D. van IJsselstein van Leeuwarden, ds. F.J. Scholten en Pastoor Brouwer. De heer Van IJsselstein sprak over de woorden uit het Wilhelmus: 'Dat ik U helpen mag'. Hij haalde enkele voorbeelden aan uit de bezetting, waaruit de wil van de gevallen helden bleek om te helpen uit de diepe nood waarin ons volk gekomen was.

Pastoor Brouwer sprak over: 'Het vaderland getrouwe'. Over het mysterie van de dood werd met grote ernst gesproken. De doden zullen ons mogen vragen: Wat is er van ons in U over gebleven? Zij hebben geloofd in de wisselwerking van martelaren en volk, en zij vragen: Is het resultaat van 10 jaar vrede van dien aard, dat het offer, dat wij met ons leven gebracht hebben, zin krijgt?

Het R.K.-kerkkoor zong van Palestrina: Populus Meus, waarna ds. Schol ten naar aanleiding van de woorden: De tirannie verdrijven, het woord voerde. Hij wees op het feit dat wij voor mei 1940 alleen van horen zeggen met het woord tirannie bekend waren. Hij schilderde de verschrikking van de tirannie, zoals wij die in de bezettingsjaren aan de lijve ondervonden hebben, en waarvan thans nog in vele gezinnen de littekens zichtbaar. Er is nu echter een danktoon in ons hart dat God de tirannie verdreven heeft en wij in een waarlijk democratisch land onder een Oranjevorst mogen leven. De leiding van deze nationale herdenkingsbijeenkomsten berustte in de Gereformeerde Kerk bij dr. Plenter en in de Ned. Herv. Kerk bij vicaris Huetink.

Hierna volgen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit Lemsterland.

Jan Bijkersma, (timmerman) geboren op 22 april 1895 te Tjerkwerd, gewoond hebbende op de Schans 33 te Lemmer. Overleden op 17-04-1945. Omgekomen tijdens de beschieting van de bevrijding van Lemmer.


Atze Bijl, gewoond hebbende op de Parkstraat 34 te Lemmer, geboren op 13 september 1923 zoon van Sietske Bijl. Als fabrieksarbeider in 1942 naar Duitsland vertrokken. Geen afloop bekend.


Pieter van der Bijl, (walbaas) gewoond hebbend de Tuinstraat 10 te Lemmer, geboren op 18 december 1918 te Lemmer, overleden op 17 april 1945 te Lemmer. Omgekomen tijdens de beschieting (granaat) van de bevrijding van Lemmer.


Anne Bijlsma, (machinist) geboren op 8 augustus 1912 te Joure, gewoond hebbend te Lemmer. Overleden op 10 februari 1945 tijdens zijn gevangenschap in het concentratiekamp te Nordhausen. Bergraven op het Nordhausen Stadtkreis Nordhausen.

Sarah (Saartje) Blok, gewoond hebbend op de Nieuwburen 11 te Lemmer, geboren op 25 juni 1876 te Lemmer, overleden op 19 november 1942 in het Concentratie kamp Auschwitz te Oswiecim.


Jozeph Blok, gewoond hebbend op de Nieuwburen 11 te Lemmer, geboren op 10 oktober 1878 te Lemmer. Overleden op 19 november 1942 in het Concentratie kamp Auschwitz te Oswiecim.

Jozeph Blok was de broer van Saartje Blok. Zij kwamen uit een groot gezin, waarvan ook andere kinderen op zeer jonge leeftijd gestorven waren. Hun ouders waren Hartog Blok, geboren op 23 oktober 1840 te Lemmer en op 1 oktober 1915 in Lemmer is overleden, Natje Schrijver, overleed op 2 november 1917, eveneens in Lemmer. Jozeph deed aan kleinschalige handel in vee, in oorlogstijd probeerde hij nog wat te verdienen door te venten met schuurmiddel enz. Joseph Blok en Saartje Blok zijn op 29 april 1942 van huis opgehaald door leden van de Nederlandse politie. Via het doorgangskamp Westerbork werden zij naar Polen vervoerd. Waar zij op 19 november 1942 in het concentratiekamp Auschwitz door de bezetter zijn omgebracht.


Hartog Blok, geboren op 16 december 1882 te Lemmer, overleden op 21 september 1942 in het Concentratie kamp Auschwitz te Oswiecim. Hartog was ook een zoon van Hartog Blok en Natje Schrijver.

Lemmer, monument voor Jozeph en Sarah Blok.

Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland - Hartog Blok.


Gerben Bootsma, gewoond hebbend op de Lijnbaan 73 te Lemmer, geboren op 21 februari 1894 te Lemmer als zoon van Gerben Bootsma en Oeke van der Kamp. Gehuwd met Sjoerdje de Boer. Stoombootkapitein van de Holland-Friesland IV. Overleden op 2 april 1945 te Butzbach. In 1946 ontving hij postuum, een Engelse onderscheiding wegens hulpverlening aan en het redden van vliegeniers en varend personeel van het Britse Gemenebest.

Zie verder voor Gerben.


Gerke Bootsma, (matroos) gewoond hebben op de Parkstraat 24 te Lemmer, geboren op 23 mei 1903 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942 op het IJsselmeer. Gerke is gedood tijdens de beschieting van het schip de vracht en passagiersboot de "Friesland", door geallieerde vliegtuigen.

 

Het personeel van de "Friesland". Van links naar rechts: Johannes de Jong, Gerke Bootsma (beide matroos) Evert de Roos, stuurman, J. Bolhuis, kapitein, D. Wedman, hofmeester, Jan Kamminga, Mevr. Wedman, R. Dijkstra en geheel rechts met witte pet Hendrik Dijkstra. De overigen zijn niet bekend.

 

Woensdag 21 oktober 1942.

Weer zijn er twee schepen tussen Lemmer en Amsterdam door (Engelse?) vliegtuigen beschoten. De tramboot "Friesland" keerde terug met drie doden en drie gewonden. Onder de doden waren Jacob Thijseling en Gerke Bootsma en bij de gewonden was Feite de Jong. Ook de "Groningen IV" werd beschoten. Op deze boot werd stuurman Stienstra gedood.

Op 21 oktober 1942 voerde de Royal Air Force, dagaanvallen uit met door R.A.F piloten gevlogen Mustangs op diverse doelen in Duitsland, België en Nederland. Ook de 'Friesland' van rederij Koppe werd aangevallen. Het schip was uit Lemmer vertrokken, met als reisdoel Amsterdam. Net voorbij de Rotterdammerhoek wipten twee Mustangs over de dijk van de Noordoost­polder om vervolgens laag vliegend de 'Friesland' te bestoken. De passagiers waren op het dek beneden, waardoor zij niet werden geraakt. Van de bemanning werden gedood, kapitein Jelle Hendriksma, stoker Jacob Thijseling, geboren op 16 februari 1904, overleden op 21 oktober 1942 te Lemmer. Matroos Gerke Bootsma, (geboren op 23 Mei 1903 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942 te Lemmer, gehuwd met Jacoba Verf), en lichtmatroos Emylius de Hoop, (geboren op 8 januari 1924 in Woudsend).


Jouke Bootsma, (vissersman) gewoond hebbend op de Parkstraat 95 te Lemmer, geboren op 21 augustus 1903 te Lemmer. Overleden op 4 mei 1943 te Lemmer. Tijdens mei staking door Duitsers vermoord. Jouke kwam in de oorlog tijdens de meistaking van zee. Er kwam een groep Duitsers Lemmer inrijden. Zij begonnen in het wilde weg te schieten. Bij de brug werd Jouke tussen zijn broers geraakt en door de Duitse beulen zo uit het leven gehaald. Begraven op de algemene begraafplaats te Lemmer. De plechtigheid stond onder leiding van ds. Abraham Keuzenkamp.


Jacob Dirksen, gewoond hebbende aan de Lijnbaan D 151 A te Lemmer, geboren op 19 december 1905 te Lemmer. Overleden op 27 juli 1940 te Lemmer.

27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

De bomexplosie te Lemmer, door Jan de Vries


Gaast, F. van der, geboren in 1910 te Eesterga, overleden in 1942 op zee bij Bali.


Gerstner, G. geboren in 1904 te Amsterdam, overleden in 1944 te Lemmer.


Geertje Grilk, gewoond hebbend op de Schans 70 te Lemmer, (zij kwam van Schiermonnikoog) geboren op 27 november 1890 te Leeuwarden, overleden op 19 mei 1945 te Leeuwarden. Ernstig gewond geraakt tijdens de beschieting van de bevrijding van Lemmer, waar zij later aan overleed in een Leeuwarder ziekenhuis. Geertje was gehuwd met Arjen Terpstra, die een boekhandel annex leesbibliotheek in Lemmer had. De zoon van Geertje en Arjen was Pieter Terpstra (1919-2006), (Fries auteur, kreeg landelijke bekendheid toen hij in 1964 de detectivereeks Havank van zijn vriend en collega-schrijver Hans van der Kallen na diens overlijden voortzette. Terpstra was met 125 titels op zijn naam enorm productief. Naast schrijver was de latere inwoner van Leeuwarden ook journalist voor onder meer het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden, Trouw en de Leeuwarder Courant). Pieter gebruikte als pseudoniem vaak de "naam Grilk" van zijn moeder Geertje Grilk.


Hartman, H. (Zwolle) geboren in 1902 te Dedemsvaart, overleden in 1944 te Lemmer.


Albert de Heij, (melkboer) ongehuwd, gewoond hebbend op de Parkstraat 79 te Lemmer, geboren op 7 november 1922 te Lemmer. Als verlicht tewerkgestelde was Albert op 12 februari 1942 vertrokken naar Duitsland. Door bemiddeling van de directie van Carl Zeiss te Jena, werd hij op 29 juni 1944 naar huis gebracht zo ziek was hij. Overleden op 12 april 1945 te Lemmer, vijf dagen voor de bevrijding.


Hof, W. (Delfstrahuizen) geboren in 1916 te Echten, overleden in 1945 te Doniaga.


Doede Kok, (politieman) (bijnaam "Rooie Doede") gewoond hebbend aan de Nieuwedijk 44 te Lemmer, geboren op 15 april 1886 te Lemmer, overleden op 22 maart 1946 te Fochteloo. Zoon van Marten Kok en Elske Spinmuis.


Cornelis Bartholomeus Koole, (op 7 mei 1912 vertrokken uit Vlissingen naar Rotterdam, later naar Lemmer waar hij opzichter van het waterschap "De Zeven Grietenijen en de stad Sloten" werd) gewoond hebbend op de Nieuwedijk A 55 I te Lemmer, geboren op 17 februari 1890 te Westkapelle, Walcheren, ZL. Overleden op 27 juli 1940 te Lemmer. Zoon van Marinus Cornelis Koole en Maria Hendrika Braat.

27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

De bomexplosie te Lemmer, door Jan de Vries


Koopman, A, (Echtenerbrug) geboren in 1917 te Echten, overleden in 1945 te Doniaga.


Jan Koopmans, (bakker/bakkerij) gewoond hebbend op de Markt H 71 te Lemmer, geboren op 6 november 1903 te Lemmer, overleden op 27 juli 1940 te Lemmer.

27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

De bomexplosie te Lemmer, door Jan de Vries


Herman van Kranen, gewoond hebbende op de Parkstraat 72 te Lemmer, geboren op 8 mei 1895 te Renkum, overleden op 5 augustus 1944 te Follega.

Herman was conducteur bij de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM), met als standplaats Lemmer. Bij de beschieting door geallieerde vliegtuigen op een goederentram kwam van Kranen op 5 augustus 1944 bij Follega om het leven. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats in Lemmer.


Jacob Leijenaar, (Grondwerker/hulpfitter bij het Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden) gewoond hebbend aan de Abel Tasmanstraat 159d te Lemmer, geboren op 18 februari 1894 te Lemmer, overleden op 27 juli 1940 te Lemmer.

27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

De bomexplosie te Lemmer, door Jan de Vries


Geert Nieuwenhuis, (werkzaam bij het Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden) gewoond hebbend op de Lijnbaan 114 te Lemmer, geboren op 26 maart 1906 in De Hoeve, gemeente Weststellingwerf, overleden op 27 juli 1940 te Lemmer.

27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

De bomexplosie te Lemmer, door Jan de Vries


Mulder, L. (Follega) geboren in 1918 te Follega, overleden in 1945 te Heerenveen.


Foto's van Annelies Wessel.

 

Pieter Anthonie Plooij, (Korps Pontonniers te Dordrecht) gewoond hebbend op de Schans 29 te Lemmer, geboren op 18 september 1917 te Den-Helder. Overleden op 20 mei 1940 te Dordrecht. Vlak na de Duitse inval van 1940 raakte Pieter zwaar gewond bij Dordrecht, waaraan hij overleed.

 

 

 


Jacob de Rook, (visroker) geboren op 12 december 1889 te Lemmer. Na zijn arrestatie door de SD in Groningen op 28 mei 1941 werd De Rook overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen om daarna naar een Duits concentratiekamp te Buchenwald gebracht te worden waar hij op 13 april 1942 na vele ontberingen overleed.

Een inspirerende figuur voor de communisten was de visroker en musicus Jacob de Rook, die hen in de gemeenteraad vertegenwoordigde,en werd mede daardoor één der grondleggers van het communisme in Friesland. Een scheuring in de socialistische gelederen leidde tot een groepering van onafhankelijke socialisten (OSP) en ook de Christelijke Democratische Unie, een christelijke partij van anti-Colijngezinden en antimilitaristen schoot in de nogal bewogen Lemster en Lemsterlandse politiek behoorlijk wortel.

Het Noorderlicht was een illegale communistische krant die werd gestencild in een oplage van 100-300 exemplaren en een paar maal tijdens de oorlogsjaren 1940-1941 werd verspreid in Noord-Nederland.

Het ontstaan van het Noorderlicht is rechtstreeks verbonden met het besluit op 15 mei 1940 van het partijbestuur van de Communistische Partij van Nederland (CPN) om een ondergrondse organisatie op te richten. Het verbod op 27 juni 1940 van de Duitse bezetter om de communistische krant het Volksdagblad te verbieden omdat het zich niet aan de censuur hield en het verbod op het voortbestaan van de CPN op 20 juli 1940 hebben het verschijnen versneld. Als illegale opvolger van Het Volksdagblad verscheen in november 1940 De Waarheid. Als regionale edities van De Waarheid verschenen tegelijkertijd kranten als De Vonk, Tribune, Het Compas en het Noorderlicht. Deze laatste verscheen voornamelijk in Groningen en Friesland en werd vanuit de stad Groningen opgezet door Jan Herder die door de CPN was aangewezen als instructeur bij het opbouwen van een illegale organisatie in het noorden van Nederland.

Hoofdartikelen werden in Amsterdam geschreven onder verantwoordelijkheid van de centrale leiding van de CPN en via koeriers en koeriersters door het hele land verspreid, waar de tekst ter plaatse op stencil werd gezet en verspreid.

Van de wederwaardigheden van het Noorderlicht in Friesland is het volgende bekend: Voor de verspreiding het Noorderlicht in Friesland werden drie groepen gevormd. De eerste bestond uit Martin Beuving, bouwvakker en gemeenteraadslid in Leeuwarden voor de CPN; Jan Weistra, 25 jaar, CPN-er en loodgieter uit Leeuwarden; Dirk Faber, 41 jaar, christelijk en timmerman uit Leeuwarden, Fedde de Groot uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlands Jeugdfederatie; Corrie van der Meulen uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlandse Jeugdfederatie; Eds van der Heide, 32 jaar, monteur uit Leeuwarden, partijloos, en zijn vrouw Klaaske, lid van de CPN.

Een twee verspreidingsgroep bestond uit Jacob de Wacht, 42 jaar, bouwvakker en CPN-er uit Leeuwarden; Foppe Schipof, 42 jaar, vrijbuiter en negotieverkoper uit Leeuwarden; Harry Tulp, 32 jaar, lid van de CPN en vertegenwoordiger; Jacob de Rook, 51 jaar, visroker uit Lemmer en lid van de CPN.

Tot de derde groep, de zogenaamde Houtigehagegroep, behoorden Frans Dalstra uit Surhuisterveen, 39 jaar, transportarbeider en lid van de CPN; Piet Keverkamp, 33 jaar, kapper in Houtigehage, katholiek (die bij zijn arrestatie in 1941 tegen zijn vrouw zei: “Nee ik hoef mijn jas niet aan, ik ben zo terug.”); Siebe Bos, 32 jaar, voerman en lid van de CPN.

Toen de Noorderlichtgroep in Groningen in februari 1941 werd opgerold werd het Noorderlicht op 5 maart 1941 voor de eerste en laatste maal in Leeuwarden gemaakt in de Insulindestraat bij Eds en Klaaske van der Heide en van daaruit verspreid. Kort daarna werden vrijwel alle medewerkers gearresteerd.

In Groningen werden ongeveer 55 mensen van de Noorderlichtgroepen gearresteerd en naar concentratiekampen gevoerd. Slechts een klein deel daarvan heeft het er levend van afgebracht.


Roossien, T. (Borger) geboren in 1902 te Wildervank, overleden in 1940 te Lemmer.


Willem van Slageren, geboren op 3 juni 1932 te Lemmer, overleden op 17 april 1945 te Lemmer.

Herinneringen van Johannes de Vries uit Lemmer.

LEMMER – Zondagavond. Negen uur. Eén en zestig jaar geleden zaten we met ons vijven – mijn grootouders, mijn ouders en ik – op de bank in de winkel. Vol bange voorgevoelens, angst voor de komende nacht en vol hoop dat de bezetting nu bijna voorbij was. Alles wees er op dat de Duitsers zich klaar maakten voor de aftocht. Over water naar Noord Holland. Alles wat Duitser was bewoog zich in de richting van de havens. Behalve een wagen met een wit paard er voor. Die ging verder de Nieuwburen op. Zouden ze wat vergeten hebben om mee te nemen? We besloten te wachten tot zij terug kwamen.

Dat duurde niet zo erg lang. Ze kwamen terug met het materiaal dat op het Katholieke deel van het kerkhof opgesteld was geweest. Nu moesten we dan toch maar naar bed. Kleren maar zo veel mogelijk aan houden. Als er wat mocht gebeuren was je meteen klaar om te doen wat er gedaan moest worden. Nauwelijks lagen we in bed of er kwam een vreselijk rammelend lawaai. Met een ontploffing. Voor ons stond het vast dat de Duitsers de bruggen en sluizen opbliezen. Maar het leek wel of ze het niet kapot konden krijgen. Om de paar minuten herhaalde dit alles zich. Alleen werden de tussenpozen langzamerhand groter.

Pas tegen de morgen werd het stil. De bruggen lagen er nog en burgemeester Krijger liep met het geweer aan de schouder voor het Gemeentehuis. Van hem hoorde mijn vader dat de Duitsers echt vertrokken waren. Het lawaai van die nacht had niets met bruggen en sluizen te maken gehad. Lemmer had die nacht onder Geallieerd vuur gelegen. Er was grote schade en mogelijk waren er ook slachtoffers gevallen. Een paar uren scheidden ons toen nog van de binnenkomst van de Canadese bevrijders.

Die hele nacht en de daarop volgende dag staan mij nog levendig voor de geest. Toch zijn er enkele dingen die er uit springen. Dat was in de eerste plaats dat we hoorden dat Willem van Slageren zwaar gewond was door granaatverwondingen tijdens de bevrijding's gevechten. Even later werd hij naar de bewaarschool aan de Lijnbaan over gebracht. Willem verbleef tijdens het voorval bij de familie Bondiettie-Jongsma aan de Schans te Lemmer.

Zijn vader liep als een gebroken man achter de brancard. Mijn grootvader ging hem vragen hoe erg het was. ‘Hij leeft nog’, was het antwoord. Al gauw hoorden we dat hij in de als noodziekenhuis ingerichte bewaarschool overleden was. Dit maakte op ons diepe indruk. De familie Van Slageren had lang tegenover ons gewoond en toen we klein waren was Willem mijn vaste speelkameraadje.

Een andere gebeurtenis was midden in die nacht. Naast ons woonde de familie Visser. Een broer en twee zusters waarmee wij al tientallen jaren in onmin leefden. De Weeskes voor de Lemsters. Contacten gingen alleen via deurwaarders, advocaten en rechters. We hoorden dat zij in de steeg waren. Mijn vader ging er heen. In zulke omstandigheden vergeet je alle ruzie en kijk je of er geholpen moet worden. Op vaders vraag of er wat gebeurd was antwoordden de dames: ‘Er is een stuk vuur gevallen. Denk er om, trap er maar niet op’. Meteen kwam Dominicus, de broer, uit het pakhuis. ‘Spreek niet tegen die vent, naar binnen jullie’. Vader heeft daar geen vriendelijk antwoord op gegeven.

Als laatste een wat positiever gebeurtenis. Op de Straatweg woonde een boer, beter gezegd een koemelker. Waar nu de familie Dalsheim woont. Hij had twee koeien en die waren de vorige dag door de Duitsers meegenomen. ’s Morgens liepen ze nog op de dam. Toen heel Lemmer zich hier in het centrum verzamelde om de Canadezen binnen te zien komen, kwam meester De Vries (van de lagere school, niet te verwarren met het NSB hoofd van de ULO school met dezelfde naam) met beide koeien aan een touw over de brug. Er werd hem aangeboden om de dieren naar hun baas terug te brengen. Daar was geen kans op. ‘Dit doch ik sels’, zei De Vries.

Alle jaren rond deze tijd komen die herinneringen weer naar boven. Deze keer nog sterker dan anders nu ik bij het voorbereiden van een artikel over de vernoeming van het parkje bij de Markerstraat naar onze laatste vermoorde Joden weer verschillende boeken over de oorlog en de Bevrijding in handen kreeg.


Sterk, A. (Nijmegen) geboren in 1914 te Lemmer, overleden in 1944 te Nijmegen.


Jaap Stienstra, gewoond hebbend op de Parkstraat 119 te Lemmer. Geboren 31 maart 1894 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942 in het IJsselmeer.

De Tweede Wereldoorlog zou ook aan de "Groningen IV" niet onopgemerkt voorbij gaan, integendeel, want op 21 oktober 1942 werd het schip overdag door Engelse jachtvliegtuigen beschoten, waarbij Jaap Stienstra helaas om het leven kwam. Kapitein Rein de Jong hees na de beschieting de noodvlag. Bemanningen van twee andere vaartuigen, de Groningen III en de Jan van Nieveen boden hulp. De zwaargewonde Jaap Stienstra werd zo snel mogelijk overgebracht naar de vaste wal, maar bezweek bij de Lemstersluis aan zijn opgelopen verwondingen.

Na de zomer van 1944 bleef de toen 74 jaar oude hofmeester Bosma thuis en werden zijn zoon Yme Bosma en Tiemen, hofmeester op de "Groningen IV". Kapitein R. de Jong was inmiddels met pensioen en werd opgevolgd door A. van der Meer. Men voer toen alleen 's nachts vanwege het beschietinggevaar, maar op een heldere nacht in oktober van dat jaar werd het schip licht beschoten door een vliegtuig. Er raakte een vrouw niet ernstig gewond door een scherf en het bovenstuk van de mast kwam met een donderende klap naar beneden. Het bleef gelukkig bij één salvo en iedereen was blij toen men verder ongeschonden in Lemmer aankwam. Dit waren de zg. hongerreizen met iedere nacht veel passagiers aan boord, die voedsel gingen halen uit Friesland.

Lemmerboot in oorlog voor velen laatste verbinding met het leven.

De Lemmerboot is in de oorlogsjaren voor veel vluchtelingen, onderduikers en etenhalers van grote betekenis geweest.
De boot was nog het enige openbare middel van vervoer tussen het hongerende Holland en het Noorden en duizenden maakten deze hongertochten. Lemmer was een belangrijk
knooppunt geworden en je moest soms dagen wachten voor je een plaats op de boot kreeg.

De bemanningsleden hebben in die moeilijke oorlogsjaren goed werk kunnen doen om mensen op de vlucht voor de Duitsers te verbergen.
Voor hen onderhield het schip als het ware de laatste verbinding met het leven.

In de oorlogsjaren werden de schepen van de Lemmerboot ook regelmatig beschoten. Zo werd op 21 oktober 1942 de Groningen IV door Engelse vliegtuigen onder vuur genomen. Stuurman Jaap Stienstra, kwam daarbij om het leven.
Tragisch was de aanvaring bij Urk tussen de Groningen IV en de Jan Nieveen in de nacht van 8 op 9 januari 1945, waarbij 14 mensen de dood vonden.


Jacob Thijseling, geboren op 16 februari 1904 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942 te Lemmer.

De 'Friesland' op het IJsselmeer: Op 21 oktober 1942 voerde de Royal Air Force aanvallen uit met door RAF-piloten gevlogen Mustangs op diverse doelen in Duitsland, België en Nederland. Ook de 'Friesland' van rederij Koppe werd aangevallen. Het schip was net uit Lemmer vertrokken, met als reisdoel Amsterdam. Net voorbij Rotterdammerhoek wipten twee Mustangs over de dijk van de Noordoostpolder om vervolgens laag vliegend de 'Friesland' te bestoken. De passagiers waren op het dek beneden, waardoor zij niet werden geraakt. Van de bemanning werden kapitein Jelle Hendriksma, stoker Jacob Thijseling, matroos Gerke Bootsma en lichtmatroos Emylius de Hoop gedood. Het R.A.F. vliegtuig had de pijpleiding en de stoomleiding stukgeschoten en omdat daar toen allemaal stoom uit kwam, dachten ze dat de boot in brand stond waarna het vliegtuig is weggevlogen.


Visser, H. (Vollenhove) geboren in 1894 te Scharl, overleden in 1945 te Schoterzijl.


Harmen Visser, geboren op dinsdag 23 oktober 1906 te Lemmer, overleden op 10 mei 1940 te Venebrugge.

Harmen was een van de eerste Nederlandse oorlogsslachtoffers in W.O. II. Hij werd thuis in Venebrugge (ligt bij de Duitse grens) bij het in veiligheid brengen van zijn kinderen geraakt door Duitse munitie.


Bouwe de Vries, gewoond hebbend op de Polderdijk 3 te Lemmer, geboren op 30 april 1916 te Lemmer, overleden op 18 april 1945 te Heerenveen. Zwaar gewond geraakt tijdens de de bevrijding van Lemmer, waaraan Bouwe later in Heerenveen is overleden.


Christiaan de Vries, (Zat bij het 4-1 Regiment Huzaren). Geboren op 16 januari 1911 te Lemmer, overleden op 12 mei 1940 te Lemmer.

  1. Onderstaand een gedeelte, het hele verslag op www.sytzama.nl

12 mei 1940.

Door de beschieting en de daardoor ontstane verwarring was veel tijd verloren gegaan, waardoor de drie eskadrons pas om 05.30 uur de hun aangewezen opstellingen hadden bereikt. Net ter plaatse aangekomen kreeg 4-1 R.H. vijf vijandelijke pantserwagens onder vuur. Na een hevig vuurgevecht trok de vijand terug op Terschuur.

Om 10.00 uur gingen de drie eskadrons met een enigszins gewijzigde opdracht voorwaarts:
4-1 R.H. naar Achterveld met opdracht te verkennen in de richting Barneveld;
5-1 R.H. naar Terschuur met opdracht te verkennen naar Voorthuizen;
5-1 R.H. naar de noordoost rand van Nijkerk met opdracht te verkennen in de richting van Putten en Ermelo.
4-1 R.H. onder aanvoering van de reserve ritmeester mr. A.L.F.J. de Vries ging halverwege Hoevelaken-Terschuur van de spoorweg en de grote weg naar Apeldoorn af naar het zuiden en volgde de weg die loopt van Terschuur naar het 4 kilometer zuidwaarts gelegen Achterveld.

Aangezien de brug in deze weg over de Barneveldse Beek was opgeblazen werd deze beek doorwaad. Hierna ontving het eskadron vijandelijk vuur.

Met de eskadronscommandant aan het hoofd ging het eskadron onmiddellijk tot de aanval over en wist de vijand op Achterveld en in oostelijke richting naar Barneveld terug te werpen. Bij deze aanval werden enige krijgsgevangenen gemaakt.

De vijand waarmee het eskadron in gevecht was geraakt bestond uit een bataljon infanterie, een antitank compagnie, een genie compagnie en een batterij artillerie. De krachtsverhouding viel van meet af aan ongunstig uit ten opzichte van het eskadron.
Toen het eskadron bij de kerk van het dorp was gekomen, werd het uit twee richtingen hevig aangevallen.

De eskadronscommandant, die met zijn PCn. de huzaren voorging, werd hierbij aan zijn knie gewond. Met de woorden 'Geeft niets, ik geef het nog niet op' stelde hij zijn omgeving gerust. Een aantal Duitsers die de eskadronscommandant, mr. A.L.F.J. de Vries, sommeerde zich over te geven kregen te horen: 'Dat nooit, leve de Koningin!' Kort daarna greep hij een karabijn en riep: 'Stormen'. Onmiddellijk daarop werd hij door een kogel dodelijk getroffen. De kornet P. Rink, commandant van een peloton, die eveneens moedig zijn huzaren aanvoerde, werd door een granaatscherf dodelijk aan het hoofd getroffen.

Op de westvleugel was een ander peloton vastgelopen tegen zwaar vijandelijk vuur. De pelotonscommandant, de reserve le luitenant H. Simon Thomas, werd dodelijk door een kogel getroffen, juist toen hem het bericht door een ordonnans werd gebracht dat de ritmeester was gesneuveld. Drie van de pelotons waren in een hevig gevecht gewikkeld en het vierde peloton dat in tweede lijn lag kreeg vuur van achteren. De pelotonscommandant, de opperwachtmeesterinstructeur J.H. van Melic, die zijn huzaren krachtig aanmoedigde met de woorden 'Overwinnen of sterven', werd zwaar gewond en is enige tijd daarna aan deze verwondingen overleden.

Van het eskadron waren op dit moment de eskadronscommandant, een luitenant, een kornet, een opperwachtmeester, twee wachtmeesters, een korporaal en vijf huzaren gesneuveld en waren er velen gewond. Het eskadron was nu geheel omsingeld en de vijand drong van alle zijden op.
De overgebleven pelotonscommandant, een wachtmeester die nu het commando had overgenomen, trachtte de restanten van het eskadron te verzamelen om zich aan de groep van de vijand te onttrekken. Deze poging mislukte.

Velen hebben nog een tijd moedig gestreden maar tenslotte moest het eskadron de ongelijke strijd opgeven. Zestig man werden gevangen genomen, de overigen hebben na enige dagen te hebben rondgezworven, de eigen linies weer kunnen bereiken.
Achteraf is gebleken dat de eskadronscommandant niet was ingelicht over het feit dat de voorposten in dit gebied reeds met de vijand in gevecht waren!

Foto van: www.4en5mei.nl -In Achterveld is een gedenksteen onthuld.


Jenne de Vries, geboren op 5 mei 1911 te Lemmer. Jenne was verplicht tewerkgesteld in Duitsland, hij vertrok op 18 augustus 1942 en overleed daar op 28 juni 1943 te Schönebeek. Begraven op het Nederlands ereveld Loenen.


Joost de Vries, geboren op 14 augustus 1922 te Lemmer. Joost zijn vader had een winkel aan de Schans in Lemmer. Joost was verplicht tewerkgesteld in Duitsland, hij vertrok op 19 maart 1942, en is tijdens zijn verlof overleden op 5 november 1942 te Steggerda.


Bouwe van der Wal, gewoond hebbend op de Parkstraat 68 te Lemmer. Geboren op 8 juni 1902 te Lemmer, overleden op 11 april 1944 te Havelte. Omgekomen tijdens de beschieting van de bevrijding van Lemmer.


Fokelinus van der Wal, geboren op 28 november 1899 te Stedum, overleden op 18 april 1943 in Kamp Vught.

Fokelinus van der Wal is kind in een groot gezin. Fokelinus zit maar korte tijd op school omdat hij mee moet helpen het gezin te onderhouden. Al op jonge leeftijd werkt Fokelinus dan ook voor een boer in de omgeving. Fokelinus wil meer. Hij gaat in zijn vrije tijd studeren en komt als douanier aan de grens terecht. Later wordt hij belastingambtenaar.
In 1924 trouwt Fokelinus op zijn verjaardag, 28 november, met Alke Steenwijk. In het gezin Van der Wal worden vervolgens tien kinderen geboren, de jongste op 4 januari 1942.
Fokelinus van der Wal wordt na zijn huwelijk lid van de gereformeerde kerk. Hij is al snel lid van de kerkenraad, als diaken en later als ouderling. In deze jaren is Fokelinus tevens bestuurslid van de christelijke bouwvereniging Patrimonium.

In 1943 wordt Fokelinus gevraagd de namen te geven van mensen die voor de bezetter zouden kunnen werken. Fokelinus weigert dit. Een politieagent geeft dit door aan de SD in Leeuwarden en al snel doorzoekt de SD de woning van het gezin Van der Wal. Fokelinus wordt meegenomen. Hij zit eerst in Leeuwarden vast, daarna in Groningen en wordt van daar naar Kamp Vught gebracht. In Kamp Vught wordt Fokelinus ziek en overlijdt aan de ontberingen. De officiële lezing maakt melding van hart- en vaatproblemen.

Op 22 april 1943 krijgt het gezin Van der Wal van het Rode Kruis en een predikant het bericht dat Fokelinus op 18 april 1943 in Kamp Vught is overleden.


Lambrecht Willem Wessels, gewoond hebbend op de Nieuwburen 23 te Lemmer, geboren op 27 februari 1905 te Goes. Zoon van Philippus Wessels en Maria Cornelia Lamain. Overleden op 10 december 1945 te Lemmer.


Michiel Westerveld, gewoond hebbend op de Werkhaven K 45 te lemmer, geboren op 30 oktober 1900 te Schiedam. Overlden op 27 juli 1940 te Lemmer.

27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, Michiel Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

De bomexplosie te Lemmer, door Jan de Vries

9 mei 1995. Bij het monument in de NH-kerk werden kransen gelegd, zoals gebruikelijk vond de eerste kranslegging plaats op de militaire erebegraafplaats bij het monument 'Cross of Sacrifice' opgericht en onthuld in 1954.

 

Een citaat uit de herdenkingstoespraak van burgemeester J. Bosma: Hij herinnerde de aanwezigen er aan dat leven in een democratie inzet van ons allen vraagt, in gezin, straat, dorp en democratisch gekozen organen.

 

Zie ook: Verzetstrijders van Friesland

Nu volgen de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit Lemsterland.

In Lemmer woonde voor 1741 ten minste één joodse familie, die Turksma heette. Vanaf 1770 leverde een niet-joodse herberg (Herbergh. De Wyldeman) koosjer voedsel aan joden die gebruik maakten van het veer Amsterdam- Lemmer. Aan een muur van de herberg hing een bordje met het opschrift 'koosjer'.

De synagoge aan de Schans, in gebruik sinds 1820, werd in 1866 met hulp van het stadsbestuur opgeknapt en ingewijd op 27 juli van dat jaar. De joodse begraafplaats werd in 1801 gekocht en lag aan de voet van de Zeedijk. De oudste grafsteen is van 1817. Vanwege overstromingen werd besloten de doden elders te begraven en in 1876 schonk de burgemeester van het nabijgelegen dorp Tacozijl, jonkheer Jacob van Swinderen, een stuk land in Tacozijl voor dit doel.

De enige joodse vereniging in Lemmer was Tov we-Chesed, (God is liefde/goedheid) opgericht in 1906 voor bestudering van de Tora en verzorging van de overledenen. In 1924 werd Lemmer bij het gebied van de joodse gemeente te Sneek getrokken. De synagoge is tot 1920 gebruikt en daarna verbouwd tot een woonhuis.

Drie joden die in 1941 nog in Lemmer woonden, zijn door de Duitsers gedeporteerd en vermoord. Hun namen staan vermeld op een gedenksteen die op 4 mei 1990 is onthuld op de joodse begraafplaats in Tacozijl. In 1989 werd deze begraafplaats door de Stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl geheel gerestaureerd. Het onderhoud wordt verzorgd door 'It Fryske Gea'.

Op deze site kunt U ook de achtergronden, gezin, familieleden en gebeurtenissen van onderstaande personen vinden. www.joodsmonument.nl

Sara Blok. Lemsterland, 6 juni 1871. Sterfplaats onbekend, 29 september 1942. 71 jaar, dochter van Joseph Blok en Naatje Levie de Jong.


Saartje Blok. Lemmer, 25 juni 1876. Auschwitz, 19 november 1942. 66 jaar, dochter van Hartog Blok en Natje Schrijver.


Jozeph Blok. Lemmer, 10 oktober 1878. Auschwitz, 19 november 1942. 64 jaar, zoon van Hartog Blok en Natje Schrijver.

 

4 mei 1995: 's Middags vond een korte plechtigheid plaats, op de Joodse begraafplaats in Tacozijl. Burgemeester J. Bosma, van de gemeente Lemsterland legt een krans bij het monument.

 

Bron en foto: nl.wikipedia.org Op de begraafplaats bevindt zich ook een herinneringsmonument aan het feit dat drie Lemster Joden die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters werden gedeporteerd, in het vernietigingskamp Auschwitz hun einde hebben gevonden.

 


Hartog Blok. Lemsterland, 16 december 1882. Auschwitz, 21 september 1942. 59 jaar, zoon van Jozeph Blok en Naatje de Jong.


Goutje Cauveren-Benninga. Lemmer, 27 januari 1894. Sobibor, 20 maart 1943. 49 jaar, dochter van Benjamin Benninga en Judith van Crefeld. Gehuwd op 9 oktober 1918 met Hartog Cauveren.


Johanna Wolff-Benninga. Lemmer, 3 januari 1891. Auschwitz, 6 oktober 1944. 53 jaar, dochter van Benjamin Benninga en Saartje de Leeuw.


Simon Benninga. Lemsterland, 22 mei 1879. Auschwitz, 25 januari 1943. 63 jaar, zoon van Benjamin Benninga en Lea van Dam.


Kaatje Benninga. Lemsterland, 27 november 1899. Auschwitz, 25 januari 1943. 43 jaar, dochter van dochter van Benjamin Benninga en Judith van Crefeld.


Henriette van Messel-Culp. Lemmer, 4 januari 1877. Apeldoorn, 24 mei 1941. 64 jaar, dochter van Baruch Culp en Mette Salomon de Jong. Gehuwd met Philippus Uri van Messel, die in 1936 te Leeuwarden overleed.


Jacob Culp. Lemmer, 27 januari 1879. Amsterdam, 22 december 1940. 61 jaar, zoon van Baruch Culp en Mette Salomon de Jong. Gehuwd in 1908 te Düsseldorf met Johanna Simons.


Aron van Dantzich. Lemmer, 24 mei 1892. Sterfplaats onbekend, Sterfdatum onbekend, zoon van Benjamin van Dantzich en Kaatje Polak. www.communityjoodsmonument.nl


Jantje Davidson-de Jong. Lemsterland, 15 juli 1855. Auschwitz, 6 maart 1944. 88 jaar, dochter van Heiman Israels de Jong en Sara Siemens de Jong.


Mietje Wittenburg-Davidson. Lemsterland, 21 april 1878. Overleden op 9 april 1943 te Sobibór (Polen) 64 jaar, dochter van Markus Davidson en Froukje Vellema. Gehuwd met Eliazer Wittenburg, geboren op 24 augustus 1882 te Amsterdam, overleden op 9 april 1953 te Sobibór (Polen) zoon van David Wittenburg en Eva Wijnschenk.


Mina Davidson. Lemsterland, Lemsterland, 22 mei 1882. Auschwitz, 25 januari 1943. 60 jaar, dochter van Marcus Davidson en Froukje Velleman.


Esje Mendels-Davidson. Lemsterland, 13 maart 1884. Sobibor, 20 maart 1943. 59 jaar, dochter van Marcus Davidson en Froukje Velleman.


Feikje van Bergen-Davidson. Lemsterland, 29 juli 1888. Auschwitz, 10 september 1942. 54 jaar. Dochter van Marcus Davidson en Froukje Velleman‏, dochter van Marcus Davidson en Froukje Velleman.


Machiel Davidson. Lemsterland, 21 juli 1893. Auschwitz, 28 februari 1943. 49 jaar, zoon van Marcus Davidson en Froukje Velleman.


Debora de Bruin-Italie. Lemsterland, 3 februari 1862. Sobibor, 30 april 1943. 81 jaar, dochter van Asser Italie en Sophia Ecksteyn. Gehuwd op 21 augustus 1897 te Leeuwarden met Joseph de Bruin.


Isidor Italie. Lemsterland, 1 november 1863. Sobibor, 2 april 1943. 79 jaar, zoon van Asser Italie en Sophia Ecksteyn.


Anna Rachel de Lieme-Italie. Lemsterland, 4 september 1871. Sobibor, 30 april 1943. 71 jaar, dochter van Asser Italie en Sophia Ecksteyn.


Aleida van Gelder-Italie. Lemsterland, 4 december 1873. Sobibor, 9 april 1943. 69 jaar, dochter van Asser Italie en Sophia Ecksteyn.


Jantje Jacobs. Lemsterland, 6 november 1883. Auschwitz, 19 november 1942. 59 jaar, dochter van Jacob Jacobs en Duifje van Dam. Jantje was tot december 1940 wijkverpleegster in Echtenerbrug en woonde in Echten. www.joodsmonument.nl


Mette Jacobs. Lemsterland, 22 september 1881. Sobibor, 9 april 1943. 61 jaar, dochter van Jacob Jacobs en Duifje van Dam.


Sara de Jong-de Jong. Lemsterland, 20 maart 1869. Auschwitz, 7 december 1942. 73 jaar, dochter van Abraham Israel de Jong‏‎ en Rebecca de Jong‏‎.


Hanna Blits-de Jong. Lemsterland, 5 september 1870. Amsterdam, 10 oktober 1942, dochter van Abraham Israel de Jong‏‎ en Rebecca de Jong‏‎. Hanna Blits-de Jong heeft onder druk van de omstandigheden een einde aan haar leven gemaakt. 72 jaar.


Levie de Jong. Lemsterland, Lemsterland, 5 maart 1875. Auschwitz, 14 januari 1943. 67 jaar, zoon van Abraham Israel de Jong‏‎ en Rebecca de Jong‏‎.  


Naatje Rokkestikker-de Jong. Lemsterland, 27 september 1879. Sobibor, 21 mei 1943. 63 jaar, dochter van Abraham Israel de Jong‏‎ en Rebecca de Jong‏‎.


Hester de Jong. Lemsterland, 28 mei 1881. Sobibor, 30 april 1943. 61 jaar, dochter van Israel de Jong en Mietje van der Hak.


Salomon de Jong. Lemsterland, 3 november 1882. Sobibor, 16 juli 1943. 60 jaar, zoon van Abraham Israel de Jong‏‎ en Rebecca de Jong‏‎.


Sara Polak-de Jong. Lemsterland, 23 april 1891. Sobibor, 7 mei 1943. 52 jaar, dochter van Israel de Jong en Hendrina van der Woude.


Mette Arons-de Jong. Lemsterland, 24 november 1892. Sobibor, 28 mei 1943. 50 jaar, dochter van Israel de Jong en Hendrina van der Woude.


Abraham de Jong. Lemmer, 28 september 1893. Auschwitz, 19 augustus 1942. 48 jaar, zoon van Salomon de Jong en Sara van der Hak.


Duifje Polak-de Jong. Lemsterland, 28 juli 1897. Auschwitz, 1 februari 1943. 45 jaar, dochter van Israel de Jong en Hendrina van der Woude.


Jacob de Jong. Lemsterland, 16 mei 1899. Sobibor, 9 juli 1943. 44 jaar, zoon van David de Jong en Debora van der Woude.


Abraham Arnold de Jong. Lemsterland, 14 januari 1901. Auschwitz, 12 februari 1943. 42 jaar, zoon van David de Jong en Debora van der Woude. Gehuwd met Anna de Jong-Dikker, geboren op 29 oktober 1901 te Amsterdam, overleden op 12 februari 1943 Auschwitz. Omgebracht samen met hun dochter Louise Debora de Jong, geboren op 16 mei 1938 te Amsterdam, overleden op 12 februari 1943 te Auschwitz.


Bertha Jeanetta Henderika de Jong. Lemsterland, 24 juli 1906. Auschwitz, 10 september 1943. 37 jaar.


Bardiena Krammer. Lemsterland, 20 augustus 1885. Auschwitz, 29 oktober 1942. 57 jaar, dochter van David Krammer en Mietje Keizer.


Herman Krammer. Lemsterland, 18 maart 1887. Sobibor, 14 mei 1943. 56 jaar, zoon van David Krammer en Mietje Keizer.


Harry Leefsma. Lemmer, 16 december 1916. Auschwitz, 23 september 1942,  zoon van David Leefsma en Esther Hoogstraal. Gehuwd op 19 maart 1941 te 's-Gravenhage met Elisabeth Andriesse, geboren op 10 oktober 1917 te 's-Gravenhage, overleden op 30 september 1942 te Auschwitz.

Dit is een opname uit ongeveer 1914 van het atelier Leefsma, dat toen in de Schans gevestigd was. De tafels met de naaimachines tegen elkaar geschoven en op alle tafels ligt naaiwerk. Op de achtergrond een rek waar kleren aan hangen, het wordt goed duidelijk gemaakt dat het hier om een atelier gaat. Wat zelden voorkomt bij zulke oude foto′s is hier wel het geval alle namen zijn op de achter kant vermeld. Bovenstaande van links naar rechts zijn afgebeeld, Antje Kooistra, Geertruida (Truus) de Jong, Jantje Koning, Rieka Kofman en Clasiena de Jong. Zittend in dezelfde volgorde, Petronella (Nella) de Jong, mevrouw Leefsma, Geertje Kok, Grietje Kracht en Pietje Kooistra.

Sara Kirby-Nieweg, verteld: Harry Leefsma, is in 1916 geboren in Lemmer. Hij was de zoon van Esther Hoogstraal, die dan de mevrouw Leefsma op de foto moet zijn. Zij was getrouwd met David Leefsma, de broer van mijn grootmoeder Sara Josina Leefsma, die met Samuël Wolf getrouwd was. Zij hadden een textielzaak in Heerenveen op Lindegracht 13, waar ik opgegroeid ben. Mijn moeder, Miesje Nieweg-Wolf, was hun dochter. Zowel David Leefsma, als Esther Hoogstraal, waren familie van mij. Esther Hoogstraal van mijn vaders kant, de Niewegs.


Reintje de Jong-van Leer. Lemsterland, 26 april 1881. Auschwitz, 21 september 1942. 61 jaar, dochter van Leman van Leer en Hendrikje de Jong. Gehuwd 12 december 1901 te Amsterdam met Israel de Jong, geboren op 3 september 1864 te Lemsterland, ovlerleden op 26 maart 1907 te Amsterdam, zoon van Levie Israels de Jong en Duifje Mozes van der Woude.


Abraham van Leer. Lemsterland, 14 mei 1883. Auschwitz, 22 oktober 1942. 59 jaar, zoon van Leman van Leer en Hendrikje de Jong. Gehuwd op 19 april 1917 te Den Helder met Dina van Praag, geboren op 21 juni 1881 te Den Helder, overleden op 7 mei 1943 te Sobibor, dochter van Barend van Praag en Mietje Werkendam.


Zadok van Leer. Lemsterland, 22 april 1885. Auschwitz, 31 januari 1943. 57 jaar, zoon van Leman van Leer en Hendrikje de Jong. Gehuwd op 5 december 1912 te Amsterdam met Reina Parijs, geboren op 9 februari 1885 te Amsterdam, overleden op 7 december 1942 te Auschwitz, dochter van Isaac Parijs en Rachel Dreese.


Esther van Praag-van Leer. Lemsterland, 30 april 1888. Auschwitz, 21 september 1942. 54 jaar, dochter van Leman van Leer en Hendrikje de Jong. Gehuwd op 14 september 1911 te Zaandam met Isaäc van Praag, geboren op 21 juli 1888 te Amsterdam, overleden op 21 september 1942 te Auschwitz, zoon van Philip van Praag en Esther Stokvis.


Arie Mendels. Lemsterland, 15 november 1857. Sobibor, 9 juli 1943. 85 jaar, zoon van Levie Mendels en Hester de Vries.


Mietje Delmonte-Mendels. Lemsterland, 2 mei 1861. Sobibor, 21 mei 1943. 82 jaar, dochter van Emanuel Mendels en Pietje de Vries. Gehuwd met Jacob Delmonte, geboren op 25 augustus 1859 te Amsterdam, overleden op 21 mei 1943 te Sobibor.


Pietje van Straten-Mendels. Lemsterland, 13 september 1874. Auschwitz, 14 januari 1943. 68 jaar, dochter van Abraham Mendels en Mina Davidson. Gehuwd met Salomon van Straten, geboren op 4 mei 1867 te Deil, overleden op 8 juni 1942 te Apeldoorn.


Henderina Peekel-Mendels. Lemsterland, 29 september 1876. Sobibor, 30 april 1943. 66 jaar, dochter van dochter van Jacob Mendels en Rebecca Delmonte. Gehuwd met Simon Peekel, geboren op 6 mei 1876 te Amsterdam, overleden op 30 april 1943 te Sobibor.


Rosette Sloggem-Mendels. Lemsterland, 5 oktober 1879. Auschwitz, 27 november 1942. 63 jaar, dochter van dochter van Jacob Mendels en Rebecca Delmonte. Gehuwd met Benjamin Sloggem, geboren op 9 april 1875 te Amsterdam, overleden op 27 november 1942 te Auschwitz, zoon van Philip Sloggem en Sara Toledo.‏


Pietje Morpurgo-Mendels. Lemsterland, 11 februari 1882. Auschwitz, 19 februari 1943. 61 jaar, dochter van dochter van Jacob Mendels en Rebecca Delmonte. Gehuwd met Mordechai Morpurgo, geboren op 9 april 1885 te Amsterdam, overleden op 22 oktober 1942 te Oświęcim.


Pietje Bloemendal-Mendels. Lemsterland, 6 maart 1885. Auschwitz, 27 augustus 1943. 58 jaar, dochter van Salomon Mendels en Annechien Frank. Gehuwd met Benjamin Bloemendal, geboren op 8 augustus 1884 te Groningen, overleden op 8 januari 1932, 47 jr oud

 

Afbeelding: www.genealogieonline.nl


Herman Speijer. Lemsterland, 1 september 1918. Sobibor, 4 juni 1943. 24 jaar.


Abraham van der Woude. Lemsterland, 7 december 1875. Sobibor, 23 april 1943. 67 jaar, zoon van Salomon van der Woude en Sara de Jong. Gehuwd met Esther Levi van Koppelen, geboren op 18 mei 1877 te Rotterdam, overleden op 23 april 1943 te Sobibor.


Jacob van der Woude. Lemsterland, 26 mei 1876. Auschwitz, 23 november 1942. 66 jaar, zoon van Abraham van der Woude en Jette Meyer. Gehuwd met Henny Gossels, geboren op 10 januari 1881 te Emden, overleden op 23 november 1942 te Auschwitz.


Martha van der Woude. Lemsterland, 13 januari 1879. Auschwitz, 15 oktober 1942. 63 jaar, dochter van Machiel van der Woude en Froukje Haaxma. Ongehuwd.


Betje de Levie-van der Woude. Lemmer, 7 juni 1907. Auschwitz, 5 november 1942. 35 jaar, dochter van Machiel van der Woude en Froukje Haaxma. Gehuwd met Andries de Levie, geboren op 18 augustus 1908 te Wildervank, overleden op  31 maart 1943 te Auschwitz.


Martha van der Woude. Lemsterland, 9 november 1910. Auschwitz, 23 november 1942. 32 jaar, dochter van Machiel van der Woude en Froukje Haaxma.


Benjamin Zeehandelaar. Lemsterland, 4 april 1863. Sobibor, 9 april 1943. 80 jaar, zoon van Salomon Zeehandelaar en Kaatje Frankfort. Gehuwd met Bertha Weijl, geboren op 16 februari 1866 te Oldenzaal, overleden op 30 januari 1935 te Amsterdam.


Israel Zeehandelaar. Lemsterland, 26 augustus 1870. Sobibor, 7 mei 1943. 72 jaar, zoon van Salomon Zeehandelaar en Kaatje Frankfort. Gehuwd met Dora Meijer, geboren op 15 oktober 1869 te Altona (Duitsland), overleden op 7 mei 1943 te Sobibor.

Joodse begraafplaats te Tacozijl.

De tekst op de gedenksteen luidt:

'JUSTER BARDE IT BY US 1940-1945

FAN UT DE LEMMER TRANSPORTEARE EN YN AUSWITZ OMBROCHT.

OANTINKEN LIEDT TA FERLOSSING. FERJITTEN TA BALLINGSKAP.

MOARN IS 'T WER EARNE OARS.'

 

De Joodse begraafplaats werd in 1801/1802 gekocht en lag aan de voet van de Zeedijk. De oudste grafsteen is van 1817. In “Pinkas” wordt verteld dat vanwege de overstromingen besloten werd de doden elders te begraven en dat in 1876 de burgemeester van het nabij gelegen dorp Tacozijl , jonkheer (Jan Hendrik Frans Karel) van Swinderen, een stuk land voor dit doel schonk.

 

Het kadaster van 1832 geeft echter al een perceel aan op de huidige plek (BLK C 532, 620 m² , begraafplaats, eigenaar de Israëlitische Gemeente) dat ook in 1930 op de topografische kaart nog als begraafplaats wordt omschreven; het bleek dat het stuk land van van Swinderen, aansluitend aan de bestaande begraafplaats lag, maar hoger gelegen.
Zo kent de huidige begraafplaats een hoger en een lager gelegen gedeelte. De Leeuwarder Courant van 14 augustus 1876 laat over het aanbod van Jhr. Van Swinderen geen twijfel bestaan.

Lemmer.

De Israëlitische begraafplaats alhier was ten eenenmale geheel onbruikbaar geworden, hetgeen voor de kleine gemeente reden van bezorgdheid gaf om daarvoor een nieuw terrein aan te schaffen, terwijl een zoodanige aankoop een niet te gering te schatten uitgaaf vereischte. Goede raad was duur. Na vergeefse pogingen te hebben aangewend vervoegde het kerkbestuur zich tot Jonkheer van Swinderen, burgemeester van Gaasterland, die ons niet alleen met finantielen raad bijstond , maar bovendien ons een groote uitgestrektheid lands ten geschenke gaf, dat ons een begraafplaats verschafte, trots het beste onder de begraafplaatsen in ons vaderland.

Aangezien wij geheel buiten de kom der gemeente van dien edelen gever woonachtig zijn, vragen wij ieder weldenkend mensch, of genoemde heer te vergeefs met aardsche goederen is gezegend.
De Israëlitische gemeenteleden betuigen jonkheer van Swinderen daarvoor dan ook hunnen duizendvoudigen dank.

Jonkheer van Swinderen bracht het tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, en was Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, en ook Lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Dokkum. Voorts was hij dijksgedeputeerde van het waterschap Zeven Grietenijen en de stad Sloten, voorzitter van de Grote Noordwolder polder en voorzitter van de Vereniging van burgemeesters en gemeentesecretarissen van Friesland. Ook was hij lid van de Provinciale Staten van Friesland voor het kiesdistrict Sneek. Bij zijn overlijden op 64 jarige leeftijd in 1902 te Rijs vermeldt de Leeuwarder Courant ook nog dat de overledene gedurende zijn gehele leven een weldoener van honderden geweest was, en in zijn gemeente waar hij geboren en getogen was zich een grote mate van populariteit had weten te verwerven.

In ieder geval zullen ook de Friese Joden hem ten goede hebben herdacht. De begraafplaats Tacozijl werd omstreeks 1989 van de totale verloedering gered, door een groep Lemsters onder aanvoering van mevrouw M. Bastian-Pen. Zij richtten daartoe de ‘Stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl’ op.

Deze Stichting zorgde voor de totale restauratie van de begraafplaats. Zo’n honderd donateurs uit Lemsterland, maar ook van ver daar buiten, steunen de Stichting financieel. De Stichting zorgt nog steeds voor het onderhoud van dit markante stukje Lemsterland, in samenwerking met de gemeente Lemsterland en Werkvoorzieningschap Caparis (voorheen Waghenbrugghe).

Aantal bewaard gebleven grafstenen: 29 tot 1938.
Aantal overleden Joden:ca 123.
Het aantal Joden geboren in Lemsterland en Gaasterland, omgekomen in concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog, bedraagt 5523.

50 jaar vrij Vrijheid door voertuigen 5 mei 1995.

 

Maandenlang werd er tot op de centimeter nauwkeurig gemeten, gepuzzeld en gepast. Een plan bedenken om een kleine honderd legervoertuigen de woorden '50 jaar vrij' te laten vormen is één ding, het ook daadwerkelijk uitvoeren is een tweede.

De Stichting Bevrijdingsfestival Fryslän had zich zeer waarschijnlijk wel twee keer bedacht als ze van tevoren wist hoeveel bloed, zweet en tranen het plan zou kosten. Patronen moesten worden uitgetekend, de legervoertuigen opgemeten en op elkaar gepast en dan moesten ze bij elkaar ook nog eens die drie magische woorden vormen. De Stichting wist het plan echter met een goed resultaat af te sluiten.

Vanuit de lucht is te zien hoe bij het Lauwersmeer de 92 authentieke voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog de woorden '50 jaar vrij' vormen. De amfibie- en rupsvoertuigen, de jeeps en de verkennigs-voertuigen hadden er een lengte van driehonderd meter voor nodig. De Amerikanen, Fransen en Engelsen hadden het karwei in een uur geklaard. Zij waren speciaal voor het kunststukje met hun wagens overgekomen naar Friesland. Iedereen wist precies waar hij met z'n legervoertuig moest staan.

'Als we van tevoren de patronen daarvoor niet hadden uitgezet, was het nooit en te nimmer gelukt. Al die voertuigen hebben verschillende afmetingen, dat maakt het zo ingewikkeld. Maar het is zeker de moeite waard'.

Ook de buitenlanders vonden het ontzettend leuk om te doen', zegt Maaike Veldhuis van de Stichting Bevrijdingsfestival Fryslân. Het is fantastisch om te zien hoe je plannen uiteindelijk vorm hebben gekregen. Wat begint als een gek idee, krijgt steeds vastere vormen en toont uiteindelijk deze mooie tekst. Fantastisch....

Onthulling Monument voor de gevallen en te St. Nicolaasga.

It sied fan juster is de frucht fan moarn.

ST. NICOLAASGA, 4 Mei 1948 - Dinsdagmiddag half twee riep Dr. Haveman van St.Nicolaasga namens de commissie belast met het oprichten van een monument voor de 13 in de gemeente Doniawerstal gefusilleerden, het welkom toe aan Burgemeester en Wethouders van Doniawerstal, aan de Eerwaarde heren Kapelaan De Groot uit Zeist en Ds. Van Andel uit Spannum, aan de familieleden der gevallenen, aan genodigden en aan een groot aantal belangstellenden.

Het Parochiegebouw was overvol toen Kapelaan De Groot, als eerste spreker het woord nam en ongeveer het volgende sprak: Dames en Heren, dit is een vererende maar tevens een moeilijke opdracht. Ik wil een ogenblik stilstaan bij wat er gebeurd is. Op 19 September 1944 en op 17 Maart 1945 werden wij diep getroffen toen wij de schoten van de fusillades hoorden, hoewel de gefusilleerden als persoon ons vreemd waren.

Geachte familieleden van de gevallenen. Wij hebben uit de verte kunnen beseffen wat het voor u heeft betekend. Ik hoop, dat gij vandaag naar uwe haardsteden terug zult keren met een gevoel van dankbare piëteit tegenover uw dierbaren. De eerste reactie van verbittering en haat is misschien langzamerhand gaan af zakken. Haat en verbittering is negatief. Er is u misschien vaak gezegd: Het is Gods beschikking geweest en inderdaad is dit zo, al lijkt het wellicht in tegenstelling met onze wensen en opvattingen. Berusting in Gods wil is een nieuwe visie. Geloof is de kracht, die dood en haat overwint. Wanneer gij naar huis gaat, weet dan dat wij in Doniawerstal hen blijven gedenken. Gaat heen met de gedachte, dat liefde en rechtvaardigheid de dood en de haat overwint.

Tot mijn oude vrienden van de LO in de gemeente Doniawerstal zeg ik dat de banden, die in de oorlogsjaren gesmeed zijn, niet meer verbroken kunnen worden. Ons richtsnoer was steeds in dienst met het vaderland, want leven is dienen. Wij hebben geen romantiek beleefd, doch heel eenvoudig het verzet een morele steun gegeven, onderduikers geholpen, spoor- en tramwegpersoneel bijgestaan, evacués en kinderen uit de grote steden geholpen. In de grootste harmonie hebben we samengewerkt, hoewel we van verschillende godsdienstige overtuiging waren. Vrienden, ik hoop dat de kracht die wij in de oorlog hadden om voor de gemeenschap samen te werken, blijft bestaan.

Onze gedachten gaan naar de gevallenen, maar één is er, die rechtvaardig is en dat is God. Moeders, voedt uwe kinderen op in liefde en rechtvaardigheid, niet in haat en verbittering. De heer Havenga van Sneek spreekt als voorzitter van de vereniging 1940 1945. Hij zegt: We zijn nu drie jaar na de bevrijding, vragen dringen zich aan ons op. Een der vragen is: Hebben deze monumenten nog zin?

We kunnen schone monumenten oprichten en met eerbied denken aan de gevallenen, maar is dit voldoende? Neen! Laat ons op deze dag denken aan onze plicht. We moeten niet doen aan heldenverering, maar we zijn mensen met al onze zonden en gebreken. Laat de nationale feestdag zijn een nationale Zondag, een dag van rust en overdenking. Laten we niet aan ons zelf denken, maar laten we samenwerken aan de toekomst. We moeten een biddend volk zijn, dat met zijn gedachten naar God gaat. Laat ons in dat vertrouwen sterk staan in de toekomst.

De heer Jongeneelen van Amsterdam, hoofdbestuurslid van de Vereniging van spoor- en tramwegpersoneel, denkt op deze dag in het bijzonder aan de heer Berend Julius uit Veenwouden, één van de gefusilleerden, maar niet alleen aan deze bondsmakker, ook aan de vele miljoenen slachtoffers uit de wrede oorlog. Niet alleen zij die met de wapenen in de hand vielen, maar ook de mannen en vrouwen van de verzetsbeweging die gevallen zijn. Zij hebben hun leven geofferd in het belang van de ganse mensheid.

Ook denkt hij aan de tienduizenden die nog zitten in de concentratiekampen en gevangenissen. We hebben nog lang niet de bevrijding, zoals we die gehoopt hadden en het zal de taak der ganse wereld zijn om het opkomende spook te keren. Mag dit onder een andere naam zijn dan in 1940, in wezen is het hetzelfde. 500 leden van het spoor- en tramweg personeel zijn gevallen. Hij brengt namens zijn organisatie hulde aan zijn bondsmakker Berend Julius, als een der velen, gevallen in dienst der mensheid. Hulde en dank aan al de gevallenen, dat zij rusten in vrede.

De heer Bakker, onderwijzer te St.Nicolaasga bracht in dichtvorm hulde en dank aan de gevallenen. De heer Westerink uit Baarn zegt dat hij met diepe ontroering hier degenen die gevallen zijn herdenkt. Hij was één der eerste onderduikers in deze streek van Friesland en brengt dank voor de hulp aan duizenden Nederlanders verstrekt. Hij dankt de Friezen voor hun verzet dat hij heeft leren waarderen. Bovenal dank aan God die de gevallenen de kracht gegeven heeft dit te kunnen doorstaan. In het bijzonder herdenkt hij zijn gevallen vrienden Koopman en Hof.

De heer Douwe Tamminga, lid van de Commissie voor oorlogsmonumenten spreekt: In pear jier lyn haw ik kontakt opnommen mei de kommisje ut Doanjewerstal, ik bring myn tank oan harren, dat hja yn sa'n koarte tiid kans sjoen hawwe mei it monumint klear to kommen. Finansieel moast verschillende de gemeente it seis rèdde, it jild moast hjir wei komme. Op it monumint stiet de spreuk: It sied fan juster is de frucht fan moarn. De slachtoffers binne it sied, dat yn'e groun moast, opdat minsken dy't nou noch libje de frucht der fan krije. Hij bislût mei it gedicht fan Fedde Schurer 'Deaden bitinking'.

Ds. Van Andel van Spannum spreekt nu: Vrienden. Ik herinner het mij nog als de dag van gisteren, dat wij op Zondag 18 Maart na de preek ons begaven naar dat kleine huisje waar de lichamen lagen. Die dingen vergeet men niet meer. Het is zo gevaarlijk, dat wij ons verliezen in grote woorden, het is beter er eens heel stil over na te denken. Wat hebben wij eigenlijk gedaan. Wij zijn laf geweest, als we schoten hoorden liepen we weg. Als we daar aan denken, dan vraag ik mij af, wat heeft deze mensen gedreven om te doen wat zij hebben gedaan? Wat heeft deze mensen bezield, ze wisten wat hun misschien te wachten stond.

Deze mensen hebben gedaan wat wij als christenen vaak hebben nagelaten, zij handelden naar het woord van Paulus: Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus. Wij kunnen ook in alle eenvoud meebouwen aan een nieuwe toekomst, dat staat zo vast als vast staat, dat God de aarde niet los laat. Ondanks wat ons tegengevallen is, bestaat er toch nog iets van: Draagt elkanders lasten. Hij brengt dank aan de Moeder Overste, die de grond heeft afgestaan waarop het Monument gesticht is. Hij wenst allen in dit moeilijke uur kracht en stille blijdschap. De aanwezigen begaven zich nu allen naar de plek waar het monument verrezen is.

Kapelaan De Groot onthult het monument en draagt het over aan het gemeentebestuur. Burgemeester Van Douwen aanvaardt het monument en zegt, dat er een woord is dat vaak gebruikt wordt. Dat is het woord dankbaarheid. Dit woord wordt vaak gezegd, maar hoe vaak voelen wij ons ontroerd wanneer wij dit woord gebruiken?

De tijd van voor 1940 had enige overeenkomst met de tegenwoordige tijd, we hadden toen de vrijheid, die wij vaak niet waardeerden. Toen de vrijheid ons in 1940 door onbeschaafde horden werd ontnomen, toen kwam de dankbaarheid te laat, maar het vuur van de vrijheid bleef smeulen, er waren mannen die voor deze vrijheid hun leven wilden offeren. Dit offer hebben zij gebracht, wiens namen op dit monument staan. Eerbiedig herdenken wij hun. Wij staan bij dit monument, gewijd in dankbaarheid aan hen die vielen.

De gevallenen vragen ons: Wat hebt gij gedaan voor de vrijheid? Werkt gij voor uw medemensen of alleen voor eigen voordeel? Wij hebben ons te schamen over vele dingen en moeten de hand in eigen boezem steken. Er is te veel eigenbaat en verdeeldheid, zoek dit niet ver, het is ook in onze gemeente en ook in St.Nicolaasga. Hij brengt het comité dank voor de overdracht en aanvaardt het monument met eerbied. De gemeente zal voor de verzorging zorgen, hij doet een beroep op de ouders en de opvoeders om ook de jeugd eerbied bij te brengen voor dit monument, hetwelk doet denken aan een waarschuwende vinger.

'It sied fan juster is de frucht fan moarn' laat dit zaad niet verkommeren, dit gebeurt wanneer wij alleen zien het eigen belang. Na de aanvaarding werden een twintigtal kransen en bloemstukken gebracht door verschillende corporaties en verenigingen. Het monument zelf bestaat uit een zandstenen zuil, waarin gebeiteld op de voorzijde:

19-9-'44. J. Gaastra, B. Julius, I. Prins,
en op de beide zijden:
17-3-'45. R. Knol, W. Hof, IJ. IJntema, D. de Ruiter, S. de Ruiter, A. Koopman, J. Hornstra, H. Brouwer, T. Kuurstra, J. Boersma.

 

4 mei 1948.

It sied fan
juster is de
frucht fan
moarn.

 

17-III-1945

R. Knol
W. Hof
Y. Yntema
D. de Ruiter
S. de Ruiter

19-IX-1944

J. Gaastra
B. Julius
J. Prins

 

17-III-1945

A. Koopman
J. Hornstra
H. Brouwer
T. Kuurstra
J. Boersma

Zij, die vielen . Doniaga 17 maart 1945

Yde Bouke Yntema. 43 jr.

Yde Bouke Yntema, geb. 27 febr. 1902 in Hemelum (Fr.) Tijdens de bezetting diende de boerderij van de familie Yntema in Hemelum als bergplaats voor wapens en munitie van de verzetsbeweging. Verder verleende Yntema medewerking aan wapentransporten. Na de meidagen van 1940 liet hij "Hâld moed". op het toegangshek naar zijn boerderij schilderen. zijn zoon hield na de oorlog deze opbeurende tekst van zijn vader in ere. Op het later vernieuwde ijzeren hek is die tekst namelijk weer aangebracht.

Yntema had ook tijdens de oorlog altijd de vlag op de boerderij als het de verjaardag van koningin Wilhelmina was (31 aug.) Toen kwam de waarschuwing dat er overvallen van de SD te verwachten waren, maar hij bleef thuis en ook na de geboorte van zijn kind dook hij niet onder, omdat hij zijn vrouw niet in de steek wilde laten (Het kindje was vrijwel direct na de geboorte overleden).
De volgende dag (20 maart 1945) kwam de SD en Yntema werd naar "Crackstate" in Heerenveen overgebracht. Hij stierf op 17 maart voor het vuurpeloton in Doniaga, samen met nog negen anderen.
Hij ligt begraven op de Hervormde Begraafplaats in zijn geboortedorp Hemelum.


Siebe de Ruiter. 63 jr.

 

Siebe de Ruiter werd geboren op 26 januari 1882 in Tjalleberd. Hij was veehouder in Oudehaske. Omdat zijn boerderij aan het water lag, kreeg hij het verzoek van verzetsman Hotze Brouwer om een partij wapens te verbergen die later per schip afgehaald zouden worden. Siebe en zijn zoon Dirk, die op 25 september 1921 in Oudehaske geboren was, waren bij de vier wapen-droppingen aan het Nannewijd betrokken geweest. Vader en zoon werden gearresteerd en in Crackstate gevangengezet. Zij werden begraven op de N.H. begraafplaats in Oudehaske. www.4en5mei.nl


Durk de Ruiter. 23 jr.

 

Siebe en zijn zoon Durk - geb. op 25 sept. 1921 in Oudehaske - waren bij alle vier wapendroppings aan het Nannewijd betrokken geweest. Als gevolg van andere arrestaties werden zowel de vader als de zoon gearresteerd en naar 'Crack-State' in Heerenveen gebracht. Op 17 maart 1945 werden ze als represaille op het erf van de familie Schotanus te Doniaga gefusilleerd. Beiden liggen begraven op de Hervormde begraafplaats in Oudehaske.


Jeen Hornstra. 44 jr.

 

Jeen Hornstra, geb. 22 mei 1900. Veehouder in Wyckel (Gaasterland). Hij had zich nooit met illegaal werk ingelaten, maar op een avond had een neef gevraagd of voor één nacht de helft van een vracht wapens in zijn schuur mocht. Prompt werd hij daarop gearresteerd op verdenking van het verbergen van wapens. Hij werd naar de beruchte SD gevangenis "Crackstate" in Heerenveen gebracht. Op 17 maart 1945 werd hij, samen met negen andere gevangenen, in Doniaga gefusilleerd als represaille voor een aanval van illegale werkers op een tweetal rondneuzende Duitse marinemensen.


Hotze Brouwer. 34 jr.

 

Hotze Brouwer, geb. 28 mei 1910 in Akmarijp. Hij was veehouder op de Beatrixhoeve in Haskerhorne.
Hij verborg o.a. wapens in zijn boerderij, die daar gedropt waren op het droppingsveld bij het Nannawijd. Verder was hij medewerker van de LO in de gemeente Haskerland. Als gevolg van een andere arrestatie werd hij op 8 febr. 1945 gearresteerd en kwam terecht op het beruchte "Crackstate" in Heerenveen. Gefusilleerd op 17 maart 1945 in Doniaga en begraven op de Hervormde begraafplaats in Haskerhorne. Op de muur van de toren van de Hervormde kerk aan de Midstraat in Joure is een gedenkteken voor hem aangebracht.


Thomas Kuurstra. 21 jr.

 

Th. Kuurstra, geb. 28 dec. 1920, ongehuwd, Leerling middelbare technische school. Hij was ondergedoken op de Beatrixhoeve te Haskerhorne bij Hotze Brouwer. Behoorde tot de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij behandelde vooral het wapenvervoer. Thomas werd gearresteerd op 8 februari 1945 tengevolge van andere arrestaties. Samen met enkele andere verzetsstrijders werd hij gefusilleerd als represaille voor de liquidatie van de Duitse Oberreviermeister Paul Platt en de Nederlandse Unterwachtmeister Foppe Kootstra op het erf van boer Schotanus te Doniaga. Begraven op de algemene gemeentelijke begraafplaats te Harlingen.


Jelle Boersma. 34 jr.

 

J. Boersma, geb. 17 febr. 1910, gehuwd 2 kinderen. Van beroep veehouder te Katlijk. Behoorde tot de ontvangstploeg na dropping van wapens, deze onderbracht in een schuilplaats en voor de distributie daarvan zorgde. Door de SD gearresteerd op zijn boerderij te Katlijk op 23 januari 1945. Voor verhoor werd hij overgebracht naar het SD-bolwerk Crackstate in Heerenveen en daar ook zwaar mishandeld. Met negen andere politieke gevangenen gefusilleerd op het erf van de boerderij van de familie Schotanus als represaille voor het liquideren van de Duitse Revieroberwachtmeister Paul Platt en de Nederlandse Unterwachtmeister van de Wasserschutzpolizei Foppe Kootstra op 15 maart 1945. Begraven op de bijzondere begraafplaats te Nieuwehorne.


Wiepke Hof. 28 jr.

 

Wiepke Hof werd geboren op 8 september 1916 in Echten. De 28-jarige winkelier in Echtenbrug was medewerker van een Knokploeg. In de avond van 13 juni 1944 werd het distributiekantoor in Kuinre leeggehaald. Roelof Knol (schuilnaam 'Wim Reinders') had zich in dit kantoor laten insluiten om 's avonds zijn makkers binnen te kunnen laten. De buit zat in een brandkast die de KP'ers ter plaatse niet open konden krijgen. Daarom vervoerden ze de brandkast op een bakfiets, gesleept door een personenauto, naar Echtenbrug. Hof bestuurde de bakfiets.

Verder werkte hij mee aan het verspreiden van gedropte wapens die van het afwerpterrein in het Katlijker Schar kwamen. Op 3 januari 1945 deed de Sicherheitsdienst een inval in de woning van Hof, waar Luitjen Mulder en Roelof Knol waren ondergedoken. De drie mannen werden naar Heerenveen gebracht, waar in de gevangenis Crackstate zware verhoren volgden. Hof en Knol waren twee van de tien slachtoffers van de represaillemaatregel op het erf van de veehouder Schotanus in Doniaga op 17 maart 1945. Hof werd begraven op de N.H. begraafplaats in Echten.


Roelof Knol. 22 jr.

Zie : www.ruitersporen.nl


Albert Koopman. 28 jr.

 

De houtbewerker was tijdens de oorlog lid van het verzet. Hij hield zich met name bezig met het verdelen van gedropte wapens en het geven van wapeninstructies aan de Knokploeg. Op 19 februari 1945 deed de Sicherheitsdienst een inval in de woning van Koopman. Toen zij hier geen wapens konden vinden, staken zij het pand in brand. Koopman werd gearresteerd en naar de Heerenveense gevangenis Crackstate gebracht. Hij werd op 11 mei 1945 herbegraven op de hervormde begraafplaats te Echten. Definitief werden zijn resten op verzoek van de weduwe Koopman herbergraven op 28 november 1980 op het ereveld van de OGS te Loenen. In de Lemmer is ook een straat naar hem vernoemd.

De herbouwde boerderij van de familie Schotanus in Doniaga, naast de voordeur is in de muur een gedenksteen ingemetseld. Ieder jaar op 17 maart worden bloemen gelegd op de plaats waar de mensen werden neergeschoten. Foto Fr. Hemkes 17-03-1995 direct na de krans- en bloemlegging.

De spoorwegstaking ook in Friesland NTM 18 september 1944.

Door: A. Moet.

Het verhaal van een snotneus vijftig jaar geleden.

Lemmer tramstation, gereed voor vertrek naar Heerenveen.

 

Maandagmorgen 18 september 1944 NTM station te Lemmer. Ik had die dag vroege dienst als hulpconducteur op het trajekt Lemmer- Joure v.v. Gezien het feit dat het stationskantoor nog gesloten was begaf ik mij naar de loc. remise. Daar aangekomen zag ik de machinist (Berend Visser) in druk gesprek met conducteur (Imke de Vries) en ze konden het ergens niet over eens worden. Het bleek dat de Nederlandse regering in Londen een spoorwegstaking had afgekondigd. De machinist zei: "We zijn geen spoor; maar tram" en de conducteurvertelde dat we wel onder de spoorwegen vielen. Toen ik erbij kwam staan vroeg de machinist aan mij: "Zeg snotneus, wat moeten we doen, rije of niet rije?"

Nu ik was nog maar net 14 dagen bij de tram, dus of we nu wel of niet bij het spoor hoorden wist ik ook niet. Ik stelde de heren voor laten we naar Joure rijden, daar hebben we aansluiting naar Sneek en Heerenveen. Als die trams niet komen, weten we precies hoe laat het is. Overleg met onze stationschef was niet mogelijk, deze was NSB-er, fout dus. Mijn idee werd aangenomen en op tijd vertrokken wij richting Joure. Passagiers die een retourtje kochten werden door ons gewaarschuwd dat de kans groot was dat er op de terug terugreis geen tram meer reed.

Over het algemeen werd dit gemoedelijk opgenomen, enkelen vertelden dat ze dit al verwacht hadden. Bij aankomst in Joure, viel ons op dat het er erg rustig was. De dienstdoende chef was bezig de boel af te sluiten en vertelde dat hij met vakantie ging. Via de diensttelefoon konden wij geen verbinding meer krijgen, zowel Sneek als Heerenveen zwegen. Toen de tram uit Sneek binnen kwam en wij kontakt opnamen met onze kollega's was er maar één oplossing; terug naar onze standplaats en dan de pet in de bomen hangen. Wij spraken af dat we in Lemmer de tram vóór de trambrug zouden verlaten, dit om kontakt met onze foute chef te voorkomen.

Maar dit pakte allemaal heel anders uit. In Sint Nicolaasga sprongen zes á zeven man gewapend met vuurwapens in de hand op de tram en sommeerden ons allemaal uit te stappen en met de handen omhoog voor het station te gaan staan. De leider van deze verzetsgroep vertelde ons dat de spoorwegstaking nu een voldongen feit was. Wie niet gehoorzaamde speelde met zijn leven. Met een hoeraatje en leve de Koningin vertrokken de heren met onbekende bestemming.

De conducteur en machinist zijn op geleende fietsen elders ondergedoken. Vanwege mijn leeftijd was het niet nodig dat ik mij verstopte en ik ben dan ook gewoon via de tramlijn naar Lemmer gelopen. Deze knokploeg stond onder leiding van 'Harry Reeskamp' uit Scharnegoutum. De aktie kreeg nog een triest vervolg, de Duitsers waren volkomen verrast en dit op een kritiek moment. Ze waren razend en in hun onmacht grepen ze meteen naar hun enige middel om de bevolking schrik aan te jagen: terreur!

Met bloed moest deze nederlaag tegenover het volk worden vergolden. De drie slachtoffers werden op 19 september vroeg uit de Leeuwarder gevangenis overgebracht naar St. Nicolaasga, Daar werden zij één voor één doodgeschoten. Drie vrouwen waren weduwe, zeven kinderen vaderloos geworden. De slachtoffers waren: Berend Julius, stationschef Veenwouden, Johannes Prins, opperwachtmeester uit Veenwouden, Jacobus Gaastra, bakker uit Sneek.

Berend Julius. 60 jr.

 

Berend Julius, geb. op 28 juni 1884 in Beerta. Stationschef (eerste haltechef) in Veenwouden.
Nadat op 10 juli 1944 Veenwouden een Duitse bezetting had gekregen, waren er vaak Duitse soldaten op het perron. Na "Dolle Dinsdag" - 5 september 1944 - spraken de Duitsers vaak over een snel vertrek uit Nederland, waarop Julius geantwoord zou hebben: "Dan laat ik de trein niet vertrekken". Bij dit gesprek was ook opperwachtmeester Johannes Prins aanwezig, maar hij nam geen deel aan het gesprek.

 

Gebleken is dat de uitspraak van Julius aan de Duitse commandant is doorgegeven en op 9 september werden Julius en Prins gearresteerd en naar de SD in Leeuwarden overgebracht. Daar werd Julius zwaar mishandeld. Nu was bij St. Nicolaasga, ondanks de Spoorwegstaking, de tram blijven rijden. Op 18 september dwong een groepje KP-ers de tram tot stoppen en de tram mensen tot staking. De Duitsers schoten nu als represaille de volgende morgen drie mensen bij St. Nicolaasga neer, die in de Leeuwarder gevangenis zaten. Onder hen was ook Julius.

 

Johannes Prins. 43 jr.

 

Johannes Prins, geb. op 17 sept. 1901 in Dokkum. Nadat Veenwouden op 10 juli 1944 een Duitse bezetting gekregen had zag men vaak Duitse soldaten op het perron in Veenwouden. Na "Dolle Dinsdag" spraken de Duitsers over een snel vertrek uit Nederland, waarop de stationschef Berend
Julius geantwoord zou hebben: "Dan laat ik de trein niet vertrekken". Bij dit gesprek was ook opperwachtmeester Johannes Prins van de marechaussee in Veenwouden aanwezig.

 

Gebleken is dat de uitspraak van Julius aan de Duitse commandant is doorgegeven en op 9 september 1944 werden Julius en Prins gearresteerd en naar de SD in Leeuwarden gebracht. Prins werd in tegenstelling tot Julius niet mishandeld, maar beiden werden op 19 september als represaille bij St. Nicolaasga gefusilleerd. Een verzetsgroep had hier de tram naar Lemmer laten stoppen in verband met de Spoorwegstaking. Hij ligt begraven op de Hervormde Begraafplaats in Veenwouden.

Jacobus Gaastra. 31 jr.

J. Gaastra, geb. 14 aug. 1913 van beroep bakker, wonende te Sneek. (gehuwd, 2 kinderen). Behoorde tot de KP-Scharnegoutum. Gaastra is gearresteerd op 13 september 1944 in het spergebied te Harlingen. Op dat moment droeg hij een armband van de Binnenlandse Strijdkrachten bij zich en tekende daarmee zijn doodvonnis. Samen met stationschef Berend Julius en politieman Johannes Prins, beiden woonachtig in Veenwouden, is hij op 19 september 1944 gefusilleerd. Begraven op de algemene gemeentelijke begraafplaats te Sneek.

Zie verder: Friese Verzetsstrijders - bevrijders en andere betrokkenen.

Monument nabij de dijk Tacozijl IJsselmeer.

Monument onthuld 6 april 1950 door stichting Vereniging 1940-1945, gemaakt door fa. Eygelaar te Wolvega. Het monument is in 1988 door de Chr. lagere school in Nijemirdum geadopteerd. Hoofd der school P. Bode.

26 oktober 1946

Massagraf in Gaasterland.

Vorige week werden we opgeschrikt door het bericht over het vinden van een massagraf bij Tacozijl, zoals de eerste berichten luidden. Door de bekentenis van een SD-er was nl. komen vast te staan, dat zich onder Hooibergen in de gemeente Gaasterland een massagraf moest bevinden - waarin minstens vijf Nederlanders lagen begraven. Dit massagraf is naar wij vernemen gelegen tegen de zeedijk in de omgeving van het Hondenest, ongeveer ter hoogte van de betonnen bergplaats van het Waterschap de Zeven Grietenijen en Stad Sloten.

Op aanwijzing van genoemde Duitser is vrijdag met de opgraving een aanvang gemaakt, waarbij leden van de rechterlijke macht tegenwoordig waren. Reeds vrij spoedig werden de stoffelijke resten van een vijftal Nederlanders gevonden, die na gekist te zijn te Nijemirdum opnieuw ter aarde zijn besteld.

Bij identificatie is gebleken. dat de gevonden lijken de stoffelijke resten zijn van Dirk Dijkstra van Terzool; Herre Winia van Amsterdam; Gerrit Vlietstra van Den Haag; Jurjen Hoomans en Hendrik Huizinga van IJlst. Wij vernemen nog dat de beide IJlster mannen op 5 april 1945 door de Duitsers waren gegrepen en dus reeds den volgende dag zijn gefusilleerd. Van deze beide mannen heeft woensdag te IJlst en van Dirk Dijkstra te Terzool opnieuw de herbegrafenis plaats gehad onder grote belangstelling van de zijde van de bevolking.

Herre Winia.

Winia, Herre.

Herre Winia jr. geb. 4 nov. 1910, gehuwd, monteur wonende te Amsterdam. Hij was tijdens de meidagen van 1940 sergeant. Lid verzet in functie als district operatieleider en wapeninstructeur. Door verraad als onderduiker gearresteerd in de woning van Durk Dijkstra te Terzool door de Grüne Polizei uit Sneek. Herre werd overgebracht naar het politiebureau in Sneek en daar onder mishandeling verhoord.

Tijdens de verhoren bleek dat de Duitsers behoorlijk op de hoogte waren van de verzetsactiviteiten uit de omgeving van Terzool. Winia, zijn gastheer Dijkstra en nog drie andere verzetsstrijders werden op de Zandvoorderhoek bij het IJsselmeer gefusilleerd door een executiepeloton onder commando van de SD’er Max Ströbel. Oorspronkelijk op waardige wijze begraven te Sondel. In oktober 1946 werd hij herbegraven te Amsterdam en later definitief herbegraven op het ereveld OGS te Loenen (Gld).

Hendrik Huizenga.

Huizenga, Hendrik.

Hendrik Huizenga, geb. 26 nov. 1909 in IJlst. Visser van beroep en inwoner van IJlst. Hij was aangesloten bij de LO-IJlst. Schuilnaam. "Taeke". Bij hun jacht op voor de illegaliteit gedropte wapens, hadden de Duitsers in Zuid-West Friesland begin april 1945 een aantal illegale werkers te pakken gekregen, onder wie Hendrik Huizenga. Toen het niet lukte om meer dan een handvol van die wapens te vinden, werden de SD-ers razend en namen op 6 april 1945 de mannen mee naar een afgelegen plek aan de dijk van het IJsselmeer tussen Sondel en Nijemirdum.

De vijf mannen, die zouden worden doodgeschoten, kregen nog tijd om zich op de dood voor te bereiden, waarbij één van hen voorging in gebed. Toen commandeerde de SD: "Vuur!" Twee mannen bleken slecht geraakt, waarop de SD hen een genadeschot gaf. Na de bevrijding heeft het nog een tijdje geduurd vóór men het graf ontdekte en de lijken geïdentificeerd konden worden. Huizenga ligt begraven op de Algemene begraafplaats in IJlst, rij 31, nr. 537.

Durk Dijkstra.

Durk Dijkstra, geb. in de voormalige gemeente Rauwerderhem. Hij was groentehandelaar in Terzool en verborg onderduikers. Ook had hij wapens in huis die afkomstig waren van droppings. Op 29 maart 1945 werd hij thuis door de Duitsers gearresteerd en toen die (de rest van) de wapens niet wisten te achterhalen, werden ze zó woedend, dat ze Dijkstra op 6 april 1945 aan de IJsselmeerdijk op de Zandvoorderhoek tussen Sondel en Nijemirdum samen met vier anderen fusilleerden. Dijkstra was toen 29 jaar.

Gerrit Vlietstra.

 

Gerrit Vlietstra, geb. 2 jan. 1922 te Drachtstercompagnie. Behoorde tot de KP-Den Haag en de KP-Sneek. Hij sloot zich aan bij de illegaliteit. Aanvankelijk was hij ondergedoken in Den Haag, maar keerde later als onderduiker terug in Sneek. Vermoedelijk na verraad op zijn onderduikadres gearresteerd op Goede Vrijdag 30 maart 1945. Samen met vier anderen gefusilleerd bij de zeedijk aan de Zandvoorderhoek bij Nijemirdum door een executiepeloton onder leiding van de SD-commandant Max Ströbel.

 

Jurjen Hoomans.

Jurjen Hoomans, geb. 5 april 1913 in Eppinghoven (D.). Landarbeider/los werkman van beroep.
Was inwoner van IJlst en lid van de BS. Bij hun jacht op gedropte wapens hadden de Duitsers begin april 1945 een aantal illegale werkers te pakken gekregen, onder wie Jurjen Hoomans. Toen het slechts lukte om maar een handvol van die wapens te vinden; werden de SD-ers razend en namen de mannen mee naar een afgelegen plek aan de dijk van het IJsselmeer tussen Sondel en Nijemirdum. Daar werden ze zonder vorm van proces doodgeschoten (6 april 1945).

Oorlogsmonumenten - Monument-detail

Monument van Dankbaarheid.

Men schrijft ons: 22 februari 1947.

Zondag 16 februari is in de RK-Kerk alhier een dankdag gehouden en werd op plechtige wijze het feit herdacht, dat onze havenplaats Lemmer, ondanks de gevaarlijke en ongunstige ligging tijdens de oorlog, gespaard is gebleven van grote rampen. Door de parochianen was tijdens de oorlog al geld bijeengebracht met het doel een monument van dankbaarheid in de Parochiekerk op te richten.

Door de grote kunstenaar Charles Eyck, uit Valkenburg werd reeds in het einde van het vorig jaar een muurschildering aangebracht, voorstellende ons dorp Lemmer, gedragen door een groep engelen. En in 't begin van deze maand vond het kunstwerk haar voltooiing door de plaatsing van een beeldhouwwerk van dezelfde kunstenaar, voorstellende de verschijning van Maria, de Moeder Gods, aan drie kleine kinderen, welke verschijning plaats vond in 1916 in 't dorp Fatima in Portugal.

Zoals men ziet heeft het monument in het midden een gezicht op Lemmer, terwijl het wapen van onze gemeente boven dit dorpsgezicht prijkt, alles omgeven door een groep engelen. Door deze groep engelen slingert zich een lint met het navolgende opschrift:

Monument van dankbaarheid, gewijd aan O.L. Vrouw van Fatima vanwege de havenplaats Lemmer, tijdens den oorlog 1940-1945 van rampen bleef gespaard.

Pastoor Franciscus Petrus Maria Mets.

Pasoor Mets, schetste nog eens de benarde gevaarlijke oorlogsdagen. Gevaarlijk vooral voor onze havenplaats door 't overslagbedrijf, dat hier gevestigd was. Op wondervare wijze zijn we gespaard gebleven en is de kerk, gelegen in 't brandpunt van de beschieting ongedeerd gebleven. Dit alles stemt tot dankbaarheid.

Pastoor Franciscus Petrus Maria Mets, werd geboren te Dokkum op 15 augustus 1899, priester gewijd op 15 augustus 1924 te Utrecht, was kapelaan te Beek (1924 - 1926), Arnhem (1926 - 1938), en Hilversum (1938 - 1942), en vervolgens pastoor te Lemmer (1942 - 1954) en te Joure van 1954 tot 1970. Hij was Ere-Kanunnik van het Bisdom Groningen. Hij was Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Overleden 24 mei 1986, oud 86 jaar en begraven op het RK-kerkhof te Joure.

Ds. L.W.Wessels.

 

Van de 291 personen die in verband met of tengevolge van hun bijdrage aan het verzet in de provincie Friesland gestorven zijn en waarvan in het verzetsmuseum een foto is geplaatst. Daarvan is er ook een van Ds. L.W. Wessels.

 

December 1945.

Maandag 10 December was voor de Geref. Kerk te Lemmer ca. een droeve dag, daar haar geliefde Herder en leeraar Ds. L.W.Wessels, na een kort doch hevig lijden, nog plotseling van haar werd weggenomen in den leeftijd van 40 jaar. In Maart 1936 kwam Ds.Wessels vanuit Abcoude in Lemmer, zoodat hij hier ruim negen jaren zijn ambtswerk mocht verrichten. Met trouwe toewijding en met de inzet van zijn geheele persoonlijkheid heeft hij zijn plicht vervuld, altijd en overal getuigende van zijn Zender.

Niet alleen in zijn gemeente, maar ook daarbuiten in evangelisatie en straatprediking, alsmede het spreken in de kampen van den Noord-Oost-polder heeft hij steeds zijn beste krachten gegeven en opgeroepen tot het geloof in den Heere Jezus en tot een leven in gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Zijn verscheiden is voor zijn gemeente, doch inzonderheid voor zijn echtgenoote en kinderen een gevoelige slag. Tijdens de bezetting was hij veler vriend en beschermer; talloozen hebben bij hem aangeklopt en vonden steun bij hem en zijn echtgenoote.

Ook in het dorp onzer inwoning zal de geziene en beminde figuur van Ds.Wessels zeer worden gemist, doch ons verlies is voor hem enkel winst, daar wij weten dat hij uit zijn lijden verlost, thans zijn God in volmaaktheid mag dienen.

 

Home

 

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.