Historie

Friesland

Lemmer

 

Welkom bij Spanvis.

 

Wie zoekt Wie

Zoekfoto

Genealogie

 


 

Straten zijn ook..... Monumenten.

Oorlogsslachtoffers verleenden hun naam aan straten gebouwen.

"Maar ťťnmaal per jaar is de stilte

tot de hemel toe van U vervuld

en belijden wij zonder woorden

onze dankbaarheid, onze schuld".

(Ed Hoornik)

"Straten houden uw namen voor heden en morgen in stand"

en dat niet meer gezegd kan worden:

"Maar onze kinderen brengen ze niet meer met u in verband"

Samengesteld door W.A. Brug. (Secretaris van de "Stichting Oranjehotel" en redacteur van het maandblad "Terugblijk '40-'45" van de "Documentatiegroep '40-'45")

 

Onderwerpen die op deze pagina staan

 

 
 

Uit de Lemster Raadszaal:

Uit Lemster Raadszaal: woensdag 23 december 1959.

 

Onderwerp naamgeving straten.

 

In de Raadsvergadering wordt zonder' commentaar aanvaard dat in Echtenerbrug een straat vernoemd wordt naar Jantje Jacobs - 'Zuster Jacobsstraat'.


Uit Lemster Raadszaal: vergadering van 29 maart 1962.

Aan de Raad,

De Culturele Raad, aan wie wij advies vroegen omtrent de straatnaamgeving in het Rienplan, heeft in het weekblad 'Zuid Friesland' aan de burgerij hieromtrent suggesties gevraagd. Op dit verzoek is door een 14-tal belangstellenden gereageerd. De Culturele Raad heeft naar aanleiding van ťťn der ingekomen suggesties geadviseerd de straten te noemen naar de in de oorlog 1940-1945 omgekomen verzetsstrijders.

Het van de Culturele Raad ingekomen advies luidt als volgt:
Naar aanleiding van het in Uw schrijven van 13 december 1961, no. 3921 vervatte verzoek hebben wij ons nogmaals beraden omtrent de naamgeving van de straten in het Rienplan te Lemmer. Wij menen, dat het zinvol is de nagedachtenis aan hen, die in de bezettingsjaren 1940-1945 tengevolge van hun verzetsdaden zijn omgekomen, in ere te houden.

Wij geven er daarom de voorkeur aan, zoals reeds in vele andere gemeenten is gebeurd, de straten in dit uitbreidingsplan te noemen naar die gemeentenaren, die tengevolge van hun verzetswerk het leven moesten laten. In ons advies van 2 oktober 1961 werden alleen genoemd de slachtoffers, die afkomstig waren uit Lemmer. Bij nader inzien lijkt het ons juister, hierbij de slachtoffers uit de gehele gemeente te betrekken. Naar onze mening kan hierbij ook worden gerekend Roelof Knol, afkomstig uit Meppel, die onder de naam Wim Reinders de centrale figuur in het verzet in Lemsterland was. Genoemde Roelof Knol is in deze gemeente gearresteerd en in verband met zijn verzetsdaden in deze gemeente te Doniaga gefusilleerd.

Het verdient wellicht aanbeveling, de datum van overlijden en indien mogelijk de geboortedatum op de te plaatsen straatnaamborden te vermelden.
Wij kunnen ons met dit advies verenigen en stellen u daarom voor, conform bovenstaand advies te besluiten.

Lemmer, 21 maart 1962
Burgemeester en Wethouders van Lemsterland,
De Burgemeester, De Secretaris,
Brouwer. G. Dijk.

Christiaan De Vriesstraat te Lemmer.

Christiaan De Vriesstraat te Lemmer, in 1995.

 

Christiaan de Vries.

Christiaan de Vries, geboren op 16 januari 1911 in Lemmer. Hij sneuvelde tijdens de meidagen op 12 mei 1940 te Achterveld. Begraven op de (oude) algemene begraafplaats te Lemmer, vak A, rij 4, nr. 15.
Christiaan was van beroep drukker, begonnen in Lemmer later vertrokken naar Voorburg. Hij behoorde tot het gezin van H. de Vries hetwelk 6 kinderen telde.
Op de grafsteen staat vermeld geboren 16 januari 1911, gesneuveld te Achterveld 12 mei 1940. Ps. 90:12

In het buurtschap 'De Kieftkamp' waar Christiaan sneuvelde is een rood bordje geplaatst met als tekst:

Gevallen
maar zijn roeping vervuld
J. Aantjes, huzaar
C. de Vries, korporaal
gesneuveld in De Kieftkamp
13 mei 1940.

Op 12 mei 1940 was de 227ste divisie van de Duitse troepenmacht doorgedrongen op de Veluwe. Vervolgens werden door de bezetter vanuit Barneveld verkenningen uitgevoerd richting Amersfoort. Bij de weg van Terschuur naar Achterveld kwam het 1ste Regiment Huzaren in botsing met de bezetter. In en rondom het dorp werd door verschillende groepen huzaren fel gevochten. Het was een ongelijke strijd, waarbij ongeveer zestig huzaren krijgsgevangen werden gemaakt. Enkele huzaren wisten te ontkomen en hebben de regimentscommandant bereikt.

Op 16 mei 1990 is een gedenksteen in het centrum van Achterveld onthuld met 14 namen van de gevallen militairen van het 1e Regiment Huzaren. De namen luiden:

Vrijwillig huzaar J. Aantjes (geb. 2-8-1920), wachtmeester Joh. F. van Heumen (geb. 3-1-1907), dienstplichtig huzaar A.P.A. Janssen (geb. 5-9-1914), opperwachtmeester J.H. van Melick (geb. 2-7-1892), dienstplichtig huzaar P. Nijdam (geb. 26-1-1914), wachtmeester H. Reijerse (geb. 12-2-1909), kornet P. Rink (geb. 10-8-1917), reserve 1e luitenant H. Simon Thomas (geb. 12-12-1907), dienstplichtig huzaar J.W. te Sligte (geb. 7-12-1907), ritmeester A.L.F.J. de Vries (geb. 4-10-1900), korporaal C. de Vries (geb. 16-01-1911) Mil. onderdeel 8 E.W. dienstplichtig huzaar A. Velema (geb. 3-3-1912), reserve 1e luitenant van het 16e Regiment A. Vreeken (geb. 15-1-1910) en dienstplichtig huzaar C. Zaal (geb. 10-1-1917).

www.erelijst.nl

1949.

Folkert van der Gaaststraat te Lemmer.

Folkert van der Gaaststraat te Lemmer.

 

Folkert van der Gaast is de matroos op de voorgrond met zijn collega 's en vrienden aan boord van HLM.S. 'Tromp'.

Folkert van der Gaast, geboren op 10 april 1910 in Eesterga, gewoond hebbende op de Rijksstraatweg 22A te Eesterga. Korporaalmonteur Kon. Marine onder marinenummer 7899 aan boord Hr. Ms. Tromp, beroepsmilitair. Folkert is gesneuveld op 20 februari 1942 tijdens een gevecht met twee Japanse torpedobootjagers. De kruiser werd door elf Japanse voltreffers geraakt. Het gevecht duurde ca zes minuten, waarna Hr Ms Tromp naar Soerabaja terugstoomde. Daar werden de doden en 17 ernstig gewonden naar het hospitaal afgevoerd.

Op 5 mei 1942 ontvingen de ouders via het Nederlandse Rode Kruis mededeling van zijn overlijden. Op 13 mei 1942 kwam het definitieve doodsbericht binnen via de Commissaris voor de belangen van de voormalige Nederlandsche Weermacht. Begraven op het Nederlandse ereveld Kembang Kuning, Karel Doormanhof te Surabaya (Ind), vak D 67/77. Zijn naam is ook vermeld op een gedenkplaat aan boord van Hr. Ms. flottieljeleider Tromp. Op 11 juli 1950 werd hem postuum het Oorlogsherinneringkruis met de gespen Krijg ter Zee 1940-1945 en Javazee 1941-1942 verleend.

19 Februari 1942 ..... ook Folkert van der Gaast sneuvelde.

Zeeslag om Bali, door de Luitenant ter Zee der 1ste klasse A.N. baron de Vos van Steenwijk.

De moeder van gebroeders W. en H. Huitema, was een zuster van Folkert van der Gaast.

Het was dezer dagen vijf jaar gelden dat wij in Straat Badoeng, den slag om Bali streden. Vele trouwe vrienden lieten dien nacht hun leven, niet alleen op de 'Piet Hein', doch ook op de 'Tromp'.
Te hunner nagedachtenis een enkel woord van ťťn, die gelukkig genoeg was, te kunnen na vertellen hoe zij hun plicht deden en op hun posten vielen!

Het is 19 Februari 1942.

De Tromp zal dien nacht met de 58e Amerikaansche jagerdivisie als derde aanvalsgolf door Straat Badoeng gaan, waar een Japansche invasievloot gesteund door kruisers en jagers ten anker ligt.

Het is middernacht als wij de Tafelhoek, Bali's zuidpunt aan bakboord dwars hebben. Om 1 uur behooren we volgens plan op het terrein van actie te zijn. We draaien om de Noord de straat binnen en zetten aan tot 30 mijl. Het is een stikdonkere nacht. Niets is ons bekend, van wat zich daar voor ons heeft afgespeeld. Geen bericht van het vuurgevecht van de 'Java', van de ondergang van de 'Piet Hein', van het werk van onze Amerikaansche collega's, heeft ons bereikt. Met een onzekere toekomst voor oog en jagen we voort. Een ding weten we zeker. De vijand is gealarmeerd. Op verrassing behoeven wij niet meer te rekenen.

Ik sta op de brug naast den commandant, als plotseling op 2 streken aan bakboord een schip begint te toplampen. 'Wat seint hij?' vraagt overste de Meester. Ik antwoord dat het Japansche morsetekens zijn. Onze kanonnen richten zich op dit doel. 'Langzaam bakboord' beveelt de commandant. Wegdraaien naar het vijandelijke schip toe. De afstand vermindert snel, elf duizend, tien duizend, negen duizend.

Toch zal niet dit schip onze partij worden. Het gevaar dreigt uit andere richting. Ook aan stuurboord meenen onze uitkijken iets te bespeuren. Van die zijde is het, dat plotseling verblindend fel een zoeklicht ontvlamt en ons vangt in zijn bundel. Met onze batterij over bakboord, staan we er wat men noemt gekleurd op.

De vijand, een onappetijtelijke kruiser met drielingtorens deelt dan ook de eerste klap uit. Dat zoo'n eerste klap een daalder waard is, merken we alras, want met zijn tweede salvo is hij ingeschoten en begint de kleine Tromp systematisch te doorzeeven. Doch dan is ook bij ons met donderend geweld het eerste salvo eruit gegaan. Afstand 4000 meter, heeft de officier van artillerie, luitenant ter zee Kempees opgegeven.

De commandant laat thans wat naar stuurboord draaien teneinde de voorste kanons beter in het vuur te kunnen brengen. We hebben den ander thans aan stuurboord dwars. Na het eerste salvo laat de officier van artillerie den afstand nog eenigszins corrigeeren, dan barsten we los met alles wat we hebben. Koortsachtig werkt het heele schip in dezen korten strijd op leven en dood.

Onafgebroken ratelen tusschen het gedreun der 15 centimeters en de vijandelijke treffers, onze zware mitrailleurs. Het brugcomplex krijgt het zwaar te verduren. Daar sneuvelt bij S.B. torpedo-richttoestel de jonge officier Kriesfeld, en de korporaaltelegrafist Van der Linden, daar vallen bij een voltreffer op de commandotoren de luitenant ter zee S. Ritsema van Eck, de seiner Wiersma en anderen.

De artillerieofficier is gewond, de centrale vuurleiding ligt in duigen, de kanons gaan door met persoonlijk vuur, vooruit beginnen de cocosmatten te branden. Als ook kaartkamer en radiostation doorzeefd worden, is mijn taak als verbindingsofficier min of meer geŽindigd, de telegrammen zijn bovendien uit en kan ik me aan de gewonden wijden.

Naast mij is de tweede navigatieofficier kreunend ineen gezegen. Hij heeft een diepe wond in de hals en een bloedstreep boven het oor. Ik leg hem een snelverband aan, heb geen idee of de wond ernstig is. Het lichtnet is uitgevallen, wij werken bij het licht van lantaarns. Om uitschijnen van licht door de doorzeefde wanden tegen te gaan, hang ik er enkele vlaggen tegen aan. Een vreemde decoratie in deze omgeving van scherven en bloed.

We krijgen een treffer beneden de waterlijn, die gelukkig explodeertin een olietank. Een voltreffer in de monteurwerkplaats doodt o.a. mijn onvolprezen medewerker, den majoor monteur Van der Waay en den korporaal monteur Van der Gaast. Dan dooft het vijandelijk zoeklicht, getroffen door ons welgericht vuur. We geven nog een salvo af; doch ook onze lichtbronnen zijn reeds lang bezweken. De duisternis en stilte van den tropennacht vallen over het strijdtooneel.

Zwaar gehavend, met defecte kompassen, tast de 'Tromp' haar weg om de noord. Bij daglicht, bij Zwaantjesdroogte trachten 9 bommenwerpers het schip alsnog den genadeslag toe te brengen, doch voor H.M. 'Tromp' is een langer leven weggelegd.
Het is den volgende dag dat we onze gevallenen ten grave dragen. En als we hen de laatste eer bewijzen, rijzen ons onwillekeurig de laatste strofen van het adelborstenlied naar de lippen:

'Wordt nog' eens in later dagen,
Neerlands vlag ten strijd ontplooid.
Stervend zullen wij haar schragen,
Maar die vlag verlaten ... nooit!'

 

De gedenkplaat aan boord van Hr. Ms. "Tromp".

 

Door de Tromp werden van mei 1940 tot februari 1942 konvooidiensten uitgevoerd, daarna werd het schip ingedeeld bij de ABDA-vloot. Het schip nam onder meer deel aan de Slag bij Kangean, Actie bij Banka en Billiton, en de Slag in de Straat Badoeng. Na het verlies van Nederlands-IndiŽ week de Tromp uit naar AustraliŽ.

In AustraliŽ werd de bewapening van de Tromp uitgebreid met 2 x 7,6 cm kanonnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is door de Japanse strijdkrachten vijfmaal gemeld dat de Tromp tot zinken was gebracht, daarmee was de Tromp een van de schepen die het meest gezonken gemeld werden, maar die wel de Tweede Wereldoorlog overleefden.

 

Ereveld Kembang Kuning.

 

Onderstaand zijn berichten welke binnenkwamen bij de heer en mevrouw H. v.d. Gaast-Huitema te Eesterga, Lemsterland.

 

 

 

 

Role: Militair
Geslacht: M
Date of birth:
10 Apr 1910

Date of death:
20 Feb 1942

City: Eesterga
Country: Nederland
Profession: Korporaal monteur bij de KM
End: Overleden 20 februari 1942
Other information: Gesneuveld aan boord van de HR MS Tromp in de Straat van Bali of in de Strat Soenda. Van der Gaast ligt begraven op het Nederlands Ereveld Kembang Koening in Soerabaja, op het Karel Doormanhof.

Jacob de Rookstraat te Lemmer.

Jacob de Rookstraat te Lemmer.

 

Jacob de Rook.

 

Jacob de Rook, geboren op op 12 juli 1899 te Lemmer. Gehuwd met Boukje Visser. Visroker in familiebedrijf. De Rook was jarenlang raadslid van de gemeente Lemsterland voor de communistische partij. De Rook was ťťn van de meest uitgesproken linksocialisten en werd mede daardoor ťťn der grondleggers van het communisme in Friesland. Met zijn acht broers maakte hij deel uit van het Rookorkest.

Hij hield zich vooral bezig met de redactie en de verspreiding van het ondergrondse blad Het Noorderlicht. Na zijn arrestatie door de SD in Groningen op 28 mei 1941 werd De Rook overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen en vervolgens naar het concentratiekamp te Buchenwald. Waar hij op 13 april 1942 is overleden.

Naast de SDAP was er een in verhouding tot andere plaatsen in Friesland toen al een grote en actieve afdeling van de Communistische Partij Holland met een heel eigen gebouw. Een inspirerende figuur voor de communisten was de visroker en musicus Jacob de Rook, die hen in de gemeenteraad vertegenwoordigde. Een scheuring in de socialistische gelederen leidde tot een groepering van onafhankelijke socialisten (OSP) en ook de Christelijke Democratische Unie, een christelijke partij van anti-Colijngezinden en antimilitaristen schoot in de nogal bewogen Lemster en Lemsterlandse politiek behoorlijk wortel.

Het Noorderlicht was een illegale communistische krant die werd gestencild in een oplage van 100-300 exemplaren en een paar maal tijdens de oorlogsjaren 1940-1941 werd verspreid in Noord-Nederland.

Hoofdartikelen werden in Amsterdam geschreven onder verantwoordelijkheid van de centrale leiding van de CPN en via koeriers en koeriersters door het hele land verspreid, waar de tekst ter plaatse op stencil werd gezet en verspreid.

Van de wederwaardigheden van het Noorderlicht in Friesland is het volgende bekend: Voor de verspreiding het Noorderlicht in Friesland werden drie groepen gevormd. De eerste bestond uit Martin Beuving, bouwvakker en gemeenteraadslid in Leeuwarden voor de CPN; Jan Weistra, 25 jaar, CPN-er en loodgieter uit Leeuwarden; Dirk Faber, 41 jaar, christelijk en timmerman uit Leeuwarden, Fedde de Groot uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlands Jeugdfederatie; Corrie van der Meulen uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlandse Jeugdfederatie; Eds van der Heide, 32 jaar, monteur uit Leeuwarden, partijloos, en zijn vrouw Klaaske, lid van de CPN.

Een twee verspreidingsgroep bestond uit Jacob de Wacht, 42 jaar, bouwvakker en CPN-er uit Leeuwarden; Foppe Schipof, 42 jaar, vrijbuiter en negotieverkoper uit Leeuwarden; Harry Tulp, 32 jaar, lid van de CPN en vertegenwoordiger; Jacob de Rook, 51 jaar, visroker uit Lemmer en lid van de CPN.

Tot de derde groep, de zogenaamde Houtigehagegroep, behoorden Frans Dalstra uit Surhuisterveen, 39 jaar, transportarbeider en lid van de CPN; Piet Keverkamp, 33 jaar, kapper in Houtigehage, katholiek (die bij zijn arrestatie in 1941 tegen zijn vrouw zei: ďNee ik hoef mijn jas niet aan, ik ben zo terug.Ē); Siebe Bos, 32 jaar, voerman en lid van de CPN.

Toen de Noorderlichtgroep in Groningen in februari 1941 werd opgerold werd het Noorderlicht op 5 maart 1941 voor de eerste en laatste maal in Leeuwarden gemaakt in de Insulindestraat bij Eds en Klaaske van der Heide en van daaruit verspreid. Kort daarna werden vrijwel alle medewerkers gearresteerd.

In Groningen werden ongeveer 55 mensen van de Noorderlichtgroepen gearresteerd en naar concentratiekampen gevoerd. Slechts een klein deel daarvan heeft het er levend van afgebracht.

Slachtofferregister

 

Achternaam

Rook

Tussenvoegsels

de

Voornaam

Jacob

Voorletters

J.

Beroep

Visroker, lid verzet

Geboorte plaats

Lemmer

Geboorte datum

12-07-1889

Overleden plaats

Buchenwald

Overleden datum

13-04-1942

Begraafplaats

Conc. kamp Buchenwald

Gemeente

Weimar

 

Provincie

 

Land

B.R.D.

Vak

 

Rij

 

Nummer

 

Gedenkboek

2

 

Het monument in de N.H. kerk te Lemmer (gemeente Lemsterland) is een bronzen reliŽf van een knielende mannenfiguur die een duif vrijlaat. De tekst op het reliŽf luidt: 'HAR DEA US FRIJDOM

1940 - 1945'. De duif symboliseert vrijheid en vrede. Sinds Noach een duif uitliet om te verkennen of de wereld, na de grote vloed, weer bewoonbaar was, is de duif een symbool geworden voor goede tijdingen. Met goede tijdingen wordt meestal het tot stand komen van de vrede bedoeld.

Geschiedenis.

Het monument in de N.H. kerk te Lemmer (gemeente Lemsterland) is een eerbewijs aan hen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd voor vrijheid en vrede zijn omgekomen.

Het monument is onthuld op 4 mei 1955 door de weduwen van Jacob de Rook en Fokke van der Wal.

In de muur van de toren is in 1955 boven de ingang van de Hervormde kerk een oorlogsmonument aangebracht. Het bronzen reliŽf, gemaakt door Nico Onkenhout, toont een knielende man, die een duif laat vliegen. Daaronder de tekst: "Har dea us frijdom 1940-1945".

 

 

Dit gedicht is geschreven door de zoon van Jacob de Rook, Frans, die naar Amerika emigreerde.

 

Zuster Jacobstraat te Echtenerbrug.

Zuster Jacobstraat te Echtenerbrug.

 

Zuster Jantje Jacobs te midden van het bestuur van het Groene Kruis - Echten, cafť K. Huisman.

Verder op de foto van links naar rechts: L. van Eyck, timmerman en cafťhouder Otterweg. H. de Graaf, kapper Echten. Dokter Schothorst, arts wonende in Echten. Zuster Jantje Jacobs, wijkverpleegster Echten & omgeving. G.M. Postma, boer in Bantega. Joh. Zijlstra, boer en bakker Middenweg, CHU-raadslid van Lemsterland en lid v.h. veen-polderbestuur. A. Koopman, opzichter van de veenpolder Echten, bij dit gezin was zuster Jacobs in de kost. U. Dijkstra, vrachtrijder Oosterzee. A. Bijstra, eerst bakker in Echten, later boer in Bantega.

Jantje Jacobs; geboren op 6 november 1883 te Lemmer, overleden op 19 november 1942 te Auschwitz. Ze was van Joodse afkomst. Jantje was de dochter van Heiman Jacobs en Duifje van Dam. Het echtpaar Jacobs woonde in het Achterom te Lemmer. Ze hadden drie kinderen: Mette, Jantje en nog een kind. Heiman Jacobs was veehandelaar. Hij stierf in december 1923 en Duifje in december 1934.

Jantje Jacobs bleef ongehuwd. Lange tijd was zij wijkzuster bij de afdeling Oosterzee-Echten van het Groene Kruis. Op 21 december 1940 werd na een dienstverband van 22 jaar in een buitengewone ledenvergadering afscheid van haar genomen. De toenmalige voorzitter van de afdeling, Johs. Zijlstra, prees haar voor haar inzet in al die jaren. Daarna werd zij door nog zeventien sprekers geprezen. Bij dit afscheid is haar een fiets aangeboden.

Tijdens de oorlog heeft ze, in haar functie van Groene Kruis (wijk)verpleegster veel voor de inwoners van Echten, Echtenerbrug en omgeving gedaan, hoewel ze eigenlijk al gepensioneerd was. Burgemeester M. Krijger van Lemsterland en anderen hebben nog geprobeerd haar over te halen om onder te duiken, maar ze weigerde.

Toen ze later geconfronteerd werd met de werkelijkheid van de harde gevangenschap, heeft ze de burgemeester nog per brief voor zijn bemoeiingen bedankt. Ze werd naar het concentratiekamp Auschwitz getransporteerd waar ze op 19 november 1942 is omgekomen. Haar zuster Mette, (geboren op 22 september 1881 te Lemmer, overleden op 9 april 1943 te Sobibor) werd naar Sobibor getransporteerd. Hun beider namen staan vermeld op het herdenkingsteken dat geplaatst is op de Joodse Begraafplaats te Tacozijl.

Foto van Joodse begraafplaats (Tacozijl) - Wikipedia

 

De Joodse begraafplaats werd in 1801/1802 gekocht en lag aan de voet van de Zeedijk. De oudste grafsteen is van 1817. In 'Pinkas' wordt verteld dat vanwege de overstromingen besloten werd de doden elders te begraven en dat in 1876 de burgemeester van het nabij gelegen dorp Tacozijl , jonkheer (Jan Hendrik Frans Karel) van Swinderen, een stuk land voor dit doel schonk. Het kadaster van 1832 geeft echter al een perceel aan op de huidige plek (BLK C 532, 620 m≤, begraafplaats , eigenaar de IsraŽlitische Gemeente) dat ook in 1930 op de topografische kaart nog als begraafplaats wordt omschreven; het bleek dat het stuk land van van Swinderen aansluitend aan de bestaande begraafplaats lag, maar hoger gelegen.
Zo kent de huidige begraafplaats een hoger en een lager gelegen gedeelte.
De Leeuwarder Courant van 14 augustus 1876 laat over het aanbod van Jhr. Van Swinderen geen twijfel bestaan:

"Lemmer: De IsraŽlitische begraafplaats alhier was ten eenenmale geheel onbruikbaar geworden, hetgeen voor de kleine gemeente reden van bezorgdheid gaf om daarvoor een nieuw terrein aan te schaffen, terwijl een zoodanige aankoop een niet te gering te schatten uitgaaf vereischte. Goede raad was duur. Na vergeefse pogingen te hebben aangewend vervoegde het kerkbestuur zich tot Jonkheer van Swinderen, burgemeester van Gaasterland, die ons niet alleen met financiŽle raad bijstond, maar bovendien ons een groote uitgestrektheid lands ten geschenke gaf, dat ons een begraafplaats verschafte, trots het beste onder de begraafplaatsen in ons vaderland. Aangezien wij geheel buiten de kom der gemeente van dien edelen gever woonachtig zijn, vragen wij ieder weldenkend mensch, of genoemde heer te vergeefs met aardsche goederen is gezegend. De IsraŽlitische gemeenteleden betuigen jonkheer van Swinderen daarvoor dan ook hunnen duizendvoudigen dank".

Jonkheer van Swinderen bracht het tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, en was Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, en ook Lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Dokkum. Voorts was hij dijkgedeputeerde van het waterschap Zeven Grietenijen en de stad Sloten, voorzitter van de Grote Noordwolder polder en voorzitter van de Vereniging van burgemeesters en gemeentesecretarissen van Friesland.

Ook was hij lid van de Provinciale Staten van Friesland voor het kiesdistrict Sneek. Bij zijn overlijden op 64 jarige leeftijd in 1902 te Rijs vermeldt de Leeuwarder Courant ook nog dat de overledene gedurende zijn gehele leven een weldoener van honderden geweest was , en in zijn gemeente waar hij geboren en getogen was zich een grote mate van populariteit had weten te verwerven. In ieder geval zullen ook de Friese Joden hem ten goede hebben herdacht.

De begraafplaats Tacozijl werd omstreeks 1989 van de totale verloedering gered, door een groep Lemsters onder aanvoering van mevrouw M. Bastian-Pen. Zij richtten daartoe de 'Stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl' op.

Deze Stichting zorgde voor de totale restauratie van de begraafplaats. Zoín honderd donateurs uit Lemsterland, maar ook van ver daar buiten, steunen de Stichting financieel. De Stichting zorgt nog steeds voor het onderhoud van dit markante stukje Lemsterland, in samenwerking met de gemeente Lemsterland en Werkvoorzieningschap Caparis (voorheen Waghenbrugghe).

Aantal bewaard gebleven grafstenen: 29 tot 1938.
Aantal overleden Joden :ca 123.
Het aantal Joden geboren in Lemsterland en Gaasterland, omgekomen in concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog, bedraagt 5523.

Links: Catharina, de vrouw van Albert Koopman en rechts: Zuster Jacobs. Vanaf begin jaren '20 is Zr. Jacobs in onze omgeving wijkverpleegster geweest. Ze was in de kost bij de fam. Albert Koopman in Echtenerbrug. Daar is ze tot 1942, toen ze via Westerbork naar een concentratiekamp in Duitsland is gedeporteerd, geweest. Zuster Jacobs wilde haar Joodse landgenoten niet in de steek laten en vond dat ze bij hen behoorde te zijn. Daarbij kwam ook nog, dat ze nog wel vertrouwen had in de Duitse bezetter. Ze heeft de oorlog helaas niet overleefd. Deze fam. Koopman was een oom van Albert Koopman(straat)

Joods Monument - Jantje Jacobs

Fokelinus van der Walstraat.

Fokelinus van der Walstraat.

 

Fokelinus van der Wal.

 

Fokelinus van der Wal, geboren op 28 november 1899 te Stedum, overleden op 18 april 1943 in Kamp Vught. Fokelinus is een kind uit een groot gezin. Fokelinus zit maar korte tijd op school omdat hij mee moet helpen het gezin te onderhouden. Al op jonge leeftijd werkt Fokelinus dan ook voor een boer in de omgeving. Fokelinus wil meer. Hij gaat in zijn vrije tijd studeren en komt als douanier aan de grens terecht. Later wordt hij belastingambtenaar.

In 1924 trouwt Fokelinus op zijn verjaardag, 28 november, met Alke van Steenwijk, geboren te Haren op 14 oktober 1902. In het gezin Van der Wal worden vervolgens tien kinderen geboren, de jongste op 4 januari 1942.
Fokelinus van der Wal wordt na zijn huwelijk lid van de gereformeerde kerk. Hij is al snel lid van de kerkenraad, als diaken en later als ouderling. In deze jaren is Fokelinus tevens bestuurslid van de christelijke bouwvereniging Patrimonium.

In 1943 wordt Fokelinus gevraagd de namen te geven van mensen die voor de bezetter zouden kunnen werken. Fokelinus weigert dit. Een politieagent geeft dit door aan de SD in Leeuwarden en al snel doorzoekt de SD de woning van het gezin Van der Wal. Fokelinus wordt meegenomen. Hij zit eerst in Leeuwarden vast, daarna in Groningen en wordt van daar naar Kamp Vught gebracht. Na zijn arrestatie kwam een hechte samenwerking tussen alle belastingambtenaren in het Friese verzet tot stand.

In Kamp Vught wordt Fokelinus ziek en overlijdt aan de ontberingen. De officiŽle lezing maakt melding van hart- en vaatproblemen.

Op 22 april 1943 krijgt het gezin Van der Wal van het Rode Kruis en een predikant het bericht dat Fokelinus op 18 april 1943 in Kamp Vught is overleden.

Monument in het Reeburgpark in Vught ter nagedachtenis aan de 1400 Nederlandse slachtoffers van het concentratiekamp in het Duitse Sachsenhausen. Onder de vele namen ook Fokelinus van der Wal. Onthulling Monument 6 september 1994.

 

In de Zuid-Friesland van april 1947.

Herdenking.

Men schrijft ons: Wij leven in gedachten in de bevrijdingsroes van twee jaar geleden, groot is de dank van ons hart voor wat God ons daarin gaf.
Doch weet gij mijn lezer(es), dat God ook in de bezetting grote dingen deed, want daaraan denken wij op 18 april 1947.
Voor vier jaren is onze plaatsgenoot en pionier der verzetsbeweging Fokelinus van der Wal in Vught bezweken; met hem is heengegaan een strijder van groot formaat, onkreukbaar van karakter, begaafd met een helder inzicht, wiens geloof was de stuwkracht van zijn handelen. Hij wist zich door God geroepen tot strijd, want reeds voor de oorlog bekleedde hij met grote liefde en toewijding functies, op kerkelijk en maatschappelijk gebied.

Toen hij dit alles bedreigd zag, gaf hij zich met de volle inzet van zijn persoonlijkheid, omdat hij wist dat juist daar de vijand zijn haat en wraak heen trok. Dapper stond zijn vrouw hem terzijde, zij waren gehoorzaam aan Gods bevel dat riep tot strijd. Groot is het gemis voor zijn groot gezin, doch dit is hun troost, hun man en vader stierf voor Gods zaak.
Wij missen hem met zijn scherp inzicht en grote trouw zo node. Maar God vergist zich nooit, laten wij getrouw zijn in de strijd, waarin hij ons voorging.

Luitjen Mulderstraat te Lemmer.

Luitjen Mulderstraat te Lemmer.

 

Luitjen Mulder.

 

Luitjen Mulder, geboren op op 25 juli 1918 te Follega. Daar was hij administrateur van het waterschap "De Brekkenpolder" Onder de schuilnaam "Louis Molenaar" was hij aangesloten bij de KP en hield zich vooral bezig met de berging en verdeling van door de, Geallieerden afgeworpen wapens en munitie. Daarnaast verspreidde hij illegale bladen en was hij medewerker van de LO in de gemeente Lemsterland.

Samen met Roelof Knol (schuilnaam: "Wim Reinders") was hij ondergedoken in Echtenerbrug. Wegens bijzondere omstandigheden moesten de onderduikers hun onderduikadres voor korte tijd verwisselen voor de boerderij van Wiepke Hof in Echtenerbrug. Toen de SD op 3 januari 1945 een inval deed in huize Hof, vonden ze daar de onderduikers.
De drie arrestanten werden overgebracht naar het beruchte "Crackstate" in Heerenveen.

Daar werden ze zwaar mishandeld. Mulder werd letterlijk kapotgeslagen, omdat hij geen namen van medestanders wilde noemen. Dat gebeurde op 8 januari 1945. Om voor de buitenwereld verborgen te houden hoe ze in "Crackstate" te keer waren gegaan, verzwaarden de SD-ers het stoffelijk overschot van Mulder en gooiden het in het water, in de hoop dat het nooit gevonden zou worden.

In juli 1945 ontdekte een schipper het stoffelijk overschot onder de brug over de Fammensrakken in de weg van Sneek naar Joure.
Het werd met militaire eer ter aarde besteld op de Algemene Begraafplaats in Lemmer. Men had grote moeilijkheden gehad met de identificatie.

Dokter Verdenius uit Noordwolde, die ook in de gevangenis in Heerenveen zat opgesloten, heeft de martelgang van zijn medegevangenen niet kunnen verdragen en pleegde zelfmoord.

Begrafenis Luitjen Mulder.

LEMMER. Dinsdagmiddag werd, onder groote belangstelling, het stoffelijk overschot van Luitjen Mulder, ter aarde besteld. De in de gereformeerde kerk gehouden rouwdienst werd geleid door Ds. L.W.Wessels, die sprak naar aanleiding van 2 Sam. 1 het slot.
Hierna begaf zich de stoet, door de N.B.S. voorafgegaan, naar de begraafplaats. De baar was gedekt door een drietal kransen en de Nederlandsche driekleur. Onder de vele aanwezigen bevonden zich o.a. de burgemeester Mr. M. Krijger, benevens een aantal personen uit de illegale beweging. Nadat door de N.B.S. schoten waren gelost, sprak Ds. Wessels nog een kort woord, waarna hij in gebed voorging.

 

 

 

Aandenken aan Luitjen Mulder: 4 augustus 1945.

 

Zie ook voor Luitjen

Gerben Bootsmastraat te Lemmer.

Gerben Bootsmastraat te Lemmer.

 

Gerben Bootsma.

 

Gerben Bootsma, geboren op 21 februari 1894 te Lemmer, overleden op 2 april 1945 te Butzbach (Duitsland), gewoond hebbende op de Lijnbaan 73 te Lemmer. Hij was kapitein op de vrachtboot "Holland Friesland IV" van de rederij "Stanfries" in Leeuwarden. Zoon van Gerben Bootsma en Oeke van der Kamp. Gehuwd met Sjoerdje de Boer.

In de nacht van 23/24 maart 1943 heeft hij de vliegers van een neergeschoten Engelse bommenwerper, die in een rubberboot op het IJsselmeer ronddreven, opgepikt en aan boord genomen.
Die Engelsen moesten twee Nederlandse geheime agenten (Gerbrands en Bergman) in de omgeving van Koudum of Workum droppen. Het vliegtuig, waarschijnlijk een Halifax nr. 138 (Special Duties Squadron), dat was opgestegen van de basis Tempsford, werd bij Enkhuizen door Duitse nachtlagers neergeschoten en kwam tussen Stavoren en Enkhuizen in het IJsselmeer terecht. Eťn lid van de bemanning en geheim agent Bergman kwamen om het leven. Kapitein Bootsma heeft Gerbrands laten ontsnappen.

Gerben werd door het hoofd van de contraspionage van de SD in Den Haag Joseph Schreieder en diens Nederlandse handlanger Antonius van der Waals samen met zijn driekoppige bemanning gearresteerd op 3 april 1943.

Nog dezelfde dag werd hij overgebracht naar de gevangenis in Leeuwarden. Op 5 mei 1943 werd Bootsma naar de gevangenis in Scheveningen gebracht en vervolgens naar het huis van bewaring in Utrecht. Na veroordeeld te zijn tot levenslange gevangenisstraf is hij op 20 mei 1944 overgebracht naar een tuchthuis te Kleve (Dsl). Tien dagen later naar Rheinbach, op 12 september 1944 naar Dietz am Lahn en aansluitend naar Butzbach. Halverwege februari 1945 kreeg hij geelzucht en ontving daarvoor geen medicijnen en verpleging.

Drie dagen voor zijn dood werd hij bevrijd door Amerikaanse troepen, maar hij overleed alsnog tengevolge van de geelzucht en de ondergane ontberingen. Oorspronkelijk begraven te Butzbach. Herbegraven op het ereveld Waldfriedhof Frankfurt/Oberrad (Dsl), vak E, rij 2, nr. 15. Bij Koninklijk Besluit van 29 december 1980, nr. 104, staatsblad 715 werd hem postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend. In 1946 ontving hij, eveneens postuum, een Engelse onderscheiding wegens hulpverlening aan en het redden van vliegeniers en varend personeel van het Britse Gemenebest.

 

Posthume onderscheiding.

LEMMER. Aan wijlen den heer G. Bootsma is dezer dagen een onderscheiding posthuum toegekend wegens het verlenen van hulp aan en het redden van vliegeniers en zeevarend personeel van het Britse Gemenebest.
Zoals U wellicht weet overleed de heer Bootsma in April verleden jaar, vlak na zijn bevrijding, in het concentratiekamp BŻtzbach.

Uit: Zuid Friesland 1946

De heer F. Bootsma uit Zwolle schrijft de Stichting Oranjehotel: www.oranjehotel.org

Zie ook voor Gerben

Wiepke Hofstraat te Lemmer.

Wiepke Hofstraat te Lemmer.

 

Wiepke Hof.

 

Wiepke Hof, geboren op 8 september 1916 te Echten. Was winkelier/zadelmaker in Echtenerbrug. Was aangesloten bij de KP Echtenerbrug. In de avond van 13 juni 1944 hadden KP-ers het distributiekantoor van Kuinre leeggehaald. De buit zat in een brandkast, die de KP-ers ter plaatse niet open konden krijgen. Ze brachten de brandkast daarom op een bakfiets, die door een personenauto gesleept werd, naar Echtenerbrug. Wiepke Hof bestuurde de bakfiets.

Verder werkte Hof mee aan het verspreiden van gedropte wapens die van het afwerpterrein in het Katlijker Schar kwamen (Bij dat droppingsveld staat een herinneringsbord).
Op 3 januari 1945 deed de SD een inval in het huis van Hof. Daar waren ook nog twee KP-ers ondergedoken. Die werden uiteraard ook gearresteerd.

De drie mannen werden naar Heerenveen gebracht, waar in "Crackstate" zware verhoren volgden.
Wiepke Hof werd op 17 maart 1945, samen met ťťn van de andere twee KP-ers (Roelof Knol; schuilnaam: Wim Reinders ) en acht anderen als represaille doodgeschoten op het erf van de veehouder Schotanus in Doniaga. Wiepke Hof ligt begraven op de Hervormde begraafplaats in Echten.

De Heerenveensche koerier: 17-03-1947

 

 

Zie ook Lemmer in oorlogstijd, door Jaap van der Zwaag

Albert Koopmanstraat.

Albert Koopmanstraat.

 

Albert Koopman.

 

Albert Koopman, geboren op 14 februari 1917 in Echten (Fr.). Houtbewerker in Echtenerbrug. Albert was gehuwd met Trijntje Hof. In de illegaliteit hield hij zich voornamelijk bezig met het verdelen van gedropte wapens en het geven van wapeninstructie aan de knokploeg.
Op 19 februari 1945 deed de SD een inval in zijn woning om naar wapens te zoeken. Toen deze niet werden gevonden werd het huis platgebrand en Koopman werd overgebracht naar het SD-bolwerk Crackstate in Heerenveen en daar mishandeld.

Koopman is gefusilleerd op 17 maart 1945, op het erf van de veehouder Schotanus in Doniaga. Met negen lotgenoten als represaille voor de liquidatie van de Duitse Oberrevier-wachtmeister Paul Platt en de Nederlandse Unterwachtmeister Foppe Kootstra. Oorspronkelijk begraven te St. Nicolaasga. Op 11 mei 1945 herbegraven op de hervormde begraafplaats te Echten, regel N, nr. 42. Vervolgens werden zijn resten op verzoek van de weduwe Koopman definitief op 28 november 1980 herbegraven op het ereveld van de OGS te Loenen (Gld), vak B, nr. 323. Zijn naam staat vermeld op een gedenkzuil te St. Nicolaasga.

Ter herinnering aan Albert Koopman, geboren te Echten, 14 februari 1917. Gefusilleerd te Doniaga op 17 maart 1945.

Je was soldaat
Je gaf je hart en hand,
Aan 't strijden toen 't moest
Voor 't land.

Je was gegriefd,
'Je kon 't niet meer kwijt
't Verlies, door overmacht en list,
Betoonde moed ten spijt.

Je kwam weer thuis,
Je ging je trouwe gang
Van kerk en werk en....voortgezette strijd,
Vijf jaar lang.

Verbitterd was je blik,
Verbeten je gebaren
Om zoveel ongerechtigheid,
In machteloze jaren.

Je was je vrouw getrouw,
Je hechtte je al te zeer wellicht aan je kinderen
Is deze liefde 't niet,
Die tijdige vlucht kwam hind'ren.

Je zeggen hoor ik nog:
'We gaan er allen aan!'
't Bleek somber doodsvoorspellen...
En je wou 't zo graag weerstaan!

Je woudt, met scherp geweer,
Als Duitsers j' overvielen, je weren om 't recht,
Opdat ons volk zou vrij zijn,
En je kinderen niet geknecht.

Maar daar was 't zwaar bevel:
'Nog moet gij mannen 't lijden,
Dat ons 't geweld vertrapt.
Ons uur moeten wij nog beiden...

Je was een goed soldaat.
Je had de moed met het verzet, te wachten,
Dat was voor een als jij,
Een sterk bewijs van krachten!

Tot al te zwaar werd deze proef:
't Duitsche monster greep je naaste vrinden.
Toen gaf je je met woord en daad en als 't moest met bloed,
Om opening voor hen te vinden.

Te laat ..... ook op jezelf sloeg deze monsterklauw.
Zo was 't, in menselijk gewikte wegen, Godsbestel.
En uit 't zwart gevang kreeg toen je vrouw de brief:
'Treur niet!. Na worsteling in 't geloof, is 't ook mij zo wel'.

Het leven lokte je nochtans, met kinderen en vrouw
'Met hen te leven voor den Heer' ..... dat lichtte in je cel.
Je groefde teer hun namen in....
't Bleek je laatst 'vaarwel.'

Er sloeg 'n knuppel in Doniaga,
een rovend Duitser neer.
Een ander werd teg'lijk gedood
In open strijd met wapeneer!

Toen brulde 't Duitse monsterbeest
Om hete wraak te doen,
Tien gijz'laars, tegen alle recht,
Moesten dienen tot verzoen.

Met negen makkers uit de strijd, stond jij ook in de rij,
Maar 'k stel me voor je blik te zien., nu licht is deze nacht,
Omdat 't Godswoord en 't gebed van ťťn
Jullie moed en krachten bracht.

Het schieten in de nek leek laf.
Jij ook, je walgde er van,
Want voor de eer van God en 't land,
Wou je sterven als christen-man.

Het sterk verzoek werd toegestaan:
Jij keek ook in de loop ....
De schoten blaften, kort en droog, wreed en vol ziedend zeer.
Maar jij viel als de and'ren ook, vervuld van blijde hoop.

Je ging van hier als koningskind,
Dat was 't getuigenis,
't Welk tegenzin een vijand gaf
In zijn ontsteltenis.

Wij weten 't wel, zijn niet ontsteld
Noch hoop'loos in deze nood;
Je streed in 't leven 'voor den Heer'.
Hij droeg je door den dood!

ds. G. J. Gr‚fe
Echten 17 mei 1945.

Ook schreef Albert Koopman een brief in Crack-State. Hij deed dat 4 dagen voor zijn dood en verborg het briefje in de zoom van een overjas.

Crack State 13 maart 1945

Lieve vrouw en kinders,

Met mij gaat het goed hoor, je hoeft voor mij geen zorg te hebben. Ik kan het best dragen, want God die geeft mij kracht. Wat is het toch mooi dat er ťťn is die voor ons zorgt en steunt in moeilijkheden. Ik bid elke dag weer om bevrijd te worden en ik geloof dat ons gebed verhoord wordt. Ik ben nu heel wat geruster dan in 't eerst. Toen wist en dacht ik dat we doodgeschoten zouden worden. Niet dat ik bang was hoor, helemaal niet. Want ik weet als ik sterf, dat ik bij Hem kom en daar is geen moeite en zorg nog kommer en verdriet. Maar ik geloof dat wij elkaar weer in gezondheid terug zullen zien en wat zou dat mooi zijn, dat ik weer voor mijn gezin kan zorgen.

Hoe gaat het met Jelte, Pietje en Klaas, ik hoop dat alles goed gaat en zij in gezondheid mogen opgroeien. Wees goed voor hen Trien en denk ook goed om jezelf , als ik thuis kom dat je er niet uitgesloofd uitziet. Wiepke, Wim die heb ik ook gezien, het gaat goed met hen ik kon niet met hen praten, maar Wiepke ziet er goed uit.

Wij zitten hier nu met ons 16-en in een cel, nu dat is beter dan dat je alleen zit. Ik heb 3 weken alleen gezeten en dan zit je wel eens in de put, maar nu kan ik het best dragen.

Wil je vrouw Vrielink de groeten doen van haar man, alles gaat goed. Hij heeft nog kleur op de wangen. Verleden week zijn hier 3 Postma's aangekomen. Een vader en drie zoons. Wil je de vrouw de groeten brengen en zeggen dat ze kleren en eten moeten sturen. Ze komen van Schoterzijl. Ze zitten hier allen bij me en Vrielink ook. Wil je wat tabak en vloei sturen en mijn groene jas en de zwarte trui, deze trui is zo zwart als wat. Het eten is hier best maar je kunt nooit teveel sturen.

Omhels mijn kinders van me en jezelf ook. De hartelijke groeten van je liefhebbende man.

Wim Reinderslaan te Lemmer.

Wim Reinderslaan te Lemmer.

 

Wim Reinders.

 

Wim Reinders. Schuilnaam van Roelof Knol uit Meppel, geboren op 21 oktober 1922 in Meppel. Zijn vader had daar een textielwinkel, waar hij ook werkzaam was.
Was eerst lid van de KP-Meppel, maar vertrok naar Friesland, toen de grond hem in Meppel te heet onder de voeten werd. Hij dook onder in Echtenerbrug en werd de centrale figuur in het verzet in de gemeente Lemsterland.

Op 3 januari 1945 werd hij gearresteerd op de boerderij van Wiepke Hof in Echtenerbrug, waar hij toen samen met de verzetsman Luitjen ondergedoken was. Hij werd naar "Crackstate" in Heerenveen gebracht. Na martelende verhoren werd hij op transport gesteld naar een concentratiekamp in Duitsland, maar omdat de spoorwegen als gevolg van oorlogshandelingen geblokkeerd waren, kwam hij op "Crackstate" terug.

Op 17 maart 1945 werd hij met negen medegevangenen als represaillemaatregel op het erf van de boerderij van de familie Schotanus in Doniaga doodgeschoten.
Hij ligt, samen met zijn medestrijders van de Meppeler KP, begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Zomerdijk in Meppel.

 
Briefje dat door Roelof Knol (Wim Reinders) 4 dagen voor hij geŽxecuteerd zou worden aan zijn ouders en jongere zuster geschreven is. Het briefje werd tussen het vuile wasgoed, in de zoom van zijn ondergoed, uit de gevangenis gesmokkeld.
'Ali' en 'Janny' zijn 2 joodse zusjes die respectievelijk bij Ynze de Jong en Jan Toering in Echtenerbrug waren ondergedoken. 'Flip' is verzetsman Philippus Spits. 'Rom' tenslotte is de vrouw van Wiepke Hof
.
 
Briefje van Jan Tuut, celgenoot van Wim Reinders, aan koerierster Willy van der Gaast.
'Bertus' is Lambertus Lugtmeier, actief in het verzet te Heerenveen
.
 

Y. W. v. Dijkstraat te Lemmer.

Y. W. v. Dijkstraat te Lemmer.

 

IJ(Y)me Willem van Dijk.

 

IJ(Y)me Willem van Dijk, geboren op 16 november 1927 te Lemmer, hij was van beroep huisschilder en werkte bij zijn oom Chris van Slageren.
Hij sneuvelde op dinsdag 26 oktober 1948 te Banjoemas IndonesiŽ. Rang: Sld.4-9 RI.

In IndonesiŽ gesneuveld.

Lemmer. October: Donderdagmiddag is hier het ontstellende bericht ontvangen van het overlijden van IJme van Dijk als gevolg van zware verwondingen bij gevechtshandelingen in IndonesiŽ opgedaan. Vorige week kwamen de eerste berichten over zware verwondingen binnen. Een later bericht meldde dat de toestand uiterst zorgwekkend was en nu is Donderdagmiddag het bericht van het overlijden doorgekomen. Dit is voor de moeder, G. van Dijk-van Slageren, een zware slag, want zij verliest in deze jongeman haar enigste zoon en kostwinner.

Het medeleven met de zwaar getroffen familie is in onze plaats algemeen.
Maandagmiddag half twee zal een rouwdienst in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente worden gehouden.

IJme Willem van Dijk in Lemmer, op de achtergrond de Vissersburen.

 

Van mevr. Kl. Semplonius-van Slageren, nicht van Yme Willem van Dijk, verwees verder naar de heer M.Y. Sikkes te Hellendoom, ook een neef van Yme W. van Dijk.

De heer Sikkes, nu verder aan het woord:

Yme was een fijne neef met wie er voor zijn IndiŽ-tijd een goed contact was. Door het feit dat ik ook als militair naar IndiŽ moest en ongeveer van dezelfde leeftijd was, is er na Yma Willem van Dijk mijn terugkeer met tante Griet altijd een nauwe band geweest. Ik heb immers ook Yme zijn graf kunnen bezoeken en mocht foto's van het graf maken en kon daar later met tante over praten. Ik heb verder alle post van Yme uit IndiŽ in mijn bezit.
Ook brieven van vrienden en de legerpredikant aan tante geschreven, maar die komen inhoudelijk overeen met het door Portielje geschrevene.

Yme opgevoed door zijn moeder en oma heeft zijn vader nooit gekend, vandaar dat hij ook dezelfde naam als zijn vader mocht voeren, die na een korte huwelijksperiode is overleden. Bij zijn vertrek naar IndiŽ had Yme een vaste vriendin, namelijk Lieuwkje Osinga, wonende te Sondel. Yme Willem van Dijk werd op 16 november 1927 geboren te Lemmer. Zijn moeder Gr. van Dijk-van Slageren bleef weduwe en voorzag in beider levensonderhoud door in een winkeltje aan de Lijnbaan nr. 17 textiel en zeepprodukten te verkopen.

Yme Willem bleef tot zijn militaire dienst bij zijn moeder wonen en werd na de lagere school opgeleid tot huisschilder en was als zodanig werkzaam bij zijn oom Chris van Slageren in de Schans te Lemmer. Yme's hobby's waren het tekenen en schilderen van objecten in Lemmer en omgeving. Hij was lid van de muziekvereniging Crescendo te Lemmer. Kerkelijk waren Yme en zijn moeder aangesloten bij de Gereformeerde Gemeente te Lemmer.


Na zijn militaire opleiding vertrok hij op 20 juni 1947 vanuit Assen als soldaat met 4-9-RI. met het 'M. S. Sloterdijk' naar IndiŽ. Op 18 oktober 1948 ging hij mee als brenschutter op een gepantserde ĺ-tonner van Wanaredja naar Poerwokerto, waar hij tijdens een vuurcontact met T.N.I. zwaar gewond raakte (zie brief van de commandant luitenant Portielje). Op dinsdag 26 oktober 1948 is Yme Willem van Dijk aan zijn verwondingen overleden.

 

Brief van luitenant J.N.C. Portielje.

Welke werd verzonden naar Holland na het overlijden van Y.W. van Dijk.

Zeer geachte familie,

Als vriend van Yme is het mij een grote behoefte U mijn deelneming te betuigen met het als gevolg van een verraderlijk vijandelijk schot, zo plotseling verscheiden van een die U en ons zo dierbaar was.
Hogere machten, waarbij wij ons eerbiedig dienen neer te leggen beslisten anders dan wij hoopten.
Niettegenstaande mijn rang als luitenant en ons leeftijdsverschil voelden Yme ťn ik dat er een werkelijke vriendschapsband tussen ons bestond. Juist hier in de tropen is dit zo belangrijk.
Ten volle besef ik dan ook wat dit verlies voor U moet zijn en ook besef ik dat U in Uw geloof wel kracht zult vinden, deze beslissing van Hem die ons allen bestuurd, te dragen.
Hierbij sluit ik een uiteenzetting in.

's Morgens kwart voor zeven van maandag 18 oktober vertrok ik met mijn wagen, een gepantserde ĺ tons truck G.M.L. naar Poerwokerto. De te volgen weg van Wanaredja naar P, waar de staf V-Brigade gevestigd is, is ongeveer 100 km. lang. Voor een groot deel voert hij door vrij ruw, onbebouwd, bergachtig gebied. Als Motor- Transport-Officier van 4-9 RI leg ik deze weg af.

Daar ik een dag of 14 voordien vanuit de bergen beschoten was, waarbij een van de inzittenden van de 3-tons truck waarin ik toen reed, aan de voet gewond raakte, ging sindsdien steeds een automatisch wapen, een Bren met bediening, als dekking mee.
Op de 18e oktober was de bediening van dit wapen in handen van mijn vriend Yme van Dijk.

Toen we het punt naderden waar de vorige maal de beschieting had plaatsgevonden, zou ik Yme deze plaats aanwijzen. Enkele honderden meters hiervoor, in een weggedeelte met veel scherpe bochten, aan' de rechterzijde een hoge bergwand en aan. de linkerzijde een smal ravijn, waarachter op ongeveer 150 ŗ 200 m. een paar met gras en struiken begroeide heuveltjes, viel plotseling van linksachter een schot.

De gepantserde auto is van de achterzijde zeer kwetsbaar en het bleek dan ook dat de bende T.M.I. in het terrein ons eerst had laten passeren en ons toen van achteren ging beschieten. Na het eerste schot barstte dan ook al het vuur los. Yme stond op om zijn plicht te vervullen, maar werd vrijwel direct daarna door een schot in de rug getroffen. Heel even kreunde hij zachtjes en zakte toen naast mij neer. Zo goed mogelijk, nu gedekt door de stalen wand van de wagen, legden wij hem neer.

Inmiddels was echter ook mijn chauffeur aan de linkerschouder gewond geraakt en door scherven enigszins in het gelaat. Bovendien was de helft van de voorruit aan de zijde van de chauffeur versplinterd en daardoor vrijwel ondoorzichtig. Een meerijdende vaandrig ondersteunde Yme toen, terwijl ik de chauffeur met sturen hielp. Klachten had Yme vrijwel niet.

Het enige waarover hij sprak was dat hij geen gevoel in zijn benen had. Hij was volkomen bij bewustzijn. De beschieting ondergingen wij over een weggedeelte van zowat 500 m. Om de eerstvolgende bocht, toen we uit het gezicht verdwenen waren, hield het op. Een jeep die vlak achter ons reed, had geen schot ontvangen. Het vijandelijk vuur bestond uit twee automatische wapens en 10 ŗ 12 karabijnen of geweren.

Yme moest zo spoedig mogelijk geholpen worden en niettegenstaande mijn chauffeur pijn in zijn gewonde schouder had en door de doorgeschoten voorruit vrijwel niets zag, reden wij de Ī 15 km. door naar onze eerste post Wangon. De beschieting vond plaats op de Grote Postweg tussen Loembir en Wangon.

Bij onze post werd een voorlopig verband aangelegd door de hospitaalsoldaten. Hier bleek dat het schot in de rug vlak boven zijn broekriem en vlak naast zijn ruggengraat zat. Zijn grootste klacht was de gevoelloosheid van zijn benen. Hij gedroeg zich zeer flink en was volkomen bij bewustzijn.
Per ambulanceauto legde hij de resterende Ī 25 km. naar het hospitaal in Banjoemas af.

Mijn gewonde chauffeur bracht ik vast vooruit, tevens om de doktoren te waarschuwen.
Direct na de operatie ben ik weer naar het hospitaal gegaan. Yme was toen nog onder de narcose. Men vertelde mij dat de kogel juist de wervelkolom had geraakt en verder de maag had doorboord, de alvleesklier had beschadigd, evenals de twaalfvingerige darm. De galblaas moest verwijderd worden en de kogel bevond zich in de lever, waaruit een verwijderen om medische redenen niet mogelijk, doch ook niet noodzakelijk was.

Donderdags de 21e bezocht ik hem weer. Hij werd toen kunstmatig gevoed, urineren langs kunstmatige weg. Het verplegend personeel, de zuster en de verplegers waren vol lof over hun patiŽnt en zeer op hem gesteld. De voorbeeldige wijze waarop hij zich de voedingsslang door zijn neus tot in de maag liet aanbrengen hadden ieders bewondering. Yme was toen psychisch zeer goed. Informeerde naar iedereen, was blij post gekregen te hebben. Vroeg mij de jongens te zeggen gerust te kunnen schrijven hoe het was. Zelf heeft hij nooit beseft hoe ernstig zijn verwondingen waren. Pijn had hij niet en was vol goede moed.

Zijn houding was bewonderenswaardig. Nog was het echter niet mogelijk te zeggen hoe het verdere verloop zou zijn. Geestelijk was hij blijkbaar, naar medisch begrijpen, te goed. De volgende dagen hield ik mij telefonisch op de hoogte. Omdat hij zo veel te vertellen had bij bezoek, moest dit zoveel mogelijk beperkt worden. Maandags 25 oktober ben ik toen met Nan weer bij hem geweest. Hij was toen in zijn gezicht al wel sterk vermagerd. Vergeleken bij mijn vorig bezoek, was hij echter nog even helder van geest en belangstellend.

Toen ik de doktoren sprak, bleek mij echter dat de toestand nog steeds zeer ernstig was en evenveel kans bestond dat het ten gunste dan wel ten ongunste zou kunnen wenden.
De volgende middag ontvingen wij de telefonische mededeling van zijn overlijden. Een longcomplicatie en het niet meer bestand zijn van het hart waren de uiteindelijke oorzaak.
Zo is het einde dan ook heel rustig gekomen.

Toespraak uitgesproken door de bataljonscommandant tijdens de rouwplechtigheid.

Gistermiddag bereikte mij het ontstellende bericht, dat Van Dijk, van het carrier peloton van de Ostcie aan zijn verwondingen was overleden.
Zoals bij u allen bekend, werd op 18 oktober jl. een truck van ons beschoten op de weg Loembir-Wangon, waarbij Van Dijk zwaar gewond geraakte.
Alhoewel hij er zeer ernstig aan toe was, was bij ons allen nog een vleugje hoop aanwezig, dat hij het misschien nog wel halen zou. Het heeft niet zo mogen zijn.

Hogere machten beslisten anders en daar hebben wij ons bij neer te leggen.
Wij allen zullen in Van Dijk een goed soldaat en kameraad missen, iemand die zich voor 100% gaf voor de goede zaak. Mijn gedachten gaan met droefheid uit naar zijn moeder en zijn meisje in Holland. Haar enigste zoon ontviel haar, die zijn plicht deed als goed soldaat in IndonesiŽ. Moge God haar de kracht geven door het geloof, om deze bijna onoverkomelijke slag te boven te komen.

Mijn gedachten gaan ook uit naar zijn beste vrienden en kennissen. Het is zo moeilijk voor u woorden van troost te vinden. Gedenk echter dit, hij heeft zijn taak in dit leven vervuld, hij heeft het grootste offer gebracht dat ooit gebracht kan worden.

Gedachtig aan dit en zijn voorbeeld, zult gij ook de kracht vinden om uw levenstaak voort te zetten.
Ik verzoek u de houding aan te nemen, uw hoofd te ontbloten en enige stilte te betrachten voor uw gevallen kameraad.

Dank u.

Hepkema's courant 03-11-1948.

 

Luitenant Portielje heeft ook een gedenkboekje uitgebracht.

Portielje, J.N.C., Wij trokken naar Solo. Semarang, 1949; 96 blz. Gedenkboekje van het 4-9 RI. Het bataljon was als onderdeel van de V-brigade gelegerd op Midden-Java in de jaren 1948-1949.

 

Grafsteen van Yme, op het Nederlands ereveld Pandu te Bandung IndonesiŽ. Vak VI: Nummer 244. Adres; Jalan Pandu 32 te Bandung. Gemeente Bandung. IndonesiŽ.

 

Op 25 juni 1952 werd aan de moeder van Yme Willen door de Minister van Oorlog een oorkonde uitgereikt met als inhoud:

TER
NAGEDACHTENIS
AAN
de dienstplichtig soldaat der Infanterie
Y.W van Dijk

VAN DE
KONINKLIJKE LANDMACHT

Die, na beŽindiging van de wereldoorlog 1940-1945, zijn leven gaf voor het brengen van orde en vrede in IndonesiŽ. Hij stierf bij de uitoefening van zijn plicht.
De minister van oorlog.

Bij deze oorkonde behoorde tevens een herinneringskruisje met lintje, samensteller weet zich te herinneren dat dit bij de wed. Gr. van Dijk-van Slageren in de kamer een vaste plaats had met de foto van haar zoon Yme, maar ook de foto van Willem van Slageren, de enige zoon van haar broer die tijdens de bevrijdingsnacht 16-17 april 1945 door een granaatscherf werd getroffen en aan zijn verwondingen is overleden. Hij werd 12 jaar oud.

Ook had samensteller (Evert de Jong) tijdens een bezoek (Ī 1990) aan de wed. Gr. van Dijk-van Slageren toen nog woonachtig in een van de woningen in bejaardenhuis 'Suderigge', een ontmoeting met de oud-commandant van Yme Willem nl. de heer J.N.C. Portielje, toen inmiddels ook een bejaarde heer lopend met een wandelstok. Zijn naam mag wel met ere worden genoemd, want samensteller vernam van deze bejaarde oud-officier dat hij 2 maal per jaar een bezoek bracht aan de ouders van in IndiŽ gesneuvelde militairen.

Ook bezocht hij oud-militairen ook in Lemmer o.a. Nanne Frankema, die later naar Urk verhuisde en reeds overleden is.
Elk jaar tegen Pasen en kerst bracht deze edele oud-officier ook een bosje bloemen bij Yme Willems moeder. Tijdens haar afwezigheid (in de keuken koffiezetten) vertelde hij samensteller het diep tragisch gebeuren wat Yme overkwam.

De officier verhaalde dat Yme Willem van Dijk nimmer op patrouille ging maar dat zijn werk op het kazerneterrein lag. Hij had al verschillende keren gevraagd om ook eens mee op patrouille te mogen gaan, en toen er op een dag een van de militairen verhinderd was werd Yme aangeboden de plaats van de brenschutter in te nemen, dit werd dan ook door Yme Willem gaarne aanvaard. Maar het werd voor Yme Willem de laatste reis.

De heer Johannes Nicolaas Christiaan Portielje woonde in Naarden. Hij werd geboren te Amsterdam 27 december 1914 en had de rang van groot majoor bij de Koninklijke Landmacht b.d. Ridder in de orde van Oranje Nassau met de zwaarden.

DE LAATSTE BRIEF.

 

De wereld scheen vol lichtere geluiden

en een soldaat sliep op zijn overjas.

Hij droomde lachend dat het vrede was

omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

 

Er viel een vogel die geen vogel was

niet ver van hem tussen de warme kruiden.

En hij werd niet meer wakker want het gras

werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

 

Het regende en woei. Toen herbegon

achter de grijze lijn der horizon

het bulderen-goedmoedig-der kanonnen.

 

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,

bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:

liefste, de oorlog is nog niet begonnen.

 

Bertus Aafjes.

 

Home

 

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.