Folkert van der Gaast, geboren op 10 april 1910 in Eesterga, gewoond hebbende op de Rijksstraatweg 22A te Eesterga. Korporaalmonteur Kon. Marine onder marinenummer 7899 aan boord Hr. Ms. Tromp, beroepsmilitair. Folkert is gesneuveld op 20 februari 1942 tijdens een gevecht met twee Japanse torpedobootjagers. De kruiser werd door elf Japanse voltreffers geraakt. Het gevecht duurde ca zes minuten, waarna Hr Ms Tromp naar Soerabaja terugstoomde. Daar werden de doden en 17 ernstig gewonden naar het hospitaal afgevoerd.
Op 5 mei 1942 ontvingen de ouders via het Nederlandse Rode Kruis mededeling van zijn overlijden. Op 13 mei 1942 kwam het definitieve doodsbericht binnen via de Commissaris voor de belangen van de voormalige Nederlandsche Weermacht. Begraven op het Nederlandse ereveld Kembang Kuning, Karel Doormanhof te Surabaya (Ind), vak D 67/77. Zijn naam is ook vermeld op een gedenkplaat aan boord van Hr. Ms. flottieljeleider Tromp. Op 11 juli 1950 werd hem postuum het Oorlogsherinneringkruis met de gespen Krijg ter Zee 1940-1945 en Javazee 1941-1942 verleend.
19 Februari 1942 ..... ook Folkert van der Gaast sneuvelde.
Zeeslag om Bali, door de Luitenant ter Zee der 1ste klasse A.N. baron de Vos van Steenwijk.
De moeder van gebroeders W. en H. Huitema, was een zuster van Folkert van der Gaast.
Het was dezer dagen vijf jaar
gelden dat wij in Straat Badoeng, den slag om Bali streden.
Vele trouwe vrienden lieten dien nacht hun leven, niet
alleen op de 'Piet Hein', doch ook op de 'Tromp'.
Te hunner nagedachtenis een enkel woord van één, die
gelukkig genoeg was, te kunnen na vertellen hoe zij hun
plicht deden en op hun posten vielen!
Het is 19 Februari 1942.
De Tromp zal dien nacht met de
58e Amerikaansche jagerdivisie als derde aanvalsgolf door
Straat Badoeng gaan, waar een Japansche invasievloot
gesteund door kruisers en jagers ten anker ligt.
Het is middernacht als wij de Tafelhoek, Bali's zuidpunt aan
bakboord dwars hebben. Om 1 uur behooren we volgens plan op
het terrein van actie te zijn. We draaien om de Noord de
straat binnen en zetten aan tot 30 mijl. Het is een
stikdonkere nacht. Niets is ons bekend, van wat zich daar
voor ons heeft afgespeeld. Geen bericht van het vuurgevecht
van de 'Java', van de ondergang van de 'Piet Hein', van het
werk van onze Amerikaansche collega's, heeft ons bereikt.
Met een onzekere toekomst voor oog en jagen we voort. Een
ding weten we zeker. De vijand is gealarmeerd.
Op verrassing behoeven wij niet meer te rekenen.
Ik sta op de brug naast den commandant, als plotseling op 2
streken aan bakboord een schip begint te toplampen.
'Wat seint hij?' vraagt overste de Meester. Ik antwoord dat
het Japansche morsetekens zijn. Onze kanonnen richten zich
op dit doel. 'Langzaam bakboord' beveelt de commandant.
Wegdraaien naar het vijandelijke schip toe. De afstand
vermindert snel, elf duizend, tien duizend, negen duizend.
Toch zal niet dit schip onze partij worden. Het gevaar
dreigt uit andere richting. Ook aan stuurboord meenen onze
uitkijken iets te bespeuren. Van die zijde is het, dat
plotseling verblindend fel een zoeklicht ontvlamt en ons
vangt in zijn bundel. Met onze batterij over bakboord, staan
we er wat men noemt gekleurd op. De vijand, een
onappetijtelijke kruiser met drielingtorens deelt dan ook de
eerste klap uit. Dat zoo'n eerste klap een daalder waard is,
merken we alras, want met zijn tweede salvo is hij
ingeschoten en begint de kleine Tromp systematisch te
doorzeeven. Doch dan is ook bij ons met donderend geweld het
eerste salvo eruit gegaan. Afstand 4000 meter, heeft de
officier van artillerie, luitenant ter zee Kempees
opgegeven.
De commandant laat thans wat naar
stuurboord draaien teneinde de voorste kanons beter in het
vuur te kunnen brengen. We hebben den ander thans aan
stuurboord dwars. Na het eerste salvo laat de officier van
artillerie den afstand nog eenigszins corrigeeren, dan
barsten we los met alles wat we hebben. Koortsachtig werkt
het heele schip in dezen korten strijd op leven en dood.
Onafgebroken ratelen tusschen het gedreun der 15 centimeters
en de vijandelijke treffers, onze zware mitrailleurs. Het
brugcomplex krijgt het zwaar te verduren. Daar sneuvelt bij
S.B. torpedo-richttoestel de jonge officier Kriesfeld, en de
korporaaltelegrafist Van der Linden, daar vallen bij een
voltreffer op de commandotoren de luitenant ter zee S.
Ritsema van Eck, de seiner Wiersma en anderen. De
artillerieofficier is gewond, de centrale vuurleiding ligt
in duigen, de kanons gaan door met persoonlijk vuur, vooruit
beginnen de cocosmatten te branden. Als ook kaartkamer en
radiostation doorzeefd worden, is mijn taak als
verbindingsofficier min of meer geëindigd, de telegrammen
zijn bovendien uit en kan ik me aan de gewonden wijden.
Naast mij is de tweede navigatieofficier kreunend ineen
gezegen. Hij heeft een diepe wond in de hals en een
bloedstreep boven het oor. Ik leg hem een snelverband aan,
heb geen idee of de wond ernstig is. Het lichtnet is
uitgevallen, wij werken bij het licht van lantaarns. Om
uitschijnen van licht door de doorzeefde wanden tegen te
gaan, hang ik er enkele vlaggen tegen aan. Een vreemde
decoratie in deze omgeving van scherven en bloed.
We krijgen een treffer beneden
de waterlijn, die gelukkig explodeertin een olietank. Een
voltreffer in de monteurwerkplaats doodt o.a. mijn
onvolprezen medewerker, den majoor monteur Van der Waay en
den korporaal monteur Van der Gaast. Dan dooft het
vijandelijk zoeklicht, getroffen door ons welgericht vuur.
We geven nog een salvo af; doch ook onze lichtbronnen zijn
reeds lang bezweken. De duisternis en stilte van den
tropennacht vallen over het strijdtooneel.
Zwaar. gehavend, met defecte kompassen, tast de 'Tromp' haar
weg om de noord. Bij daglicht, bij Zwaantjesdroogte trachten
9 bommenwerpers het schip alsnog den genadeslag toe te
brengen, doch voor H.M. 'Tromp' is een langer leven
weggelegd.
Het is den volgende dag dat we onze gevallenen ten grave
dragen. En als we hen de laatste eer bewijzen, rijzen ons
onwillekeurig de laatste strofen van het adelborstenlied
naar de lippen:
'Wordt nog' eens in later
dagen,
Neerlands vlag ten strijd ontplooid.
Stervend zullen wij haar schragen,
Maar die vlag verlaten ... nooit!'

De gedenkplaat aan boord van Hr. Ms. "Tromp".
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Door de Tromp werden van mei 1940 tot februari 1942 konvooidiensten uitgevoerd, daarna werd het schip ingedeeld bij de ABDA-vloot. Het schip nam onder meer deel aan de Slag bij Kangean, Actie bij Banka en Billiton, en de Slag in de Straat Badoeng. Na het verlies van Nederlands-Indië week de Tromp uit naar Australië. In Australië werd de bewapening van de Tromp uitgebreid met 2 x 7,6 cm kanonnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is door de Japanse strijdkrachten vijfmaal gemeld dat de Tromp tot zinken was gebracht, daarmee was de Tromp een van de schepen die het meest gezonken gemeld werden, maar die wel de Tweede Wereldoorlog overleefden.

![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Ereveld Kembang Kuning.
Onderstaand zijn berichten welke binnenkwamen bij de heer en mevrouw H. v.d. Gaast-Huitema te Eesterga, Lemsterland.





|
|
|
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Folkert van der Gaaststraat te Lemmer.
• Jacob de Rookstraat te Lemmer.

Overleden op: 13 april 1942.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Jacob de Rook, geboren op op 12 juli 1899 te Lemmer. Gehuwd met Boukje Visser. Visroker in familiebedrijf. De Rook was jarenlang raadslid van de gemeente Lemsterland voor de communistische partij. De Rook was één van de meest uitgesproken linksocialisten en werd mede daardoor één der grondleggers van het communisme in Friesland. Met zijn acht broers maakte hij deel uit van het Rookorkest. Hij hield zich vooral bezig met de redactie en de verspreiding van het ondergrondse blad Het Noorderlicht. Na zijn arrestatie door de SD in Groningen op 28 mei 1941 werd De Rook overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen en vervolgens naar het concentratiekamp te Buchenwald. Waar hij op 13 april 1942 is overleden.
|
Naast de SDAP was er een in verhouding tot andere plaatsen in Friesland toen al een grote en actieve afdeling van de Communistische Partij Holland met een heel eigen gebouw. Een inspirerende figuur voor de communisten was de visroker en musicus Jacob de Rook, die hen in de gemeenteraad vertegenwoordigde. Een scheuring in de socialistische gelederen leidde tot een groepering van onafhankelijke socialisten (OSP) en ook de Christelijke Democratische Unie, een christelijke partij van anti-Colijngezinden en antimilitaristen schoot in de nogal bewogen Lemster en Lemsterlandse politiek behoorlijk wortel. Het Noorderlicht was een illegale communistische krant die werd gestencild in een oplage van 100-300 exemplaren en een paar maal tijdens de oorlogsjaren 1940-1941 werd verspreid in Noord-Nederland. Hoofdartikelen werden in Amsterdam geschreven onder verantwoordelijkheid van de centrale leiding van de CPN en via koeriers en koeriersters door het hele land verspreid, waar de tekst ter plaatse op stencil werd gezet en verspreid. Van de wederwaardigheden van het Noorderlicht in Friesland is het volgende bekend: Voor de verspreiding het Noorderlicht in Friesland werden drie groepen gevormd. De eerste bestond uit Martin Beuving, bouwvakker en gemeenteraadslid in Leeuwarden voor de CPN; Jan Weistra, 25 jaar, CPN-er en loodgieter uit Leeuwarden; Dirk Faber, 41 jaar, christelijk en timmerman uit Leeuwarden, Fedde de Groot uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlands Jeugdfederatie; Corrie van der Meulen uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlandse Jeugdfederatie; Eds van der Heide, 32 jaar, monteur uit Leeuwarden, partijloos, en zijn vrouw Klaaske, lid van de CPN. Een twee verspreidingsgroep bestond uit Jacob de Wacht, 42 jaar, bouwvakker en CPN-er uit Leeuwarden; Foppe Schipof, 42 jaar, vrijbuiter en negotieverkoper uit Leeuwarden; Harry Tulp, 32 jaar, lid van de CPN en vertegenwoordiger; Jacob de Rook, 51 jaar, visroker uit Lemmer en lid van de CPN. Tot de derde groep, de zogenaamde Houtigehagegroep, behoorden Frans Dalstra uit Surhuisterveen, 39 jaar, transportarbeider en lid van de CPN; Piet Keverkamp, 33 jaar, kapper in Houtigehage, katholiek (die bij zijn arrestatie in 1941 tegen zijn vrouw zei: “Nee ik hoef mijn jas niet aan, ik ben zo terug.”); Siebe Bos, 32 jaar, voerman en lid van de CPN. Toen de Noorderlichtgroep in Groningen in februari 1941 werd opgerold werd het Noorderlicht op 5 maart 1941 voor de eerste en laatste maal in Leeuwarden gemaakt in de Insulindestraat bij Eds en Klaaske van der Heide en van daaruit verspreid. Kort daarna werden vrijwel alle medewerkers gearresteerd. In Groningen werden ongeveer 55 mensen van de Noorderlichtgroepen gearresteerd en naar concentratiekampen gevoerd. Slechts een klein deel daarvan heeft het er levend van afgebracht.
Het monument in de N.H. kerk te Lemmer (gemeente Lemsterland) is een bronzen reliëf van een knielende mannenfiguur die een duif vrijlaat. De tekst op het reliëf luidt: 'HAR DEA US FRIJDOM 1940 - 1945'. De duif symboliseert vrijheid en vrede. Sinds Noach een duif uitliet om te verkennen of de wereld, na de grote vloed, weer bewoonbaar was, is de duif een symbool geworden voor goede tijdingen. Met goede tijdingen wordt meestal het tot stand komen van de vrede bedoeld. Geschiedenis Het monument in de N.H. kerk te Lemmer (gemeente Lemsterland) is een eerbewijs aan hen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd voor vrijheid en vrede zijn omgekomen. Het monument is onthuld op 4 mei 1955 door de weduwen van Jacob de Rook en Fokke van der Wal.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jacob de Rookstraat te Lemmer.
• Zuster Jacobstraat te Echtenerbrug.

Overleden op: 19 november 1942.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Zuster Jantje Jacobs temidden van het bestuur van het Groene Kruis - Echten, café K. Huisman.
Op de foto van links naar rechts: L. van Eyck, timmerman en caféhouder Otterweg. H. de Graaf, kapper Echten. Dokter Schothorst, arts wonende in Echten. Zuster Jantje Jacobs, wijkverpleegster Echten & omgeving. G.M. Postma, boer in Bantega. Joh. Zijlstra, boer en bakker Middenweg, CHU-raadslid van Lemsterland en lid v.h. veen-polderbestuur. A. Koopman, opzichter van de veenpolder Echten, bij dit gezin was zuster Jacobs in de kost. U. Dijkstra, vrachtrijder Oosterzee. A. Bijstra, eerst bakker in Echten, later boer in Bantega.
Jantje Jacobs; geboren op 6 november 1883 te Lemmer. Ze
was van Joodse afkomst. Jantje was de dochter van Heiman
Jacobs en Duifje van Dam. Het echtpaar Jacobs woonde in het
Achterom te Lemmer. Ze hadden drie kinderen: Mette, Jantje
en nog een kind. Heiman Jacobs was veehandelaar. Hij stierf
in december 1923 en Duifje in december 1934.
Jantje Jacobs bleef ongehuwd. Lange tijd was zij wijkzuster
bij de afdeling Oosterzee-Echten van het Groene Kruis. Op 21
december 1940 werd na een dienstverband van 22 jaar in een
buitengewone ledenvergadering afscheid van haar genomen. De
toenmalige voorzitter van de afdeling, Johs. Zijlstra, prees
haar voor haar inzet in al die jaren. Daarna werd zij door
nog zeventien sprekers geprezen. Bij dit afscheid is haar
een fiets aangeboden.
Tijdens de oorlog heeft ze, in
haar functie van Groene Kruis (wijk)verpleegster veel voor
de inwoners van Echten, Echtenerbrug en omgeving gedaan,
hoewel ze eigenlijk al gepensioneerd was. Burgemeester M.
Krijger van Lemsterland en anderen hebben nog geprobeerd
haar over te halen om onder te duiken, maar ze weigerde.
Toen ze later geconfronteerd werd met de werkelijkheid van
de harde gevangenschap, heeft ze de burgemeester nog per
brief voor zijn bemoeiingen bedankt. Ze werd naar het
concentratiekamp Auschwitz getransporteerd waar ze op 19
november 1942 is omgekomen. Haar zuster Mette, (geboren op
22 september 1881 te Lemmer, overleden op 9 april 1943 te
Sobibor) werd naar Sobibor getransporteerd. Hun beider namen
staan vermeld op het herdenkingsteken dat geplaatst is op de
Joodse Begraafplaats te Tacozijl.

De Joodse begraafplaats werd
in 1801/1802 gekocht en lag aan de voet van de Zeedijk. De
oudste grafsteen is van 1817. In 'Pinkas' wordt verteld dat
vanwege de overstromingen besloten werd de doden elders te
begraven en dat in 1876 de burgemeester van het nabij
gelegen dorp Tacozijl , jonkheer (Jan Hendrik Frans Karel)
van Swinderen, een stuk land voor dit doel schonk. Het
kadaster van 1832 geeft echter al een perceel aan op de
huidige plek (BLK C 532, 620 m², begraafplaats , eigenaar de
Israëlitische Gemeente) dat ook in 1930 op de topografische
kaart nog als begraafplaats wordt omschreven; het bleek dat
het stuk land van van Swinderen
aansluitend aan de bestaande begraafplaats lag, maar hoger
gelegen.
Zo kent de huidige begraafplaats een hoger en een lager
gelegen gedeelte.
De Leeuwarder Courant van 14 augustus 1876 laat over het
aanbod van Jhr. Van Swinderen geen twijfel bestaan:
"Lemmer: De Israëlitische
begraafplaats alhier was ten eenenmale geheel onbruikbaar
geworden, hetgeen voor de kleine gemeente reden van
bezorgdheid gaf om daarvoor een nieuw terrein aan te
schaffen, terwijl een zoodanige aankoop een niet te gering
te schatten uitgaaf vereischte. Goede raad was duur. Na
vergeefse pogingen te hebben aangewend vervoegde het
kerkbestuur zich tot Jonkheer van Swinderen, burgemeester
van Gaasterland, die ons niet alleen met financiële raad
bijstond, maar bovendien ons een groote uitgestrektheid
lands ten geschenke gaf, dat ons een begraafplaats
verschafte, trots het beste onder de begraafplaatsen in ons
vaderland.
Aangezien wij geheel buiten de kom der gemeente van dien
edelen gever woonachtig zijn, vragen wij ieder weldenkend
mensch, of genoemde heer te vergeefs met aardsche goederen
is gezegend.
De Israëlitische gemeenteleden betuigen jonkheer van
Swinderen daarvoor dan ook hunnen duizendvoudigen dank".
Jonkheer van Swinderen bracht het tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, en was Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, en ook Lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Dokkum. Voorts was hij dijksgedeputeerde van het waterschap Zeven Grietenijen en de stad Sloten, voorzitter van de Grote Noordwolder polder en voorzitter van de Vereniging van burgemeesters en gemeentesecretarissen van Friesland. Ook was hij lid van de Provinciale Staten van Friesland voor het kiesdistrict Sneek. Bij zijn overlijden op 64 jarige leeftijd in 1902 te Rijs vermeldt de Leeuwarder Courant ook nog dat de overledene gedurende zijn gehele leven een weldoener van honderden geweest was , en in zijn gemeente waar hij geboren en getogen was zich een grote mate van populariteit had weten te verwerven. In ieder geval zullen ook de Friese Joden hem ten goede hebben herdacht.
De begraafplaats Tacozijl werd
omstreeks 1989 van de totale verloedering gered, door een
groep Lemsters onder aanvoering van mevrouw M. Bastian-Pen.
Zij richtten daartoe de 'Stichting Joodse Begraafplaats
Tacozijl' op.
Deze Stichting zorgde voor de totale restauratie van de
begraafplaats. Zo’n honderd donateurs uit Lemsterland, maar
ook van ver daar buiten, steunen de Stichting financieel. De
Stichting zorgt nog steeds voor het onderhoud van dit
markante stukje Lemsterland, in samenwerking met de gemeente
Lemsterland en Werkvoorzieningschap Caparis (voorheen
Waghenbrugghe).
Aantal bewaard gebleven
grafstenen: 29 tot 1938.
Aantal overleden Joden :ca 123.
Het aantal Joden geboren in Lemsterland en Gaasterland,
omgekomen in concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog,
bedraagt 5523.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Links: Catharina, de vrouw van Albert Koopman en rechts: Zuster Jacobs. Vanaf begin jaren '20 is Zr. Jacobs in onze omgeving wijkverpleegster geweest. Ze was in de kost bij de fam. Albert Koopman in Echtenerbrug. Daar is ze tot 1942, toen ze via Westerbork naar een concentratiekamp in Duitsland is gedeporteerd, geweest. Zuster Jacobs wilde haar Joodse landgenoten niet in de steek laten en vond dat ze bij hen behoorde te zijn. Daarbij kwam ook nog, dat ze nog wel vertrouwen had in de Duitse bezetter. Ze heeft de oorlog helaas niet overleefd. Deze fam. Koopman was een oom van Albert Koopman(straat)

Dit gedicht is geschreven door de zoon van Jacob de Rook, Frans, die naar Amerika emigreerde.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Zuster Jacobstraat te Echtenerbrug.
• Fokelinus van der Walstraat.

Overleden op: 18 april 1943.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Fokelinus van der Wal.
Fokelinus van der Wal, geboren
op 28 november 1899 te Stedum.
Fokelinus is een kind uit een groot gezin. Fokelinus zit
maar korte tijd op school omdat hij mee moet helpen het
gezin te onderhouden. Al op jonge leeftijd werkt Fokelinus
dan ook voor een boer in de omgeving. Fokelinus wil meer.
Hij gaat in zijn vrije tijd studeren en komt als douanier
aan de grens terecht. Later wordt hij belastingambtenaar.
In 1924 trouwt Fokelinus op zijn verjaardag, 28 november,
met Alke Steenwijk. In het gezin Van der Wal worden
vervolgens tien kinderen geboren, de jongste op 4 januari
1942.
Fokelinus van der Wal wordt na zijn huwelijk lid van de
gereformeerde kerk. Hij is al snel lid van de kerkenraad,
als diaken en later als ouderling. In deze jaren is
Fokelinus tevens bestuurslid van de christelijke
bouwvereniging Patrimonium.
In 1943 wordt Fokelinus gevraagd de namen te geven van mensen die voor de bezetter zouden kunnen werken. Fokelinus weigert dit. Een politieagent geeft dit door aan de SD in Leeuwarden en al snel doorzoekt de SD de woning van het gezin Van der Wal. Fokelinus wordt meegenomen. Hij zit eerst in Leeuwarden vast, daarna in Groningen en wordt van daar naar Kamp Vught gebracht. Na zijn arrestatie kwam een hechte samenwerking tussen alle belastingambtenaren in het Friese verzet tot stand.
In Kamp Vught wordt Fokelinus ziek en
overlijdt aan de ontberingen. De officiële lezing maakt
melding van hart- en vaatproblemen.
Op 22 april 1943 krijgt het gezin Van der Wal van het Rode
Kruis en een predikant het bericht dat Fokelinus op 18 april
1943 in Kamp Vught is overleden.

Monument in het Reeburgpark
in Vught ter nagedachtenis aan de 1400 Nederlandse
slachtoffers van het concentratiekamp in het Duitse
Sachsenhausen. Onder de vele namen ook Fokelinus van der
Wal.
Onthulling Monument 6 september 1994.
In de Zuid-Friesland van april 1947.
Herdenking.
Men schrijft ons: Wij leven in
gedachten in de bevrijdingsroes van twee jaar geleden, groot
is de dank van ons hart voor wat God ons daarin gaf.
Doch weet gij mijn lezer(es), dat God ook in de bezetting
grote dingen deed, want daaraan denken wij op 18 april 1947.
Voor vier jaren is onze plaatsgenoot en pionier der
verzetsbeweging Fokelinus van der Wal in Vught bezweken; met
hem is heengegaan een strijder van groot formaat,
onkreukbaar van karakter, begaafd met een helder inzicht,
wiens geloof was de stuwkracht van zijn handelen. Hij wist
zich door God geroepen tot strijd, want reeds voor de oorlog
bekleedde hij met grote
liefde en toewijding functies, op kerkelijk en
maatschappelijk gebied. Toen hij dit alles bedreigd zag, gaf
hij zich met de volle inzet van zijn persoonlijkheid, omdat
hij wist dat juist daar de vijand zijn haat en wraak heen
trok. Dapper stond zijn vrouw hem terzijde, zij waren
gehoorzaam aan Gods bevel dat riep tot strijd. Groot is het
gemis voor zijn groot gezin, doch dit is hun
troost, hun man en vader stierf voor Gods zaak.
Wij missen hem met zijn scherp inzicht en grote trouw zo
node. Maar God vergist zich nooit, laten wij getrouw zijn in
de strijd, waarin hij ons voorging.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Fokelinus van der Walstraat.
• Luitjen Mulderstraat te Lemmer.

Overleden op: 8 januari 1945.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Luitjen Mulder.
Luitjen Mulder, geboren op op
25 juli 1918 te Follega. Daar was hij administrateur van het
waterschap "De Brekkenpolder"
Onder de schuilnaam "Louis Molenaar" was hij aangesloten bij
de KP en hield zich vooral bezig met de berging en verdeling
van door de, Geallieerden afgeworpen wapens en munitie.
Daarnaast verspreidde hij illegale bladen en was hij
medewerker van de LO in de gemeente Lemsterland.
Samen met Roelof Knol (schuilnaam: "Wim Reinders") was hij
ondergedoken in Echtenerbrug. Wegens
bijzondere
omstandigheden moesten de onderduikers hun onderduikadres
voor korte tijd verwisselen voor de boerderij van Wiepke Hof
in Echtenerbrug. Toen de SD op 3 januari 1945 een inval deed
in huize Hof, vonden ze daar de onderduikers.
De drie arrestanten werden overgebracht naar het beruchte
"Crackstate" in Heerenveen.
Daar werden ze zwaar
mishandeld. Mulder werd letterlijk kapotgeslagen, omdat hij
geen namen van medestanders wilde noemen. Dat gebeurde op 8
januari. Om voor de buitenwereld verborgen te houden hoe ze
in "Crackstate" te keer waren gegaan, verzwaarden de SD-ers
het stoffelijk overschot van Mulder en gooiden het in het
water, in de hoop dat het nooit gevonden zou worden.
In juli 1945 ontdekte een schipper het stoffelijk overschot
onder de brug over de Fammensrakken in de weg van Sneek naar
Joure.
Het werd met militaire eer ter aarde besteld op de Algemene
Begraafplaats in Lemmer. Men had grote moeilijkheden gehad
met de identificatie.
Dokter Verdenius uit Noordwolde, die ook in de gevangenis in Heerenveen zat opgesloten, heeft de martelgang van zijn medegevangenen niet kunnen verdragen en pleegde zelfmoord.
Begrafenis Luitjen Mulder.
LEMMER. Dinsdagmiddag
werd, onder groote belangstelling, het stoffelijk overschot
van Luitjen Mulder, ter aarde besteld.
De in de gereformeerde kerk gehouden rouwdienst werd geleid
door Ds. L.W.Wessels, die sprak naar aanleiding van 2 Sam. 1
het slot.
Hierna begaf zich de stoet, door de N.B.S. voorafgegaan,
naar de begraafplaats. De baar was gedekt door een drietal
kransen en de Nederlandsche driekleur. Onder de vele
aanwezigen bevonden zich o.a. de burgemeester Mr. M.
Krijger, benevens een aantal personen uit de illegale
beweging. Nadat door de N.B.S. schoten waren gelost, sprak
Ds. Wesseis nog een kort woord, waarna hij in gebed
voorging.
|
|
|
|

Aandenken aan Luitjen Mulder: 4 augustus 1945.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Luitjen Mulderstraat te Lemmer.
• Gerben Bootsmastraat te Lemmer.

Overleden op: 2 april 1945.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Gerben Bootsma.
Gerben Bootsma, geboren op 21 februari 1894 te Lemmer, gewoond hebbende op de Lijnbaan 73 te Lemmer. Hij was kapitein op de vrachtboot "Holland Friesland IV" van de rederij "Stanfries" in Leeuwarden. Zoon van Gerben Bootsma en Oeke van der Kamp. Gehuwd met Sjoerdje de Boer.
In de nacht van 23/24
maart 1943 heeft hij de vliegers van een neergeschoten
Engelse bommenwerper, die in een rubberboot op het
IJsselrneer ronddreven, opgepikt en aan boord genomen.
Die Engelsen moesten twee Nederlandse geheime agenten (Gerbrands
en Bergman) in de omgeving van Koudum of Workum droppen.
Het vliegtuig, waarschijnlijk een Halifax nr. 138
(Special Duties Squadron), dat was opgestegen van de
basis Tempsford, werd bij Enkhuizen door Duitse
nachtlagers neergeschoten en kwam tussen Stavoren en
Enkhuizen in het IJsselmeer terecht. Eén lid van de
bemanning en geheim agent Bergman kwamen om het leven.
Kapitein Bootsma heeft Gerbrands laten ontsnappen.
Gerben werd door het hoofd van de contraspionage van de SD in Den Haag Joseph Schreieder en diens Nederlandse handlanger Antonius van der Waals samen met zijn driekoppige bemanning gearresteerd op 3 april 1943.
Nog dezelfde dag werd hij overgebracht naar de gevangenis in Leeuwarden. Op 5 mei 1943 werd Bootsma naar de gevangenis in Scheveningen gebracht en vervolgens naar het huis van bewaring in Utrecht. Na veroordeeld te zijn tot levenslange gevangenisstraf is hij op 20 mei 1944 overgebracht naar een tuchthuis te Kleve (Dsl). Tien dagen later naar Rheinbach, op 12 september 1944 naar Dietz am Lahn en aansluitend naar Butzbach. Halverwege februari 1945 kreeg hij geelzucht en ontving daarvoor geen medicijnen en verpleging. Drie dagen voor zijn dood werd hij bevrijd door Amerikaanse troepen, maar hij overleed alsnog tengevolge van de geelzucht en de ondergane ontberingen. Oorspronkelijk begraven te Butzbach. Herbegraven op het ereveld Waldfriedhof Frankfurt/Oberrad (Dsl), vak E, rij 2, nr. 15. Bij Koninklijk Besluit van 29 december 1980, nr. 104, staatsblad 715 werd hem postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend. In 1946 ontving hij, eveneens postuum, een Engelse onderscheiding wegens hulpverlening aan en het redden van vliegeniers en varend personeel van het Britse Gemenebest.
|
|
|
Posthume onderscheiding.
LEMMER. Aan wijlen den
heer G. Bootsma is dezer dagen een onderscheiding
posthuum toegekend wegens het verlenen van hulp aan en
het redden van vliegeniers en zeevarend personeel van
het Britse Gemenebest.
Zoals U wellicht weet overleed de heer Bootsma in April
verleden jaar, vlak na zijn bevrijding, in het
concentratiekamp Bûtzbach.
Uit: Zuid Friesland 1946
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Gerben Bootsmastraat te Lemmer.
• Wiepke Hofstraat te Lemmer.

Overleden op: 17 maart 1945.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Wiepke Hof.
Wiepke Hof, geboren op 8
september 1916 te Echten. Was winkelier/zadelmaker in
Echtenerbrug. Was aangesloten bij de KP Echtenerbrug.
In de avond van 13 juni 1944 hadden KP-ers het
distributiekantoor van Kuinre leeggehaald. De buit zat
in een brandkast, die de KP-ers ter plaatse niet open
konden krijgen. Ze brachten de brandkast daarom op een
bakfiets, die door een personenauto gesleept werd, naar
Echtenerbrug. Wiepke Hof bestuurde de bakfiets.
Verder werkte Hof mee aan het verspreiden van gedropte
wapens die van het afwerpterrein in het Katlijker Schar
kwamen (Bij dat droppingsveld staat een
herinneringsbord).
Op 3 januari 1945 deed de SD een inval in het huis van
Hof. Daar waren ook nog twee KP-ers ondergedoken. Die
werden uiteraard ook gearresteerd.
De drie mannen werden naar Heerenveen gebracht, waar in
"Crackstate" zware verhoren volgden.
Wiepke Hof werd op 17 maart 1945, samen met één van de
andere twee KP-ers (Roelof Knol; schuilnaam: Wim
Reinders ) en acht anderen als represaille doodgeschoten
op het erf van de veehouder Schotanus in Doniaga.
Hof ligt begraven op de Hervormde begraafplaats in
Echten.

![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Wiepke Hofstraat te Lemmer.
Zie ook Lemmer in oorlogstijd, door Jaap van der Zwaag
• Albert Koopmanstraat.

Overleden op: 17 maart 1945.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Albert Koopman.
Albert Koopman,
geboren op 14 februari 1917 in Echten (Fr.).
Houtbewerker in Echtenerbrug. Albert was gehuwd
met Trijntje Hof.
In de illegaliteit hield hij zich voornamelijk
bezig met het verdelen van gedropte wapens en
het geven van wapeninstructie aan de knokploeg.
Op 19 februari 1945 deed de SD een inval in zijn
woning om naar wapens te zoeken. Toen deze niet
werden gevonden werd het huis platgebrand en
Koopman werd overgebracht naar het SD-bolwerk
Crackstate in Heerenveen en daar mishandeld.
Koopman is gefusilleerd op 17 maart 1945, op het
erf van de veehouder Schotanus in Doniaga. Met
negen lotgenoten als represaille voor de
liquidatie van de Duitse Oberrevierwachtmeister
Paul Platt en de Nederlandse Unterwachtmeister
Foppe Kootstra. Oorspronkelijk begraven te St.
Nicolaasga. Op 11 mei 1945 herbegraven op de
hervormde begraafplaats te Echten, regel N, nr.
42. Vervolgens werden zijn resten op verzoek van
de weduwe Koopman definitief op 28 november 1980
herbegraven op het ereveld van de OGS te Loenen
(Gld), vak B, nr. 323. Zijn naam staat vermeld
op een gedenkzuil te St. Nicolaasga.
Ter herinnering aan Albert Koopman, geboren te Echten, 14 februari 1917. Gefusilleerd te Doniaga op 17 maart 1945.
Je was soldaat
Je gaf je hart en hand,
Aan 't strijden toen 't moest
Voor 't land.
Je was gegriefd,
'Je kon 't niet rneer kwijt
't Verlies, door overmacht en list,
Betoonde moed ten spijt.
Je kwam weer
thuis,
Je ging je trouwe gang
Van kerk en werk en....voortgezette strijd,
Vijf jaar lang.
Verbitterd was je
blik,
Verbeten je gebaren
Om zoveel ongerechtigheid,
In machteloze jaren.
Je was je vrouw
getrouw,
Je hechtte je al te zeer wellicht aan je
kinderen
Is deze liefde 't niet,
Die tijdige vlucht kwam hind'ren.
Je zeggen hoor ik
nog:
'We gaan er allen aan!'
't Bleek somber doodsvoorspellen...
En je wou 't zo graag weerstaan!
Je woudt, met
scherp geweer,
Als Duitsers j' overvielen, je weren om 't
recht,
Opdat ons volk zou vrij zijn,
En je kinderen niet geknecht.
Maar daar was 't
zwaar bevel:
'Nog moet gij mannen 't lijden,
Dat ons 't geweld vertrapt.
Ons uur moeten wij nog beiden...
Je was een goed
soldaat.
Je had de moed met het verzet, te wachten,
Dat was voor een als jij,
Een sterk bewijs van krachten!
Tot al te zwaar
werd deze proef:
't Duitsche monster greep je naaste vrinden.
Toen gaf je je met woord en daad en als 't moest
met bloed,
Om opening voor hen te vinden.
Te laat ..... ook
op jezelf sloeg deze monsterklauw.
Zo was 't, in menselijk gewikte wegen,
Godsbestel.
En uit 't zwart gevang kreeg toen je vrouw de
brief:
'Treur niet!. Na worsteling in 't geloof, is 't
ook mij zo wel'.
Het leven lokte je
nochtans, met kinderen en vrouw
'Met hen te leven voor den Heer' ..... dat
lichtte in je cel.
Je groefde teer hun namen in....
't Bleek je laatst 'vaarwel.'
Er sloeg 'n
knuppel in Doniaga,
een rovend Duitser neer.
Een ander werd teg'lijk gedood
In open strijd met wapeneer!
Toen brulde 't
Duitse monsterbeest
Om hete wraak te doen,
Tien gijz'laars, tegen alle recht,
Moesten dienen tot verzoen.
Met negen makkers
uit de strijd, stond jij ook in de rij,
Maar 'k stel me voor je blik te zien., nu licht
is deze nacht,
Omdat 't Godswoord en 't gebed van één
Jullie moed en krachten bracht.
Het schieten in de
nek leek laf.
Jij ook, je walgde er van,
Want voor de eer van God en 't land,
Wou je sterven als christen-man.
Het sterk verzoek
werd toegestaan:
Jij keek ook in de loop ....
De schoten blaften, kort en droog, wreed en vol
ziedend zeer.
Maar jij viel als de and'ren ook, vervuld van
blijde hoop.
Je ging van hier
als koningskind,
Dat was 't getuigenis,
't Welk tegenzin een vijand gaf
In zijn ontsteltenis.
Wij weten 't wel,
zijn niet ontsteld
Noch hoop'loos in deze nood;
Je streed in 't leven 'voor den Heer'.
Hij droeg je door den dood!
ds. G. J. Grâfe
Echten 17 mei 1945.
Ook schreef Albert Koopman een brief in Crack-State. Hij deed dat 4 dagen voor zijn dood en verborg het briefje in de zoom van een overjas.
|
Crack State 13 maart 1945 Lieve vrouw en kinders, Met mij gaat het goed hoor, je hoeft voor mij geen zorg te hebben. Ik kan het best dragen, want God die geeft mij kracht. Wat is het toch mooi dat er één is die voor ons zorgt en steunt in moeilijkheden. Ik bid elke dag weer om bevrijd te worden en ik geloof dat ons gebed verhoord wordt. Ik ben nu heel wat geruster dan in 't eerst. Toen wist en dacht ik dat we doodgeschoten zouden worden. Niet dat ik bang was hoor, helemaal niet. Want ik weet als ik sterf, dat ik bij Hem kom en daar is geen moeite en zorg nog kommer en verdriet. Maar ik geloof dat wij elkaar weer in gezondheid terug zullen zien en wat zou dat mooi zijn, dat ik weer voor mijn gezin kan zorgen. Hoe gaat het met Jelte, Pietje en Klaas, ik hoop dat alles goed gaat en zij in gezondheid mogen opgroeien. Wees goed voor hen Trien en denk ook goed om jezelf , als ik thuis kom dat je er niet uitgesloofd uitziet. Wiepke, Wim die heb ik ook gezien, het gaat goed met hen ik kon niet met hen praten, maar Wiepke ziet er goed uit. Wij zitten hier nu met ons 16-en in een cel, nu dat is beter dan dat je alleen zit. Ik heb 3 weken alleen gezeten en dan zit je wel eens in de put, maar nu kan ik het best dragen. Wil je vrouw Vrielink de groeten doen van haar man, alles gaat goed. Hij heeft nog kleur op de wangen. Verleden week zijn hier 3 Postma's aangekomen. Een vader en drie zoons. Wil je de vrouw de groeten brengen en zeggen dat ze kleren en eten moeten sturen. Ze komen van Schoterzijl. Ze zitten hier allen bij me en Vrielink ook. Wil je wat tabak en vloei sturen en mijn groene jas en de zwarte trui, deze trui is zo zwart als wat. Het eten is hier best maar je kunt nooit teveel sturen. Omhels mijn kinders van me en jezelf ook. De hartelijke groeten van je liefhebbende man. |
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Albert Koopmanstraat.
• Wim Reinderslaan te Lemmer.

Overleden op: 17 maart 1945.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Wim Reinders.
Wim Reinders.
Schuilnaam van Roelof Knol uit Meppel, geboren
op 21 oktober 1922 in Meppel. Zijn vader had
daar een textielwinkel, waar hij ook werkzaam
was.
Was eerst lid van de KP-Meppel, maar vertrok
naar Friesland, toen de grond hem in Meppel te
heet onder de voeten werd.
Hij dook onder in Echtenerbrug en werd de
centrale figuur in het verzet in de gemeente
Lemsterland.
Op 3 januari 1945 werd hij gearresteerd op de
boerderij van Wiepke Hof in Echtenerbrug, waar
hij toen samen met de verzetsman Luitjen
ondergedoken was. Hij werd naar "Crackstate" in
Heerenveen gebracht.
Na martelende verhoren werd hij op transport
gesteld naar een concentratiekamp in Duitsland,
maar omdat de spoorwegen als gevolg van
oorlogshandelingen geblokkeerd waren, kwam hij
op "Crackstate" terug.
Op 17 maart 1945 werd hij met negen
medegevangenen als represaillemaatregel op het
erf van de boerderij van de familie Schotanus in
Doniaga doodgeschoten.
Hij ligt, samen met zijn medestrijders van de
Meppeler KP, begraven op de Algemene
Begraafplaats aan de Zomerdijk in Meppel.

Briefje dat
door Roelof Knol (Wim Reinders) 4 dagen voor hij
geëxecuteerd zou worden aan zijn ouders en
jongere zuster geschreven is. Het briefje werd
tussen het vuile wasgoed, in de zoom van zijn
ondergoed, uit de gevangenis gesmokkeld.
'Ali' en 'Janny' zijn 2 joodse zusjes die
respectievelijk bij Ynze de Jong en Jan Toering
in Echtenerbrug waren ondergedoken. 'Flip' is
verzetsman Philippus Spits. 'Rom' tenslotte is
de vrouw van Wiepke Hof.

Briefje van Jan
Tuut, celgenoot van Wim Reinders, aan
koerierster Willy van der Gaast.
'Bertus' is Lambertus Lugtmeier, actief in het
verzet te Heerenveen.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Wim Reinderslaan te Lemmer.
Zie ook In het verzet : Siebe en Durk de Ruiter• Y. W. v. Dijkstraat te Lemmer.

Overleden op: 26 oktober 1948.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
IJ(Y)me Willem van Dijk.
IJ(Y)me Willem van
Dijk, geboren op 16 november 1927 te Lemmer, hij
was van beroep huisschilder en werkte bij zijn
oom Chris van Slageren.
Hij sneuvelde op dinsdag 26 oktober 1948 te
Banjoemas Indonesië. Rang: Sld.4-9 RI.
In Indonesië gesneuveld.
Lemmer.
October: Donderdagmiddag is hier het
ontstellende bericht ontvangen van het
overlijden van IJme van Dijk als gevolg van
zware verwondingen bij gevechtshandelingen in
Indonesië opgedaan. Vorige week kwamen de eerste
berichten over zware verwondingen binnen. Een
later bericht meldde dat de toestand uiterst
zorgwekkend was en nu is Donderdagmiddag het
bericht van het overlijden doorgekomen.
Dit is voor de moeder, G. van Dijk-van Slageren,
een zware slag, want zij verliest in deze
jongeman haar enigste zoon en kostwinner.
Het medeleven met de zwaar getroffen familie is
in onze plaats algemeen.
Maandagmiddag half twee zal een rouwdienst in
het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente
worden gehouden.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
IJme Willem van Dijk in Lemmer, op de achtergrond de Vissersburen.
Van mevr. Kl. Semplonius-van Slageren, nicht van Yme Willem van Dijk, verwees verder naar de heer M.Y. Sikkes te Hellendoom, ook een neef van Yme W. van Dijk.
De heer Sikkes, nu verder
aan het woord:
Yme was een fijne neef met wie er voor zijn Indië-tijd
een goed contact was. Door het feit dat ik ook als
militair naar Indië moest en ongeveer van dezelfde
leeftijd was, is er na Yma Willem van Dijk mijn
terugkeer met tante Griet altijd een nauwe band geweest.
Ik heb immers ook Yme zijn graf kunnen bezoeken en mocht
foto's van het graf maken en kon daar later met tante
over praten.
Ik heb verder alle post van Yme uit Indië in mijn bezit.
Ook brieven van vrienden en de legerpredikant aan tante
geschreven, maar die komen inhoudelijk overeen met het
door Portielje geschrevene.
Yme opgevoed door zijn moeder en oma heeft zijn vader
nooit gekend, vandaar dat hij ook dezelfde naam als zijn
vader mocht voeren, die na een korte huwelijksperiode is
overleden. Bij zijn vertrek naar Indië had Yme een vaste
vriendin, namelijk Lieuwkje Osinga, wonende te Sondel.
Yme Willem van Dijk werd op 16 november 1927 geboren te
Lemmer. Zijn moeder Gr. van Dijk-van Slageren bleef
weduwe en voorzag in beider levensonderhoud door in een
winkeltje aan de Lijnbaan nr. 17 textiel en
zeepprodukten te verkopen.
Yme Willem bleef tot zijn militaire dienst bij zijn
moeder wonen en werd na de lagere school opgeleid tot
huisschilder en was als zodanig werkzaam bij zijn oom
Chris van Slageren in de Schans te Lemmer. Yme's hobby's
waren het tekenen en schilderen van objecten in Lemmer
en omgeving. Hij was lid van de muziekvereniging
Crescendo te Lemmer. Kerkelijk waren Yme en zijn moeder
aangesloten bij de Gereformeerde Gemeente te Lemmer.
Na zijn militaire opleiding vertrok hij op 20 juni 1947
vanuit Assen als soldaat met 4-9-RI. met het 'M. S.
Sloterdijk' naar Indië. Op 18 oktober 1948 ging hij mee
als brenschutter op een gepantserde ¾-tonner
van Wanaredja naar Poerwokerto, waar hij tijdens een
vuurcontact met T.N.I. zwaar gewond raakte (zie brief
van de commandant luitenant Portielje). Op dinsdag 26
oktober 1948 is Yme Willem van Dijk aan zijn
verwondingen overleden.
Brief van luitenant J.N.C. Portielje.
Welke werd verzonden naar Holland na het overlijden van Y.W. van Dijk.
Zeer geachte familie,
Als vriend van Yme is
het mij een grote behoefte U mijn deelneming te betuigen
met het als gevolg van een verraderlijk vijandelijk
schot, zo plotseling verscheiden van een die U en ons zo
dierbaar was.
Hogere machten, waarbij wij ons eerbiedig dienen neer te
leggen beslisten anders dan wij hoopten.
Niettegenstaande mijn rang als luitenant en ons
leeftijdsverschil voelden Yme én ik dat er een
werkelijke vriendschapsband tussen ons bestond. Juist
hier in de tropen is dit zo belangrijk.
Ten volle besef ik dan ook wat dit verlies voor U moet
zijn en ook besef ik dat U in Uw geloof wel kracht zult
vinden, deze beslissing van Hem die ons allen bestuurd,
te dragen.
Hierbij sluit ik een uiteenzetting in.
's Morgens kwart voor
zeven van maandag 18 oktober vertrok ik met mijn wagen,
een gepantserde ¾
tons truck G.M.L. naar Poerwokerto. De te volgen weg van
Wanaredja naar P, waar de staf V-Brigade gevestigd is,
is ongeveer 100 km. lang. Voor een groot deel voert hij
door vrij ruw, onbebouwd, bergachtig gebied. Als Motor-
Transport-Officier van 4-9 RI leg ik deze weg af. Daar
ik een dag of 14 voordien vanuit de bergen beschoten
was, waarbij een van de inzittenden van de 3-tons truck
waarin ik toen reed, aan de voet gewond raakte, ging
sindsdien steeds een automatisch wapen, een Bren met
bediening, als dekking mee.
Op de 18e oktober was de bediening van dit wapen in
handen van mijn vriend Yme van Dijk. Toen we het punt
naderden waar de vorige maal de beschieting had
plaatsgevonden, zou ik Yme deze plaats aanwijzen. Enkele
honderden meters hiervoor, in een weggedeelte met veel
scherpe bochten, aan' de rechterzijde een hoge bergwand
en aan. de linkerzijde een smal ravijn, waarachter op
ongeveer 150 à 200 m. een paar met gras en struiken
begroeide heuveltjes, viel plotseling van linksachter
een schot. De gepantserde auto is van de achterzijde
zeer kwetsbaar en het bleek dan ook dat de bende T.M.I.
in het terrein ons eerst had laten passeren en ons toen
van achteren ging beschieten. Na het eerste schot
barstte dan ook al het vuur los. Yme stond op om zijn
plicht te vervullen, maar werd vrijwel direct daarna
door een schot in de rug getroffen. Heel even kreunde
hij zachtjes en zakte toen naast mij neer. Zo
goed mogelijk, nu gedekt door de stalen wand van de
wagen, legden wij hem neer.
Inmiddels was echter ook
mijn chauffeur aan de linkerschouder gewond geraakt en
door scherven enigszins in het gelaat. Bovendien was de
helft van de voorruit aan de zijde van de chauffeur
versplinterd en daardoor vrijwel ondoorzichtig. Een
meerijdende vaandrig ondersteunde Yme toen, terwijl ik
de chauffeur met sturen hielp. Klachten had Yme vrijwel
niet.
Het enige waarover hij sprak was dat hij geen gevoel in
zijn benen had. Hij was volkomen bij bewustzijn. De
beschieting ondergingen wij over een weggedeelte van
zowat 500 m. Om de eerstvolgende bocht, toen we uit het
gezicht verdwenen waren, hield het op. Een jeep die vlak
achter ons reed, had geen schot ontvangen. Het
vijandelijk vuur bestond uit twee automatische wapens en
10 à 12 karabijnen of geweren.
Yme moest zo spoedig mogelijk geholpen worden en
niettegenstaande mijn chauffeur pijn in zijn gewonde
schouder had en door de doorgeschoten voorruit vrijwel
niets zag, reden wij de ± 15 km. door naar onze eerste
post Wangon. De beschieting vond plaats op de Grote
Postweg tussen Loembir en Wangon.
Bij onze post werd een
voorlopig verband aangelegd door de hospitaalsoldaten.
Hier bleek dat het schot in de rug vlak boven zijn
broekriem en vlak naast zijn ruggegraat zat. Zijn
grootste klacht was de gevoelloosheid van zijn benen.
Hij gedroeg zich zeer flink en was volkomen bij
bewustzijn.
Per ambulanceauto legde hij de resterende ± 25 km. naar
het hospitaal in Banjoemas af.
Mijn gewonde chauffeur bracht ik vast vooruit, tevens om
de doktoren te waarschuwen.
Direct na de operatie ben ik weer naar het hospitaal
gegaan. Yme was toen nog onder de narcose. Men vertelde
mij dat de kogel juist de wervelkolom had geraakt en
verder de maag had doorboord, de alvleesklier had
beschadigd, evenals de twaalfvingerige darm. De galblaas
moest verwijderd worden en de kogel bevond zich in de
lever, waaruit een verwijderen om medische redenen niet
mogelijk, doch ook niet noodzakelijk was.
Donderdags de 21e bezocht
ik hem weer. Hij werd toen kunstmatig gevoed, urineren
langs kunstmatige weg. Het verplegend personeel, de
zuster en de verplegers waren vol lof over hun patiënt
en zeer op hem gesteld. De voorbeeldige wijze waarop hij
zich de voedingsslang door zijn neus tot in de maag liet
aanbrengen hadden ieders bewondering. Yme was toen
psychisch zeer goed. Informeerde naar iedereen, was blij
post gekregen te hebben. Vroeg mij de jongens te zeggen
gerust te kunnen schrijven hoe het was. Zelf heeft hij
nooit beseft hoe ernstig zijn verwondingen waren. Pijn
had hij niet en was vol goede moed. Zijn houding was
bewonderenswaardig. Nog was het echter niet mogelijk te
zeggen hoe het verdere verloop zou zijn. Geestelijk was
hij blijkbaar, naar medisch begrijpen, te goed. De
volgende dagen hield ik mij telefonisch op de hoogte.
Omdat hij zo veel te vertellen had bij bezoek, moest dit
zoveel mogelijk beperkt worden. Maandags 25 oktober ben
ik toen met Nan weer bij hem geweest. Hij was toen in
zijn gezicht al wel sterk vermagerd. Vergeleken bij mijn
vorig bezoek, was hij echter nog even helder van geest
en belangstellend. Toen ik de doktoren sprak, bleek mij
echter dat de toestand nog steeds zeer ernstig was en
evenveel kans bestond dat het ten gunste dan wel ten
ongunste zou kunnen wenden.
De volgende middag ontvingen wij de telefonische
mededeling van zijn overlijden. Een longcomplicatie en
het niet meer bestand zijn van het hart waren de
uiteindelijke oorzaak.
Zo is het einde dan ook heel rustig gekomen.

Luitenant Portielje heeft ook een gedenkboekje uitgebracht.
Portielje, J.N.C., Wij trokken naar Solo. Semarang, 1949; 96 blz. Gedenkboekje van het 4-9 RI. Het bataljon was als onderdeel van de V-brigade gelegerd op Midden-Java in de jaren 1948-1949.

Toespraak uitgesproken door de bataljonscommandant tijdens de rouwplechtigheid.
Gistermiddag bereikte mij
het ontstellende bericht, dat Van Dijk, van het carrier
peloton van de Ostcie aan zijn verwondingen was
overleden.
Zoals bij u allen bekend, werd op 18 oktober jl. een
truck van ons beschoten op de weg Loembir-Wangon,
waarbij Van Dijk zwaar gewond geraakte.
Alhoewel hij er zeer ernstig aan toe was, was bij ons
allen nog een vleugje hoop aanwezig, dat hij het
misschien nog wel halen zou. Het heeft niet zo mogen
zijn.
Hogere machten beslisten anders en daar hebben wij ons
bij neer te leggen.
Wij allen zullen in Van Dijk een goed soldaat en
kameraad missen, iemand die zich voor 100% gaf voor de
goede zaak. Mijn gedachten gaan met droefheid uit naar
zijn moeder en zijn meisje in Holland. Haar enigste zoon
ontviel haar, die zijn plicht deed als goed soldaat in
Indonesië.
Moge God haar de kracht geven door het geloof, om deze
bijna onoverkomelijke slag te boven te komen.
Mijn gedachten gaan ook uit naar zijn beste vrienden en
kennissen. Het is zo moeilijk voor u woorden van troost
te vinden. Gedenk echter dit, hij heeft zijn taak in dit
leven vervuld, hij heeft het grootste offer gebracht dat
ooit gebracht kan worden.
Gedachtig aan dit en zijn voorbeeld, zult gij ook de
kracht vinden om uw levenstaak voort te zetten.
Ik verzoek u de houding aan te nemen, uw hoofd te
ontbloten en enige stilte te betrachten voor uw gevallen
kameraad.
Dank u.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Ingang Nederlands Ereveld Pandu te Bandung.

![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Grafsteen van Yme, op het Nederlands ereveld Pandu te Bandung Indonesië. Vak VI: Nummer 244. Adres; Jalan Pandu 32 te Bandung. Gemeente Bandung. Indonesië.
Op 25 juni 1952 werd aan de moeder van Yme Willen door de Minister van Oorlog een oorkonde uitgereikt met als inhoud:
TER
NAGEDACHTENIS
AAN
de dienstplichtig soldaat der Infanterie
Y.W van Dijk
VAN DE
KONINKLIJKE LANDMACHT
die, na beëindiging van
de wereldoorlog 1940-1945, zijn leven gaf voor het
brengen van orde en vrede in Indonesië. Hij stierf bij
de uitoefening van zijn plicht.
De minister van oorlog.
Bij deze oorkonde behoorde tevens een herinneringskruisje met lintje, samensteller weet zich te herinneren dat dit bij de wed. Gr. van Dijk-van Slageren in de kamer een vaste plaats had met de foto van haar zoon Yme, maar ook de foto van Willem van Slageren, de enige zoon van haar broer die tijdens de bevrijdingsnacht 16-17 april 1945 door een granaatscherf werd getroffen en aan zijn verwondingen is overleden. Hij werd 12 jaar oud.
Ook had samensteller (Evert
de Jong) tijdens een bezoek (± 1990) aan de wed. Gr. van
Dijk-van Slageren toen nog woonachtig in een
van de woningen in bejaardenhuis 'Suderigge', een
ontmoeting met de oud-commandant van Yme Willem nl. de
heer J.N.C. Portielje, toen inmiddels ook een bejaarde
heer lopend met een wandelstok. Zijn naam mag wel met
ere worden genoemd, want samensteller vernam van deze
bejaarde oud-officier dat hij 2 maal per jaar een bezoek
bracht aan de ouders van in Indië gesneuvelde
militairen. Ook bezocht hij oud-militairen ook in Lemmer
o.a. Nanne Frankema, die later naar Urk verhuisde en
reeds overleden is.
Elk jaar tegen Pasen en kerst bracht deze edele
oud-officier ook een bosje bloemen bij Yme Willems
moeder. Tijdens haar afwezigheid (in de keuken
koffiezetten) vertelde hij samensteller het diep
tragisch gebeuren wat Yme overkwam.
De officier verhaalde dat
Yme Willem van Dijk nimmer op patrouille ging maar dat
zijn werk op het kazerneterrein lag. Hij had al
verschillende keren gevraagd om ook eens mee op
patrouille te mogen gaan, en toen er op een dag een van
de militairen verhinderd was werd Yme aangeboden de
plaats van de brenschutter in te nemen, dit werd dan ook
door Yme Willem gaarne aanvaard. Maar het werd voor Yme
Willem de laatste reis.
De heer Johannes Nicolaas Christiaan Portielje woonde in
Naarden. Hij werd geboren te Amsterdam 27 december 1914
en had de rang van groot majoor bij de Koninklijke
Landmacht b.d. Ridder in de orde van Oranje Nassau met
de zwaarden.
![]() |
|
![]() |
||||||
|
![]() |
|
||||||
![]() |
|
![]() |
Y. W. v. Dijkstraat te Lemmer.
◊ DE LAATSTE BRIEF.
| De wereld scheen vol lichtere geluiden |
| en een soldaat sliep op zijn overjas. |
| Hij droomde lachend dat het vrede was |
| omdat er in zijn droom een klok ging luiden. |
| Er viel een vogel die geen vogel was |
| niet ver van hem tussen de warme kruiden. |
| En hij werd niet meer wakker want het gras |
| werd rood, een ieder weet wat dat beduidde. |
| Het regende en woei. Toen herbegon |
| achter de grijze lijn der horizon |
| het bulderen-goedmoedig-der kanonnen. |
| Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef, |
| bevrijdde zich het laatste wat hij schreef: |
| liefste, de oorlog is nog niet begonnen. |
| Bertus Aafjes. |























































