Herdenking van de jaren "40-'45"

 

1| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |

 

◊ Februaristaking.

H.L.H. van der Molen.

Amsterdam dankt haar devies vooral aan de houding van de bevolking bij de Februaristaking in 1941. Deze staking was de reactie op twee razzia's, waarbij 425 joodse mannen tussen 18 en 35 door de Grüne Polizei waren opgepakt. Dat konden de Amsterdammers niet over hun kant laten gaan. "Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!!", riepen de communisten Kraan en Nak hun medearbeiders toe. "Weest solidair met het zwaargetroffen Joodse deel van het werkende volk! !! Onttrekt de Joodse kinderen aan het Naziegeweld, neemt ze in uw gezinnen op!!!". Dat klonk indrukwekkend. Diverse andere zinnen in de op grote schaal opgevolgde stakingsoproep steken er merkwaardig bij af. Het rooie bloed kroop waar het niet gaan kon. "Stelt ook overal uw eisen voor verhoging van loon en steun!!".

 

Pieter Frederik Willem (Piet) Nak (Amsterdam, 28 december 1906 - Haarlem, 16 december 1996) was een Nederlands verzetsman en politiek activist. Hij, een vuilnisman, en Willem Kraan, een stratenmaker, waren de aanstichters van de Februaristaking in Amsterdam in 1941. Hij ontving hiervoor in 1966 de Israëlische onderscheiding Yad Vashem.

Van de Amsterdammers maakte zich een euforie meester. "Toen Werkspoor leegliep, stonden de mensen op Wittenburg en Kattenburg te dansen. Dat klinkt nu natuurlijk vreemd. Maar ze dansten omdat iedereen staakte, omdat de werkende klasse aan de Duitsers liet zien dat ze met hun poten van onze mensen af moesten blijven", herinnert zich een communistische staker de uitgelaten stemming van 25 en 26 februari. Alle onderdrukte ergernis van bijna een jaar bezetting barstte eindelijk massaal en in alle openheid los. Een joodse socialist schreef een dag later in zijn dagboek: "We zijn opgewonden, vreemd en ver van ons zelf en we lijken te zweven ... Op straat vlogen mensen die elkaar tevoren nog nooit hadden gesproken, elkaar om de hals. De vreugde was evenwel slechts van korte duur. Trouwens -en dat lijken velen vergeten te zijn- de oproep was niet verder gegaan dan het bedrijfsleven zegge en schrijve één dag plat te gooien. Zouden Piet Nak en z'n kameraden echt hebben gemeend dat de stakers "een verdere leegplundering van ons land" zouden verhinderen? Dat zij "een slag zouden toebrengen aan het monsterachtige plan, Mussert aan de macht te helpen"? Dat beweerden zij in hun oproep. Als zij de nazi's inderdaad nog maar zo slecht kenden, moeten hun de schellen snel van de ogen gevallen zijn. Op de morgen van de tweede dag werd net volgens de autoriteiten tijd om genadeloos toe te slaan. De staat van beleg werd afgekondigd en Himmler, het opperhoofd van de' SS,gaf machtiging tot derdegraadsverhoren en de arrestatie en deportatie van duizend stakers. Overvalwagens met zwaar bewapende Polizisten veegden de straten schoon en schoten op alles wat op een samenscholing leek. Zeven burgers lieten het leven en tientallen werden gewond. Het was duidelijk: een voortzetting van de staking zou tot veel bloedvergieten leiden. De werkgevers rieden hun mensen dringend aan, weer aan het werk te gaan. En dat gebeurde. Een spontane actie - meer was de staking niet geweest.

De Februaristaking vormde een les die we ook in de thans aan de gang zijnde discussie in rekening moeten brengen. De bezetter was zo rücksichtlos dat openlijk verzet gewoon onmogelijk was. "Dit inzicht vormde één van de redenen, waarom hierna in Amsterdam geen algemene demonstraties van grote omvang meer hebben plaatsgehad. In de tweede plaats vermocht de staking het Duitse bestuur niet af te brengen van zijn anti-joodse politiek. Zij had alleen tot gevolg dat de autoriteiten hun maatregelen tegen de joden met wat minder vertoon openbaar maakten. Maar de Februaristaking vormde ook een les voor rijkscommissaris Seyss-Inquart: op enige sympathie van de Nederlanders voor de Nieuwe Orde behoefde hij niet te rekenen.

Niet zwart-wit.

Historici zullen de bezettingsjaren steeds weer tegen het licht moeten houden. Niet om uiteindelijk vast te stellen "wie es eigentlich gewesen ist", zoals de grote Duitse historicus Von Ranke (19e eeuw) van de geschiedwetenschap meende te mogen verwachten. Geschiedenis zal altijd geschiedbeeld zijn, zelfs voor hen die de geschiedenis meebeleefden. Maar het moet mogelijk zijn van de bezettingsjaren een beeld te schetsen dat de betrokkenen recht doet wedervaren. Dat kan nooit een zwart-witbeeld zijn. De periode waarin de Nederlanders van-toen werden onderscheiden in goeden en fouten is definitief voorbij. Tegenover de "zwarten" (de NSB-ers in hun zwarte hemden) stonden weinig "witten". De meeste Nederlanders waren "grijzen". Het is de verdienste van dr. J.C.H. Blom dat hij dit in zijn inaugurele oratie op 12 december 1983 aan de Universiteit van Amsterdam met klem naar voren heeft gebracht.

De jaren '40-'50 waren voor de overgrote meerderheid van het  Nederlandse volk geen jaren van collaboratie, maar van accommodatie, van aanpassing. Zonder heldenmoed maar met krachtige overlevingsdrang probeerden de mensen "door de  tijd te komen". Zo goed en zo kwaad als het ging. Met een  beetje geven en een beetje nemen. Slechts weinigen namen het daadwerkelijk op tegen de bezetters die tijdens de Februaristaking hadden getoond dat hun bruutheid geen grenzen kende. Ook de (oudere) joden blijven het antwoord schuldig op de vraag hoe de niet-joodse Nederlanders de deportatie en het massale joodse sterven -dat ook zij niet had den voorzien!- hadden kunnen voorkomen. Maar er had wel veel meer voor hen gedaan moeten worden!

Bij de herdenking op 4 mei is er weinig om trots op te zijn. De meeste mensen zijn nu eenmaal geen helden. Maar des te  meer eren we hen -en blijven wij hen eren- die wel heldhaftig en vastberaden verzet hebben gepleegd. Voor hen geldt wat  Churchill na de Slag om Engeland van de RAF zei: "Nooit hadden zovelen zoveel te danken aan zo weinigen". Zij vertegen woordigden het beste dat Nederland te bieden had en heeft.

◊ Berichten in De Zuid-Friesland ten tijde van de oorlog.

 

22 juni 1940.

Notitie van een torenwacht.

Daar zit ik weer, maar nu in het nachtelijk duister
     Met om mij heen de stilte van de zomernacht,
Terwijl ik naar de vliegmachines luister
     Verstrijkt genoegelijk mijn twee uurtjes torenwacht,
Zwaarmoedig tikt het torenuurwerk zijn seconden
     Zoals het dit een reeks van jaren heeft gedaan,
Tenminste als het steeds werd opgewonden
     Want zoo men dit vergat dan bleef het staan,
Zooeven heeft het nachtelijk uur geslagen
     Toen ik enthousiast naar boven sloop,
Maar naar de waarheid moet je maar niet vragen
     Omdat ik liever in mijn bedje kroop,
Blijmoedig pik ik steeds de drie-en-tachtig treden
     Voordat ik in het hooge wachtlokaal belandt,
Waar 'k met een zware zucht mijn moede leden
     In een der zachte clubfauteuiltjes plant,
Mijn lotgenoot verdwijnt naar hooger sferen
     Geniet van 't uitzicht op de torentrans,
Maar ik kan daarom wel gerust beweren
     Ook hij breekt voor de torenwacht geen lans,
 
     Dat ik deez' notitie hier nu zit te maken,
Is heusch niet uit vervelendheid
     Doch om 't gevoel maar kwijt te raken,
Dat ik mijn tijd met nietsdoen hier verslijt    

 

LEMMER IN ROUW._3 augustus 1940.

Het weekeinde van vorige week heeft voor onze plaats een diep tragisch verloop gehad. Door een noodlottig gebeuren zijn Zaterdagmiddag op het haventerrein acht menschen in de kracht van hun leven weggerukt uit hun werk en hunne gezinnen. Toen de mare van bet noodlottig ongeval als een loopend vuur door onze plaats ging en de namen van de slachtoffers geleidelijk aan bekend werden was men algemeen diep onder den Indruk van et gebeurde. Diep was het medeleven met de zoo zwaar getroffen gezinnen en het laat zich niet onder woorden brengen wat er toen is omgegaan In al die menschen, die hier en daar het gebeurde bespraken en hun familieleden of vrienden en, kennissen zoo plotseling uit bun midden zagen weggerukt. Rouw is over onze plaats gekomen en diepe deernis vervult onze harten. Wij leven mee met de zoo zwaar getroffen gezinnen uit wier midden de man en vader is genomen. Innige deelneming voelen we met de achtergebleven betrekkingen maar hoe gaarne we ook woorden van troost zouden zeggen, het valt moeilijk woorden te vinden tegenover dit zoo zware verlies van acht onzer zonen.

Diepe deernis, innige deelneming en een hartelijk gevoel van meeleven is deze dagen door heel ons dorp gegaan. Deze uiting van menschelijk medegevoel moge de nagelaten betrekkingen tot troost zijn en het weten dat heel onze plaats met hen deelt in het zware verlies moge hen schragen in het zware leed, dat ze zoo plotseling hebben te dragen gekregen. Met weemoed staren we de getroffenen na.

De namen van de slachtoffers zijn:

J. Dirksen, gem.-veldwachter, 34 jaar.
C. B. Koole, hoofdopzichter waterschap "Zeven Grietenijen en Stad Sloten" tevens hoofd van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst, 50
jaar.
Jan Koopmans, bakker, 36 j.
Jac, Leijenaar, fitter bij het waterleidingbedr. 46 jaar.
O. Nieuwenhuis, werkman bij het waterleidingbedr., 34 j.
TJ. Roosien, werkman bij de Zuiderzeewerken, 38 jaar.
KL. W. Verhoeff, werkman bij het waterleidingbedr., 31 j.
M. Westerveld, hoofdmachinist bij het gemaal N.0.. polder, 39 jaar.

 

De ramp op 27 juli 1940. _1 mei 1970.

Op zaterdag 27 juli 1940 liet een Engels vliegtuig, dat waarschijnlijk in moeilijkheden verkeerde, een bom vallen op het Werkhaventerrein (de huidige Sluisweg). De bom was niet ontploft, maar had een waterleidingbuis beschadigd. Tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte de bom, waarbij acht mensen het leven verloren. Hun namen zijn: Klaas Verhoeff (31) werkzaam bij het waterleidingbedrijf; Jan Koopmans (36) bakker; Cornelis Barthelomeus Koole (50) hoofdopzichter Waterschap Zeven Grietenijen en stad Sloten; Geert Nieuwenhuis (34) werkzaam bij het waterleidingbedrijf; Jacob Dirksen (34) gemeenteveldwachter; Jacob Leijenaar (46) cheffitter waterleidingbedrijf, Michiel Westerveld (39) elektricien; Tjasso Roossien (38) betonwerker.

Deze zo rampzalige dag heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten op de heer H. Vlig, thans wonend in IJmuiden, die ternauwernood aan de dood ontsnapte. We laten nu de heer Vlig aan het woord:

Wij waren als Lemsters bij het baggerbedrijf van de M.U.Z. Behalve ikzelf voeren op de baggerbakken o.a. Jan Atsma (de vakman), Marius Visser, Steven Visser, Theunis Bootsma, Gauke Bootsma, Johannes Hoekstra, Teade Woude, Andries Scheffer, Wiebren Scheffer enz. Er voeren daar een hoop sleepboten van Leen Smit's sleepdienst uit Rotterdam. Dat waren 'De Noord', 'De Gouwe', 'De Regge' en "t Veergat', die bij het maken van de Afsluitdijk is gekanteld. De machinist is toen verdronken. Zijn zoon voer als machinist op dezelfde sleepboot in de tijd waarover ik nu schrijf.

Op donderdag 25 juli voeren we met een onderlosser met zand naar dorp A, het huidige Emmeloord.
's Middags 2 uur lagen we daar te lossen, het was wat mistig. De sleepboot 'De Noord' lag opzij van onze baggerbak KLK London no. 10, toen er opeens een Engelse jager op ons afdook. Ik stond in de gangboord met mijn schipper Jan Atsma. We schrokken geweldig en ik riep tegen Jan: 'Plat Jan, het is onze dood'. 'Blijf staan', zei hij: 'hij doet ons niks'. De jager vloog drie ronden om ons heen en de piloot wuifde naar ons. Ik kon er gewoon niet bij en was verstomd. De zaterdags daarop, 27 juli, werden we in Lemmer laat van boord gehaald door 'De Gouwe' eveneens van sleepdienst Smit uit Rotterdam. Ter hoogte waar nu de volkstuinen liggen van Zuiderzeewerken, tegen het voetbalveld van de v.v. Lemmer aan, stapte ik met mijn tas van boord, in gezelschap van Jan Atsma.
Ik zag wat mensen bij elkaar staan bij een klein borrelend kuiltje in de grond, tussen de huizen, even voorbij de huizen van het personeel van het Bumagemaal en de Friese sluis (het gemaal was er toen nog niet en de sluis was nog in aanbouw). Ik moet daar nog vaak aan denken, want 't had ook mijn dood kunnen zijn. Jan Atsma en ik gingen bij het groepje mensen staan. Klaas Verhoeff zou de schop in de grond steken, toen zijn chef Leijenaar zei nog even te wachten. Dat was mijn geluk en ook dat van Jan Atsma. Veldwachter Dirksen kwam er ook bij staan, evenals Roossien, die ijzervlechter was bij de sluisput. Ik vroeg Dirksen om een vuurtje en stak een sigaret aan. Jan Atsma zei toen tegen mij: Kom Hans, we gaan hier weg, het kan wel een rare bom zijn. Ik lachte wat en ging met Jan mee. Nog geen minuut later ontplofte de bom en wij sloegen tegen de grond. Nog geen halve meter van mij af lag een groot stuk bomijzer. Ik trilde als een blad en keek om. De ravage was ontzettend. Er kwamen drie Duitsers aanrennen. We moesten wachten en zaten bijzonder in de rats. Er moest hulp komen en ik ging mee terug. We troffen een verschrikkelijke toestand aan.

Bakker Koopmans had mij net tevoren nog gevraagd: Waar ligt 't Veergat', daar moet ik brood brengen. Zijn fiets lag er verwrongen bij en hemzelf zag ik nergens. Even later bleek dat hij op het dak van een der huizen (waar ik later zelf heb gewoond) was geslingerd. Ik had het erg benauwd, mijn hart klopte als een wilde en ik weet nog precies hoe laat het was gebeurd: kwart over vier.
Dirksen en Roossien die vlak bij mij hadden gestaan, waren op slag dood. Roossien had tien kinderen. Opzichter Koole lag dood boven de bomkrater en naast hem lag een zoon van Leijenaar.
Hij had een shock opgelopen. Alle anderen waren dood. De slachtoffers zijn later met een vrachtauto van de houtmolen opgehaald. Ik mag gerust zeggen dat ik mijn leven heb te danken aan Jan Atsma.
Nu loop ik dan op de sluizen van IJmuiden en zulke herinneringen komen dan nog vaak in je op.
Hier heb ik enkele weken geleden meegemaakt, dat een grote granaat voor de Noordersluis lag, dicht bij de benedendeur. Mijn collega, T. Spierenburg, duiker van beroep, zat op 16 meter water en deed daar zijn onderwaterlamp aan. Het water was helder en er zwommen bliek en botjes. Het was een prachtig gezicht. Hij keek nog eens om zich heen en zag toen een grote granaat dicht bij hem tussen de mosselen staan.
's Middags vertelde hij het aan mij en de hoofdopzichter. Ik zei dat ze dat ding er direct uit moesten halen, en vertelde toen wat ik zelf in 1940 had meegemaakt. Ze keken me aan en wilden het eerst niet geloven. 't Is ook een bijzonder trieste herinnering die je je hele leven bij zal blijven.

H. Vlig, IJmuiden.

Zie ook Jan de Vries.

Teruggekeerd - Blijde thuiskomst.

Lemster Courant _zaterdag 25 augustus 1945.

Teruggekeerd.

LEMMER,Na een achtjarig verblijf in het buitenland
is onze plaatsgenoot Sake Visser in het
begin van deze week teruggekeerd, Visser, die in
1937 als vrijwilliger naar Spanje was vertrokken
en in de burgeroorlog heeft gevochten.


Blijde thuiskomst _15 december 1945.

LEMMER. Nadat voor enkele weken de familie E,
de Roos alhier verrast werd met de thuiskomst
van twee zonen, die tijdens de oorlog in Engeland
verbleven, arriveerde voor kort ook nog de
oudste zoon der familie met zijn Engelse echtgenote,
De beide jongere broers, waarvan er een eveneens
met een Engelse vrouw getrouwd was,
moesten al spoedig weer vertrekken, De oudste
heeft echter het plan hier voorlopig in Lemmer
te blijven.


Lemster Courant _september 1945.

Thuiskomst Lemmer.

LEMMER,Tot grote verrassing van zijn familieleden
arriveerde hier zondagmiddag de heer L.
Stroband, kapitein van het M,S, 'Helena', die die
dag precies 5½ jaar geleden vertrokken was, De
heer Stroband, die tijdens de oorlog steeds voor
Engeland gevaren heeft, was vergezeld van zijn
Engelse vrouw en zijn dochtertje.


Blijde thuiskomst _29 juni 1946.

LEMMER, Na een afwezigheid van ruim 6 jaren
is zaterdagavond onze plaatsgenoot Christiaan de
Vries onverwacht thuisgekomen,
In het begin van de oorlog is hij met de Nederlandse
vloot, waarbij hij diende, naar Engeland
uitgeweken, Ook daar werd hij weer bij de
marine ingedeeld.
Gedurende de oorlog heeft hij op een onderzeeër
actief aan de oorlog deelgenomen en mede
verschillende Duitse schepen in de grond geboord,
Het spreekt vanzelf dat zijn moeder en de
andere huisgenoten blijde door deze thuiskomst
waren verrast. Er viel wederzijds veel te vertellen.
Nadat deze thuiskomst zondagmorgen bekend
werd, wapperden al spoedig de vlaggen uit de
huizen op het Turfland.


Lemster Courant _24 november 1945.

Goed bericht.

ECHTENPOLDERD, De familie J. Dekker had sedert
het uitbreken van de oorlog van haar zoon Frans
Dekker, die mede naar Engeland was uitgeweken,
nimmer iets vernomen,
Er is thans door de familie bericht ontvangen, dat
de zoon zich in goede welstand in het geallieerde
leger bevindt.


Zuid Friesland _9 november 1946.

Minderwaardig gedoe.

Een van de Lemster jongens in Indië schrijft dat
hem en andere kameraden de mededeling heeft
bereikt, dat hier in Lemmer geruchten zijn
verspreid als zouden zij op Java gesneuveld zijn.
Hij verzoekt ons deze geruchten tegen te spreken
en door middel van ons blad aan de verspreiders
van dit minderwaardig gedoe bekend te maken
dat ze springlevend zijn.

Het betreft hier de personen:
L. Poepjes, G. v.d.Gaast en B. Frankema.


Blijde thuiskomst _1946.

ECHTEN 2 sept. Maandag arriveerde in ons
dorp onze oud-plaatsgenote mej. W. Kalsbeek,
die met het SS 'Bloemfontein' uit Indië repatrieerde.
Zij heeft daar enkele jaren van spanning
en ontbering doorgemaakt, doch na jaren
van honger en ellende is ze thans in de ouderlijke
woning teruggekeerd. Aangezien ze in
Indië in de verpleging dienst doet, is deze
thuiskomst van tijdelijke aard, doch enkele
maanden verlof na zoveel doorstaan lijden, zijn
haar van harte gegund. heel ons dorp leefde
met deze blijde thuiskomst mee.


Uit Indonesië terug _3 juli 1948.

Na een verblijf van ruim 14 jaar is de heer W.
Luiking maandagmorgen in het ouderlijk huis aan
de Kortestreek alhier, uit Indonesië teruggekeerd.
Wat dit weerzien voor de familie en in de eerste
plaats voor de hoogbejaarde moeder is geweest,
laat zich beter begrijpen dan beschrijven, vooral
als men daarbij in aanmerking neemt de jaren
van grote en bange onzekerheid, toen het contact
tussen moederland en Indonesië was verbroken.
De heer Luiking, die in 1934 vertrok, is met
enige maanden verlof overgekomen en het zal
hem tot grote blijdschap en dankbaarheid stemmen
dat hij zijn oude moeder nog in zo goede
welstand heeft mogen ontmoeten.
Wij wensen hem vanaf deze plaats van harte
welkom en hopen dat de maanden, die hij en zijn
jonge vrouw tussen familie en kennissenkring
zullen mogen doorbrengen van de meest aangename
aard zullen zijn.


Zuid Friesland _28 september 1946.

Uit Amerika terug.

Vrijdagavond was de 1e Parkstraat geheel in
vlaggentooi. Bijna uit iedere woning werd het
dundoek ter ere van de thuiskomst van de heer
A. Kossen, die bij het uitbreken van de oorlog
naar Amerika vertrok en thans naar zijn gezin
alhier terugkeerde. De heer Kossen, die Amerikaans
staatsburger is, moest in 1939 vertrekken
om moeilijkheden te voorkomen. Donderdag
reisden zijn vrouw en dochter hem tegemoet en
vrijdagavond arriveerde men hier in Lemmer,
luide toegejuicht door de oude buren. Ook de
woning was versierd en de buren hadden voor
deze gelegenheid gemeend deze oude buur eens
ouderwets in de bloemetjes te moeten zetten.
Voorwaar een aardig idee, dat ongetwijfeld door
Kossen ten zeerste op prijs is gesteld.


 

Terugblik.

23 aug. '39

Duitschland sluit een non-agressiepact met Sovjet- Rusland. Het is tien jaar geldig. Britsche garantie aan Polen.

 

 

26 aug. '39

Pres. RooseveIt dringt in boodschap aan Hitler aan op.' een vreedzame regeling met Polen.' De gehele wereld bidt, dat ook Duitschland die aanvaardt'. Hitler's antwoord is negatief.

 

 

28 aug. '39

Duitsche troepen trekken Warschau binnen.

 

 

1 sept. '39

Hitler verklaart voor den Rijksdag, dat hij het veldgrijs niet weer zal aantrekken vóór de overwinning.

   
3 sept. '39

Engeland en Frankrijk verklaren Duitschland den
oorlog.

 

 

8/9 apr. '40

Duitschland valt Denemarken binnen en overmeestert Noorsche havens.

 

 

10 mei '40

Duitschland valt Nederland binnen.

   

 

Beluister toespraken van H.M. Koningin Wilhelmina die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Radio Oranje zijn uitgezonden

 

Toespraak Nederlandse Koningin 10 mei 1940

Mijn volk,

Nadat ons land met angstvallige nauwgezetheid al deze maanden een stipte neutraliteit had in acht genomen en terwijl het geen ander voornemen had dan deze houding streng en consequent vol te houden, is in de afgelopen nacht door de Duitse weermacht zonder de minste waarschuwing een plotselinge aanval op ons gebied gedaan. Dit niettegenstaande de plechtige toezegging dat de neutraliteit van ons land zou worden ontzien zolang wij haar zelf handhaafden.  Ik richt hierbij een vlammend protest tegen deze voorbeeldenloze schending van de goede trouw en aantasting van wat tussen beschaafde staten behoorlijk is. Ik en mijn regering zullen ook thans onze plicht doen.  Doet gij den uwen, overal en in alle omstandigheden, ieder op de plaats waarop hij is gesteld, met de uiterste waakzaamheid en met die innerlijke rust en overgave, waartoe een rein geweten in staat stelt!

EERSTE LEGERBERICHT VAN DEN NED. OPPERBEVELHEBBER.

De Ned. opperbevelhebber deelt mede:

Duitsche troepen hebben hedennacht de Nederlandsche grens overschreden en zijn in aanraking gekomen met onze grenstroepen. Deze grenstroepen hebben de hen opgedragen taak vervuld en bruggen en wegen vernietigd. De bruggen bij Arnhem en Nijmegen zijn vernietigd.
De Duitsche troepen bevinden zich slechts ten Oosten van Arnhem op een afstand van 15 K.M. van de Nederlandsch-Duitsche grens.
Duitsche vliegtuigen hebben landingspogingen ondernomen, waarvan slechts enkele zijn gelukt. Duitsche vliegtuigen wierpen ook parachutisten af, die voor een deel in Nederlandsche uniform gekleed waren. Zij zijn omsingeld en werden vernietigd. Boven sommige steden zijn Duitsche strooibiljetten uitgeworpen, die onware mededelingen en holle bedreigingen bevatten. Het opperbevel waarschuwt het geheele volk geen geloof aan dergelijke uitingen te hechten, die slechts ten doel hebben verwarring te stichten. Nederlanders, vertrouwt uitsluitend op de standvastigheid van uw eigen weermacht, die aangespoord en bezield door de daden en woorden van onze Koningin, haar taak vervult.

DE DUITSCHERS SCHENDEN NEDERLANDSCH GRONDGEBIED.

Het algemene hoofdkwartier deelt mede:

Van 3 uur af hebben de Duitsche troepen de grens overschreden. Vliegaanvallen op enkele vliegvelden werden gedaan. De inundatie voltrok zich volgens plan. Wantrouwt alle radioberichten en strooibiljetten, die spreken van een staken van ons verzet, hoe geloofwaardig of officieel ze ook mogen klinken. Heb alleen vertrouwen in den u bekenden omroeper. Nooit zullen opperbevel en regeering zich inlaten met onderhandelingen met den vijand. Alle berichten dienen slechts om verwarring te stichten. Beslag is gelegd op de volgende bladen, die dus niet meer uitkomen:

Het Nationale Dagblad
Volk en Vaderland
Het Volksdagblad


Verboden verspreiding van vlugschriften, pamfletten e.d. De handhaving van dit verbod treedt onmiddellijk in werking.

DE DUITSCHE GEZANT BIJ MINISTER VAN KLEFFENS.

De Duitsche gezant heeft de volgende verklaring aan den Minister van Buitenlandsche Zaken overhandigd:

Wij kondigen u de inzet aan van een geweldige Duitsche troepenmacht. Duitschland garandeert het bezit van onze Koloniën. Zoo gij u niet overgeeft, bestaat de mogelijkheid van een vernietiging van staat en land. Wij manen U aan de bevelen van de Duitsche militairen stipt op te volgen. We hebben bewijzen omtrent een onmiddellijken inval van Frankrijk en Engeland in Nederland, teneinde het Duitsche Roergebied te overvallen en dat Nederland een overeenkomst met Engeland en Frankrijk had gesloten. De Minister van Buitenlandsche Zaken heeft hierop met verontwaardiging geantwoord: Er bestaat geen overeenkomst met eenige vreemde mogendheid tegen Duitschland.

Wegens de meedoogenlooze aanval van Duitschland in Nederland beschouwt de regeering zich in oorlog met Duitschland.

NEDERLAND BESCHOUWT ENGELAND EN FRANKRIJK ALS ZIJN BONDGENOOTEN.

Nadat de Duitsche inval is geschied is de Nederlandsche gezanten te Londen en Parijs opgedragen de regeeringen aldaar mede te deelen dat geallieerde hulp welkom zou zijn. Deze hulp is toegezegd.
 

ONZE MINISTERS ONDERHANDELEN MET LONDEN.

De Nederlandsche ministers van Buitenlandsche Zaken en Koloniën hebben contact met Londen.

• Terugblik.

vervolg

14 mei '40

Capitulatie van het Nederlandsche leger.

 

 

9 juni '40

Italië verklaart Engeland en Frankrijk den oorlog.

 

 

15 juni '40

Rusland bezet Lithauen, Estland en Letland.

 

 

22 juni 40

De wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitschland geteekend. 'De voorwaarden zijn hard, de eer is gered'. (Pétain)

 

 

22 juni '41

Oorlog tussen Duitschland en Sovjet-Unie.

 

 

7 dec. '41

Japan opent de oorlogshandelingen tegen de Ver.Staten en Engeland.

 

 

11 dec. '41

Duitschland verklaart den oorlog aan de Ver.Staten.

 

 

3 febr. '43

Strijd om Stalingrad geëindigd. Begin van, den Duitschen terugtocht.

 

 

5 mei '45

Capitulatie der Duitsche strijdkrachten in Nederland, N.W. Duitschland en Denemarken.

Proclamatie

Landgenooten,

Het uur der bevrijding is thans ook voor U aangebroken. Het ogenblik, waarop ik en U met zoveel spanning en ongeduld gewacht hebben, is daar. Ik weet van de bittere beproevingen waaronder Gij, afgesneden van een deel van ons Vaderland, deze laatste maanden hebt geleefd. Die druk heeft thans een einde genomen.

Ik weet ook van den bovenmenschelijken moed, waarmede Gij de zwaarste ontberingen hebt gedragen. Talrijke handen zijn uitgestrekt om het einde Uwer nooden zoveel mogelijk te bespoedigen, maar veel zal daarbij afhangen van Uw rustige en eendrachtige houding in de komende dagen. Werkt allen mede deze een rustig verloop te geven.

Gehoorzaamt stipt de bevelen van het Geallieerd Opperbevel, waarmede de Regering een regeling heeft getroffen. Luistert naar de aanwijzingen van Uw Nederlands Militair Gezag, dat krachtens die regeling onder leiding en verantwoordelijkheid der Nederlandse Regering zijn taak in overleg met het Geallieerd Opperbevel verricht.

Ik hoop spoedig op Nederlandse bodem terug te keren, om met mijn verantwoordelijke raadsgevers de leiding van landszaken weer op mij te nemen.

Dat Gods zegen op U allen ruste.

Nederland herrijst.

Leve het Vaderland.

Terugblik.

vervolg

7 mei '45

Algeheele capitulatie van het Duitsche leger.

 

 

15 aug. '45

Onvoorwaardelijke capitulatie van Japan. De dag van den vrede.

 

De overgave van Japan vond officieel plaats op 2 september 1945 in de baai van Tokio, aan boord van het Amerikaanse slagschip "Missouri". Namens de Nederlandse regering ondertekent Lt.-Admiraal C. E. L. Helfrich het capitulatieakkoord. Links op de voorgrond Generaal Mac-Arthur.

 

◊ DE 'KRAAK' VAN DE GEVANGENIS.

Hoe het toeging.

De 'Kraak' van de Leeuwarder gevangenis op 8 December 1944, waarbij binnen drie kwartier 50 gevangenen bevrijd werden, en twee man van de S.O., die de knockploeg 'over het mot' kwamen, overrompeld en uitgekleed in de cel gestopt werden, was een zeldzaam meesterstukje, dat toentertijd in het Friesland groote deining verwekte. Tot dusver waren de finesses alleen bekend bij de 'insiders', maar Woensdag is de pers op het Burmaniahuis alles onthuld.

De voorbereiding nam heel wat tijd in beslag, vertelde de heer E. Bultsma (Eppie v.Dijk). Tal van plannen werden bekeken. Zaak was, zonder brokken te maken, binnen te komen en geen enkel spoor na te laten. List was geboden. Er werd een plan ontworpen om via een achterdeur het H. van B. binnen te dringen met een valsche sleutel. Ook van de binnendeuren werden met hulp der bewaarders valsche sleutels gemaakt, maar na een alarm werd de bewuste deur gebarricadeerd met een balk. Dat ging dus niet meer. Dan maar met valsche papieren.

Door het binnenlaten van deze zogenaamde arrestantenploeg wisten de bewakers niet...

(Van deze overval, waaraan 2½ maand voorbereiding aan vooraf ging en waarbij geen enkel schot gelost werd, is een film gemaakt waarvan Dr. L. de Jong het scenario schreef ('De overval'). De film is te zien in het verzetsmuseum te Leeuwarden).

Behalve de practisch uitsluitend gebruikte papieren van de S.D. op vertoon waarvan de gevangenispoort openging, bestond er ook nog een officieel politiepapier , dat zelden meer werd gebruikt, maar toch dienst kon doen. Zulk een papier werd nu vervalscht. Daar zou men het dan maar mee wagen. Met medewerking van den heer Harms, gem. ambtenaar, werden plattegronden geteekend van de gevangenis en de cellen. Na 2 maanden was alles kant en klaar. De toenmalige provinciale commandant van de KP., de heer P.G. Oberman (Piet Kramer), met de leiding der 'kraak' belast, huiverde wel heel even voor de groote verantwoordelijkheid terug. De L.O. echter drong zeer aan op uitvoering. Er zaten op dat moment verscheidene politieke gevangenen in het H. van B. De gew.commandant van de N.B.S. gaf zijn fiat. 'Dit moet doorgaan'. De kraak werd nu bepaald op 8 December.

In den middag van 8 December kreeg het H. van B. een telefoontje van de 'politie', dat om half zes 3 'arrestanten' zouden worden gebracht. Tegelijkertijd werd het politiebureau opgebeld, dat een paar C.C.D.-ambtenaren uit Bolsward op weg waren naar Leeuwarden, met 3 arrestanten die ze maar regelrecht naar het H. van B. zouden brengen. 't Was wel wat vreemd en even onderwerp van bespreking, maar werd toch geaccepteerd. Zoo werd de kraak gecamoufleerd. Om 4 uur vereenigden zich de K.P.-mannen en één ondergedoken Leeuwarder politieagent, die om zijn 'baas' te redden meedeed, in het pand van bakker v.d. Veen. Alleen de leiders wisten, voor de anderen was het nog de vraag, wat er gebeuren ging. nu werd alles uit de doekjes gedaan. Plattegronden werden uitgedeeld, ieder kreeg welomlijnde instructies. Daarop werd gemeenschappelijk gebeden. Om 5 uur bezetten tot consternatie der bewoners, 6 KP.-ers het pand met bovenhuis tegenover de gevangenis, waarin het woningbureau v. d. Schoot is gevestigd. Ze nestelden zich hier met een machinegeweer en pistolen. Het was de dekkingsploeg, een ordonnans meldde, dat operatie 1 was geslaagd. Prompt half zes verlieten 2 ploegen, om de Grachtswal hun 'operatiebasis' voor operatie 2. De 2 politiemannen in uniform met hun 2 'arrestanten' belden aan de gevangenis. De 2de ploeg, bestaande uit 12 KP.-ers stelde zich verdekt op tegen de muur, in afwachting en zoo goed dat de bewaarder met de controle der verduistering belast, hen rakelings voorbijliep, zonder ze te bemerken. Boven de hoofden der politiemannen en der arrestanten knipte het electrisch licht op. Het luikje in de poort ging open, en reikten den portier het valsche papier toe, dat hen de toegang ontsluiten moest. Dan bleven zij wachten in het felle licht.

De portier verdween naar de administratie. 'Binnen laten?'. 'Ja, dat klopt, er is over gebeld'. Dan kwamen ze binnen een tweede deur door, die direct achter hen in het slot klikt en staan ze in de gang. Nu is het hun tijd. Binnen een minimum staan ze in het bureau: 'Handen omhoog!'. Niemand van de 4 à 5 daar aanwezige bewaarders dacht er aan zich te verzetten. Ze verkeerden in volslagen verwarring en konden door het snelle verrassende optreden niets beginnen. Jelle bezette de telefooncentrale, de portiers werden ontwapend en door de poort werden de 12 man tegen de muur, één voor één binnengeloodst. Er waren nu 17 man in de gang. Ze hadden het voorportaal in hun macht.

Oogenblikkelijk werd overgegaan tot de 3de operatie: de bezetting van het heel huis van Bewaring en het bevrijden van de gevangenen uit hun cellen. In een looppasje ging het de gang door tot achter de deur, die toegang gaf tot het wachtlokaal, waar het gros der bewakers vertoefde. De 17 man stelden zich vlug op achter de deur en toen ging het voorwaarts. De wacht werd overrompeld. Het telefoontoestel bezet. De brigadier met de ring, werd van de sleutels der cellen ontlast. Een bleef posten, de bewaarders gelastend, heel gewoon te doen, ook als soms iemand eens een informatie mocht doen door het luikje, dat weer verbinding gaf met de bijzondere strafgevangenis, en dat terdege in het oog gehouden werd de anderen verdeelden zich snel in kleine groepjes, ze hadden een papier in de zak, met de nummers der cellen en de namen van hen, die er uitgehaald moesten worden. Zoo gingen ze de beide vleugels in, aan weerszijden van de wacht, en naar de eerste en tweede verdieping.

Op de vrouwenafdeling werd de bewaakster handig verschalkt, haar telefoontoestel door Anton bezet. Ze moest opgeven in welke cellen de te bevrijden vrouwelijke gevangenen zaten. alles verliep zeer snel, binnen 8 minuten stonden de bevrijde dames op de beneden gang, waar ook reeds de mannelijke gevangenen waren verzameld. Op deze gang speelden zich ontroerende toneeltjes af. De heer en mevrouw Schootstra zagen elkaar terug na een wreede en lange scheiding. Sommigen der bevrijden wilden de KP.-mannen om de hals vallen. Er was een druk geroezemoes en gepraat. Commandant Piet Kramer hield appèl.

Zelfs hierbij ontbrak ondanks de spanning de humor niet. Hij vroeg een der gevangenen zijn naam. 'Tijl', was het antwoord. 'Uw achternaam? 'Tijl'. De commandant: 'Dan bent u zeker Tijl Uilenspiegel'. Inmiddels verstreken de minuten in groote spanning. Want 2 gevangenen moesten uit de Bijzondere Strafgevangenis komen, het waren de heeren Dreeuws en Leyenaar, met de revolver was één der bewakers in het wachtlokaal gedwongen in het Duitsch bevel door te geven naar de Bijzondere Strafgevangenis, dat beiden dadelijk voor een verhoor naar het H. v. B. moesten worden overgebracht. De heer Dreeuws, die erg was toegetakeld, lag reeds te bed. hij moest opstaan en zich kleeden. Hij dacht: 'Dit is mijn laatste gang'. Tien à vijftien minuten verliepen. In die tijd werd het bevel 2 maal herhaald. Eindelijk kwamen ze vergezeld van 2 bewakers in het H.v.B. Toen ging de bel bij de poort.....

Buiten stond een auto, waarin 2 man van de S.D. met 3 nieuwe arrestanten. Ze wenschten binnengelaten te worden. Nu was snel en koelbloedig optreden vereischt. De gevangenen verlieten in allerijl de gang. De knockploeg stelde zich op achter de 2de deur. Dan werd in allerijl gezocht naar het knopje van het electrisch licht buiten, want alles moest 'heel gewoon' schijnen. Men kon het eerst niet vinden. De S.D. vloekten, het duurde hen te lang, dan draaide de sleutel in het slot, de deur vloog open en Wim Stegenga schoot de beide verstuiverde moffen voorbij. Dan hoorden zij zich achter hun rug toevoegen: 'Handen omhoog': Ze waren finaal overbluft. Hadden hun automatische wapens bij de hand, maar schoten niet, Wim greep de een in zijn kraag en sleurde hem binnen de poort. De beide moffen werden uitgekleed en stonden in de onderbroek in hun laarzen. Het was een potsierlijk gezicht. Ze werden in de strafcel gegooid. Hier zaten 4 arrestanten, die in de loop van den dag waren binnengebracht. Zij boften. want zij gingen er uit. Daarmede was dit  adembenemend incident gesloten en kon worden doorgegaan met de groepering der bevrijde gevangenen, die weer in de benedengang kwamen. Bij kleine groepjes gingen ze nu de poort uit, voorzien van een wachtwoord en instructies. Sommigen als de heer en mevr. Schootstra werden per fiets vervoerd om speurhonden geen kans te geven, terwijl anderen, nadat de laatste K.P-ers vergezeld van een der bewaarders, de heer Tiemersma, die als zondebok fungeerde om de andere bewakers te ontlasten, de gevangenispoort verlieten, de brug dik onder de peper strooiden.

De 'kraak' was binnen 3 kwartier grandioos geslaagd. In totaal waren 51 gevangen bevrijd, t.w. 31 mannelijke en 11 vrouwelijke die op de lijst stonden en 8 meer dan volgens plan, o.a. was er een koerierster die met alle geweld haar verloofde mee wou hebben. Al deze gevangenen werden dank zij de voortreffelijk georganiseerde afvoergroepen waarvoor de heer E. Wiersma gezorgd had, binnen de stad bij hun gastheeren ondergebracht, die niet beter wisten of ze kregen spoorweglui. Koeriersters vertrokken direct met een brief aan de familie. De K.P.-ers kwamen na de 'kraak' op hun operatiebasis terug, waar een hunner voorging in dankgebed. De volgende morgen hielden de moffen razzia, maar niemand der bevrijden werd gevonden. Van de 25 man, die aan den overval deelnamen is later alleen de mil.pol. Joh. Kolff uit Oud-Beijerland te Leeuwarden op straat doodgeschoten.

 

De foto is van na de oorlog in het midden Piet Oberman. Pieter Gerk Oberman (schuilnaam was 'Piet Kramer') was van beroep houthandelaar in Dokkum, geboren in de gemeente Dantumadeel op 31 juli 1908 en is te Dokkum overleden op 14 november 1972.

Kijk voor het volledige verhaal van de (De Kraak) de overval op de Leeuwarder strafgevangenis.

 

◊ DRONRIJP. _26 april 1945

Woensdag 25 April, 3 uur. Met ds. Klapwijk sta ik bij de hooge brug te Dronrijp. Precies 14 dagen geleden heeft zich hier het verschrikkelijke drama afgespeeld, heeft de vijand zijn haat tegen ons volk gekoeld door den laffen moord op 13 jonge mannen. In 5 wagens werden ze hierheen gevoerd, sommigen geboeid, als schapen ter slachtbank. De bedoeling was zeer waarschijnlijk om ze nog verder te vervoeren, naar de plaats, waar een aanslag op den spoorlijn was gepleegd. De geopende brug verhinderde dit en daarom maar hier, bovendien was er haast bij, want Engelsche vliegtuigen cirkelden rond en konden de auto's beschieten. De moordenaars kropen zelfs nog even weg in een steegje. Maar dat bracht geen redding voor de gevangenen. Even later klonken de commando's. De burgers mochten geen getuige zijn van het drama, en werden onder bedreiging de huizen ingejaagd. Misschien is een meisje, met wie we spraken en die alles door een stalvenster kon zien, de eenige getuige geweest. Bij vieren werden ze tegelijk van de brug af naar beneden geleid, waar even zooveel moordenaars gereed stonden, om de doodelijke schoten te lossen.

Wat moet er in die jonge mannen zijn omgegaan; hier en nu en zoo hun leven te moeten beëindigen. Geen afscheid geen geestelijke bijstand, geen brief zelfs. We weten echter, dat er door een der groepen gebeden is en dat de afspraak was gemaakt, dat ze als mannen zouden sterven. En zoo zijn ze ook volgens de ooggetuige naar de plaats van den moord gegaan. Er waren er geen 13, maar 14, doch door de haast, die gemaakt werd, bemerkten de moordenaars niet, dat één slachtoffer slechts gewond was en toen zij vertrokken waren hebben toegeschoten burgers hem weggebracht. Hij is tot na de bevrijding in Dronrijp verborgen gehouden en verzorgd en maakt het goed.

De overigen bleven een dag tegen den hoogen walkant liggen en zijn den volgende dag (Donderdagmiddag) om 1 uur begraven in een massagraf. De beide predikanten en de pastoor waren daarbij tegenwoordig. Ds. van Wijmen bad het 'Onze Vader'. Het publiek werd niet toegelaten, ook al mee, omdat nog verborgen moest blijven dat er geen 14, maar 13 lijken werden ter aarde besteld. Een week later was de vrijheid gekomen. Toen zijn de gevallenen opgegraven en onder zeer veel belangstelling in Leeuwarden, waar allen hun domicilie hebben gehad, opnieuw begraven. Zij vielen, enkele dagen vóór de bevrijding. Zij gaven hun leven voor de bevrijding.

Nog eens, wat er in hun omging, we weten het niet. De beide jongste Wierda's gingen verheugd het Burmaniahuis, plaats van zooveel foltering en ongerechtigheid, uit in de vaste overtuiging dat zij naar het Huis van Bewaring werden overgebracht, waar ze weer eten zouden krijgen, een plaats om te slapen, waar de dreiging van foltering niet zoo voortdurend om hen was. Zij gingen naar Dronrijp. Daar wachtte hun ook de rust, maar een andere rust, de eeuwige ..... De jongste zou in vrijheid worden gesteld hadden de Duitschers gezegd. hij werd in vrijheid gesteld, voorgoed .....

Maar thuis bleven de ouders, broer en de verloofde van deze drie wachten, tot het noodlottige bericht kwam en de vader de zwaren gang naar Dronrijp maakte om de geschonden lijken van zijn jongens te identificeren. Daar waren vaders bij, naar wie de jonge kinderen zullen vragen zonder te begrijpen. Daar wordt heel binnenkort een kindje geboren, dat reeds geen vader meer heeft als het ter wereld komt. Maar hoe zou men kunnen rekenen op medegevoel bij 'Grünen' en Rexisten, die een vermaak scheppen in martelen en moorden?

Van een der dertien Mark Wierda, is een brief bewaard die hij op zondagavond heeft geschreven met geboeide handen. 'Het schrijft lastig met die dingen op'. Des morgens was hij met zijn beide broers gearresteerd, heel in de vroegte. En nog maar nauwelijks in het Burmaniahuis aangekomen werd hij voorgeroepen en begon het 'verhoor', beter gezegd de foltering. Eerst was de behandeling niet onwelwillend, maar toen de heeren hoorden, dat hij Gereformeerd was, brak het oordeel los. 'Ze trokken mijn das aan, zoodat ik bijna stikte en toen ik niets kon (wilde) zeggen, moest ik me heelemaal uitkleeden en ben zóó in een ijskoud bad gestopt, nadat mijn handen op den rug met boeien waren vastgemaakt. Toen deden ze mijn beenen omhoog, zoodat mijn hoofd onder water kwam. Telkens vroegen ze weer hetzelfde en telkens moest ik het weer ontkennen. Ze gooiden al maar water over mijn hoofd en deden tot slot het deksel van de kist dicht, zoodat mijn hoofd wel onder water moest blijven'.

Hij beschrijft dan verder, hoe hij dan de verdrinkingsdood telkens nabij was, maar dan werd het deksel weer even opgelicht, zoodat hij adem kon halen en de vraag werd hernieuwd, hij bleef ontkennen. Dat duurde van 7 tot 9 uur des morgens. 'Ik moest erg aan onzen Heiland denken', schrijft hij, en het was mij rijk, dat Kruis mijn Jezus te mogen nadragen'. En aan het slot van den brief getuigt hij: 'Ik ga vol vertrouwen de toekomst tegen. Er zal geen haar van ons hoofd vallen zonder den wil van onzen Hemelschen Vader, want Hij regeert. Onze hope is alleen op Hem. de Heer zij ons tol hulp en sterkte. Hij is nu zelfs nog ons lied, ons psalmgezang. Hij zal hel maken, dal g'u verwonderen moed'.

Moethoen.

Hier volgen de namen van 12 van de 13 slachtoffers. De 13de is niet geïdentificeerd, omdat hij waarschijnlijk een valsch persoonsbewijs
gebruikte. Hij was van elders afkomstig en slechts tijdelijk in Leeuwarden.

Aan den dood ontkwam Gerard de Jong te Huizem.

◊ Naar aanleiding van de ramp op zaterdag 27 juli 1940.

Uit: Zuid-Friesland 10 augustus 1940.

Rouwe.

De rouwe, wrede oarloch hat ek ús doarp net sparre:
Acht minskelibbens gyngen troch 't helsk moardtuch forlern.
Oant nou ta wieme wy for ûnk en leed biwarre,
Nou treure we om ús deaden, nou skrieme mem en bern.

O, nea scille wy 't forjitte de tryste, droeve dei,
Do't de swier forminkte liken plak founen yn de ierde.
De hiele Lemmer libbe yn 'e djippe rouwe mei,
Al mochten op heech bifel de klokken ek net liede.

Ho stil wier 't yn ús doarp, ho swijden drokke mûlen!
Ja, sels de berntsjes tochten nou om gjin boartsjen mear.
En do't it sielleas oerskot waerd birgen yn 'e kûle,
Do gyngen yn greate smerte hjir en dêr de hannen gear.

Wy winskje sterkte ta oan hwa't der efterbliuwe,
Oan miich en sibben en oan frouljue en oan bern.
O, mei de bittere smerte hjar net ta wanhoop driuwe,
Mar meije hja hjir yn ek Gods wei en wille sjen!

En dou, o wrede oarloch, ho lang noch scilstou rove
Us hawwen en ús goed, ja sels ús bloed?
Mei in Heger Hân dochs gau it ûnhillich fjûr wer dove,
En oan de útputte folken jaen frede, krêft en moed!


 

 
   
 

 

Burgemeester Krijger.

Op een dag in October 1943 werd er een telefoongesprek gevoerd tussen de S.D.-man C. J. Kaptein uit Den Haag en burgemeester M. Krijger te Lemmer. Tijdens dit gesprek werd de burgemeester verteld, dat er in Echten bij de schoonmoeder van Ds. Fokkema 6 Joden waren ondergedoken en dat die mensen moesten worden gearresteerd. De burgemeester werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor dit geval. Burgemeester Krijger heeft de zaak daarop doorgegeven aan de politiecommandant Hafma, die er later met 6 man op af is getrokken, met het noodlottig gevolg, dat de 6 onderduikers allen werden gearresteerd. Ze zijn overgebracht naar Den Haag en nooit weer teruggekeerd.Thans stond als eerste terecht Marinus Krijger, burgemeester van Lemsterland, terzake van het opzettelijk blootstellen aan opsporing en vrijheidsberoving van de 6 ondergedoken Joden, zonder hen van tevoren te hebben gewaarschuwd of zonder hen te doen waarschuwen.

Afgeluisterd telefoongesprek.

Mej. Z. Smeding verklaarde het gesprek tot stand te hebben gebracht en te hebben afgeluisterd. De Burgemeester maakte eerst wel bezwaar, door te zeggen, dat hij geen hoofd van de politie was. Als plaats waar de Joden waren ondergedoken, werd genoemd de schoonmoeder van Ds. Fokkema. De burgemeester was steeds erg voorkomend tegenover de Duitser, meer vriendelijk dan normaal Mej. P. v. Brug heeft even later een gesprek tot stand gebracht met de burgemeester. Ook toen was er sprake van arrestatie van Joden bij de schoonmoeder van Ds. Fokkema. De burgemeester protesteerde niet en hij was erg voorkomend. Zij wilde de Joden wel graag waarschuwen, maar zij wist niet waar zij zijn moest. Ook Aagje Molenwerf en haar chef wisten er geen raad mee.

De opdracht.


Getuige G. Hafma, groepscommandant der Rijkspolitie te Murmerwoude, vertelde, dat hij een boodschap had gekregen even bij de burgemeester te komen. Deze vertelde hem toen, dat hij een telefonische opdracht had gekregen om Joden te laten arresteren. Het was het eerste huis links van de kerk en de bewoonster moest ook gearresteerd worden. De S.D. had medegedeeld, dat zij inlichtingen had gekregen van Ds. Fokkema, schoonzoon van de bewoonster. Deze behoefde niet gearresteerd te worden, maar kon en passant worden meegenomen. Ik kreeg de indruk, dat de verrader ter plaatse aanwezig zou zijn. De burgemeester heeft toen nog gezegd: "van je familie moet je het maar hebben". Toen de burgemeester mij de order gaf, heeft hij mij gevraagd: "wat ga je nu doen?" Ik heb gezegd, dat ik er wel heen moest en er werd mij niet te kennen gegeven, dat ik het niet moest doen. Getuige vertelt, dat hij een uur heeft gewacht, voordat hij er op afging met zijn mannen. De onderduikers zijn gevonden en na in Lemmer te hebben gezeten, overgegeven aan de politie te Wolvega. Daarna zijn ze naar Den Haag vervoerd, tezamen met mevrouw Frankema.

Arrogante S.D.-manieren.

De vroegere wachtmeester L. J. Kaptein, die bij de S.D. werkte en het gesprek met burgemeester Krijger heeft gevoerd, blies nog hoog van de toren. Hij wenste de eed niet af te leggen en evenmin de belofte. Hij wenste zijn hoofd niet te pijnigen met deze zaak, die men nu toch heel anders beoordeelt dan toen. Volgens hem was het gesprek in het Nederlands gevoerd. Alleen als er een Duitse telefoniste tussen kwam, sprak hij Duits. Men had zuivere inlichtingen en alles stond precies op papier. Van wie men het wist wenste hij niet te zeggen.

Verhoor verdachte.

De burgemeester voerde aan te hebben geprobeerd er voor weg te komen, doch dit gelukte niet. Ik werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor het overbrengen van de boodschap. Er werd gezegd, dat men inlichtingen had van de schoonzoon der bewoonster. Dat vond ik zeer verdacht. Ik wilde de zaak ook met Hafma bespreken. Ik heb tegen hem gezegd, dat naar alle waarschijnlijkheid de verrader in het huis was, zodat er niet gewaarschuwd kon worden.
     President: Uit de stukken blijkt, dat u dat wel aan uw vrouw heeft gezegd, maar niet aan Hafma.
Verdachte beweerde nu, dat hij het ook aan Hafma heeft gezegd.
     President: Maar u had toch kunnen waarschuwen.
Verdachte: Ik kon niet waarschuwen, omdat het voor mij vast stond, dat de schoonzoon-verrader in huls was.
   Procureur-Fiscaal: U had twee mogelijkheden en daaruit koos u die, waardoor u zelf het minste gevaar liep.
-Getuige Hafma: Ik had de hoop, dat er vanwege de burgemeester gewaarschuwd was.

Requisitoir.


Mr. Lazender begon met te verklaren, dat hij lang heeft geaarzeld de heer Krijger te dagvaarden, omdat hij weet, dat deze een goede Nederlander was, zonder sympathie voor N.S.B. en Duitsers. Ik ben er van overtuigd, dat als verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd, dit is gebeurd in een moment van onnadenkendheid of bij wijze van vergissing. Toch heb ik hem gedagvaard, omdat ik meen, dat men ook voor deze daden verantwoordelijk is. Ook acht ik het billijk, dat wanneer de politiemannen worden vervolgd, de opdrachtgever eveneens terecht staat. Verdachte heeft opdracht gegeven, zonder dat hij zelf of Hafma de Joden heeft gewaarschuwd.
Is verdachte deswege strafbaar?
De vraag is dan, of hetgeen hij deed, opzettelijk gebeurde. Spreker meende, dat dit inderdaad het geval was. Hij had twee dingen kunnen doen. Wanneer hij overtuigd was, dat er niet gewaarschuwd kon worden, dan kon hij de opdracht hebben achtergehouden. Hij had zichzelf dan in veiligheid kunnen stellen door onder te duiken. Hij heeft het leven van de Joden opgeofferd voor zijn eigen.

Verdediging verdachte.

Verdachte verdedigde daarop zichzelf en ontkende de opzet. Mijn wil was het niet, wat er gebeurd is. Ik heb iets aan het beleid van Hafma overgelaten. Zijn bevindingen ter plaatse, moesten voor hem richtsnoer zijn. Ik heb toch tegen Hafma gezegd, dat hij maar met zijn mannen moest praten, maar dat die er even weinig voor zouden voelen als hij zelf. Dat moest voor hem duidelijk zijn. Tegen mij zijn tot dusver, ook bij de burgemeesterszuivering, geen maatregelen genomen. Dit is dan ook de zwartste dag van mijn leven. Ik heb fouten gemaakt, maar dat ik schuldig zou zijn aan dit misdrijf, ik kan mij dit niet voorstellen.
Uitspraak over 14 dagen.

Wij zijn alle zes laf geweest.

In de middagzitting kwamen voor de groene tafel 2 van de 6 politiemannen die naar Echten zijn geweest, n.l. Marten v. d. Kamp uit Oudega en Lodewijk Eskens uit Heerenveen. Zij worden er van beschuldigd, Daan van IJsel en 5 andere Joden aan opsporing en vrijheidsberoving te hebben blootgesteld, door nadat hen door of vanwege de burgemeester van Lemsterland of de onder luitenant der Marechaussee Gerrit Hafma was meegedeeld, dat er in opdracht van de S.D. in Echten 6 Joden moesten worden gearresteerd, een onderzoek in het aangewezen huis te hebben verricht en toen ze aanvankelijk niets hadden gevonden, dat onderzoek toch voort te zetten. Nadat verdachte v. d, Kamp een schot had gelost onder een ledikant en daaronder een Jood vandaan gehaald; zijn zij toch met het onderzoek doorgegaan, hoewel Hafma en anderen hadden gezegd dat het genoeg was en men maar naar huis moest gaan. Hierna werden echter nog 5 Joden op zolder gevonden en gearresteerd.
 

De getuigen vertellen.

Wachtmeester Strampel vertelde, dat hij 30 meter van mevr. Frankema verwijderd woont, maar dat hij niet heeft geweten dat er Joden zaten. Hafma kwam mij halen en ik moest mee. Verdachten zijn toen naar binnen gegaan en de anderen stonden rond het huis. Ik stond achter. Even later hoorde ik een knal. Nadat een Jood was gevonden zijn we bij elkaar geweest en toen is besproken om weg te gaan.
     President: Waarom deed men dat niet?
Getuige: Ik weet het niet. De verdachten waren zenuwachtig en erg bang. Wij zijn toen allemaal naar binnen gegaan en toen is er weer gezocht.
     President: Heeft U gehoord dat Hafma gezegd heeft om weg te gaan?
Getuige: Neen. Ik heb wel in het algemeen gezegd: "laten we weggaan". De verdachten waren de mensen, die niet weg wilden.
     President: Zaten er meer Joden in Echten?
Getuige: Echten stond er voor bekend. Het zat er vol.
   Verdachte Eskens: Wij zijn alle 8 laf geweest, daar wil ik wel voor boeten, maar niet voor iets, wat ik niet gedaan heb.
Mr. Vis: Welke rol heeft Hafma gespeeld?
-Getuige Strampel: Mijn indruk is, dat Hafma de leiding uit handen heeft gegeven.
 

Reprimande getuige Hafma.

Vervolgens wordt getuige Hafma gehoord, die steeds, evenals in de zitting van burgemeester Krijger ontwijkende antwoorden geeft, waarop de president hem een ongezouten reprimande geeft over zijn ter terechtzitting aangenomen houding. Hafma verklaart daarop, dat hij niet heeft gezegd, maar naar huis te gaan. Nadat er 1 Jood was gevonden, heeft Hafma van de bewoonster gehoord, waar de andere 5 verborgen waren en die zijn daarop uit hun schuilplaats gehaald; door wie dit is gebeurd wordt echter niet duidelijk. De verdachten ontkenden dat zij dit hebben gedaan, doch zeggen dat Hafma er op afliep.
     -Getuige wed. Frankema vertelde daarop, dat ze 3 Joodse echtparen in huis had. Ze waren er al 1½ jaar. Daarop schilderde ze met zachte stem hoe de huiszoeking heeft plaats gehad, welke volgens haar zeer nauwkeurig was geweest en ook ruw. Verdachte Eskens had haar met de revolver gedreigd. Verdachte v. d. Kamp had gezegd: "we hebben er nu 1 en er moeten er 6 zijn, die zullen gevonden worden, al moeten we het huis ook afbreken". Hij heeft boven veel stuk gemaakt.
 

Verraad in het spel.

Als getuige wordt dan gehoord op eigen verzoek het Tweede Kamerlid Ds. Fokkema, de schoonzoon van wed. Frankema, die zegt dat hij toen was ondergedoken, omdat zijn leven gevaar liep. Zijn vrouw, zoon en dochter waren wel gearresteerd, maar die kunnen het niet gezegd hebben. Ik weet, aldus Ds. Fokkema, dat er verraad is geweest, maar dat is niet meer te achterhalen.
 

Verhoor verdachten.

Verdachte v.d. Kamp zegt dat hij mee moest, doch dat men meende niets te zullen vinden. Tenslotte vond ik onder een bed een man liggen en toen was mijn illusie, dat er niets was, kapot.
     President: Waarom heeft U toen geschoten?
Verdachte: Dat deed ik in mijn verbijstering. Ik vind het raar, dat Hafma nu niet wil vertellen, dat hij het niet verantwoord achtte om weg te gaan, nadat er 1 man was gevonden. Ik heb alleen maar mijn best gedaan, meer niet.
     President: Uw streven was, om de Joden te vinden.
Verdachte: Later is geprobeerd, de Joden te ontzetten. Toen dit gebeurd was,  is het gevolg geweest dat het escorte is versterkt.
-Verdachte Eskens: Halma heeft ons gezegd, dat wij ieder persoonlijk aansprakelijk werden gesteld voor een juiste uitvoering van de opdracht. Toen het schot viel dacht ik als het op mij gericht is, is het mis. Ik heb boven in de kast gekeken, waaruit de Joden later kwamen, maar ik vond niets en toen later een paar van de getuigen boven kwamen met Halma voorop toen kwamen er ineens Joden uit. Ik heb ze niet gevonden, maar zij vonden ze wel. Hier wordt door de getuigen niet de waarheid gesproken.

Raadsheer Mr. Okma: U heeft gelijk, er wordt hier geen waarheid gesproken door de heren van de politie!


Requisitoir.

Mr. Lazonder begint met te vragen:
Waarom alleen deze beide verdachten en waarom ook niet getuige Hafma? Dat is, doordat ik nog niet voldoende inzicht in de gang van zaken had en niet de vraag kon beantwoorden of Halma ook schuldig was. Ik wilde het van de loop van deze zitting laten afhangen wat er meer zal gebeuren. Ik heb nu wel een bepaalde mening en zal dat wel nader uitdrukken. Uw collega zal ook wel een bepaalde mening hebben gekregen en daar zeker gevolgen van verwachten. Wat de feitelijke gang van zaken betreft, die is wel duidelijk. Ook wanneer verdachten zenuwachtig en angstig geweest zijn, dan moeten ze toch verantwoordelijk worden geacht.
Eis tegen leder hunner: 6 jaar gevangenisstraf.
 

Verdediging.

Mr. Stoop voerde aan, dat hij een andere appreciatie van de feiten en omstandigheden heeft dan de Procureur-Fiscaal. De opdracht was van zeer pertinente aard en de S.D. schijnt over exacte gegevens te hebben beschikt. Een schijnvertoning was hier uitgesloten. De jongsten hadden hier de steun moeten hebben van de "oude rotten". Pleiter viel hierna de dagvaarding aan, die tegenstrijdigheden bevat en deswege nietig is. Mocht wel een veroordeling volgen, dan zal men een veel lichtere straf moeten geven. Mr. Vis viel eveneens de dagvaarding op juridische gronden aan. Na re- en dupliek werd de uitspraak bepaald op 15 Juli.

 

 

In dit huis naast de Geref.kerk woonde de wed. B. Frankema-Slump. De kerk is afgebrand in 1954.

 

Mr. M. Krijger de burgemeester van Lemsterland te Lemmer was door het bijzonder gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van een jaar wegens het doorgeven geven van een opdracht van de S.D. aan de politie tot arrestatie van drie joden. In deze zaak concludeerde de procureurfiscaal tot verwerping van het beroep.

Om Lemsterlands burgemeester.

Een allen bevredigende oplossing was bij voorbaat uitgesloten. In het voorlopig verslag der Eerste Kamer betreffende de begroting van Binnenlandse Zaken is de vraag gesteld of het juist is dat de burgemeester van Lemsterland tot een voorwaardelijke gevangenisstraf werd veroordeeld omdat hij medewerking heeft verleend aan het arresteren van enige Joden. In de Memorie van Antwoord beantwoordt de minister deze vraag bevestigend. Hij voegt daaraan toe dat de houding van de betreffende burgemeester in de bezettingstijd in het algemeen goed is geweest. (door het in functie blijven van Burgermeester Krijger tijdens de oorlog werd voorkomen dat het dorp een NSB-er aan het hoofd kreeg. Bovendien zou hij geweten hebben dat in het gemeentekantoor Joden waren ondergebracht. Hij bracht namelijk zelf de nacht ook wel door in het kantoor als hij vreesde dat de Duitsers een appeltje met hem te schillen hadden. Deze mensen heeft hij nooit aangegeven, zo was destijds het verweer tegen het feit dat Krijger een dubieuze rol zou hebben gespeeld tijdens de periode 1940-1945. Ook regelde hij voor mensen binnen de gemeente die tewerk gesteld zouden worden in Duitsland passen zodat zij niet weg hoefden. Hij deed dit zo zorgvuldig dat ook hun gegevens in het gemeentelijk archief werden veranderd. De Duitsers konden daarmee checken wat ze wilden, maar vingen altijd bot). Weliswaar is gebleken dat hij een van de Duitse Sicherheitsdienst te ’s Gravenhage ontvangen telefonische opdracht bestemd voor het plaatselijk hoofd van politie om enige Joden die te Echtenerbrug waren ondergedoken te arresteren, aan bedoeld hoofd heeft doorgegeven zonder die Joden te (doen) waarschuwen een feit waarover ’s ministers ambtsvoorganger de burgemeester reeds zijn afkeuring had kenbaar gemaakt, doch hiertegenover stond dat deze burgemeester tegen de bezetter een principieel afwijzende houding heeft aangenomen en ook naar het oordeel van de adviserende zuiveringsinstanties vele daden heeft verricht die getuigden van een goedvaderlandse gezindheid. Het Centraal Orgaan voor de zuivering van het overheidspersoneel en de commissie van advies inzake het Zuiveringsbesluit 1945 waren van mening dat tegen deze functionaris geen zuiveringsmaatregel maatregel diende te worden genomen en dat hij als burgemeester van Lemsterland behoorde te worden gehandhaafd. Nadat de minister uit met de Commissaris der Koningin in Friesland gepleegd overleg was gebleken dat er ook overigens geen redenen waren die zich tegen die handhaving van deze burgemeester verzetten heeft hij diens herbenoeming bevorderd Dat dit bij sommigen in Friesland pijnlijke verbazing zou hebben gewekt is niet uitgesloten aan een tegenovergestelde beslissing zouden anderen zich echter zonder twijfel evenzeer zeer hebben gestoten Een allen bevredigende beslissing was in deze bij voorbaatbaat uitgesloten.

4 december 1957: _Burgemeester Krijger door auto-ongeluk gedood.

Vannacht omstreeks kwart over twaalf is burgemeester mr. M. Krijger, van Lemsterland op de rijksweg Sneek-Lemmer onder Follega ter hoogte van de weg naar Oosterzee met zijn auto tegen een boom gereden. De burgemeester die alleen in de auto zat en terugkeerde van een vergadering in Leeuwarden kwam daarbij om het leven Mr. Krijger was 53 jaar oud hij was gehuwd en had geen kinderen De juiste toedracht van het ongeluk is tot nu toe niet bekend er waren namelijk geen getuigen De politie heeft vast kunnen stellen dat op de plaats waar het ongeluk is gebeurd het wegdek niet glad was door bevriezing Dat was wel het geval vijftig meter vóór de plaats waar burgemeester Krijger tegen een boom is gebotst. Het ongeluk in Follega wekt herinneringen op aan het ongeluk dat de voorganger van mr. Krijger, burgemeester J. J. Slump, in december 1934 het leven kostte Deze reed eveneens door slippen in Scharnegoutum tegen een boom.

Burgemeester Krijger.

 

1| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |

Home


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.