Herdenking van de jaren "40-'45"
◊ Februaristaking. H.L.H. van der Molen. Amsterdam dankt haar devies vooral aan de houding van de bevolking bij de Februaristaking in 1941. Deze staking was de reactie op twee razzia's, waarbij 425 joodse mannen tussen 18 en 35 door de Grüne Polizei waren opgepakt. Dat konden de Amsterdammers niet over hun kant laten gaan. "Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!!", riepen de communisten Kraan en Nak hun medearbeiders toe. "Weest solidair met het zwaargetroffen Joodse deel van het werkende volk! !! Onttrekt de Joodse kinderen aan het Naziegeweld, neemt ze in uw gezinnen op!!!". Dat klonk indrukwekkend. Diverse andere zinnen in de op grote schaal opgevolgde stakingsoproep steken er merkwaardig bij af. Het rooie bloed kroop waar het niet gaan kon. "Stelt ook overal uw eisen voor verhoging van loon en steun!!".
Pieter Frederik Willem (Piet) Nak (Amsterdam, 28 december 1906 - Haarlem, 16 december 1996) was een Nederlands verzetsman en politiek activist. Hij, een vuilnisman, en Willem Kraan, een stratenmaker, waren de aanstichters van de Februaristaking in Amsterdam in 1941. Hij ontving hiervoor in 1966 de Israëlische onderscheiding Yad Vashem. Van de Amsterdammers maakte zich een euforie meester. "Toen Werkspoor leegliep, stonden de mensen op Wittenburg en Kattenburg te dansen. Dat klinkt nu natuurlijk vreemd. Maar ze dansten omdat iedereen staakte, omdat de werkende klasse aan de Duitsers liet zien dat ze met hun poten van onze mensen af moesten blijven", herinnert zich een communistische staker de uitgelaten stemming van 25 en 26 februari. Alle onderdrukte ergernis van bijna een jaar bezetting barstte eindelijk massaal en in alle openheid los. Een joodse socialist schreef een dag later in zijn dagboek: "We zijn opgewonden, vreemd en ver van ons zelf en we lijken te zweven ... Op straat vlogen mensen die elkaar tevoren nog nooit hadden gesproken, elkaar om de hals. De vreugde was evenwel slechts van korte duur. Trouwens -en dat lijken velen vergeten te zijn- de oproep was niet verder gegaan dan het bedrijfsleven zegge en schrijve één dag plat te gooien. Zouden Piet Nak en z'n kameraden echt hebben gemeend dat de stakers "een verdere leegplundering van ons land" zouden verhinderen? Dat zij "een slag zouden toebrengen aan het monsterachtige plan, Mussert aan de macht te helpen"? Dat beweerden zij in hun oproep. Als zij de nazi's inderdaad nog maar zo slecht kenden, moeten hun de schellen snel van de ogen gevallen zijn. Op de morgen van de tweede dag werd net volgens de autoriteiten tijd om genadeloos toe te slaan. De staat van beleg werd afgekondigd en Himmler, het opperhoofd van de' SS,gaf machtiging tot derdegraadsverhoren en de arrestatie en deportatie van duizend stakers. Overvalwagens met zwaar bewapende Polizisten veegden de straten schoon en schoten op alles wat op een samenscholing leek. Zeven burgers lieten het leven en tientallen werden gewond. Het was duidelijk: een voortzetting van de staking zou tot veel bloedvergieten leiden. De werkgevers rieden hun mensen dringend aan, weer aan het werk te gaan. En dat gebeurde. Een spontane actie - meer was de staking niet geweest. De Februaristaking vormde een les die we ook in de thans aan de gang zijnde discussie in rekening moeten brengen. De bezetter was zo rücksichtlos dat openlijk verzet gewoon onmogelijk was. "Dit inzicht vormde één van de redenen, waarom hierna in Amsterdam geen algemene demonstraties van grote omvang meer hebben plaatsgehad. In de tweede plaats vermocht de staking het Duitse bestuur niet af te brengen van zijn anti-joodse politiek. Zij had alleen tot gevolg dat de autoriteiten hun maatregelen tegen de joden met wat minder vertoon openbaar maakten. Maar de Februaristaking vormde ook een les voor rijkscommissaris Seyss-Inquart: op enige sympathie van de Nederlanders voor de Nieuwe Orde behoefde hij niet te rekenen. Niet zwart-wit.
Historici zullen de bezettingsjaren steeds weer tegen het
licht moeten houden. Niet om uiteindelijk vast te stellen "wie es
eigentlich gewesen ist", zoals de grote Duitse historicus Von Ranke (19e
eeuw) van de geschiedwetenschap meende te mogen verwachten. Geschiedenis
zal altijd geschiedbeeld zijn, zelfs voor hen die de geschiedenis
meebeleefden. Maar het moet mogelijk zijn van de bezettingsjaren een
beeld te schetsen dat de betrokkenen recht doet wedervaren. Dat kan
nooit een zwart-witbeeld zijn. De periode waarin de Nederlanders van-toen werden onderscheiden in goeden en fouten is definitief voorbij.
Tegenover de "zwarten" (de NSB-ers in hun zwarte hemden) stonden weinig
"witten". De meeste Nederlanders waren "grijzen". Het is de verdienste
van dr. J.C.H. Blom dat hij dit in zijn inaugurele oratie op 12 december
1983 aan de Universiteit van Amsterdam met klem naar voren heeft
gebracht. Bij de herdenking op 4 mei is er weinig om trots op te zijn. De meeste mensen zijn nu eenmaal geen helden. Maar des te meer eren we hen -en blijven wij hen eren- die wel heldhaftig en vastberaden verzet hebben gepleegd. Voor hen geldt wat Churchill na de Slag om Engeland van de RAF zei: "Nooit hadden zovelen zoveel te danken aan zo weinigen". Zij vertegen woordigden het beste dat Nederland te bieden had en heeft. ◊ Berichten in De Zuid-Friesland ten tijde van de oorlog.
22 juni 1940. • Notitie van een torenwacht.
• LEMMER IN ROUW._3 augustus 1940. Het weekeinde van vorige week heeft voor onze plaats een diep tragisch verloop gehad. Door een noodlottig gebeuren zijn Zaterdagmiddag op het haventerrein acht menschen in de kracht van hun leven weggerukt uit hun werk en hunne gezinnen. Toen de mare van bet noodlottig ongeval als een loopend vuur door onze plaats ging en de namen van de slachtoffers geleidelijk aan bekend werden was men algemeen diep onder den Indruk van et gebeurde. Diep was het medeleven met de zoo zwaar getroffen gezinnen en het laat zich niet onder woorden brengen wat er toen is omgegaan In al die menschen, die hier en daar het gebeurde bespraken en hun familieleden of vrienden en, kennissen zoo plotseling uit bun midden zagen weggerukt. Rouw is over onze plaats gekomen en diepe deernis vervult onze harten. Wij leven mee met de zoo zwaar getroffen gezinnen uit wier midden de man en vader is genomen. Innige deelneming voelen we met de achtergebleven betrekkingen maar hoe gaarne we ook woorden van troost zouden zeggen, het valt moeilijk woorden te vinden tegenover dit zoo zware verlies van acht onzer zonen. Diepe deernis, innige deelneming en een hartelijk gevoel van meeleven is deze dagen door heel ons dorp gegaan. Deze uiting van menschelijk medegevoel moge de nagelaten betrekkingen tot troost zijn en het weten dat heel onze plaats met hen deelt in het zware verlies moge hen schragen in het zware leed, dat ze zoo plotseling hebben te dragen gekregen. Met weemoed staren we de getroffenen na. De namen van de slachtoffers zijn:
J. Dirksen, gem.-veldwachter, 34 jaar.
• De ramp op 27 juli 1940. _1 mei 1970.
Op zaterdag 27 juli 1940 liet een Engels vliegtuig, dat
waarschijnlijk in moeilijkheden verkeerde, een bom vallen op het
Werkhaventerrein (de huidige Sluisweg). De bom was niet ontploft, maar
had een waterleidingbuis beschadigd. Tijdens de herstelwerkzaamheden
ontplofte de bom, waarbij acht mensen het leven verloren. Hun namen
zijn: Klaas Verhoeff (31) werkzaam bij het waterleidingbedrijf; Jan
Koopmans (36) bakker; Cornelis Barthelomeus Koole (50) hoofdopzichter
Waterschap Zeven Grietenijen en stad Sloten; Geert Nieuwenhuis (34)
werkzaam bij het waterleidingbedrijf; Jacob Dirksen (34)
gemeenteveldwachter; Jacob Leijenaar (46) cheffitter
waterleidingbedrijf, Michiel Westerveld (39) elektricien; Tjasso
Roossien (38) betonwerker. Wij waren als Lemsters bij het baggerbedrijf van de M.U.Z. Behalve ikzelf voeren op de baggerbakken o.a. Jan Atsma (de vakman), Marius Visser, Steven Visser, Theunis Bootsma, Gauke Bootsma, Johannes Hoekstra, Teade Woude, Andries Scheffer, Wiebren Scheffer enz. Er voeren daar een hoop sleepboten van Leen Smit's sleepdienst uit Rotterdam. Dat waren 'De Noord', 'De Gouwe', 'De Regge' en "t Veergat', die bij het maken van de Afsluitdijk is gekanteld. De machinist is toen verdronken. Zijn zoon voer als machinist op dezelfde sleepboot in de tijd waarover ik nu schrijf.
Op donderdag 25 juli voeren we met een onderlosser met
zand naar dorp A, het huidige Emmeloord.
Bakker Koopmans had mij net tevoren nog gevraagd: Waar
ligt 't Veergat', daar moet ik brood brengen. Zijn fiets lag er
verwrongen bij en hemzelf zag ik nergens. Even later bleek dat hij op
het dak van een der huizen (waar ik later zelf heb gewoond) was
geslingerd. Ik had het erg benauwd, mijn hart klopte als een wilde en ik
weet nog precies hoe laat het was gebeurd: kwart over vier. H. Vlig, IJmuiden. Zie ook Jan de Vries. • Teruggekeerd - Blijde thuiskomst.
◊ Terugblik.
Beluister toespraken van H.M. Koningin Wilhelmina die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Radio Oranje zijn uitgezonden
• Toespraak Nederlandse Koningin 10 mei 1940 Mijn volk, Nadat ons land met angstvallige nauwgezetheid al deze maanden een stipte neutraliteit had in acht genomen en terwijl het geen ander voornemen had dan deze houding streng en consequent vol te houden, is in de afgelopen nacht door de Duitse weermacht zonder de minste waarschuwing een plotselinge aanval op ons gebied gedaan. Dit niettegenstaande de plechtige toezegging dat de neutraliteit van ons land zou worden ontzien zolang wij haar zelf handhaafden. Ik richt hierbij een vlammend protest tegen deze voorbeeldenloze schending van de goede trouw en aantasting van wat tussen beschaafde staten behoorlijk is. Ik en mijn regering zullen ook thans onze plicht doen. Doet gij den uwen, overal en in alle omstandigheden, ieder op de plaats waarop hij is gesteld, met de uiterste waakzaamheid en met die innerlijke rust en overgave, waartoe een rein geweten in staat stelt! • EERSTE LEGERBERICHT VAN DEN NED. OPPERBEVELHEBBER. De Ned. opperbevelhebber deelt mede:
Duitsche troepen hebben hedennacht de Nederlandsche
grens overschreden en zijn in aanraking gekomen met onze
grenstroepen.
Deze grenstroepen hebben de hen opgedragen taak vervuld en bruggen
en wegen vernietigd. De bruggen bij Arnhem en
Nijmegen zijn vernietigd. • DE DUITSCHERS SCHENDEN NEDERLANDSCH GRONDGEBIED. Het algemene hoofdkwartier deelt mede: Van 3 uur af hebben de Duitsche troepen de grens overschreden. Vliegaanvallen op enkele vliegvelden werden gedaan. De inundatie voltrok zich volgens plan. Wantrouwt alle radioberichten en strooibiljetten, die spreken van een staken van ons verzet, hoe geloofwaardig of officieel ze ook mogen klinken. Heb alleen vertrouwen in den u bekenden omroeper. Nooit zullen opperbevel en regeering zich inlaten met onderhandelingen met den vijand. Alle berichten dienen slechts om verwarring te stichten. Beslag is gelegd op de volgende bladen, die dus niet meer uitkomen:
Het Nationale Dagblad
• DE DUITSCHE GEZANT BIJ MINISTER VAN KLEFFENS. De Duitsche gezant heeft de volgende verklaring aan den Minister van Buitenlandsche Zaken overhandigd: Wij kondigen u de inzet aan van een geweldige Duitsche troepenmacht. Duitschland garandeert het bezit van onze Koloniën. Zoo gij u niet overgeeft, bestaat de mogelijkheid van een vernietiging van staat en land. Wij manen U aan de bevelen van de Duitsche militairen stipt op te volgen. We hebben bewijzen omtrent een onmiddellijken inval van Frankrijk en Engeland in Nederland, teneinde het Duitsche Roergebied te overvallen en dat Nederland een overeenkomst met Engeland en Frankrijk had gesloten. De Minister van Buitenlandsche Zaken heeft hierop met verontwaardiging geantwoord: Er bestaat geen overeenkomst met eenige vreemde mogendheid tegen Duitschland. Wegens de meedoogenlooze aanval van Duitschland in Nederland beschouwt de regeering zich in oorlog met Duitschland. • NEDERLAND BESCHOUWT ENGELAND EN FRANKRIJK ALS ZIJN BONDGENOOTEN.
Nadat de Duitsche inval is geschied is de
Nederlandsche gezanten te Londen en Parijs opgedragen de regeeringen
aldaar mede te deelen dat geallieerde hulp welkom zou zijn. Deze
hulp is toegezegd. • ONZE MINISTERS ONDERHANDELEN MET LONDEN. De Nederlandsche ministers van Buitenlandsche Zaken en Koloniën hebben contact met Londen. • Terugblik. vervolg
• Proclamatie Landgenooten, Het uur der bevrijding is thans ook voor U aangebroken. Het ogenblik, waarop ik en U met zoveel spanning en ongeduld gewacht hebben, is daar. Ik weet van de bittere beproevingen waaronder Gij, afgesneden van een deel van ons Vaderland, deze laatste maanden hebt geleefd. Die druk heeft thans een einde genomen. Ik weet ook van den bovenmenschelijken moed, waarmede Gij de zwaarste ontberingen hebt gedragen. Talrijke handen zijn uitgestrekt om het einde Uwer nooden zoveel mogelijk te bespoedigen, maar veel zal daarbij afhangen van Uw rustige en eendrachtige houding in de komende dagen. Werkt allen mede deze een rustig verloop te geven. Gehoorzaamt stipt de bevelen van het Geallieerd Opperbevel, waarmede de Regering een regeling heeft getroffen. Luistert naar de aanwijzingen van Uw Nederlands Militair Gezag, dat krachtens die regeling onder leiding en verantwoordelijkheid der Nederlandse Regering zijn taak in overleg met het Geallieerd Opperbevel verricht. Ik hoop spoedig op Nederlandse bodem terug te keren, om met mijn verantwoordelijke raadsgevers de leiding van landszaken weer op mij te nemen. Dat Gods zegen op U allen ruste. Nederland herrijst. Leve het Vaderland. •Terugblik. vervolg
De overgave van Japan vond officieel plaats op 2 september 1945 in de baai van Tokio, aan boord van het Amerikaanse slagschip "Missouri". Namens de Nederlandse regering ondertekent Lt.-Admiraal C. E. L. Helfrich het capitulatieakkoord. Links op de voorgrond Generaal Mac-Arthur.
◊ DE 'KRAAK' VAN DE GEVANGENIS. Hoe het toeging. De 'Kraak' van de Leeuwarder gevangenis op 8 December 1944, waarbij binnen drie kwartier 50 gevangenen bevrijd werden, en twee man van de S.O., die de knockploeg 'over het mot' kwamen, overrompeld en uitgekleed in de cel gestopt werden, was een zeldzaam meesterstukje, dat toentertijd in het Friesland groote deining verwekte. Tot dusver waren de finesses alleen bekend bij de 'insiders', maar Woensdag is de pers op het Burmaniahuis alles onthuld. De voorbereiding nam heel wat tijd in beslag, vertelde de heer E. Bultsma (Eppie v.Dijk). Tal van plannen werden bekeken. Zaak was, zonder brokken te maken, binnen te komen en geen enkel spoor na te laten. List was geboden. Er werd een plan ontworpen om via een achterdeur het H. van B. binnen te dringen met een valsche sleutel. Ook van de binnendeuren werden met hulp der bewaarders valsche sleutels gemaakt, maar na een alarm werd de bewuste deur gebarricadeerd met een balk. Dat ging dus niet meer. Dan maar met valsche papieren.
Door het binnenlaten van deze zogenaamde arrestantenploeg wisten de bewakers niet... (Van deze overval, waaraan 2½ maand voorbereiding aan vooraf ging en waarbij geen enkel schot gelost werd, is een film gemaakt waarvan Dr. L. de Jong het scenario schreef ('De overval'). De film is te zien in het verzetsmuseum te Leeuwarden). Behalve de practisch uitsluitend gebruikte papieren van de S.D. op vertoon waarvan de gevangenispoort openging, bestond er ook nog een officieel politiepapier , dat zelden meer werd gebruikt, maar toch dienst kon doen. Zulk een papier werd nu vervalscht. Daar zou men het dan maar mee wagen. Met medewerking van den heer Harms, gem. ambtenaar, werden plattegronden geteekend van de gevangenis en de cellen. Na 2 maanden was alles kant en klaar. De toenmalige provinciale commandant van de KP., de heer P.G. Oberman (Piet Kramer), met de leiding der 'kraak' belast, huiverde wel heel even voor de groote verantwoordelijkheid terug. De L.O. echter drong zeer aan op uitvoering. Er zaten op dat moment verscheidene politieke gevangenen in het H. van B. De gew.commandant van de N.B.S. gaf zijn fiat. 'Dit moet doorgaan'. De kraak werd nu bepaald op 8 December. In den middag van 8 December kreeg het H. van B. een telefoontje van de 'politie', dat om half zes 3 'arrestanten' zouden worden gebracht. Tegelijkertijd werd het politiebureau opgebeld, dat een paar C.C.D.-ambtenaren uit Bolsward op weg waren naar Leeuwarden, met 3 arrestanten die ze maar regelrecht naar het H. van B. zouden brengen. 't Was wel wat vreemd en even onderwerp van bespreking, maar werd toch geaccepteerd. Zoo werd de kraak gecamoufleerd. Om 4 uur vereenigden zich de K.P.-mannen en één ondergedoken Leeuwarder politieagent, die om zijn 'baas' te redden meedeed, in het pand van bakker v.d. Veen. Alleen de leiders wisten, voor de anderen was het nog de vraag, wat er gebeuren ging. nu werd alles uit de doekjes gedaan. Plattegronden werden uitgedeeld, ieder kreeg welomlijnde instructies. Daarop werd gemeenschappelijk gebeden. Om 5 uur bezetten tot consternatie der bewoners, 6 KP.-ers het pand met bovenhuis tegenover de gevangenis, waarin het woningbureau v. d. Schoot is gevestigd. Ze nestelden zich hier met een machinegeweer en pistolen. Het was de dekkingsploeg, een ordonnans meldde, dat operatie 1 was geslaagd. Prompt half zes verlieten 2 ploegen, om de Grachtswal hun 'operatiebasis' voor operatie 2. De 2 politiemannen in uniform met hun 2 'arrestanten' belden aan de gevangenis. De 2de ploeg, bestaande uit 12 KP.-ers stelde zich verdekt op tegen de muur, in afwachting en zoo goed dat de bewaarder met de controle der verduistering belast, hen rakelings voorbijliep, zonder ze te bemerken. Boven de hoofden der politiemannen en der arrestanten knipte het electrisch licht op. Het luikje in de poort ging open, en reikten den portier het valsche papier toe, dat hen de toegang ontsluiten moest. Dan bleven zij wachten in het felle licht. De portier verdween naar de administratie. 'Binnen laten?'. 'Ja, dat klopt, er is over gebeld'. Dan kwamen ze binnen een tweede deur door, die direct achter hen in het slot klikt en staan ze in de gang. Nu is het hun tijd. Binnen een minimum staan ze in het bureau: 'Handen omhoog!'. Niemand van de 4 à 5 daar aanwezige bewaarders dacht er aan zich te verzetten. Ze verkeerden in volslagen verwarring en konden door het snelle verrassende optreden niets beginnen. Jelle bezette de telefooncentrale, de portiers werden ontwapend en door de poort werden de 12 man tegen de muur, één voor één binnengeloodst. Er waren nu 17 man in de gang. Ze hadden het voorportaal in hun macht. Oogenblikkelijk werd overgegaan tot de 3de operatie: de bezetting van het heel huis van Bewaring en het bevrijden van de gevangenen uit hun cellen. In een looppasje ging het de gang door tot achter de deur, die toegang gaf tot het wachtlokaal, waar het gros der bewakers vertoefde. De 17 man stelden zich vlug op achter de deur en toen ging het voorwaarts. De wacht werd overrompeld. Het telefoontoestel bezet. De brigadier met de ring, werd van de sleutels der cellen ontlast. Een bleef posten, de bewaarders gelastend, heel gewoon te doen, ook als soms iemand eens een informatie mocht doen door het luikje, dat weer verbinding gaf met de bijzondere strafgevangenis, en dat terdege in het oog gehouden werd de anderen verdeelden zich snel in kleine groepjes, ze hadden een papier in de zak, met de nummers der cellen en de namen van hen, die er uitgehaald moesten worden. Zoo gingen ze de beide vleugels in, aan weerszijden van de wacht, en naar de eerste en tweede verdieping. Op de vrouwenafdeling werd de bewaakster handig verschalkt, haar telefoontoestel door Anton bezet. Ze moest opgeven in welke cellen de te bevrijden vrouwelijke gevangenen zaten. alles verliep zeer snel, binnen 8 minuten stonden de bevrijde dames op de beneden gang, waar ook reeds de mannelijke gevangenen waren verzameld. Op deze gang speelden zich ontroerende toneeltjes af. De heer en mevrouw Schootstra zagen elkaar terug na een wreede en lange scheiding. Sommigen der bevrijden wilden de KP.-mannen om de hals vallen. Er was een druk geroezemoes en gepraat. Commandant Piet Kramer hield appèl. Zelfs hierbij ontbrak ondanks de spanning de humor niet. Hij vroeg een der gevangenen zijn naam. 'Tijl', was het antwoord. 'Uw achternaam? 'Tijl'. De commandant: 'Dan bent u zeker Tijl Uilenspiegel'. Inmiddels verstreken de minuten in groote spanning. Want 2 gevangenen moesten uit de Bijzondere Strafgevangenis komen, het waren de heeren Dreeuws en Leyenaar, met de revolver was één der bewakers in het wachtlokaal gedwongen in het Duitsch bevel door te geven naar de Bijzondere Strafgevangenis, dat beiden dadelijk voor een verhoor naar het H. v. B. moesten worden overgebracht. De heer Dreeuws, die erg was toegetakeld, lag reeds te bed. hij moest opstaan en zich kleeden. Hij dacht: 'Dit is mijn laatste gang'. Tien à vijftien minuten verliepen. In die tijd werd het bevel 2 maal herhaald. Eindelijk kwamen ze vergezeld van 2 bewakers in het H.v.B. Toen ging de bel bij de poort..... Buiten stond een auto, waarin 2 man van de S.D. met 3 nieuwe arrestanten. Ze wenschten binnengelaten te worden. Nu was snel en koelbloedig optreden vereischt. De gevangenen verlieten in allerijl de gang. De knockploeg stelde zich op achter de 2de deur. Dan werd in allerijl gezocht naar het knopje van het electrisch licht buiten, want alles moest 'heel gewoon' schijnen. Men kon het eerst niet vinden. De S.D. vloekten, het duurde hen te lang, dan draaide de sleutel in het slot, de deur vloog open en Wim Stegenga schoot de beide verstuiverde moffen voorbij. Dan hoorden zij zich achter hun rug toevoegen: 'Handen omhoog': Ze waren finaal overbluft. Hadden hun automatische wapens bij de hand, maar schoten niet, Wim greep de een in zijn kraag en sleurde hem binnen de poort. De beide moffen werden uitgekleed en stonden in de onderbroek in hun laarzen. Het was een potsierlijk gezicht. Ze werden in de strafcel gegooid. Hier zaten 4 arrestanten, die in de loop van den dag waren binnengebracht. Zij boften. want zij gingen er uit. Daarmede was dit adembenemend incident gesloten en kon worden doorgegaan met de groepering der bevrijde gevangenen, die weer in de benedengang kwamen. Bij kleine groepjes gingen ze nu de poort uit, voorzien van een wachtwoord en instructies. Sommigen als de heer en mevr. Schootstra werden per fiets vervoerd om speurhonden geen kans te geven, terwijl anderen, nadat de laatste K.P-ers vergezeld van een der bewaarders, de heer Tiemersma, die als zondebok fungeerde om de andere bewakers te ontlasten, de gevangenispoort verlieten, de brug dik onder de peper strooiden. De 'kraak' was binnen 3 kwartier grandioos geslaagd. In totaal waren 51 gevangen bevrijd, t.w. 31 mannelijke en 11 vrouwelijke die op de lijst stonden en 8 meer dan volgens plan, o.a. was er een koerierster die met alle geweld haar verloofde mee wou hebben. Al deze gevangenen werden dank zij de voortreffelijk georganiseerde afvoergroepen waarvoor de heer E. Wiersma gezorgd had, binnen de stad bij hun gastheeren ondergebracht, die niet beter wisten of ze kregen spoorweglui. Koeriersters vertrokken direct met een brief aan de familie. De K.P.-ers kwamen na de 'kraak' op hun operatiebasis terug, waar een hunner voorging in dankgebed. De volgende morgen hielden de moffen razzia, maar niemand der bevrijden werd gevonden. Van de 25 man, die aan den overval deelnamen is later alleen de mil.pol. Joh. Kolff uit Oud-Beijerland te Leeuwarden op straat doodgeschoten.
De foto is van na de oorlog in het midden Piet Oberman. Pieter Gerk Oberman (schuilnaam was 'Piet Kramer') was van beroep houthandelaar in Dokkum, geboren in de gemeente Dantumadeel op 31 juli 1908 en is te Dokkum overleden op 14 november 1972.
Kijk voor het volledige verhaal van de (De Kraak) de overval op de Leeuwarder strafgevangenis.
◊ DRONRIJP. _26 april 1945 Woensdag 25 April, 3 uur. Met ds. Klapwijk sta ik bij de hooge brug te Dronrijp. Precies 14 dagen geleden heeft zich hier het verschrikkelijke drama afgespeeld, heeft de vijand zijn haat tegen ons volk gekoeld door den laffen moord op 13 jonge mannen. In 5 wagens werden ze hierheen gevoerd, sommigen geboeid, als schapen ter slachtbank. De bedoeling was zeer waarschijnlijk om ze nog verder te vervoeren, naar de plaats, waar een aanslag op den spoorlijn was gepleegd. De geopende brug verhinderde dit en daarom maar hier, bovendien was er haast bij, want Engelsche vliegtuigen cirkelden rond en konden de auto's beschieten. De moordenaars kropen zelfs nog even weg in een steegje. Maar dat bracht geen redding voor de gevangenen. Even later klonken de commando's. De burgers mochten geen getuige zijn van het drama, en werden onder bedreiging de huizen ingejaagd. Misschien is een meisje, met wie we spraken en die alles door een stalvenster kon zien, de eenige getuige geweest. Bij vieren werden ze tegelijk van de brug af naar beneden geleid, waar even zooveel moordenaars gereed stonden, om de doodelijke schoten te lossen. Wat moet er in die jonge mannen zijn omgegaan; hier en nu en zoo hun leven te moeten beëindigen. Geen afscheid geen geestelijke bijstand, geen brief zelfs. We weten echter, dat er door een der groepen gebeden is en dat de afspraak was gemaakt, dat ze als mannen zouden sterven. En zoo zijn ze ook volgens de ooggetuige naar de plaats van den moord gegaan. Er waren er geen 13, maar 14, doch door de haast, die gemaakt werd, bemerkten de moordenaars niet, dat één slachtoffer slechts gewond was en toen zij vertrokken waren hebben toegeschoten burgers hem weggebracht. Hij is tot na de bevrijding in Dronrijp verborgen gehouden en verzorgd en maakt het goed. De overigen bleven een dag tegen den hoogen walkant liggen en zijn den volgende dag (Donderdagmiddag) om 1 uur begraven in een massagraf. De beide predikanten en de pastoor waren daarbij tegenwoordig. Ds. van Wijmen bad het 'Onze Vader'. Het publiek werd niet toegelaten, ook al mee, omdat nog verborgen moest blijven dat er geen 14, maar 13 lijken werden ter aarde besteld. Een week later was de vrijheid gekomen. Toen zijn de gevallenen opgegraven en onder zeer veel belangstelling in Leeuwarden, waar allen hun domicilie hebben gehad, opnieuw begraven. Zij vielen, enkele dagen vóór de bevrijding. Zij gaven hun leven voor de bevrijding. Nog eens, wat er in hun omging, we weten het niet. De beide jongste Wierda's gingen verheugd het Burmaniahuis, plaats van zooveel foltering en ongerechtigheid, uit in de vaste overtuiging dat zij naar het Huis van Bewaring werden overgebracht, waar ze weer eten zouden krijgen, een plaats om te slapen, waar de dreiging van foltering niet zoo voortdurend om hen was. Zij gingen naar Dronrijp. Daar wachtte hun ook de rust, maar een andere rust, de eeuwige ..... De jongste zou in vrijheid worden gesteld hadden de Duitschers gezegd. hij werd in vrijheid gesteld, voorgoed ..... Maar thuis bleven de ouders, broer en de verloofde van deze drie wachten, tot het noodlottige bericht kwam en de vader de zwaren gang naar Dronrijp maakte om de geschonden lijken van zijn jongens te identificeren. Daar waren vaders bij, naar wie de jonge kinderen zullen vragen zonder te begrijpen. Daar wordt heel binnenkort een kindje geboren, dat reeds geen vader meer heeft als het ter wereld komt. Maar hoe zou men kunnen rekenen op medegevoel bij 'Grünen' en Rexisten, die een vermaak scheppen in martelen en moorden? Van een der dertien Mark Wierda, is een brief bewaard die hij op zondagavond heeft geschreven met geboeide handen. 'Het schrijft lastig met die dingen op'. Des morgens was hij met zijn beide broers gearresteerd, heel in de vroegte. En nog maar nauwelijks in het Burmaniahuis aangekomen werd hij voorgeroepen en begon het 'verhoor', beter gezegd de foltering. Eerst was de behandeling niet onwelwillend, maar toen de heeren hoorden, dat hij Gereformeerd was, brak het oordeel los. 'Ze trokken mijn das aan, zoodat ik bijna stikte en toen ik niets kon (wilde) zeggen, moest ik me heelemaal uitkleeden en ben zóó in een ijskoud bad gestopt, nadat mijn handen op den rug met boeien waren vastgemaakt. Toen deden ze mijn beenen omhoog, zoodat mijn hoofd onder water kwam. Telkens vroegen ze weer hetzelfde en telkens moest ik het weer ontkennen. Ze gooiden al maar water over mijn hoofd en deden tot slot het deksel van de kist dicht, zoodat mijn hoofd wel onder water moest blijven'. Hij beschrijft dan verder, hoe hij dan de verdrinkingsdood telkens nabij was, maar dan werd het deksel weer even opgelicht, zoodat hij adem kon halen en de vraag werd hernieuwd, hij bleef ontkennen. Dat duurde van 7 tot 9 uur des morgens. 'Ik moest erg aan onzen Heiland denken', schrijft hij, en het was mij rijk, dat Kruis mijn Jezus te mogen nadragen'. En aan het slot van den brief getuigt hij: 'Ik ga vol vertrouwen de toekomst tegen. Er zal geen haar van ons hoofd vallen zonder den wil van onzen Hemelschen Vader, want Hij regeert. Onze hope is alleen op Hem. de Heer zij ons tol hulp en sterkte. Hij is nu zelfs nog ons lied, ons psalmgezang. Hij zal hel maken, dal g'u verwonderen moed'. Moethoen.
Hier volgen de namen van 12 van de 13 slachtoffers.
De 13de is niet geïdentificeerd, omdat hij waarschijnlijk een valsch
persoonsbewijs
Aan den dood ontkwam Gerard de Jong te Huizem. ◊ Naar aanleiding van de ramp op zaterdag 27 juli 1940. Uit: Zuid-Friesland 10 augustus 1940.
Burgemeester Krijger. Op een dag in October 1943 werd er een telefoongesprek gevoerd tussen de S.D.-man C. J. Kaptein uit Den Haag en burgemeester M. Krijger te Lemmer. Tijdens dit gesprek werd de burgemeester verteld, dat er in Echten bij de schoonmoeder van Ds. Fokkema 6 Joden waren ondergedoken en dat die mensen moesten worden gearresteerd. De burgemeester werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor dit geval. Burgemeester Krijger heeft de zaak daarop doorgegeven aan de politiecommandant Hafma, die er later met 6 man op af is getrokken, met het noodlottig gevolg, dat de 6 onderduikers allen werden gearresteerd. Ze zijn overgebracht naar Den Haag en nooit weer teruggekeerd.Thans stond als eerste terecht Marinus Krijger, burgemeester van Lemsterland, terzake van het opzettelijk blootstellen aan opsporing en vrijheidsberoving van de 6 ondergedoken Joden, zonder hen van tevoren te hebben gewaarschuwd of zonder hen te doen waarschuwen. Afgeluisterd telefoongesprek. Mej. Z. Smeding verklaarde het gesprek tot stand te hebben gebracht en te hebben afgeluisterd. De Burgemeester maakte eerst wel bezwaar, door te zeggen, dat hij geen hoofd van de politie was. Als plaats waar de Joden waren ondergedoken, werd genoemd de schoonmoeder van Ds. Fokkema. De burgemeester was steeds erg voorkomend tegenover de Duitser, meer vriendelijk dan normaal Mej. P. v. Brug heeft even later een gesprek tot stand gebracht met de burgemeester. Ook toen was er sprake van arrestatie van Joden bij de schoonmoeder van Ds. Fokkema. De burgemeester protesteerde niet en hij was erg voorkomend. Zij wilde de Joden wel graag waarschuwen, maar zij wist niet waar zij zijn moest. Ook Aagje Molenwerf en haar chef wisten er geen raad mee. De opdracht.
Arrogante S.D.-manieren. De vroegere wachtmeester L. J. Kaptein, die bij de S.D. werkte en het gesprek met burgemeester Krijger heeft gevoerd, blies nog hoog van de toren. Hij wenste de eed niet af te leggen en evenmin de belofte. Hij wenste zijn hoofd niet te pijnigen met deze zaak, die men nu toch heel anders beoordeelt dan toen. Volgens hem was het gesprek in het Nederlands gevoerd. Alleen als er een Duitse telefoniste tussen kwam, sprak hij Duits. Men had zuivere inlichtingen en alles stond precies op papier. Van wie men het wist wenste hij niet te zeggen. Verhoor verdachte.
De burgemeester voerde aan te hebben
geprobeerd er voor weg te komen,
doch dit gelukte niet. Ik werd persoonlijk
verantwoordelijk gesteld voor het overbrengen
van de boodschap. Er werd gezegd,
dat men inlichtingen had van de
schoonzoon der bewoonster. Dat vond ik zeer verdacht. Ik wilde de zaak ook met
Hafma bespreken. Ik heb tegen hem gezegd,
dat naar alle waarschijnlijkheid de
verrader in het huis was, zodat er niet
gewaarschuwd kon worden.
Verdediging verdachte.
Verdachte verdedigde daarop zichzelf
en ontkende de opzet. Mijn wil was het
niet, wat er gebeurd is. Ik heb iets aan het
beleid van Hafma overgelaten. Zijn bevindingen
ter plaatse, moesten voor hem richtsnoer zijn. Ik heb toch tegen Hafma gezegd,
dat hij maar met zijn mannen
moest praten, maar dat die er even weinig voor zouden voelen
als hij zelf. Dat moest voor hem duidelijk zijn.
Tegen mij zijn tot dusver, ook bij de
burgemeesterszuivering, geen maatregelen genomen. Dit is dan
ook de zwartste dag van mijn leven. Ik heb fouten gemaakt,
maar dat ik schuldig zou zijn aan dit misdrijf, ik kan mij
dit niet voorstellen. Wij zijn alle zes laf geweest. In de middagzitting kwamen voor de groene tafel 2 van de 6
politiemannen die naar Echten zijn geweest, n.l. Marten v.
d. Kamp uit Oudega en Lodewijk Eskens uit Heerenveen. Zij
worden er van beschuldigd, Daan van IJsel en 5 andere Joden
aan opsporing en vrijheidsberoving te hebben blootgesteld,
door nadat hen door of vanwege de burgemeester van
Lemsterland of de onder luitenant der Marechaussee Gerrit
Hafma was meegedeeld, dat er in opdracht van de S.D. in
Echten 6 Joden moesten worden gearresteerd, een onderzoek in
het aangewezen huis te hebben verricht en toen ze
aanvankelijk niets hadden gevonden, dat onderzoek toch voort
te zetten. Nadat verdachte v. d, Kamp een schot had gelost
onder een ledikant en daaronder een Jood vandaan gehaald;
zijn zij toch met het onderzoek doorgegaan, hoewel Hafma en
anderen hadden gezegd dat het genoeg was en men maar naar
huis moest gaan. Hierna werden echter nog 5 Joden op zolder
gevonden en gearresteerd. De getuigen vertellen.
Wachtmeester Strampel vertelde, dat hij 30 meter van mevr.
Frankema verwijderd woont, maar dat hij niet heeft geweten
dat er Joden zaten. Hafma kwam mij halen en ik moest mee.
Verdachten zijn toen naar binnen gegaan en de anderen
stonden rond het huis. Ik stond achter. Even later hoorde ik
een knal. Nadat een Jood was gevonden zijn we bij elkaar
geweest en toen is besproken om weg te gaan. Reprimande getuige Hafma.
Vervolgens wordt getuige Hafma gehoord, die steeds, evenals
in de zitting van burgemeester Krijger ontwijkende
antwoorden geeft, waarop de president hem een ongezouten
reprimande geeft over zijn ter terechtzitting aangenomen
houding.
Hafma verklaart daarop, dat hij niet heeft gezegd, maar naar
huis te gaan. Nadat er 1 Jood was gevonden, heeft Hafma van
de bewoonster gehoord, waar de andere 5 verborgen waren en
die zijn daarop uit hun schuilplaats gehaald; door wie dit
is gebeurd wordt echter niet duidelijk. De verdachten
ontkenden dat zij dit hebben gedaan, doch zeggen dat Hafma
er op afliep. Verraad in het spel.
Als getuige wordt dan gehoord op eigen verzoek het Tweede
Kamerlid Ds. Fokkema, de schoonzoon van wed. Frankema, die
zegt dat hij toen was ondergedoken, omdat zijn leven gevaar
liep. Zijn vrouw, zoon en dochter waren wel gearresteerd,
maar die kunnen het niet gezegd hebben. Ik weet, aldus Ds.
Fokkema, dat er verraad is geweest, maar dat is niet meer te
achterhalen. Verhoor verdachten.
Verdachte v.d. Kamp zegt dat hij mee moest, doch dat men
meende niets te zullen vinden. Tenslotte vond ik onder een
bed een man liggen en toen was mijn illusie, dat er niets
was, kapot. Raadsheer Mr. Okma: U heeft gelijk, er wordt hier geen waarheid gesproken door de heren van de politie!
Mr. Lazonder begint met te vragen: Verdediging. Mr. Stoop voerde aan, dat hij een andere appreciatie van de feiten en omstandigheden heeft dan de Procureur-Fiscaal. De opdracht was van zeer pertinente aard en de S.D. schijnt over exacte gegevens te hebben beschikt. Een schijnvertoning was hier uitgesloten. De jongsten hadden hier de steun moeten hebben van de "oude rotten". Pleiter viel hierna de dagvaarding aan, die tegenstrijdigheden bevat en deswege nietig is. Mocht wel een veroordeling volgen, dan zal men een veel lichtere straf moeten geven. Mr. Vis viel eveneens de dagvaarding op juridische gronden aan. Na re- en dupliek werd de uitspraak bepaald op 15 Juli.
In dit huis naast de Geref.kerk woonde de wed. B. Frankema-Slump. De kerk is afgebrand in 1954.
Mr. M. Krijger de burgemeester van Lemsterland te Lemmer was door het bijzonder gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van een jaar wegens het doorgeven geven van een opdracht van de S.D. aan de politie tot arrestatie van drie joden. In deze zaak concludeerde de procureurfiscaal tot verwerping van het beroep. Om Lemsterlands burgemeester. Een allen bevredigende oplossing was bij voorbaat uitgesloten. In het voorlopig verslag der Eerste Kamer betreffende de begroting van Binnenlandse Zaken is de vraag gesteld of het juist is dat de burgemeester van Lemsterland tot een voorwaardelijke gevangenisstraf werd veroordeeld omdat hij medewerking heeft verleend aan het arresteren van enige Joden. In de Memorie van Antwoord beantwoordt de minister deze vraag bevestigend. Hij voegt daaraan toe dat de houding van de betreffende burgemeester in de bezettingstijd in het algemeen goed is geweest. (door het in functie blijven van Burgermeester Krijger tijdens de oorlog werd voorkomen dat het dorp een NSB-er aan het hoofd kreeg. Bovendien zou hij geweten hebben dat in het gemeentekantoor Joden waren ondergebracht. Hij bracht namelijk zelf de nacht ook wel door in het kantoor als hij vreesde dat de Duitsers een appeltje met hem te schillen hadden. Deze mensen heeft hij nooit aangegeven, zo was destijds het verweer tegen het feit dat Krijger een dubieuze rol zou hebben gespeeld tijdens de periode 1940-1945. Ook regelde hij voor mensen binnen de gemeente die tewerk gesteld zouden worden in Duitsland passen zodat zij niet weg hoefden. Hij deed dit zo zorgvuldig dat ook hun gegevens in het gemeentelijk archief werden veranderd. De Duitsers konden daarmee checken wat ze wilden, maar vingen altijd bot). Weliswaar is gebleken dat hij een van de Duitse Sicherheitsdienst te ’s Gravenhage ontvangen telefonische opdracht bestemd voor het plaatselijk hoofd van politie om enige Joden die te Echtenerbrug waren ondergedoken te arresteren, aan bedoeld hoofd heeft doorgegeven zonder die Joden te (doen) waarschuwen een feit waarover ’s ministers ambtsvoorganger de burgemeester reeds zijn afkeuring had kenbaar gemaakt, doch hiertegenover stond dat deze burgemeester tegen de bezetter een principieel afwijzende houding heeft aangenomen en ook naar het oordeel van de adviserende zuiveringsinstanties vele daden heeft verricht die getuigden van een goedvaderlandse gezindheid. Het Centraal Orgaan voor de zuivering van het overheidspersoneel en de commissie van advies inzake het Zuiveringsbesluit 1945 waren van mening dat tegen deze functionaris geen zuiveringsmaatregel maatregel diende te worden genomen en dat hij als burgemeester van Lemsterland behoorde te worden gehandhaafd. Nadat de minister uit met de Commissaris der Koningin in Friesland gepleegd overleg was gebleken dat er ook overigens geen redenen waren die zich tegen die handhaving van deze burgemeester verzetten heeft hij diens herbenoeming bevorderd Dat dit bij sommigen in Friesland pijnlijke verbazing zou hebben gewekt is niet uitgesloten aan een tegenovergestelde beslissing zouden anderen zich echter zonder twijfel evenzeer zeer hebben gestoten Een allen bevredigende beslissing was in deze bij voorbaatbaat uitgesloten. 4 december 1957: _Burgemeester Krijger door auto-ongeluk gedood. Vannacht omstreeks kwart over twaalf is burgemeester mr. M. Krijger, van Lemsterland op de rijksweg Sneek-Lemmer onder Follega ter hoogte van de weg naar Oosterzee met zijn auto tegen een boom gereden. De burgemeester die alleen in de auto zat en terugkeerde van een vergadering in Leeuwarden kwam daarbij om het leven Mr. Krijger was 53 jaar oud hij was gehuwd en had geen kinderen De juiste toedracht van het ongeluk is tot nu toe niet bekend er waren namelijk geen getuigen De politie heeft vast kunnen stellen dat op de plaats waar het ongeluk is gebeurd het wegdek niet glad was door bevriezing Dat was wel het geval vijftig meter vóór de plaats waar burgemeester Krijger tegen een boom is gebotst. Het ongeluk in Follega wekt herinneringen op aan het ongeluk dat de voorganger van mr. Krijger, burgemeester J. J. Slump, in december 1934 het leven kostte Deze reed eveneens door slippen in Scharnegoutum tegen een boom.
Burgemeester Krijger.
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|