|
Sta een ogenblik stil...
Het lijkt lang geleden: de bezetting van
Nederland. Plotseling waren wij overgeleverd aan mensonterend recht, aan
alles overheersende duisternis.
Gelukkig zijn er toen mensen opgestaan die het niet namen Gewone mensen
die, luisterend naar de stem van hun geweten, meer dan naar de
fluisterstem van hun angst, opkwamen voor recht en ontrechten, voor
vrijheid uit licht geboren.
Dankzij hun moed en dankzij de offers van vele levens is er weer een
andere tijd aangebroken, wij halen weer in vrijheid adem.
Ter nagedachtenis aan deze mensen en hun daden zijn tekenen van steen
opgericht.
Als wij dreigen te vergeten dat vrijheid en recht ongewoon zijn,
gewonnen door bloed, roepen deze geheugenstenen ons terug
naar de prijs van de overwinning: het offer.
Het blijft noodzakelijk, ook voor naoorlogse generaties, daarbij stil te
staan.

Foto J. v.d. Werf: Ereveld Lemmer - 44 graven.
'The Cross of Sacrifice'. Het kruis van de opoffering.
Opgericht op alle grotere Britse erevelden, evenals 'De
steen van herinnering'.
Inrichting van Britse erevelden is uniform in alle 140 landen waar de Commonwealth War Graves Commission verantwoordelijk is voor het
onderhoud van de oorlogsgraven.
London: Compiled and Published bij order of the imperid War Graven
Commission 1958.
Dit naams-registerboek in het Engels ligt ook in een kastje in het
gebouw op de begraafplaats te Lemmer.
Onder de vele namen in dit boek van de gesneuvelde geallieerden, ook de
namen van hen die in Lemmer hun laatste rustplaats vonden.
Sta een ogenblik stil.
De overwinning op Hitler-Duitsland komt pas in zicht na
de invasie van de geallieerden in Normandië op D-day, 6 juni 1944. 'The
eyes of the world are upon you. The hopes and prayers of liberty loving
people everywhere march with you' -zegt generaal Eisenhower tegen de
troepen de dag voor ze vertrekken. Maar ook de dood marcheert mee en de
weg naar de vrijheid is lang. In verbeten gevechten, vaak man tegen man,
verliezen tienduizenden hun leven. De strijd duurt nog tot 9 mei 1945
voor het laatste Duitse legerbericht luidt: 'Aan alle fronten zwijgt het
geschut.'
Bij velen wordt de vreugde over de bevrijding diep
overschaduwd door het verlies van dierbaren. De prijs is onvoorstelbaar
hoog. De Verenigde Staten van Amerika betreuren driehonderd
zestigduizend gesneuvelde soldaten, Polen en Groot-Brittannië elk driehonderdduizend.
Frankrijk rouwt om tweehonderdduizend soldaten, Canada om honderd
twaalfduizend. De Sovjet-Unie krijgt een verlies te verwerken van zes
miljoen gedode soldaten.
Deze trieste balans laat zich niet meer lezen, ze gaat ons
voorstellingsvermogen te boven. In honderdduizenden gezinnen is een lege
plaats: vrouwen zijn hun man kwijt, kinderen hun vader, ouders hun
kinderen.
De eerste buitenlandse soldaten zijn in mei 1940 al op
Nederlands grondgebied gesneuveld, bij de laatste gevechten rond
Zeeland. Tijdens de oorlog lopen vele aanvliegroutes voor bombardementen
op nazi-Duitsland over ons land, daarbij verliezen honderden
bemanningsleden
(meestal R.A.F.) het leven.
Ook de gevechten, die tot de bevrijding van Nederland zullen leiden,
eisen de levens van duizenden geallieerde soldaten.
Ze beginnen in september 1944 in Zuid-Limburg en rond Arnhem en
Oosterbeek en duren feitelijk tot 5 mei 1945. Alleen al uit landen van
het Britse Gemenebest sneuvelen bij de bevrijding van ons land bijna
twintigduizend mannen en vrouwen. Voor zover ze niet naar hun vaderland
zijn teruggehaald liggen ze hier begraven. We kennen zelden het verhaal
van hun aandeel in de strijd, Joe Mann is helaas een uitzondering.
Meestal weten we niet meer dan hun naam die ons alleen onthult dat ze
Canadees, Engelsman, Pool, Amerikaan of Fransman waren. Ze zijn
gesneuveld in een land, ver van huis, dat ze niet of nauwelijks kenden,
waarvan ze alleen wisten dat het bevrijd moest worden. Op
hen allen zijn de woorden van Eisenhower van toepassing die hij heeft
uitgesproken bij de herdenking van de gesneuvelden, ze zijn te lezen op
de Amerikaanse Erebegraafplaats in Margraten:
'Here we and all who shall hereafter live
in freedom will be reminded that
to these men and their comrades we owe
a debt to be paid with grateful remembrance
of their sacrifice and with the
high resolve that the cause for which
they died shall live.' |
Niet aan alle 29.000 geallieerde oorlogsgraven in ons land, kan genoeg
aandacht besteed worden. Het grootste deel hiervan bevindt zich op de
erevelden, ruim 7.000 geallieerde oorlogsgraven liggen verspreid over
enige honderden Nederlandse begraafplaatsen. Bemanningen
van neergestorte vliegtuigen hebben een laatste rustplaats gevonden op
meer dan vijfhonderd begraafplaatsen.
Er zijn in ons land alleen al 16 erevelden van het Britse Gemenebest, op
het grootste te Groesbeek liggen meer dan 2500 Canadezen begraven, op
het kleinste te Milsbeek ongeveer 200 Britten.
De erevelden worden vaak verzorgd door het thuisland. Gebeurt dit niet
dan vallen ze onder de hoede van de Oorlogsgravenstichting.
Deze stelt zich ten doel: 'De aanleg, inrichting, instandhouding en
verzorging van het Nederlandse oorlogsgraf, waar ter wereld zich dit ook
moge bevinden, alsmede het onderhoud der in Nederland verspreid liggende
graven van de leden der geallieerde strijdkrachten, voor zover daarvoor
niet door het betrokken land wordt zorggedragen.'
Om een voorbeeld te geven van het ontstaan en de
inrichting van een erebegraafplaats staan we een ogenblik stil bij de
enige Amerikaanse Militaire Begraafplaats in Nederland, gelegen in het
dorpje Margraten. Margraten ligt ongeveer tien kilometer ten oosten van Maastricht.
Het wordt op 13 september 1944 bevrijd door onderdelen van de 30e
Infanterie Divisie van het Amerikaanse Eerste Leger. Op 10 november 1944
wordt het al als oorlogsbegraafplaats in gebruik genomen voor
Amerikaanse soldaten die in Duitsland zijn gesneuveld.
Het 26 hectare grote terrein is door de Nederlandse Staat aan de V.S.
afgestaan 'voor eeuwigdurend gebruik als begraafplaats'. Het is officieel in gebruik genomen op 7 juli 1960.
Het is de laatste rustplaats van 8301 Amerikaanse soldaten, dit is 43%
van het totaal dat voordien hier en in tijdelijke begraafplaatsen was
begraven. Alle graven zijn gemerkt met hetzelfde kruis, gemaakt van
Italiaans Lasa marmer, de 177 Joodse graven zijn aangegeven door
een Davidsster. In niet minder dan 40 gevallen zijn twee broers naast
elkaar begraven. Op twee natuurstenen muren ('walls of missing') staan
de namen van 1722 soldaten die in het oorlogsgeweld zijn zoekgeraakt. 'Here
are recorded the names of Americans who gave their
lives in the service of their country and who sleep in unknown graves.'
Vrijwel allen die op Margraten begraven liggen hebben hun
leven verloren tijdens luchtlandings- en grondoperaties bij het
bevrijden van oostelijk Nederland en tijdens het oprukken door Duitsland
naar de Roer en de Rijn. Vaak kan men aan de situering van de erevelden
de troepenbewegingen en de strijd van toen aflezen.
De begraafplaats wordt beheerst door een dertig meter hoge toren, hierin
is een kapel. Verlichtings- en altaarornamenten in deze kapel zijn een
geschenk van de Nederlandse regering en de bevolking van Limburg. Op een
van de muren is een gebed gegraveerd: '0 God who art the author of peace
and lover of concord defend us thy humble servants in all assaults of
our enemies that we surely trusting in thy defence may not fear the
power of any adversaries.'
Margraten is een van de twaalf Amerikaanse Militaire Begraafplaatsen,
die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, in Europa zijn ingericht.
Ze vallen onder verantwoordelijkheid van de American Battle Monuments
Commission.
In tal van plaatsen in Nederland herinneren individuele
graven, erebegraafplaatsen en monumenten blijvend aan het offer dat door
leden van de geallieerde strijdkrachten is gebracht bij het verkrijgen
van de uiteindelijke overwinning.
Niet zelden zijn monumenten opgericht ter herdenking van gesneuvelde
geallieerde soldaten en Nederlandse gevallenen tezamen. In sommige
gevallen heeft men bij het ontwerp gebruik gemaakt van overblijfselen
van oorlogsattributen.
Zeer suggestief en indrukwekkend zijn de monumenten die bestaan uit de
propeller van neergeschoten vliegtuigen.
De foto's op deze bladzijden laten zien op welke manier Nederlanders hun
dankbaarheid en eerbied jegens de bevrijders hebben vormgegeven.
Ook in ..... Lemsterland.
Ereveld van gesneuvelde geallieerden op de oude
begraafplaats Lemmer.
44 grafstenen waarvan 8 .... zonder naam. Eerste rij 9
stenen, tweede rij 11 stenen, derde rij 8 stenen, vierde rij 6 stenen,
vijfde en zesde rij elk 5 stenen.
Memento Mori, gedenk te sterven.
Toegang oude begraafplaats Lemmer.
|
Unknown flyer (Unbekinde
fleaner)
Wij lizze
blommen op it grêf fan dij, ûnbikende freon,
Fan dij, dy 't hjir sliept d' ivige sliep, ûnbikende freon,
Fan dij, dy 't foei yn d' oarlochstiid
Yn in bange en hurde striid
Fan dij, ûnbikende freon.
Do gyngst de
loft yn foar dyn lân, do ûnbikende freon,
En kaemst net wer; yn de dûnkere nacht bist al fjochtsjend'
bleaun;
Dyn lêste tins, dyn lêste snik
Wie foar dyn men, dat eagenblik,
Fan dij, ûnbikende freon.
Do foelst foar
frijheit en foar rjocht, foar dyn lân en dyn thûs
Do joechst dyn jong Iibben foar dyn folk, maar ek foar us
Wij binn' in jier nou al wer frij,
Ek troch de heldemoed fan dij,
Fan dij, ûnbikende freon!
It is sa stil yn
de natoer; it maeitiidswyntsje swijt -
Rêst, dierb're, ûnbikende freon; wij sille weitsje oer dij
Wij Iizze blommen op dyn grêf
En sizze flûsterjend, hiel sêft:
'Tank, ûnbikende freon!
L.B. 4 Maeije
1946 |
| It Tsjerkhôf.
Wyld spûket de wyn
troch de beamen om 't tsjerkhôf;
De ûle yn 'e toer jammert skril en forheard.
Mar nimmen dy't 't heart, hwent dy't sliepe binn' dôf;
Hja wirde net wekker, ho't de stoarm ek beart.
Hja lizz' yn hjar wenten mei 't antlit
omhegens
To wachtsjen op 'e dage, dy't yn 't Easten scil rize.
En formingt him hjar stof ek mei de moude omlegens,
lens scil it Ljocht brekke troch dampen en dize.
Hja rêste hjir út fen hjar soargen en
lijen,
Fan 'e striid dy't waerd fierd om wolfeart en brea.
Gjin praet is hjir mear oer hawwen en krijen,
Gjin wrotten en wramen yn 't ryk fan 'e dea.
Hjir is gjin forskil mear yn rang en yn
berte,
Gjin heech en gjin leech en gjin earm ef ryk.
Hjar stof wirdt forgearre yn 'e ierde hjar skerte:
Yn 't ryk fan 'e dea binne alle minsken gelyk!
Gelyk? Hjir leit in stien - en dêr 'n
heapke moude;
Om dit grêf tinkt nimmen - dêr fait sims in trien.
En sillich dyjinge, dy't mei iver iens bouwde
Oan 'e timpel der Ijeafde - dy hoecht net in stien!
O, djipearnstich tsjerkhóf, wy hearre dy
roppen:
'Bitink dochs, o minske, de wrâld giet foarby!
Gean net yn hjar op, slaen de eagen nei boppen,
Hwent koart is it libben, iens komstou by my !'
SL. 19 april 1947. M. |
Geallieerde piloten en bemanning, gesneuveld en
begraven op het ereveld Lemmer, oorlogsgraven van het Gemenebest.
Common Wealth War Graves.
30 van deze personen kwamen uit Engeland, 2 uit
Canada, 4 uit Australië, 5 uit Nieuw-Zeeland en 3 uit Polen.
7 'airman' uit Engeland en 1 uit Canada werden niet geïdentificeerd.
| Naam |
Geboren |
Overleden |
Leeftijd |
| |
|
|
|
|
J. DUV. Broughton. |
_ |
10-04-1941
|
33 |
| Jiri. Marus. |
12-04-1916 |
17-07-1941 |
25 |
| V.Q.
Blackden. |
_ |
10-04-1941 |
23 |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
09-08-1941 |
_ |
| E.D.
Pockney. pilot |
_ |
19-08-1941 |
35 |
| J.W. Bell.
pilot |
_ |
08-11-1941 |
21 |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
10-07-1942 |
_ |
| KPL. M.J.
Lozinski. |
_ |
03-07-1942 |
29 |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
10-07-1942 |
_ |
| H.
Krasnodebski. |
_ |
03-07-1942 |
39 |
| KPL. S.
Lugowski. |
_ |
03-07-1942 |
27 |
| E.G. Ronson.
|
_ |
03-06-1942 |
_ |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
20-07-1942 |
_ |
| H.O.
Goddard. |
_ |
17-09-1942 |
27 |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
18-09-1942 |
_ |
| A.B.
Hastings. pilot |
_ |
05-09-1942 |
_ |
| D.T. Lamb. |
_ |
17-09-1942 |
20 |
| R.H.
Crabtree. |
_ |
17-09-1942 |
24 |
| B.
Dallenger. pilot |
_ |
17-09-1942 |
23 |
| W.J.
Anderson. |
_ |
17-09-1942 |
23 |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
06-10-1942 |
_ |
| H.R.
Williamson. |
_ |
14-05-1943 |
23 |
| A.S.
Renshaw. pilot |
_ |
14-05-1943 |
_ |
| F.A.
Worsnop. |
_ |
14-05-1943 |
29 |
| J.E.
Lecomber. |
_ |
14-05-1943 |
_ |
| J.R. Stone. |
_ |
14-05-1943 |
20 |
| J.S.
Macadam. |
_ |
14-05-1943 |
20 |
| W.J. Drake. |
|
12-06-1943 |
23 |
| J.R. Curtis. |
_ |
12-06-1943 |
22 |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
14-07-1943 |
_ |
| _ _ an
airman of the 1939-1945 |
_ |
14-07-1943 |
_ |
| E.R.E.
Jordan. |
_ |
16-12-1943 |
21 |
| R.E.
Macfarlane. DFM |
_ |
16-12-1943 |
21 |
| J.E. Clarke. |
_ |
16-12-1943 |
21 |
| L.D. Wilson. |
_ |
16-12-1943 |
20 |
| R.E. Hedges. |
_ |
16-12-1943 |
35 |
| W.M.
Waterman. |
_ |
16-12-1943 |
21 |
| C.L.
Robinson. |
_ |
16-12-1943 |
26 |
| J. Hurst. |
_ |
16-12-1943 |
19 |
| R.D.M.C.
Wha. |
_ |
16-12-1943 |
23 |
|
F.H.Moynihan. |
_ |
22-11-1943 |
23 |
| F.R.
Westall. |
_ |
16-12-1943 |
21 |
| J.M.C.G.
Hargreaves. |
_ |
13-05-1943 |
32 |
| F.R.M. Cook. |
_ |
29-08-1944 |
21 |
En de toortsen branden op de terpen.
Overdracht gedenkzuil L. Mulder †
13 juli 1948.
Fallen yn'e striid tsjin ûnrjocht en slavernije.
Dat wij yn frede foar rjucht en frijdom
weitsje.
Wij lezen op deze steen:
Luitjen Mulder
geboren 25
juli 1918 in
Jezus ontslapen
januari 1945
Door beulshanden
omgebracht |
Overdracht gedenkzuil L. Mulder
† 13 juli 1948.
In 1945 schreef de Vereniging Friesland 1940 - 1945
een prijsvraag uit voor een Friese gedenksteen, te plaatsen op de
graven van hen, die in de jaren 1940 ., 1945 hun leven gaven voor
vaderland, vrijheid en recht. De bekroonde spreuk van de heer J. de
Vries uit Balk, 'Fallen yn'e striid tsjin ûnrjocht en slavernij -
dat wij yn frede foar rjocht en frijdom weitsje', moest in het
ontwerp worden opgenomen.
Bekroond werd het ontwerp van de Amsterdamse architect Marinus
Duintjer met als motto: 'En de toortsen branden op de terpen'. Het bestaat uit een twee meter hoge vierkante, obeliskachtige zuil.
Daarop is een sluitstuk geplaatst, waarin een fraaie leeuw is
gebeiteld. Op de zuil staat de bekroonde Friese spreuk.
De horizontale steen, het z.g. letterstuk kan door de familie van de
overledene van een opschrift worden voorzien.
'Zuid-Friesland' 17 juli 1948
LEMMER.Dinsdagmorgen om 10 uur werd op het oude
gedeelte van de begraafplaats alhier een gedenkzuil op het graf van
de illegale strijder Louis (Luitjen Mulder) aan de familie
overgedragen.
Bij deze plechtigheid waren de familie en enige oud-illegale werkers
uit Lemsterland, w.o. de heren S. Douma, Aize Wind, de echtgenote
van wijlen ds. L.W. Wessels, enz. aanwezig.
Namens de Stichting 1940-1945 Sneek, sprak de directeur de heer S.
Havinga een inleidend woord. Spreker wees op het leven van Louis,
dat vele moeilijkheden gekend heeft. Nadat het eerst de bedoeling
was geweest, om in het onderwijs werkzaam te komen, nam zijn
werkkring gedurende de bezettingsjaren een andere richting. Het was
in 1943 dat hij met het verzet in aanraking kwam, wetende dat
daaraan groot gevaar verbonden was. Zijn laatste levensdagen is een
lijden geweest. Had hij ook een andere weg kunnen inslaan? Neen,
aldus spr., zijn wil stond vast, er was voor hem geen andere weg.
Het was de gehoorzaamheid aan God, om zijn roeping te vervullen. Met
deze woorden droeg hij de zuil aan de familie over die het volgende
opschrift had:
Fallen yn'e striid tsjin ûnrjocht en slavernije.
Dat wij yn frede foar rjucht en frijdom
weitsje.
Namens de familie sprak een broer van de overledene
een dankwoord aan de Stichting '40- '45, en wees op de kracht die
zijn broer vond in
het geloof.
De heer Aize Wind sprak als voormalige verzetsleider en ging de
historie na van Louis, hoe hij op 3 januari 1945 opgepakt werd. Zijn
zwijgzaamheid heeft hem het leven gekost en daardoor zijn geen
anderen gevallen.
De heer Toon Sustring sprak hierna woorden van grote kameraadschap.
'Louis was meer dan een kameraad, hij was een broer voor mij.' Samen
hebben we heel wat met elkaar besproken. Wij weten dat hij geborgen
is bij zijn Heer en Heiland. De ontgoocheling is echter bitter
geweest voor de illegalen na de bevrijding, aldus spreker.
Met het zingen van het tweede couplet van het Wilhelmus 'Mijn schild
ende betrouwen' enz. werd deze plechtigheid besloten.
◊ Onthulling
gedenksteen gevallen en * 4 mei 1955 *
Rouw naast vreugde bij herdenking van onze
bevrijding.
Het gemeentebestuur van Lemsterland ontvangt op 8
september 1954 goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Kunsten en
Wetenschappen om een gedenksteen te plaatsen in de toren te Lemmer,
(westgevel) gezien het verzoekschrift van het comité Lemmer p/a de
heer P. Beetsma, directeur van gemeentewerken Lemsterland.
In 1955 maakte de beeldhouwer Nico Onckenhoudt uit
Amsterdam een beeld ter nagedachtenis aan de
oorlogsslachtoffers uit Lemmer.
Rouw naast
vreugde 'bij herdenking van onze bevrijding.
Onthulling gedenksteen gevallenen 4 mei 1955.
Terwijl een straffe Zuidwestenwind om de toren van de
Nederlandse Hervormde Kerk woei, vond daar aan de vooravond van de
herdenking van onze bevrijding de onthulling plaats van de
gedenksteen, die boven de ingang van de toren is aangebracht als een
nagedachtenis aan hen, die voor de vrijheid van ons vaderland
stierven of die door oorlogsgeweld om het leven kwamen.
Om kwart voor zeven hadden de genodigden zich in de raadszaal van
het gemeentehuis verzameld.
Behalve de nabestaanden waren hier aanwezig het voltallig college
van B & W en het comité dat de totstandkoming van dit gedenkteken
heeft voorbereid.
Om zeven uur vond de onthulling plaats door de dames wed. Jac. de
Rook en wed. F. van der Wal, waarna de voorzitter van het comité, de
heer G. van der Laan, een korte rede uitsprak. Hij zeide o.a. dat
dit monument een getuigenis is van de schone waarden die in ons volk
leven en die door de slachtoffers ten volle zijn nagestreefd.
Niet alleen de helden van het verzet echter worden met dit monument
herdacht, ook zij die bij de uitoefening van hun werk of tijdens de
bevrijding zijn omgekomen. Laten wij hen nooit vergeten.
Het monument overdragende aan het gemeentebestuur,
zei de heer van der Laan er zeker van te zijn, dat dit het monument
goed zal bewaren, waarbij hij nog wees op de bereidwilligheid, om,
toen de financiën uitgeput raakten, de toren aan te wijzen als vaste
bestemming van het monument.
Burgemeester Krijger zei in zijn antwoord, het monument voor de
gemeente gaarne te aanvaarden.
'Wij weten dat gij veel moeite hebt gehad om dit monument tot stand
te brengen door de beperkte financiën waarover gij kondet
beschikken.
Wij geven graag de verzekering dat wij dit monument naar beste
kunnen tot in lengte van jaren hopen te bewaren', zei de
burgervader.
Daarna vond de opstelling plaats voor de Stille omgang. Voorafgegaan
door drie trommelslagers met omfloerste trommen, bewoog zich een
naar schatting duizendkoppige stoet naar het kerkhof, waar enkele
meisjes kransen legden bij de graven van onze gesneuvelde vrienden Luitjen Mulder en Christiaan de Vries en bij het kruis naast de
graven van onze gesneuvelde geallieerden. Het deed ons goed te
bemerken, hoe ook deze laatste graven er keurig onderhouden
uitzagen, een postume hulde aan hen die voor onze vrijheid zijn gevallen.
In afwijking van vorige jaren, werd ditmaal de stoet
niet onderbroken, doch trok in dezelfde opstelling vanaf het kerkhof
door de Parkstraten via Kortestreek naar de gedenksteen, waar om 8
uur twee minuten stilte in acht werd genomen. Er werd daarna
gelegenheid gegeven tot een bloemenhulde, terwijl de stoet naar de
Schulpen trok.
Hier zongen de gezamenlijke zangkoren van Lemmer onder leiding van
de heer W. Riezebosch een drietal liederen, het Wilhelmus, het Fries
Volkslied en 'Kent gij het land'.
Om half negen waren er herdenkingsbijeenkomsten in de Geref.- en
Ned.Herv.Kerk, waar het woord werd gevoerd door de heer D. van
IJsselstein van Leeuwarden, ds. F.J. Scholten en Pastoor Brouwer. De
heer Van IJsselstein sprak over de woorden uit het Wilhelmus: 'Dat
ik U helpen mag'. Hij haalde enkele voorbeelden aan uit de
bezetting, waaruit de wil van de gevallen helden bleek om te helpen
uit de diepe nood waarin ons volk gekomen was. Pastoor Brouwer sprak
over: 'Het vaderland getrouwe'. Over het mysterie van de dood werd
met grote ernst gesproken. De doden zullen ons mogen vragen: Wat is
er van ons in U over gebleven? Zij hebben geloofd in de
wisselwerking van martelaren en volk, en zij vragen: Is het
resultaat van 10 jaar vrede van dien aard, dat het offer, dat wij
met ons leven gebracht hebben, zin krijgt?
Het R.K.-kerkkoor zong van Palestrina: Populus Meus, waarna ds.
Schol ten naar aanleiding van de woorden: De tirannie verdrijven,
het woord voerde. Hij wees op het feit dat wij voor mei 1940 alleen
van horen zeggen met het woord tirannie bekend waren. Hij schilderde
de verschrikking van de tirannie, zoals wij die in de
bezettingsjaren aan de lijve ondervonden hebben, en waarvan thans
nog in vele gezinnen de littekens zichtbaar. Er is nu echter een
danktoon in ons hart dat God de tirannie verdreven heeft en wij in
een waarlijk democratisch land onder een Oranjevorst mogen leven.
De leiding van deze nationale herdenkingsbijeenkomsten berustte in
de Gereformeerde Kerk bij dr. Plenter en in de Ned. Herv. Kerk bij
vicaris Huetink.
◊ Hierna volgen de slachtoffers van de Tweede
Wereldoorlog uit Lemsterland.
Jan Bijkersma, (timmerman) geboren
op 22 april 1895 te Tjerkwerd, gewoond hebbende op de Schans 33 te
Lemmer. Overleden op 17-04-1945. Omgekomen tijdens de beschieting van de
bevrijding van Lemmer.
Atze Bijl, gewoond hebbende op de
Parkstraat 34 te Lemmer, geboren op 13 september 1923 zoon van Sietske
Bijl. Als fabrieksarbeider in 1942 naar Duitsland vertrokken. Geen
afloop bekend.
Pieter van der Bijl, (walbaas)
gewoond hebbend de Tuinstraat 10 te Lemmer, geboren op 18 december 1918
te Lemmer, overleden op 17 april 1945 te Lemmer. Omgekomen tijdens de
beschieting (granaat) van de bevrijding van Lemmer.
Anne Bijlsma, (machinist) geboren
op 8 augustus 1912 te Joure, gewoond hebbend te Lemmer. Overleden op 10
februari 1945 tijdens zijn gevangenschap in het concentratiekamp te
Nordhausen. Bergraven op het Nordhausen Stadtkreis
Nordhausen.

Sarah (Saartje) Blok,
gewoond hebbend op de Nieuwburen 11 te
Lemmer, geboren op 25 juni 1876 te Lemmer, overleden op 19 november 1942
in het Concentratie kamp Auschwitz te Oswiecim.

Jozeph Blok, gewoond hebbend op de
Nieuwburen 11 te Lemmer, geboren op 10 oktober 1878 te Lemmer. Overleden
op 19 november 1942 in het Concentratie kamp Auschwitz te Oswiecim.
Jozeph Blok was de broer van Saartje Blok.
Zij kwamen uit een groot gezin, waarvan ook andere kinderen op zeer
jonge leeftijd gestorven waren. Hun ouders waren Hartog Blok, geboren op 23 oktober 1840
te Lemmer en op 1 oktober 1915 in Lemmer is overleden, Natje Schrijver,
overleed op 2 november 1917, eveneens in Lemmer. Jozeph deed aan
kleinschalige handel in vee, in oorlogstijd probeerde hij nog wat te
verdienen door te venten met schuurmiddel enz.
Joseph Blok en Saartje Blok zijn op 29 april 1942 van huis opgehaald
door leden van de Nederlandse politie. Via het doorgangskamp Westerbork
werden zij naar Polen vervoerd. Waar zij op 19 november 1942 in het
concentratiekamp Auschwitz door de bezetter zijn omgebracht.

Hartog Blok, geboren op 16 december
1882 te Lemmer, overleden op 21 september 1942 in het Concentratie kamp
Auschwitz te Oswiecim. Hartog was ook een zoon van Hartog Blok en Natje Schrijver.

Lemmer eert laatste Joodse inwoners,Jozeph en Sarah Blok.
www.joodsmonument.nl
Lemmer, monument voor Jozeph en Sarah Blok.
Gerben Bootsma, gewoond
hebbend op de Lijnbaan 73 te Lemmer, geboren op 21 februari 1894 te
Lemmer als zoon van Gerben Bootsma en Oeke van der Kamp. Gehuwd met
Sjoerdje de Boer. Stoombootkapitein van de Holland-Friesland IV.
Overleden op 2 april 1945 te Butzbach. In 1946 ontving hij postuum, een
Engelse onderscheiding wegens hulpverlening aan en het redden van
vliegeniers en varend personeel van het Britse Gemenebest.
Zie verder voor Gerben.
Gerke
Bootsma, (matroos) gewoond hebben op de Parkstraat 24 te Lemmer,
geboren op 23 mei 1903 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942 op het
IJsselmeer. Gerke is gedood tijdens de beschieting van het schip de
vracht en passagiersboot de "Friesland", door geallieerde vliegtuigen.
Het
personeel van de "Friesland". Van links naar
rechts: Johannes de Jong, Gerke Bootsma
(beide matroos) Evert de Roos stuurman, J.
Bolhuis kapitein, D. Wedman hofmeester, Jan
Kamminga, mevr. Wedman, R. Dijkstra en
geheel rechts met witte pet Hendrik
Dijkstra. De overigen zijn niet bekend.
|
|
|
Woensdag 21 oktober 1942.
Weer
zijn er twee schepen tussen Lemmer en Amsterdam door
(Engelse?) vliegtuigen beschoten. De tramboot
"Friesland" keerde terug met drie doden en drie
gewonden. Onder de doden waren Jacob Thijseling en
Gerke Bootsma en bij de gewonden was oom Feite de
Jong, de man van vaders zuster Geesje. Ook de
"Groningen IV" werd beschoten. Op deze boot werd
stuurman Stienstra gedood.
Op 21 oktober 1942
voerde de Royal Air Force dagaanvallen uit met door
R.A.F piloten gevlogen Mustangs op diverse doelen in
Duitsland, België en Nederland. Ook de 'Friesland'
van rederij Koppe werd aangevallen. Het schip was
uit Lemmer vertrokken, met als reisdoel Amsterdam.
Net voorbij de Rotterdammerhoek wipten twee Mustangs
over de dijk van de Noordoostpolder om vervolgens
laag vliegend de 'Friesland' te bestoken. De
passagiers waren op het dek beneden, waardoor zij
niet werden geraakt. Van de bemanning werden gedood,
kapitein Jelle Hendriksma, stoker Jacob Thijseling,
geboren op 16 februari 1904, overleden op 21 oktober
1942 te Lemmer. Matroos Gerke Bootsma, (geboren op
23 Mei 1903 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942
te Lemmer, gehuwd met Jacoba Verf), en lichtmatroos
Emylius de Hoop, (geboren op 8 januari 1924 in
Woudsend). |
Jouke Bootsma, (vissersman) gewoond
hebbend op de Parkstraat 95 te Lemmer, geboren op 21
augustus 1903 te Lemmer. Overleden op 4 mei 1943 te Lemmer.
Tijdens mei staking
door Duitsers vermoord. Jouke kwam in de oorlog tijdens de
meistaking van zee. Er kwam een groep Duitsers Lemmer
inrijden. Zij begonnen in het wilde weg te schieten. Bij de
brug werd Jouke tussen zijn broers geraakt en door de Duitse
beulen zo uit het leven gehaald.
Begraven op de algemene begraafplaats te Lemmer. De
plechtigheid stond onder leiding van ds. Abraham Keuzenkamp.
Jacob Dirksen, gewoond hebbende aan de
Lijnbaan D 151 A te Lemmer, geboren op 19 december 1905 te
Lemmer. Overleden op 27 juli 1940 te Lemmer.
27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer.
Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de
waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden
ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob
Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar,
Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert
Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31
jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap
Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze
plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als
herinnering aan de ramp.
De bomexplosie te
Lemmer, door Jan de
Vries
|
Gaast,
F. van der, geboren in 1910 te Eesterga, overleden in 1942 op zee
bij Bali.
Gerstner, G. geboren in 1904 te Amsterdam, overleden in 1944 te
Lemmer.
Geertje
Grilk, gewoond hebbend op de Schans 70 te Lemmer, (zij kwam van
Schiermonnikoog) geboren op 27 november 1890 te Leeuwarden, overleden op
19 mei 1945 te Leeuwarden. Ernstig gewond
geraakt tijdens de beschieting van de bevrijding van Lemmer, waar zij
later aan overleed in een Leeuwarder ziekenhuis.
Geertje was gehuwd met Arjen Terpstra, die
een boekhandel annex leesbibliotheek in Lemmer had. De zoon van Geertje
en Arjen was Pieter Terpstra (1919-2006), (Fries auteur, kreeg
landelijke bekendheid toen hij in 1964 de detectivereeks Havank van zijn
vriend en collega-schrijver Hans van der Kallen na diens overlijden
voortzette. Terpstra was met 125 titels op zijn naam enorm productief.
Naast schrijver was de latere inwoner van Leeuwarden ook journalist voor
onder meer het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden, Trouw
en de Leeuwarder Courant). Pieter gebruikte als pseudoniem vaak
de "naam Grilk" van zijn moeder Geertje Grilk.
Hartman, H. (Zwolle) geboren in 1902 te Dedemsvaart, overleden in
1944 te Lemmer.
Albert
de Heij, (melkboer) ongehuwd, gewoond hebbend op de Parkstraat 79 te
Lemmer, geboren op 7 november 1922 te Lemmer. Als verlicht
tewerkgestelde was Albert op 12 februari 1942 vertrokken naar Duitsland.
Door bemiddeling van de directie van Carl Zeiss te Jena, werd hij op 29
juni 1944 naar huis gebracht zo ziek was hij.
Overleden op 12 april 1945 te Lemmer, vijf
dagen voor de bevrijding.
Hof, W.
(Delfstrahuizen) geboren in 1916 te Echten, overleden in 1945 te
Doniaga.
Doede
Kok, (politieman) (bijnaam "Rooie Doede") gewoond hebbend aan de
Nieuwedijk 44 te Lemmer, geboren op 15 april 1886 te Lemmer, overleden
op 22 maart 1946 te Fochteloo. Zoon van Marten Kok en Elske Spinmuis.
Cornelis Bartholomeus Koole, (op 7 mei
1912 vertrokken uit Vlissingen naar Rotterdam, later naar Lemmer waar
hij opzichter van het waterschap "De Zeven Grietenijen en de stad
Sloten" werd) gewoond hebbend op de Nieuwedijk A 55 I te Lemmer, geboren
op 17 februari 1890 te Westkapelle, Walcheren, ZL. Overleden op 27 juli
1940 te Lemmer. Zoon van Marinus Cornelis Koole en Maria Hendrika Braat.
27 juli 1940 voltrok zich een ramp in
Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de
waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte.
De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis
Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46
jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31
jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een
plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in
het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.
Koopman, A, (Echtenerbrug) geboren in 1917 te Echten, overleden in 1945 te
Doniaga.
Jan
Koopmans, (bakker/bakkerij) gewoond hebbend op de Markt H 71 te
Lemmer, geboren op 6 november 1903 te Lemmer, overleden op 27 juli 1940
te Lemmer.
27 juli 1940 voltrok zich een ramp in
Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de
waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte.
De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis
Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob
Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W.
Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap
Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft
een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.
De bomexplosie te
Lemmer, door Jan de Vries
Herman
van Kranen, gewoond hebbende op de Parkstraat 72 te Lemmer, geboren
op 8 mei 1895 te Renkum, overleden op 5 augustus 1944 te Follega.
Herman was conducteur bij de Nederlandse Tramweg Maatschappij
(NTM), met als standplaats Lemmer. Bij de beschieting door
geallieerde vliegtuigen op een goederentram kwam van
Kranen op 5 augustus 1944 bij Follega om het leven. Hij werd begraven op
de Algemene begraafplaats in Lemmer.

Jacob
Leijenaar, (Grondwerker/hulpfitter bij het Intercommunale
Waterleiding Gebied Leeuwarden) gewoond hebbend aan de Abel Tasmanstraat
159d te Lemmer, geboren op 18 februari 1894 te Lemmer, overleden op 27
juli 1940 te Lemmer.
27 juli
1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door
een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de
herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren:
Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan
Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34
jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34
jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand
gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als
herinnering aan de ramp.
De bomexplosie te
Lemmer, door Jan de Vries
Geert
Nieuwenhuis, (werkzaam bij het Intercommunale Waterleiding Gebied
Leeuwarden) gewoond hebbend op de Lijnbaan 114 te Lemmer, geboren op 26
maart 1906 in De Hoeve, gemeente Weststellingwerf, overleden op 27 juli
1940 te Lemmer.
27 juli
1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door
een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de
herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren:
Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan
Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34
jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31 jaar, M. Westerveld 34
jaar. Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand
gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als
herinnering aan de ramp.
De bomexplosie te
Lemmer, door Jan de Vries
Mulder, L. (Follega) geboren in 1918 te Follega, overleden in
1945 te Heerenveen.

Foto's
van Annelies Wessel.
Pieter
Anthonie Plooij, (Korps Pontonniers te Dordrecht) gewoond hebbend op
de
Schans 29 te Lemmer, geboren op 18 september 1917 te Den-Helder.
Overleden op 20 mei 1940 te Dordrecht. Vlak na de
Duitse inval van 1940 raakte Pieter zwaar gewond bij Dordrecht, waaraan
hij overleed.


Jacob
de Rook, (visroker) geboren op 12 december 1889 te Lemmer.
Na zijn arrestatie door de SD in Groningen op 28 mei 1941 werd De Rook
overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen om daarna naar een Duits
concentratiekamp te Buchenwald gebracht te worden waar hij op 13 april
1942 na vele ontberingen overleed.
Een inspirerende figuur voor de communisten
was de visroker en musicus Jacob de Rook, die hen in
de gemeenteraad vertegenwoordigde,en werd mede daardoor één
der grondleggers van het communisme in Friesland. Een
scheuring in de socialistische gelederen leidde tot een
groepering van onafhankelijke socialisten (OSP) en ook de
Christelijke Democratische Unie, een christelijke partij van
anti-Colijngezinden en antimilitaristen schoot in de nogal
bewogen Lemster en Lemsterlandse politiek behoorlijk wortel.
Het Noorderlicht was een
illegale communistische krant die werd
gestencild in een oplage van 100-300
exemplaren en een paar maal tijdens de
oorlogsjaren 1940-1941 werd verspreid in
Noord-Nederland.
Het ontstaan van het
Noorderlicht is rechtstreeks verbonden
met het besluit op 15 mei 1940 van het
partijbestuur van de Communistische
Partij van Nederland (CPN) om een
ondergrondse organisatie op te richten.
Het verbod op 27 juni 1940 van de Duitse
bezetter om de communistische krant het
Volksdagblad te verbieden omdat het zich
niet aan de censuur hield en het verbod
op het voortbestaan van de CPN op 20
juli 1940 hebben het verschijnen
versneld. Als illegale opvolger van Het
Volksdagblad verscheen in november 1940
De Waarheid. Als regionale edities van
De Waarheid verschenen tegelijkertijd
kranten als De Vonk, Tribune, Het Compas
en het Noorderlicht. Deze laatste
verscheen voornamelijk in Groningen en
Friesland en werd vanuit de stad
Groningen opgezet door Jan Herder die
door de CPN was aangewezen als
instructeur bij het opbouwen van een
illegale organisatie in het noorden van
Nederland.
Hoofdartikelen werden in
Amsterdam geschreven onder
verantwoordelijkheid van de centrale
leiding van de CPN en via koeriers en
koeriersters door het hele land
verspreid, waar de tekst ter plaatse op
stencil werd gezet en verspreid.
Van de wederwaardigheden
van het Noorderlicht in Friesland is het
volgende bekend: Voor de verspreiding
het Noorderlicht in Friesland werden
drie groepen gevormd. De eerste bestond
uit Martin Beuving, bouwvakker en
gemeenteraadslid in Leeuwarden voor de
CPN; Jan Weistra, 25 jaar, CPN-er en
loodgieter uit Leeuwarden; Dirk Faber,
41 jaar, christelijk en timmerman uit
Leeuwarden, Fedde de Groot uit
Leeuwarden, 20 jaar en lid van de
Nederlands Jeugdfederatie; Corrie van
der Meulen uit Leeuwarden, 20 jaar en
lid van de Nederlandse Jeugdfederatie;
Eds van der Heide, 32 jaar, monteur uit
Leeuwarden, partijloos, en zijn vrouw
Klaaske, lid van de CPN.
Een twee
verspreidingsgroep bestond uit Jacob de
Wacht, 42 jaar, bouwvakker en CPN-er uit
Leeuwarden; Foppe Schipof, 42 jaar,
vrijbuiter en negotieverkoper uit
Leeuwarden; Harry Tulp, 32 jaar, lid van
de CPN en vertegenwoordiger; Jacob de
Rook, 51 jaar, visroker uit Lemmer
en lid van de CPN.
Tot de
derde groep, de zogenaamde
Houtigehagegroep, behoorden Frans
Dalstra uit Surhuisterveen, 39 jaar,
transportarbeider en lid van de CPN;
Piet Keverkamp, 33 jaar, kapper in
Houtigehage, katholiek (die bij zijn
arrestatie in 1941 tegen zijn vrouw zei:
“Nee ik hoef mijn jas niet aan, ik ben
zo terug.”); Siebe Bos, 32 jaar, voerman
en lid van de CPN.
Toen de
Noorderlichtgroep in Groningen in
februari 1941 werd opgerold werd het
Noorderlicht op 5 maart 1941 voor de
eerste en laatste maal in Leeuwarden
gemaakt in de Insulindestraat bij Eds en
Klaaske van der Heide en van daaruit
verspreid. Kort daarna werden vrijwel
alle medewerkers gearresteerd.
In
Groningen werden ongeveer 55 mensen van
de Noorderlichtgroepen gearresteerd en
naar concentratiekampen gevoerd. Slechts
een klein deel daarvan heeft het er
levend van afgebracht.
-
Roossien,
T. (Borger) geboren in 1902 te
Wildervank, overleden in 1940 te
Lemmer.
Willem van Slageren,
geboren op 3 juni 1932 te Lemmer, overleden op 17 april 1945 te
Lemmer.
Herinneringen van Johannes de Vries uit Lemmer.
LEMMER – Zondagavond. Negen uur. Eén
en zestig jaar geleden zaten we met ons vijven – mijn grootouders,
mijn ouders en ik – op de bank in de winkel. Vol bange
voorgevoelens, angst voor de komende nacht en vol hoop dat de
bezetting nu bijna voorbij was. Alles wees er op dat de Duitsers
zich klaar maakten voor de aftocht. Over water naar Noord Holland.
Alles wat Duitser was bewoog zich in de richting van de havens.
Behalve een wagen met een wit paard er voor. Die ging verder de
Nieuwburen op. Zouden ze wat vergeten hebben om mee te nemen? We
besloten te wachten tot zij terug kwamen. Dat duurde niet zo erg
lang. Ze kwamen terug met het materiaal dat op het Katholieke deel
van het kerkhof opgesteld was geweest. Nu moesten we dan toch maar
naar bed. Kleren maar zo veel mogelijk aan houden. Als er wat mocht
gebeuren was je meteen klaar om te doen wat er gedaan moest worden.
Nauwelijks lagen we in bed of er kwam een vreselijk rammelend
lawaai. Met een ontploffing. Voor ons stond het vast dat de Duitsers
de bruggen en sluizen opbliezen. Maar het leek wel of ze het niet
kapot konden krijgen. Om de paar minuten herhaalde dit alles zich.
Alleen werden de tussenpozen langzamerhand groter.
Pas tegen de morgen werd het stil. De
bruggen lagen er nog en burgemeester Krijger liep met het geweer aan
de schouder voor het Gemeentehuis. Van hem hoorde mijn vader dat de
Duitsers echt vertrokken waren. Het lawaai van die nacht had niets
met bruggen en sluizen te maken gehad. Lemmer had die nacht onder
Geallieerd vuur gelegen. Er was grote schade en mogelijk waren er
ook slachtoffers gevallen. Een paar uren scheidden ons toen nog van
de binnenkomst van de Canadese bevrijders.
Die hele nacht en de daarop volgende
dag staan mij nog levendig voor de geest. Toch zijn er enkele dingen
die er uit springen. Dat was in de eerste plaats dat we hoorden dat
Willem van Slageren zwaar gewond
was door granaatverwondingen tijdens de bevrijding's gevechten. Even
later werd hij naar de bewaarschool aan de Lijnbaan over gebracht.
Willem verbleef tijdens het voorval
bij de familie Bondiettie-Jongsma aan de Schans te Lemmer.
Zijn vader liep als
een gebroken man achter de brancard. Mijn grootvader ging hem vragen
hoe erg het was. ‘Hij leeft nog’, was het antwoord. Al gauw hoorden
we dat hij in de als noodziekenhuis ingerichte bewaarschool
overleden was. Dit maakte op ons diepe indruk. De familie Van
Slageren had lang tegenover ons gewoond en toen we klein waren was
Willem mijn vaste speelkameraadje.
Een andere gebeurtenis was midden in die nacht. Naast ons woonde de
familie Visser. Een broer en twee zusters waarmee wij al tientallen
jaren in onmin leefden. De Weeskes voor de Lemsters. Contacten
gingen alleen via deurwaarders, advocaten en rechters. We hoorden
dat zij in de steeg waren. Mijn vader ging er heen. In zulke
omstandigheden vergeet je alle ruzie en kijk je of er geholpen moet
worden. Op vaders vraag of er wat gebeurd was antwoordden de dames:
‘Er is een stuk vuur gevallen. Denk er om, trap er maar niet op’.
Meteen kwam Dominicus, de broer, uit het pakhuis. ‘Spreek niet tegen
die vent, naar binnen jullie’. Vader heeft daar geen vriendelijk
antwoord op gegeven.
Als laatste een wat positiever gebeurtenis. Op de Straatweg woonde
een boer, beter gezegd een koemelker. Waar nu de familie Dalsheim
woont. Hij had twee koeien en die waren de vorige dag door de
Duitsers meegenomen. ’s Morgens liepen ze nog op de dam. Toen heel
Lemmer zich hier in het centrum verzamelde om de Canadezen binnen te
zien komen, kwam meester De Vries (van de lagere school, niet te
verwarren met het NSB hoofd van de ULO school met dezelfde naam) met
beide koeien aan een touw over de brug. Er werd hem aangeboden om de
dieren naar hun baas terug te brengen. Daar was geen kans op. ‘Dit
doch ik sels’, zei De Vries.
Alle jaren rond deze tijd komen die herinneringen weer naar boven.
Deze keer nog sterker dan anders nu ik bij het voorbereiden van een
artikel over de vernoeming van het parkje bij de Markerstraat naar
onze laatste vermoorde Joden weer verschillende boeken over de
oorlog en de Bevrijding in handen kreeg.
Sterk, A. (Nijmegen) geboren in 1914 te Lemmer, overleden in
1944 te Nijmegen.
Jaap Stienstra, gewoond hebbend op de Parkstraat 119 te Lemmer.
Geboren 31 maart 1894 te Lemmer, overleden op 21 oktober 1942 in het
IJsselmeer.
De Tweede Wereldoorlog zou ook aan de " Groningen
IV"
niet onopgemerkt voorbij gaan, integendeel, want op 21 oktober 1942
werd het schip overdag door Engelse jachtvliegtuigen beschoten,
waarbij Jaap Stienstra helaas om het leven kwam.
Kapitein Rein de Jong hees na de beschieting de noodvlag.
Bemanningen van twee andere vaartuigen, de Groningen III en de Jan
van Nieveen boden hulp. De zwaargewonde Jaap Stienstra werd zo snel
mogelijk overgebracht naar de vaste wal, maar bezweek bij de
Lemstersluis aan zijn opgelopen verwondingen.
Na de zomer van 1944 bleef de toen 74 jaar oude hofmeester Bosma
thuis en werden zijn zoon Yme Bosma en Tiemen, hofmeester op de "Groningen
IV".
Kapitein R. de Jong was inmiddels met pensioen en werd opgevolgd
door A. van der Meer. Men voer toen alleen 's nachts vanwege het
beschietinggevaar, maar op een heldere nacht in oktober van dat jaar
werd het schip licht beschoten door een vliegtuig. Er raakte een
vrouw niet ernstig gewond door een scherf en het bovenstuk van de
mast kwam met een donderende klap naar beneden. Het bleef gelukkig
bij één salvo en iedereen was blij toen men verder ongeschonden in
Lemmer aankwam. Dit waren de zg. hongerreizen met iedere nacht veel
passagiers aan boord, die voedsel gingen halen uit Friesland.
Jacob Thijseling, geboren op 16 februari 1904 te Lemmer,
overleden op 21 oktober 1942 te Lemmer.
De
'Friesland' op het IJsselmeer: Op 21 oktober 1942 voerde de Royal
Air Force aanvallen uit met door RAF-piloten gevlogen Mustangs op
diverse doelen in Duitsland, België en Nederland. Ook de 'Friesland'
van rederij Koppe werd aangevallen. Het schip was net uit Lemmer
vertrokken, met als reisdoel Amsterdam. Net voorbij Rotterdammerhoek
wipten twee Mustangs over de dijk van de Noordoostpolder om
vervolgens laag vliegend de 'Friesland' te bestoken. De passagiers
waren op het dek beneden, waardoor zij niet werden geraakt. Van de
bemanning werden kapitein Jelle Hendriksma, stoker
Jacob Thijseling,
matroos Gerke Bootsma en lichtmatroos Emylius de Hoop gedood.
Het R.A.F. vliegtuig had de
pijpleiding en de stoomleiding stukgeschoten en omdat daar toen
allemaal stoom uit kwam, dachten ze dat de boot in brand stond
waarna het vliegtuig is weggevlogen.
Visser, H. (Vollenhove) geboren in 1894 te Scharl, overleden
in 1945 te Schoterzijl.
Harmen Visser, geboren
op dinsdag 23 oktober 1906 te Lemmer, overleden op 10 mei 1940 te
Venebrugge.
Harmen was een van de eerste Nederlandse oorlogsslachtoffers in
W.O. II. Hij werd thuis in Venebrugge (ligt bij de Duitse grens) bij
het in veiligheid brengen van zijn kinderen geraakt door Duitse
munitie.
Bouwe de Vries, gewoond hebbend
op de Polderdijk 3 te Lemmer, geboren op 30 april 1916 te Lemmer,
overleden op 18 april 1945 te Heerenveen. Zwaar gewond geraakt
tijdens de de bevrijding van Lemmer, waaraan Bouwe later in
Heerenveen is overleden.
Christiaan de Vries, (Zat bij
het 4-1 Regiment Huzaren). Geboren op 16 januari 1911 te Lemmer,
overleden op 12 mei 1940 te Lemmer.
12 mei 1940.
Door de beschieting en de daardoor
ontstane verwarring was veel tijd verloren gegaan, waardoor de drie
eskadrons pas om 05.30 uur de hun aangewezen opstellingen hadden
bereikt. Net ter plaatse aangekomen kreeg 4-1 R.H. vijf vijandelijke
pantserwagens onder vuur. Na een hevig vuurgevecht trok de vijand
terug op Terschuur.
Om 10.00 uur gingen de drie eskadrons met een enigszins gewijzigde
opdracht voorwaarts:
4-1 R.H. naar Achterveld met opdracht te verkennen in de richting
Barneveld;
5-1 R.H. naar Terschuur met opdracht te verkennen naar Voorthuizen;
5-1 R.H. naar de noordoost rand van Nijkerk met opdracht te
verkennen in de richting van Putten en Ermelo.
4-1 R.H. onder aanvoering van de reserve ritmeester mr. A.L.F.J. de
Vries ging halverwege Hoevelaken-Terschuur van de spoorweg en de
grote weg naar Apeldoorn af naar het zuiden en volgde de weg die
loopt van Terschuur naar het 4 kilometer zuidwaarts gelegen
Achterveld. Aangezien de brug in deze weg over de Barneveldse Beek
was opgeblazen werd deze beek doorwaad. Hierna ontving het eskadron
vijandelijk vuur.
Met de eskadronscommandant aan het hoofd ging het eskadron
onmiddellijk tot de aanval over en wist de vijand op Achterveld en
in oostelijke richting naar Barneveld terug te werpen. Bij deze
aanval werden enige krijgsgevangenen gemaakt.
De vijand waarmee het eskadron in gevecht was geraakt bestond uit
een bataljon infanterie, een antitank compagnie, een genie compagnie
en een batterij artillerie. De krachtsverhouding viel van meet af
aan ongunstig uit ten opzichte van het eskadron.
Toen het eskadron bij de kerk van het dorp was gekomen, werd het uit
twee richtingen hevig aangevallen. De eskadronscommandant, die met
zijn PCn. de huzaren voorging, werd hierbij aan zijn knie gewond.
Met de woorden 'Geeft niets, ik geef het nog niet op' stelde hij
zijn omgeving gerust. Een aantal Duitsers die de
eskadronscommandant, mr. A.L.F.J. de Vries, sommeerde zich over te
geven kregen te horen: 'Dat nooit, leve de Koningin!' Kort daarna
greep hij een karabijn en riep: 'Stormen'. Onmiddellijk daarop werd
hij door een kogel dodelijk getroffen. De kornet P. Rink, commandant
van een peloton, die eveneens moedig zijn huzaren aanvoerde, werd
door een granaatscherf dodelijk aan het hoofd getroffen.
Op de westvleugel was een ander
peloton vastgelopen tegen zwaar vijandelijk vuur. De
pelotonscommandant, de reserve le luitenant H. Simon Thomas, werd
dodelijk door een kogel getroffen, juist toen hem het bericht door
een ordonnans werd gebracht dat de ritmeester was gesneuveld. Drie
van de pelotons waren in een hevig gevecht gewikkeld en het vierde
peloton dat in tweede lijn lag kreeg vuur van achteren. De
pelotonscommandant, de opperwachtmeesterinstructeur J.H. van Melic,
die zijn huzaren krachtig aanmoedigde met de woorden 'Overwinnen of
sterven', werd zwaar gewond en is enige tijd daarna aan deze
verwondingen overleden.
Van het eskadron waren op dit moment de eskadronscommandant, een
luitenant, een kornet, een opperwachtmeester, twee wachtmeesters,
een korporaal en vijf huzaren gesneuveld en waren er velen gewond.
Het eskadron was nu geheel omsingeld en de vijand drong van alle
zijden op.
De overgebleven pelotonscommandant, een wachtmeester die nu het
commando had overgenomen, trachtte de restanten van het eskadron te
verzamelen om zich aan de groep van de vijand te onttrekken. Deze
poging mislukte. Velen hebben nog een tijd moedig gestreden maar
tenslotte moest het eskadron de ongelijke strijd opgeven. Zestig man
werden gevangen genomen, de overigen hebben na enige dagen te hebben
rondgezworven, de eigen linies weer kunnen bereiken.
Achteraf is gebleken dat de eskadronscommandant niet was ingelicht
over het feit dat de voorposten in dit gebied reeds met de vijand in
gevecht waren!

In Achterveld is een gedenksteen onthuld.
Jenne de Vries, geboren op 5
mei 1911 te Lemmer. Jenne was verplicht
tewerkgesteld in Duitsland, hij vertrok op 18 augustus 1942 en
overleed daar op 28 juni 1943
te Schönebeek. Begraven op het Nederlands
ereveld Loenen.
Joost de Vries, geboren op 14
augustus 1922 te Lemmer. Joost zijn vader had een winkel aan de
Schans in Lemmer. Joost was verplicht
tewerkgesteld in Duitsland, hij vertrok op 19 maart 1942, en is
tijdens zijn verlof overleden op 5 november 1942 te Steggerda.
Bouwe van der Wal, gewoond
hebbend op de Parkstraat 68 te Lemmer. Geboren
op 8 juni 1902 te Lemmer, overleden op 11 april 1944 te Havelte. Omgekomen tijdens de
beschieting van de bevrijding van Lemmer.
Fokelinus van der Wal,
geboren op 28 november 1899 te Stedum,overleden op 18 april 1943 in
Kamp Vught.
Fokelinus van der Wal is
kind in een groot gezin. Fokelinus zit maar korte tijd
op school omdat hij mee moet helpen het gezin te
onderhouden. Al op jonge leeftijd werkt Fokelinus dan
ook voor een boer in de omgeving. Fokelinus wil meer.
Hij gaat in zijn vrije tijd studeren en komt als
douanier aan de grens terecht. Later wordt hij
belastingambtenaar.
In 1924 trouwt Fokelinus op zijn verjaardag, 28
november, met Alke Steenwijk. In het gezin Van der Wal
worden vervolgens tien kinderen geboren, de jongste op 4
januari 1942.
Fokelinus van der Wal wordt na zijn huwelijk lid van de
gereformeerde kerk. Hij is al snel lid van de
kerkenraad, als diaken en later als ouderling. In deze
jaren is Fokelinus tevens bestuurslid van de
christelijke bouwvereniging Patrimonium.
In 1943 wordt Fokelinus
gevraagd de namen te geven van mensen die voor de
bezetter zouden kunnen werken. Fokelinus weigert dit.
Een politieagent geeft dit door aan de SD in Leeuwarden
en al snel doorzoekt de SD de woning van het gezin Van
der Wal. Fokelinus wordt meegenomen. Hij zit eerst in
Leeuwarden vast, daarna in Groningen en wordt van daar
naar Kamp Vught gebracht. In Kamp Vught wordt Fokelinus
ziek en overlijdt aan de ontberingen. De officiële
lezing maakt melding van hart- en vaatproblemen.
Op 22 april 1943 krijgt het gezin Van der Wal van het
Rode Kruis en een predikant het bericht dat Fokelinus op
18 april 1943 in Kamp Vught is overleden.
Lambrecht Willem Wessels, gewoond hebbend op
de Nieuwburen 23 te Lemmer, geboren op 27 februari 1905 te Goes.
Zoon van Philippus Wessels en Maria Cornelia Lamain. Overleden op 10
december 1945 te Lemmer.
Michiel Westerveld, gewoond
hebbend op de Werkhaven K 45 te lemmer, geboren op 30 oktober 1900
te Schiedam. Overlden op 27 juli 1940 te Lemmer.
27
juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd
veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam
en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de
slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus
Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar,
Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoef 31
jaar, Michiel Westerveld 34 jaar. Door het Waterschap
Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette
heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de
ramp.
De bomexplosie te
Lemmer, door Jan de Vries
9 mei 1995. Bij het monument in de NH-kerk werden kransen gelegd,
zoals gebruikelijk vond de eerste kranslegging plaats op de
militaire erebegraafplaats bij het monument 'Cross of Sacrifice'
opgericht en onthuld in 1954.
Een citaat uit de herdenkingstoespraak van burgemeester J. Bosma:
Hij herinnerde de aanwezigen er aan dat leven in een democratie
inzet van ons allen vraagt, in gezin, straat, dorp en democratisch
gekozen organen.
Verzetstrijders van
Friesland
◊ Nu
volgen de Joodse slachtoffers van de Tweede
Wereldoorlog uit Lemsterland.
In Lemmer woonde voor 1741 ten minste
één joodse familie, die Turksma heette. Vanaf 1770
leverde een niet-joodse herberg (Herbergh. De
Wyldeman) koosjer voedsel aan joden die gebruik
maakten van het veer Amsterdam- Lemmer. Aan een muur
van de herberg hing een bordje met het opschrift
'koosjer'. De synagoge aan de Schans, in gebruik
sinds 1820, werd in 1866 met hulp van het
stadsbestuur
opgeknapt en ingewijd op 27 juli van dat jaar.
De joodse begraafplaats werd in 1801 gekocht en lag
aan de voet van de Zeedijk. De oudste grafsteen is
van 1817. Vanwege overstromingen werd besloten de
doden elders te begraven en in 1876 schonk de
burgemeester van het nabijgelegen dorp Tacozijl,
jonkheer Jacob van Swinderen, een stuk land in
Tacozijl voor dit doel. De enige joodse vereniging
in Lemmer was Tov we-Chesed,(God is liefde/goedheid)
opgericht in 1906 voor bestudering van de Tora en
verzorging van de overledenen. In 1924 werd Lemmer
bij het gebied van de joodse gemeente te Sneek
getrokken. De synagoge is tot 1920 gebruikt en
daarna verbouwd tot een woonhuis.
Drie joden die in 1941 nog in Lemmer
woonden, zijn door de Duitsers gedeporteerd en
vermoord. Hun namen staan vermeld op een gedenksteen
die op 4 mei 1990 is onthuld op de joodse
begraafplaats in Tacozijl. In 1989 werd deze
begraafplaats door de Stichting Joodse Begraafplaats
Tacozijl geheel gerestaureerd. Het onderhoud wordt
verzorgd door 'It Fryske Gea'.
Op
deze site kunt U ook de achtergronden,
gezin, familieleden en gebeurtenissen
van onderstaande personen vinden.
www.joodsmonument.nl.
Sara
Blok.
Lemsterland, 6 juni 1871.
Sterfplaats onbekend, 29 september
1942. 71 jaar.
Saartje Blok. Lemmer, 25 juni 1876. Auschwitz, 19 november 1942.
66 jaar.
Jozeph Blok.
Lemmer, 10 oktober 1878.
Auschwitz, 19 november 1942.
64 jaar.
Hartog Blok. Lemsterland, 16 december 1882. Auschwitz, 21
september 1942. 59 jaar.
Goutje Cauveren-Benninga. Lemmer, 27 januari 1894.
Sobibor, 20 maart 1943. 49 jaar
Johanna Wolff-Benninga. Lemmer, 3 januari 1891.
Auschwitz, 6 oktober 1944. 53 jaar
Simon Benninga. Lemsterland, 22 mei 1879. Auschwitz, 25
januari 1943. 63 jaar.
Kaatje Benninga. Lemsterland, 27 november 1899.
Auschwitz, 25 januari 1943. 43 jaar.
Henriette
van
Messel-Culp.
Lemmer, 4 januari 1877.
Apeldoorn, 24 mei 1941. 64 jaar.
Jacob Culp. Lemmer, 27 januari 1879. Amsterdam, 22
december 1940. 61 jaar.
Aron van Dantzich. Lemmer, 24 mei 1892. Sterfplaats
onbekend, Sterfdatum onbekend.
Jantje Davidson-de Jong. Lemsterland, 15 juli 1855.
Auschwitz, 6 maart 1944. 88 jaar.
Mietje Wittenburg-Davidson. Lemsterland, 21 april 1878.
Sobibor, 9 april 1943. 64 jaar.
Mina Davidson. Lemsterland, Lemsterland, 22 mei 1882.
Auschwitz, 25 januari 1943. 60 jaar.
Elsje Mendels-Davidson. Lemsterland, 13 maart 1884.
Sobibor, 20 maart 1943. 59 jaar.
Feikje van Bergen-Davidson. Lemsterland, 29 juli 1888.
Auschwitz, 10 september 1942. 54 jaar.
Machiel Davidson. Lemsterland, 21 juli 1893. Auschwitz,
28 februari 1943. 49 jaar.
Debora de Bruin-Italie. Lemsterland, 3 februari 1862.
Sobibor, 30 april 1943. 81 jaar.
Isidor Italie. Lemsterland, 1 november 1863. Sobibor, 2
april 1943. 79 jaar.
Anna Rachel de Lieme-Italie. Lemsterland, 4 september
1871. Sobibor, 30 april 1943. 71 jaar.
Aleida van Gelder-Italie. Lemsterland, 4 december 1873.
Sobibor, 9 april 1943. 69 jaar.
Jantje Jacobs. Lemsterland, 6 november 1883. Auschwitz,
19 november 1942. 59 jaar
Mette Jacobs. Lemsterland, 22 september 1881. Sobibor, 9
april 1943. 61 jaar.
Sara de Jong-de Jong. Lemsterland, 20 maart 1869.
Auschwitz, 7 december 1942. 73 jaar.
Hanna Blits-de Jong. Lemsterland, 5 september 1870.
Amsterdam, 10 oktober 1942. Hanna Blits-de Jong heeft onder druk
van de omstandigheden een einde aan haar leven gemaakt. 72 jaar.
Levie de Jong. Lemsterland, Lemsterland, 5 maart 1875.
Auschwitz, 14 januari 1943. 67 jaar.
Naatje Rokkestikker-de Jong. Lemsterland, 27 september
1879. Sobibor, 21 mei 1943. 63 jaar.
Hester de Jong. Lemsterland, 28 mei 1881. Sobibor, 30
april 1943. 61 jaar.
Salomon de Jong. Lemsterland, 3 november 1882. Sobibor,
16 juli 1943. 60 jaar.
Sara Polak-de Jong. Lemsterland, 23 april 1891. Sobibor,
7 mei 1943. 52 jaar.
Mette Arons-de Jong. Lemsterland, 24 november 1892.
Sobibor, 28 mei 1943. 50 jaar.
Abraham
de
Jong.
Lemmer, 28 september 1893.
Auschwitz, 19 augustus 1942. 48
jaar
Duifje Polak-de Jong. Lemsterland, 28 juli 1897.
Auschwitz, 1 februari 1943. 45 jaar.
Jacob de Jong. Lemsterland, 16 mei 1899. Sobibor, 9 juli
1943. 44 jaar.
Abraham Arnold de Jong. Lemsterland, 14 januari 1901.
Auschwitz, 12 februari 1943. 42 jaar.
Bertha Jeanetta Henderika de Jong. Lemsterland, 24 juli
1906. Auschwitz, 10 september 1943. 37 jaar.
Bardiena Krammer. Lemsterland, 20 augustus 1885.
Auschwitz, 29 oktober 1942. 57 jaar.
Herman Krammer. Lemsterland, 18 maart 1887. Sobibor, 14
mei 1943. 56 jaar.
Harry Leefsma. Lemmer, 16 december 1916. Auschwitz, 23
september 1942.
Reintje de Jong-van Leer. Lemsterland, 26 april 1881.
Auschwitz, 21 september 1942. 61 jaar.
Abraham van Leer. Lemsterland, 14 mei 1883. Auschwitz, 22
oktober 1942. 59 jaar.
Zadok van Leer. Lemsterland, 22 april 1885. Auschwitz, 31
januari 1943. 57 jaar.
Esther van Praag-van Leer. Lemsterland, 30 april 1888.
Auschwitz, 21 september 1942. 54 jaar.
Arie Mendels. Lemsterland, 15 november 1857. Sobibor, 9 juli
1943. 85 jaar.
Mietje Delmonte-Mendels. Lemsterland, 2 mei 1861. Sobibor, 21
mei 1943. 82 jaar.
Pietje van Straten-Mendels. Lemsterland, 13 september 1874.
Auschwitz, 14 januari 1943.68 jaar.
Henderina Peekel-Mendels. Lemsterland, 29 september 1876.
Sobibor, 30 april 1943. 66 jaar.
Rosette Sloggem-Mendels. Lemsterland, 5 oktober 1879. Auschwitz,
27 november 1942. 63 jaar.
Pietje Morpurgo-Mendels. Lemsterland, 11 februari 1882.
Auschwitz, 19 februari 1943. 61 jaar.
Pietje Bloemendal-Mendels. Lemsterland, 6 maart 1885. Auschwitz,
27 augustus 1943. 58 jaar.
Herman Speijer. Lemsterland, 1 september 1918. Sobibor, 4 juni
1943. 24 jaar.
Abraham van der Woude. Lemsterland, 7 december 1875. Sobibor, 23
april 1943. 67 jaar.
Jacob van der Woude. Lemsterland, 26 mei 1876. Auschwitz, 23
november 1942. 66 jaar.
Martha van der Woude. Lemsterland, 13 januari 1879. Auschwitz,
15 oktober 1942. 63 jaar.
Betty de Levie-van der Woude. Lemmer, 7 juni 1907. Auschwitz, 5
november 1942. 35 jaar
Marga Jetchen Therese van der Woude. Lemsterland, 9 november
1910. Auschwitz, 23 november 1942. 32 jaar
Benjamin Zeehandelaar. Lemsterland, 4 april 1863. Sobibor, 9
april 1943. 80 jaar.
Israel Zeehandelaar. Lemsterland, 26 augustus 1870. Sobibor,
7 mei 1943. 72 jaar.
Dodenherdenking
4 mei 1995.
's
Middags vond een korte plechtigheid plaats op de joodse
begraafplaats in Tacozijl. Burgemeester J. Bosma van de gemeente
LemsterIand legt een krans bij het Monument. Uit de
herdenkingstoespraak van de burgemeester citeren wij: De herdenking
op 4 mei is ook bedoeld om te beseffen dat zaken zich kunnen
herhalen. De opdracht blijft verbondenheid en waakzaamheid over onze
samenleving. Daarbij kan zelfs verzet nodig zijn.
De
Joodse begraafplaats werd in 1801/1802 gekocht en lag aan de voet
van de Zeedijk. De oudste grafsteen is van 1817. In “Pinkas” wordt
verteld dat vanwege de overstromingen besloten werd de doden elders
te begraven en dat in 1876 de burgemeester van het nabij gelegen
dorp Tacozijl , jonkheer (Jan Hendrik Frans Karel) van Swinderen,
een stuk land voor dit doel schonk. Het kadaster van 1832 geeft
echter al een perceel aan op de huidige plek (BLK C 532, 620 m² ,
begraafplaats , eigenaar de Israëlitische Gemeente) dat ook in 1930
op de topografische kaart nog als begraafplaats wordt omschreven;
het bleek dat het stuk land van van Swinderen, aansluitend aan de
bestaande begraafplaats lag, maar hoger gelegen.
Zo kent de huidige begraafplaats een hoger en een lager gelegen
gedeelte. De Leeuwarder Courant van 14 augustus 1876 laat over het
aanbod van Jhr. Van Swinderen geen twijfel bestaan:
Lemmer.
De
Israëlitische begraafplaats alhier was ten eenenmale geheel
onbruikbaar geworden, hetgeen voor de kleine gemeente reden van
bezorgdheid gaf om daarvoor een nieuw terrein aan te schaffen,
terwijl een zoodanige aankoop een niet te gering te schatten uitgaaf
vereischte. Goede raad was duur. Na vergeefse pogingen te hebben
aangewend vervoegde het kerkbestuur zich tot Jonkheer van Swinderen,
burgemeester van Gaasterland, die ons niet alleen met finantielen
raad bijstond , maar bovendien ons een groote uitgestrektheid lands
ten geschenke gaf , dat ons een begraafplaats verschafte, trots het
beste onder de begraafplaatsen in ons vaderland.
Aangezien wij geheel buiten de kom der gemeente van dien edelen
gever woonachtig zijn, vragen wij ieder weldenkend mensch, of
genoemde heer te vergeefs met aardsche goederen is gezegend.
De Israëlitische gemeenteleden betuigen jonkheer van Swinderen
daarvoor dan ook hunnen duizendvoudigen dank.
Jonkheer van Swinderen bracht het tot ridder in de orde van de
Nederlandse Leeuw, en was Lid van de Eerste Kamer der Staten
Generaal, en ook Lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict
Dokkum. Voorts was hij dijksgedeputeerde van het waterschap Zeven
Grietenijen en de stad Sloten, voorzitter van de Grote Noordwolder
polder en voorzitter van de Vereniging van burgemeesters en
gemeentesecretarissen van Friesland. Ook was hij lid van de
Provinciale Staten van Friesland voor het kiesdistrict Sneek. Bij
zijn overlijden op 64 jarige leeftijd in 1902 te Rijs vermeldt de
Leeuwarder Courant ook nog dat de overledene gedurende zijn gehele
leven een weldoener van honderden geweest was , en in zijn gemeente
waar hij geboren en getogen was zich een grote mate van populariteit
had weten te verwerven.
In
ieder geval zullen ook de Friese Joden hem ten goede hebben
herdacht. De begraafplaats Tacozijl werd omstreeks 1989 van de
totale verloedering gered, door een groep Lemsters onder aanvoering
van mevrouw M. Bastian-Pen. Zij richtten daartoe de ‘Stichting
Joodse Begraafplaats Tacozijl’ op.
Deze Stichting zorgde voor de totale restauratie van de
begraafplaats. Zo’n honderd donateurs uit Lemsterland, maar ook van
ver daar buiten, steunen de Stichting financieel. De Stichting zorgt
nog steeds voor het onderhoud van dit markante stukje Lemsterland,
in samenwerking met de gemeente Lemsterland en Werkvoorzieningschap
Caparis (voorheen Waghenbrugghe).
Aantal bewaard gebleven grafstenen: 29 tot 1938.
Aantal overleden Joden :ca 123.
Het aantal Joden geboren in Lemsterland en Gaasterland, omgekomen in
concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog, bedraagt 5523.
50 jaar vrij
Vrijheid door voertuigen 5 mei 1995.
Maandenlang werd er tot op de centimeter nauwkeurig gemeten,
gepuzzeld en gepast. Een plan bedenken om een kleine honderd
legervoertuigen de woorden '50 jaar vrij' te laten vormen is één
ding, het ook daadwerkelijk uitvoeren is een tweede. De Stichting
Bevrijdingsfestival Fryslän had zich zeer waarschijnlijk wel twee
keer bedacht als ze van tevoren wist hoeveel bloed, zweet en
tranen het plan zou kosten. Patronen moesten worden uitgetekend, de
legervoertuigen opgemeten en op elkaar gepast en dan
moesten ze bij elkaar ook nog eens die drie magische woorden vormen.
De Stichting wist het plan echter met een goed resultaat af te
sluiten. Vanuit de lucht is te zien hoe bij het Lauwersmeer de 92
authentieke voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog de woorden '50
jaar vrij' vormen. De amfibie- en rupsvoertuigen, de jeeps en de verkennigs-voertuigen hadden er een lengte van driehonderd meter
voor nodig. De Amerikanen, Fransen en Engelsen hadden het karwei in
een uur geklaard. Zij waren speciaal voor het kunststukje met hun
wagens overgekomen naar Friesland. Iedereen wist precies waar hij
met z'n legervoertuig moest staan. 'Als we van tevoren de patronen
daarvoor niet hadden uitgezet, was het nooit en te nimmer gelukt.
Al die voertuigen hebben verschillende afmetingen, dat maakt het zo
ingewikkeld. Maar het is zeker de moeite waard. Ook de buitenlanders
vonden het ontzettend leuk om te doen', zegt Maaike Veldhuis van de
Stichting Bevrijdingsfestival Fryslân. Het is fantastisch om te
zien hoe je plannen uiteindelijk vorm hebben gekregen. Wat begint
als een gek idee, krijgt steeds vastere vormen en toont uiteindelijk
deze mooie tekst. Fantastisch....
◊ Onthulling Monument voor de gevallen en te St. Nicolaasga.
4 mei 1948.
It sied fan
juster is de
frucht fan
moarn.
|
†
17-III-1945
R. Knol
W. Hof
Y. Yntema
D. de Ruiter
S. de Ruiter |
†
19-IX-1944
J. Gaastra
B. Julius
J. Prins
|
†
17-III-1945
A.
Koopman
J. Hornstra
H. Brouwer
T. Kuurstra
J. Boersma |

◊ Onthulling
Monument voor de gevallenen te St.Nicolaasga 4 mei 1948.
It sied fan juster
is de frucht fan moarn.
ST. NICOLAASGA, 4 Mei 1948 - Dinsdagmiddag half twee riep Dr.
Haveman van St.Nicolaasga namens de commissie belast met het oprichten van een monument voor de 13 in de gemeente Doniawerstal gefusilleerden, het welkom toe aan Burgemeester en
Wethouders van Doniawerstal, aan de Eerwaarde heren Kapelaan De
Groot uit Zeist en Ds. Van Andel uit Spannum, aan de
familieleden der gevallenen, aan genodigden en aan een groot
aantal belangstellenden. Het Parochiegebouw was overvol toen
Kapelaan De Groot, als eerste spreker het woord nam en ongeveer
het volgende sprak: Dames en Heren, dit is een vererende maar
tevens een moeilijke opdracht Ik wil een ogenblik stilstaan bij
wat er gebeurd is. Op 19 September 1944 en op 17 Maart 1945
werden wij diep getroffen toen wij de schoten van de fusillades
hoorden, hoewel de gefusilleerden als persoon ons vreemd waren.
Geachte familieleden van de gevallenen. Wij hebben uit de verte
kunnen beseffen wat het voor u heeft betekend. Ik hoop, dat gij
vandaag naar uwe haardsteden terug zult keren met een gevoel van
dankbare piëteit tegenover uw dierbaren. De eerste reactie van
verbittering en haat is misschien langzamerhand gaan af zakken.
Haat en verbittering is negatief. Er is u misschien vaak gezegd:
Het is Gods beschikking geweest en inderdaad is dit zo, al lijkt
het wellicht in tegenstelling met onze wensen en opvattingen.
Berusting in Gods wil is een nieuwe visie. Geloof is de kracht,
die dood en haat overwint. Wanneer gij naar huis gaat, weet dan
dat wij in Doniawerstal hen blijven gedenken. Gaat heen met de
gedachte, dat liefde en rechtvaardigheid de dood en de haat
overwint.
Tot mijn oude vrienden
van de LO in de gemeente Doniawerstal zeg ik dat de banden, die
in de oorlogsjaren gesmeed zijn, niet meer verbroken kunnen
worden. Ons richtsnoer was steeds in dienst met het vaderland,
want leven is dienen. Wij hebben geen romantiek beleefd, doch
heel eenvoudig het verzet een morele steun gegeven, onderduikers
geholpen, spoor- en tramwegpersoneel bijgestaan, evacués en
kinderen uit de grote steden geholpen. In de grootste harmonie hebbenwe samengewerkt, hoewel we van verschillende
godsdienstige overtuiging waren. Vrienden, ik hoop dat de kracht
die wij in de oorlog hadden om voor de gemeenschap samen te
werken, blijft bestaan. Onze gedachten gaan naar de gevallenen,
maar één is er, die rechtvaardig is en dat is God. Moeders,
voedt uwe kinderen op in liefde en rechtvaardigheid, niet in
haat en verbittering. De heer Havenga van Sneek spreekt als
voorzitter van de vereniging 1940 1945. Hij zegt: We zijn nu
drie jaar na de bevrijding, vragen dringen zich aan ons op. Een
der vragen is: Hebben deze monumenten nog zin? We kunnen schone
monumenten oprichten en met eerbied denken aan de gevallenen,
maar is dit voldoende? Neen! Laat ons op deze dag denken aan
onze plicht. We moeten niet doen aan heldenverering, maar we
zijn mensen met al onze zonden en gebreken. Laat de nationale
feestdag zijn een nationale Zondag, een dag van rust en
overdenking. Laten we niet aan ons zelf denken, maar laten we samenwerken aan de toekomst. We moeten een biddend volk zijn,
dat met zijn gedachten naar God gaat. Laat ons in dat vertrouwen
sterk staan in de toekomst.
De
heer Jongeneelen van Amsterdam, hoofdbestuurslid van de
Vereniging van spoor- en tramwegpersoneel, denkt op deze dag in
het
bijzonder aan de heer Berend Julius uit Veenwouden, één van de
gefusilleerden, maar niet alleen aan deze bondsmakker, ook aan
de vele
miljoenen slachtoffers uit de wrede oorlog. Niet alleen zij die
met de wapenen in de hand vielen, maar ook de mannen en vrouwen
van de verzetsbeweging die gevallen zijn. Zij hebben hun leven
geofferd in het belang van de ganse mensheid. Ook denkt hij aan
de tienduizenden die nog zitten in de concentratiekampen en
gevangenissen. We hebben nog lang niet de bevrijding, zoals we
die gehoopt hadden en het zal de taak der ganse wereld zijn om
het opkomende spook te keren. Mag dit onder een andere naam zijn
dan in 1940, in wezen is het hetzelfde. 500 leden van het spoor-
en tramweg personeel zijn gevallen. Hij brengt namens zijn
organisatie hulde aan zijn bondsmakker Berend Julius, als een
der velen, gevallen in dienst der mensheid.
Hulde en dank aan al de gevallenen, dat zij rusten in vrede.
De
heer Bakker, onderwijzer te St.Nicolaasga bracht in dichtvorm
hulde en dank aan de gevallenen. De heer Westerink uit Baarn
zegt dat hij met diepe ontroering hier degenen die gevallen zijn
herdenkt. Hij was één der eerste onderduikers in deze streek van
Friesland en brengt dank voor de hulp aan duizenden Nederlanders
verstrekt. Hij dankt de Friezen voor hun verzet dat hij heeft
leren waarderen. Bovenal dank aan God die de gevallenen de
kracht gegeven heeft dit te kunnen doorstaan. In het bijzonder
herdenkt hij zijn gevallen vrienden Koopman en Hof.
De
heer Douwe Tamminga, lid van de Commissie voor oorlogsmonumenten
spreekt: In pear jier lyn haw ik kontakt opnommen mei de kommisje ut Doanjewerstal, ik bring myn tank oan harren, dat hja
yn sa'n koarte tiid kans sjoen hawwe mei it monumint klear to
kommen. Finansieel moast verschillende de gemeente it seis
rèdde, it jild moast hjir wei komme. Op it monumint stiet de
spreuk: It sied fan juster is de frucht fan moarn. De
slachtoffers binne it sied, dat yn'e groun moast, opdat minsken
dy't nou noch libje de frucht der fan
krije. Hij bislût mei it gedicht fan Fedde Schurer 'Deaden
bitinking'.
Ds. Van Andel van Spannum spreekt nu: Vrienden. Ik herinner het
mij nog als de dag van gisteren, dat wij op Zondag 18 Maart na
de preek ons begaven naar dat kleine huisje waar de lichamen lagen. Die
dingen vergeet men niet meer. Het is zo gevaarlijk, dat wij ons
verliezen
in grote woorden, het is beter er eens heel stil over na te
denken. Wat hebben wij eigenlijk gedaan. Wij zijn laf geweest,
als we schoten hoorden liepen we weg. Als we daar aan denken, dan vraag ik mij
af, wat heeft deze mensen gedreven om te doen wat zij hebben
gedaan? Wat heeft deze mensen bezield, ze wisten wat hun
misschien te wachten stond. Deze mensen hebben gedaan wat wij
als christenen vaak hebben nagelaten, zij handelden naar het
woord van Paulus: Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet
van Christus.
Wij kunnen ook in alle eenvoud meebouwen aan een nieuwe
toekomst, dat staat zo vast als vast staat, dat God de aarde
niet los laat. Ondanks wat ons tegengevallen is, bestaat er toch
nog iets van: Draagt elkanders lasten. Hij brengt dank aan de
Moeder Overste, die de grond heeft afgestaan waarop het Monument
gesticht is. Hij wenst allen in dit moeilijke uur kracht en
stille blijdschap. De aanwezigen begaven zich nu allen naar de
plek waar het monument verrezen is.
Kapelaan De Groot onthult het monument en draagt het over aan
het gemeentebestuur. Burgemeester Van Douwen aanvaardt. het monument en zegt, dat er een woord is dat vaak gebruikt wordt.
Dat is het woord dankbaarheid. Dit woord wordt vaak gezegd, maar
hoe vaak voelen wij ons ontroerd wanneer wij dit woord
gebruiken? De tijd van voor 1940 had enige overeenkomst met de
tegenwoordige tijd, we hadden toen de vrijheid, die wij vaak
niet waardeerden. Toen de vrijheid ons in 1940 door onbeschaafde
horden werd ontnomen, toen kwam de dankbaarheid te laat, maar
het vuur van de vrijheid bleef smeulen, er waren mannen die voor
deze vrijheid hun leven wilden offeren. Dit offer hebben zij
gebracht, wiens namen op dit monument staan. Eerbiedig herdenken
wij hun. Wij staan bij dit monument, gewijd in dankbaarheid aan
hen die vielen.
De
gevallenen vragen ons: Wat hebt gij gedaan voor de vrijheid?
Werkt gij voor uw medemensen of alleen voor eigen voordeel? Wij
hebben ons te schamen over vele dingen en moeten de hand in
eigen boezem steken. Er is te veel eigenbaat en verdeeldheid,
zoek dit niet ver, het is ook in onze gemeente en ook in St.Nicolaasga. Hij brengt het comité dank voor de overdracht en
aanvaardt het monument met eerbied. De gemeente zal voor de
verzorging zorgen, hij doet een beroep op de ouders en de
opvoeders om ook de jeugd eerbied bij te brengen voor dit
monument, hetwelk doet denken aan een waarschuwende vinger.
'It sied fan juster is de frucht fan moarn' laat dit zaad niet
verkommeren, dit gebeurt wanneer wij alleen zien het eigen
belang.
Na de aanvaarding werden een twintigtal kransen en bloemstukken
gebracht door verschillende corporaties en verenigingen.
Het monument zelf bestaat uit een zandstenen zuil, waarin
gebeiteld op de voorzijde:
19-9-'44. J. Gaastra, B. Julius, I. Prins,
en op de beide zijden:
17-3-'45. R. Knol, W. Hof, IJ. IJntema, D. de
Ruiter, S. de Ruiter, A. Koopman, J. Hornstra, H.
Brouwer, T. Kuurstra, J. Boersma.
◊ Zij, die vielen . Doniaga 17 maart 1945
|
|
Yntema, Yde Bouke.
Yde Bouke Yntema, geb. 27 febr. 1902
in Hemelum (Fr.). Tijdens de bezetting diende de
boerderij van de familie Ynterna in Hemelum als
bergplaats voor wapens en munitie van de
verzetsbeweging. Verder verleende Yntema medewerking
aan wapentransporten. Na de meidagen van 1940 liet
hij "Hâld moed". op het toegangshek naar zijn
boerderij schilderen. lijn zoon hield na de oorlog
deze opbeurende tekst van zijn vader in ere. Op het
later vernieuwde ijzeren hek is die tekst namelijk
weer aangebracht.
Yntema had ook tijdens de oorlog altijd de vlag op
de boerderij als het de verjaardag van koningin
Wilhelmina was (31 aug.), Toen kwam de waarschuwing
dat er overvallen van de SD te verwachten waren,
maar hij bleef thuis en ook na de geboorte van zijn
kind dook hij niet onder, omdat hij zijn vrouw niet
in de steek wilde laten (Het kindje was vrijwel
direkt na de geboorte overleden).
De volgende dag (20 maart 1945) kwam de SD en Yntema
werd naar "Crackstate" in Heerenveen overgebracht.
Hij stierf op 17 maart voor het vuurpeleton in
Doniaga, samen met nog negen anderen.
Hij ligt begraven op de Hervormde Begraafplaats in
zijn geboortedorp Hemelum. |
| |
|
|
|
Ruiter, Siebe de.
Siebe de Ruiter, geb. op 26 jan. 1882
in Tjalleberd. Veehouder in Oudehaske. Omdat zijn
boerderij aan het water lag, kwam het verzoek van de
illegale werker, Hotze Brouwer - eveneens woonachtig
in Haskerhorne - om een partij wapens te verbergen,
die dan later per schip afgehaald kon worden. |
| |
|
|
|
Ruiter, Durk de.
Siebe en zijn zoon Durk - geb. op 25
sept. 1921 in Oudehaske - waren bij alle vier
wapendroppings aan het Nannewijd betrokken geweest.
Als gevolg van andere arrestaties werden zowel de
vader als de zoon gearresteerd en naar 'Crack-State'
in Heerenveen gebracht. Op 17 maart 1945 werden ze
als represaille op het erf van de familie Schotanus
om Doniaga gefusilleerd. Beiden liggen begraven op
de Hervormde begraafplaats in Oudehaske.
|
| |
|
|
|
Hornstra, Jeen.
Jeen Hornstra, geb. 22
mei 1900. Veehouder in Wyckel (Gaasterland). Hij had
zich nooit met illegaal werk ingelaten, maar op een
avond had een neef gevraagd of voor één nacht de
helft van een vracht wapens in zijn schuur mocht.
Prompt werd hij daarop gearresteerd op verdenking
van het verbergen van wapens. Hij werd naar de
beruchte SD gevangenis "Crackstate" in Heerenveen
gebracht. Op 17 maart 1945 werd hij, samen met negen
andere gevangenen, in Doniaga gefusilleerd als
represaille voor een aanval van illegale werkers op
een tweetal rondneuzende Duitse marinemensen. |
| |
|
|
|
Brouwer, Hotze.
Hotze Brouwer, geb. 28
mei 1910 in Akmarijp. Hij was veehouder op de
Beatrixhoeve in Haskerhorne.
Hij verborg o.a. wapens in zijn boerderij, die daar
gedropt waren op het droppingsveld bij het
Nannawijd. Verder was hij medewerker van de LO in de
gemeente Haskerland. Als gevolg van een andere
arrestatie werd hij op 8 febr. 1945 gearresteerd en
kwam terecht op het beruchte "Crackstate" in
Heerenveen. Gefusilleerd op 17 maart 1945 in Doniaga
en begraven op de Hervormde begraafplaats in
Haskerhorne. Op de muur van de toren van de
Hervormde kerk aan de Midstraat in Joure is een
gedenkteken voor hem aangebracht. |
| |
|
|
|
Kuurstra, Th.
Th. Kuurstra, geb. 28
dec. 1920, ongehuwd, Leerling middelbare technische
school. Hij was ondergedoken op de Beatrixhoeve te
Haskerhorne bij Hotze Brouwer. Behoorde tot de
Binnenlandse Strijdkrachten. Hij behandelde vooral
het wapenvervoer. Thomas werd gearresteerd op 8
februari 1945 tengevolge van andere arrestaties.
Samen met enkele andere verzetsstrijders werd hij
gefusilleerd als represaille voor de liquidatie van
de Duitse Oberreviermeister Paul Platt en de
Nederlandse Unterwachtmeister Foppe Kootstra op het
erf van boer Schotanus te Doniaga. Begraven op de
algemene gemeentelijke begraafplaats te Harlingen. |
| |
|
|
|
Boersma, J.
J. Boersma, geb. 17
febr. 1910, gehuwd 2 kinderen. Van beroep veehouder
te Katlijk. Behoorde tot de ontvangstploeg die na
dropping van wapens, deze onderbracht in een
schuilplaats en voor de distributie daarvan zorgde.
Door de SD gearresteerd op zijn boerderij te Katlijk
op 23 januari 1945. Voor verhoor werd hij
overgebracht naar het SD-bolwerk Crackstate in
Heerenveen en daar ook zwaar mishandeld. Met negen
andere politieke gevangenen gefusilleerd op het erf
van de boerderij van de familie Schotanus als
represaille voor het liquideren van de Duitse
Revieroberwachtmeister Paul Platt en de Nederlandse
Unterwachtmeister van de Wasserschutzpolizei Foppe
Kootstra op 15 maart 1945. Begraven op de bijzondere
begraafplaats te Nieuwehorne. |
| |
|
|
|
J. Gaastra,
geb. 14 aug. 1913 van beroep bakker, wonende te
Sneek. (gehuwd, 2 kinderen).
Behoorde tot de
KP-Scharnegoutum. Gaastra is gearresteerd op 13
september 1944 in het spergebied te Harlingen. Op
dat moment droeg hij een armband van de Binnenlandse
Strijdkrachten bij zich en tekende daarmee zijn
doodvonnis. Samen met stationschef Berend Julius en
politieman Johannes Prins, beiden woonachtig in
Veenwouden, is hij gefusilleerd. Begraven op de
algemene gemeentelijke begraafplaats te Sneek. |
| |
|
|
|
Julius. Berend.
Berend Julius, geb. op
28 juni 1884 in Beerta. Stationschef (eerste
haltechef) in Veenwouden.
Nadat QP 10 juli 1944 Veenwouden een Duitse
bezetting had gekregen, waren er vaak Duitse
soldaten op het perron. Na "Dolle Dinsdag" - 5
september 1944 - spraken de Duitsers vaak over een
snel vertrek uit Nederland, waarop Julius geantwoord
zou hebben: "Dan laat ik de trein niet vertrekken".
Bij dit gesprek was ook opperwachtmeester Johannes
Prinz aanwezig, maar hij nam geen deel aan het
gesprek. Gebleken is dat de uitspraak van Julius aan
de Duitse commandant is doorgegeven en op 9
september werden Julius en Prinz gearresteerd en
naar de SD in Leeuwarden overgebracht. Daar werd
Julius zwaar mishandeld. Nu was bij St. Nicolaasga,
ondanks de Spoorwegstaking, de tram blijven rijden.
Op 18 september dwong een groepje KP-ers de tram tot
stoppen en de trammensen tot staking. De Duitsers
schoten nu als represaille de volgende morgen drie
mensen bij St. Nicolaasga neer, die in de Leeuwarder
gevangenis zaten. Onder hen was ook Julius. |
| |
|
|
|
Prins. Johannes.
Johannes Prins, geb.
op 17 sept. 1901 in Dokkum. Nadat Veenwouden op 10
juli 1944 een Duitse bezetting gekregen had zag men
vaak Duitse soldaten op het perron in Veenwouden. Na
"Dolle Dinsdag" spraken de Duitsers over een snel
vertrek uit Nederland, waarop de stationschef Berend
Julius geantwoord zou hebben: "Dan laat ik de trein
niet vertrekken". Bij dit gesprek was ook
opperwachtmeester Johannes Prins van de marechaussee
in Veenwouden aanwezig. Gebleken is dat de uitspraak
van Julius aan de Duitse commandant is doorgegeven
en op 9 september 1944 werden Julius en Prins
gearresteerd en naar de SD in Leeuwarden gebracht.
Prins werd in tegenstelling tot Julius niet
mishandeld, maar beiden werden op 19 september als
represaille bij St. Nicolaasga gefusilleerd. Een
verzetsgroep had hier de tram naar Lemmer laten
stoppen in verband met de Spoorwegstaking. Hij ligt
begraven op de Hervormde Begraafplaats in
Veenwouden. |
◊ De spoorwegstaking ook in Friesland NTM 18 september
1944.
Het verhaal van een snotneus vijftig jaar geleden.
Lemmer
tramstation, gereed voor vertrek naar Heerenveen.
Maandagmorgen 18 september 1944 NTM station te Lemmer. Ik
had die dag vroege dienst als hulpconducteur op het trajekt
Lemmer- Joure v.v. Gezien het feit dat het stationskantoor
nog gesloten was begaf ik mij naar de loc. remise. Daar
aangekomen zag ik de machinist (Berend Visser) in druk
gesprek met conducteur (Imke de Vries) en ze konden het
ergens niet over eens worden. Het bleek dat de Nederlandse
regering in Londen een spoorwegstaking had afgekondigd. De
machinist zei:"We zijn geen spoor; maar tram" en de conducteurvertelde dat we wel onder de spoorwegen vielen.
Toen ik erbij kwam staan vroeg de machinist aan mij:"Zeg
snotneus, wat moeten we doen, rije of niet rije?"
Nu ik was nog maar net 14 dagen bij de tram, dus of we nu
wel of niet bij het spoor hoorden wist ik ook niet. Ik
stelde de heren voor laten we naar Joure rijden, daar hebben
we aansluiting naar Sneek en Heerenveen. Als die trams niet
komen, weten we precies hoe laat het is. Overleg met onze
stationschef was niet mogelijk, deze was NSB-er, fout dus.
Mijn idee werd aangenomen en op tijd vertrokken wij richting Joure. Passagiers die een retourtje kochten werden door ons
gewaarschuwd dat de kans groot was dat er op de terug
terugreis geen tram meer reed. Over het algemeen werd dit
gemoedelijk opgenomen, enkelen vertelden dat ze dit al
verwacht hadden. Bij aankomst in Joure viel ons op dat het
er erg rustig was. De dienstdoende chef was bezig de boel af
te sluiten en vertelde dat hij met vakantie ging. Via de diensttelefoon konden wij geen verbinding meer krijgen,
zowel Sneek als Heerenveen zwegen. Toen de tram uit Sneek
binnen kwam en wij kontakt opnamen met onze kollega's was er
maar één oplossing; terug naar onze standplaats en dan de
pet in de bomen hangen. Wij spraken af dat we in Lemmer de
tram vóór de trambrug zouden verlaten, dit om kontakt met
onze foute chef te voorkomen. Maar dit pakte allemaal heel
anders uit. In Sint Nicolaasga sprongen zes á zeven man
gewapend met vuurwapens in de hand op de tram en sommeerden ons allemaal uit te stappen en met de handen omhoog voor het
station te gaan staan. De leider van deze verzetsgroep
vertelde ons dat de spoorwegstaking nu een voldongen feit
was. Wie niet gehoorzaamde speelde met zijn leven. Met een
hoeraatje en leve de Koningin vertrokken de heren met
onbekende bestemming.
De conducteur en machinist zijn op geleende fietsen elders
ondergedoken. Vanwege mijn leeftijd was het niet nodig dat
ik mij verstopte en ik ben dan ook gewoon via de tramlijn
naar Lemmer gelopen. Deze knokploeg stond onder leiding van
'Harry Reeskamp' uit Scharnegoutum. De aktie kreeg nog een
triest vervolg, de Duitsers waren volkomen verrast en dit op
een kritiek moment. Ze waren razend en in hun onmacht grepen
ze meteen naar hun enige middel om de bevolking schrik aan
te jagen: terreur! Met bloed moest deze nederlaag tegenover het volk worden vergolden. De drie slachtoffers werden op 19
september vroeg uit de Leeuwarder gevangenis overgebracht
naar St. Nicolaasga, Daar werden zij één voor één
doodgeschoten. Drie vrouwen waren weduwe, zeven kinderen
vaderloos geworden. De slachtoffers waren: Berend Julius,
stationschef Veenwouden, Johannes Prins, opperwachtmeester
uit Veenwouden, Jacobus Gaastra. bakker uit Sneek.
A. Moet.
◊ Monument nabij de dijk Tacozijl IJsselmeer.
Nijemirdum. Midden in het weiland.
Monument
onthuld 6 april 1950 door stichting Vereniging 1940-1945,
gemaakt door fa. Eygelaar te Wolvega.
Het monument is in 1988 door de Chr. lagere school in
Nijemirdum geadopteerd. Hoofd der school P. Bode.
26 oktober 1946
Massagraf in Gaasterland.
Vorige week werden we opgeschrikt door het bericht over het
vinden van een massagraf bij Tacozijl , zoals de eerste
berichten luidden. Door de bekentenis van een SD-er was nl.
komen vast te staan, dat zich onder Hooibergen in de
gemeente Gaasterland een massagraf moest bevinden - waarin
minstens vijf Nederlanders lagen begraven. Dit massagraf is
naar wij vernemen gelegen tegen de zeedijk in de omgeving
van het Hondenest, ongeveer ter hoogte van de betonnen
bergplaats van het Waterschap de Zeven Grietenijen en Stad
Sloten.
Op aanwijzing van genoemde Duitser is vrijdag met de
opgraving een aanvang gemaakt, waarbij leden van de
rechterlijke macht tegenwoordig waren. Reeds vrij spoedig
werden de stoffelijke resten van een vijftal Nederlanders
gevonden, die na gekist te zijn te Nijemirdum opnieuw ter
aarde zijn besteld. Bij identificatie is gebleken. dat de
gevonden lijken de stoffelijke resten zijn van Dirk Dijkstra
van Terzool; Herre Winia van Amsterdam; Gerrit Vlietstra van
Den Haag; Jurjen Hoomans en Hendrik Huizinga van IJlst. Wij
vernemen nog dat de beide IJlster mannen op 5 april 1945
door de Duitsers waren gegrepen en dus reeds den volgende
dag zijn gefusilleerd. Van deze beide mannen heeft woensdag
te IJlst en van Dirk Dijkstra te Terzool opnieuw de
herbegrafenis plaats gehad onder grote belangstelling van de
zijde van de bevolking.
|
|
Zij, die vielen
.....nabij Tacozijl 6 april 1945.
Winia, Herre.
Herre Winia jr.
geb. 4 nov. 1910, gehuwd, monteur wonende te
Amsterdam. Hij was tijdens de meidagen van 1940
sergeant. Lid verzet in functie als district
operatieleider en wapeninstructeur. Door verraad
als onderduiker gearresteerd in de woning van
Durk Dijkstra te Terzool door de Grüne Polizei
uit Sneek. Herre werd overgebracht naar het
politiebureau in Sneek en daar onder
mishandeling verhoord. Tijdens de verhoren bleek
dat de Duitsers behoorlijk op de hoogte waren
van de verzetsactiviteiten uit de omgeving van
Terzool. Winia, zijn gastheer Dijkstra en nog
drie andere verzetsstrijders werden op de
Zandvoorderhoek bij het IJsselmeer gefusilleerd
door een executiepeloton onder commando van de
SD’er Max Ströbel. Oorspronkelijk op waardige
wijze begraven te Sondel. In oktober 1946 werd
hij herbegraven te Amsterdam en later definitief
herbegraven op het ereveld OGS te Loenen (Gld). |
| |
|
|
|
Dijkstra, Durk.
Durk Dijkstra,
geb. in de voormalige gemeente Rauwerderhem. Hij
was groentehandelaar in Terzool en verborg
onderduikers. Ook had hij wapens in huis die
afkomstig waren van droppings. Op 29 maart 1945
werd hij thuis door de Duitsers gearresteerd en
toen die (de rest van) de wapens niet wisten te
achterhalen, werden ze zó woedend, dat ze
Dijkstra op 6 april 1945 aan de IJsselmeerdijk
op de Zandvoorderhoek tussen Sondel en
Nijemirdum samen met vier anderen fusilleerden.
Dijkstra was toen 29 jaar.
|
| |
|
|
|
Gerrit
Vlietstra, geb. 2 jan. 1922 te Drachtstercompagnie.
Behoorde tot de KP-Den Haag en de KP-Sneek. Hij
sloot zich aan bij de illegaliteit. Aanvankelijk
was hij ondergedoken in Den Haag, maar keerde
later als onderduiker terug in Sneek.
Vermoedelijk na verraad op zijn onderduikadres
gearresteerd op Goede Vrijdag 30 maart 1945.
Samen met vier anderen gefusilleerd bij de
zeedijk aan de Zandvoorderhoek bij Nijemirdum
door een executiepeloton onder leiding van de
SD-commandant Max Ströbel.
|
| |
|
|
|
Hoomans, Jurjen.
Jurjen Hoomans,
geb. 5 april 1913 in Eppinghoven (D.).
Landarbeider/los werkman van beroep.
Was inwoner van IJlst en lid van de BS. Bij hun
jacht op gedropte wapens hadden de Duitsers
begin april 1945 een aantal illegale werkers te
pakken gekregen, onder wie Jurjen Hoomans. Toen
het slechts lukte om maar een handvol van die
wapens te vinden; werden de SD-ers razend en
namen
de mannen mee naar een afgelegen plek aan de
dijk van het IJsselmeer tussen Sondel en
Nijemirdum. Daar werden ze zonder vorm van
proces doodgeschoten (6 april 1945).
|
| |
|
|
|
Huizenga, Hendrik.
Hendrik Huizenga,
geb. 26 nov. 1909 in IJlst. Visser van beroep en
inwoner van IJlst. Hij was aangesloten bij de
LO-IJlst. Schuilnaam. "Taeke". Bij hun jacht op
voor de illegaliteit gedropte wapens, hadden de
Duitsers in Zuid-West Frieland begin april 1945
een aantal illegale werkers te pakken gekregen,
onder wie Hendrik Huizenga. Toen het niet lukte
om meer dan een handvol van die wapens te
vinden, werden de SD-ers razend en namen op 6
april 1945 de mannen mee naar een afgelegen plek
aan de dijk van het IJsselmeer tussen Sondel en
Nijemirdum. De vijf mannen, die zouden worden
doodgeschoten, kregen nog tijd om zich op de
dood voor te bereiden, waarbij één van hen
voorging in gebed. Toen commandeerde de SD:
"Vuur!" Twee mannen bleken slecht geraakt,
waarop de SD hen een genadeschot gaf. Na de
bevrijding heeft het nog een tijdje geduurd vóór
men het graf ontdekte en de lijken
geïdentificeerd konden worden. Huizenga ligt
begraven op de Algemene begraafplaats in IJlst,
rij 31, nr. 537. |
| |
|
| |
|

Monument met de 5 namen.
◊ Monument van Dankbaarheid.
|
|
Men
schrijft ons: 22 februari 1947.
Zondag 16
februari is in de RK-Kerk alhier een dankdag
gehouden en werd op plechtige wijze het feit
herdacht, dat onze havenplaats Lemmer, ondanks
de gevaarlijke en ongunstige ligging tijdens de
oorlog,. gespaard is gebleven van grote rampen.
Door de parochianen was tijdens de oorlog al
geld bijeengebracht met het doel een monument
van dankbaarheid in de Parochiekerk op te
richten. Door de grote kunstenaar Charles Eyck
uit Valkenburg werd reeds in het einde van het
vorig jaar een muurschildering aangebracht,
voorstellende ons dorp Lemmer, gedragen door een
groep engelen. En in 't begin van deze maand
vond het kunstwerk haar voltooiing door de
plaatsing van een beeldhouwwerk van dezelfde
kunstenaar, voorstellende de verschijning van
Maria, de Moeder Gods, aan drie kleine kinderen,
welke verschijning plaats vond in 1916 in 't
dorp Fatima in Portugal. |
|
|
Pastoor Franciscus Petrus Maria Mets werd
geboren te Dokkum op 15 augustus 1899, priester
gewijd op 15 augustus 1924 te Utrecht, was
kapelaan te Beek (1924 - 1926), Arnhem (1926 -
1938), en Hilversum (1938 - 1942), en vervolgens
pastoor te Lemmer (1942 - 1954) en te Joure van
1954 tot 1970. Hij was Ere-Kanunnik van het
Bisdom Groningen. Hij was Ridder in de Orde van
Oranje Nassau. Overleden 24 mei 1986, oud 86
jaar en begraven op het RK-kerkhof te Joure. |

Van
de 291 personen die in verband met of tengevolge van hun
bijdrage aan het verzet in de provincie Friesland
gestorven zijn en waarvan in het verzetsmuseum een foto
is geplaatst. Daarvan is er ook een van Ds. L.W. Wessels.
December 1945.
Maandag 10 December was voor de Geref. Kerk te Lemmer
ca. een droeve dag, daar haar geliefde Herder en leeraar
Ds. L.W.Wessels,
na een kort doch hevig lijden, nog plotseling van haar
werd weggenomen in den leeftijd van 40 jaar. In Maart
1936 kwam Ds.Wessels vanuit Abcoude in Lemmer, zoodat
hij hier ruim negen jaren zijn ambtswerk mocht
verrichten. Met trouwe toewijding en met de inzet van
zijn geheele persoonlijkheid heeft hij zijn plicht
vervuld, altijd en overal getuigende van zijn Zender.
Niet alleen in zijn gemeente, maar ook daarbuiten in
evangelisatie en straatprediking, alsmede het spreken in
de kampen van den Noord-Oost-polder heeft hij steeds
zijn beste krachten gegeven en opgeroepen tot het geloof
in den Heere Jezus en tot een leven in gehoorzaamheid
aan Zijn Woord. Zijn verscheiden is voor zijn gemeente,
doch inzonderheid voor zijn echtgenoote en kinderen een
gevoelige slag. Ook in het dorp onzer inwoning zal de geziene en beminde figuur van Ds.Wessels zeer worden
gemist, doch ons verlies is voor hem enkel winst, daar
wij weten dat hij uit zijn lijden verlost, thans zijn
God in volmaaktheid mag dienen.
Niets uit deze
website mag worden
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt
of op andere wijze gebruikt worden
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|
|