Interview  met mijn vader  Sake Visser 1986

Door Geertjan Verhoog.

 

| 1 | 2 | 3 |

 

 

 

Heerenveen 5 Augustus 1986.   

Zo nou heb jij gepraat met de bekendste Lemster. Vele sterke verhalen heb ik je verteld, die- let wel-allemaal op de zuivere waarheid berusten. Ik had je voor dit interview ook wel geld kunnen vragen, zo van geef maar honderd gulden. Dat doe ik natuurlijk niet, maar er zijn d׳r die dat doen.

En nou nog een mop één maar, nee wacht, ik heb er twee luister. Ik noem geen namen. Jaren geleden kwam er een man naar me toe. Hij zei: 'Sake, ik heb mijn vrouw verloren'. Toen zei ik : dat moet je aangeven bij de politie. Mooi niet. Dat kan allemaal, Lemsters onder elkaar worden nooit boos op elkaar.

Zijn indrukwekkende mond word zichtbaar achter de al even imposante rood-grijze baard. de kleur waar hij zijn bijnaam ontleend. Armen en voeten komen er bij zijn voordracht aan te pas. De tweezits bank word al gauw verruild voor de driezits de driezits voor de tweezits, waarna de stoel, de rand van de tafel , en de vloer. Zijn liedjes schallen door de kamer , zijn stem buldert door de straat: Als ik aan de ene kant van Lemmer sta, kunnen ze me aan de andere kant horen. Maar Sake Visser (72) beter bekend als Reade Sake, woont niet meer in de Lemmer. Al is dat alleen in letterlijke zin. Want mijn hart is daar waar ik dag en nacht van droom, en waar het hart van vol is stroomt de mond van over, van Lemmer dus.

De afbeelding van een Lemster aak op het schuurtje van Sake aan de Weegbree in Heerenveen zegt eigenlijk al genoeg. Tot zijn 45-ste leefde hij in de Lemmer, daarna werkte hij twintig jaar bij de zetmeelfabriek van Honig in Zaandam. Nu woont hij alweer 7 jaar in Heerenveen "Soan, mijn vrouw en ik hebben 40 jaar in ons huwelijk met elkaar gewerkt. Dan ga ik niet terug naar de Lemmer, want dan weet je het wel de hele dag ben ik dan van huis weg"

Een rode draad in zijn monologen is niet direct waar te nemen. Het zijn vooral de herinneringen aan Lemmer en de Lemsters die hem bezig houden. En waar iedereen met zijn poten af moet blijven. De zwarte bladzijde uit zijn leven leest hij maar liever niet voor.

Stapels plakboeken haalt Sake uit de kast met zijn grote verzameling foto's en krantenknipsels, terwijl schiet hem het ene naar het andere verhaal te binnen. Toen ze mij eens vroegen waar ik werkte zei ik : bij de overtollige luxe. WC tonnetjes halen en legen, ze hebben mij nooit tuk. Nou even wat anders, we moesten een keer slagzinnen bedenken om een vliegreis naar Londen te verdienen. Enkele regels op gestuurd, en een paar weken later kregen we te horen dat we de prijs gewonnen hadden. wie had die slagzin bedacht? Sake "ik zei de gek."

Zingen weet je wel, dat ik heel goed kan zingen? Op bruiloften en andere feesten. Dan zeggen ze tegen mij, toe Sake zing nog eens wat, en dat doe ik dan ook. Wat wil je horen? Stapels bundeltjes met liedjes zijn ook inmiddels uit de kast gehaald door zijn vrouw Tabine Visser (64). Ze zegt regelmatig op de achter grond te willen blijven, als het moet om haar man wat van advies te kunnen geven of om wat bij te sturen. Haar ״bescheiden״ aandeel in dit feestelijk leven met Sake is de puzzel van de Nachtwacht die uit vijfduizend stukjes groot,  achter in de kamer hangt, geweldig niet prijst Sake zijn vrouw.

Hij staart zijn gesprekspartner een moment aan, opent zijn mond en voor dat iemand er erg in heeft, barst hij met zijn eigen volkslied van de Lemmer los: Nella was een boerendeern. Een oud dorpslied van de Lemmer. De mensen die dit vroeger zongen, zijn allang dood. Ja vroeger werd er nog gezongen, vroeger was de Lemmer nog een grote familie, de tijd van 50 jaar geleden missen wij zo stelt Sake met weemoed vast, maar wie kent wie nu nog?  ze moeten Lemmer in stand houden. De Jan Nieveen moet weer op zijn oude plek liggen. En dat nieuwe gemeentehuis had daar nooit mogen staan. Waarom in godsnaam moesten ze Doedok afbreken? het uitzicht op Lemmer is verpest!!

"Sake Sake" probeert zijn vrouw hem te onderbreken: deze man is hier gekomen voor een verhaal in de krant.

Nou moet je hem ook eens een vraag laten stellen, die opmerking lijkt aan dovemansoren gericht. Onverstoorbaar gaat hij verder met zijn anekdotes. Tot hij plotseling ophoud. Stel maar een vraag zit er helemaal klaar voor. Zijn vrouw wacht gespannen af. Maar de verwachte vraag schiet me niet te binnen. Sake:nou dan ga ik maar weer verder.

Racefiets

Nou moet je eens goed luisteren, jongen ״Vijftig jaar geleden zat ik al op de racefiets dat kun je gerust zo stellen, een bij passende foto word er bij gezocht. Hier zie en overtuig je zelf, nu fiets ik vaak nog 50 kilometer per dag. Even naar Drachten of naar Wolvega of naar de Lemmer. "O Soan je weet wel hoe dat gaat dat fietsen zit in de hele familie". Zijn tien jarige kleinzoon Johan Spanjaard komt binnen. De jongen weet zich geen houding te geven, als Opa zingt. Maar. "Sake" jij hebt toch ook een mooie racefiets Johan. En we fietsen ook vaak samen hé?

 

Je wilde dat schilderij zien van de Jan Nieveen. Kom maar even mee, samen lopen we naar de gang: Dit  is de fiets die ik vorige week Zaterdag aan het publiek in Lemmer heb laten zien. Van Bram Teut de Jong gekregen een geweldige vent: een ruwe bolster maar blanke pit. de weddenschap waar Sake de fiets aan over gehouden  heeft is anders geschied dan sommige omstanders meende te weten. Niet in de wc van de Wildeman maar bij de brug in de Lemmer de brug stond open en Bram Teut kwam bij me staan laten wij ons Bram Teut en me zelf nou maar even dorpsfiguren noemen, geen dorps gekken. De brug stond dus open en ik zei tegen Bram dat ik had gedroomd dat Lemmer kampioen werd. Als dat gebeurd krijg je van mij een fiets dat zei Bram dus tegen mij. Zo is het gebeurd. Nou kan me dat verhaal over die weddenschap in de wc niet zoveel schelen hoor, maar de mensen denken altijd van alles en nog wat van. Als ik met een shirt van de dranken handel fiets denken ze meteen dat ik er een liter jenever aan overhoud.

Helemaal voor niets heeft Sake de dure fiets ƒ 1048 overigens niet gekregen. Op voorwaarde dat ik de openingronde fiets van de Lemmer amateurs over een paar weken. En dat doe ik natuurlijk want met mij er bij lukt het altijd. Als Sake de eerste ronde fietst loopt het hele dorp uit.

Een rondleiding in vogelvlucht door het huis volgt. De spiegel in een houten wc bril hangt in de gang, schilderijen aan de wand in de slaapkamers, een flesje water uit de Dode Zee, beeldjes, een fragment van de klaag muur, een steen uit de Berlijnse muur. de oude racefiets op zolder, en zelf gemaakt maar nog niet helemaal af, een houten klein model Lemster aak voor zijn kleinzoon. Aan alles kleeft een verhaal.

Van een breuk tussen het heden en verleden lijkt geen sprake, eerder van een samensmelting,  "ja soan, de Lemsters zijn geen volk , maar een ras, je herkent ze overal en ze laten elkaar nooit los". Wat dat betreft is er nog niets veranderd.

●●●

Groots onthaal Lemster skûtsje (1986)

Triomfator Jelle Reijenga: "Dit is ûnmooglik"

LEMMER - Triomfator Jelle Reijenga (35) en zijn bemanning van het Lemster skütsje zijn afgelopen zaterdagmiddag op onvergetelijke wijze thuis in Lemmer ontvangen. De gracht door het dorp was omzoomd door een kraag van duizenden uitbundige toeschouwers. Evenals
langs de kaden viel de kampioen Skûtsjesilen 1986 ook in het GIB-gebouw aan de Vuurtorenweg in Lemmer niets dan applaus muziek vreugde en loftuitingen ten deel. Het feest was de huldiging van een winnaar van de Elfstedentocht waardig.

 

Wat een dag. Wat een geweldige dag. Wat een feest. Wat een geweldig feest. Waar of niet waar riep burgemeester Geert Eijgelaar de joelende menigte in het GIB-gebouw toe. Woorden schieten te kort. Er moet worden gezongen en gedanst en gehost.
Die opmerking bleek niet aan dovemansoren gericht. Een vrouw uit het publiek griste even later de microfoon onder de neus van Eijgelaar vandaan en zette in met:"De strijd is gestreden" waarna het publiek uit volle borst met haar mee zong "al op de volle zee. De punten zijn binnen. De Lemmer is oké. Ze staan aan de top. Daar is niets meer aan te doen. Maar ze wilden nog hoger want de Lemmer is kampioen".

Na de herhaling van dit lied roemde Eijgelaar, Jelle Reijenga en zijn bemanning nogmaals. De overwinning noemde hij 'promotie van het beste soort voor Lemmer'. Uit dank daarvoor kregen de schipper en zijn manschappen een tegeltableau van het oude gemeentehuis van
Lemsterland. Reijenga draaide wat verlegen met het geschenk rond het spreekgestoelte toen twee politiemannen Piet Sandman en Robert Wopperkamp hem op de schouders tilden en hem daar zij het met moeite op droegen. Het publiek reageerde uitzinnig van enthousiasme

In het feestgedruis zag 'Reade Sake' Visser (72 uit Heerenveen zijn kans schoon de microfoon te bemachtigen. Sake afkomstig uit Lemmer kon zijn tranen amper bedwingen toen hij de feestgangers luidkeels toevertrouwde "Mijn hart is elke dag en nacht bij Lemmer. Ik leef met jullie mee".
Daarop verhaalde hij de menigte van een weddenschap met 'Bram teut' de Jong uit Lemmer. Op het toilet van hotel De Wildeman in Lemmer zou De Jong de allerduurste fiets aan Sake hebben beloofd wanneer het Lemster skûtsje kampioen zou worden. De Jong hield zijn woord en samen kochten ze afgelopen zaterdag een 'Koga Myata Giant'- racefiets ter waarde van ongeveer f 1500. Om het publiek ervan te overtuigen dat hij dit verhaal niet zomaar uit zijn mouw schudde werd de fiets naar voren gehaald. Sake ging op het zadel zitten terwijl de honderden toeschouwers hem toezongen 'Sake in de Tour de France' (Zie foto's)

Jelle Reijenga bleek verpletterd na afloop van alle toespraken en loftuitingen. Tijdens het in ontvangst nemen van felicitaties van de honderden bezoekers waaronder schipper Jan van Akker van de Sneker Pan - "Jelle elts is der in kear oan ta - zei Reijenga. "Dit is ûnmooglik. Fan sa’n feest doarst eins allinnich mar te dreamen" Wat heeft hij met het skûtsje uitgespookt zodat hij met de krans om zijn hals en de fiere kampioenswimpel in top door Lemmer kon worden ingehaald als volksheld

"Dat sis ik net. Dan soe ik oaren wekker meitsje en moat ik foar takomme jier wer wat nijs betinke".  Het bemanningslid Ulrik Jager deed er
minder geheimzinnig over. Wat we hebben veranderd stelt allemaal niet zo veel voor. De zwaarden iets meer in profiel gebracht het roer geperfectioneerd vorig jaar al een stukje uit de steg gebrand en het schip beter af getrimd. Maar bovenal in teamverband gewerkt en gewonnen.

Hallo Spanvis,

Een poosje geleden hebben we het gehad over de opnamen die er zijn gemaakt bij de huldiging van het Lemster Skûtsje in 1986. Ik heb toen gezegd dat ik zou proberen dat stukje van de huldiging waarop Sake Visser de hem beloofde fiets krijgt aangeboden op DVD over te zetten. Dat is ondertussen gelukt, mede met hulp van Ralf de Vries. De kwaliteit is natuurlijk niet heel erg geweldig, want het is wel een video opname uit 1986, maar er is goed naar te kijken. Gr. Marten de Vries (en met dank aan Ralf de Vries).

noot Roelie de opnamen kon ik niet op de site krijgen daar hij 150mb was, comprimeren lukte ons niet. Vandaar ik er onderstaande opnames van heb gemaakt. De speech is schriftelijk overgenomen. Marten en Ralf heel hartelijk bedankt, ik kan er thuis heerlijk van genieten van de oude baas. Roelie Spanjaard Visser (spanvis)

●●●

De speech van mijn vader Sake tijdens het kampioenschap van het Lemsterskûtsje.

"Ik zal het dames en Heren hier tot U spreken, "een Oud Lemster" (in de zaal spontaan heu heu en geklap) al of niet wonenden in Heerenveen, Maar mijn hart is elke dag en nacht bij Lemmer (heu heu en geklap) Daarmee zeg ik jullie op hartelijkheid en eerlijkheid rond uit mijn hart, ik leef met jullie Lemsters mee, en met het Lemsterskûtsje. En ik heb voorspeld het Lemsterskûtsje word kampioen.

Toen zaten wij met een gezellig ploegje in Hotel de Wildeman, en toen heeft een Lemster inwoner Abraham de Jong (bijgenaamd Bram Teut) gezegd, "Sake, ik heb je op een oude racefiets in Lemmer gezien. Maar als het Lemsterskûtsje kampioen word, mag je de allerduurste racefiets uitzoeken. Deze persoon Abraham de Jong heeft woord gehouden en ik mocht een fiets uitzoeken bij rijwielhandel van Dijken in de Lemmer. Hiermee zal de wielerronde van Lemmer geopend worden, ik dank U allen hartelijk".

Op de 3e foto: Sake achter de microfoon, burgemeester Eijgelaar en Wiebren Luehof.

 

   

 

 

   

   

 

Door Cees Jongsma

Us geheim, nee dat fertelle wy beslist net, dat hold de hiele skûtsje - race yn spanning.

Jimm' skoarden fuort yn Grou al, slimme set, dou, Jelle, en dyn geweldige bemanning.

Wat paste't goed, op Ealahûzen wie 't blakstil, dér ha de simmels wol efkes oan dy fretten.

Jimm' sondigden en driuwkelden, hoe swiet de pil, men hat doe, de kommisje, de wedsrtiid pal ôfsketten!

De beide Lemster gloarje-dagen spanden wol de kroan. foar eigen folk mei in protte wyn de sege.

Dêr leist' it fundament en joechst' t teken oan, nou sille wy winne, al wurdt ik in drege.

Mar dat geheim, nee dat fertelle wy noait, al grûte Gryt van Dunen al wat oer beide swurden.

Misskien fertelst' as' pake 't nochris, oait, mar skippers ha oan board net folle wurden.

Dou kampioen, dou strider foar de heechste ear, al knoeit de barre wyn dyn skip oer alle boarden.

It sulveren skûtsje is foar dy gjin dreambyld mear, in feit, dêr 't elk op hope, mar hast net doarde.

Wat is der moaier as dat fertrouwde byld, skean foar de wyn, wylst 't wetter skomjend brûzet de seilen strak.

De twirre om mêst en troch de blokken rûzet, wy ha hjoed sa foarsichtich mooglik syld.

En dat geheim, ja dat hâldt er lokkich bij 'm, dat bringt ek it oare jier de race yn spanning.

Jimm' tinke dan wol oan in nij heimsinneger geheim, dou, Jelle, en dyn ûtsonderlike bemanning?

 

" Bokkens Ronne op Skunnen Troch de Puzzen "

Lemsters, it hat wat te sizzen

●●●

Nog een interview met mijn vader Sake.

Lemsters prate seurderich en binne rûch yn 'e bek. Dat is neffens Reade Sake it fernaamste skaaimerk fan 'e taal dy't de echte Lemsters of 'Lemster bokkens' (bokkings) noch prate. En der binne in soad eigen siswizen en - foaral - skelnammen. Op de Lemmer ha se ek in pear eigen wurden lykas oate ( Beppe), seun (jonge), duntsje (plakse fan'e bôle) en puzze (wetterplasse). Fierders liket it in soad op it dialekt dat yn 'e hiele Sûdwesthoeke praat wurdt.

It taaltsje is nea bestudearre. It measte moat dêrom op strjitte opfongen wurde. Minsken lykas Reade Sake, foar de boargelike stân Sake Visser, kinne dêrby it bêste helpe. Hokker Lemster kin dizze Visser (79) net. Hy wie eartiids doarpsomropper en Sinterklaas op 'e Lemmer. No wennet er op it Hearrefean, ,, mar ik dream alle dagen noch fan 'e Lemmer.

Ek âld-Lemster  Pieter Verhoeff   socht him op. Hy woe mear witte oer, it âlde Lêmer, foar syn film De Vuurtoren.

Neeuw!  Nochalin moaien ien, dat sizzen se tsjin Reade Sake as er hjoeddedeiop 'e Lemmer komt. dat lange 'neew' is Lemsters foar no. Oare Lemsters wurdt bygelyks neiraasd: Neew, kinst stút klearmeitsje en opdonderje. Of: neew. Dêr komt hy ek wer oan. Froeger koe er net skite. Doe moastsyn mem him helpe. En holle wurdt altyd kop of hasses, dat ken net misse, seit Visser.

Op de Lemmer sille se noai sizze: Dach frouw Visser seit Visser syn frou. Nee elk hat in bynamme. De heit fan Visser wie 'Panne Bot'. En in oare FamyljeVisser wurdt 'De Takkebosken' neamd. Oare bynamme binne of wiene: Broekskiter , Klaas Bek-en-Eagen, Roel Nútdopper, De Moskjeferver en Harm-fon-ús-oate.

Kuile

Hoe hiet sa'n slome jonge ek alwer yn it Lemsters? Frege Verhoeff lêstendeis doe't er om in wurd ferlegen siet by de opnamen fan syn film. Agaat de Haan, in famke fan 'e Lemmer dat yn 'e film meispilet, wist it wol: sa'n slome, sa'n slûge , dat is yn it Lemsters in kuile, útsprutsen mei in lange Haachse ui. Kuile Goudsjeblom  wurdt ek wol sein. En in jonge dy't lytse bern pleagentis in 'Grutte kuile', in oaie soene oare Friesen sizze.

Lykas yn 'e hiele Súdwesthoeke is yn 't Lemsters in fuotsje in futsje, in bûse in buse, buorren buren.  Súdwesthoeksk is ek de i dy't yn in o feroaret. Tusken Starum en de Jouwer rinne jo net yn 'e sinne, maar jo ronne yn 'e sonne. Op 'e Lemmer stiet sporthal. De Hege Fonnen, neamd nei de finnen. En it is fansels hjoeien goei ynstee fanhjoed en goed.

Echt Lemsters binne tijdwurden as bloeie, skroeie en troeie, Sesteane foar bliuwe, skriuwe en triuwe. Lemsters skroeie mei in pêne en knippe mei in skêre. Yn doarpen as Eastersee en Bantegea waarden Lemsters froeger gauris pleage mei sposinttsjes lykas :hy mut even in briif skroeie. Guon Lemsters pasten der dêrnei wol foar op dizze wurden te brûken. Dat 'briif' wurdt trouwens yn Gaasterlân ek sein. Of samar, as stopwurdt. Dat jildt ek foar 'soan'

 

Het schild van de Wildeman, is gemaakt door Meint Visser ( was blokmaker bij Fa v/d Neut) was getrouwd met mijn tante Pietje Visser

 

Wyldeman.

De Lemster útspraak fan, hy,sy,wyen by is deselde as dy yn esúdlike Wâlden. Wa't yn hotel, De Wildeman, nei ôfrin fan it skûtsjesilen, wolris harke hat nei it Lemster folksliet, moat it hast wol opfallen wêze. de Lemsters sjonge dan : Wee binne Lemster jonges, wee leve fon de see, en al wat wee fertsjinje, ferpierewaaie wee. Wee witte fon gin sparjen, wee lizze noait wot wei. Wee leve as God yn Frankryk fon de iene yn de oare dei. Of: he wee dan in skotsje fan hjerring, bot of skol, dan gean wee nei de Wyldeman en supe ûs de beulig fol.

De berne Lemsters finne eins dat gjinien de echte taal mear praat. Mar dat sizze minsken oeral, seit Durk Veenstra fan 'e Fryske Akademy. Echt Lemsters is yn feite wat de minsken hjoed noch nog prate. In soad Lemster praters binne der lykwols net mear, want Hollânsk-en Dútsktaligen ha de oerhân.Op 'e Lemmer wenje in protte unspielden en unronders Iju dy't har te wenje set ha yn it Iselmardoarp, mar foar de âld- lemsters eins altyd import bliuwe. Geef Frysk prate doart de Lemster trouwens ek net goei, mar wat sil hy ek, as er dochs al in eigen taal hat.

●●●

In de schemering gebeurde veel meer.

 

Pieter Verhoeff.

 

"Ik ben als de dood voor valse emoties", zegt Pieter Verhoeff. Het 'showbusiness effect' noemt hij het, als een regisseur bewust naar een huilende of lachende kijker streeft. "Het enige wat ik probeer is om zo precies mogelijk weer te geven wat ik vind van mensen in een bepaalde situatie." Het eerlijke realisme van Verhoeff leidde tot prachtige films: Het teken van het beest, De dream, Van geluk gesproken. Voor de VPRO maakte Verhoeff De vuurtoren, een film in drie delen, vrij naar herinneringen aan zijn jeugd in Friesland. Het werd een ingetogen film over een dorp aan het meer. Wederom met weinig showbusiness, laat staan met valse emoties.

Kort nadat het gesprek is begonnen komt de producent van De vuurtoren de kamer binnen en zet de videorecorder aan. Hij wil even iets laten zien. De begintitels van het derde deel zijn wit en vallen bijna weg tegen het lichtgrijze IJsselmeer waar dat deel mee opent. "Maak ze maar zwart", oppert Verhoeff nonchalant. De regisseur is in het stadium dat het hem niet zoveel meer uitmaakt. Vier uur daarvoor heeft hij er een punt achter gezet, de film is nu echt af. Het kind is gebaard, laat de wereld er nu maar overheen vallen.

Toch zou zo'n val in dit geval extra pijnlijk zijn: De vuurtoren is een zeer persoonlijke film. Opgedragen aan zijn zoon Auke ("Die is nog zo klein, als die later in een rolstoel zit en ik heb niet alles kunnen vertellen, kan hij al die leugens nog eens aanzien"), is de film een verzameling herinneringen aan een jeugd in Friesland. Aan een klein stukje jeugd in een klein stukje Friesland, wel te verstaan. Hoofdpersoon Gerben is veertien, vijftien jaar oud en woont in een klein vissersdorpje aan de IJsselmeerkust, Lemmer bijvoorbeeld. De film is geen autobiografische reconstructie. Verhoeff: "Ik heb van autobiografisch materiaal gebruik gemaakt. Veel details kloppen wel, maar ik heb ook dingen aangezet en figuren samengesteld. Ik heb anekdotes uit mijn jeugd bij elkaar geveegd onder een aantal thema's."

Met zijn twee vrienden zwerft Gerben rond de verlaten vuurtoren, zwemt in het meer en maakt hij muziek. Hij wordt verliefd, ontdekt zijn eigen lichaam en ziet zijn ouders van hun voetstuk vallen. Vergeefs probeert hij contact te krijgen met zijn uit Indië teruggekeerde broer. Met een oom bezoekt hij het Concertgebouw in Amsterdam, aan de overkant van het water. Dat zijn de grote gebeurtenissen. Even belangrijk in De vuurtoren zijn de dagelijkse details, het leven in en om de kleine woning, waar tante Fokje in haar hysterische lach uitbarst en vader verbeten op een rat jaagt. Naarmate Gerben ouder wordt, worden zijn waarnemingen meer geordend, maar een verhaallijn ontbreekt. Daar zijn de herinneringen te associatief voor. Wat wel terugkeert is verlies: Gerben verliest achtereenvolgens zijn buurmeisje aan een bloedziekte, zijn grote liefde aan Eric de Noorman en zijn broer aan een oorlogstrauma. Ook de vuurtoren, symbolisch voor de verbondenheid van de drie jongens met hun geboortegrond, gaat verloren, vlak voordat ze zullen uitzwermen naar de grote stad.

 

De oude vuurtoren van Lemmer.

●●●

Reisbrief uit Lemmer. (1991)

 

    


Door Piter Terpstra.

 

Om half elf komt schipper Jelle Reijenga even in de Wildeman. Hij is bij Lemsters en oud-Lemsters nog zeer populair men vraagt zelfs om zijn handtekening. Over zijn gedrag in vorige skûtsjesylwedstrijden zijn de meningen verdeeld maar de meesten nemen het voor hem op. Jazeker hij had een paar keer misschien wat verstandiger moeten handelen maar er wordt door de anderen stemming tegen hem gemaakt omdat hij geen schippersverleden heeft zo wordt er door velen geoordeeld.

De 77-jarige Sake Visser (vroeger Reade Sake maar nu grijs geworden)  zegt "De Lemsters wurdt altyd kwea fan sprutsen. As wy froeger in faam yn Sint-Nyk hiene dan seine har áldelju.. Komt dyn feint fan De Lemmer? Dat is net bést! Wy hiene in minne namme oant de Kûnder
ta". Visser ooit linksbuiten in het derde elftal van de plaatselijke voetbalvereniging herinnert zich ook dat andere clubs angst hadden voor de uitwedstrijden in Lemmer omdat het daar zo ruig toe zou gaan. Volkomen ten onrechte. Wy hiene"in fjild yn it Lemster Hop. Soms waard de bal yn see skopt en as de wyn fan de wál öf wie koene se der letter yn Starum mei fuotbalje". Visser vroeger werkzaam in onder andere de hang van Seerp de Blauw en bij de Lemster nachtboot woont nu in Heerenveen. Hij verbleef ook buiten de provincie en later wilde hij weer naar het gezellige Lemmer terug. ?Mar myn frou seach it swurk driuwen. Se sei: dan sjoch ik dy noait wer. En sa wie it fansels ek kommen.

Se hie my allinne thus sjoen foar iten en sliepen. Als de vroegere melkboer en kelner Jaring Bijlsma er ook bij komt worden de verhalen over het vroegere Lemmer steeds mooier. Een van de fijne gevoeligste is dat over Theunis Flapper. "Dy is twa kear dea gien. De earste kear kaam er mei syn maat op de fyts ût Snits. Underweis woe er noch oanstekke en hy sei tsjin syn maat dy’t net mei woe... Siz mar tsjin myn wiif dat ik yn de feart fytst bin. Dy frou naam it foar wier op en doe hat de plysje uren lang dwaande west mei dregjen".

 

Theunis Bootsma (Flapper).

 

Even wordt de verteller onderbroken doordat de accordeonist het Fries volkslied speelt en het volk in de overvolle Wildeman uit volle borst meezingt. Dan wordt het verhaal afgerond. ?"En doe’t Theunis Flapper ier yn de moarn thuskaam foel syn frou him ek noch om de hals".

Het heeft uren lang geregend maar als de zon doorbreekt zoek ik een terras aan het Dok op. De vorige keer werd me hier in het Duits gevraagd wat ik wilde gebruiken. Hennie Jager (broer van de wedstrijdzeiler Ulrik Jager die adviseur op het Lemster skûtsie is en Willem Rinsma schikken bij. Rinsma werd vroeger in verband met het beroep van zijn vader Willem Deurtje genoemd zelf bracht hij het trouwens ook tot deze verantwoordelijke functie en hij heeft al tientallen jaren geleden Lemmer verlaten. Maar net als Sake komt hij nog steeds bij het skûtsjesilen en op andere Lemster hoogtijdagen.

Voor het dorp is hij belangrijk als geschiedschrijver. In het plaatselijk weekblad Zuid-Friesland vertelt hij boeiend over Lemmer in vroeger jaren. ?"Ik hoech der mar even foar op de stoel sitten te gean en der komt wer fan alles yn my boppe. It is dan krekt of lukt der in sluier omheech.
Miskien binne de stikjes net frij fan fantasij mar se binne de klearebare wierheid. As ik op sa’n dei as hjoed wer op de Lemmer kom dan haw ik it gefoel dat ik noait fuort west haw.

En het is waar de oude Lemster sfeer blijft ondanks alle veranderingen nog altijd wel wat heersen. Wel is het jammer dat "it eintsje fan de daam" het eind van de westelijke havendam waar eens de misthoorn en de vuurtoren stonden verdwenen is tussen nieuwe bedrijven op een opgespoten industrieterrein. Heel vroeger werd hier een kanon naar toe gesleept om de startschoten te geven voor de zeilwedstrijden van visserschepen. De overlevering zegt  dat de koeien in het Lemster Hop dan drie dagen geen melk gaven.

Het Skieppedykje is er nog wel maar het biedt niet meer de poëtische beslotenheid voor verliefde paartjes waarover Fedde Schurer in zijn "Liet foar de Lemmer" dichtte: "Wa’t as jongfeint as lije jûnwyn waaide op ’t Skieppedykje kuiere mei de faam".
Na afloop van het skûtsjesilen is de vreugde in de Wildeman groot. Jelle Reijenga heeft overtuigend gewonnen. Het Lemster skûtsje kan niet meer kampioen worden maar het is wel het snelste en Jelle laat alle schippers die hem als een outsider hebben beschouwd ver achter zich.

●●●

"Us vertier"

 

●●●

De âlde toer.

 

O, oude Lemstertoren.

Hoevelen zijn rondom jou geboren.

Velen zijn je trouw gebleven.

Sommigen trokken naar and're dreven.

Je staat daar niet zo maar, wat hout en wat steen.

In 't dorp ben je het middelpunt van iedereen.

Je kloeke en al zeer oude kerk.

Trekt 's zondags mensen, na 't daalijks werk.

Die bij preek en orgelklanken.

Hun heer voor zijn ontferming danken.

Laten we blij zijn met zo'n houvast.

De kerk die roept: kom wees mijn gast.

Mijn deuren staan voor jullie open.

Wie hier binnenkomt blijft hopen.

De kerk biedt vrede en rust in 't leven.

Die worden door het woord gegeven.

Kerk en toren, symbolen van de vrijheid.

Nog steeds van voorspoed en van blijheid

Dat wij zo'n mooi Nederland mogen zijn.

Ondanks soms tegenslag, doch zonder erge pijn.

Lemster toren, je staat daar zo trots en groot.

Als wachter van ' mensdom in leven en in dood.

Blijf dan die trots van nu en van voorheen.

Wees nog jaren lang 't baken van mensen om je heen.

●●●

Lemsters bliuwe altyd fiskers, har hert ivich nei de sé.

 

In 1927 werd begonnen met de aanleg. In 1932 werd het laatste sluitgat gesloten zoals op de foto te zien is.

 

It regaear hat greate plannen, men wol meitsje in ôslûtdyk.

Yn us lytske fiskerdoaroke,  wordt in elts sa mankelyk.

Fiske hat men al syn libben, 't joech oan folle deistich brea.

As dan aenst dy dyk dér ré leit, wurdt de Lemmer stil en dea.

Hwer moatte al dy fiskers hinne? Hwer fine hja nou in bestean?

Harkje, hwant sy hawwe plannen, sa sil it yn 'e takomst gean.

Fan hegerhân hat men te soargjen, komt 'r gjin fisk mear yn 'e beun.

Dat wy allegearre krije fan 't regear, in dofke steun.

Wier nou meitsje sy in mârke ûs, âlde Sudersé.

Aant giet nei Grins ta, om in arke foar de binnfiskeree.

Né i hoech gjin steun set hy tsjin Jaantsje, hwant hy is in goocheme muus.

Jow ûs Rienk mar in goed baentsje, by in brége of op in sluus.

Trije goune krijt Jelle van Betsje, mar dér kin dy man net met ta.

Hij hoecht neat mear, set de boarge master, hy bringt it dochs nei Lyklema.

Jan Mulder set: goaij droech dy rommel, hwat jowt langer sa'n geklauw.

'k Haw in draeimole en in skommel, dér reizigje ik de merken mei au.

't Wurdt in boel seit Jan fan Afke, mei dy droege Sudersé.

Ik stjûr myn jongens gauw nei Wafke, nei de boekdrukkeree.

Jelle Calsbeek dat is sa'n âlde struner, en derbei in hele menear.

Hy wurdt katecheseermeester op 'e Kunder, de jas mei slippen hinget al klear.

Gerard Platte sei tsjin syn Marijke: it hindert ûs neat, wy hawwe gjin bern, wy wurde vader en moeder fan it earmenhuis op 'e Jouwer, dat sille jim sjen.

Lytse Rienk dy hat gjin soargen, is alhiel net bang, o né.

Is 't fiskjen dien, dan sûtelje ik sa mar, mei in karre mei sûppenbree.

It swier wurk kin ik net mear tille, sa keimmenearret Gouke de Skeg, Yn 'e stien of yn de makade, haw ik daliks pyn yn 'e réch.

It is ek sa, set Gryt van de Sande, it losse wurk wurdt dy te swier.

Nim in koer mei allerhande, dan beskarrelst ek wol in deihier.

De hangen gean ik nei de miter, wurkeloas, o hwat in krûs.

Jakon, Harmen, Obbe, en Pieter bringe nou gjin cent mear thûs.

De selmakkerij fan Marten Folkerts giet oer de kop, da's sonder mis.

Jan Pen syn bean wol fan it selfde, as 'r gjin fiskeree mear is.

De Lemmer is ta stjerren opskreaun, aken, botters waerdeloas.

De reuk van fisk en taande netten komt, ûs net mear yn 'e noas

De beakens moatte wy forsette, al is dat û net nei 't sin.

Sa praette ek Leeuwke fan Jette, ik wurd mar boatsfeint as it kin.

Mar, hoe 't ek sil beteare, komt dy ôfslûtdyk ris ré.

Fedde Schurer.

 

2e van rechts is Sake Visser, ten tijde van de Zuiderzeewerken.

●●●

Reünie oud - Lemsters 1984.

Die morgen, 2 juni 1984, begon voor mij onderweg met een beetje motregen, maar de weergoden waren Lemmer goedgezind. Daar aangekomen was het droog en niet veel later brak de zon door. Sake Visser brak ook door, maar daarover later.

Het samenzijn werd in "De Helling" gehouden op initiatief van de beheerder, de heer Beljon heeft met zijn vrouw en helpers de dag voortreffelijk verzorgd. Toen ik binnenkwam was de oud - Lemster  en bekende auteur, Pieter Terpstra op gevoelige wijze een gedicht van  wijlen Fedde Schurer aan het voor dragen. Je kunt gerust zeggen dat de zaal bomvol was. En nog beter: de zon was ook in de Helling doorgedrongen, en in de harten van de aanwezigen. Er heerste aanstonds een ongedwongen en vriendelijke atmosfeer. Weer werd bewezen dat de ouder wordende mens, velen met een rijke levenservaring van vreugde en verdriet, een welwillendheid en verdraagzaamheid uitstraalt die weldadig aandoet.

Tot mijn verassing was mijn zoon Piet reeds aanwezig, hij wordt ook steeds meer besmet door het Lemster magnetisme. Goed.. noemen van namen is verder onbegonnen werk, want ook deze keer weet ik niet meer hoeveel handen ik heb gedrukt. Een paar grondige mensen kunnen niet ongenoemd blijven: Evert de Vries en Sake Visser. De laatste was vroeger een jongen die de bezitter was, aan het hoofd zou je kunnen zeggen, van een prachtige kop met krullend rood haar, wat nu door de tand der tijd is verbleekt. Het rood zit nu alleen van binnen als een heilig vuur.... Een immer beminnelijke vent en beschikkend over een eindeloze woordenstroom. Ik heb stellig de indruk dat hij de voordrager versloeg, toen hij zonder schroom het podium betrad. Zijn stem was op het andere eind van Lemmer wel te horen, met zijn oude liedjes en zijn verhaaltrant. Het applaus sprak voor zichzelf.

Ondanks de tragiek, je blijft erin als hij vertelt over de twee tonnetjes waarmee meer dan honderd mensen "het moesten doen" in de buurt waar hij vroeger woonde. Eens stond hij te trappelen om één van de beide "etablissementen" te kunnen bezetten toen hij lang op een buurman moest wachten die de deur dichthield door zijn vinger op het haakje te houden. Toen hij zijn nood begon uit te kreunen, kreeg hij toegevoegd: "Skiet mar in dien broek" Ook hun periode toen hij en zijn maat Durk als boeienkoning optraden ( ik kan me dat herinneren ) is het vermelden waard.

In Kuinre werd het matje gespreid, Sake bevond zich dan tussen het publiek en zorgde ervoor om de eerste te zijn om "De boeienkoning" vast te binden en dan natuurlijk op een manier waardoor deze gemakkelijk los kon komen. In Harlingen liep het echter mis. Toen hij te laat reageerde op de oproep aan het publiek door, zoals hij het uitdrukte, zijn gestotter om "ik" te roepen, hebben anderen zijn maat zó grondig vastgebonden, dat deze van zijn leven niet meer los kon komen, en moest worden losgesneden..... Na deze afgang hebben ze hun circusnummer maar beëindigd. Ze zijn uit Harlingen gevlucht.

In de namiddag kwamen veel Lemsters, die ter plaatse wonen, op bezoek waardoor ook op deze wijze de verbondenheid van Lemsters met hun dorp werd bevestigd. Buiten speelde het onverwoestbare "Excelsior" onder grote belangstelling, eindigend met het Friese Volkslied dat spontaan werd meegezongen. Een goede en mooie dag die opnieuw aantoont dat we niet achter de nevelen van het verleden terug kunnen gaan, maar het verleden leeft wel in ons. (noot van Roelie ik kan me hier helemaal bij aansluiten) Op de Vissersburen waar eens de Rien heerste, en het karakteristieke van het dorp zo prachtig markeerde, stapte ik in de auto. Einde

Wim Rinsma.

Ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum, van de Lemster drumband was er zaterdagmiddag een groep samengesteld uit oudleden, van de in 1954 opgerichte drumband. Met voorop Jennie Jongsma, volgde de oude garde waaronder o.a Sake Visser en Jennie Bondiëtti. Deze drumband werd gevolgd door de Lemster muziekverenigingen "Excelsior" en "Crescendo".

 

Jentje en Aagje Bondiëttie, een opvallend en actief tweetal, hun hobby's zijn luisteren naar piratenzenders, schaatsen en fietsen. Tientallen medailles getuigen van de vele tochten, die het echtpaar aflegde per schaats en fiets

●●●

Stro in de klompen.

Lang geleden...

Enige tijd geleden schreef de oud Lemster Teade Wouda, in dit blad dat wij elkaar vaak op het zelfde punt ontmoeten in Leeuwarden. Inderdaad merkwaardig als je bedenkt dat je andere, hier ook wonende Lemsters zelden of nooit ziet. Een uitzondering is Jan Bosma, zoon van de machinist destijds van de nachtboot naar Amsterdam. Jan was ook de gelukkige bezitter van een Lark, waarmee we via de Zijlroede optrokken naar het Stoomgemaal en de Brekken, vaak voor wedstrijden waarbij het nogal rauw aan toe ging.

Lemsters van die dagen namen het met hun woorden niet zo precies en zo kon het gebeuren dat Jan luidkeels over het stroomkanaal riep: ga maar weer naar huis je leert het nooit,...hij lag dan een eindje voor op de andere. Je zag er alleen op Zondag wat watersporters, die hun bootjes meestal meerden ter hoogte van de voormalige boerderij  'Villa Nova' tegenover de roggemolen van Koopmans.

Door de week kwam je alleen in deze gebieden de melkvaarder Arjen van de Meer met zijn loodzware praam tegen en steevast de Gebroeders van der Bijl, met hun grote Friese boot, als binnenvissers en voorts een enkelen verdwaalde schipper met een lading modder.

De eigenlijke scheepsroute ging via de sluis, Binnenhaven en de Lemster Rien naar het Tjeukemeer. Dit betekende in het centrum van Lemmer een levendige scheepsvaart en veel werk voor de haven meester Rien Kool, een bekende sympathieke Lemster. In een ander artikel heb ik hem al eens aangehaald. De passerende schepen moesten het hoofdzakelijk van de wind hebben. Alles met elkaar toonde het een aanblik die je vandaag de dag alleen op een verbleekt plaatje kunt vinden.

Door de geringe diepgang van de Lark had men gelegenheid om overal in en door te kunnen scharrelen. Dit betekende dat je ook tussen het zacht ruisende riet, direct achter de rechter kant van de Brekken, met zijn roerloos tegen de blauwe zomerlucht aftekende bakens, zalige plekjes kon vinden om er bijvoorbeeld tijdens het vissen de vele melodieën van de natuur te beluisteren.

Nu is het hier allemaal heel  anders. Maar wat willen we. Toen was Nederland nog een land van ruimte en nu het dichtstbevolkte gebied ter wereld met alles wat daar aan gepaard gaat. Omstreeks 1937 we zijn dan al weer aardig verder in de tijd reed ik Zaterdags van Leeuwarden naar Lemmer meestal in het gezelschap van Lijkele Boersma en nu en dan mijn vriend Teade. Lijkele Boersma was de zoon van Hotelhouder Boersma van de Nieuwburen. Achter diens hotel bevond zich de eerste tennisbaan van Lemmer. Deze was nogal hobbelig, hierdoor kregen de ballen een onverwacht effect om vervolgens in de varkensstal terecht te komen de Bargen raakte daardoor haast van de leg...en de spelers maakte de gekste sprongen om de bal te pakken te krijgen.

De dingen uit de twintiger jaren werden onlangs goed door Jan Wouda uit Medeblik weergegeven toen hij o.a. over 'De Jouw' (groot schepnet) van Schoor sprak. De brandende lantaarn boven de Jouw gaf een geheimzinnig effect heen en weer gaande als een vuurvliegje in de pik donkere avond, met op de achtergrond de vage, donkere kade, iets sprookjesachtig wat mij in ieder geval fascineerde, inderdaad een van die beelden die niet terugkeert, in tegenstelling van bepaalde personen die voor een plotselinge ontmoeting zorgen, zoals mij een poosje geleden op de vrijdag markt in Leeuwarden over kwam.

Een kleurrijk oud-Lemster stond ineens voor mij. Hij woont thans in Heerenveen na jaren lang in Zaandam te hebben gewerkt.Sake Visser. In Lemmer kennen de ouderen hem nog heel goed. Hij had natuurlijk nooit naar Heerenveen mogen gaan, want een echte Lemster keert op het oude nest terug. Sake had, als in zijn Zuiderzeetijd meteen weer een "stijl" woord via de hem eigen humoristische wijze. Hij was zo verstandig om niet op mijn plagende vraag te reageren, of hij alleen wel zover van huis durfde. Destijds werkte hij als zeer jonge knaap op een van de hangen en genoot de bescherming van Evert, ja dezelfde die men geregeld leest. Ik geloof  trouwens dat er in die tijd maar één Evert was. Ik vroeg hem of hij weer op pad was om zijn kunstgebit weer ergens op te halen, omdat hij dit zoals hij mij eerder vertelde, nu en dan aan goede kennissen uitleende.

Over Sake herinner ik mij iets wat binnen de sfeer van oud Lemmer nu hier best mag worden verteld. Eens stond hij onder de Hoek met maten onder schafttijd. Het was redelijk weer, niet warm en niet koud. Zegt Evert tegen Sake: "wat zie je bleek, heb je koude voeten"? Sake: "Wer hast it oer,man, hoe soe ik nou kâld wèze mei dit waar, do likest wol net goed wies"

Evert zette door en bleef volhouden dat Sake beslist koude voeten moest hebben. Het verhaal wil verder dat hij steeds kouder begon te worden (dat dachten zijn maten tenminste) en tenslotte rillend naar huis liep. Even later keerde hij op zijn werk terug met stro in zijn klompen dat er aan alle kanten uit stak, de andere lachen. Maar later werd duidelijk dat Sake als laatste lachte, om dat hij ze te grazen had genomen om het spelletje mee te spelen.

Tijdens ons gesprek in Leeuwarden nodigde hij mij uit om eens naar Heerenveen te komen voor het noteren van oude gebeurtenissen die zicht 50 jaar en langer geleden in Lemmer hebben afgespeeld. Ook over de bijnamen die zo rijkelijk bloeide en als een de tijd ver voor uit zijnde postcode kunnen worden beschouwd. zie ook bijnamen.

Het waren geen scheld namen zo als ik ze wel eens heb beluisterd. Iedereen in die tijd weet toch dat je maar al te vaak de bijnamen moest kennen om aan te duiden wie je moest hebben . Ik zal nog eens zien of ik aan het verzoek van Sake voldoe, daar bij maar aannemend dat hij mij er niet uit schopt, in verband zijnde met het vermelden van bovenstaand verhaal.

Wim Rinsma. (Deurtje)

 

Op de foto zien we van links naar rechts: Jilling Kingma (Het Lange Lint) zoon van een visser, Klaas Wouda, Jan Atsma, visrokersknecht, Evert de Vries, kijk hoe leuk Evert met zijn hand op mijn vaders hoofd staat; Jan Visser, visser; Jan Duim, Sake Visser (Reade Sake) visrokersknecht. Op de brug, achter Klaas Wouda, Maarten Kokje, postbode.

●●●

Harm fan ûs oate viert zeventigste verjaardag. Op de tweede dag van het skûtsjesilen gaf Harm fan ûs oate opeens weer acte de prensence in het café van Hotel/restaurant "De Wildeman" Met meeslepend gezang voerde hij de aanwezige mensenmassa als vanouds langs de voormalige Zuiderzee. Via "de klok van Arnemuiden" naar "het kleine café aan de Schulpen" en het alom bekende "Lemster jongens" werd de sfeer in de Wildeman op deze ochtend weer tot ongekende hoogte gebracht.

Het publiek dat zowel jong als oud in zich herbergde, liet zich niet onbetuigd in het meezingen van en meedeinen op de liederen die Harm fan ûs oate steeds gedeeltelijk aan het publiek "voorzong". Toen mevrouw Foussert met haar accordeon ook nog eens kwam binnenwandelen, wist iedereen opeens weer hoe ouderwets gezellig het kan zijn in "De Wildeman"

Geluiden als "Hjir hevve wee Hennie Huisman net foar nödig. En "En muier kado kin un meens toch net krijje, jû" werden regelmatig in de wandelgangen gehoord. Zeker toen de Lemsters wisten waarvoor het grote bord diende, dat achter "Ûs Harm" was opgehangen. Harms kinderen hadden hem en zijn vrouw Fimmy 's ochtends vroeg namelijk 'ontvoerd' naar de Wildeman om Harm op zijn zeventigste verjaardag op deze toepasselijke wijze te verassen. harm fan ûs Oate heeft vast en zeker nog nooit zoveel 'vistite' op zijn verjaardag gehad. Hij en mevrouw Foussert wisten Lemsters en Lemsters om ûtens een onvergetelijke ochtend te bezorgen in "DE Wildeman".

 

 

Langstme nei de âlde Sudersé.

 

Tekst: Jehannes Duim (1910-1997) Wiize: Als de klok van Arnemuiden

                                    (It kykje)                                      

Refrein:         

Ik haw in kykje yn myn herte

Tink sa faek, by will’ en smerte

Oan ansjofisk en oan hearringfiskerij

Alse Sudersé, dou bliuwst my nei

 

1) Ik tink sa faek noch oan myn bernejierren

Doe’t ik wenne earne yn ‘e Skâns

En dan eltse dei aloan wer swalke

Alde Sudersé, dyn wâl bylâns

 

2) Ik sjoch dan wer de botters en de aken

Mei de flet fol fisk der efteroan

Yn ‘e Skâns koe ’t alderheislikst rykje

Dat wie in Lemster byld, sa moai, sa skoan

 

3) Ik sjoch dy sé, as flakke glêdde spegel

Op in stille simmerjoun oan ’t strân

Doe’t ik, as feintsje, mei in aerdich famke

Stevich earm yn earm nei ’t Eintsje roun

 

4) En dêr, oan dat stille Skieppedykje

Ha wy faek in bulte wille foun

Mannich feintsje hat dêr, oan ‘e séwâl

Syn faem it allerearste tútsje joun

 

5) Lit ik nou myn eagen jitris stoarje

Oer dat nije, greate polderlân

Dat dêr leit, ûntwraks’le oan it wetter

Makke troch sa mannich warb’re hân

 

6) Sjoch ik dêr in boer dan drok oan’t siedzjen

En syn trekker rydt de ekers lâns

Dan tink ik mei wémoed oan de jierren

Doe’t ik wenne, earne yn ‘e Skâns

 

7) Ik hear dan wer de wylde stoarmwyn gûlen

Oer dyn hege weagen, wyt fan skom

En dêr boppe út de rop fan ’t séfolk

Minsken help ús, wy fordrinke, kom!

 

8) Sjoch, dêr stean sy klear, dy stoere keardels

Alles ré? Stap yn ‘e reddingboat

Om troch it siedend, kolkjend skom te rûzen

Om te rêdden út ‘e stjerrensnoad

 

9) Ik sjoch dy sé, as yn in barre winter

Fûle froast in part oan bannen lei

Waerstou doch altyd wer de oerwinner

Ek dy snie en iistiid gie foarby

 

10) Kaem dan lang om let wer ‘t mylde foarjier

Mei moai waer en waerme sinneskyn

Wiene kjeld en earmoed gau forgetten

De hearring kaem en soel waerd wer de wyn

 

Refrein:         

Ik haw in kykje yn myn herte

Tink sa faek, by will’ en smerte

Oan ansjofisk en oan hearringfiskerij

Alde Sudersé, dou bliuwst my nei

●●●

LC-8 augustus 1988 -Duizenden genieten van Engelse aanval op Lemmer.

Gedenksteen 100 jaar Lemster sluis onthuld.

LEMMER - Lemmer heeft zaterdag het honderdjarig bestaan van de voormalige zeesluis in het dorp op grootse wijze gevierd. Enkele duizenden mensen genoten van de beschieting van het dorp door de ’Engelsen’ die uiteindelijk zoals ook al in 1799 was gebeurd in de strijd met de Lemster krijgsmacht het onderspit moest delven. Later stonden de strijdende partijen weer broederlijk bijeen toen burgemeester Geert Eijgelaar van Lemsterland het herdenkingsfeest een officieel tintje gaf en de gedenksteen in de sluismuur onthulde. Er heerst ’s morgens half elf al een aardige drukte in het dorp als de 75-jange dorpsomroeper Sake Visser ('Reade Sake' zeggen ze in Lemmer) tezamen met een tamboer van de Sloter schutterij door Lemmer trekt om kond te doen van de komende gebeurtenissen. "Tooit u zich allemaal uit protest tegen de Engelse aanval met oranjewimpels en strikken roept hij". Er zal echter meer nodig zijn de vijand tegen te houden weet de goedgeluimde dorpsomroeper die daarom op eigen initiatief van de reclame tekst afwijkt en zijn proclamatie boodschap afsluit met de sinds enkele weken populaire kreet ’Aanvallen'. Het publiek kan Sake’s optreden wel waarderen.


Als 's middags om een uur Engelse oorlogsschepen voor de Lemster kust worden gesignaleerd en er middels het luiden van de kerkklokken groot alarm wordt geslagen omzomen al enkele duizenden belangstellenden de sluiskolk en het water van de Binnenhaven. Ondanks Sake’s oproep hebben niet oranjegekleurde wimpels en strikken de overhand maar is het vooral luchtige kledij wat de klok slaat.

Spreekstalmeester Alfred Knorr, heeft het publiek nog maar net op de hoogte gebracht van de dingen die komen gaan of kanongebulder verraadt, dat de Engelsen in aantocht zijn. Terwijl de Lemsters, die evenals de Engelsen in authentieke kledij van een paar eeuwen geleden zijn gestoken, op de kop van de sluis een kanon in stelling brengen en terugschieten, kunnen zij niet verhinderen, dat de oorlogszuchtige Engelsen de sluisdeuren rammen. Twee van hen klimmen op de sluisknechtswoning en verruilen de Nederlandse driekleur voor de Engelse vlag.

De Lemster kanonniers, zijn dan al tussen het publiek gevlucht. In een enorme rookwolk en onder oorverdovend geknal varen de Engelsen in werkelijkheid leden van de vereniging ’1 April’ uit Brielle met hun Prince Admirael, de sluis in. Hoewel je zou verwachten dat al deze herrie de aandacht van een ieder opeist, stoort de tweekoppige bemanning van het Friese statenjacht Friso, dat afgemeerd ligt aan de kade van de Binnenhaven, zich niet aan de drukte. Haar aanwezigheid wordt pas later op de middag verlangd en vandaar dat beide heren zich in het vooronder van de Friso te goed doen aan een Chinese afhaalmaaltijd en een pijpje pils.

Ondertussen is in de Binnenhaven, de strijd tussen de Engelsen en de Lemsters die geassisteerd worden door de schutterij van Sloten, in volle hevigheid ontbrand. Rookpotten die gekleurde walmen afscheiden, maken het spektakel net echt, terwijl over en weer stukken schuimrubber die kanonskogels moeten verbeelden, worden afgevuurd. Gejuich klinkt op als er enkele krijgers te water raken. Het spiegelgevecht is na een kwartier ten einde als een voltreffer ’treffer’ de vijandige oorlogsbodem raakt. De Engelse kapitein in rook gehuld, laat de witte vlag hijsen ten teken van overgave en wordt met zijn manschappen door de schutterij naar hotel De Wildeman gevoerd.

Na het tekenen van de capitulatie gaat het er in De Wildeman vredelievend aan toe. Maar als Sake Visser zijn kans schoon ziet nogmaals zijn tekst door de zaal te brullen. "It stiet net op papier mar ik mocht der o sa graach ’Aanvallen' efteroan sizze" krijgt hij andermaal de lachers op zijn hand.

Zo is het in 1799, allemaal echt gebeurd, maakt Knorr het publiek wijs. In werkelijkheid ging het er toen allemaal een stuk minder vredelievend aan toe. De Engelsen wisten Lemmer zelfs een aantal weken te bezetten, maar trokken zich uit het dorp terug, toen bekend werd dat de plaats steeds meer ingesloten raakte door Bataafse en Franse troepen, uit Gaasterland Sloten Joure en Kuinre. Ook een groep van 500 burgers en boeren uit Het Bildt, waren gewapend met hooivorken en ander moordlustig materieel naar Lemmer onderweg. Twee grote kogels in de muur aan de Flevostraatzijde, van het meer dan twee eeuwen oude pakhuis van groenteboer Koop Gaastra herinneren vandaag de dag nog aan de roerige tijden van weleer.

 

Hier is Koop Gaastra te zien terwijl hij bezig is met het schoonmaken van de gevel van zijn huis. Links is één van de kogels in de muur te zien.

Na de onthulling van de gedenksteen waarbij het Lemster mannenkoor onder andere het Fries volkslied ten gehore brengt, de muziekkorpsen Excelsior en Crescendo acte de presence geven, en honderden duiven worden gelost, gaat het gezelschap aan boord van de verschillende schepen. Daaronder niet alleen het Friese Statenjacht maar ook een aantal Lemsteraken die de Engelse armada moeten uitbeelden. De tocht gaat door de Lemster grachten en eindigt bij het ir Woudagemaal, waar de officiële viering van het eeuwfeest wordt afgesloten.

Op het bordes mijn vader, Sake Visser en de tamboer. Onderste rij tweede van links, Ellen de Zwart (een nicht van mijn man Jan), die ervoor heeft gezorgd dat de LE 28 meedeed, tijdens de 200 jarige herdenking, van de Engelse aanval op Lemmer, en heeft verder de dag van de herdenking mede mee verzorgd.  De anderen zijn mij jammer genoeg niet bekend.

 

| 1 | 2 | 3 |

Home

 

Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.