Interview met mijn vader Sake Visser 1986
Door Geertjan Verhoog.
| 1 |
2 |
3 |

Heerenveen 5 Augustus 1986.
Zo nou heb jij gepraat met de bekendste
Lemster. Vele sterke verhalen heb ik je verteld, die- let
wel-allemaal op de zuivere waarheid berusten. Ik had je voor dit
interview ook wel geld kunnen vragen, zo van geef maar honderd
gulden. Dat doe ik natuurlijk niet, maar er zijn d׳r die dat doen.
En nou nog een mop één maar, nee wacht, ik heb
er twee luister. Ik noem geen namen. Jaren geleden kwam er een man
naar me toe. Hij zei: 'Sake, ik heb mijn vrouw verloren'. Toen zei
ik : dat moet je aangeven bij de politie. Mooi niet. Dat kan
allemaal, Lemsters onder elkaar worden nooit boos op elkaar.
Zijn indrukwekkende mond word zichtbaar achter
de al even imposante rood-grijze baard. de kleur waar hij zijn
bijnaam ontleend. Armen en voeten komen er bij zijn voordracht aan
te pas. De tweezits bank word al gauw verruild voor de driezits de
driezits voor de tweezits, waarna de stoel, de rand van de tafel ,
en de vloer. Zijn liedjes schallen door de kamer , zijn stem buldert
door de straat: Als ik aan de ene kant van Lemmer sta, kunnen ze me
aan de andere kant horen. Maar Sake Visser (72) beter bekend als
Reade Sake, woont niet meer in de Lemmer. Al is dat alleen in
letterlijke zin. Want mijn hart is daar waar ik dag en nacht van
droom, en waar het hart van vol is stroomt de mond van over, van
Lemmer dus.
De afbeelding van een Lemster aak op het
schuurtje van Sake aan de Weegbree in Heerenveen zegt eigenlijk al
genoeg. Tot zijn 45-ste leefde hij in de Lemmer, daarna werkte hij
twintig jaar bij de zetmeelfabriek van Honig in Zaandam. Nu woont
hij alweer 7 jaar in Heerenveen "Soan, mijn vrouw en ik hebben 40
jaar in ons huwelijk met elkaar gewerkt. Dan ga ik niet terug naar
de Lemmer, want dan weet je het wel de hele dag ben ik dan van huis
weg"
Een rode draad in zijn monologen is niet direct
waar te nemen. Het zijn vooral de herinneringen aan Lemmer en de
Lemsters die hem bezig houden. En waar iedereen met zijn poten af
moet blijven. De zwarte bladzijde uit zijn leven leest hij maar
liever niet voor.
Stapels plakboeken haalt Sake uit de kast met
zijn grote verzameling foto's en krantenknipsels, terwijl schiet hem
het ene naar het andere verhaal te binnen. Toen ze mij eens vroegen
waar ik werkte zei ik : bij de overtollige luxe. WC tonnetjes halen
en legen, ze hebben mij nooit tuk. Nou even wat anders, we moesten
een keer slagzinnen bedenken om een vliegreis naar Londen te
verdienen. Enkele regels op gestuurd, en een paar weken later kregen
we te horen dat we de prijs gewonnen hadden. wie had die slagzin
bedacht? Sake "ik zei de gek."
Zingen weet je wel, dat ik heel goed kan
zingen? Op bruiloften en andere feesten. Dan zeggen ze tegen mij,
toe Sake zing nog eens wat, en dat doe ik dan ook. Wat wil je horen?
Stapels bundeltjes met liedjes zijn ook inmiddels uit de kast
gehaald door zijn vrouw Tabine Visser (64). Ze zegt regelmatig op de
achter grond te willen blijven, als het moet om haar man wat van
advies te kunnen geven of om wat bij te sturen. Haar ״bescheiden״
aandeel in dit feestelijk leven met Sake is de puzzel van de
Nachtwacht die uit vijfduizend stukjes groot, achter in de kamer
hangt, geweldig niet prijst Sake zijn vrouw.
Hij staart zijn gesprekspartner een moment aan,
opent zijn mond en voor dat iemand er erg in heeft, barst hij met
zijn eigen volkslied van de Lemmer los: Nella was een boerendeern.
Een oud dorpslied van de Lemmer. De mensen die dit vroeger zongen,
zijn allang dood. Ja vroeger werd er nog gezongen, vroeger was de
Lemmer nog een grote familie, de tijd van 50 jaar geleden missen wij
zo stelt Sake met weemoed vast, maar wie kent wie nu nog? ze moeten
Lemmer in stand houden. De Jan Nieveen moet weer op zijn oude plek
liggen. En dat nieuwe gemeentehuis had daar nooit mogen staan.
Waarom in godsnaam moesten ze Doedok afbreken? het uitzicht op
Lemmer is verpest!!
"Sake Sake" probeert zijn vrouw hem te
onderbreken: deze man is hier gekomen voor een verhaal in de krant.
Nou moet je hem ook eens een vraag laten
stellen, die opmerking lijkt aan dovemansoren gericht.
Onverstoorbaar gaat hij verder met zijn anekdotes. Tot hij
plotseling ophoud. Stel maar een vraag zit er helemaal klaar voor.
Zijn vrouw wacht gespannen af. Maar de verwachte vraag schiet me
niet te binnen. Sake:nou dan ga ik maar weer verder.
Racefiets
Nou moet je eens goed luisteren, jongen ״Vijftig
jaar geleden zat ik al op de racefiets dat kun je gerust zo stellen,
een bij passende foto word er bij gezocht. Hier zie en overtuig je
zelf, nu fiets ik vaak nog 50 kilometer per dag. Even naar Drachten
of naar Wolvega of naar de Lemmer. "O Soan je weet wel hoe dat gaat
dat fietsen zit in de hele familie". Zijn tien jarige kleinzoon
Johan Spanjaard komt binnen. De jongen weet zich geen houding te
geven, als Opa zingt. Maar. "Sake" jij hebt toch ook een mooie
racefiets Johan. En we fietsen ook vaak samen hé?

Je wilde dat schilderij zien van de Jan Nieveen. Kom maar even mee, samen lopen we naar de gang: Dit is de fiets
die ik vorige week Zaterdag aan het publiek in Lemmer heb laten
zien. Van Bram Teut de Jong gekregen een geweldige vent: een ruwe
bolster maar blanke pit. de weddenschap waar Sake de fiets aan over
gehouden heeft is anders geschied dan sommige omstanders meende te
weten. Niet in de wc van de Wildeman maar bij de brug in de Lemmer
de brug stond open en Bram Teut kwam bij me staan laten wij ons Bram
Teut en me zelf nou maar even dorpsfiguren noemen, geen dorps
gekken. De brug stond dus open en ik zei tegen Bram dat ik had
gedroomd dat Lemmer kampioen werd. Als dat gebeurd krijg je van mij
een fiets dat zei Bram dus tegen mij. Zo is het gebeurd. Nou kan me
dat verhaal over die weddenschap in de wc niet zoveel schelen hoor,
maar de mensen denken altijd van alles en nog wat van. Als ik met
een shirt van de dranken handel fiets denken ze meteen dat ik er een
liter jenever aan overhoud.
Helemaal voor niets heeft Sake de dure fiets
ƒ 1048 overigens niet gekregen. Op voorwaarde dat ik de openingronde
fiets van de Lemmer amateurs over een paar weken. En dat doe ik
natuurlijk want met mij er bij lukt het altijd. Als Sake de eerste
ronde fietst loopt het hele dorp uit.
Een rondleiding in vogelvlucht door het huis
volgt. De spiegel in een houten wc bril hangt in de gang, schilderijen aan de wand in de slaapkamers, een flesje water uit de
Dode Zee, beeldjes, een fragment van de klaag muur, een steen uit de
Berlijnse muur. de oude racefiets op zolder, en zelf gemaakt maar
nog niet helemaal af, een houten klein model Lemster aak voor zijn
kleinzoon. Aan alles kleeft een verhaal.
Van een breuk tussen het heden en verleden
lijkt geen sprake, eerder van een samensmelting, "ja soan, de
Lemsters zijn geen volk , maar een ras, je herkent ze overal en ze
laten elkaar nooit los". Wat dat betreft is er nog niets veranderd.
●●●
Groots onthaal Lemster skûtsje
(1986)
Triomfator Jelle Reijenga: "Dit is
ûnmooglik"
LEMMER - Triomfator Jelle Reijenga (35) en
zijn bemanning van het Lemster skütsje zijn afgelopen zaterdagmiddag op
onvergetelijke
wijze thuis in Lemmer ontvangen. De gracht door het dorp was omzoomd
door een kraag van duizenden uitbundige toeschouwers. Evenals
langs de kaden viel de kampioen Skûtsjesilen 1986 ook in het GIB-gebouw
aan de Vuurtorenweg in Lemmer niets dan applaus muziek
vreugde en loftuitingen ten deel. Het feest was de huldiging van een
winnaar van de Elfstedentocht waardig.

Wat een dag. Wat een geweldige dag. Wat
een feest. Wat een geweldig feest. Waar of niet waar riep burgemeester
Geert Eijgelaar de joelende menigte in het GIB-gebouw toe. Woorden
schieten te kort. Er moet worden gezongen en gedanst en gehost.
Die opmerking bleek niet aan dovemansoren gericht. Een vrouw uit het
publiek griste even later de microfoon onder de neus van Eijgelaar
vandaan en zette in met:"De strijd is gestreden" waarna het publiek uit
volle borst met haar mee zong "al op de volle zee. De punten zijn
binnen. De Lemmer is oké. Ze staan aan de top. Daar is niets meer aan te
doen. Maar ze wilden nog hoger want de Lemmer is kampioen".
Na de herhaling van dit lied roemde
Eijgelaar, Jelle Reijenga en zijn bemanning nogmaals. De overwinning
noemde hij 'promotie van het beste soort voor Lemmer'. Uit dank daarvoor
kregen de schipper en zijn manschappen een tegeltableau van het oude
gemeentehuis van
Lemsterland. Reijenga draaide wat verlegen met het geschenk rond het
spreekgestoelte toen twee politiemannen Piet Sandman en Robert
Wopperkamp hem op de schouders tilden en hem daar zij het met moeite op
droegen. Het publiek reageerde uitzinnig van enthousiasme
In het feestgedruis zag 'Reade Sake'
Visser (72 uit Heerenveen zijn kans schoon de microfoon te bemachtigen.
Sake afkomstig uit Lemmer kon zijn tranen amper bedwingen toen hij de
feestgangers luidkeels toevertrouwde "Mijn hart is elke dag en nacht bij
Lemmer. Ik leef met jullie mee".
Daarop verhaalde hij de menigte van een weddenschap met 'Bram teut' de
Jong uit Lemmer. Op het toilet van hotel De Wildeman in Lemmer zou De
Jong de allerduurste fiets aan Sake hebben beloofd wanneer het Lemster
skûtsje kampioen zou worden. De Jong hield zijn woord en samen kochten
ze afgelopen zaterdag een 'Koga Myata Giant'- racefiets ter waarde van
ongeveer f 1500. Om het publiek ervan te overtuigen dat hij dit verhaal
niet zomaar uit zijn mouw schudde werd de fiets naar voren gehaald. Sake
ging op het zadel zitten terwijl de honderden toeschouwers hem toezongen
'Sake in de Tour de France' (Zie foto's)
Jelle Reijenga bleek verpletterd na afloop
van alle toespraken en loftuitingen. Tijdens het in ontvangst nemen van
felicitaties van de honderden bezoekers waaronder schipper Jan van Akker
van de Sneker Pan - "Jelle elts is der in kear oan ta - zei Reijenga.
"Dit is ûnmooglik. Fan sa’n feest doarst eins allinnich mar te dreamen"
Wat heeft hij met het skûtsje uitgespookt zodat hij met de krans om zijn
hals en de fiere kampioenswimpel in top door Lemmer kon worden ingehaald
als volksheld
"Dat sis ik net. Dan soe ik oaren wekker
meitsje en moat ik foar takomme jier wer wat nijs betinke". Het
bemanningslid Ulrik Jager deed er
minder geheimzinnig over. Wat we hebben veranderd stelt allemaal niet zo
veel voor. De zwaarden iets meer in profiel gebracht het roer
geperfectioneerd vorig jaar al een stukje uit de steg gebrand en het
schip beter af getrimd. Maar bovenal in teamverband gewerkt en gewonnen.
Hallo Spanvis,
Een poosje geleden hebben we het gehad
over de opnamen die er zijn gemaakt bij de huldiging van het
Lemster Skûtsje
in 1986. Ik heb toen gezegd dat ik zou proberen dat stukje van de
huldiging waarop Sake Visser de hem beloofde fiets krijgt aangeboden op
DVD over te zetten. Dat is ondertussen gelukt, mede met hulp van
Ralf de Vries. De kwaliteit is natuurlijk
niet heel erg geweldig, want het is wel een video opname uit 1986, maar
er is goed naar te kijken. Gr. Marten de
Vries (en met dank aan Ralf de Vries).
noot Roelie de opnamen kon ik niet op de
site krijgen daar hij 150mb was, comprimeren lukte ons niet. Vandaar ik
er onderstaande opnames van heb gemaakt. De speech is schriftelijk
overgenomen. Marten en Ralf heel hartelijk bedankt, ik kan er thuis
heerlijk van genieten van de oude baas. Roelie Spanjaard Visser
(spanvis)
●●●
De speech van mijn vader
Sake tijdens het kampioenschap van het Lemsterskûtsje.
"Ik zal het dames en Heren
hier tot U spreken, "een Oud Lemster" (in de zaal spontaan heu heu en
geklap) al of niet wonenden in Heerenveen, Maar mijn hart is elke dag en
nacht bij Lemmer (heu heu en geklap) Daarmee zeg ik jullie op
hartelijkheid en eerlijkheid rond uit mijn hart, ik leef met jullie
Lemsters mee, en met het Lemsterskûtsje. En ik heb voorspeld het
Lemsterskûtsje word kampioen.
Toen zaten wij met een
gezellig ploegje in Hotel de Wildeman, en toen heeft een Lemster inwoner
Abraham de Jong (bijgenaamd Bram Teut) gezegd, "Sake, ik heb je op een
oude racefiets in Lemmer gezien. Maar als het Lemsterskûtsje kampioen
word, mag je de allerduurste racefiets uitzoeken. Deze persoon Abraham
de Jong heeft woord gehouden en ik mocht een fiets uitzoeken bij
rijwielhandel van Dijken in de Lemmer. Hiermee zal de wielerronde van
Lemmer geopend worden, ik dank U allen hartelijk".
Op de 3e foto: Sake achter de microfoon,
burgemeester Eijgelaar en Wiebren Luehof.

Door Cees Jongsma
Us geheim, nee
dat fertelle wy beslist net, dat hold de hiele skûtsje - race yn
spanning.
Jimm' skoarden
fuort yn Grou al, slimme set, dou, Jelle, en dyn geweldige
bemanning.
Wat paste't goed,
op Ealahûzen wie 't blakstil, dér ha de simmels wol efkes oan dy
fretten.
Jimm' sondigden
en driuwkelden, hoe swiet de pil, men hat doe, de kommisje, de
wedsrtiid pal ôfsketten!
De beide Lemster
gloarje-dagen spanden wol de kroan. foar eigen folk mei in
protte wyn de sege.
Dêr leist' it
fundament en joechst' t teken oan, nou sille wy winne, al wurdt
ik in drege.
Mar dat geheim,
nee dat fertelle wy noait, al grûte Gryt van Dunen al wat oer
beide swurden.
Misskien
fertelst' as' pake 't nochris, oait, mar skippers ha oan board
net folle wurden.
Dou kampioen, dou
strider foar de heechste ear, al knoeit de barre wyn dyn skip
oer alle boarden.
It sulveren
skûtsje is foar dy gjin dreambyld mear, in feit, dêr 't elk op
hope, mar hast net doarde.
Wat is der moaier
as dat fertrouwde byld, skean foar de wyn, wylst 't wetter
skomjend brûzet de seilen strak.
De twirre om mêst en troch de blokken rûzet, wy ha hjoed sa
foarsichtich mooglik syld.
En dat geheim, ja
dat hâldt er lokkich bij 'm, dat bringt ek it oare jier de race
yn spanning.
Jimm' tinke dan
wol oan in nij heimsinneger geheim, dou, Jelle, en dyn
ûtsonderlike bemanning?

" Bokkens Ronne op Skunnen Troch de Puzzen "
Lemsters, it hat wat te sizzen
●●●
Nog een interview met mijn vader
Sake.
Lemsters prate seurderich en binne rûch yn 'e
bek. Dat is neffens Reade Sake it fernaamste skaaimerk fan 'e taal
dy't de echte Lemsters of 'Lemster bokkens' (bokkings) noch prate.
En der binne in soad eigen siswizen en - foaral - skelnammen. Op de
Lemmer ha se ek in pear eigen wurden lykas oate ( Beppe), seun
(jonge), duntsje (plakse fan'e bôle) en puzze (wetterplasse).
Fierders liket it in soad op it dialekt dat yn 'e hiele Sûdwesthoeke
praat wurdt.
It taaltsje is nea bestudearre. It measte moat
dêrom op strjitte opfongen wurde. Minsken lykas Reade Sake, foar de
boargelike stân Sake Visser, kinne dêrby it bêste helpe. Hokker
Lemster kin dizze Visser (79) net. Hy wie eartiids doarpsomropper en
Sinterklaas op 'e Lemmer. No wennet er op it Hearrefean, ,, mar ik
dream alle dagen noch fan 'e Lemmer.
Ek âld-Lemster
Pieter Verhoeff socht him op. Hy
woe mear witte oer, it âlde Lêmer, foar syn film De Vuurtoren.
Neeuw! Nochalin moaien ien, dat sizzen se
tsjin Reade Sake as er hjoeddedeiop 'e Lemmer komt. dat lange 'neew'
is Lemsters foar no. Oare Lemsters wurdt bygelyks neiraasd: Neew,
kinst stút klearmeitsje en opdonderje. Of: neew. Dêr komt hy ek wer
oan. Froeger koe er net skite. Doe moastsyn mem him helpe. En holle
wurdt altyd kop of hasses, dat ken net misse, seit Visser.
Op de Lemmer sille se noai sizze: Dach frouw
Visser seit Visser syn frou. Nee elk hat in bynamme. De heit fan
Visser wie 'Panne Bot'. En in oare FamyljeVisser wurdt 'De
Takkebosken' neamd. Oare bynamme binne of wiene: Broekskiter , Klaas
Bek-en-Eagen, Roel Nútdopper, De Moskjeferver en Harm-fon-ús-oate.
Kuile
Hoe hiet sa'n slome jonge ek alwer yn it
Lemsters? Frege Verhoeff lêstendeis doe't er om in wurd ferlegen
siet by de opnamen fan syn film. Agaat de Haan, in famke fan 'e
Lemmer dat yn 'e film meispilet, wist it wol: sa'n slome, sa'n slûge
, dat is yn it Lemsters in kuile, útsprutsen mei in lange Haachse
ui. Kuile Goudsjeblom wurdt ek wol sein. En in jonge dy't lytse
bern pleagentis in 'Grutte kuile', in oaie soene oare Friesen sizze.
Lykas yn 'e hiele Súdwesthoeke is yn 't
Lemsters in fuotsje in futsje, in bûse in buse, buorren buren.
Súdwesthoeksk is ek de i dy't yn in o feroaret. Tusken Starum en de
Jouwer rinne jo net yn 'e sinne, maar jo ronne yn 'e sonne. Op 'e
Lemmer stiet sporthal. De Hege Fonnen, neamd nei de finnen. En it is
fansels hjoeien goei ynstee fanhjoed en goed.
Echt Lemsters binne tijdwurden as bloeie,
skroeie en troeie, Sesteane foar bliuwe, skriuwe en triuwe. Lemsters
skroeie mei in pêne en knippe mei in skêre. Yn doarpen as Eastersee
en Bantegea waarden Lemsters froeger gauris pleage mei sposinttsjes
lykas :hy mut even in briif skroeie. Guon Lemsters pasten der dêrnei
wol foar op dizze wurden te brûken. Dat 'briif' wurdt trouwens yn
Gaasterlân ek sein. Of samar, as stopwurdt. Dat jildt ek foar 'soan'

Het schild van de Wildeman, is gemaakt
door Meint Visser ( was blokmaker bij Fa v/d Neut) was getrouwd met
mijn tante Pietje Visser
Wyldeman.
De Lemster útspraak fan, hy,sy,wyen by is
deselde as dy yn esúdlike Wâlden. Wa't yn hotel, De Wildeman, nei
ôfrin fan it skûtsjesilen, wolris harke hat nei it Lemster
folksliet, moat it hast wol opfallen wêze. de Lemsters sjonge dan :
Wee binne Lemster jonges, wee leve fon de see, en al wat wee
fertsjinje, ferpierewaaie wee. Wee witte fon gin sparjen, wee lizze
noait wot wei. Wee leve as God yn Frankryk fon de iene yn de oare
dei. Of: he wee dan in skotsje fan hjerring, bot of skol, dan gean
wee nei de Wyldeman en supe ûs de beulig fol.
De berne Lemsters finne eins dat gjinien de
echte taal mear praat. Mar dat sizze minsken oeral, seit Durk
Veenstra fan 'e Fryske Akademy. Echt Lemsters is yn feite wat de
minsken hjoed noch nog prate. In soad Lemster praters binne der
lykwols net mear, want Hollânsk-en Dútsktaligen ha de oerhân.Op 'e
Lemmer wenje in protte unspielden en unronders Iju dy't har te wenje
set ha yn it Iselmardoarp, mar foar de âld- lemsters eins altyd
import bliuwe. Geef Frysk prate doart de Lemster trouwens ek net
goei, mar wat sil hy ek, as er dochs al in eigen taal hat.
●●●
In de schemering gebeurde veel meer.

Pieter
Verhoeff.
"Ik ben als de dood voor valse
emoties", zegt Pieter Verhoeff. Het 'showbusiness effect' noemt hij
het, als een regisseur bewust naar een huilende of lachende kijker
streeft. "Het enige wat ik probeer is om zo precies mogelijk weer te
geven wat ik vind van mensen in een bepaalde situatie." Het eerlijke
realisme van Verhoeff leidde tot prachtige films: Het teken van het
beest, De dream, Van geluk gesproken. Voor de VPRO maakte Verhoeff
De vuurtoren, een film in drie delen, vrij naar herinneringen aan
zijn jeugd in Friesland. Het werd een ingetogen film over een dorp
aan het meer. Wederom met weinig showbusiness, laat staan met valse
emoties.
Kort nadat het gesprek is begonnen komt de
producent van De vuurtoren de kamer binnen en zet de
videorecorder aan. Hij wil even iets laten zien. De begintitels van
het derde deel zijn wit en vallen bijna weg tegen het lichtgrijze
IJsselmeer waar dat deel mee opent. "Maak ze maar zwart", oppert
Verhoeff nonchalant. De regisseur is in het stadium dat het hem niet
zoveel meer uitmaakt. Vier uur daarvoor heeft hij er een punt achter
gezet, de film is nu echt af. Het kind is gebaard, laat de wereld er
nu maar overheen vallen.
Toch zou zo'n val in dit geval extra pijnlijk zijn: De vuurtoren
is een zeer persoonlijke film. Opgedragen aan zijn zoon Auke ("Die
is nog zo klein, als die later in een rolstoel zit en ik heb niet
alles kunnen vertellen, kan hij al die leugens nog eens aanzien"),
is de film een verzameling herinneringen aan een jeugd in Friesland.
Aan een klein stukje jeugd in een klein stukje Friesland, wel te
verstaan. Hoofdpersoon Gerben is veertien, vijftien jaar oud en
woont in een klein vissersdorpje aan de IJsselmeerkust, Lemmer
bijvoorbeeld. De film is geen autobiografische reconstructie.
Verhoeff: "Ik heb van autobiografisch materiaal gebruik gemaakt.
Veel details kloppen wel, maar ik heb ook dingen aangezet en figuren
samengesteld. Ik heb anekdotes uit mijn jeugd bij elkaar geveegd
onder een aantal thema's."
Met zijn twee vrienden zwerft Gerben rond de verlaten vuurtoren,
zwemt in het meer en maakt hij muziek. Hij wordt verliefd, ontdekt
zijn eigen lichaam en ziet zijn ouders van hun voetstuk vallen.
Vergeefs probeert hij contact te krijgen met zijn uit Indië
teruggekeerde broer. Met een oom bezoekt hij het Concertgebouw in
Amsterdam, aan de overkant van het water. Dat zijn de grote
gebeurtenissen. Even belangrijk in De vuurtoren zijn de
dagelijkse details, het leven in en om de kleine woning, waar tante
Fokje in haar hysterische lach uitbarst en vader verbeten op een rat
jaagt. Naarmate Gerben ouder wordt, worden zijn waarnemingen meer
geordend, maar een verhaallijn ontbreekt. Daar zijn de herinneringen
te associatief voor. Wat wel terugkeert is verlies: Gerben verliest
achtereenvolgens zijn buurmeisje aan een bloedziekte, zijn grote
liefde aan Eric de Noorman en zijn broer aan een oorlogstrauma. Ook
de vuurtoren, symbolisch voor de verbondenheid van de drie jongens
met hun geboortegrond, gaat verloren, vlak voordat ze zullen
uitzwermen naar de grote stad.

De oude vuurtoren van Lemmer.
●●●
Reisbrief uit Lemmer. (1991)

Door Piter Terpstra.
Om half elf komt schipper Jelle Reijenga
even in de Wildeman. Hij is bij Lemsters en oud-Lemsters nog zeer
populair men vraagt zelfs om zijn handtekening. Over zijn gedrag in
vorige skûtsjesylwedstrijden zijn de meningen verdeeld maar de meesten
nemen het voor hem op. Jazeker hij had een paar keer misschien wat
verstandiger moeten handelen maar er wordt door de anderen stemming
tegen hem gemaakt omdat hij geen schippersverleden heeft zo wordt er
door velen geoordeeld.
De 77-jarige Sake Visser (vroeger Reade Sake maar nu grijs geworden)
zegt "De Lemsters wurdt altyd kwea fan sprutsen. As wy froeger in faam
yn Sint-Nyk hiene dan seine har áldelju.. Komt dyn feint fan De Lemmer?
Dat is net bést! Wy hiene in minne namme oant de Kûnder
ta". Visser ooit linksbuiten in het derde elftal van de plaatselijke
voetbalvereniging herinnert zich ook dat andere clubs angst hadden voor
de uitwedstrijden in Lemmer omdat het daar zo ruig toe zou gaan.
Volkomen ten onrechte. Wy hiene"in fjild yn it Lemster Hop. Soms waard
de bal yn see skopt en as de wyn fan de wál öf wie koene se der letter
yn Starum mei fuotbalje". Visser vroeger werkzaam in onder andere de
hang van Seerp de Blauw en bij de Lemster nachtboot woont nu in
Heerenveen. Hij verbleef ook buiten de provincie en later wilde hij weer
naar het gezellige Lemmer terug. ?Mar myn frou seach it swurk driuwen.
Se sei: dan sjoch ik dy noait wer. En sa wie it fansels ek kommen.
Se hie my allinne thus sjoen foar iten en
sliepen. Als de vroegere melkboer en kelner Jaring Bijlsma er ook bij
komt worden de verhalen over het vroegere Lemmer steeds mooier. Een van
de fijne gevoeligste is dat over Theunis Flapper. "Dy is twa kear dea
gien. De earste kear kaam er mei syn maat op de fyts ût Snits. Underweis
woe er noch oanstekke en hy sei tsjin syn maat dy’t net mei woe... Siz
mar tsjin myn wiif dat ik yn de feart fytst bin. Dy frou naam it foar
wier op en doe hat de plysje uren lang dwaande west mei dregjen".

Theunis Bootsma (Flapper).
Even wordt de verteller onderbroken
doordat de accordeonist het Fries volkslied speelt en het volk in de
overvolle Wildeman uit volle borst
meezingt. Dan wordt het verhaal afgerond. ?"En doe’t Theunis Flapper ier
yn de moarn thuskaam foel syn frou him ek noch om de hals".
Het heeft uren lang geregend maar als de
zon doorbreekt zoek ik een terras aan het Dok op. De vorige keer werd me
hier in het Duits gevraagd wat ik wilde gebruiken. Hennie Jager (broer
van de wedstrijdzeiler Ulrik Jager die adviseur op het Lemster skûtsie
is en Willem
Rinsma schikken bij. Rinsma werd vroeger in verband met het beroep van
zijn vader Willem Deurtje genoemd zelf bracht hij het trouwens ook tot
deze verantwoordelijke functie en hij heeft al tientallen jaren geleden
Lemmer verlaten. Maar net als Sake komt hij nog steeds bij het
skûtsjesilen en op andere Lemster hoogtijdagen.
Voor het dorp is hij belangrijk als geschiedschrijver. In het
plaatselijk weekblad Zuid-Friesland vertelt hij boeiend over Lemmer in
vroeger jaren. ?"Ik hoech der mar even foar op de stoel sitten te gean
en der komt wer fan alles yn my boppe. It is dan krekt of lukt der in
sluier omheech.
Miskien binne de stikjes net frij fan fantasij mar se binne de
klearebare wierheid. As ik op sa’n dei as hjoed wer op de Lemmer kom dan
haw ik it gefoel dat ik noait fuort west haw.
En het is waar de oude Lemster sfeer
blijft ondanks alle veranderingen nog altijd wel wat heersen. Wel is het
jammer dat "it eintsje fan de daam" het eind van de westelijke havendam
waar eens de misthoorn en de vuurtoren stonden verdwenen is tussen
nieuwe bedrijven op een opgespoten industrieterrein. Heel vroeger werd
hier een kanon naar toe gesleept om de startschoten te geven voor de
zeilwedstrijden van visserschepen. De overlevering zegt dat de
koeien in het Lemster Hop dan drie dagen geen melk gaven.
Het Skieppedykje is er nog wel maar het biedt niet meer de poëtische
beslotenheid voor verliefde paartjes waarover Fedde Schurer in zijn
"Liet foar de Lemmer" dichtte: "Wa’t as jongfeint as lije jûnwyn waaide
op ’t Skieppedykje kuiere mei de faam".
Na afloop van het skûtsjesilen is de vreugde in de Wildeman groot. Jelle
Reijenga heeft overtuigend gewonnen. Het Lemster skûtsje kan
niet meer kampioen worden maar het is wel het snelste en Jelle laat alle
schippers die hem als een outsider hebben beschouwd ver achter zich.
●●●
"Us vertier"
 
●●●
De âlde
toer.

O,
oude Lemstertoren.
Hoevelen zijn rondom jou geboren.
Velen zijn je trouw gebleven.
Sommigen trokken naar and're dreven.
Je staat daar niet zo maar, wat hout en wat steen.
In 't dorp ben je het middelpunt van iedereen.
Je kloeke en al zeer oude kerk.
Trekt 's zondags mensen, na 't daalijks werk.
Die bij preek en orgelklanken.
Hun heer voor zijn ontferming danken.
Laten we blij zijn met zo'n houvast.
De kerk die roept: kom wees mijn gast.
Mijn deuren staan voor jullie open.
Wie hier binnenkomt blijft hopen.
De kerk biedt vrede en rust in 't leven.
Die worden door het woord gegeven.
Kerk en toren, symbolen van de vrijheid.
Nog steeds van voorspoed en van blijheid
Dat wij zo'n mooi Nederland mogen zijn.
Ondanks soms tegenslag, doch zonder erge pijn.
Lemster toren, je staat daar zo trots en groot.
Als wachter van ' mensdom in leven en in dood.
Blijf dan die trots van nu en van voorheen.
Wees nog jaren lang 't baken van mensen om je heen.
●●●
Lemsters bliuwe
altyd fiskers, har hert ivich nei de sé.

In 1927
werd begonnen met de aanleg. In 1932
werd het laatste sluitgat gesloten zoals
op de foto te zien is.
|
It regaear hat greate
plannen, men wol meitsje in
ôslûtdyk.
Yn us lytske fiskerdoaroke,
wordt in elts sa mankelyk.
Fiske hat men al syn libben,
't joech oan folle deistich
brea.
As dan aenst dy dyk dér ré
leit, wurdt de Lemmer stil
en dea.
Hwer moatte al dy fiskers
hinne? Hwer fine hja nou in
bestean?
Harkje, hwant sy hawwe
plannen, sa sil it yn 'e
takomst gean.
Fan hegerhân hat men te
soargjen, komt 'r gjin fisk
mear yn 'e beun.
Dat wy allegearre krije fan
't regear, in dofke steun.
Wier nou meitsje sy in mârke
ûs, âlde Sudersé.
Aant giet nei Grins ta, om
in arke foar de binnfiskeree.
Né i hoech gjin steun set hy
tsjin Jaantsje, hwant hy is
in goocheme muus.
Jow ûs Rienk mar in goed
baentsje, by in brége of op
in sluus.
Trije goune krijt Jelle van
Betsje, mar dér kin dy man
net met ta.
Hij hoecht neat mear, set de
boarge master, hy bringt it
dochs nei Lyklema.
Jan Mulder set: goaij droech
dy rommel, hwat jowt langer
sa'n geklauw.
'k Haw in draeimole en in
skommel, dér reizigje ik de
merken mei au.
't Wurdt in boel seit Jan
fan Afke, mei dy droege
Sudersé.
Ik stjûr myn jongens gauw
nei Wafke, nei de
boekdrukkeree.
Jelle Calsbeek dat is sa'n
âlde struner, en derbei in
hele menear.
Hy wurdt katecheseermeester
op 'e Kunder, de jas mei
slippen hinget al klear.
Gerard Platte sei tsjin syn
Marijke: it hindert ûs neat,
wy hawwe gjin bern, wy wurde
vader en moeder fan it
earmenhuis op 'e Jouwer, dat
sille jim sjen.
Lytse Rienk dy hat gjin
soargen, is alhiel net bang,
o né.
Is 't fiskjen dien, dan
sûtelje ik sa mar, mei in
karre mei sûppenbree.
It swier wurk kin ik net
mear tille, sa keimmenearret
Gouke de Skeg, Yn 'e stien
of yn de makade, haw ik
daliks pyn yn 'e réch.
It is ek sa, set Gryt van de
Sande, it losse wurk wurdt
dy te swier.
Nim in koer mei allerhande,
dan beskarrelst ek wol in
deihier.
De hangen gean ik nei de
miter, wurkeloas, o hwat in
krûs.
Jakon, Harmen, Obbe, en
Pieter bringe nou gjin cent
mear thûs.
De selmakkerij fan Marten
Folkerts giet oer de kop,
da's sonder mis.
Jan Pen syn bean wol fan it
selfde, as 'r gjin fiskeree
mear is.
De Lemmer is ta stjerren
opskreaun, aken, botters
waerdeloas.
De reuk van fisk en taande
netten komt, ûs net mear yn
'e noas
De beakens moatte wy
forsette, al is dat û net
nei 't sin.
Sa praette ek Leeuwke fan
Jette, ik wurd mar
boatsfeint as it kin.
Mar, hoe 't ek sil beteare,
komt dy ôfslûtdyk ris ré.
Fedde Schurer. |

2e van rechts is
Sake Visser, ten tijde van de Zuiderzeewerken.
●●●
Reünie oud - Lemsters
1984.
Die morgen, 2 juni 1984,
begon voor mij onderweg
met een beetje motregen,
maar de weergoden waren
Lemmer goedgezind. Daar
aangekomen was het droog
en niet veel later brak
de zon door. Sake Visser
brak ook door, maar
daarover later.
Het samenzijn werd in
"De Helling" gehouden op
initiatief van de
beheerder, de heer
Beljon heeft met zijn
vrouw en helpers de dag
voortreffelijk verzorgd.
Toen ik binnenkwam was
de oud - Lemster en
bekende auteur, Pieter
Terpstra op gevoelige
wijze een gedicht van
wijlen Fedde Schurer aan
het voor dragen. Je kunt
gerust zeggen dat de
zaal bomvol was. En nog
beter: de zon was ook in
de Helling
doorgedrongen, en in de
harten van de
aanwezigen. Er heerste
aanstonds een
ongedwongen en
vriendelijke atmosfeer.
Weer werd bewezen dat de
ouder wordende mens,
velen met een rijke
levenservaring van
vreugde en verdriet, een
welwillendheid en verdraagzaamheid
uitstraalt die weldadig
aandoet.
Tot mijn verassing was
mijn zoon Piet reeds
aanwezig, hij wordt ook
steeds meer besmet door
het Lemster magnetisme.
Goed.. noemen van namen
is verder onbegonnen
werk, want ook deze keer
weet ik niet meer
hoeveel handen ik heb
gedrukt. Een paar
grondige mensen kunnen
niet ongenoemd blijven:
Evert de Vries en Sake
Visser. De laatste was
vroeger een jongen die
de bezitter was, aan het
hoofd zou je kunnen
zeggen, van een
prachtige kop met
krullend rood haar, wat
nu door de tand der tijd
is verbleekt. Het rood
zit nu alleen van binnen
als een heilig vuur....
Een immer beminnelijke
vent en beschikkend over
een eindeloze
woordenstroom. Ik heb
stellig de indruk dat
hij de voordrager
versloeg, toen hij zonder
schroom het podium
betrad. Zijn stem was op
het andere eind van
Lemmer wel te horen, met
zijn oude liedjes en
zijn verhaaltrant. Het
applaus sprak voor
zichzelf.
Ondanks de tragiek, je
blijft erin als hij
vertelt over de twee
tonnetjes waarmee meer
dan honderd mensen "het
moesten doen" in de
buurt waar hij vroeger
woonde. Eens stond hij
te trappelen om één van
de beide
"etablissementen" te
kunnen bezetten toen hij
lang op een buurman
moest wachten die de
deur dichthield door
zijn vinger op het
haakje te houden. Toen
hij zijn nood begon uit
te kreunen, kreeg hij
toegevoegd: "Skiet mar
in dien broek" Ook hun
periode toen hij en zijn
maat Durk als
boeienkoning optraden (
ik kan me dat herinneren
) is het vermelden
waard.
In Kuinre werd
het matje gespreid, Sake
bevond zich dan tussen
het publiek en zorgde
ervoor om de eerste te
zijn om "De
boeienkoning" vast te
binden en dan natuurlijk
op een manier waardoor
deze gemakkelijk los kon
komen. In Harlingen liep
het echter mis. Toen hij
te laat reageerde op de
oproep aan het publiek
door, zoals hij het
uitdrukte, zijn
gestotter om "ik" te
roepen, hebben anderen
zijn maat zó grondig
vastgebonden, dat deze
van zijn leven niet meer
los kon komen, en moest
worden losgesneden.....
Na deze afgang hebben ze
hun circusnummer maar
beëindigd. Ze zijn uit
Harlingen gevlucht.
In de namiddag kwamen
veel Lemsters, die ter
plaatse wonen, op bezoek
waardoor ook op deze
wijze de verbondenheid
van Lemsters met hun
dorp werd bevestigd.
Buiten speelde het
onverwoestbare
"Excelsior" onder grote
belangstelling,
eindigend met het Friese
Volkslied dat spontaan
werd meegezongen. Een
goede en mooie dag die
opnieuw aantoont dat we
niet achter de nevelen
van het verleden terug
kunnen gaan, maar het
verleden leeft wel in
ons. (noot van Roelie ik
kan me hier helemaal bij
aansluiten) Op de
Vissersburen waar eens
de Rien heerste, en het
karakteristieke van het
dorp zo prachtig
markeerde, stapte ik in
de auto. Einde
Wim Rinsma.

Ter
gelegenheid
van het
30-jarig
jubileum, van
de Lemster
drumband was
er
zaterdagmiddag
een groep
samengesteld
uit oudleden, van de
in 1954
opgerichte
drumband.
Met voorop Jennie
Jongsma,
volgde de
oude garde
waaronder
o.a Sake
Visser en
Jennie
Bondiëtti.
Deze
drumband
werd gevolgd
door de
Lemster
muziekverenigingen
"Excelsior"
en
"Crescendo".

Jentje en
Aagje
Bondiëttie,
een
opvallend en
actief
tweetal, hun
hobby's zijn
luisteren
naar
piratenzenders,
schaatsen en
fietsen.
Tientallen
medailles
getuigen van
de vele
tochten, die
het echtpaar
aflegde per
schaats en
fiets
●●●
Stro in de
klompen.
Lang
geleden...
Enige tijd
geleden
schreef de
oud Lemster
Teade Wouda,
in dit blad
dat wij
elkaar vaak
op het
zelfde punt
ontmoeten in
Leeuwarden.
Inderdaad
merkwaardig
als je
bedenkt dat
je andere,
hier ook
wonende
Lemsters
zelden of
nooit ziet.
Een
uitzondering
is Jan Bosma,
zoon van de
machinist
destijds van
de nachtboot
naar
Amsterdam.
Jan was ook
de gelukkige
bezitter van
een Lark,
waarmee we
via de
Zijlroede
optrokken
naar het
Stoomgemaal
en de
Brekken,
vaak voor
wedstrijden
waarbij het
nogal rauw
aan toe
ging.
Lemsters van
die dagen
namen het
met hun
woorden niet
zo precies
en zo kon
het gebeuren
dat Jan
luidkeels
over het
stroomkanaal
riep: ga
maar weer
naar huis je
leert het
nooit,...hij
lag dan een
eindje voor
op de
andere. Je
zag er
alleen op
Zondag wat
watersporters,
die hun
bootjes
meestal
meerden ter
hoogte van
de
voormalige
boerderij
'Villa Nova'
tegenover de
roggemolen
van Koopmans.
Door de week
kwam je
alleen in
deze
gebieden de
melkvaarder
Arjen van de
Meer met
zijn
loodzware
praam tegen
en steevast
de
Gebroeders
van der
Bijl, met
hun grote
Friese boot,
als
binnenvissers
en voorts
een enkelen
verdwaalde
schipper met
een lading
modder.
De
eigenlijke
scheepsroute
ging via de
sluis,
Binnenhaven
en de
Lemster Rien
naar het
Tjeukemeer.
Dit
betekende in
het centrum
van Lemmer
een
levendige
scheepsvaart
en veel werk
voor de
haven
meester Rien
Kool, een
bekende
sympathieke
Lemster. In
een ander
artikel heb
ik hem al
eens
aangehaald.
De
passerende
schepen
moesten het
hoofdzakelijk
van de wind
hebben.
Alles met
elkaar
toonde het
een aanblik
die je
vandaag de
dag alleen
op een
verbleekt
plaatje kunt
vinden.
Door de
geringe
diepgang van
de Lark had
men
gelegenheid
om overal in
en door te
kunnen
scharrelen.
Dit
betekende
dat je ook
tussen het
zacht
ruisende
riet, direct
achter de
rechter kant
van de
Brekken, met
zijn
roerloos
tegen de
blauwe
zomerlucht
aftekende
bakens,
zalige
plekjes kon
vinden om er
bijvoorbeeld
tijdens het
vissen de
vele
melodieën
van de
natuur te
beluisteren.
Nu is het
hier
allemaal
heel
anders. Maar
wat willen
we. Toen was
Nederland
nog een land
van ruimte
en nu het
dichtstbevolkte
gebied ter
wereld met
alles wat
daar aan
gepaard
gaat.
Omstreeks
1937 we zijn
dan al weer
aardig
verder in de
tijd reed ik
Zaterdags
van
Leeuwarden
naar Lemmer
meestal in
het
gezelschap
van Lijkele
Boersma en
nu en dan
mijn vriend
Teade.
Lijkele
Boersma was
de zoon van
Hotelhouder
Boersma van
de
Nieuwburen.
Achter diens
hotel bevond
zich de
eerste
tennisbaan
van Lemmer.
Deze was
nogal
hobbelig,
hierdoor
kregen de
ballen een
onverwacht
effect om
vervolgens
in de
varkensstal
terecht te
komen de
Bargen
raakte
daardoor
haast van de
leg...en de
spelers
maakte de
gekste
sprongen om
de bal te
pakken te
krijgen.
De dingen
uit de
twintiger
jaren werden
onlangs goed
door Jan
Wouda uit
Medeblik
weergegeven
toen hij
o.a. over
'De Jouw'
(groot
schepnet)
van Schoor
sprak. De
brandende
lantaarn
boven de
Jouw gaf een
geheimzinnig
effect heen
en weer
gaande als
een
vuurvliegje
in de pik
donkere
avond, met
op de
achtergrond
de vage,
donkere
kade, iets
sprookjesachtig
wat mij in
ieder geval
fascineerde,
inderdaad
een van die
beelden die
niet
terugkeert,
in
tegenstelling
van bepaalde
personen die
voor een
plotselinge
ontmoeting
zorgen,
zoals mij
een poosje
geleden op
de vrijdag
markt in
Leeuwarden
over kwam.
Een
kleurrijk
oud-Lemster
stond ineens
voor mij.
Hij woont
thans in
Heerenveen
na jaren
lang in
Zaandam te
hebben
gewerkt.Sake
Visser.
In
Lemmer
kennen de
ouderen hem
nog heel
goed. Hij
had
natuurlijk
nooit naar
Heerenveen
mogen gaan,
want een
echte
Lemster
keert op het
oude nest
terug. Sake
had, als in
zijn
Zuiderzeetijd
meteen weer
een "stijl"
woord via de
hem eigen
humoristische
wijze. Hij
was zo
verstandig
om niet op
mijn
plagende
vraag te
reageren, of
hij alleen
wel zover
van huis
durfde.
Destijds
werkte hij
als zeer
jonge knaap
op een van
de hangen en
genoot de
bescherming
van Evert,
ja dezelfde
die men
geregeld
leest. Ik
geloof
trouwens dat
er in die
tijd maar
één Evert
was. Ik
vroeg hem of
hij weer op
pad was om
zijn
kunstgebit
weer ergens
op te halen,
omdat hij
dit zoals
hij mij
eerder
vertelde, nu
en dan aan
goede
kennissen
uitleende.
Over Sake
herinner ik
mij iets wat
binnen de
sfeer van
oud Lemmer
nu hier best
mag worden
verteld.
Eens stond
hij onder de
Hoek met
maten onder
schafttijd.
Het was
redelijk
weer, niet
warm en niet
koud. Zegt
Evert tegen
Sake: "wat
zie je
bleek, heb
je koude
voeten"?
Sake: "Wer
hast it
oer,man, hoe
soe ik nou
kâld wèze
mei dit
waar, do
likest wol
net goed
wies"
Evert zette
door en
bleef
volhouden
dat Sake
beslist
koude voeten
moest
hebben. Het
verhaal wil
verder dat
hij steeds
kouder begon
te worden
(dat dachten
zijn maten
tenminste)
en tenslotte
rillend naar
huis liep.
Even later
keerde hij
op zijn werk
terug met
stro in zijn
klompen dat
er aan alle
kanten uit
stak, de
andere
lachen. Maar
later werd
duidelijk
dat Sake als
laatste
lachte, om
dat hij ze
te grazen
had genomen
om het
spelletje
mee te
spelen.
Tijdens ons
gesprek in
Leeuwarden
nodigde hij
mij uit om
eens naar
Heerenveen
te komen
voor het
noteren van
oude
gebeurtenissen
die zicht 50
jaar en
langer
geleden in
Lemmer
hebben
afgespeeld.
Ook over de
bijnamen die
zo rijkelijk
bloeide en
als een de
tijd ver
voor uit
zijnde
postcode
kunnen
worden
beschouwd.
zie
ook bijnamen.
Het waren
geen scheld
namen zo als
ik ze wel
eens heb
beluisterd.
Iedereen in
die tijd
weet toch
dat je maar
al te vaak
de bijnamen
moest kennen
om aan te
duiden wie
je moest
hebben . Ik
zal nog eens
zien of ik
aan het
verzoek van
Sake voldoe,
daar bij
maar
aannemend
dat hij mij
er niet uit
schopt, in
verband
zijnde met
het
vermelden
van
bovenstaand
verhaal.
Wim Rinsma.
(Deurtje)

Op de foto
zien we van
links naar
rechts:
Jilling
Kingma (Het
Lange Lint)
zoon van een
visser,
Klaas Wouda,
Jan Atsma,
visrokersknecht,
Evert de
Vries, kijk
hoe leuk
Evert met
zijn hand op
mijn vaders
hoofd staat;
Jan Visser,
visser; Jan
Duim, Sake
Visser (Reade Sake)
visrokersknecht. Op
de brug, achter Klaas
Wouda,
Maarten
Kokje,
postbode.
●●●

Harm
fan
ûs
oate
viert
zeventigste
verjaardag.
Op
de
tweede
dag
van
het
skûtsjesilen
gaf
Harm
fan
ûs
oate
opeens
weer
acte
de
prensence
in
het
café
van
Hotel/restaurant
"De
Wildeman"
Met
meeslepend
gezang
voerde
hij
de
aanwezige
mensenmassa
als
vanouds
langs
de
voormalige
Zuiderzee.
Via
"de
klok
van
Arnemuiden"
naar
"het
kleine
café
aan
de
Schulpen"
en
het
alom
bekende
"Lemster
jongens"
werd
de
sfeer
in
de
Wildeman
op
deze
ochtend
weer
tot
ongekende
hoogte
gebracht.
Het
publiek
dat
zowel
jong
als
oud
in
zich
herbergde,
liet
zich
niet
onbetuigd
in
het
meezingen
van
en
meedeinen
op
de
liederen
die
Harm
fan
ûs
oate
steeds
gedeeltelijk
aan
het
publiek
"voorzong".
Toen
mevrouw
Foussert
met
haar
accordeon
ook
nog
eens
kwam
binnenwandelen,
wist
iedereen
opeens
weer
hoe
ouderwets
gezellig
het
kan
zijn
in
"De
Wildeman"
Geluiden
als
"Hjir
hevve
wee
Hennie
Huisman
net
foar
nödig.
En
"En
muier
kado
kin
un
meens
toch
net
krijje,
jû"
werden
regelmatig
in
de
wandelgangen
gehoord.
Zeker
toen
de
Lemsters
wisten
waarvoor
het
grote
bord
diende,
dat
achter
"Ûs
Harm"
was
opgehangen.
Harms
kinderen
hadden
hem
en
zijn
vrouw
Fimmy
's
ochtends
vroeg
namelijk
'ontvoerd'
naar
de
Wildeman
om
Harm
op
zijn
zeventigste
verjaardag
op
deze
toepasselijke
wijze
te
verassen.
harm
fan
ûs
Oate
heeft
vast
en
zeker
nog
nooit
zoveel
'vistite'
op
zijn
verjaardag
gehad.
Hij
en
mevrouw
Foussert
wisten
Lemsters
en
Lemsters
om
ûtens
een
onvergetelijke
ochtend
te
bezorgen
in
"DE
Wildeman".
| Langstme nei de âlde Sudersé.
Tekst: Jehannes Duim (1910-1997) Wiize: Als de klok van Arnemuiden
(It kykje)
Refrein:
Ik haw in kykje yn myn herte
Tink sa faek, by will’ en smerte
Oan ansjofisk en oan hearringfiskerij
Alse Sudersé, dou bliuwst my nei
1) Ik tink sa faek noch oan myn bernejierren
Doe’t ik wenne earne yn ‘e Skâns
En dan eltse dei aloan wer swalke
Alde Sudersé, dyn wâl bylâns
2) Ik sjoch dan wer de botters en de aken
Mei de flet fol fisk der efteroan
Yn ‘e Skâns koe ’t alderheislikst rykje
Dat wie in Lemster byld, sa moai, sa skoan
3) Ik sjoch dy sé, as flakke glêdde spegel
Op in stille simmerjoun oan ’t strân
Doe’t ik, as feintsje, mei in aerdich famke
Stevich earm yn earm nei ’t Eintsje roun
4) En dêr, oan dat stille Skieppedykje
Ha wy faek in bulte wille foun
Mannich feintsje hat dêr, oan ‘e séwâl
Syn faem it allerearste tútsje joun
5) Lit ik nou myn eagen jitris stoarje
Oer dat nije, greate polderlân
Dat dêr leit, ûntwraks’le oan it wetter
Makke troch sa mannich warb’re hân
6) Sjoch ik dêr in boer dan drok oan’t siedzjen
En syn trekker rydt de ekers lâns
Dan tink ik mei wémoed oan de jierren
Doe’t ik wenne, earne yn ‘e Skâns
7) Ik hear dan wer de wylde stoarmwyn gûlen
Oer dyn hege weagen, wyt fan skom
En dêr boppe út de rop fan ’t séfolk
Minsken help ús, wy fordrinke, kom!
8) Sjoch, dêr stean sy klear, dy stoere keardels
Alles ré? Stap yn ‘e reddingboat
Om troch it siedend, kolkjend skom te rûzen
Om te rêdden út ‘e stjerrensnoad
9) Ik sjoch dy sé, as yn in barre winter
Fûle froast in part oan bannen lei
Waerstou doch altyd wer de oerwinner
Ek dy snie en iistiid gie foarby
10) Kaem dan lang om let wer ‘t mylde foarjier
Mei moai waer en waerme sinneskyn
Wiene kjeld en earmoed gau forgetten
De hearring kaem en soel waerd wer de wyn
Refrein:
Ik haw in kykje yn myn herte
Tink sa faek, by will’ en smerte
Oan ansjofisk en oan hearringfiskerij
Alde Sudersé, dou bliuwst my nei |
●●●
LC-8 augustus 1988 -Duizenden genieten van Engelse aanval
op Lemmer.
Gedenksteen 100 jaar Lemster sluis
onthuld.
LEMMER - Lemmer heeft zaterdag het
honderdjarig bestaan van de voormalige zeesluis in het dorp op grootse
wijze gevierd. Enkele duizenden mensen genoten van de beschieting van
het dorp door de ’Engelsen’ die uiteindelijk zoals ook al in 1799 was
gebeurd in de
strijd met de Lemster krijgsmacht het onderspit moest delven. Later
stonden de strijdende partijen weer broederlijk bijeen toen burgemeester
Geert Eijgelaar van Lemsterland het herdenkingsfeest een officieel tintje
gaf en de gedenksteen in de sluismuur onthulde. Er heerst ’s morgens
half elf al een aardige drukte in het dorp als de 75-jange dorpsomroeper
Sake Visser ('Reade Sake' zeggen ze in Lemmer) tezamen met een tamboer
van de Sloter schutterij door Lemmer trekt om kond te doen van de
komende gebeurtenissen. "Tooit u zich allemaal uit protest tegen de Engelse aanval met
oranjewimpels en strikken roept hij". Er zal echter meer nodig zijn de
vijand tegen te houden weet de goedgeluimde dorpsomroeper die daarom op
eigen initiatief van de reclame tekst afwijkt en zijn proclamatie
boodschap afsluit met de sinds enkele weken populaire kreet ’Aanvallen'.
Het publiek kan Sake’s optreden wel waarderen.
Als 's middags om een uur Engelse oorlogsschepen voor de Lemster kust
worden gesignaleerd en er middels het luiden van de kerkklokken groot
alarm wordt geslagen omzomen al enkele duizenden belangstellenden de
sluiskolk en het water van de Binnenhaven. Ondanks Sake’s
oproep hebben niet oranjegekleurde wimpels en strikken de overhand maar
is het vooral luchtige kledij wat de klok slaat.
Spreekstalmeester Alfred Knorr, heeft het
publiek nog maar net op de hoogte gebracht van de dingen die komen gaan
of kanongebulder verraadt, dat de Engelsen in aantocht zijn. Terwijl de Lemsters, die evenals de Engelsen in authentieke kledij van een paar
eeuwen geleden zijn gestoken, op de kop van de sluis een kanon in
stelling brengen en terugschieten, kunnen zij niet verhinderen, dat de
oorlogszuchtige Engelsen de sluisdeuren rammen. Twee van hen klimmen op de sluisknechtswoning en verruilen de Nederlandse driekleur voor de
Engelse
vlag.
De Lemster kanonniers, zijn dan al tussen het publiek gevlucht. In
een enorme rookwolk en onder oorverdovend geknal varen de Engelsen in
werkelijkheid leden van de vereniging ’1 April’ uit Brielle met hun Prince Admirael, de sluis in. Hoewel je zou verwachten dat al deze herrie
de aandacht van een ieder opeist, stoort de tweekoppige bemanning van het
Friese statenjacht Friso, dat afgemeerd ligt aan de kade van de
Binnenhaven, zich niet aan de drukte. Haar aanwezigheid wordt pas later
op de middag verlangd en vandaar dat beide heren zich in het vooronder
van de Friso te goed doen aan een Chinese afhaalmaaltijd en een pijpje
pils.
Ondertussen is in de Binnenhaven, de strijd
tussen de Engelsen en de Lemsters die geassisteerd worden door de
schutterij van Sloten, in volle hevigheid ontbrand. Rookpotten die
gekleurde walmen afscheiden, maken het spektakel net echt, terwijl over en
weer stukken schuimrubber die kanonskogels moeten verbeelden, worden
afgevuurd. Gejuich klinkt op als er enkele krijgers te water raken. Het
spiegelgevecht is na een kwartier ten einde als een voltreffer ’treffer’
de vijandige oorlogsbodem raakt. De Engelse kapitein in rook gehuld, laat
de witte vlag hijsen ten teken van overgave en wordt met zijn
manschappen door de schutterij naar hotel De Wildeman gevoerd.
Na het tekenen van de capitulatie gaat het er in De Wildeman
vredelievend aan toe. Maar als Sake Visser zijn kans schoon ziet nogmaals
zijn tekst door de zaal te brullen. "It stiet net op papier mar ik mocht
der o sa graach ’Aanvallen' efteroan sizze" krijgt hij andermaal
de lachers op zijn hand.
Zo is het in 1799,
allemaal echt
gebeurd, maakt Knorr het publiek wijs. In werkelijkheid ging
het er toen allemaal een stuk minder vredelievend aan toe. De Engelsen wisten Lemmer zelfs een
aantal weken te bezetten, maar
trokken zich uit het dorp terug,
toen bekend werd dat de plaats steeds meer ingesloten raakte
door Bataafse en Franse troepen,
uit Gaasterland Sloten Joure en
Kuinre. Ook een groep van 500
burgers en boeren uit Het Bildt,
waren gewapend met hooivorken
en ander moordlustig materieel
naar Lemmer onderweg. Twee grote kogels in de muur aan de Flevostraatzijde, van het meer dan
twee eeuwen oude pakhuis van
groenteboer Koop Gaastra herinneren
vandaag de dag nog aan de
roerige tijden van weleer.

Hier is Koop Gaastra te zien terwijl
hij bezig is met het schoonmaken van de gevel van zijn huis. Links is
één van de kogels in de muur te zien.
Na de onthulling van de gedenksteen waarbij het Lemster
mannenkoor onder andere het
Fries volkslied ten gehore brengt,
de muziekkorpsen Excelsior en
Crescendo acte de presence geven,
en honderden duiven worden gelost, gaat het gezelschap aan boord
van de verschillende schepen.
Daaronder niet alleen het Friese
Statenjacht maar ook een aantal Lemsteraken die de Engelse armada moeten uitbeelden. De tocht
gaat door de Lemster grachten en
eindigt bij het ir Woudagemaal,
waar de officiële viering van het
eeuwfeest wordt afgesloten.
























 |