|
Mijn
Vader Sake, zijn levensverhaal.
Roelie Spanjaard Visser.
|
1 | 2 |
3 |

Vader Sake Visser.
Sake Visser werd geboren op 14 maart
1914 te Lemmer, Sake is overleden op 22 februari 1999, De jongste
zoon van Frans Visser en Roelofje Bootsma.
Toen Sake als jongste geboren werd was
het gezin al redelijk groot, maar zijn moeder Roelofje (Ôate) had de wind er
goed onder, Sake was als kind een druk manneke, en hoe onzeker hij
ook was, dit kwam ook doordat hij zo stotterde, redde hij zich goed
door zich stoer opstellend te gedragen, en alle capriolen uit te
halen wat een ander niet durfde, en zo dwong hij toch wel respect
af. Hij groeide goed op in dit gezin en was gek met zijn ouders, ze
werden opgevoed met het moraal: Respect hebben voor je ouders: Hard
werken voor de kost:En alle mensen zijn gelijk: Na zes jaar op de
lagere school door gebracht te hebben moest hij op 12 jarige
leeftijd gaan werken in de visrokerij, wat hij niet erg vond, want
school vond hij maar niks, dat keurslijf beviel hem niks, dat moeten
en dat moeten nee, vrij zijn en geld verdienen dat kwam beter uit.
Daar merkte hij al gauw op dat niet
alle mensen gelijk waren, dat er twee soorten waren, arbeiders en
bazen en dat de arbeiders door de bazen werden uitgebuit. Maar hij
had weinig keus, er moest geld verdient worden, dit geld moest hij
afdragen aan zijn moeder, het gezin had dat wel nodig, wel zorgde
hij ervoor een zakcentje over te houden. Zo verdiende hij ook een
zakcent, door bij een kermis attractie, zich als vrijwilliger aan te
melden bij de boeienkoning, die met zijn boeien in het water lag,
Sake moest dan op een gegeven moment zich melden om de man te
bevrijden, toen het zover was, ging het, ikikikikikik-ikikikikikeikeike, dat duurde zolang dat de attractie
mislukt was, omdat de boeienkoning anders verzopen was.
Sake was de Pietje Bell van de
familie, een echte levensgenieter, bekent als Reade Sake, dit door
zijn rode haar, en een rode wijnvlek op zijn rechtervoorhoofd. Hij
was voor die tijd erg sportief, hij beoefende diverse sporten o.a.
lange afstanden lopen, zo liep hij b.v. van Leeuwarden naar Wolvega,
wat nu de hele marathon is. Wielrennen en turnen waren ook zijn
favoriete sporten. Op dansavonden was hij een graag geziene gast,
hij kon erg goed dansen, vooral walsen.
Sake was mede door zijn ervaringen met
de arbeidsomstandigheden erg geïnteresseerd in het Communisme zoals
een groot deel van zijn familie, daardoor kwam het ook dat hij
altijd erg over Rusland te spreken was. En toen we vroeger nog de
C.P.N. hadden moesten de kinderen altijd op de C.P.N. stemmen, en je
dorst niet wat anders te stemmen, je stemde gewoon C.P.N. uit respect
voor hem.
Tijdens de oorlogsjaren van 1941-1945
werkte hij in Duitsland, en kwam toen in Berlijn terecht, daar
leerde hij ook zijn eerste vrouw kennen en werd er zijn oudste
dochter Barbara geboren. Toen de oorlog voorbij was liep hij met
zijn vrienden van Berlijn naar Nederland, zijn vrouw en Barbara
voegden zich later bij hun in Lemmer. Het gezin trok in bij zijn
ouders in de Tuinstraat. Het was niet een gelukkige tijd, ook de
verhuizing naar de Schans droeg er niet toe bij dat het beter werd,
het huwelijk liep stuk, Sake bleef achter met Barbara.
Tsja, en dan, Sake moest op zoek naar
hulp, en zette een advertentie voor een huishoudster, en daar kwam
Tabina (Bienke) Jager uit Heerenveen, met haar twee kinderen, Tabina
en Freek uitkomst bieden, en dit ging erg goed ze waren modern voor
hun tijd en gingen hokken. Maar een felle brand verwoeste de
bovenwoning aan de Schans, niets bleef gespaard.
In 1949 trouwde Sake met Bienke, en
werden Gea en Roelie geboren, Samen met Bienke zorgde hij ervoor dat
de vier kinderen de naam Visser kregen, in die tijd was dat
bijzonder, ze hebben daar veel moeite voor moeten doen, het is hun
gelukt, de kinderen droegen hun naam met trots. Het gezin was
compleet en kwamen te wonen op de Pietersbuurt nr.13 een piepklein
huisje in een echte volksbuurt. Een zware tijd brak aan, geen vast
werk, in de winters leven van de steun en 7 monden die gevoed
moesten worden, winterkleren moesten gekocht worden, waar geen geld
voor was, en de kachel moest branden.
Sake pakte alles aan om maar aan geld
te komen, de zomers waren iets beter, dan scheen de zon, dan kon
Sake er met de ijscokar op uit trekken, dan verdiende hij in de ogen
van vrouw en kinderen veel centen, vooral veel losse centen die dan
door het hele gezin werden geteld, ze woonden toen inmiddels op het
Achterom, naast Ûs honk, wat Bienke toen schoonhield, en waar ze
s'avonds als er iets was, de koffie verzorgde.

Vader Sake, achter de
ijscokar.
Dan groeiden de bomen tot in de hemel,
dan kocht Sake de mooiste dingen, zo kwam hij op een keer met een
echte jukebox thuis, die werd in het kleine kamertje gepropt, je kon
er je kont haast niet keren, maar het was feest en daar ging het dan
om. Natuurlijk moest in de winter het spul weer worden verkocht.
Sake was altijd op de schnabbeltoer. Als dorpsomroeper, als
sinterklaas, Sake zat als sinterklaas bij Molenberg, zijn dochter
Roelie ging ook sinterklaas kijken, en kwam helemaal opgewonden
thuis, mem mem sinterklaas het Heit syn skûnnen an, (Sake was
daarvoor aan het wittellen geweest en had witte spetters op zijn
schoenen gekregen) die had ze herkend. Sake was ook levende
reclameman samen met Freek, "van Reus tot dwerg naar Molenberg",
alles wat geld opleverde pakte hij aan en alles kwam ten goede aan
zijn gezin.
Bij de Lemmerboot kreeg hij min of
meer vast werk. Er braken iets betere tijden aan, hij had het daar
naar zijn zin, maar het mocht niet zo zijn. De Lemmerboot werd uit de vaart genomen. Sake hield het voor gezien in Lemmer.


De woorden boven de foto
heeft mijn vader geschreven (ik denk dat hij emotioneel was)
De
Jan Nieveen.
In 1960 vertrok hij naar Zaandam, hij
ging werken bij de firma Honig als fabrieks arbeider. Zijn gezin
bleef in de Lemmer, Sake verbleef toen in de kost bij de familie Ras
en in de weekenden kwam hij thuis, met alle lekkers wat hij dan
meebracht. Hij vond al vlug een woning, en in 1961 liet hij zijn
gezin overkomen naar de Abraham Kuyperstraat 38 te Zaandam. Daar
ging het goed met het gezin, Sake en Bienke gingen beide werken,
Barbara en Tabina waren inmiddels getrouwd en de deur uit.

Staand achter: Bruid Tabina, Freek,
Barbara. Staand voor bruid: Roelie, Gea. Op de achtergrond is "De
Vijfhoek" te zien waaronder ook de Abraham Kuyperstraat te Zaandam.
Sake trok er altijd op uit, bijna elke
zaterdag naar Amsterdam met Gea en Roelie, naar het Waterooplein,
sigarenbandjes zoeken, lekker iets eten, het was een mooie tijd,
nooit was hem iets teveel, en hij was altijd vrolijk en blij, een
monter en opgewekt man.
Sake werkte 20 jaar bij Honig en met
65 jaar ging hij met pensioen. Eén voor één waren de kinderen
getrouwd en de deur uitgegaan, Sake kon zijn ei niet meer kwijt, hij
wist niet meer wat hij doen moest, voor Bienke was het ook moeilijk,
die man zo om haar heen, als ze bij Roelie op de koffie was klaagde
ze steen en been.
Zaandam was niet meer alles, want
Roelie ging met Jan verhuizen naar Bergum (Friesland), Sake en
Bienke voelden zich zo alleen, en kwamen toen veel op visite in
Friesland, Sake wilde toen ook dolgraag weer in Friesland wonen,
Bienke zag er tegenop, want die had niet zulke goede herinneringen
aan Lemmer, Maar Gea kwam met een tip, er was een woningruil
aangeboden in Heerenveen, en dat ging door. En zodoende was Sake
toch weer terug waar hij hoorde in Friesland.
Ze kregen een huis aan de Morra, met
Hilbert van de Duim als buurman, Sake genoot. En al helemaal toen
Jan en Roelie ook in Heerenveen kwamen wonen, ze trokken er elke dag
op uit lekker fietsen, en ritjes naar Lemmer toe, en Lauwersoog of
naar Gaasterland.
Staand,
vader Sake,Tabina, moeder Bienke, Roelie en Johan.

Roelie, moeder Bienke en vader Sake.

Opa Sake met zijn
kleinzoon Johan Spanjaard.
Sake kwam in wat rustiger vaarwater
terecht, nog steeds de man van Bienke, vader en schoonvader van zijn
kinderen. Hij werd de opa van 13 kleinkinderen en de overgrootvader
van 9 achterkleinkinderen. Hij heeft nog geweten dat er 2
achterkleinkinderen op komst waren, hij leefde met de kleinkinderen
mee.
Na een lang, uitbundig en mooi leven
kwam er thuis te midden van allen die hem zo dierbaar waren op 22
februari een einde aan zijn leven, hij zou 14 maart 1999 85 jaar
zijn geworden, in december zouden Sake en Bienke 50 jaar getrouwd
zijn geweest.
In hem is een lieve zorgzame man,
vader, opa, en overgrootvader van ons heengegaan. Sake Visser een
naam die we met respect en trots uitspreken. Een bruisende markante
persoonlijkheid die altijd voor iedereen klaarstond, dat houdt zijn
naam voor ons in, en dat zal hij blijven doen.
Een man die alles aanpakte, een man
met een warm hart voor ons allen, een harde werker voor zijn gezin.
Hij heeft met volle teugen van zijn pensioneringstijd kunnen
genieten. Hoogtepunten waren het jaarlijkse uitstapje met de
gepensioneerden van Honig, maar vooral het skûtsjesilen in Lemmer.

Sake ging altijd sigarenbandjes zoeken met Roelie in Amsterdam, ze
sneupten alle straten af, de bandjes werden toen nog op straat
gegooid, en werden dan thuis in de albums geplakt.

Vader Sake en Moeder Bienke.

Vader Sake en Moeder Bienke.
|
Pake
Sake .
Deze plaat met tekst, van mijn
vader Sake Visser is heel groot geschilderd, in
het café van mijn
nicht, Margreet en
haar man Pieter
Moison, ze bezitten
meerdere cafés in
Goes, maar één
hebben ze 'Pake Sake'
genoemd, Margreet is
de oudste dochter van mijn zuster
Tabina Visser.


Ook zong hij graag zijn favoriete lied
"Nella was een boeredeerne"
Links onder op de foto, zien
we zijn lievelingsbroer Andries Visser
(panne)
|
●●●
Vader vertelde altijd allerlei
verhalen, gezegdes en anekdotes uit zijn vroegere jaren uit Lemmer.
Hiervan volgen er enkele.
|
Een man had uit armoede, een brood
gestolen, hij werd hiervoor naar het Politiebureau gebracht. In diezelfde tijd was er bij de Gemeente iemand die fraude gepleegd had,
maar dit werd doodgezwegen. Een sigarenhandelaar, kon zich hier niet
in vinden. Hij lag alle pijpen die hij had, in zijn etalage, en
schreef op een bord.
Ik heb grote en kleine stelen (waar hij
de pijpen mee bedoelde)
Maar groten stelen het meest.
(Dit mocht niet van de Politie, hij
schreef toen op een blauw bord.)
Omdat ik de waarheid, niet mag
schrijven.
Zal ik de zaak maar blauw blauw laten
blijven.
Hadden wij het gedaan, dan hadden we de
bajes ingegaan.
Maar nu het een Christelijke jongen is.
Krijgt hij geen straf, dat is gewis
|
|
Het gezegde "niks hâst âl" is
afkomstig van de Moske verver.
Onze Eelke zou musjes flappen.
Hij verfde vinkjes, en verkocht deze
als kanaries.
De mensen in Lemmer zeiden dan tegen
elkaar "niks hâst âl" (niks heb je al)

|
|
Het gezegde "Slat ie verdomd ûs Akke
dea", komt van Akke was een huis eend, maar uit
armoede moest deze eend geslacht worden.
Maar de broer van ome Herre was niet
helemaal goed in zijn hoofd.
En verstopte de eend onder zijn jas.
Daar ging hij toen de kerk mee in,
hij dacht dan ben ik veilig....
De dominee zag op een gegeven moment de
eend zijn kop, uit de jas steken.
En zei, " wat hebben we daar nu"
Ach ach zei die broer, "Ûs heit, slat
ie verdomd ûs Akke dea"
|
|
Sake zijn dochter Barbara werkte als
dienstmeisje bij de notaris in Lemmer. (Die het "SNELLE HERT" als
bijnaam had)
Sake moest op een gegeven ogenblik de
notaris spreken, en belde aan bij de notaris.
Heel beleefd vroeg hij, "mag ik ik U
man even spreken".
Waarop Mevr, van de notaris riep, "man
hier is Rooie Sake voor je".
Waarop Sake terug antwoordde, "wat
zullen we nu beleven ! ! !
Ik vraag jou toch ook niet of het
"SNELLE HERT" thuis is."
Waarop Mevr, zeer kwaad werd, Sake riep
zijn dochter toen, en zei " Ût die skelk, en mei nei hûs ta".
Nee nee zei Mevr, "ik kan het meisje
niet missen, er komen gasten"
Waarop Sake zei " wat kunnen mij die
gasten schelen, die bedien je zelf maar, en anders laat je het maar doen
door het "SNELLE HERT".
Iets anders nog wat met het "SNELLE
HERT" te maken had, dat betrof zijn vrouw die het kopje nogal hoog
op het nekje had zitten de welbekende koude kak dus. Mevrouw had
voor zichzelf voor hun woning een eigen aanlegplaats aangemeten voor hun boot, toen er
tijdens de Lemsterdrukte die plek in beslag genomen was, en mevrouw
er ook aan kwam waren de poppetjes aan het dansen met overslaande
stem verzocht zei dat die boot weg moest, want ze wilde pal voor
haar deur uit kunnen stappen. De man die er met zijn boot lag werd
er niet warm of koud van, en zei U gaat zolang maar even ergens
anders. Mevrouw ontplofte bijna en werd helemaal hysterisch, waarop
ze te hulp werd geschoten door een mede opvarende (haar man ?)
waarop het toegestroomde volk (die het prachtig vond) naar mijn
vader (die er ook bij stond te kijken) begonnen te roepen "Sake gooi
die man in ut dok" iets wat typisch bij mijn vader hoorde, en
wat hij al een paar keer had gedaan met enkele personen, waaronder
een Duitser in de oorlog.
|

Deze foto mocht
ik ontvangen van
Henk
Coehoorn
Sake in Duitsland.
|
Henk Coehoorn verteld:
Mijn Vader kent de vader van Roelie, Sake (Reade)
Visser, maar al te goed ze hebben samen bij de
drumband gezeten en ook samen in Duitsland toen ze
voor de arbeids einsatz opgepakt waren. Ik heb je
vader ook nog gekend want ik ging als kleine jongen
altijd overal mee naar toe. Op een reünie van de
drumband heb ik hem nog gezien. Ik ken haar vader
nog als de man met een grote witte baard. Haar
vader was een echte prominente Lemster.
Mijn vader heeft
overigens nog leuke foto,s waarop hij samen met
Henkie Bakker en met jou vader in Lemstervoetbal
tenue in Berlijn staan. Ze moesten voetballen omdat
er begrijpelijker wijze een gebrek was aan spelers.
Bij het spelen van het
Duitse volkslied hebben ze toen nog een keer de
schoenen uitgetrokken en hebben het veld verlaten.
Na veel vijven en zessen hoefden ze dan niet mee te
doen aan de protocollen. Als ze maar gingen
voetballen.
Mijn vader vertelde
dat Sake Visser al eens een keer opgepakt was toen
hij met zijn visserskiel door Berlijn liep. Hij
mocht volgens de Duitsers niet met zijn hemd uit de
broek lopen. Dit was in die tijd onzedelijk. Het
heeft hem toen veel tijd gekost om duidelijk te
maken dat het geen onderhemd maar een vissers kiel
was.
Nog een anekdote was
dat de Duitsers bedacht hadden om voor propaganda
doeleinden dwangarbeiders te onderscheiden. Per
fabriek werden er ad hoc mensen aangewezen.
In de fabriek waar ze
werkten viel het oog op Sake Visser. Deze was
helemaal overstuur toen hij het hoorde, en kon niet
meer uit zijn woorden komen. In het Fries zei hij
toen,
"Hoe kinne se dat nou
dwaan? Myn Heit is Communist en myn Mem fan Joadske
ôfkomst. Ich wil keine Onderscheiding. Gebensie mir lieber
eine Neue Hose".
(Hoe kinne se dat nou
dwaan? Myn Heit is Communist en myn Mem fan Joadske
ôfkomst. Ik wol gjin ûnderskieding. Jou jo my mar leaver
in nije broek).
|

In het midden
vooraan is vader Sake, te zien in de drumband te Lemmer.
Vader Sake en Freek, hier verkleed
als de Reus en de Dwerg. "Van Reus tot Dwerg naar Molenberg"

Van links naar rechts:
Tabina, Barbara, Freek, Gea en Roelie.

Van links naar rechts: Gea,
vader Sake, moeder Bienke en Roelie.


22 februari 1999 ging jij van me heen,
zoveel gevochten,maar tevergeefs.
Jou, leven glipte voorbij,
het kaarsje brandde op, beetje bij beetje verliet je ons.
Met jouw hand in mijn hand,
je ogen die mij aankeken.
Oh wat mis ik jou nog steeds,
jouw liefde voor mij was oprecht.
Je warmte en aandacht voor mij was echt,
niets was jou teveel, je was een wereld vader.
En ik wil je laten weten, ik hou van je, nu en altijd,
ik heb het getroffen met jou, jij bent er niet meer.
En dat doet zeer, maar ik ben dankbaar voor het leven wat je mij
geschonken hebt, een leven vol liefde en geluk.
Je bent in mijn hart, en in mijn ziel,
ook al heb ik veel verdriet een langere lijdensweg gunde ik jou niet.
"Vader je bent de liefste vader"
Je dochter Roelie.

|