|
Geschiedenis van de familie Van Andringa de Kempenaer.
| 1 |
2 |
Zoals de naam reeds doet
vermoeden is de familie De Kempenaer afkomstig uit de
zuidelijke Nederlanden.
Familie van pachters uit
omstreken van Brussel, sinds eind 13e eeuw voorkomend. De
Nederlandse tak stamt uit Jan de Kempenere, zoon van Heer
Cornelis, abt van Grimbergen, overleden in 1446. Jans
achterkleinzoon week eind 16e eeuw uit naar Amsterdam.
Verheven zonder recht daarop 1816, 1861. Er zijn nog een
paar stamhouders, benevens een oudere, niet-geadelde tak.
Jan de Kempenere, (vermeld te
Brussel 1422-1466. Hij was een van de twee natuurlijke
kinderen van Cornelis de Kempenere (vermeld
Sint-Pieters-Leeuw 1427, presbyter proost 1403-1416, daarna
abt van de abdij der Norbertijnen te Grimbergen, 1446) en
Margriete Bosch. Deze was een zoon van Gielis de Kempenere
(vermeld 1374) en Margriete van Cottem en kleinzoon van Jan
de Kempeneer (vermeld Anderlecht 1347),
die in het midden van de 15de eeuw te Brussel woonde.
In latere tijd vinden wij zijn nazaten, onder wie de
uit Brussel afkomstige koopman in specerijen Guilliam de
Kempenaer (1) ( 1611) uit Brussel, koopman in specerijen,
werd in 1581 poorter van Amsterdam.) en zijn tweede
vrouw Sara Loocke(r)mans, in Amsterdam. Guilliam en zijn
zoon Dancker(t) zouden zich daar gevestigd hebben om de
gezuiverde godsdienst openlijk te mogen belijden.
|
KEMPENAER (Pauwels de). De familie de Kempenaer
is oorspronkelijk uit Brabant en Vlaanderen; de
naam vindt men verschillend gespeld, nu eens de
Kempenaer, dan weder de Kempener, de Kempenere
en de Kampener.Pauwels de Kempenaer werd volgens
sommigen den 23sten Januarij 1552, of volgens
anderen den 14den Februarij 1555 geboren. Zijn
vader heette Pauwels de Kempenaer en zijne
moeder Clara Bruynseels Pieters dochter. Hij
werd den 9den Junij 1582 secretaris
extraordinair van den raad van Brabant, bij
commissie van den hertog van Anjou.
Hij was in
dat jaar binnen Gent in de St. Janskerk aldaar,
na de reformatie, gehuwd met Jaqueline d'Arbaut,
dochter van Antonis d'Arbaut en Elisabeth
Caillet. Hij vertrok later met der woon naar
Leiden. De tijd van zijn overlijden is niet
bekend. Hij verwekte 12 kinderen, waarvan een
zoon volgt. Hij vertaalde uit het
Latijn:Afbeeldingen van sommige in Gods woort
ervarene mannen, die bestreden hebben den
Roomschen Antichrist, waar bij ghevoecht zijn de
Lofspreuken en registers harer boecken, eerst in
't latijn uijt gegeven door Jacobus Verheiden,
's Hage 1603. 4o.
Deze lofspreuken zijn in rijm overgebragt,
waardoor wij den vertaler leeren kennen, als de
Nederduitsche lier hanteerende, gelijk ook
blijkt uit een sonnet achter de voorredenen
geplaatst, geheel in den trant der rederijkers
en onderteekend met de Kempenaar's zinspreuk:
Kamp-en-eere. Hij liet ook een en ander
handschrift na van godsdienstigen aard, waarin
fraaije met de pen geteekende beeldjes. Zie
Ferwerda, Adel. en Aanzienel. Wapenb. in de
Genealogie van de Kempenaer; van der Aa, Nieuw
Woordenb. van Ned. Dicht.; uit bijzondere
berigten aangevuld.
KEMPENAER (Daniel de), zoon van den
voorgaande, werd den 4den October 1593
geboren, en gedoopt in de Hervormde kerk te
's Gravenhage. In zijne jeugd was hij
secretaris van den admiraal Willem van
Nassau, dien hij op zijne togten vergezelde.
Later heeft hij het land te veld gediend, en
was tot zijn dood stadhouder van de leenen
van den heer van Beverwaert. Uit eenige
stukken blijkt het, dat hij een man van
studie en bekwaamheid geweest is, en
vriendschap onderhouden heeft met
Uytenbogaert en andere Remonstranten. Zie
Ferwerda, Adel. en Aanzienel. Wapenb. in de
Genealogie van de Kempenaer. |
De band van de familie met
Brabant, blijkt uit het feit dat zij daar goederen verkocht
hebben en op andere aanspraak maakten.
| Danckert
de Kempenaer was de kleinzoon van Jan de Kempenaer (geboren in Brussel) en van
Maria van den Hove en de zoon van Guilliam de Kempenaer, specerijen koopman uit
Brussel, die een burger van Amsterdam werd op 29 mei 1585 (Gelderblom,
prosopografische Data Base
), en van Barber de Conflans.
Kapper de Conflans was de zuster van de schilder Adriaen de Conflans (die enkele
jaren in Amsterdam woonde) en van Francoise de Conflans, die was waarschijnlijk
de echtgenote van de schilder Gillis Coignet.
De zonen van Guilliam (of Willem) de Kempenaer (I) waren Adriaen, Danckert (onze
koper), en Guilliam II (genoemd in Amsterdam in 1621) (Nederlandse Leeuw 55
(1937), p. 137-140).
Guilliam (of Willem) de Kempenaer, waarschijnlijk II, eventueel I, stierf kort
vóór 31 oktober 1636 (WK 5073 / 789).
Op 16 mei 1628, Reynier Jansz van Loon, Adriaen de Kempener, en Isaack de Vries,
ooms van Jacob, de zoon achtergelaten door de late Jacob de Kempener, mastmaker,
bracht activa voor de verweesde zoon naar het WK
(WK 5073 / 789).
Jacob de Kempenaer was vermoedelijk ook de broer van Danckert de Kempenaer.
In 1631, Danckert Kempenaer betaalde een belasting van 5 F., op welke tijd hij
leefde op de Kalverstraet (zoals Pieter Le Febre) (Kohier, fol. 255, blz. 58).
Op 30 april 1617, Danckaert Kempenaer, specerijen koopman (cruydenier), wonende
in de Calverstraet, was verloofd met Margerite Loockemans (DTB 763/55).
Als de informatie in de Nederlandse Leeuw (loc.cit. Sup.) Juist is, hertrouwde
hij met Elisabeth Pinocx.
Op 8 januari 1621, Danckert de Kempenaer en Isaac Hendricxz, de hoeders van
Jacob de BUCQ, 22 jaar oud, de zoon van Jacob de BUCQ, Tapissier, wiens late
moeder heette Anneken Parys, vermeld de activa waarop de jongere Jacob de BUCQ
gerechtigd was, die een huis in de Verwerijen opgenomen, naar schatting 1797 f.
(WK 5073/789, fol. 186 vo.) Jacob de BUCQ Ik was waarschijnlijk een naast
familielid (broer?) Van de schilder Gerrit de BUCQ van R 28.329.
Op 8 mei 1636, Danckert d'Kempenaer, 46 jaar oud, en Cornelis Bartelssen Veris,
40, beëdigde makelaars, verklaard op verzoek van Hendrick Wynants dat ze had
geholpen als scheidsrechter en makelaar in respectievelijk de aankoop van twee
huizen op het Rockin op
de noordzijde van de NZ Capelle, daer De Twee Cramers uythangen, die door
Richard Swift verkocht aan de Producent (Hendrick Wynants) (NA 695A, film 4821,
Not. J. Warnaerts).
Voor de dood inventaris van Hendrick Wynants, genomen op 13 december 1676, zie
NA 1970B, niet.
Doornick).
Op 8 september 1639, Hans le Maire (van R 20171) insinueerde Cornelis Bartelss.
Veres, die had het huis kocht de Goudeleerhuys (op het Rapenburg) van Le Maire.
Willem Kick, de broer van Jan Cornelisz.
Kick (van R 20238), had gegarandeerd de aankoop.
Le Maire geklaagd dat Veres niet had betaald de eerste tranche gevolg (Van
Dillen, Bronnen TOT de geschiedenis Van het Bedrijfsleven RPG 144 (1974), p.
239).
Op 14 september 1649, werd Dancker de Kempenaer aangehaald als voogd van de
minderjarige kinderen van Barent van Someren (van R 20.424), wiens weduwe
Leonora Mytens was onlangs overleden (Oud Holland, 24 (1906), blz. 7). Danckert
d
'Kempenaer werd begraven in de NZK
op 22 mei 1658 (DTB 1068/27).
Danckert Kempenaer's familie en voogd betrekkingen met schilders dient te worden
opgemerkt. |
Danckert (overleden in 1658)
bezat met zijn zoon Jan een wasblekerij te Amsterdam,
terwijl zijn zoon Hendrik daar zijdekoopman was.
Hendrik de Kempenaer
(1623-1690) en zijn derde vrouw Geertruid van der Waeijen
hadden twee zoons, Jacob en Danckert, die beiden in
Friesland gewoond hebben. Van Jacob stamt de niet geadelde
tak van de De Kempenaers af. Nederlands Patriciaat,
Danckert (1668-1746) vestigde zich te Harlingen. Hij
was de eerste uit zijn familie die bestuurlijke functies in
Friesland vervulde.
Hij was onder andere secretaris van het
Friese admiraliteitscollege, raadsheer in het Hof van
Friesland, afgevaardigde naar de Staten-Generaal en premier
van Harlingen. Een premier was een vertegenwoordiger
van de stadhouder in de raden der Friese steden.
Door zijn huwelijk in 1694 met Romelia van Andringa, wordt
de familie De Kempenaer verbonden met het Friese
grietmans-geslacht Van Andringa. Zij stammen af van Regnerus
Livius van Andringa de Kempenaer (1752-1813); zijn laatste
voornaam (de geslachtsnaam van zijn grootmoeder Romelia de
Kempenaer-van Andringa) werd later bij de familienaam
getrokken.
Leden van deze familie
bezetten gedurende de 16de, 17de en 18de eeuw
grietman-posten in Idaarderadeel, Utingeradeel en
Lemsterland en zij hadden bovendien zitting in het college
van Gedeputeerde Staten van Friesland. Drie leden van deze
tak gingen met hun wettige afstammelingen in mannelijke lijn
in 1816 en 1861 door verheffing behoren tot de adel van het
koninkrijk der Nederlanden.

Zuiderhaven te Harlingen:
Danckert de Kempenaer woonde in 1722 aan de Zuiderhaven 56
te Harlingen. Op deze afdruk is goed de tijdsgeest te zien
van die periode.
1.
Hendrik de
Kempenaer, (zijdekoopman) gedoopt op 12
november 1623 te Amsterdam, aldaar op 9 augustus
1690 overleden. Gehuwd (1) met
Anne de Bary. Gehuwd (2) met Alida van
Dieden. Gehuwd (3) op 26 mei 1665 te Amsterdam met
Geertruyd van der Waeyen, geboren op 26
september 1627 te Amsterdam, overleden op 19
september 1702 te Haarlem.
Uit het huwelijk
van Hendrik de Kempenaer en
Geertruyd van
der Waeyen.
1.
Jacob de Kempenaer,
geboren op 5 september 1666 te Amsterdam, overleden
op 3 april 1726 te 's-Gravenhage.
Volgt op 2
2.
Dancker de Kempenaer,
geboren op 15 november 1668 te Amsterdam, overleden op
25 juli 1746 te Leeuwarden.
volgt op 3
2. Jacob de
Kempenaer,
geboren op 5 september 1666 te Amsterdam, overleden
op 3 april 1726 te 's-Gravenhage.
Gehuwd op 19 januari 1696 te
's-Gravenhage met Geertruyd Snevens, gedoopt
op 12 januari 1670 te 's-Gravenhage, overleden op 2
oktober 1737 te 's-Gravenhage. Dochter van Isaac
Snevens en Elisabeth van der Chijs.
Geertruyd was eerder gehuwd met
Ds. Jacob Hendrik de Vriese,
op 11 augustus 1693 te 's-Gravenhage.
| Hendrik's
zoon Jacob was gereformeerd predikant, laatstelijk te 's
Gravenhage en overleed aldaar in 1726; diens zoon Mr. Johan
de Kempenaer, griffier bij den Leenhove van Braband (overl.
1771) had tot vrouw Geertruid Pama. Hun zoon Mr. Jacob de
Kempenaer, landsadvocaat te 's Gravenhage (overl. 25 Sept.
1809) wilde den moederlijken familienaam Pama niet laten
uitsterven en gaf dien aan zijn zoon Pieter. Ook Jacob
Matthaeus werd in zijne jeugd dikwijls Pama de Kempenaer
genoemd; echter voerde hij dat agnomen later niet
meer, maar droeg het weder over aan zijn oudsten zoon. Het
wapen der de Kempenaer's is een klimmende leeuw van goud op
een veld van sinopel, links en regts een sikkel in
natuurlijke kleur. Het devies luidt: Aeterna virtute
parantur. Echter staat op het cachet, altijd door de
Kempenaer gebruikt, als devies: Kamp en eere,
blijkbaar een letterkeer van den familienaam. |
Uit dit huwelijk.
1. Mr.
Johan de Kempenaer, geboren op
22 april 1707 te 's-Gravenhage, overleden
op 30 april 1771 te 's-Gravenhage. Gehuwd (1) op 7 mei 1737
met Geertruy Pama, geboren op 28 november
1704 te 't Woud, overleden op 23 april 1748 te 's-Gravenhage.
Dochter van Ds.
Petrus Pama en Sara de Meulenaer.
Johan de Kempenaer, huwt (2) op 26 juli 1750 te
's-Gravenhage
met Beatrix
Albertina Pielat, geboren 1714 te Berlikum.
Dochter van Ds.
Ludovicus Timon Pielat en Alida Adriana de
Vernatti.
|
Het geslacht PAMA is van
oud-Friesch-Ommelandschen stam.
De Pama-State ligt
ongeveer op de grens van beide
landsstreken, n.l. Oldenbosch, Ooster-,Wester-
en Zuider-Pama te westen, en Pama
(zonder meer) ten oosten van Niehove.
Volgens Joh. Winkler zou de naam
afgeleid zijn van Pake of Peke, de
koosvorm van Petrus, de Apostel, en dus
betekenen "Afstammeling van Petrus". Ook
het wapen is typisch Friesch, zij het
dat wij hier niet de bekende halve-,
doch de gehele Rijksadelaar vinden. Het
borstschild vertoont veel overeenkomst
met het wapen van de familie Cleveringa.
Het wapen komt o.a. voor in het
Wapenboek Reinier van Heemskerck, het
Dossier van der Chijs en in het
Handschrift van Engelen)(met de naam
Puma). Een geheel ander wapen Pama-Vos(Heusden)
vermeldt Rietstap
Spoedig blijkt een tak van het geslacht
zich te hebben gevestigd,waar zij ook
weer uitstierf. Een lid van deze
familie, Pieter Pama, ging als predikant
naar 's Gravenzande, doch had daar geen
nakomelingen, daar zijn beide zoons,
Petrus en Jan, jong stierven(1733).
Een
ander lid, Geertruid Pama (overl.1748)
huwde Joh. de Kempenaer, waarna hun
afstammelingen zich Pama de Kempenaer
noemden. Deze tak der familie de
Kempenaer (voerende het wapen de
Kempenaer zonder toevoegingen), stierf
uit in 1881 met Pieter Pama de
Kempenaer, Directeur der Gasfabriek te
Leeuwarden, Ridder in de Orde van de
Eikenkroon. |
Uit het huwelijk van
Johan de Kempenaer en
Geertruy Pama.
1. Jacob de Kempenaer, geboren
op 7 februari 1738 te 's-Gravenhage, overleden op 25
september 1809 te 's-Gravenhage. Gehuwd op 12 april
1761 te Zaltbommel met Matthea Huberta van
Minninghen, geboren op 16 juni 1736 te
Zaltbommel, overleden op 23 december 1800 te 's-Gravenhage.
Dochter van Mattheus Hubertus van Minnighen
en Catharina Maria Francken.
Uit het huwelijk van
Johan de Kempenaer en
Beatrix
Albertina Pielat.
2. Ludovicus Timon de Kempenaer,
geboren op 9 augustus 1752 te Alkmaar, overleden op
22 september te Purmerend. Gehuwd (1) op 30 augustus
1775 te Alkmaar met Anna Elisabeth Blankert,
geboren op 13 juni 1757 te Boxtel, overleden op 15
november 1776 te Alkmaar. Dochter van Steffen
Blankert en Susanna van Daverveldt.
Gehuwd (2) op22 mei 1781 te Alkmaar met Maria Eva
van Foreest, geboren op 13 maart 1760 te
Alkmaar, overleden op 5 januari 1820 te Alkmaar.
Dochter van Dirk van Foreest en Maria
Wilhelmina Stoezak.
|
KEMPENAER
(Ludovicus Timon
de),
geb. te 's Gravenhage, werd 19 April
1768 te Leiden ingeschreven als student
in de rechten, vestigde zich na zijne
promotie te Alkmaar, werd aldaar 24 Nov.
1779 lid der vroedschap, was er in 1781
en 82 schepen en werd 26 April 1783 tot
ordinariusgedeputeerde benoemd. Gelijk
in de vroedschap van Alkmaar, deed hij
zich ook in der Staten vergadering als
een tegenstander van het stadhouderlijk
bewind kennen (hij behoorde 8 Aug. 86
ook te Amsterdam tot de onderteekenaars
der acte van verbintenis tot handhaving
der republikeinsche constitutie), en het
was deswege, dat de Prinses na den
pruisischen inval zijne ontzetting uit
alle ambtsbetrekkingen eischte.
Gevolgelijk werd hij bij schrijven der
Staten van 11 Oct. 87 als vroedschap
afgezet. Na de omwenteling van 1795 werd
hij 21 Jan. en 21 Mrt. voor één jaar tot
representant der burgerij verkozen,
telkens met op 1 na de meeste stemmen. 7
Jan. 96 werd hij tot lid der Nationale
Vergadering voor het district
Kennemereind benoemd. Hij was toen raad
en generaal-meester van de Munten, en
verkreeg van de Nat. Vergadering 22
April, dat deze betrekking buiten
bezwaar van den lande mocht waargenomen
worden door Mr. Zacheus van Foreest.
De
Kempenaer behield de gunst zijner
kiezers wel grootendeels te Alkmaar maar
niet in de buitengemeenten, want deze,
geholpen door de revolutionaire partij,
brachten 10 Juli 1798 niet hem maar Dr.
P. de Sonnaville in het Wetgevend
Lichaam. De K. huwde 20 Aug. 1775 met
Anna Elisabeth
Blankert, die hem in Oct.
1776 een dochtertje schonk en in de
volgende maand overleed; en hij
hertrouwde 8 April 1781 met
Maria Eva van Foreest,
van wie hem dochters geboren zijn.
Wiselius getuigde in 1804 aan Marmont: L.T.d.K.,
patriot, een goede moeial, die het wel
gaarne anders wou hebben, maar al
zugtende zijn werk verricht. Een
silhouetportretje als raad en
gedeputeerde van Alkmaar is gegraveerd
door A. Hulk, een wat grooter door J.
Kobell; zijn silhouet komt voor in
Rogge's
Geschiedenis der Staatsregeling. |

Dancker de
Kempenaer.
3.
Dancker de Kempenaer,
geboren
op 15 november 1668 te Amsterdam, overleden op 25 juli 1746
te Leeuwarden. (Raad
en burgemeester van Harlingen; secretaris van de Friese
Admiraliteit 1688-1705. Nederland's Adelsboek, 41, 139.)
Zoon van
Hendrik de Kempenaer en Geertruyd van der Waeyen. Gehuwd op
13 mei 1694 te Lemmer met Romelia van Andringa,
geboren op 29 september 1672 te Leeuwarden, overleden
op 20 april 1743 te Harlingen. Dochter van Tinco van
Andringa (Grietman van Lemsterland 1666-1689 en raad ter
Admiraliteit te Harlingen)) en Eritia van Scheltinga.
|
KEMPENAER (Danker de), zoon van Hendrik de
Kempenaer, koopman te Amsterdam, en van
Geertruid van der Waeyen, zuster van den
hoogleeraar Jan van der Waeyen. Den 15den
November 1668 te Amsterdam geboren, werd hij op
twintigjarigen leeftijd reeds secretaris van het
collegie ter admiraliteit van Friesland.
Achtereenvolgens werd hij benoemd, in 1705 tot
raad ordinaris in den hove van Friesland, in
1711 tot raad in de vroedschap van Harlingen en
later meermalen tot burgemeester aldaar.
Als
zoodanig bekleedde hij namens de stad de meeste
en aanzienlijkste gewestelijke generaliteits-commissien, die hij met roem
vervulde en waardoor hij, en door zijne zeldzame
bekwaamheden, veel invloed erlangde. Hij
overleed te Leeuwarden den 25sten Junij 1746, en
was den 13den Mei 1694 gehuwd met Romelia van
Andringa, oudste dochter van Tinco van Andringa,
grietman over Lemsterland, en van Eritia van
Scheltinga. Zij overleed den 20sten April 1743,
na haar echtgenoot dertien kinderen te hebben
geschonken.
Daaronder komen voor: Sara Johanna,
geboren den 27sten December 1700 en gehuwd aan
Johan Vultejus, resident van het hof van Zweden
te 's Gravenhage en van den landgraaf van
Hessen, raadsheer in den domein-raad van prins
Willem IV enz.; Tinco Regnerus, geboren den
17den September 1707, ontvangergeneraal van de
beden en contributien van de drie landen van
Overmaas; Hendrik, geboren den 14den November
1709, rentmeester van de geestelijke goederen
van Peelland en de Meijerij van 's Hertogenbosch,
en schepen aldaar (zijn zoon volgt hier mede);
Jan, die volgt; Daniel Livius, geboren den
28sten April 1713, kapitein van eene kompagnie
te voet in 1741, en ritmeester in 1745, hoedanig
hij in Duitschland, Vlaanderen en Brabant in de
legers van den staat gediend heeft. Hij werd in
1752 grietman van Lemsterland en huwde in 1754
Catharina Emants,
weduwe van
Elias de Haze. |
Uit het huwelijk van
Dancker de Kempenaer en Romelia van Andringa.
1. Eritia de Kempenaer,
geboren op 21 februari 1695 te Harlingen, overleden op 4 mei
1707.
2. Hendrik Tinco de
Kempenaer, geboren op 19 mei 1696 te Harlingen,
overleden op 31 juli 1696.
3. Anna Romelia de
Kempenaer, geboren op 31 mei 1697 te Harlingen,
overleden op 10 augustus 1697.
4. Anna Romelia de
Kempenaer, geboren op 18 januari 1698 te Harlingen,
overleden in 1698
5. Wisekjen FranÇoise
de Kempenaer, geboren op 21 oktober 1699 te Harlingen,
overleden op 1 december 1721 te Harlingen, aan de de
kinderpokken. Wisekjen was ongehuwd.
6. Sara Johanna de
Kempenaer, geboren op 27 december 1700.
Overleden
op 19 mei 1735 (in het kraambed) te 's-Gravenhage. Dochter van
Dancker de Kempenaer en Romelia van Andringa. Gehuwd
op 27 september 1733 met Johan Vultejus, geboren op
24 april 1687 te Kassel, overleden op op 8 mei 1750 te
IJsselstein. (Johan was toen weduwnaar van Elizabeth Maria
ten Hove) Drost van
IJsselstein en Liesveld.
Resident
van het hof van Zweden te 's Gravenhage en van den landgraaf
van Hessen, raadsheer in den domeinraad van prins Willem IV
enz.
Uit dit huwelijk.
1. Sara Johanna
Vultejus, geboren op 12 mei 1735, overleden op
7
juni 1804 te Hillegom. Gehuwd op 6 december 1756 te Haarlem,
met Mr. Adriaen Isaäc Valckenier, geboren op 10 juni
1731 te Batavia. Zoon van Adriaan Valckenier en
Susanna Christina Massis.
Uit dit
huwelijk.
1. Anna
Catharina Valckenier, geboren op 7 maart 1766 te
Amsterdam, overleden op 11 juli 1842 te Amsterdam. Gehuwd
op 3 oktober 1784 te Hillegom
met Jan van de Poll, Geboren op 25 augustus 1759
te Amsterdam, overleden op 22 juni 1822 te Heemstede.
2. Adriaan
Danker Valckenier.
Adriaan Isaac
Valckenier (1731-1784), schepen van
Amsterdam, werd krankzinnig verklaard na
een moordpoging op zijn vrouw, en is in
1768 opgesloten in zijn huis in Hillegom;
zijn dochter trouwde met Jan van de
Poll; zijn zoon Adriaan Danker,
ongehuwd, was de laatste mannelijke telg
van het geslacht.
( Op 14 Maart 1768 was
den Edl. Achtb. Heer Mr. Adriaan Isaac
Valckenier, Scheepen dezer stad, wonende
op de Heerengracht, over de Nieuwe
Spiegelstraat op sijn comptoir, toen
sijn huysvrouw, die met een tante van
haar, mevrouw de Kempenaer, in de
eetkamer sat, door een knegt liet
vraagen of meneer beliefde te komen
eeten, dog nog eenigen tijd
wegblijvende, ging de knegt nog eens
naar sijn heer sien, waarop hij als een
verwoet mensch in de eetkamer kwam,
haalende uit sijn japon, die hij aan
had, een pistool, seggende tegen sijn
vrouw: het is nu lang genoeg, ik sal u
den hals breeken, waarop hij het
pistool, dat met een kogel gelaaden was,
op sijn vrouw losbrande, welke kogel bij
geluk eeven mis was en agter haar in het
behangsel vloog, doch hy was zoo digt
met het pistool by haar hooft, dat al
het kruyt in haar tronie vloog.
Sy, door
den schrik van de stoel vallende, meende
hij dat sy dood was, waarop hy voort een
ander pistool uyt sijn borst haalde,
meenende daar sigselfs mee door 't hoofd
te schieten, dog de kogel vloog mede
even voorbij en in het blaffon of de
zolder, waarop hij, ook nedervallende,
zich tragtte met zijn das te verwurgen,
waarop mevrouw de Kempenaer en eenige
dienstboden kwaamen toeschieten, om hem
zulks te beletten, verder om doctor
Famars en een curiergijn liepen, die
voort kwaamen om medisynen en
aaderlatinge te apliseeren voor den
schrik. Mijnheer werd voort in bewaaring
gesteld van menschen die op hem pasten.
Men zeyt dat het uyt ongegronde sialosie
is voortgekomen, of door zware
hipoconterie in de harsenen, althans
doctor Famars heeft een dicklaratoir
gegeven, dat hij somptijts gants niet by
sijn sinnen was, waarop dan door de
Heeren van 't Gerecht is geordonneert om
hem in zijn huys bij provisie in nauwe
verseekering te houden en wel op hem te
passen. Tot zoover Bicker Raye's
verhaal van het gebeurde.
Twee
maanden na dezen moordaanslag, zoo deelt
Elias mee, vervoegden de Hoofdschout,
het voltallige college van Schepenen en
de Secretaris Testart zich ten huize van
Valckenier, om uit te maken of hij al of
niet sanae mentis was. Zij vonden den
ongelukkige in een achterkamer, ziende
zeer verwilderd en gants niet present
zijnde in zijn raisonnement, zich
verbeeldende dat hij vergeven was door
zijn vrouw, op ordre van M.H. van den
Gerechte, als een onnut schepsel
geworden zijnde voor de samenleving.
In
een expres daartoe geapproprieerde
gevangenis in deszelfs eigen tuin bij
Hillegom (buiten de jurisdictie van den
procureur-generaal van 's Gravenhage, om
van denzelve niet criminaliter vervolgd
te kunnen worden) werd Mr. Adriaan Isaac
Valckenier in 't vervolg voor zijn leven
opgesloten gehouden.
Hij
overleed eerst vijftien jaar later, in
1784.

Portret van Adriaen Valckenier
(1695-1751)
(de van vader van Adriaan Isaac
Valckenier (1731-1784) bij zijn
aanstelling als gouverneur-generaal in
Oost-Indië (1737)
Deze
Adriaan Valckenier, (1695-1751)
gouverneur-generaal van Nederlands-Indië
zat negen jaar in de gevangenis vanwege
de moord op Chinezen. Hij werd ter dood
veroordeeld en al zijn bezittingen
werden geconfisqueerd. Hij stierf binnen
de muren. Zijn zwager Cornelis Hop nam
hier ten lande zijn zaken waar.
Bron: wikipedia |
7.
Dettje Margriet de Kempenaer, geboren op 14 april
1703 te Harlingen, overleden op 22 december 1721 te
Harlingen, aan de kinderpokken. Dettje was ongehuwd.
8.
Geertruid de Kempenaer, geboren op 17 september 1704
te Harlingen, overleden op 1 oktober 1704 te Harlingen.
9.
Geertruid de Kempenaer, geboren op 20 januari
1706 te Leeuwarden, overleden op 10 januari 1789 te
Amsterdam.
10. Tinco Regnerus de Kempenaer,
geboren op 17 september 1707, overleden op 22 december
1721, aan de kinderpokken (Dit was het derde kind uit
dit gezin binnen een maand). Ontvanger-generaal van
de beden en contributien van de drie landen van Overmaas.
11. Hendrik de Kempenaer,
(Tweede-Kamerlid
en
Rentmeester van de geestelijke goederen
van het kwartier Peelland (Meierij 's-Hertogenbosch, en
schepen van 's-Hertogenbosch,
Commandeur in de Orde van de Unie, Commandeur in
de Orde van de Reünie, buitenlandse onderscheidingen. Ridder in het Legioen van
Eer,
enz.)
Geboren op 14 november 1709 te
Harlingen, overleden op 13 december 1788 te Leeuwarden.
Zoon van Hendrik de Kempenaer en
Geertruyd van der Waeyen.
Gehuwd (1) op 3 juni 1736 te Gorinchem met
Richarda Rachel Ouwers, geboren op 11 maart 1719 te
Gorinchem, overleden op op 23 juli 1741 te 's-Hertogenbosch,
aan kinderpokken. Gehuwd (2) op 27 juni 1745 te
's-Gravenhage met Quirina Jacoba Scott, geboren
op 18 december 1716 te 's-Gravenhage, overleden
op 1 november 1780 te Leeuwarden.
Dochter van Joan Scott, raadsheer in het leenhof van
Brabant en Adriana van Persijn.
|
Hendrik de Kempenaer, die
in 1729 rentmeester van de geestelijke goederen in Peelland
en in 1735 schepen van 's-Hertogenbosch werd, keerde
in 1770 naar Friesland terug met het oogmerk om de door zijn
toen nog minderjarige zoon Regnerus Livius geërfde en later
nog te erven goederen goed te kunnen beheren en omdat de
'Meerder nabijheid bij dezelven bij tijd en wijle aanleiding
zoude kunnen geeven tot voordeelen die anders niet te wagten
waren'. Hij doelde daarbij ongetwijfeld op de
overname van het grietmans-ambt, van Lemsterland bij een
eventuele vacature.
Toen die gelegenheid zich in 1772 na het
overlijden van Hendriks broer Daniël Livius voordeed, was Regnerus Livius, hoewel hij nog maar 20 jaar oud was, in de
ogen van de familie de aangewezen persoon om hem op te
volgen. In 1772, na zijn aanstelling als
grietman, vestigde hij zich op 'Andringastate' te
Lemmer, dat hij gekocht had uit de
boedel van zijn oom Daniël Livius. Daarvoor was hij nog
student aan de Franeker universiteit. |

Geschilderd portret van Hendrik de
Kempenaer (1709 - 1788).
Uit het huwelijk van
Hendrik de Kempenaer en Quirina Jacoba Scott.
1. Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer,
geboren op 24 maart 1752 te 's-Hertogenbosch, overleden
op 3 december 1813 te Arnhem.
Volgt op 4
12.
Jan de Kempenaer, geboren op 4 oktober 1711 te
Leeuwarden, overleden op
12 januari 1789.
Gehuwd op 5 februari 1737 te Haarlem met Jacoba Fagel (lid
van de vroedschap te Haarlem), dochter van Franqois
Fagel en Hester de Koker.
| KEMPENAER (Jan de), werd te Leeuwarden den 4den October
1711 geboren. Op zestienjarigen leeftijd vertrok hij, te gelijk met zijn broeder
Hendrik, naar de Franeker hoogeschool, waar hij echter niet lang bleef, daar
hij, te Leeuwarden terugkeerende, zijne opleiding tot regtsgeleerde aan den
vermaarden Georgius Hiddema aldaar te danken had. Den 15den Maart 1727 werd hij
reeds aangesteld tot commies van 's lands ammunitie van oorlog te velde, welke
betrekking hij verliet, toen hij op den 1sten Maart 1730 tot ordinaris raad in
het hof van Friesland werd aangesteld; eene waardigheid, welke aan niemand te
voren op zulk een jeugdigen leeftijd was opgedragen, en nog veel minder aan
iemand, die nog geen graad als regtsgeleerde verworven had.
Gedurende ruim 60
jaren was hij met lof en roem als zoodanig werkzaam, toen hem in 1780 het
voorzitterschap werd opgedragen. Hij bekleedde die waardigheid tot aan zijnen
dood, die den 12den Januarij 1789 plaats had.
Waaraan de Kempenaer zijne zoo buitengewone verheffing te danken had, is ons
niet bekend; te meer verwondering moet die wekken, daar hij zich door geene
geschriften heeft bekend gemaakt. Hij was echter een man niet van verdiensten
ontbloot. Behalve de regtsgeleerdheid, beoefende hij de godgeleerdheid en
kerkelijke geschiedenis, en was hij een voorstander en begunstiger der
wetenschappen en geleerden. |
Uit dit huwelijk.
1.
François
de Kempenaer,
geboren op 19 november 1737. Doctor in de beide regten,
advokaat voor het hof van Friesland en volmagt ten landsdage
2.
Romelia Geertruid
de
Kempenaer,
geboren op 16 maart 1739, op jeugdige leeftijd overleden.
3.
Hester
de Kempenaer,
geboren op 2 december 1740. Gehuwd met Johan van Wijckel,
raadsheer in den hove van Friesland.
13.
Daniël Livius de Kempenaer, geboren op 28 april 1713 te
Leeuwarden, overleden op 27 september 1772 te
's-Hertogenbosch. Gehuwd in juni 1754 met Catharina Emants (weduwe
van Elias de
Haze).
Kapitein der infanterie, ritmeester, maakt veldtochten naar
Duitsland en Vlaanderen waarbij hij twee keer gewond
geraakte, grietman van Lemsterland in 1752.

Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer
en
Barones
Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra thoe Schwartzenberg en
Hohenlandsberg.
4. Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer,
geboren op 24 maart 1752 te 's-Hertogenbosch, overleden
op 3 december 1813 te Arnhem. Gehuwd (1) op 6 juni 1774 te
Leeuwarden met Judith Elisabeth d'Arnaud,
geboren op 17 oktober 1756 te Franeker, overleden
op 10 februari 1780 te Leeuwarden, dochter van Antoine
d'Arnaud en Anna Dodonea van Burmania.
Gehuwd
(2) te Hichtum, 20 oktober 1800 met
Barones
Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra thoe Schwartzenberg en
Hohenlandsberg, geboren
op 6 maart 1775 te Leeuwarden, overleden op 15 februari 1857
te Leeuwarden, dochter van Wilco Holdinga Tjalling
Camstra thoe Schwartzenberg (oud-grietman
van Wonseradeel en Hohenlansberg) en
Christina Helena Geertruida Meckema van Burmania. Aurelia is na het
overlijden van haar man in Arnhem, in 1813, weer naar
Friesland teruggekeerd.
| Met Regnerus Livius, de
stamvader van de familie Van Andringa de Kempenaer, zijn we
aangeland bij de wellicht belangrijkste vertegenwoordiger
van dit geslacht. Hij was tot 1795 grietman van Lemsterland
en bovendien tussentijds enige jaren Gedeputeerde voor het
kwartier Zevenwouden.
Hoewel hij bekend stond als oranjegezind, schijnt hij enige tijd met C.
L. van Beijma, te zijn meegegaan. In 1782 was hij namelijk
correspondent van een te Amsterdam zetelende commissie om de
misbruiken van de regering der Republiek tegen te gaan.
In
het tijdvak 1801-1807 was hij Lid van het Wetgevend Lichaam,
waarna hij in 1807 door koning Lodewijk benoemd werd tot
Landdrost van Friesland. Deze functie heeft hij uitgeoefend
tot zijn aanstelling als prefect van het departement van de Boven-Yssel in 1810. Hij werd daarnaast
benoemd tot Ridder- commandeur in de Koninklijke Orde van de
Unie en later bevorderd tot Commandeur van de Keizerlijke
Orde van de Reünie.
Bovendien was hij Ridder van het Legioen van Eer. In de
jaren 1811-1813 is aan een aantal hooggeplaatste
bestuursfunctionarissen een adellijke titel verleend, maar
Regnerus Livius heeft in deze eer niet gedeeld. De
Hoge Raad van Adelgeschiedenis en werkzaamheden.
|

De sluis
te Lemmer tijdens de grote overstroming van 1825. Met in het
midden het huis van de familie Andringa de Kempenaer. Op de
achtergrond de Herberg De Wildeman.
|
Zij woonden op de verdwenen? 'Andringastate'
te Oldeboorn en op het gelijknamige, nog bestaande huis te
Lemmer. Regnerus van Andringa
(1674-1754) -een broer van Romelia die lange jaren grietman
van Lemsterland was, legde door zijn grondaankopen de basis
voor het latere grondbezit van de familie Van Andringa de
Kempenaer, in die grietenij. Zo had hij in 1748 in de
meerderheid van de dorpen en aldaar de absolute meerderheid
van het aantal stemmen in zijn bezit weten te krijgen,
hetgeen aanzienlijk bijdroeg tot zijn politieke macht.
Hij
gold toen als bijzonder vermogend, want op een door Faber
vervaardigde lijst van aangeslagene voor 80. 000 Carolusguldens en meer (1749), komt hij voor met een
vermogen van 100.000 Carolusguldens. (Het maximum was meer
dan 200.000 Carolusguldens). Het befaamde
veer van Lemmer op Amsterdam,
waarvoor in 1709 octrooi was verleend aan Albert Hanses en
dat doorgaande verbindingen had met Leeuwarden en Groningen,
is in de eerste helft van de 18de eeuw aan hem overgedragen.
Zelf had Regnerus al eerder toestemming van de Friese staten
gekregen om het veer van Lemmer op
Kampen en Zwolle in te stellen. Van hem is
ook bekend dat hij handel en nijverheid in
Lemmer sterk bevorderde. De twee
laatste mannelijke Andringa's, de broers Regnerus en Livius
Dirk bleven ongehuwd, waardoor deze familie in 1765
uitstierf.
Daarmee ging de naam Andringa
echter niet verloren, want deze werd toegevoegd aan de
achternaam van de jongste zoon van Hendrik de Kempenaer.
Volgens aantekeningen zouden Regnerus en Livius van Andringa
aan hun neef Hendrik een zoon van Dancker de Kempenaer en
Romelia van Andringa, verzocht hebben een eventuele zoon de
voornamen Regnerus Livius en als achternaam Van Andringa de
Kempenaer te geven. Daaraan werd de belofte verbonden dat
dit kind in hun erfenis zou delen.
In zijn fideď-commisairs testament bepaalde Regnerus van Andringa in
1754 dat na verloop van tijd zijn goederen in Lemsterland,
alsmede de Lemster-veren zouden toekomen aan Daniël Livius
de Kempenaer een broer van Hendrik, de goederen in
Utingeradeel, aan Augustinus Lycklama ŕ Nijeholt, een
kleinzoon van Regnerus zuster Dedke, en die in Rauwerderhem
aan Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer. Wanneer één
van de erfgenamen zou komen te overlijden, zouden de twee
anderen diens geërfde goederen onderling moeten verdelen.
Dit laatste vond plaats na het overlijden van Daniël Livius
(1772), en niet dan na lang touwtrekken. Tenslotte werd
overeengekomen dat Regnerus Livius de goederen in
Lemsterland zou krijgen en dat de Lemster-veren tot nader
order gemeenschappelijk bezit zouden blijven.
Van zijn vader erfde hij later nog bezittingen in
Weststellingwerf en Schoterland. Deze bezitsconcentratie had
tot resultaat dat Regnerus Livius naderhand tot één der
rijkste personen in Friesland gerekend kon worden. Op
de lijst van personen met een opbrengst uit vermogen van
3200 francs en meer (1811) is hij vermeld op de vijfde
plaats met 10. 000 francs. Hoogste op de lijst was zijn
schoonzoon J. N. du Tour met 13. 900 francs. Het is
overigens niet bekend of hij ooit een verzoek om geadeld te
worden ingediend heeft, hoewel in zijn persoonlijk archief
concept aan vragen voor zo n titel aanwezig zijn.
Tot zijn persoonlijke papieren zou ook een begin van een
autobiografie behoord hebben, maar die was in 1920 al niet
meer aanwezig.
|

Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer.
Rechts is een geschilderd portret.
|
Loopbaan:
Grietman
van Lemsterland, van 1772 tot 1795: Lid Raad van State voor
de provincie Friesland, van 17 december 1772 tot 1773: Lid
Staten van Friesland, van 1773 tot 1795: Lid Mindergetal van
Friesland, van 1773 tot 1776: Lid Admiraliteit van Amsterdam
voor de provincie Friesland, van 4 maart 1779 tot 1781: Lid
Mindergetal van Friesland, van 1782 tot 1783: Gedeputeerde
ter Staten-Generaal voor de provincie Friesland, van 25 juni
1787 tot 1787: Lid Gedeputeerde Staten van Friesland, van
1788 tot 13 mei 1788: Lid Mindergetal van Friesland, van
1789 tot 1791: Lid Rekenkamer voor de provincie Friesland,
van 1791 tot 1795: Lid Wetgevend Lichaam voor het
departement Friesland, van 2 november 1801 tot 29 april
1805: Lid Wetgevend Lichaam voor het departement Friesland,
van 15 mei 1805 tot 24 juli 1806: Lid Staatsraad in
buitengewone dienst, van 16 juli 1806 tot 1 januari 1809:
Lid Wetgevend Lichaam voor het departement Friesland, van 4
oktober 1806 tot 8 mei 1807: Landdrost van Friesland, van 8
mei 1807 tot februari 1811: Prefect van het departement
Boven-IJssel, van februari 1811 tot 1 december 1813.
Nevenfuncties:
Monstercommissaris
in Friesland, 1778:
Gedelegeerde
commissies, presidia etc:
Lid commissie, die begin 1787 de
daden van de zeer patriottisch gezinde hoogleraar Valckenaer
moest onderzoeken na een klacht van het stadhouderlijk
gezinde college van curatoren van de Hogeschool te Franeker
bij de Staten van Friesland (op 12 mei 1787 verscheen het
verslag van het onderzoek met daarin als aanbeveling
Valckenaer te ontslaan als hoogleraar): Lid sectie
Koophandel en Koloniën (Staatsraad), van 16 juli 1806 tot 1
januari 1809.
Woonplaatsen:
's-Hertogenbosch, van 24 maart 1752 tot 1772: Lemmer, van
1772 tot 1810: Arnhem, van 1810 tot 3 december 1813.
Ridderorders:
Commandeur in de Orde van de Unie: Commandeur in de Orde van
de Reünie.
Buitenlandse onderscheidingen: Ridder in het Legioen van Eer.
|
Uit het huwelijk van Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer
en Judith Elisabeth d'Arnaud.
1. Henriëtte Jacoba van
Andringa de Kempenaer, geboren op 29 juli 1775 te
Leeuwarden, overleden op 3 maart 1820 te 's-Gravenhage. Henriëtte
huwt 21 mei 1794 te Arnhem,
met Justinus
Sjuck Gerrold Juckema van Burmania baron Rengers.
Geboren op 13 augustus 1773 te IJsbrechtum. Zoon van Egbert Sjuck Gerrold Juckema van
Burmania Rengers en Wilhelmina de Beyer.
|

Justinus Sjuck Gerrold Juckema van Burmania
Baron Rengers.
|

De vader van Justinus Sjuck Gerrold Juckema van
Burmania Baron Rengers, Egbert Sjuck Gerrold
Juckema van Burmania Rengers (1745-1806) Leider
van de factie van Friese aristocraten ten tijde
van de Republiek en ook nog daarna. |
|
RENGERS
(baron Justinus Sjuck Gerrolt
Juckema
van Burmania), zoon van Egbert
Sjuck en Wilhelmina de Beyer, geb.
te IJsbrechtum 13 Aug. 1773 overl. te 's
Gravenhage 28 Nov. 1832, was lid van den Raad
van State, geadmitteerd als lid der Edelen van
Friesland 1814, grietman van Franekeradeel, lid
van de Prov. Staten van Friesland, kamerheer van
koning Willem I; huwde te Arnhem 21 Aug. 1794
Henrietta Jacoba van Andringa de Kempenaer,
geb. te Leeuwarden 29 Juli 1775, overl. te 's
Gravenhage 3 Maart 1820, dochter van
Regnerus Livius, prefect van het
departement van den Boven- IJssel en
Judith
Elisabeth d'Arnaud. |
Uit dit huwelijk.
1. Justina Wilhelmina Maria barones Rengers,
geboren op 21 maart 1795 te Leeuwarden, overleden op 23
december 1863 te Laren. Gehuwd op 15 augustus 1820 te
's-Gravenhage met Jacques Adriaan Christiaan baron van
Nagell, geboren op 26 juni 1784 te 's-Gravenhage,
overleden op 2 oktober 1883 te Laren. Zoon van Anne
Willem Carel baron van Nagell tot Ampsen en Anna
Catharina Elisabeth barones du Tour.
Uit dit huwelijk
1. Justinus
Egbert Hendrik baron van Nagell, geboren op 14 november
1825 te 's-Gravenhage.
|
NAGELL VAN AMPSEN
(Jacques Adriaan Christiaan baron
van),
geb. te 's Gravenhage 26 Juni 1784, overl. te
Laren (Gelderland) 2 Oct. 1883, was de tweede
zoon van A.W.C. baron van Nagell tot Ampsen (dl.
II, kol. 977) en
Anna Catharina Elisabeth du
Tour. Hij werd 19 Jan. 1814 door
den Souvereinen Vorst benoemd tot raad bij het
generaal commissariaat in het departement van
den Boven-IJsel en toen deze betrekking was
opgeheven 29 Aug. d.a.v. tot lid der Staten van
Gelderland voor het platteland. Hij nam bij de
verdeeling der zetels zitting voor het
kiesdistrict Zutfen. Op 4 Juli 1822 werd hij
door zijn medeleden gekozen tot lid der Tweede
Kamer. Hier was hij, hoewel hij weinig sprak,
een der invloedrijkste leden. Hij schaarde zich
meestal bij de leden, die tegen de conservatieve
meerderheid oppositie voerden en tegen de
heimelijkheid inzake de financiën. Langzamerhand
werd hij conservatiever.
Hij bleef Kamerlid tot de
invoering der nieuwe grondwet in het laatst van
1848. Op 1 Juni 1849 werd hij door de
ridderschap van Gelderland ter vervanging van
zijn vader (die dit tot zijn 93e jaar was
gebleven) opnieuw gekozen tot lid der Staten van
die provincie, maar nam de benoeming niet aan.
Na het overlijden zijns vaders betrok hij het
door dezen bewoonde kasteel Ampsen onder Laren
en wijdde zich verder aan landbouw en economie.
Tot zeer hoogen leeftijd was hij helder van
geest.
Doordat zijn vader in 1814 in de
ridderschap van Gelderland werd opgenomen en in
1822 den titel baron verkreeg, werd hij ook in
die jaren resp. jonkheer en baron.,De hooge door
hem bereikte leeftijd was een erfstuk van zijn
beide ouders, die 95 en 92 jaren oud zijn
geworden.
Hij huwde 15 Aug. 1820
Justina
Maria Wilhelmina baronesse
Rengers,
geb. 21 Mrt. 1795, overl. 23 Dec. 1863, bij wie
hij een zoon, en een dochter had. |
2.
Regnerus Hendrik Sjuck Gerrold Juckema van
Burmania baron Rengers, geboren op 10
oktober 1796 te Leeuwarden overleden op 15 juni 1875 te
Leeuwarden. Gehuwd op 10 april 1823 te Leeuwarden met
Henrietta Casimira Johanna Wilhelmina barones van Asbeck,
geboren op 31 mei 1801 te Leeuwarden, overleden op 30 maart
1885 te Velp. Dochter van Gerrit Ferdinand baron van
Asbeck tot Berge en Munsterhausen en
Petronella Agatha van Plettenberg.
Uit dit
huwelijk.
1. Henriette
Jacoba van Burmania barones Rengers, geboren op 23
november 1823 te Leeuwarden, overleden op 16 februari 1851 te Leeuwarden.
2. Egbert
Sjuck van Burmania baron Rengers, geboren op 30 mei 1825
te Leeuwarden, overleden op 30 mei
1825 te Leeuwarden.
3. Justinus
Sjuck van Burmania baron Rengers, geboren op 17
september 1829 te Leeuwarden, overleden op 3 september 1862 te Scheveningen.
4. Agathe
Geertruide Wilhelmine van Burmania barones Rengers,
geboren op 3 mei 1835 te Leeuwarden, overleden op 21 mei
1918 te Velp. Gehuwd (1) op 18 juni 1856 te Leeuwarden met
Jhr. Epo Sjuck Burmania Vegelin van Claerbergen,
geboren op 30 september 1831 te Cornjum, overleden op
28 april 1862 te Leeuwarden. Zoon van Epo Sjuck Burmania
Vegelin van Claerbergen en Everhardina Josina van der
Wijck.
5. Marie
Justine van Burmania barones Rengers, geboren op 24
november 1836 te Leeuwarden.
3.
Judith Elisabeth barones Rengers, geboren op
2 november 1797 te Leeuwarden, overleden op 1 augustus 1825
te Utrecht. Gehuwd op 13 augustus 1822 te 's-Gravenhage
met Willem baron Six van Oterleek, geboren op 12 juli
1798 te Amsterdam, overleden op 4 augustus 1872 te 's-Graveland.
Zoon van Mr. Cornelis Charles baron Six en Anna
Helena ter Borch.
Uit dit
huwelijk.
1.
Jkvr. Anna Helena Six, geboren op
11 mei 1823 te 's-Gravenhage, overleden op
21 oktober 1870 te Nijmegen.
2. Egbert
Willem Justinus 3e baron Six van Oterleek, geboren op 4
mei 1824 te Utrecht, overleden op 15
december 1901 te 's-Gravenhage.
4. Carel Willem Friso Gelder Rengers,
geboren op 6 april 1799 te Leeuwarden, overleden op 16 april
1810 te Leeuwarden.
5.
Dancker Jan baron Rengers, geboren
op 31 maart 1800 te Leeuwarden, overleden op 8 april 1850 te
Hellevoetsluis. Gehuwd op 27 augustus 1845 te Curaçao met
Jkvr. Jeannette Marie Louise van Raders, geboren op 2
januari 1825 te Curaçao, overleden op 31 januari 1905 te
's-Gravenhage. Dochter van Reinier Frederik 1e baron van
Raders en Elisabeth van der Meulen.
|
RENGERS
(baron Dancker Jan), zoon van Justinus Sjuck
Gerrolt en Henrietta Jacoba van Andringa van
Kempenaer (kol. 1066), geb. te Leeuwarden 31
Maart 1800, overl. aan boord Z.M. fregat de
Schelde 8 April 1850, kapitein-luitenant ter
zee, lid van de Ridderschap van Friesland,
commandant van Z.M. zeemacht in de monden van de
Maas en Goedereede; huwde op Curaçao 27 Aug.
1845 jkvr.
Jeannette Marie Louise van
Raders, geb. aldaar 22 Jan. 1825,
overl. te 's Gravenhage 31 Jan. 1895, dochter
van baron
Reinier Frederick,
gouverneur van Suriname en
Elisabeth van der Meulen. |
6.
Marie Elisabeth Henriette barones Rengers,
geboren op 27 juli 1801 te Leeuwarden, overleden op 28
januari 1850 te Brussel. Gehuwd op 13 augustus 1822 te
's-Gravenhage met Victor Joseph chevalier d' Anethan,
geboren op 18 februari 1800 te Brussel, overleden op 20
oktober 1835 te Yperen. Zoon van Jacques Joseph Dominique
baron d' Anethan en
Apolline Joséphine Versijden van Varick.
7. Edzard Hobbe baron Rengers, geboren
op 12 april 1803 te Leeuwarden, overleden op 23 juli 1879 te
's-Gravenhage. Gehuwd op 29 november 1826 te 's-Gravenhage
met Arnoldina Wilhelmina Cornelia barones van Pallandt,
geboren op 13 maart 1801 te 's-Gravenhage, overleden op 2
februari 1860 te 's-Gravenhage. Dochter van Mr. Frederik
Willem Floris Theodorus baron van Pallandt en Jkvr.
Anna Jacoba Wilhelmina van Aylva.
|
RENGERS VAN WARMENHUIZEN
(baron Edzard Hobbe), heer van Warmenhuizen,
zoon van Justinus Sjuck Gerrolt en Henrietta
Jacoba van Andringa de Kempenaer (kol. 1066),
geb. te Leeuwarden 12 April 1803, overl. te 's
Gravenhage 23 Juli 1879, was lid van de
Ridderschap van Friesland, lid van Gedeputeerde
Staten van Zuid-Holland, hofmaarschalk van
Koning Willem I, houtvester van Z.-Holland; hij
huwde te 's Gravenhage 29 Nov. 1826
Arnoldina Wilhelmina Cornelia
barones van
Pallandt van
Keppel
van Warmenhuizen, geb. te 's
Gravenhage 13 Maart 1801, overl. aldaar 2 Feb.
1860, dochter van baron
Frederik Willem Theodorus,
minister van staat, en
Anna Jacoba Wilhelmina
barones
van Aylva van Waardenburg en
Neerijnen. |
Uit dit huwelijk
1. Jacoba
Wilhelmina Henrietta barones Rengers, geboren op 13
oktober 1827 te 's-Gravenhage, overleden op 4 maart 1900 te
Versailles.
2. Egbert
Sjuck Justinus baron Rengers, geboren op 11 december
1828 te 's-Gravenhage.
3. Frederik
Willem Floris baron Rengers, geboren op 27 december 1830
te 's-Gravenhage, overleden op 7 april 1832 te 's-Gravenhage.
4. N. Rengers,
geboren op 17 augustus 1833 te 's-Gravenhage, overleden op
17 augustus 1833 te 's-Gravenhage.
5. Frederik
Constantijn Willem Juckema van Burmania baron Rengers,
geboren op 17 juli 1839 te 's-Gravenhage, overleden op 20
december 1928 te Zeist. Gehuwd (1) op 14 september 1865 te
Zutphen met
Woltera Geertruida, comtesse de Limburg-Stirum, geboren
op 17 januari 1842. Dochter van Othon Leopoldo de
Limburg-Stirum en Aleida Hermana Cristina van
der Wyck. Frederik huwde (2) op 6 april 1865 met
Johanna Digna Fransen van de Putte.
Uit het eerste huwelijk.
1. Cornelia Juckema van Burmania, baronesa Rengers.
2. Sophia Suzanna Juckema van Burmania, baronesa Rengers.
3. Anna Jenny Juckema van Burmania, baronesa Rengers.
4. Jacoba Adriana Juckema van Burmania, baroness Rengers.
5. Edzard Hendrik Juckema van Burmania,
baron Rengers, geboren op 2 juli 1872 te Zutphen. Gehuwd
op 28 april 1898 te Leeuwarden met
Quirina Jacoba van Welderen, baronesa Rengers.
6. Justina
Wilhelmina Adriana barones Rengers, geboren op 28
januari 1841 te 's-Gravenhage,
overleden
op 10 juli 1863
te 's-Gravenhage.
8. Eduard
Lamoraal baron Rengers, geboren op 9 september 1804 te
Leeuwarden, overleden op 16 maart 1877 te Utrecht. Gehuwd op
22 mei 1833 te Leeuwarden met Cornelia Charlotta barones
van Asbeck, geboren op 4 maart 1793 te Leeuwarden,
overleden op 24 januari 1869 te Utrecht. Dochter van
Gerrit Ferdinand baron van Asbeck tot Berge en Munsterhausen
en Petronella Agatha van Plettenberg.
Uit dit huwelijk
1. Judith
Elisabeth barones Rengers, geboren op 5 februari 1834 te
Leeuwarden, overleden op 20 augustus 1912 te Arnhem.
9.
Maria Genoveva Rengers, geboren op 6 juli
1806 te Leeuwarden, overleden in 1807 te IJsbrechtum.
2.
Jhr. Mr. Antoon Anne van Andringa de
Kempenaer, geboren op 3 december 1777 te
Leeuwarden, overleden op 13 juni 1825 te 's-Gravenhage
(regeringsgezind
(onder Willem I).
Volgt
op 5
Uit het huwelijk van Regnerus Livius van Andringa
de Kempenaer en
Tjallinga Aurelia Wilhelmina
Camstra thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg.
3. Quirina Coba
van Andringa de Kempenaer, geboren op 10 oktober 1801 te
Lemmer, overleden op 7 juli 1873 te Leeuwarden. Gehuwd op 19
februari 1824 te Leeuwarden met
Willem Carel Gerard van Welderen baron Rengers,
geboren op 27 mei 1802 te Groningen, overleden op 5 juli
1836 te Lemmer. Zoon van Bernard Walraad van Welderen
baron Rengers en Louisa Christina Alberda van
Bloemersma.
Uit dit huwelijk
1.
Mr. Bernard Walraad van Welderen baron
Rengers,
geboren op 27 januari 1825 te Leeuwarden, overleden op 23
februari 1856 te Leeuwarden. Gehuwd op 8 november 1848 te
Leeuwarden met Sophia Agnes Beatrix Buma, geboren op
13 april 1826 te Brussel, overleden op 28 mei 1892 te 's-Gravenhage.
Dochter van Gerlacus Buma en Agatha Dido Cecilia
Bouricius van Idema. Sophia huwde (2) op 25 september
1857 te Dieren met Mr. Willem
Fredericus Vriese, geboren op 14 februari 1826 te Amsterdam.
|
RENGERS
(Bernhard Walraad
van Welderen
baron) (2), geb. te Leeuwarden 27 Jan. 1825,
overl. aldaar 23 Febr. 1856, zoon van baron
Willem
Carel Gerard v.W.R. en
Quirina
Jacoba van Andringa de Kempenaer,
liet zich 5 April 1843 inschrijven als student
aan de hoogeschool te Groningen, waar hij 25
Sept. 1848 in de rechten promoveerde op
stellingen. Hij was advocaat te Leeuwarden en
huwde aldaar 8 Nov. 1848 met
Sophia
Angenis Beatrix Buma (geb. te
Brussel 13 April 1826, overl. in den Haag 28 Mei
1892). |
Uit dit huwelijk
1. Willem
Carel Gerard van Welderen baron Rengers, geboren op 15
september 1849 te Leeuwarden. Zie ook:
www.cultureelkwartiersneek.nl
2. Maria
Christina van Welderen barones Rengers, geboren op 18
september 1851 te Leeuwarden.
3. Quirina
Jacoba van Welderen barones Rengers, geboren op 2 maart
1854 te Leeuwarden.
2.
Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra van
Welderen barones Rengers, geboren op 11
februari 1826 te Leeuwarden, overleden op 1 maart 1901 te
Leeuwarden. Gehuwd op 1 juni 1853 te Leeuwarden met Jhr.
Mr. Frans Julius Johan van Eysinga, geboren op 31
december 1818 te Wommels, overleden op 16 april 1901 te
Leeuwarden. Zoon van Idzerd Frans van Eysinga en
Wisckjen van Heemstra. Jhr. Mr. Frans Julius Johan van
Eysinga was eerder gehuwd op 8 april 1842 te Leeuwarden met
Johanna Henriette Reinoudine van Boelens, geboren op
25 augustus 1820 te Leeuwarden, overleden op 10 januari 1849
te Leeuwarden.
|
EYSINGA
(Jhr. Mr. Frans Julius Johan
van),
31 Dec. 1818 te Wommels geb. en 16 Apr. 1901 te
Leeuwarden overl., zoon van Jhr.
Idzerd
Frans v. E. en
Wiskje
van Heemstra. Hij promoveerde in
1841 te Utrecht tot doctor in de rechten en werd
achtereenvolgens kantonrechter te Rauwerd,
rechter aan de arr. rechtbank en raadsheer van
't gerechtshof te Leeuwarden. In 1844 zag hij
zich tot lid der Prov. Staten van Friesland
gekozen en in 1850 tot afgevaardigde naar de
Eerste Kamer der Stat.-Gen., van welk lichaam
hij gedurende de jaren 1880-88 tevens voorzitter
was; hij behoorde tot de trouwe volgers van
Thorbecke en was in politieke kringen zeer
gezien. Lid der Eerste Kamer bleef hij tot 1894.
Sedert 1890 was hij Minister van Staat.
Hij was gehuwd: eerst met
Johanna
Henrietta Reinoudina van Boelens,
later met baronesse
Tjallinga Aurelia Wilhelmina
Canytza van Welderen Rengers. Zijn
oudste zoon
Idzerd Frans Humalda van Eysinga, geb. 26 Jan. 1843 en
overl. 24 Apr. 1907 was achtereenvolgens lid der
Prov. en Gedeputeerde Staten van Friesland, lid
van de 2e Kamer der Stat.-Gen. en sinds 1884 lid
van den Raad van State.
|

Jhr. Mr. Frans Julius Johan van Eysinga,
aan zijn schrijfbureau in het Eysingahuis te Leeuwarden.
Hier schreef hij het grootste deel van zijn
"Parlementaire herinneringen" Links boven het bureau,
een pastel met de boeiers van de familie Eysinga.

Zoons van
Jhr. Mr. Frans Julius Johan van Eysinga.
Van links naar rechts: Jhr. idzerd Frans Humalda van
Eysinga 1843-1906, Ayzo Epeus van Boelens van Eysinga
1844-1915, Tjalling Aedo Johan van Eysinga 1846-1898, en
Cornelis van Eysinga 1847-1930
Uit
het huwelijk van Jhr.
Mr. Frans Julius Johan van Eysinga en Johanna Henriette Reinoudine van Boelens.
1.
's-Gravenhage. Gehuwd op 8 april 1843 te Leeuwarden met
Josine Imilie van Andringa de Kempenaer.
2. Tjalling Aedo Johan van Eysinga, geboren op 2
april 1846 te Leeuwarden, overleden op 11 januari 1898 te 's-Gravenhage.
Gehuwd op 20 mei 1875 te Leiden met Henriette Jacoba Kluit.
Uit
het huwelijk van Jhr.
Mr. Frans Julius Johan van Eysinga en Tjallinga Aurelia
Wilhelmina Camstra van Welderen barones Rengers.
4. Jkvr.
Quirina Jacoba van Eysinga, geboren op 24 februari 1854
te Leeuwarden.
5. Jkvr.
Clara Agatha Isabella van Eysinga, geboren op 16 april
1856 te Leeuwarden.
6. Jkvr. Anna
Augusta van Eysinga, geboren op 29 december 1858 te
Leeuwarden.
7. Jkvr.
Willemina Carolina Gerardina van Eysinga, geboren op 11
april 1861 te Leeuwarden.
8. Jkvr. Anna
Augusta van Eysinga, geboren op 10 december 1863 te
Leeuwarden.
9. Jhr. Mr.
Willem Carel Gerard van Eysinga, geboren op 16 augustus
1866 te Leeuwarden.
3.
Regnerus Daniel Livius van Welderen baron
Rengers, geboren op 16 januari 1828 te
Leeuwarden, overleden op 13 oktober 1828 te Lemmer.
4.
Regnerus Livius van Welderen baron Rengers,
geboren op 25 november 1829 te Leeuwarden, overleden op 31
maart 1853 te Leeuwarden.
5.
Sjuck Edzard Egbert van Welderen baron Rengers,
geboren op 12 september 1831 te Leeuwarden, overleden op 10
oktober 1831 te Leeuwarden.
6.
Louise Christine Clara Aldegonde van Welderen
barones Rengers, geboren op 27 februari 1834
te Leeuwarden, overleden op 6 september 1835 te Lemmer.

Mr. Wilco Julius van Welderen baron Rengers.
Gemeentebestuurder, volksvertegenwoordiger en parlementair
historicus.
7.
Mr. Wilco Julius van Welderen baron Rengers,
geboren op 14 november 1835 te Leeuwarden, overleden op 21
februari 1916 te Leeuwarden. Gehuwd op 26 oktober 1864 te
Oenkerk met Catharina Theresia Looxma, geboren op 4
maart 1842 te Oenkerk, overleden op 15 februari 1911 te
Leeuwarden. Dochter van Theodorus Marius Theresius Looxma
en Berendina Johanna Willinge.
Uit dit
huwelijk.
1.
Mr. Willem Bernhard Reinier van
Welderen baron Rengers, geboren op 18 augustus 1865 te
Oenkerk.
2. Theodorus
Marius Theresius van Welderen baron Rengers, geboren op
9 januari 1867 te Leeuwarden.
3.
Quirina
Jacoba van Welderen barones Rengers, geboren op 4
augustus 1868 te Leeuwarden.
4. Berendina
Johanna van Welderen barones Rengers, geboren op 20
augustus 1870 te Leeuwarden.
5. Tjallinga
Aurelia Wilhelmina van Welderen barones Rengers, geboren
op 28 juni 1873 te Leeuwarden.
6. Age Johan
Looxma van Welderen baron Rengers, geboren op 7
september 1875 te Leeuwarden.
7. Dr. Johan
Edzard van Welderen baron Rengers, geboren op 1 juli
1877 te Leeuwarden.
8. Mr. Daniël
van Welderen baron Rengers, geboren op 7 januari 1882 te
Leeuwarden.
9. Clara
Carolina Anna Augusta van Welderen barones Rengers,
geboren op 6 mei 1887 te Leeuwarden.
4.
Jhr. Wilco Holdinga van Andringa de Kempenaer, geboren
op 22 juni 1809 te Lemmer, overleden op
20 februari 1873 te Lemmer.
|
Wilco, zijn broer Julius Burmania en zijn
zuster Quirina waren gemeenschappelijk eigenaars van de
Lemster veren. Hun vader had dit bedrijf van veerschepen en
wagenveren van onder meer van Lemmer
op Amsterdam, van Lemmer op
Leeuwarden en Groningen, indirect geërfd van Regnerus van
Andringa en bij testament bepaald dat dit bezit massaal zou
moeten blijven totdat zijn jongste kind de leeftijd van 20
jaar bereikt had. Hoelang de familie dit goed functionerende
bedrijf in bezit gehouden heeft, is niet bekend;
vermoedelijk heeft zij het in de tweede helft van de vorige
eeuw afgestoten. Zie over het functioneren van het
bedrijf een missive van het grietenijbestuur van Lemsterland
d. d. 6 september 1823 aan Gedeputeerde Staten van Friesland
(bijlage bij de notulen van 16 juni 1825. Helaas is
er weinig van de administratie van de veren bewaard
gebleven, zodat wij ons daarvan slechts een globaal beeld
kunnen vormen.
Wilco en Julius richtten in 1859 een rekest
aan de koning om geadeld te worden. Zij meenden dat hun
halfbroer Antoon Anne in 1816 vergeten had om eveneens voor
hen adeldom te verzoeken. Met hun verheffing hoopten zij
tevens dat voor hun in vervolg van tijd den schijn zal
worden weggenomen alsof zij uit een en anderen stam (dan
Antoon Anne) zouden zijn voortgesproten. Bij K. B. van 5
februari 1861 nr. 78 verkregen zij voor henzelf en hun
afstammelingen het predicaat jonkheer. Jhr. Wilco had
uitgebreide bezittingen in Lemsterland, die hij naliet aan
zijn broer Julius Burmania. Na de dood van
Wilco is 'Andringastate' te Lemmer
niet meer bewoond geweest door leden van de familie Van
Andringa de Kempenaer. De erfgenamen van jhr. Julius
Burmania hebben het huis in 1888 verkocht.
De
jongste zoon van Regnerus Livius,
Julius
Burmania van Andringa de Kempenaer
werd in 1813 in Arnhem geboren. Hij studeerde rechten in
Franeker en Leiden en is vervolgens korte tijd
plaatsvervangend kantonrechter in Lemmer
geweest. Van 1840-1847 was hij grietman van Doniawerstal,
waarna hij zich als ambteloos burger met zijn vrouw Aletta
Catharina Alberda van Ekenstein en hun kinderen in
Leeuwarden vestigde. Voor het beheer van zijn Lemsterlandse
bezittingen had hij een zaakwaarnemer, wiens zoon later als
contactpersoonvoor de jongere Van Andringa de Kempenaers zou
optreden. Van de zes kinderen trouwde de jongste, jhr.
Quirinus met zijn achternicht jkvr. Adriana Wilhelmina van
Andringa de Kempenaer. Zij woonde na het overlijden van haar
man lange tijd op kasteel Wychen, waar zij zich wijdde aan
het schrijven van haar memoires.
Daarin heeft
zij de wereld beschreven waarin
verschillende familieleden en
tijdgenoten in Friesland leefden. Jhr.
Julius oudste zoon Willem (1839-1910),
studeerde in 1864 aan de Koninklijke
Academie te Delft af als civiel
ingenieur. Na als rijksopziener op de
spoorwegdiensten werkzaam te zijn
geweest, werd hij in 1881 benoemd tot
directeur van de N. V. 'De Groninger
Waterleiding'. Hij was gehuwd met Arentia Johanna van Heloma (1836-1890.
Zij kregen zes kinderen die allen in
Groningen werden geboren. De oudste zoon
jhr. Julius Burmania (1873-1943) trouwde
in 1904 met Marie Antoinette Enschedé
(1880-1972), een dochter van Johannes
Enschedé, firmant van de firma Joh.
Enschedé en Zonen te Haarlem. Hij werd
in 1912 benoemd tot notaris met als
standplaats Haren (Gr. ), welk ambt hij
tot zijn dood bekleed heeft.
In zijn
vrije tijd was hij actief als goochelaar
en hij genoot door zijn talloze
optredens een zekere bekendheid. Het
echtpaar had drie kinderen, van wie jkvr. Henriëtte trouwde met jhr. Rutger
Laman Trip. Jhr. Willem trad in 1938 in
het huwelijk met Machteld Matthes. Hij
was directeur van Joh. Enschedé en
zonen, Grafische Inrichting B. V. en
later gedelegeerd commissaris bij dit
bedrijf. Vlak na de Tweede Wereldoorlog
trad hij, als reserveofficier, toe tot
de 'Nederlandsche Militaire Missie bij
den Geallieerden Bestuursraad in
Duitschland'. In de rang van
luitenant-kolonel werd hij belast met de
waarneming van het Nederlandse
Consulaat-generaal te Düsseldorf, met
als ambtsgebied het Land
Nordrhein-Westphalen. Verder bekleedde
hij diverse functies in organisaties van
het Nederlandse bedrijfsleven.
Tot slot
kan hier vermeld worden dat de familie
Van Andringa de Kempenaer, die in de
vorige eeuw tamelijk uitgebreid was, nu
nog door slechts een klein aantal leden
vertegenwoordigd wordt. De stamhouder
jhr. Julius Burmania (geboren 1963), is
evenals alle andere leden buiten de
provincie Friesland woonachtig.
|
5.
Jhr. Julius Burmania van Andringa de Kempenaer, geboren op 30
januari 1813 te Arnhem, overleden op 13 maart 1887 te
Leeuwarden. Gehuwd op 4 april 1837 te Groningen met
Jkvr. Aletta Catharina Alberda van Ekestein,
geboren op 13 oktober 1814 te Leeuwarden, overleden op 25
maart 1875 te Leeuwarden. Dochter van Willem Alberda van
Ekestein en Catharina de Wendt.
Uit dit
huwelijk.
1.
Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra van
Andringa de Kempenaer, geboren op 5 februari
1838 te Leeuwarden, overleden op 7 maart 1908 te
's-Gravenhage. Gehuwd op 21 augustus 1874 te Leeuwarden met
Jhr. Mr. Idzert Frans van Humalda van Eysinga,
geboren op 26 januari 1843 te Leeuwarden, overleden op 24
april 1907 te 's-Gravenhage. Zoon van Jhr. Mr. Frans
Julius Johan van Eysinga en Johanna Henriette
Reinoudine van Boelens. Jhr. Mr. Idzert Frans van
Humalda van Eysinga, was eerder gehuwd op 11 april 1866
te Leeuwarden met
Jkvr. Josine Imilie van Andringa de
Kempenaer, geboren op 22 september 1845 te Sint
Annaparochie, overleden op 21 april 1870 in Leeuwarden.
Dochter van Jhr. Tjaard Anne Marius Albert van Andringa
de Kempenaer en Amelia Gerardina de Schepper.
Zie op 6

Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra van Andring de
Kempenaer (1838 - 1908)
Uit het huwelijk
van
Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra van
Andringa de Kempenaer en Jhr. Mr. Idzert Frans
van Humalda van Eysinga.
1. Julius
Burmania van Humalda van Eysinga, geboren op 1 juli 1876
te Leeuwarden.
2. Aijzo
Epeus van Humalda van Eysinga, geboren op 8 november
1878 te Leeuwarden.
3. Jhr. Mr.
Regnerus Livius van Humalda van Eysinga, geboren op 17
november 1880 te 's-Gravenhage.
2.
Jhr. Willem van Andringa de Kempenaer,
geboren op 23 november 1839 te Leeuwarden, overleden op 24
juni 1910 te Veenklooster. Gehuwd op 19 november 1869 te
Schoterland met Arentia Johanna van Heloma, geboren
op 16 september 1836 te Heerenveen, overleden op 13 januari
1890 te Groningen. Dochter van Marcus van Heloma en
Maria van Sminia.
Uit dit
huwelijk.
1.
Jkvr. Aletta Catharina van Andringa de
Kempenaer, geboren op 1 april 1871 te Groningen.
2. Jkvr.
Maria van Andringa de Kempenaer, geboren op 22 oktober
1872 te Groningen.
3. Jhr.
Julius Burmania van Andringa de Kempenaer, geboren op 1
december 1873 te Groningen.
4. Jkvr.
Nicoline Hobbine Daniële van Andringa de Kempenaer,
geboren op 8 april 1875 te Groningen.

Het
meisje rechts is, Jkvr.
Nicoline Hobbine Daniële van Andringa de Kempenaer.
1875-1942.
5. Jhr.
Marcus van Andringa de Kempenaer, geboren op 20 mei 1876
te Groningen.
6. Jhr.
Willem Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer,
geboren op 14 januari 1878 te Groningen.

Jhr.
Willem Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer
(1878-1931). De middelste twee dames zijn onbekend. De dame
rechts is Jkvr.
Maria van Andringa de Kempenaer. Op de achtergrond
uit het raam Jhr. Julius Burmania van Andringa de Kempenaer.
(1873-1943).

Jhr.
Willem Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer
(1878-1931) op de fiets, met op de achtergrond vier mannen
(trambeambten)
3.
Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer,
geboren op 19 augustus 1841 te Langweer, overleden op 30
juli 1866 te Leeuwarden.
4.
Catharina van Andringa de Kempenaer, geboren
op 15 februari 1843 te Leeuwarden, overleden op 20 november
1918 te 's-Gravenhage.
5.
Jhr. Mr. Daniel Wilco van Andringa de Kempenaer,
geboren op 24 februari 1847 te Leeuwarden, overleden op 11
september 1915 te Zutphen. Gehuwd op 4 november 1875 te
Zutphen met Elisabeth Maria de Bruyn, geboren op 11
juni 1853 te Deventer, overleden op 11 juni 1920 te Zutphen.
Dochter van Hendrik Elias de Bruyn en
Elisabeth Anna Maria barones Bentinck.
Uit dit
huwelijk.
1. Jkvr.
Aletta Catharina van Andringa de Kempenaer, geboren op
10 september 1876 te Zutphen.
2. Jkvr.
Elisabeth Anna Maria van Andringa de Kempenaer, geboren
op 6 april 1878 te Zutphen.

Jkvr. Elisabeth Anna Maria van Andringa de Kempenaer 1878 -
1958
3. Jhr.
Julius Burmania van Andringa de Kempenaer, geboren op 5
oktober 1881 te Zutphen.
4. Jhr.
Julius Burmania van Andringa de Kempenaer, geboren op 4
september 1883 te Zutphen
6.
Jhr. Quirinus Catharinus Julius van Andringa de
Kempenaer, geboren op 10 oktober 1850 te
Leeuwarden, overleden op 24 juni 1888 te 's-Gravenhage.
Gehuwd op 27 september 1883 te Leeuwarden met Jkvr.
Adriana Wilhelmina van Andringa de Kempenaer, geboren op
26 december 1858 te Leeuwarden, overleden op 25 mei 1926 te
Wijchen. Dochter van Jhr. Tjaard
Anne Marius Albert van Andringa de Kempenaer en
Amelia Gerardina de Schepper.
Zie op 6

Jkvr.
Adriana Wilhelmina van Andringa de Kempenaer.
5. Jhr. Mr. Antoon Anne van Andringa de
Kempenaer, geboren op 3 december 1777 te
Leeuwarden, overleden op 13 juni 1825 te 's-Gravenhage
(regeringsgezind
(onder Willem I).
Gehuwd op 7 oktober 1798 te Groningen met
Jkvr. Anna
Maria Catharina Alberda van Ekenstein.
Gedoopt op 16 april 1779 te Groningen,
overleden op 29 september 1854 te Groningen, dochter van
Jhr.Mr. Onno Reint Alberda van Ekenstein en Maria
Albertina van Berchuys.
|
Toen
zijn vader lid van het Wetgevend lichaam werd, wist deze hem 1 oktober 1802
benoemd te krijgen tot een der 14 drosten in Friesland, en wel in het 5e
drostambt, bestaande uit Utingeradeel, Haskerland, Sloten, Doniawerstal en
Lemsterland, niettegenstaande dit een rechterlijke betrekking was en hij geen
meester in de rechten was. Op 24 fenruari 1806, toen Friesland in 15 drostambten
verdeeld werd (alleen de 7 grotere steden waren van deze verdeling
uitgezonderd), werd hij drost in het 13e drostambt, bestaande uit Sloten en de
beide laatstgenoemde grietenijen. Hij woonde te Lemmer. Toen de
landdrosten en kwartierdrosten 8 mei 1807 werden ingevoerd, werd de titel van de
Kempenaer in baljuw veranderd.
Toen de
rechterlijke organisatie in 1811 op Franse leest geschoeid werd, werd hij
vrederechter in het kanton de Lemmer. Tevens werd hij lid van den conseil
général van het departement Frise (Le
conseil général de la Mairie de
Frise), terwijl hij de arrondissementsraad van Sneek
in 1813 voorzat.
Na de bevrijding werd hij 29 Augustus 1814 door den Soevereinen Vorst benoemd tot
lid der Provinciale Staten van Friesland.
Opleiding(en),
academische studie en universiteit,
Romeins en hedendaags recht
(gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool
te Groningen tot 1798. Uit de
privé-sfeer. Een jongere halfbroer
van hem was grietman van Lemsterland.
Predikaten/adellijke titels,
jonkheer, 24 november 1816.
De
erfgenamen bleken het evenwel niet eens
te zijn over het massaal houden van de
nalatenschap, zodat ten langen leste de
rechtbank van Leeuwarden bij vonnis
van 1815 besliste dat overgegaan moest
worden tot scheiding. Tjallinga
Schwartzenberg woonde met haar kinderen
afwisselend te Lemmer
en te Leeuwarden, waar zij een huis in
de Grote Kerkstraat bezaten. Toen Wilco
grietman van Lemsterland geworden was,
kocht hij de aandelen die zijn broer en zuster in 'Andringastate' hadden. Wilco
(1809-1873) studeerde aan het Franeker
Atheneum, maar beëindigde voortijdig
zijn studie om als vrijwilliger aan de
Tiendaagse Veldtocht deel te nemen. Hij
bleef militair tot 1834 en keerde toen
terug naar Lemmer,
waar hij van 1836-1851 het grietmansambt
van Lemsterland bekleedde. Lange tijd
was hij ook administrerend kerkvoogd van
de Nederlandse Hervormde Kerk van
Eesterga.
Verder was
hij onder meer actief in het
dijkbestuur van De Zeven Grietenijen en
Stad Sloten en was hij administrateur
van de Grote Lemstersluis.
Laatstgenoemde functie is mogelijk
verbonden geweest aan het118e
grietmans-ambt, want zijn voorgangers
waren onder meer zijn vader, zijn
halfbroer Antoon Anne en zijn zwager
Willem Carel Gerard van Welderen baron
Rengers. In deze functie kwam hij in
ernstig conflict met het provinciaal
bestuur van Friesland inzake de vraag of
de provincie al dan niet gerechtigd was
om het bezit en het beheer van de sluis
over te nemen. Archief
Gedeputeerde Staten 1814-1879,
voorlopig.
Deze zaak werd, evenals het geschil tussen Wilco en alweer het
provinciaal bestuur over de
onderhoudsplicht van de Lemster Rien,
voorlopig, tot voor de Hoge Raad
uitgevochten maar beide keren door hem
verloren.
|
-Drost Vijfde Drostambt (Utingeradeel,
Haskerland, Sloten, Doniawerstal
en Lemsterland), vanaf 1 oktober
1802
|
|
-Drost Dertiende Drostambt
(Sloten, Doniawerstal en
Lemsterland), vanaf 24 februari
1806
|
|
-Baljuw Dertiende Drostambt,
vanaf 8 mei 1807
|
|
-Vrederechter kanton Lemmer,
vanaf 1811
|
|
-Lid
algemene raad departement
Friesland, van 1811 tot 1813
|
|
-Voorzitter Arrondissementsraad
van Sneek, van 1813 tot 1814
|
|
-Lid
Vergadering van Notabelen voor
het departement Friesland, 29
maart 1814
|
|
-Lid
Provinciale Staten van Friesland
voor de Ridderschap (Lemsterland),
van 29 augustus 1814 tot 1815
|
|
-Lid
Gedeputeerde Staten van
Friesland, van 2 oktober 1814
tot 1 september 1815
|
|
-Lid
Tweede Kamer der Staten-Generaal
voor de provincie Friesland, van
21 september 1815 tot 13 juni
1825
|
|
-Grietman van Lemsterland, van 29
juni 1816 tot 13 juni 1825
|
|
-Lid
bestuur waterschap De Zeven
Districten |
|
-Lid
Ridderschap van Friesland, vanaf
1818 |
|
Uit dit huwelijk.
1. Judith Elisabeth van Andringa de
Kempenaer, geboren op 12 AUG 1799 te Groningen,
overleden op 19 september 1868 te Idstein.
2.
Onno Reint van Andringa de Kempenaer,
geboren op 1 juli 1801 te Groningen, overleden op 8
augustus 1868 te Bad Neuenahr.
|
KEMPENAER
(jhr. Mr. Onno Reinst
van Andringa de),
geb. te Groningen 1 Juli 1801, overl. te Bad
Neuenahr 8 Aug. 1868, was de oudste zoon van
jhr. A.A. van A. de K., zie kol. 958, en
jkvr. A.M.C.
Alberda van Ekenstein.
Hij studeerde te Leiden, waar hij 24 Mei
1820 werd ingeschreven en 26 Mrt. 1824 in de
rechten promoveerde op een dissertatie
getiteld
De ludo et sponsionibus secundum principia
juris hodierni. Hij zette zich
als advocaat te de Lemmer neder en werd 1
Juni 1824 in de grietenij Lemsterland door
de ridderschap tot lid der Provinciale
Staten van Friesland gekozen. Hij volgde
zijn vader in Aug. 1825 als grietman van
Lemsterland op.
In Juni 1827, na de wijziging
van het reglement voor de Staten van
Friesland van Aug. 1825, werd hij door de
geheele ridderschap van Friesland als
Statenlid herkozen.
Op 29 Sept. 1830 ging hij als
grietman over naar Rauwerderhem en ging hij
te Rauwerd wonen.
Op 10 Juli 1837 kozen zijn
medeleden hem tot lid van Gedeputeerde
Staten van Friesland; hij ging toen op de
buitenplaats Jagtlust in het Oranjewoud bij
Heerenveen wonen. Hij bleef dit tot de
invoering der nieuwe kieswet in Sept. 1850.
Als van ultra-conservatieve beginselen,
wenschte hij niet in de nieuwe staten
zitting te hebben. Ook toen hij 27 Mei 1856
in het district Sneek weder tot lid der
Staten gekozen werd, nam hij deze benoeming
niet aan. Op 9 Juni 1852 hield hij als
voorzitter van het landbouwcongres te
Leeuwarde een uitvoerige openingsrede.
Hij huwde 18 Nov. 1829
Rigtje Johanna Gosliga, geb.
29 Nov. 1802, overl. 20 Sept. 1850. Hun
huwelijk was kinderloos. |
3. Romelia Adriana van Andringa de Kempenaer,
geboren op 24 september 1802 te Leeuwarden, overleden op
13 april 1877 te Veits Hochheim.
4.
Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer,
geboren op 6 februari 1804 te Lemmer, overleden op zee,
vermist
met zijn schip sedert 1 maart 1854.
| KEMPENAER (jhr. Regnerus Livius van Andringa de) (2), geb. te Leeuwarden 6 Febr.
1804, vermist met zijn schip sedert 1 Mrt. 1854, was de tweede zoon van jhr. A.A.
van A. de K., zie kol. 958, en jkvr. A.M.C. Alberda
van Ekenstein. Hij nam in 1819 dienst bij de infanterie en werd in
1823 tot luitenant bij dat wapen benoemd. Hij kwam te Koevorden in garnizoen. Na
den belgischen opstand kwam hij met hetregment, waarbij hij onder kolonel Ledel
diende, te Oostburg in garnizoen.
Hij was daar eenige jaren adjudant van dien
hoofdofficier, en verwierf er de Militaire Willemsorde. Hij verzocht, als
geplaagd door zeeuwsche koortsen, ontslag als adjudant en dit werd hem 8 Mei
1834 eervol verleend; tevens verkreeg hij een verlof van 3 maanden, later nog
met 2 maanden verlengd. Vervolgens verzocht hij eervol ontslag uit den
militairen dienst, maar dit werd hem zonder de vermelding eervol bij koninklijk
besluit van 3 Nov. 1834 verleend.
Hij vertrok kort daarna naar
Nederlandsch Oost-Indië, waar hij in 1836 in
kennis geraakte met Mr. H.G. Nahuys van
Burgst (dl. I, kol. 1356), generaal-majoor
en lid van den Raad van Indië. Beiden werden
hoofden van een vereeniging genaamd
Fidélité au roi et mort aux traitres en
repatrieerden in 1839.
Door bemiddeling van Nahuys
wist hij zich in Nov. van hetzelfde jaar bij
den toenmaligen kroonprins, later koning
Willem II, in te dringen. Hij verkreeg, toen
de Koning den troon 21 Nov. 1840 bestegen
had, een jaargeld van hem van 3600,
volgens zijn eigen ongeloofwaardige
verklaring omdat bij maatregelen genomen had
ter voorkoming van het huwelijk van Willem I
met freule d'Oultremont, alvorens deze
afstand van den troon gedaan had. Na dien
afstand had het huwelijk 16 Febr. 1841
plaats.
Een geheele bende wist den
Koning angst voor publicatie in te boezemen
en het is vrij zeker, dat de Kempenaer hun
hoofd was. Hij heeft van 1843 tot 27 Febr.
1848 geen toegang tot den Koning gehad, maar
deze, wiens angst voor een omwenteling in
den trant der fransche toen van ziekelijken
aard was, liet hem en op 8 Mrt. 1848 een lid
der bende, jhr. A.J.E. Engelbert van
Bevervoorde (dl. I, kol. 326) bij zich toe
en zij wisten de angst te vergrooten. Zeker
had de Koning zich het een of ander te
verwijten en meende hij de bende met geld
tot stilzwijgen over te halen.
Maar zooals
dit steeds gaat, de Kempenaer contracteerde
met hen, dat zij naar het buitenland zouden
vertrekken, somtijds heeft hij en zelfs
Nahuys hen daarheen vergezeld, alles
natuurlijk met betaling eener som in eens en
uitkeering van een jaargeld. In 1848
verscheen een werk van
Meeter,
Holland,
its
institutions,
its press,
kings and
persons, waarin een hoofdstuk
The
horrid secret between Petrus Janssen and
William II,
for six
months silenced for 15000
guilders,
hetwelk weder stof tot chantage gaf, daar
Janssen, die door bemiddeling van de
Kempenaer naar Amerika vertrokken was, weder
te Brussel woonde. Bevervoorde, die in
allerlei persprocessen gewikkeld was, heeft
eenigen tijd te Parijs vertoefd, en blufte
van daar, dat hij vier ultra-republikeinsche
bladen in zijn macht had, ook dit bracht hem
geld op.
De Kempenaer verhaalt (Gesch.
Bijdr., zie beneden, blz. 22),
dat zijn overredingskracht op 27 Febr. 1848
den Koning er toe gebracht zou hebben, de
ministers de Jonge van Campens Nieuwland,
Baud, van Doorn van West-capelle en van Hall
van hun zetel te doen aftreden. Dit verhaal
is zeker verzonnen; van Hall was reeds 1
Jan. te voren afgetreden, de Jonge en Baud
verzochten eerst na den stap des Konings,
zonder hun voorkennis 13 Maart bij den
voorzitter der Tweede Kamer Boreel gedaan,
op 15 d.a.v. ontslag, van Doorn was
vice-president van den Raad van State.
Toen de koning, wiens
hartkwaal door de politieke en particuliere
geburtenissen van het laatste jaar verergerd
was, op 17 Febr. 1849 plotseling overleed,
viel het handig opgezette gebouw in duigen.
De Kempenaer, die, rekenende alles van Z.M.
vergoed te zullen krijgen, zelf ook aan
Bevervoorde, Janssen en anderen belangrijke
sommen had voorgeschoten, heeft van dat
oogenblik af niettegenstaande alle pogingen
bij koning Willem III, bij prins Hendrik,
bij de groothertogin van Saksen-Weimar, bij
de koningin-weduwe Anna Paulowna, bij prins
Frederik en bij den raad van administratie
der zeer bezwaarde nalatenschap van Willem
II, welke eerst 25 jaren later is
afgewikkeld kunnen worden, nimmer eenig
antwoord op al zijn verzoeken ontvangen. Hij
wist den dichter A. van der Hoop Jrsz. te
beduiden, dat hij slecht behandeld was en
deze heeft hem in eenige gedichten
verheerlijkt.
Hij begon een proces tegen
genoemden raad van administratie, waarin hij
21 Mei 1853 voor den Hoogen Raad gepleit
heeft, maar hij heeft het in alle instantiën
verloren. Hij besloot toen, daar hij geheel
berooid was, naar Amerika te reizen. Van het
schip, waarmede hij daarheen is vertrokken,
is evenmin als van hem ooit iets vernomen.
Hij schreef:
Memorie
gerigt aan den heer directeurgeneraal van
Oorlog, de 2de druk is van
1835, geen uitgever vermeld;
Eene
geschiedkundige bijdrage tot eene juiste
waardeering der staatkundige gebeurtenissen
in Nederland in de maand Maart
1848, (den Haag en Amst. zonder jaartal
(waarschijnlijk 1850));
Licht- en bliksemstralen,
1e gedeelte geen uitgever vermeld,
waarschijnlijk 1853.
Hij was ongehuwd. |
5. Jhr.
Tjaard Anne Marius Albert van Andringa de Kempenaer,
geboren op 17 juli 1806 te Lemmer, overleden op 23
maart 1870 te Leeuwarden.
Volgt op 6
6.
Hendrik van Andringa de Kempenaer,
geboren op 16 december 1807 te Lemmer, overleden op
10 juni 1872 te Leeuwarden.
7.
Nicolaas Joost Willem van Andringa de
Kempenaer, geboren op 11 augustus 1809
te Lemmer, overleden op 9 januari 1826 te
Leeuwarden.
8.
Henriette Jacoba van Andringa de Kempenaer,
geboren op 11 mei 1812 te Lemmer, overleden op 3
december 1897 te Assen.

Henriette Jacoba
van Andringa de Kempenaer.
9.
Gerard Dancker Jan van Andringa de Kempenaer,
geboren op 26 december 1815 te Leeuwarden.
10.
Bunno van Andringa de Kempenaer,
geboren op 31 december 1817 te Leeuwarden, overleden
op 11 augustus 1818 te Lemmer.

Jhr. Tjaard Anne Marius Albert van
Andringa de Kempenaer.
|

Amelia Gerardina van Andringa de Kempenaer-de Schepper |

Amelia Gerardina van Andringa de Kempenaer-de Schepper. Op
deze foto 90 jaar.
|
6. Jhr. Tjaard Anne Marius Albert van
Andringa de Kempenaer, geboren op 17 juli
1806 te Lemmer, overleden op 23 maart 1870 te
Leeuwarden. Gehuwd op 30 oktober 1834 te Leeuwarden
met Amelia Gerardina de Schepper, geboren op
21 juli 1813 te Leeuwarden, overleden op 1 augustus
1906 te Leeuwarden. Dochter van Imilius Josinus
de Schepper en Amelia Gerardina van Sytzama.
|
KEMPENAER (jhr. Tjaard Anne Marius
Albert van Andringa de), geb. te
Leeuwarden 17 Juli 1806, overl. aldaar
23 Mrt. 1870, was de derde zoon van jhr.
A. A. van Andringa de Kempenaer (kol.
958) en jkvr. A. M. C. Alberda van
Ekenstein. Hij ging in de gemeentelijke
administratie. Hij werd in 1830 eerste
luitenant der mobiele Friesche
schutterij, was eenigen tijd als
zoodanig in Noord-Brabant werkzaam en
nam aan den tiendaagschen veldtocht
deel. Hij werd 5 Juli 1834 benoemd tot
grietman van het Bilt en ging wonen op
het buitengoed Oostenburg onder St. Anna
Parochie.
Op 1 Juni 1837 werd hij in het
kiesdistrict. Dronrijp tot lid der
Provinciale Staten van Friesland
gekozen. Toen ingevolge de nieuwe
kieswet een meer uitgebreid kiezerskorps
de leden van dit college verkoos,
behoorde de Kempenaer op 3 en 17 Sept.
1850 niet tot de gekozenen, maar op 1
Oct. d.a.v. kozen de Staten hem tot lid
der Eerste Kamer.
Bij koninklijk besluit van 16 Dec. 1855
werd hij op zijn verzoek eervol
ontslagen als burgemeester en hij
vestigde zich toen te Leeuwarden. Met
het oog op zijn richting werd hij bij
zijn periodieke aftreding op 11 Juli
1865 niet herkozen.
Hij huwde 30 Oct. 1834 Amelia Gerardina
de Schepper, geb. 21 Juli 1813, overl. 1
Aug. 1906, bij wie hij 3 zonen en 6
dochters had
Familierelaties:
Schoonvader van jhr. I.F. van Humalda
van Eysinga, Tweede-Kamerlid en
staatsraad.
Schoonvader van A.D.P.V. van Löben Sels,
Tweede-Kamerlid.
Schoonvader van M.A. Brants,
Tweede-Kamerlid.
Neef (oomzegger) van M.P.D. baron van
Sytzama, Tweede-Kamerlid en Gouverneur.
Kleinzoon van jhr. O.R. Alberda van
Ekenstein, Eerste-Kamerlid.
Kleinzoon van R.L. van Andringa de
Kempenaer, lid Wetgevend Lichaam.
Grondbezitter uit een voornaam adellijk
geslacht, met bestuurders in opvolgende
generaties. Werd zelf op bijna 28-jarige
leeftijd burgemeester van Het Bildt. In
de vijftien jaar dat hij in de Eerste
Kamer zat een behoudend lid, dat
regelmatig het woord voerde. Werd in
1865 door een liberaal vervangen.
Loopbaan:
Landeigenaarfunctie,
gemeenteadministratie, tot 1830-grietman
van Het Bilt, van 5 juli 1834 tot 16
december 1855: Lid Provinciale Staten
van Friesland voor de ridderschap, van 4
juli 1837 tot 24 september 1850: Lid
Eerste Kamer der Staten-Generaal voor
Friesland, van 7 oktober 1850 tot 18
september 1865.
Nevenfuncties:
Lid Militieraad te Leeuwarden, omstreeks
1849-lid College van administratie over
de gevangenissen te Leeuwarden, vanaf 8
februari 1856.
Activiteiten als parlementariër:
Voerde in de Eerste Kamer regelmatig het
woord, onder meer over economische
onderwerpen, spoorwegen, militaire
zaken, koloniën en justitie: Stemde in
1861 tegen de ontwerpwet op de Raad van
State-Stemde in 1863 tegen de
ontwerp-Wet op het middelbaar onderwijs:
Stemde in 1865 tegen de ontwerpwetten
over uitoefening van de geneeskunde en
van de artsenijbereidkunde.
Wetenswaardigheden:
In 1859 gekozen, nadat Jhr. J.A.
Lycklama ŕ Nyeholt bedankt had: Werd in
1865 niet herkozen vanwege zijn
politieke richting.
Privé:
Een zoon van hem was burgemeester van
Ferwerderadeel (1869-1879) Een broer van
hem was grietman van Lemsterland en lid
van Gedeputeerde Staten van Friesland.
Woonplaatsen:
Lemmer, huize Andringa: St. Annaparochie,
Buitengoed Oostenburg, tot 1855:
Leeuwarden, vanaf 1855.
Ridderorden:
Ridder in de Orde van de Nederlandse
Leeuw, 1855.
Militaire dienst:
eerste luitenant, mobiele Friese
schutterij, vanaf 1830 (nam deel aan de
Tiendaagsche Veldtocht) |
Uit dit huwelijk.
1. Jhr.
Antoon Anne van Andringa de Kempenaer, geboren
op 24 juni 1837 te Sint Annaparochie, overleden op
22 december 1857 te Leeuwarden.
2. Jkvr.
Amelia Gerardina van Andringa de Kempenaer,
geboren op 12 november 1838 te Sint Annaparochie,
overleden op 6 mei 1910 te 's-Gravenhage.
3. Jkvr.
Anna Maria Catharina van Andringa de Kempenaer,
geboren op 25 augustus 1840 te Sint Annaparochie,
overleden op 22 december 1895 te 's-Gravenhage.
Gehuwd op 11 april 1861 te Leeuwarden met Willem
Christiaan Albarda, geboren op 4 april te Marrum,
overleden op 2 oktober 1871 te Arnhem. Zoon van Jan
Willem Albarda en Trijntje de Schepper.
Uit dit huwelijk
1.
Amelia Gerardina Albarda, geboren op 5 januari
1867 te Arnhem.
4. N.
van Andringa de Kempenaer, geboren op 3 mei 1842
te Sr.Annaparochie, overleden op 3 mei 1842 te Sint
Annaparochie.
5. Jhr.
Imilius Josinus Willem Hendrik van Andringa de
Kempenaer, geboren op 2 maart 1844 te Sint
Annaparochie, overleden op 3 september 1895 te
Leeuwarden. Gehuwd op 15 juli 1867 te Rauwerderhiem
met Sjoukje Jacoba Dodonea Cats, geboren op
23 december 1847 te Sloten, overleden op 24 december
1931 te 's-Gravenhage. Dochter van Mr. Epeus Cats
en Sjoerdje Wierdina Star Lichtenvoort.
|
KEMPENAER
(jhr. Imilius Josinus Willem Hendrik
van Andringa de),
geb. te St. Anna-Parochie 2 M1aart
1844, overl. te Leeuwarden 3 Sept.
1895, was de zoon van jhr. T.A.M.A.
van Andringa de Kempenaer zie kol.
962 en A.G.
de Schepper.
Hij was eenige jaren bij de
maatschappij van weldadigheid te
Frederiksoord werkzaam en werd 8
Juni 1869 benoemd tot burgemeester
van Ferwerderadeel. Op 17 Aug. 1875
werd hij in het district Dokkum tot
lid der Provinciale Staten van
Friesland gekozen. Bij zijn
periodieke aftreding tegen Juli 1883
verzocht hij niet weder voor het
lidmaatschap in aanmerking te komen
en werd hij 8 Mei te voren
vervangen.
Bij koninklijk
besluit van 10 Mei 1879 werd hem op
zijn verzoek eervol ontslag als
burgemeester verleend en hij zette
zich toen te Leeuwarden neder.
Hij was in
tegenstelling met zijn vader de
liberale beginselen toegedaan.
Hij huwde 15 Juli
1867
Sjouckje Jacoba
Dodonea Cats, geb. 23
Febr. 1847, nog in leven, bij wie
hij een zoon en 5 dochters had. |
Uit dit huwelijk.
1. Tjaard Anne Marius
Albert van Andringa de Kempenaer, geboren op 19 april
1868 te Frederiksoord, overleden op 22 juli 1905 te
Amsterdam.
2. Sjoerdje Wierdina van
Andringa de Kempenaer, geboren op 27 oktober 1869 te
Leeuwarden, overleden op 4 maart 1923 te 's-Gravenhage.
3.
Amelia Gerardina van
Andringa de Kempenaer, geboren op 10 april 1871 te
Ferwerd, overleden op 6 januari 1961 te Laren. Gehuwd (1) op
18 september 1890 te Leeuwarden met Gerrit Nicolaas de
With, geboren op 24 december 1863 te Leeuwarden,
overleden op 10 april 1901 te Groenlo. Zoon van Jan
Minnema de With en Antje Hoitinga Mulier. Amelia
Gerardina van Andringa de Kempenaer, huwt (2) op 30
september 1914 te 's-Gravenhage met Mr. Gerrit Willem
Eekhout, geboren op 24 april 1866 te Heerenveen,
overleden op 27 april 1931 te Amsterdam. Zoon van Mr.
Meinard Adriaan Eekhout en Georgine Wilhelmina van
den Oosterkamp. Mr. Gerrit Willem Eekhout was eerder
gehuwd met Maria Catharina Blussé van Oud-Alblas. Dit
huwelijk is ontbonden.
Uit het huwelijk van Amelia
Gerardina van Andringa de Kempenaer en Gerrit Nicolaas de
With.
1. Sjoukje Jacoba Dodonea
de With, geboren op 13 juli 1891 te Sloten, overleden op
26 mei 1980 te 's-Gravenhage. Gehuwd op 2 juni 1911 te 's-Gravenhage
met Ir. Johannes Herbert August Willem graaf van Heerdt,
geboren op 2 juni 1885 te Paramaribo, overleden op 13
februari 1966 te Heemstede. Zoon van Willem Hendrik
Victor graaf van Heerdt tot Eversberg en Philippine
Anna Madelaine Quarles van Ufford.
Uit dit huwelijk
1. Willem Hendrik Victor
graaf van Heerdt tot Eversberg, geboren op 27 februari
1918 te Heemstede, overleden op 6 oktober 1990 te
St.Antonius.
4. Anna Maria Catharina van
Andringa de Kempenaer, geboren op 5 januari 1873 te
Ferwerd, overleden op 22 februari 1961 te 's-Gravenhage.
5.
Dodonea Jacoba van Andringa
de Kempenaer, geboren op 30 november 1875 te Ferwerd,
overleden op 15 oktober 1945 te Zaltbommel.
6.
Epea van Andringa de
Kempenaer, geboren op 9 augustus 1878 te Ferwerd,
overleden op 3 maart 1932 te 's-Gravenhage. Gehuwd op 25
maart 1909 te 's-Gravenhage met Jhr. Berend Eekhout,
geboren op 15 juli 1870 te Dordrecht, overleden op 19 juni
1951 te Hilversum. Zoon van Mr. Meinard Adriaan Eekhout
en Georgine Wilhelmina van den Oosterkamp.
Uit dit huwelijk.
1. Jhr. Gerrit Willem
Eekhout, geboren op 26 februari 1912 te Bloemendaal,
overleden op 22 oktober 1954 te Wassenaar.
2. Jkvr. Sjoukje Jacoba
Dodonea Eekhout, geboren op 6 februari 1914 te
Bloemendaal, overleden op 13 september 1981 te Hampstead.
7.
N. van Andringa de
Kempenaer, geboren op 4 november 1883 te Leeuwarden,
overleden op 4 november 1883 te Leeuwarden.

Het
gezin van
Jkvr. Josine Imilie van Andringa de
Kempenaer
en
Jhr. Mr. Idzert
Frans van Humalda van Eysinga,
in 1869 met de kinderen. V.l.n.r.
Amelia Gerardina van Humalda van
Eysinga,
Tjaard
Anne Marius Albert van Humalda van Eysinga
en
Frans Julius Johan van Humalda van
Eysinga.
Een jaar later overleed Josine na de geboorte van haar
vierde kind.
6.
Jkvr. Josine Imilie van Andringa de
Kempenaer, geboren op 22 september 1845 te Sint
Annaparochie, overleden op 21 april 1870 te Leeuwarden.
Gehuwd op 11 april 1866 te Leeuwarden met
Jhr. Mr. Idzert
Frans van Humalda van Eysinga, geboren op 26 januari
1843 te Leeuwarden, overleden op 24 april 1907 te 's-Gravenhage.
Zoon van Jhr. Mr. Frans Julius Johan van Eysinga en
Johanna Henriette Reinoudine van Boelens. Jhr. Mr. Idzert Frans van Humalda van Eysinga,
huwt op 21 augustus 1875 te Leeuwarden met Tjallinga
Aurelia Wilhelmina Camstra van Andringa de Kempenaer.

Jhr. Mr. Idzert Frans Van Humalda van Eysinga , met zijn
kleinzoon Idzerd Frans Burmania van Humalda van Eysinga.
Uit
dit huwelijk.
1. Amelia Gerardina van Humalda van
Eysinga, geboren op 18 januari 1867 te Leeuwarden,
overleden op 8 april 1939 te Amersfoort. Gehuwd op 23 juli
1891 te 's-Gravenhage met Anton Willem den Beer
Poortugael, geboren op 18 september 1864 te 's-Gravenhage,
overleden op 27 december 1940 te Amersfoort. Zoon van
Jacobus Catharinus Cornelis den Beer Poortugael en
Louisa Wilhelmina Elisabeth Amaranthe Heule.
Uit dit huwelijk.
1. Josine Imilie den Beer Poortugael,
geboren op 17 juni 1892 te 's-Gravenhage, overleden op 14
oktober 1983 te 's-Gravenhage.
2. Jacobus Catharinus Cornelis den Beer
Poortugael, geboren op 25 december 1893 te Leiden,
overleden op 18 november 1953 te Haarlem.
3. Jhr. Idzerd Frans den Beer Poortugael,
geboren op 24 oktober 1897 te Leiden, overleden op 28
december 1977 te Middelburg.
2. Frans Julius Johan van Humalda van
Eysinga, geboren op 29 januari 1868 te Leeuwarden,
overleden op 17 augustus 1898 te Sloten.
3. Tjaard
Anne Marius Albert van Humalda van Eysinga, geboren op 5
januari 1869 te Leeuwarden, overleden op 21 januari 1946 te
's-Gravenhage.
4. Cornelis van Humalda van Eysinga,
geboren op 17 februari 1870 te Leeuwarden, overleden op 23
februari 1938 te Loschwitz (district van Dresden)
7.
Jkvr. Henriette Jacoba van Andringa de
Kempenaer, geboren op 2 oktober 1847 te Sint
Annaparochie, overleden op 15 september 1880 te 's-Gravenhage.
Gehuwd op 29 mei 1873 te Leeuwarden met Alexander Dirk
Peter Valentijn van Löben Sels, geboren op 25 november
1847 te Zutphen, overleden op 3 augustus 1938 te Arnhem.
Zoon van Mr. Maurits Jacob van Löben Sels en Marie
Louise Swaving.
Uit dit huwelijk
1. Amelia
Gerardina van Löben Sels, geboren op 25 januari 1874 te
Meppen, overleden op 29 juni 1895 te Zwolle.
2. Maurits Jacob van Löben Sels,
geboren op 1 mei 1876 te Meppen, overleden op 4 oktober 1944
te Velp.
3. Louise Justine van Löben Sels,
geboren op 23 september 1877 te Meppen, overleden op 16
maart 1964 te Arnhem.
4. Mr. Tjaard
Anne Marius Albert van Löben Sels, geboren op 6 juni
1879 te Meppen, overleden op 18 februari 1952 te Heemstede.
Gehuwd op 17 oktober 1912 te 's-Gravenhage met Agathe
Lucardie, geboren op 28 december 1879 te Rotterdam.
8.
Jhr. Marius Albert van Andringa de
Kempenaer, geboren op 5 september 1849 te Sint
Annaparochie, overleden op 27 november 1914 te Arnhem.
9. Jkvr. Rigtje Johanna van Andringa de
Kempenaer, geboren op 9 april 1853 te Leeuwarden,
overleden op 3 mei 1923 te Zelhem. Gehuwd op 29 maart 1883
te Leeuwarden met Maurits Antonie Brants, geboren op
11 juni 1853 te Vorden. Zoon van Jan Isaäc Brants en
Catharina Swanida Johanna Mathilda van Löben Sels.
Uit dit huwelijk.
1. Jan Isaac Brants, geboren op 15 mei
1884 te Zutphen.
2. Amelia Gerardina Brants,
geboren op 12 maart 1887 te Zutphen.
10. Jkvr.
Adriana Wilhelmina van Andringa de Kempenaer, geboren op
26 december 1858 te Leeuwarden, overleden op 25 mei 1926 te
Wijchen. Gehuwd op 27 september 1883 te Leeuwarden met
Jhr. Quirinus Catharinus Julius van Andringa de Kempenaer,
geboren op 10 oktober 1850 te Leeuwarden, overleden op 24
juni 1888 te 's-Gravenhage. Zoon van Jhr. Mr. Julius
Burmania van Andringa de Kempenaer en Jkvr. Aletta
Catharina Alberda van Ekestein
Zie op.

De laatste rustplaats.
| 1 |
2 |
Home |