De familie Teyens, Beetsterzwaag.

Met een onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de testamenten van de familie van Teyens.

 

Het begin

Beschrijving van de gebeurtenissen

De testamenten

 

Het begin

Voorloper was de Fossemaheerd, die samengevoegd werd met de Harckema en Heringe tot een borg in ieder geval ruim voor 1647.
Geschiedenis De Coendersborg te Nuis is in 1813 gebouwd op de plaats waar eerder de Fossemaborg stond. De Fossema's waren invloedrijk. In de 16e eeuw bouwde Wigbold van Ewsum de borg Nienoord. Er ontstond een eeuwen durende strijd om geld, aanzien en macht. Dit leidde tot geregisseerde huwelijken, ontvoeringen en zelfs een "veldslag" bij het Bolmeer.

De oorspronkelijk bewoners heetten Fossema. In 1668 werd het geheel gekocht door Ludof Coenders, raadsheer in Groningen. In 1758 kwam de borg in handen van Oene van Teyens. Zijn erfgenamen, twee broers en een zuster, bouwden de Coendersborg. Van deze drie trouwde alleen Benedictus, met hun dienstbode Froukje Alberts. Hun drie kinderen bleven ongehuwd. Erfgenaam was buurman dokter Tonckens. De familie Alberts heeft lang geprocedeerd over dit vreemde "testament". De borg is in bezit gekomen van de stichting Groninger Landschap.

( Beschrijving van het landgoed:  We kunnen het landgoed (81 ha) als volgt opgebouwd denken. 1 Borg en tuin en de ook tot het landgoed behorende boerderijen en erven ten weerszijden van de borg. Op de plaats waar nu de borg staat stond in 1571 nog de Fossemaheerd, een steenhuis dat als boerderij en versterking fungeerde. Door de aankoop van de heerden Fossema, Harckema en Heringe door Ludolf Coenders, raadsheer te Groningen, ontstond het grotere huidige landgoed. Coenders liet in 1670 de eerste representatieve Coendersborg bouwen).

 

De Coendersborg.

De familie Teyens, Beetsterzwaag.

De eerste voorouders waren:

1: Teye: Kreeg uit een onbekende relatie een zoon Focke Teyes:=2

2: Focke Teyes huwde met Auck Sjuerdtsdr Boelens.

Hun 2e kind een dochter:=3

3: Frouck Fockes Teyesdr, huwde met Saecke Siercks.

Hun 2e kind een zoon:=4

4: Teye Saeckes, huwde  met Freerkje Hiddinga.

Uit dit huwelijk:=5

5: Saco van Teyens, overleden op 2 april 1650 te Leeuwarden. Saco huwde in 1624 met Ancke van Andringa.

Uit dit huwelijk:=6

6: Oeno van Teyens, 1636-1715. Oeno huwde in 1681 met Hyma Auwema, 1656-1700.

Hun 11e kind een zoon:=7

7: Saco van Teyens, 1697-1774. Saco huwde in 1718 met Etta Arnolda van Besten, 1695-1785.

Hun 11e kind een zoon:=8

8: Benedictus Sakes van Teyens, 1736-1804. Benedictus huwde op 26 februari 1795 te Beetsterzwaag met Froukje Alberts.

In 1534 ging Sywert Fossuma een ruil aan met Hemko IJpens, waarbij hij aan IJpens afstond de Ooster Fossumaheerd met huis, hof enzovoort. Hemko Harkema was toen gezworen rechter in Westerdeel-Vredewold. Getuige was onder meer Elynck Herynge. De drie geslachten waren in die tijd nauw verbonden. Waarschijnlijk is Fossema gesplitst gebleven in een ooster- en westerdeel. Het oosterdeel (de rechten) was in 1750 in andere handen dan het Fossema dat met de twee andere heerden (Harckema en Heringe ) verbonden is geworden. Ook is in 1594 sprake van een halve heerd te Nuis Fossemaheerd, die door Imke Fossema en haar zoon Harko Alberts aan Elink Fossema werd overgedragen. Elink is overleden op overleden op 6 februari 1634 te Noordwijk. Elink was gehuwd met Ulske Auwema. Zij kregen een zoon die Iwo Auwema genoemd werd, deze Iwo huwde met Etta Coenders. Het 5e kind van Iwo en Etta was dochter Hyma Auwema (1656-1700) deze huwde in 1681 met Oeno van Teyens (1636-1715) Hun 12e kind zoon Saco van Teyens, jonkheer en infantertie kapitein in Beetsterzwaag (28 mei 1697- 27 februari 1774) huwde Etta Arnolda  Adriaans van Besten (gecommitteerde ten landsdage), gedoopt op 20 september 1695, overleden op 12 maart 1785.

Bij hun 10e kind Benedictus Sakes van Teyens, 24 oktober 1736, overleden op 17 november 1804. Zijn we aangekomen bij de familie Teyens waar het hier om gaat.

Want Benedictus huwde in 1795 Froukje Alberts (1769-1853)

Uit dit huwelijk werden geboren.

1: Etta Arnolda Benedictus van Teyens, geboren op 13 januari 1796, overleden op 3 februari 1862

2: Saco van Teyens. (1797-1857)

3: Oeno van Teyens. (1798-1866)

Hoe en wanneer de drie heerden in een hand zijn gekomen is niet bekend, maar het moet wel hebben plaatsgevonden voor 1647. In dat jaar verkocht namelijk Iwo Auwema, zoon van Elinck Fossema, aan zijn tante Eetke Fossema, weduwe Hymersma, drie heerden te Nuis. Namelijk de Fossemaheerd, 'daer het hoeff ende behuisinge op staedt', de aangrenzende Harckamaplaats en de derde, genaamd Heeringeplaats, met behuizingen, hovingen enzovoort. Alle drie werden door meiers gebruikt. Een splitsing dreigde, want Eetke Fossema bepaalde in haar testament van 1648, dat bij haar kinderloos overlijden haar bezittingen zouden vererven op haar neef en nicht Iwo en Frouwke Auwema, behalve de Fossemaheerd, die aan Elingh Fossema (Ketel) zou komen.

In 1668 kwam Ludolf Coenders (Overleden in 1679 te Groningen), raadsheer in Groningen, door aankoop van de erfgenamen in het bezit der drie heerden. Toen hij de venen ging exploiteren raakte hij in een langdurig proces met de heer van Nienoord (die deed ook aan exploitatie van de venen). Na zijn dood in 1679 vererfden de drie heerden op zijn zus Etta Coenders, weduwe van Iwo Auwesma, (zoon van Elinck Fossema en Ulske Auwema). Zo kwam het goed weer terug aan de familie Fossema, nu Auwema geheten. Vermoedelijk heeft Ludolf Coenders de oude Fossemaheerd verbouwd tot een voor een edelman passend buitenverblijf, althans in 1699 is sprake van een borg.

Etta Coenders is bekend geworden in verband met de schaking van haar stief-kleindochter en dochter in 1667 (zie Aykema te Grijpskerk), maar dat was in de tijd dat zij nog in Tolbert woonde. In 1699 verkocht zij de borg te Nuis aan haar schoonzoon Oeno van Teyens, die getrouwd was met haar dochter Hyma Auwema (geboren in 1656, overleden op 15 september 1700 te Beetsterzwaag). Oene van Teyens, 1636-1715, kapitein in het Staatse leger, behoorde tot een familie afkomstig uit Beesterzwaag en in die omgeving zeer machtig. Hij stierf te Beesterzwaag, maar werd te Nuis begraven, evenals zijn vrouw tevoren in 1700.

De borg viel bij erf-scheiding van 1717 ten deel aan hun zoon Saco van Teyens, gecommitteerde ten Landdage van Friesland. Hij bleef in Beetsterzwaag wonen en stierf daar in 1774. Zijn weduwe Etta Arnolda van Besten overleed in 1785.

In 1758 kwam de borg in handen van Oeno van Teyens. Zijn erfgenamen, twee broers en een zuster, bouwden de Coendersborg. Van deze drie trouwde alleen Benedictus, met hun dienstbode Froukje Alberts. Hun drie kinderen bleven ongehuwd. Erfgenaam was buurman dokter Tonckens. De familie Alberts heeft lang geprocedeerd over dit vreemde "testament". De borg is in bezit gekomen van de stichting Groninger Landschap.

Bij erfscheiding van dat jaar (of was dit al in 1758 volgens een andere bron ?? waarschijnlijk was het jaar van erfscheiding 1785,want in 1758 leefde Saco nog en dan zou er geen erfscheiding plaatsvinden.)  kwam de borg aan Oene van Teyens, ontvanger van Opsterland, en na diens dood in 1801 aan zijn broers en zuster: Tinco, gestorven 1806, Benedictus, gestorven 1804 en Hyma, gestorven 1816, wonende te Oldeboorn en Beetsterzwaag. Hoewel zij dus niet permanent te Nuis woonden, is toch onder Hyma in 1813 het herenhuis gebouwd, zoals het nu nog bestaat. Ook het ontginnen van de venen werd weer aan gewerkt.

Verkoop de Burgemeester der Stad

Groningen bij besluit van zijne majesteit den Koning van Holland (Lodewijk Napoleon Bonaparte), van den 12 Wijnmaand (oktober) 1809. Uitgevoerd op 19 van Louwmaand (Januari) 1810, aangekocht door Mejuff. Hyma van Teyens wonende te Beesterzwaag ook eigenaar van de Coendersborg te Nuis voor Fl.4675.-,  Voor Mr. Lucas Jan Wichers openbaar Notaris residerende op de Leek en in tegenwoordigheid der nagenoemde en mede ondergetekende getuigen in gecompareerde Grietje Martens Dijk vrouw van Popke Wijtses Boersema, landbouwer, wonende te Marum tot het passeren dezer acte geautoriseert en geadsisteert door haren Eheman voornoemd, dewelke verklaarden onder vrijwaring als na regte te hebben verkogt op en overgedragen zulks doende bij deze tegenwoordige acte aan Berend Martens Dijk, landbouwer, en Ebeltje Esges, Ehelieden wonende te Marum zomede tegenwoordig en deze koop en overdragt accepterende, de laats genoemde hiertoe geautoriseert door haren Eheman voornoemde. De halfscheid in een behuizinge en schuur getekend met numero honderd en twee benevens de vaste beklemminge der Bouw-, Weijde en Hooylanden daaronder gehorig allen staande en gelegen te Marum, verklarende de comparanten de juiste grootte der landerijen hun onbekend te zijn, doende deze landerijen in zijn geheel tot een vaste huur op midwinter (25 december) verschijnende aan de Erfgenamen van Mejuffer Hyma van Teijens de somma van vijfenzeventig guldens. (Deze Erfgenamen waren kinderen van haar broer Benedictus van Teijens, Etta Arnolda, Saco en Oeno). De voorschreven landerijen hebben tot naaste swetten(grens) ten Noorden het Trimunsterveld, ten Oosten Willem Wijtzes, ten Zuiden de Grensscheiding tusschen de Proventiën Groningen en Friesland en ten Westen dezelve Grensscheiding tusschen de Proventiën Groningen en Friesland. Deze verkoop is geschied voor een somma van vijfhonderd guldens. Gedaan en gepasseerd ten huize van Doede Johannes Pol op de Leek. Den tweeden october 1816, acte nr.182.

Etta Arnolda en Oeno Teyens vermaakten hun bezittingen aan dr. Joachimus Lunsingh Tonckens, arts, later burgemeester te Beetsterzwaag.

Nadat in 1910, 17 jaar na de dood van haar man, Helena Aletta Lunsingh Tonckens-Koumans was overleden, kwam de Coendersborg bij akten van scheiding in 1911 aan haar kleindochter Margaretha Wichers. Deze is tweemaal getrouwd geweest, eerst met mr Johannes Hanegraaf, daarna met mr. Karel Anthonie Cohen Stuart. In tegenstelling met vorige eigenaren woonde zij, zeker de laatste jaren, op de borg, waar zij in 1951 gestorven is. Haar neef mr. dr. Arnold Daniel Hermannus Fockema Andreae te Arnhem, die het landgoed erfde, verkocht het in 1956 aan de stichting 'Het Groninger Landschap'. Met zijn bossen en landerijen vormt het als een opstrekkende heerd een aantrekkelijk landgoed in de gemeente Marum.

Home