Hij was afkomstig uit
Sint-Jacobiparochie en
in het verzet bekend
onder de bijnaam 'Blonde
Jan'. Als marechaussee
was Kaper ondergedoken
in Akkerwoude (huidig
Damwâld), omdat hij al
in 1943 door de bezetter
staatsgevaarlijk was
verklaard en werd
gezocht. In zijn functie
van politieman in
Amsterdam moest hij
joodse burgers
arresteren, wat hij
weigerde. Kaper werd
voor zijn diverse
illegale activiteiten
gearresteerd en
gevangengezet in
Amsterdam. Vervolgens
werd hij als
dwangarbeider
tewerkgesteld op een
schip. Toen hij wist te
ontsnappen, is hij in
Akkerwoude ondergedoken,
waar hij lid werd van de
Knokploeg. In september
1944 sloot hij zich aan
bij de gevechtsploegen
van de gemeente
Dantumadeel, waarvan hij
groepscommandant werd.
Jan Kaper werd begraven
op de Algemene
begraafplaats in
Sint-Jacobiparochie.
Op zondagmiddag 15 april
1945 is er in
Murmerwoude in de
gereformeerde kerk een
dienst aan de gang.
Tegen drie uur nadert
over de Achterweg een
Duitse munitiewagen uit
de richting
Rinsumageest. Naast de
wagen loopt de 51-jarige
Geert Gerding uit het
Drentse Peelo. Een
eindje voor de wagen
fietsen twee Duitsers en
de Nederlander Arie
Neuteboom uit Delft.
Neuteboom is lid van het
Nationalsozialistisches
Kraftfahrerkorps (NSKK
-Duitse
transportorganisatie
waarvan veel
Nederlanders deel uit
maakten-). Gerding is in
Drenthe met zijn paard
en wagen gedwongen de
munitie te vervoeren.
Achterop de wagen zitten
twee vrouwen en er loopt
een groep van twintig
Duitsers en foute'
Nederlanders achter de
wagen. Even na drieën
rijd de stoet ter hoogte
van de gereformeerde
kerk in Murmerwoude.
In de kerktoren zitten
zes mannen van de
Binnenlandse
Strijdkrachten (BS). Ze
lossen een schot op de
wagen. Met een daverende
knal ontploft de munitie
en de wagen vliegt de
lucht in. Gerding is op
slag dood, evenals vier
Duitse soldaten. Een
zwaargewonde Duitser
ligt voor de boerderij
van Tabe Antonides. Een
deel van de aangevallen
groep vlucht naar de
oude windmolen van het
waterschap de Lege
Miede. De twee vrouwen
krijgen onderdak bij
bewoners van de
Achterweg. NSKK-man
Neuteboom en de twee
Duitsers die voor de
wagen uit reden, fietsen
snel een eind door en
stoppen aan het eind van
de Achterweg, tegenover
de boerderij van Sjoerd
van der Molen. Overal
komen mensen naar buiten
die de zware knal hebben
gehoord. Neuteboom en de
twee Duitsers schreeuwen
de mensen op de weg toe
dat ze moeten blijven
staan en fietsers worden
staande gehouden. De
toegestroomde
buurtbewoners en de
fietsers moeten een
kring vormen rond de
drie, die zich zo willen
beschermen tegen een
aanval van de BS. In
korte tijd staan er
tegen de vijftig mensen
om het drietal heen.
Boer Van der Molen ziet
het allemaal gebeuren en
waarschuwt de BS, die in
de buurt is. Hij
probeert te bemiddelen
tussen Neuteboom en de
verzetsmensen. Neuteboom
en zijn kornuiten
dreigen de boerderij van
Van der Molen met
handgranaten in brand te
steken. Ze gooien een
handgranaat in een
voorkamertje, maar er
ontstaat geen brand.
Inmiddels zijn de
Canadezen gewaarschuwd.
Ze schieten uit hun
pantserwagen over de
samengedreven mensen
heen. Één van de
Duisters geeft zich
over. De andere
verdwijnt in de
verwarring met
Neuteboom, op de fiets
in de richting van
Akkerwoude. Dan zien de
verzetsman Harmen
Brouwer (23) uit
Zwaagwesteinde en Jan
Kaper uit Sint
Jacobiparochie de beide
vluchters voor zich
opdoemen. Kaper en
Brouwer, lid van de
verzetsgroep
Dantumadeel, springen
met hun stenguns
tevoorschijn en sommeren
de twee te stoppen. Die
beginnen met het wapen
op het fietsstuur meteen
te schieten. De twee
BS’ers worden dodelijk
getroffen. Neuteboom en
zijn maat weten te
ontkomen door Akkerwoude
en Rinsumageest naar het
Geastmer Fjild waar ze
zich verschuilen in de
boerderij van Jan
Keulen..
Bij café Het Oude
Tolhuis van Melle
Jellema op Steenendam,
de splitsing van de
wegen naar Âldtsjerk,
Burdaard en
Rinsumageast, hoort de
BS-groep waar Neuteboom
en zijn maat zich hebben
verschanst. De boerderij
van Keulen ligt een paar
honderd meter
ten noordwesten van het
café. De groep gaat er
op af en sommeert de
twee in de boerderij
zich over te geven. Die
zijn dat niet van plan.
Pas als er hulp komt van
Canadezen komt Neuteboom
naar buiten. Hij doet
alsof hij zich wil
overgeven. Bauke Lyklema
van de sabotagegroep
wil hem ontwapenen.
Neuteboom laat hem
dichterbij komen en
gooit dan onverwacht een
handgranaat naar
Lyklema, die dodelijk
wordt getroffen.
Neuteboom wordt meteen
neergeschoten. De
Duitser laat zich daarna
nog niet zien. De
Canadezen schieten de
boerderij in brand. Tien
koeien en het jongvee
komen in de vlammen om.
Later vinden de mannen
het verkoolde lijk van
de Duitser in de schuur.

Jacobus Pieter Keller,
geboren op 7 november 1921 te Zeist, overleden op 07-04-1945 te
Makkum.
Op zaterdagmorgen 7 april gebeurt
er een drama in Makkum. Als de Sicherheitsdienst uit Sneek en
Groningen in samenwerking met de Landwacht een grootscheeps
opgezette aanval uitvoeren op de Marechausseekazerne in Makkum.
Zij waren in de veronderstelling dat dit het hoofdkwartier van
de verzetsbeweging was. Er werd echter niets gevonden.
Vervolgens werd een razzia uitgevoerd in de plaatselijke
conservenfabriek van Van den Berg. (Aart en Tijmen van den
Berg waren na de gedeeltelijke drooglegging van het IJsselmeer
vanuit Genemuiden naar Makkum gekomen. Hier stichtten de broers
een palingrokerij en een visconservenfabriek. Tijdens de
bezetting wist Tijmen, die de Duitse taal meester was, tot de
hoogste kringen van de Sicherheitsdienst door te dringen.
Geregeld wist hij gearresteerde verzetsmensen vrij te krijgen
door geld, gerookte paling en sterke drank aan te bieden. Heel
wat Makkumers hebben hun leven te danken aan de gebroeders Van
den Berg. In deze conservenfabriek, werd tijdens de Tweede
Wereldoorlog veel gevaarlijk verzetswerk verricht)
De bezetter had een lijst met
namen die door een verrader was samengesteld. In de fabriek en
in het dorp werden verscheidene arrestaties verricht, terwijl in
de fabriek ook wapens werden gevonden. Nadat uit Schraard de
veehouder Fetze Elgersma en zijn onderduikers Jan Emmens uit
Zuidbroek en Hermanus Falkena uit Hilversum waren opgehaald,
werden 6 jongemannen, na een zwaar verhoor, gefusilleerd, om
vier uur achter de inmiddels in brand gestoken kazerne
doodgeschoten: Sjoerd Adema (broer van Otto), Hobbes Dijkstra,
Fetze Elgersma, Jacobus Keller, Hendrik Lemson en Hermanus
Falkena. Jan Emmens werd met de andere arrestanten naar Sneek
gebracht. Op 15 april 1945 werd zijn stoffelijke overschot,
doorzeefd met kogels in de sloot bij Anna Paulowna gevonden.

Christiaan
Kerkhof, (timmerman) geboren op
9 oktober 1900
te Leeuwarden, overleden. 29-02-1944 te Scheveningen.
Christiaan Kerkhof Leeuwarden -
Oranjehotel

Petrus Antonius Bernardus
Keverkamp, (kapper) geboren op
5 december1908
te Leeuwarden, overleden op 02-05-1945 te Mauthausen.
Tijdens de bezetting verspreidde
'Piet kapper' het illegale blad Het Noorderlicht, in
samenwerking met Frans Dalstra uit Surhuisterveen. Op 11
september 1941 werd kapper Keverkamp gearresteerd en naar het
concentratiekamp Mauthausen gedeporteerd. Daar stierf hij op 2
februari 1945.

Jitse Kiewiet, geboren op
7 april 1922
te Appelscha, overleden 04-05-1943 te Appelscha.

Een monument voor Anne de Boer,
Jitse Kiewiet en Melle Bruinsma. "Zij bevonden zich hier op 4
mei 1943 op het verkeerde tijdstip en de verkeerde plaats en
werden volkomen onschuldig door oorlogsgeweld van het leven
beroofd"

Geert Knol, (Wachtmeester
bij de politie)
geboren op 12
november 1914 te
Stiens, overleden op 09-09-1944 te Den Boer.
Wordt in verband met het in brand
steken van een vrachtauto met 253 radio- toestellen bij Joure,
de wmr. der Marechaussee Geert Knol gearresteerd. Op 9 September
wordt zijn lijk in het Damsterdiep bij Groningen gevonden.
De wachtmeester bij de
marechaussee in Joure was lid van de verzetsbeweging. Op 27
augustus 1944 werd een truck met oplegger in brand gestoken.
Deze bevatte 253 radio's en 40 luidsprekers, die na een
gedwongen inlevering in het gemeentehuis van Haskerland waren
opgeslagen en die vervoerd zouden worden naar Duitsland. Drie
dagen later werd Knol (schuilnaam 'Wietze') door de bezetter
gearresteerd, omdat hij werd genoemd als de man die vermoedelijk
de Knokploeg over het transport had ingelicht. Bij fouillering
vond men enkele exemplaren van het illegale B.B.C. nieuws. Hij
werd naar het Scholtenhuis in Groningen overgebracht en aan een
zwaar verhoor onderworpen. Knol bleef echter zwijgen. Op 9
september 1944 vond een schipper het stoffelijk overschot van
Knol, gekleed in zijn uniform, in het Damsterdiep bij Ten Boer
in Groningen. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats
'Westermeer' te Joure. In die plaats is ook een weg naar Geert
Knol vernoemd.

Roelof Knol, geboren op
21 oktober 1922 te
Meppel, overleden op
17-03-1945 te Doniaga.
Lemmer in oorlogstijd, door Jaap van der Zwaag

Klaa(e)s Koelstra, (Gem.
ambtenaar)
geboren op 3 maart
1914 te Balk,
overleden op 14-07-1944 te Sneek.
Koelstra was leider van een
distributiekantoor. Hij bemoeide zich vooral met de huisvesting
van onderduikers. Koelstra is dodelijk in het achterhoofd
geschoten tijdens de Sneker Bloednacht als vergeldingsmaatregel
voor de liquidatie van de NSKK‘er Geale van der Kooij. Begraven
op de algemene gemeentelijke begraafplaats te Sneek.
Sneker bloednacht
De nacht van 13 op 14 juli 1944 is
de geschiedenis ingegaan als de Sneker Bloednacht. In de Sneker
Bloednacht zijn vier Snekers in koelen bloede vermoord: Klaas
Koelstra, J. Tekelenburg, J.H. Bakker en Feike van der Heide.De
latere burgemeester Rasterhoff stond ook op het lijstje, maar
overleefde de moordpartij. Op 13 juli 1944 vertrok omstreeks
22.30 uur een autobus met ongeveer 35 NSKK-mensen uit
Leeuwarden. Bij hen was ook de schietgrage SD'er Jan Ale Visser,
medisch student te Groningen. Hij was de aanstichter van het
verschrikkelijke drama dat zich die nacht in de stad zou
ontrollen.
Visser had een lijst met namen van 25 vooraanstaande burgers in
Sneek die als anti-Duits bekend stonden. Op hen moest de
ontvoering en liquidatie van de NSB-er G. van der K. gewroken
worden.
Met de hulp van de NSB-opperluitenant A.O. werd in diens huis
de lijst in tweeën gesplitst.
De groep van Visser splitste zich ook in tweeën en gewapend met
de lijsten gingen ze op pad. De Sneker NSB-ers T.H. en W.V.
dienden als gidsen.
"De eerste groep had geen succes.
Op alle adressen waar men kwam was de gezochte afwezig of hield
zich verscholen. (...) Toch maakte deze groep een slachtoffer.
Het was de jonge J. Tekelenburg, die in de schaduw van de
Martinikerk woonde. Door de drukte op straat gewekt, ging hij
voor het raam staan om te zien wat er gebeurde. Deze
nieuwsgierigheid werd zijn dood. De moordenaarsbende zag hem
staan en hij werd gesommeerd de voordeur te openen. Nauwelijks
had hij dit gedaan of hij werd neergeschoten".
"Meer 'succes' had de groep van
Visser. Nadat deze drie kwartier op pad was geweest werd in de
Wijde Noorderhorne aangebeld bij de familie Bakker van de
broodfabriek Stad Sneek. (...) De heer J.H. Bakker moest zich
aankleden. (...) Toen werd hij, tegen half twee, meegenomen.
Kort daarna hoorden de angstig achterblijvende een schot. Het
was spertijd en dus levensgevaarlijk naar buiten te gaan nu de
dood door Sneek patrouilleerde. De volgende morgen vond de zoon
het lijk". (...)
"Enkele minuten later stond de
troep voor de woning van de heer A. van der Heide in de
Kruizebroederstraat. Zoon Feike had enige dagen tevoren ruzie
gehad met een NSB-er en dat vergrijp zou nu even beslecht
worden. (...) Tegen Feike werd gezegd dat hij even mee moest
komen naar het politiebureau. Het zou maar voor kort zijn. Zijn
vader keek hem na toen ze vertrokken. Nog geen twee minuten
later klonk een schot. (...) Visser had zijn tweede slachtoffer
gemaakt".
Klaas Koelstra "Om half drie
belden ze aan op de Troelstrakade bij de heer K. Koelstra,
leider van de distributiedienst. (...) Mevrouw Koelstra had een
voorgevoel van wat haar man te wachten stond. 'Waar brengen
jullie hem heen?', vroeg ze. Ze wilde hem nog een vulpen
meegeven. (...) Toen Koelstra nog afscheid wilde nemen van zijn
schoonouders kreeg hij daartoe geen toestemming. De bende had
haast. Tegen vier uur was de spertijd afgelopen en dus de
geschikte tijd voor de werken der duisternis verstreken.
En weer vroeg mevrouw Koelstra: "Doen jullie mijn man niks?" De
gewetenloze Visser antwoordde: "Ik weet het niet; God weet het".
Op straat namen een vijftiental mannen Koelstra tussen zich in.
Zijn vrouw zag hem na. Bij de brug hoorde zij een satanische
lach, die haar door merg en been ging. Via de Jachthavenstraat
bereikten de mannen de Leeuwarderweg. Daar schoten ze hem neer.
" Ludolf Rasterhoff "Het ging maar vlot, vond de troep, toen zij
zich haastte naar de woning van gemeentesecretaris L.
Rastherhoff".
Toen in de vroege ochtend de
spertijd was afgelopen (de tijd dat de mensen 's nachts
verplicht binnen moesten blijven) heerste er afgrijzen en rouw
in de stad. De nabestaanden vonden de lijken van de slachtoffers
op straat, op de plaats waar ze waren neergeschoten. Bij het
ontwaken van de stad ging het trieste nieuws van mond tot mond.
Pieter Wijbinga heeft het vervolg
beschreven in deel 2 van Bezettingstijd in Friesland.

Johannes Kolf, geboren op 6
november 1915 te Westmaas, overleden op 29-01-1945 te
Leeuwarden.
Johannes Kolf zat
tijdens de oorlog bij de politie in Utrecht. Hij kon
niet leven met de Duitse bezetter en dook in 1943
onder. Via allerlei omzwervingen kwam hij in
Friesland terecht, waar hij veel werk deed voor het
verzet.
Hij is vooral bekend
geworden vanwege zijn aandeel in de overval op het
huis van bewaring in Leeuwarden. Eigenlijk liep hij
bij toeval tegen de lamp toen de SD een inval deed,
na een melding over een illegaal radiotoestel in de
woning waar hij ondergedoken zat. Kolf sloeg door de
achterdeur op de vlucht, maar doordat het sneeuwde
en hij op klompen liep, kwam hij niet snel weg. In
een vuurgevecht met de SD werd hij dodelijk
getroffen door een kogel van de Nederlandse SS’er
Jan Meekhof. En stierf voor zijn vaderland, op 29
januari 1945, slechts 29 jaar oud.
In 2006, schreven zijn neven Bert
en Ruud in 't Veld uit Klaaswaal een boek over hun oom. Verder
is er in Klaaswaal de stichting "Johannes Kolf, De
Verzetsstrijder Jodocus" opgericht.

Het boek "Johannes
Kolf. De verzetsstrijder Jodocus" is niet in de
boekhandel te koop, maar te bestellen via Bert in ’t
Veld, 0186-573007 of 06-54793993. Het kost 25 euro.

Meindert Koolstra,
geboren op 4 juni 1917 te
Rinsamageest, overleden op 07-09-1944 te Mauthausen. Uitgezonden
door SOE/Plan-Holland, parachutering en arrestatie: 21 oktober
1942. Meindert wordt genoemd op de lijst van
Engelandvaarders die slachtoffer werden van het Englandspiel.
|
Meindert Koolstra. geboren: 4 juni 1917 te Rinsumageest
uitgezonden door SOE/Plan-Holland parachutering en arrestatie: 21 oktober 1942
overleden: 7 september 1944 te Mauthausen |
Codenaam : Celery A Naam in opleiding: Kolff Veldnaam: Eddie Alias in het veld: Minne Klien Taak: Plan Holland Gemeld via: Marrow |

Albert Koopman, (Behoorde
tot de LO-Lemsterland)
geboren op 14
februari1917 te
Echten, overleden op 17-03-1945 te Doniaga.
De houtbewerker was tijdens de
oorlog lid van het verzet. Hij hield zich met name bezig met het
verdelen van gedropte wapens en het geven van wapeninstructies
aan de Knokploeg. Op 19 februari 1945 deed de Sicherheitsdienst
een inval in de woning van Koopman. Toen zij hier geen wapens
konden vinden, staken zij het pand in brand. Koopman werd
gearresteerd en naar de Heerenveense gevangenis Crackstate
gebracht. Hij werd op 11 mei 1945 herbegraven op de hervormde
begraafplaats te Echten. Definitief werden zijn resten op
verzoek van de weduwe Koopman herbergraven op 28 november 1980
op het ereveld van de OGS te Loenen. In de Lemmer is ook een
straat naar hem vernoemd.
Graf-foto A.Koopman.
Lemmer in oorlogstijd, door Jaap van der Zwaag

Gijsbert Krol,
geboren op 6 februari 1920 te Noordwolde, overleden op
01-12-1945
Heerenveen.
Hij was werkloos
onderwijzer toen hij een baan als lijnassistent bij de
N.S. aanvaardde. Zijn standplaats was Nieuweschans.
Tijdens de spoorwegstaking in september 1944 vertrok
Krol met een groepje collega's naar Friesland. Krol dook
onder bij zijn ouders in Noordwolde. Tijdens de razzia
werd ook hij gegrepen en naar Crackstate vervoerd. Via
kamp Amersfoort kwam hij in Duitsland terecht, waar hij
tuberculose kreeg. In juli 1945 kwam hij in Nederland
terug. Op 30 november 1945 stierf hij in het ziekenhuis
van Heerenveen. Hij werd begraven op de N.H.
begraafplaats in Noordwolde.

Hinne Krolis, geboren
op 29 oktober 1893
te Nijland,
overleden op 22-01-1945 te Dokkum.
Vlak voor de bevrijding
van mei 1945 heeft het hoofd van de Sicherheitspolizei
und Sicherheitsdienst in Leeuwarden serieus overwogen de
plaats Dokkum met de grond gelijk te maken. Deze
Obersturmführer, Arthur Wilhelm Albrecht, werd van zijn
voornemen afgebracht door zijn meerderen van de
Dienststelle in Groningen.
Albrecht overwoog de
vernietiging van Dokkum uit wraak op het verzet in die
streek, die er bij een aanslag bij het dorpje De Valom
erin was geslaagd een Dokkumer apotheker, die alles van
het verzet in Noordoost-Friesland kende, uit handen van
de bezetter te bevrijden. Daarbij kwam een Duits lid van
de Sipo und SD om het leven en bezweek drie dagen later
een Belg aan zijn verwondingen. (De
"Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst" (Sipo-SD) was
als SS-politiedienst verantwoordelijk voor de opsporing
en vervolging van de politieke en raciale vijanden van
het Derde Rijk. Vanaf 1940 was de dienst ook in bezet
België aanwezig waarbij vooral de Gestapo - de
kwantitatief belangrijkste afdeling - naam maakte met de
bestrijding van communisme, verzet en jodendom).
'Toen Albrecht 's avonds
van het voorval kennis kreeg', aldus een opgesteld
proces-verbaal, zwoer hij bloedige wraak te zullen
nemen. Eerst wou hij reeds 's anderendaags, bij het
opgaan der zon, het plaatsje Dokkum van de kaart van
Nederland doen verdwijnen. Dit vond hij evenwel wat
gewaagd, temeer daar de 'Dienststelle-Groningen' hem dit
niet wou toestaan. Wel bekwam hij toelating van Dr.
Haase, S.S. Sturmbahnführer en leider van de
Dienststelle-Groningen, twintig vooraanstaande Friezen
of andere Nederlanders te laten neerschieten. De
toelating werd telefonisch gegeven. Albrecht beklaagde
er zich over dat hij slechts toestemming kreeg om
twintig personen te executeren, tegenover één
neergeschoten Duitser.'
Dit was dus de wraak omdat
er twee Duitse bezetters werden vermoord. De wreedheid
van de Duitsers werd bij het executieproces benadrukt.
Op bevel van de commandant van de Sicherheits Dienst
Arthur Wilhelm Albrecht, waren alle soldaten van de
Dienststelle verplicht aan deze door hem genoemde
"wraak" deel te nemen. Te Dokkum werden de 20 personen
op de grond gelegd en werd de burgemeester opgetrommeld
als ooggetuige. De gevangenen werden in ploegen van vijf
terechtgesteld. Gedurende deze handelingen ontpopte
Albrecht zich als een ware Sadist. In plaats van bevelen
kort en bondig te geven, liet hij alles opzettelijk lang
duren. De burgemeester kreeg opdracht om ter
afschrikking de lijken 24 uur te laten liggen. Zelfs een
landgenoot, Jan Meekhof, behoorde tot het Duitse
vuurpeloton. In het proces-verbaal van Albrecht kunnen
we geen enkel spoor van spijt terugvinden. Hij wordt tot
de doodstraf veroordeeld. Dit lot was Jan Meekhof ook
beschoren, maar deze straf werd omgezet in 22 jaar
gevangenisstraf, waarvan hij een aantal jaren heeft
uitgezeten.
Het document is terug te
vinden in het Rijksarchief in Leeuwarden, waar
onderzoeker Otto Kuipers honderden cahiers - samen zeven
meter archief - heeft geïnventariseerd in de vierhonderd
pagina's omvattende catalogus Voor Vrijheid en Recht
(uitgeverij Hedeby, Leeuwarden, samen met het
Rijksarchief, ISBN 90-74541-07-0, prijs: f. 52,50). De
verschijning van de catalogus valt samen met het
openstellen voor het publiek van een uniek oral history
achief.
In 1948 werd de historicus
en sociaal-geograaf Ysbrand Ypma uit Leeuwarden door de
Vereniging Friesland 1940-1945 ingehuurd om een aantal
Friese verzetsmensen te vragen naar hun belevenissen in
de oorlog. Het contract voor een jaar liep uit naar drie
jaar. In die tijd interviewde Ypma tweehonderd
oud-verzetsstrijders. Ook bracht hij ander materiaal
bijeen in een van de meest gedetailleerde collecties die
Nederland rijk is.
Jarenlang zat het
bronnenmateriaal achter slot en grendel. Tijdens de
Koude Oorlog was het oude Friese verzet huiverig voor
openbaring van de stukken. Slechts met toestemming van
het bestuur van de vereniging mocht de collectie worden
geraadpleegd. Nu Kuipers het materiaal van de inmiddels
87-jarige Ypma heeft geordend en beschreven, is 95
procent van het archief voor onderzoek en inzage
vrijgegeven. Kuipers' gedegen inleiding en het persoons-
en plaatsnamenregister maken het zoeken zelfs voor leken
eenvoudig.
De affaire-Dokkum -
Horemans verwijst halsstarrig doch abusievelijk naar
Grouw - is onder meer onder cahiernummer 613 terug te
vinden in de catalogus: 'Proces-verbaal van verhoor door
J. Codde, commissaris in opdracht van de Centrale Dienst
voor Oorlogsmisdaden te Brussel, van G. Horemans, van
september 1944 tot en met april 1945 werkzaam bij de
Sipo und SD Leeuwarden, over het optreden van de Sipo
und SD Leeuwarden in genoemde periode, 1945 juli 20. 1
stuk'.
Vanaf 1947 vond, in enkele
golven, veelvuldig gratiëring plaats. Het gevolg was dat
in 1964 de laatste Nederlandse politieke delinquent de
gevangenis verliet. Daarna zaten nog slechts de Duitse
oorlogsmisdadigers Willy Lages, Franz Fischer, Ferdinand
aus der Fünten en Joseph Kotälla vast. Er zijn in totaal
154 doodstraffen uitgesproken waarvan er uiteindelijk
ruim 40 zijn voltrokken. Onder andere Anton Mussert en
Hanns Albin Rauter zijn voor een vuurpeloton
terechtgesteld. Drie executies werden al op 3 mei 1945
voltrokken (Warner Salomons, Teun Pâques en Henk Eggers)
en 39 na de bevrijding (vanaf maart 1946), waaronder 1
vrouw (Ans van Dijk). De laatste executies vonden plaats
in maart 1952 (Wilhelm Arthur Albrecht en Andries
Pieters). Daarnaast pleegden twee veroordeelden
zelfmoord.
De namen van de twintig
slachtoffers luiden:
D. Adler, H.E. Blaauw, H. Boersema, J.W. Bukers, J. van
Dijken, J. Duursma, A. Frensdorf, H.I. van Gelder,
A. Heudenrijk, L. Hulshoff, H.F.W. Krohne, H. Krolis,
H. Lommert, E. Meinsma, W. Moorman, G. Postma, J.
Ruinen, A.E. Sachs, F. Walters en H. Woldring.
Herman Israël van Gelder: Op
27 december 1944 werd hij in
Groningen gearresteerd en
opgesloten in het Huis van
Bewaring in Groningen. Nadat
een verzetsgroep in de
omgeving van Dokkum een
illegaal werker bevrijdde,
bij welke actie twee
Duitsers om het leven
kwamen, werden als
represaille twintig personen
aan de Woudweg in Dokkum
gefusilleerd. was één van
hen. Zijn niet-joodse vrouw
Cornelia Barndina Schipper
hertrouwde in 1948 IJeb
Paulus Andela en overleed in
1986 op 71-jarige leeftijd
te Utrecht. Jacob Philip zat
gevangen in het Duitse
concentratiekamp in
Buchenwald. De oorlog
naderde zijn einde en het
dwangarbeiderskamp kwam in
de tang van de oprukkende
Russische en Amerikaanse
troepen. Vanuit het oosten
door de Russen in het nauw
gedreven brachten de
Duitsers meer en meer
gevangenen over naar
Buchenwald dat overbevolkt
raakte. Het aantal
gevangenen bedroeg in maart
1945 ruim 80.000. [4] Velen
stierven aan ondervoeding en
besmettelijke ziekten. De SS
nam de benen op 11 april.
Dezelfde dag bereikten
Amerikaanse troepen
Buchenwald, waar zij 21.000
- waaronder 384 Nederlanders
- overlevenden aantroffen.
[4] Voor Jacob Philip van
Gelder kwam de bevrijding
één maand te laat. Het lijkt
geen boute veronderstelling
dat hij door ontberingen is
omgekomen. Rika, Philip,
Samuel, Reina en Lea van
Gelder kwamen om in de
vernietigingskampen in
Auschwitz en Sobibor.
Persoon, Abraham Emanuel
Sachs
Deze personen worden
herdacht op 2 gedenktekens in Dokkum. Van deze
gedenktekens (
gedenkteken 1,
gedenkteken 2 ) vindt u een beschrijving op
de website van het
Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Jan Kruis, (veehouder)
geboren op 26 maart 1904 te Luinjeberd, overleden op
14-04-1945 bij Haskerdijken.
Kruis was het een na het
oudste kind uit een veenwerkersgezin van veertien
kinderen. Terwijl zijn vader, Hendrikus Jans Kruis (17
maart 1870 - 26 juni 1938), zich had opgewerkt van
veenarbeider tot veehouder/landbouwer en veldwachter,
was Jan Kruis boerenknecht bij verschillende boeren in
Friesland. Een van deze boeren heeft Jan Kruis, na een
heftig geschil over een door hem gestolen kippenei,
aangegeven bij de politie.
Kruis is toen op staande voet
ontslagen, niet zozeer vanwege het ei, maar omdat Kruis,
kort nadat hij was betrapt, die boer met z'n hoofd in
een sloot een kort tijdje onder water had gehouden.
Kruis vond dat hij als inwonende knecht te weinig eten
kreeg. Om zijn honger te stillen had hij een geraapt ei
rauw opgegeten. Nadat vader Kruis na een val van een
hooizolder was gestorven, verving Jan Kruis hem als
'bedrijfsleider' (in dienst van zijn moeder) op de
ouderlijke boerderij.
Tegen het einde van de
Tweede Wereldoorlog was hij lid van de in die periode
opgerichte Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, de
N.B.S.. Jan Kruis overleed op 14 april 1945, de
voorlaatste dag van de bevrijding van Heerenveen, in een
rechtstreeks duel met de zich terugtrekkende soldaten
van de Duitse Luftwaffe.
Dit duel vond plaats in het
veen op de - officieus geheten - Buitendijkse
Kavelstrook bij de Hooibrug onder Haskerdijken, ten
noordwesten van Heerenveen (de Buitendijkse Kavelstrook
was een weg tussen Haskerdijken in het westen en
Luinjeberd in het oosten, tegenwoordig staat deze bekend
als de P.G. Otterweg).
De ware toedracht van dit
duel en de fatale afloop daarvan werden pas op 11 juni
2001 onthuld door Anne Wind, een voormalig lid van
dezelfde verzetsgroep waarvan Jan Kruis deel uit maakte.
Tot dan toe hadden ongeveer dertig verzetsstrijders
(allen getuigen van deze fatale 14de april), uit
schaamte voor wat zich onder hun ogen had afgespeeld,
hun mond gehouden.
Op die fatale 14de april
hadden zich drie N.B.S.-groepen van elk ongeveer 10
leden in alle vroegte verschanst op resp. drie
verschillende bij elkaar gelegen boerderijen in het veen
aan de Kavelstrook. Canadese troepen waren Luinjeberd
genaderd en deze verzetslieden zaten daar omdat zij
verwachtten dat de nog verderop gelegerde Duitse
soldaten spoedig via de Kavelstrook zouden vluchten in
de richting van Heerenveen. Omstreeks negen uur in de
ochtend lukte het Jan Kruis in zijn eentje (zonder maar
een schot te hebben gelost) een eerste groepje van vijf
vluchtende Duitse soldaten in de nabijheid van de verst
gelegen boerderij van Klaas de Jong krijgsgevangen te
maken.
Kruis besloot tot zijn
soloactie omdat dit groepje soldaten anders buiten
schootsafstand raakte en in z'n geheel over de
Kavelstrook dreigde te ontsnappen. Na het oppakken en
ontwapenen van deze vijf Duitsers werd het voor de rest
van de aanwezige N.B.S.-leden duidelijk hoe eventuele
volgende vluchtende Duitsers krijgsgevangen zouden
kunnen worden gemaakt. Wat later op deze zaterdag ook
enkele keren met succes werd herhaald. Bij het naderen
van een vierde groepje Duitsers (dit keer van vier
soldaten) ontstond voor het eerst een vuurgevecht toen
deze soldaten de eerste boerderij (van Evert Wind)
naderden.
Een N.B.S.-er uit de groep van Jan Kruis loste
per ongeluk een schot, waarna de Duitsers zich
onmiddellijk verschansten aan de slootkant van de
Binnendijkse Achtervaart (parallel lopend aan de
Kavelstrook). De eerder gehanteerde strategie om de
vluchtende Duitsers pas aan te houden, nadat deze de
boerderij van Wind waren gepasseerd en daarmee ingeklemd
raakten tussen tenminste twee boerderijen mislukte
hiermee. Nu de Duitsers gewaarschuwd waren boden zij
voor het eerst weerstand. Om uit deze hachelijke
situatie te geraken was het weer Jan Kruis die het
initiatief nam door de verscholen Duitsers te manen zich
over te geven.
Terwijl hij zich met zijn maten in de
haast op de grond had geworpen probeerde hij eerst
vanuit deze positie mondeling contact met die Duitsers
te krijgen. Omdat hierop geen reactie kwam ging hij
rechtop staan om zijn bevel tot overgave nog wat meer
kracht bij te zetten. Op dat moment kreeg hij als
antwoord de volle laag van een automatisch geweer.
Terwijl Kruis in zijn buik was getroffen en kruipend
naar de zijkant van de boerderij verdween om daar na een
paar uur te overlijden, lukt het de rest van zijn
kameraden ook dit groepje Duitsers krijgsgevangen te
nemen.
Na dit dramatische voorval
besloten de drie aanwezige groepscommandanten een
verdere actie tegenover vluchtende Duitse soldaten te
staken door alle (inmiddels ongeveer 20) Duitse
krijgsgevangenen, nog voor de duisternis zou intreden,
over te dragen aan de Canadezen die intussen bij
Luxwoude waren gearriveerd. Op weg daarheen kreeg deze
hele stoet van ongeveer 30 N.B.S.-ers en 20 Duitsers
geheel onverwacht Canadees granaatvuur over zich heen.
Zoals later bleek omdat de Canadezen op afstand het
geschiet tussen de beide strijdende groepen in het veen
hadden gevolgd en dachten met granaatvuur de Duitsers
daar wel te kunnen destabiliseren. Wat nu echter
gebeurde was, dat de volledige groep van N.B.S.-helden
door het geraas van die granaten zo in paniek raakte,
dat zij allemaal alle kanten uitvluchten zonder zich nog
over de Duitse krijgsgevangenen te bekommeren. Wat
achteraf natuurlijk door alle betrokkenen ernstig werd
betreurd, want achteraf zou je daarmee ook kunnen zeggen
dat dan Jan Kruis geheel voor niets was gesneuveld!
De hiervoor beschreven
onthulling van Anne Wind is een maand later
geautoriseerd door Sjoerd Bakker, lokaal
amateur-historicus uit Tjalleberd, tevens woordvoerder
van de in 2001 nog levende Harm Smink (84 jaar, wonende
in Luinjeberd). Deze Smink was N.B.S.-commandant van de
groep waarvan Jan Kruis lid was.
Van Anne Wind komt voorts
het volgende verhaal (eerder ook nogal slordig
beschreven door de Heerenveense oud-journalist Catrienus
Meijer in zijn rapportage "Heerenveen, bezet, bevrijd en
veroordeeld") over de heldhaftigheid van Jan Kruis.
Op 13 april 1945 (n.b. een
dag voor zijn noodlottig overlijden) is onder leiding
van Jan Kruis (met assistentie van Anne Wind) een groot
huzarenstuk uitgehaald door onder het hooi op een
boerenwagen een flinke partij wapens te vervoeren,
vanuit een N.B.S.-wapendepot in Nieuweschoot (dwars door
het door SD-Duitse soldaten bezette centrum van
Heerenveen) naar de Kavelstrook. Van de succesvolle
afronding van deze actie is op het erf van de boerderij
van Evert Wind een foto gemaakt door N.B.S.-lid Diedrich
Jansen.
De originele foto hiervan is nog in het bezit
van de nabestaanden van Jan Kruis. Kopieën van deze foto
bevinden zich in de archieven van het NIOD in Amsterdam,
het Museum Willem van Haren in Heerenveen, de
Provinciale Bibliotheek in Leeuwarden en in
verschillende lokale bibliotheken in Friesland. Met dit
laatste "wapenfeit" mag het achteraf des te tragischer
heten dat Jan Kruis een dag later om het leven kwam.
Want had hij deze wapens niet gesmokkeld en de dag
daarop hiermee ongetraind de vijand bestreden... dan had
hij als verzetsstrijder zijn leven niet gelaten.
Door een misverstand
tussen de Gemeente Heerenveen en de nabestaanden van Jan
Kruis werd zijn oorspronkelijk graf op de Katholieke
begraafplaats in Heerenveen in 1991 geruimd. Zijn
overblijfselen zijn toen terechtgekomen in een graf op
het ereveld OGS te Loenen (Gld),
vak A, nr. 561. Een
middenhandsbeentje van Jan Kruis is toen als relikwie
apart bijgezet in het hoofdaltaar van de Katholieke kerk
in Heerenveen.
Op 15 januari 1946 werd in
Heerenveen een straat naar hem vernoemd, de J.H.
Kruisstraat. Op 5 mei 1949 werd Jan Kruis als
oorlogsheld vermeld op een gezamenlijk oorlogsmonument,
nog steeds gelegen bij de Van Maasdijkstraat in
Heerenveen. Daar er bij het Nederlands Instituut voor
Oorlogsdocumentatie te Amsterdam en ook bij officiële
oorlogsarchieven in Friesland over Jan Kruis als
verzetsstrijder niets of nauwelijks bekend was en mensen
uit de directe omgeving van Kruis hiertoe (uit valse
schaamte?) niets hebben ondernomen, heeft Kruis postuum
nooit het bekende 'Verzetsherdenkingskruis' gekregen.
Toen op verzoek van George de Haan (een neef van Kruis)
in 2001 Z.K.H. Prins Bernhard dat alsnog heeft willen
bewerkstelligen bij de daartoe dienende
Inspecteur-generaal der Krijgsmacht bleek dit wettelijk
niet meer mogelijk te zijn. Op 22 augustus 2001
antwoordt daarom J.A. Bucher, Chef Staf van deze IG per
brief: "Als definitieve sluitingsdatum voor aanmelding
is vastgesteld 1 april 1984."

J.H. Kruisstraat, te
Heerenveen.

Rienk Hendrik
Kuipers, (predikant) geboren op
14 januari 1905
te Den Haag, overleden op 27-04-1945 te
Lübeck.
Op zondag 5 februari 1945 merkte een
passerende patrouille van de bezetter bij het uitgaan
van de gereformeerde kerk te Wanswerd aan de Streek
(thans Birdaard), dat enkele jongens weer terug gingen
in de kerk. Zij stelden een onderzoek in en vonden
enkele radiotoestellen die ingeleverd hadden moeten
worden. Ds. Kuipers, een van de leidende figuren van de
Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers in die
streek, werd medeverantwoordelijk gesteld voor dit
vergrijp.
Hij werd gevangen genomen werd de dominee
overgebracht naar Marrum en daarna naar de gevangenissen
in Leeuwarden en Groningen en vervolgens naar het
concentratiekamp Neuengamme (Dsl). Op 26 april 1945 werd
dit kamp ontruimd voor vertrek naar Lübeck. Daar
overleed hij op 27 april 1945. Bekend is geworden dat
hij tijdens zijn gevangenschap veel lotgenoten tot steun
is geweest. Oorspronkelijk begraven te Lübeck. Op 27
augustus 1959 is Kuipers herbegraven op het ereveld van
de OGS te Loenen, vak E, nr. 443. De straat bij de kerk
waar de overval plaatsvond, is naar de dominee vernoemd,
en komt zijn voor op een gedenkteken aan de Hoofdweg in
Burdaard en op een gedenkteken aan het Vrijhof te
Ferwert.
Bij de kerk die je voorbij
loopt hebben zich erge dingen afgespeeld. Het was zondag
4 februari 1945. Die middag was er een kerkdienst. De
organiste Ebeltje Kalma waarschuwde de dominee dat er
Duitse soldaten bij de kerk stonden. Bij het orgel kun
je goed vanaf boven naar buiten kijken. Enkele mannen
gingen naar buiten door de voordeur maar zagen alleen
Duitse soldaten aan de overkant van de Ee.
Een aantal mannen klommen toen via het trapje in het
kerktorentje, om zich te verstoppen maar ze vergaten het
trapje ook omhoog te trekken.
Toen de kerk uitging stonden de soldaten de mensen te
controleren. Mensen voor wie ze geen belangstelling
hadden lieten ze lopen. Vaak oudere mensen. Eén
onderduiker (Joop Arntzen) wist gewoon tussen de
kerkmensen als kerkganger te ontsnappen. Ze zochten toen
de hele kerk door. Ze kwamen daar ook een verzetsman
tegen, Jo van der Laan, maar deze had een zo’n goed vals
"paspoort" (ausweis) dat hij vrij was om de kerk te
verlaten. Maar de mannen die zich in de kerktoren hadden
verstopt werden wel opgepakt. Ook vonden ze daar
verboden radio’s onder de preekstoel. Dominee Kuipers
kreeg van alles de schuld, ook andere mensen van de
kerkenraad moesten mee.
Dominee Kuipers zocht onderduikadressen, waarvan één
voor een Oostenrijkse deserteur, Otto Lenk. Hij zat een
paar jaar verstopt in het huis van de organiste op
Wânswerterdyk nr 20. Direct achter de kerk. Niemand die
dat ooit wist. Enkele malen had hij zijn slaapplaats in
de kerktoren. De kerktoren werd na 15 augustus 1944 ook
als uitkijkpost gebruikten en er werd een
alarminstallatie aangelegd. Materiaal van de
verzetsgroep was in de kerk verstopt. Dit alles was
tijdelijk maar er gebeurde niets tot . . . . de overval
op de kerk.
Auke Spijksma moest zijn dominee en bekenden met paard
en wagen naar Marrum brengen. Je begrijpt dat het voor
hem geen mooie reis was om Burdaarders naar de
verblijfplaats van de vijand in Marrum te brengen. Die
zelfde avond hebben verzetsmensen alle belangrijke
dingen uit de pastorie gehaald die de Duitsers niet
mochten vinden.

Thomas Kuurstra,
geboren op
28 december 1923
te Harlingen, overleden op
17-03-1945
te Doniaga. Gedood bij de
fusillade van 17
maart 1945 van tien gevangenen uit de Heerenveense
gevangenis Crackstate.
Leerling middelbare technische school. Hij was
ondergedoken op de Beatrixhoeve te Haskerhorne bij Hotze
Brouwer. Behoorde tot de Binnenlandse Strijdkrachten.
Hij behandelde vooral het wapenvervoer, en was lid van
een gevechtsgroep.
Nadat uitgelekt was geworden dat het afwerpterrein onder
Haskerhorne ontdekt was geworden. De SD greep in deze
opereerde in twee groepen, de ene begeleid door Roelof
Knol, de andere door Wiepke Hof (beide waren al eerder
door de SD gearresteerd en onder marteling gedwongen tot
het prijs geven van namen en plaatsen). De eerste reed
naar de boerderij van Hotse Brouwer. Vier keer waren op
zijn land wapens neergekomen, drie keer waren ze eerst
naar zijn boerderij gebracht. Na de arrestaties te
Echtenerbrug waren zijn onderduikers verdwenen, behalve
Tom
Kuurstra uit Harlingen, die aan alles had
meegewerkt. De boerderij zelf was op 8 februari
'schoon', maar het vee moest geholpen worden. Aan het
ontbijt werden de beide mannen verrast. Thomas werd
tegelijk met zijn gastheer Hotze Brouwer gearresteerd.
Later ontstond er een
vuurgevecht, waarbij de Duitse Revieroberwachtmeister
Platt en de Nederlandse Unterwachtmeister Kootstra
werden gedood. Als vergelding werden tien politieke
gevangenen uit Crackstate op het erf van de boerderij
gefusilleerd. Daarna werd het gebouw in de brand
gestoken. De slachtoffers werden aanvankelijk begraven
in Sint-Nicolaasga. Later zijn zij herbegraven in hun
eigen dorp.
De namen van de
tien slachtoffers luiden:
Jelle Boersma, Hotze Brouwer, Wiepke Hof, Jeen Hornstra,
Roelof Knol, Albert Koopman, Thomas Kuurstra,
Dirk de Ruiter, Siebe de Ruiter en Yde Yntema.