Friese Verzetsstrijders - bevrijders en andere betrokkenen.

 

A | B | C | D | E | F | G | H | J | K | L | M | N | O | P | R | S | T | V | W | IJ | Z |

 

 

Jan Kaper, (Politieagent) geboren op 15 december 1921 te Utrecht, overleden op 15 april 1945 te Akkerwoude.

Hij was afkomstig uit Sint-Jacobiparochie en in het verzet bekend onder de bijnaam 'Blonde Jan'. Als marechaussee was Kaper ondergedoken in Akkerwoude (huidig Damwâld), omdat hij al in 1943 door de bezetter staatsgevaarlijk was verklaard en werd gezocht. In zijn functie van politieman in Amsterdam moest hij joodse burgers arresteren, wat hij weigerde. Kaper werd voor zijn diverse illegale activiteiten gearresteerd en gevangengezet in Amsterdam. Vervolgens werd hij als dwangarbeider tewerkgesteld op een schip. Toen hij wist te ontsnappen, is hij in Akkerwoude ondergedoken, waar hij lid werd van de Knokploeg. In september 1944 sloot hij zich aan bij de gevechtsploegen van de gemeente Dantumadeel, waarvan hij groepscommandant werd. Jan Kaper werd begraven op de Algemene begraafplaats in Sint-Jacobiparochie.

Op zondagmiddag 15 april 1945 is er in Murmerwoude in de gereformeerde kerk een dienst aan de gang. Tegen drie uur nadert over de Achterweg een Duitse munitiewagen uit de richting Rinsumageest. Naast de wagen loopt de 51-jarige Geert Gerding uit het Drentse Peelo. Een eindje voor de wagen fietsen twee Duitsers en de Nederlander Arie Neuteboom uit Delft. Neuteboom is lid van het Nationalsozialistisches Kraftfahrerkorps (NSKK -Duitse transportorganisatie waarvan veel Nederlanders deel uit maakten-). Gerding is in Drenthe met zijn paard en wagen gedwongen de munitie te vervoeren. Achterop de wagen zitten twee vrouwen en er loopt een groep van twintig Duitsers en foute' Nederlanders achter de wagen. Even na drieën rijd de stoet ter hoogte van de gereformeerde kerk in Murmerwoude.

In de kerktoren zitten zes mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Ze lossen een schot op de wagen. Met een daverende knal ontploft de munitie en de wagen vliegt de lucht in. Gerding is op slag dood, evenals vier Duitse soldaten. Een zwaargewonde Duitser ligt voor de boerderij van Tabe Antonides. Een deel van de aangevallen groep vlucht naar de oude windmolen van het waterschap de Lege Miede. De twee vrouwen krijgen onderdak bij bewoners van de Achterweg. NSKK-man Neuteboom en de twee Duitsers die voor de wagen uit reden, fietsen snel een eind door en stoppen aan het eind van de Achterweg, tegenover de boerderij van Sjoerd van der Molen. Overal komen mensen naar buiten die de zware knal hebben gehoord. Neuteboom en de twee Duitsers schreeuwen de mensen op de weg toe dat ze moeten blijven staan en fietsers worden staande gehouden. De toegestroomde buurtbewoners en de fietsers moeten een kring vormen rond de drie, die zich zo willen beschermen tegen een aanval van de BS. In korte tijd staan er tegen de vijftig mensen om het drietal heen. Boer Van der Molen ziet het allemaal gebeuren en waarschuwt de BS, die in de buurt is. Hij probeert te bemiddelen tussen Neuteboom en de verzetsmensen. Neuteboom en zijn kornuiten dreigen de boerderij van Van der Molen met handgranaten in brand te steken. Ze gooien een handgranaat in een voorkamertje, maar er ontstaat geen brand.

Inmiddels zijn de Canadezen gewaarschuwd. Ze schieten uit hun pantserwagen over de samengedreven mensen heen. Één van de Duisters geeft zich over. De andere verdwijnt in de verwarring met Neuteboom, op de fiets in de richting van Akkerwoude. Dan zien de verzetsman Harmen Brouwer (23) uit Zwaagwesteinde en Jan Kaper uit Sint Jacobiparochie de beide vluchters voor zich opdoemen. Kaper en Brouwer, lid van de verzetsgroep Dantumadeel, springen met hun stenguns tevoorschijn en sommeren de  twee te stoppen. Die beginnen met het wapen op het fietsstuur meteen te schieten. De twee BS’ers worden dodelijk getroffen. Neuteboom en zijn maat weten te ontkomen door Akkerwoude en Rinsumageest naar het Geastmer Fjild waar ze zich verschuilen in de boerderij van Jan Keulen..

Bij café Het Oude Tolhuis van Melle Jellema op Steenendam, de splitsing van de wegen naar Âldtsjerk, Burdaard en Rinsumageast, hoort de BS-groep waar Neuteboom en zijn maat zich hebben verschanst. De boerderij van Keulen ligt een paar honderd meter ten noordwesten van het café. De groep gaat er op af en sommeert de twee in de boerderij zich over te geven. Die zijn dat niet van plan. Pas als er hulp komt van Canadezen komt Neuteboom naar buiten. Hij doet alsof hij zich wil overgeven. Bauke Lyklema van de  sabotagegroep wil hem ontwapenen. Neuteboom laat hem dichterbij komen en gooit dan onverwacht een handgranaat naar Lyklema, die dodelijk wordt getroffen. Neuteboom wordt meteen neergeschoten. De Duitser laat zich daarna nog niet zien. De Canadezen schieten de boerderij in brand. Tien koeien en het jongvee komen in de vlammen om. Later vinden de mannen het verkoolde lijk van de Duitser in de schuur.


Jacobus Pieter Keller, geboren op 7 november 1921 te Zeist, overleden op 07-04-1945 te Makkum.

Op zaterdagmorgen 7 april gebeurt er een drama in Makkum. Als de Sicherheitsdienst uit Sneek en Groningen in samenwerking met de Landwacht een grootscheeps opgezette aanval uitvoeren op de Marechausseekazerne in Makkum. Zij waren in de veronderstelling dat dit het hoofdkwartier van de verzetsbeweging was. Er werd echter niets gevonden. Vervolgens werd een razzia uitgevoerd in de plaatselijke conservenfabriek van Van den Berg. (Aart en Tijmen van den Berg waren na de gedeeltelijke drooglegging van het IJsselmeer vanuit Genemuiden naar Makkum gekomen. Hier stichtten de broers een palingrokerij en een visconservenfabriek. Tijdens de bezetting wist Tijmen, die de Duitse taal meester was, tot de hoogste kringen van de Sicherheitsdienst door te dringen. Geregeld wist hij gearresteerde verzetsmensen vrij te krijgen door geld, gerookte paling en sterke drank aan te bieden. Heel wat Makkumers hebben hun leven te danken aan de gebroeders Van den Berg. In deze conservenfabriek, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog veel gevaarlijk verzetswerk verricht)

De bezetter had een lijst met namen die door een verrader was samengesteld. In de fabriek en in het dorp werden verscheidene arrestaties verricht, terwijl in de fabriek ook wapens werden gevonden. Nadat uit Schraard de veehouder Fetze Elgersma en zijn onderduikers Jan Emmens uit Zuidbroek en Hermanus Falkena uit Hilversum waren opgehaald, werden 6 jongemannen, na een zwaar verhoor, gefusilleerd, om vier uur achter de inmiddels in brand gestoken kazerne doodgeschoten: Sjoerd Adema (broer van Otto), Hobbes Dijkstra, Fetze Elgersma, Jacobus Keller, Hendrik Lemson en Hermanus Falkena. Jan Emmens werd met de andere arrestanten naar Sneek gebracht. Op 15 april 1945 werd zijn stoffelijke overschot, doorzeefd met kogels in de sloot bij Anna Paulowna gevonden.


Christiaan Kerkhof, (timmerman) geboren op 9 oktober 1900 te Leeuwarden, overleden. 29-02-1944 te Scheveningen.

Christiaan Kerkhof Leeuwarden - Oranjehotel


Petrus Antonius Bernardus Keverkamp, (kapper) geboren op 5 december1908 te Leeuwarden, overleden op 02-05-1945 te Mauthausen.

Tijdens de bezetting verspreidde 'Piet kapper' het illegale blad Het Noorderlicht, in samenwerking met Frans Dalstra uit Surhuisterveen. Op 11 september 1941 werd kapper Keverkamp gearresteerd en naar het concentratiekamp Mauthausen gedeporteerd. Daar stierf hij op 2 februari 1945.


Jitse  Kiewiet, geboren op 7 april 1922 te Appelscha, overleden 04-05-1943 te Appelscha.

 

Een monument voor Anne de Boer, Jitse Kiewiet en Melle Bruinsma. "Zij bevonden zich hier op 4 mei 1943 op het verkeerde tijdstip en de verkeerde plaats en werden volkomen onschuldig door oorlogsgeweld van het leven beroofd"


Geert Knol, (Wachtmeester bij de politie) geboren op 12 november 1914 te Stiens, overleden op 09-09-1944 te Den Boer.

Wordt in verband met het in brand steken van een vrachtauto met 253 radio- toestellen bij Joure, de wmr. der Marechaussee Geert Knol gearresteerd. Op 9 September wordt zijn lijk in het Damsterdiep bij Groningen gevonden.

De wachtmeester bij de marechaussee in Joure was lid van de verzetsbeweging. Op 27 augustus 1944 werd een truck met oplegger in brand gestoken. Deze bevatte 253 radio's en 40 luidsprekers, die na een gedwongen inlevering in het gemeentehuis van Haskerland waren opgeslagen en die vervoerd zouden worden naar Duitsland. Drie dagen later werd Knol (schuilnaam 'Wietze') door de bezetter gearresteerd, omdat hij werd genoemd als de man die vermoedelijk de Knokploeg over het transport had ingelicht. Bij fouillering vond men enkele exemplaren van het illegale B.B.C. nieuws. Hij werd naar het Scholtenhuis in Groningen overgebracht en aan een zwaar verhoor onderworpen. Knol bleef echter zwijgen. Op 9 september 1944 vond een schipper het stoffelijk overschot van Knol, gekleed in zijn uniform, in het Damsterdiep bij Ten Boer in Groningen. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats 'Westermeer' te Joure. In die plaats is ook een weg naar Geert Knol vernoemd.


Roelof Knol, geboren op 21 oktober 1922 te Meppel, overleden op 17-03-1945 te Doniaga.

Lemmer in oorlogstijd, door Jaap van der Zwaag


Klaa(e)s Koelstra, (Gem. ambtenaar) geboren op 3 maart 1914 te Balk, overleden op 14-07-1944 te Sneek.

Koelstra was leider van een distributiekantoor. Hij bemoeide zich vooral met de huisvesting van onderduikers. Koelstra is dodelijk in het achterhoofd geschoten tijdens de Sneker Bloednacht als vergeldingsmaatregel voor de liquidatie van de NSKK‘er Geale van der Kooij. Begraven op de algemene gemeentelijke begraafplaats te Sneek.

Sneker bloednacht

De nacht van 13 op 14 juli 1944 is de geschiedenis ingegaan als de Sneker Bloednacht. In de Sneker Bloednacht zijn vier Snekers in koelen bloede vermoord: Klaas Koelstra, J. Tekelenburg, J.H. Bakker en Feike van der Heide.De latere burgemeester Rasterhoff stond ook op het lijstje, maar overleefde de moordpartij. Op 13 juli 1944 vertrok omstreeks 22.30 uur een autobus met ongeveer 35 NSKK-mensen uit Leeuwarden. Bij hen was ook de schietgrage SD'er Jan Ale Visser, medisch student te Groningen. Hij was de aanstichter van het verschrikkelijke drama dat zich die nacht in de stad zou ontrollen. 

Visser had een lijst met namen van 25 vooraanstaande burgers in Sneek die als anti-Duits bekend stonden. Op hen moest de ontvoering en liquidatie van de NSB-er G. van der K. gewroken worden.
Met de hulp van de NSB-opperluitenant A.O.  werd in diens huis de lijst in tweeën gesplitst.
De groep van Visser splitste zich ook in tweeën en gewapend met de lijsten gingen ze op pad. De Sneker NSB-ers T.H. en W.V. dienden als gidsen. 

"De eerste groep had geen succes. Op alle adressen waar men kwam was de gezochte afwezig of hield zich verscholen. (...) Toch maakte deze groep een slachtoffer. Het was de jonge J. Tekelenburg, die in de schaduw van de Martinikerk woonde. Door de drukte op straat gewekt, ging hij voor het raam staan om te zien wat er gebeurde. Deze nieuwsgierigheid werd zijn dood. De moordenaarsbende zag hem staan en hij werd gesommeerd de voordeur te openen. Nauwelijks had hij dit gedaan of hij werd neergeschoten".

"Meer 'succes' had de groep van Visser. Nadat deze drie kwartier op pad was geweest werd in de Wijde Noorderhorne aangebeld bij de familie Bakker van de broodfabriek Stad Sneek. (...) De heer J.H. Bakker moest zich aankleden. (...) Toen werd hij, tegen half twee, meegenomen. Kort daarna hoorden de angstig achterblijvende een schot. Het was spertijd en dus levensgevaarlijk naar buiten te gaan nu de dood door Sneek patrouilleerde. De volgende morgen vond de zoon het lijk". (...)

"Enkele minuten later stond de troep voor de woning van de heer A. van der Heide in de Kruizebroederstraat. Zoon Feike had enige dagen tevoren ruzie gehad met een NSB-er en dat vergrijp zou nu even beslecht worden. (...) Tegen Feike werd gezegd dat hij even mee moest komen naar het politiebureau. Het zou maar voor kort zijn. Zijn vader keek hem na toen ze vertrokken. Nog geen twee minuten later klonk een schot. (...) Visser had zijn tweede slachtoffer gemaakt".

Klaas Koelstra "Om half drie belden ze aan op de Troelstrakade bij de heer K. Koelstra, leider van de distributiedienst. (...) Mevrouw Koelstra had een voorgevoel van wat haar man te wachten stond. 'Waar brengen jullie hem heen?', vroeg ze. Ze wilde hem nog een vulpen meegeven. (...)  Toen Koelstra nog afscheid wilde nemen van zijn schoonouders kreeg hij daartoe geen toestemming. De bende had haast. Tegen vier uur was de spertijd afgelopen en dus de geschikte tijd voor de werken der duisternis verstreken.
En weer vroeg mevrouw Koelstra: "Doen jullie mijn man niks?" De gewetenloze Visser antwoordde: "Ik weet het niet; God weet het".
Op straat namen een vijftiental mannen Koelstra tussen zich in. Zijn vrouw zag hem na. Bij de brug hoorde zij een satanische lach, die haar door merg en been ging. Via de Jachthavenstraat bereikten de mannen de Leeuwarderweg. Daar schoten ze hem neer. " Ludolf Rasterhoff "Het ging maar vlot, vond de troep, toen zij zich haastte naar de woning van gemeentesecretaris L. Rastherhoff".

Toen in de vroege ochtend de spertijd was afgelopen (de tijd dat de mensen 's nachts verplicht binnen moesten blijven) heerste er afgrijzen en rouw in de stad. De nabestaanden vonden de lijken van de slachtoffers op straat, op de plaats waar ze waren neergeschoten. Bij het ontwaken van de stad ging het trieste nieuws van mond tot mond.

Pieter Wijbinga heeft het vervolg beschreven in deel 2 van Bezettingstijd in Friesland.


Johannes Kolf, geboren op 6 november 1915 te Westmaas, overleden op 29-01-1945 te Leeuwarden.

Johannes Kolf zat tijdens de oorlog bij de politie in Utrecht. Hij kon niet leven met de Duitse bezetter en dook in 1943 onder. Via allerlei omzwervingen kwam hij in Friesland terecht, waar hij veel werk deed voor het verzet.

Hij is vooral bekend geworden vanwege zijn aandeel in de overval op het huis van bewaring in Leeuwarden. Eigenlijk liep hij bij toeval tegen de lamp toen de SD een inval deed, na een melding over een illegaal radiotoestel in de woning waar hij ondergedoken zat. Kolf sloeg door de achterdeur op de vlucht, maar doordat het sneeuwde en hij op klompen liep, kwam hij niet snel weg. In een vuurgevecht met de SD werd hij dodelijk getroffen door een kogel van de Nederlandse SS’er Jan Meekhof. En stierf voor zijn vaderland, op 29 januari 1945, slechts 29 jaar oud.

In 2006, schreven zijn neven Bert en Ruud in 't Veld uit Klaaswaal een boek over hun oom. Verder is er in Klaaswaal de stichting "Johannes Kolf, De Verzetsstrijder Jodocus" opgericht.

Het boek "Johannes Kolf. De verzetsstrijder Jodocus" is niet in de boekhandel te koop, maar te bestellen via Bert in ’t Veld, 0186-573007 of 06-54793993. Het kost 25 euro.

 


Meindert Koolstra, geboren op 4 juni 1917 te Rinsamageest, overleden op 07-09-1944 te Mauthausen. Uitgezonden door SOE/Plan-Holland, parachutering en arrestatie: 21 oktober 1942. Meindert wordt genoemd op de lijst van Engelandvaarders die slachtoffer werden van het Englandspiel.

Meindert Koolstra.
geboren: 4 juni 1917 te Rinsumageest
uitgezonden door SOE/Plan-Holland
parachutering en arrestatie: 21 oktober 1942
overleden: 7 september 1944 te Mauthausen

Codenaam : Celery A
Naam in opleiding: Kolff
Veldnaam: Eddie
Alias in het veld: Minne Klien
Taak: Plan Holland
Gemeld via: Marrow


Albert Koopman, (Behoorde tot de LO-Lemsterland) geboren op 14 februari1917 te Echten, overleden op 17-03-1945 te Doniaga.

De houtbewerker was tijdens de oorlog lid van het verzet. Hij hield zich met name bezig met het verdelen van gedropte wapens en het geven van wapeninstructies aan de Knokploeg. Op 19 februari 1945 deed de Sicherheitsdienst een inval in de woning van Koopman. Toen zij hier geen wapens konden vinden, staken zij het pand in brand. Koopman werd gearresteerd en naar de Heerenveense gevangenis Crackstate gebracht. Hij werd op 11 mei 1945 herbegraven op de hervormde begraafplaats te Echten. Definitief werden zijn resten op verzoek van de weduwe Koopman herbergraven op 28 november 1980 op het ereveld van de OGS te Loenen. In de Lemmer is ook een straat naar hem vernoemd. Graf-foto A.Koopman.

Lemmer in oorlogstijd, door Jaap van der Zwaag


Gijsbert Krol, geboren op 6 februari 1920 te  Noordwolde, overleden op 01-12-1945 Heerenveen.

Hij was werkloos onderwijzer toen hij een baan als lijnassistent bij de N.S. aanvaardde. Zijn standplaats was Nieuweschans. Tijdens de spoorwegstaking in september 1944 vertrok Krol met een groepje collega's naar Friesland. Krol dook onder bij zijn ouders in Noordwolde. Tijdens de razzia werd ook hij gegrepen en naar Crackstate vervoerd. Via kamp Amersfoort kwam hij in Duitsland terecht, waar hij tuberculose kreeg. In juli 1945 kwam hij in Nederland terug. Op 30 november 1945 stierf hij in het ziekenhuis van Heerenveen. Hij werd begraven op de N.H. begraafplaats in Noordwolde.


Hinne Krolis, geboren op 29 oktober 1893 te Nijland, overleden op 22-01-1945 te Dokkum.

Vlak voor de bevrijding van mei 1945 heeft het hoofd van de Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst in Leeuwarden serieus overwogen de plaats Dokkum met de grond gelijk te maken. Deze Obersturmführer, Arthur Wilhelm Albrecht, werd van zijn voornemen afgebracht door zijn meerderen van de Dienststelle in Groningen.

Albrecht overwoog de vernietiging van Dokkum uit wraak op het verzet in die streek, die er bij een aanslag bij het dorpje De Valom erin was geslaagd een Dokkumer apotheker, die alles van het verzet in Noordoost-Friesland kende, uit handen van de bezetter te bevrijden. Daarbij kwam een Duits lid van de Sipo und SD om het leven en bezweek drie dagen later een Belg aan zijn verwondingen. (De "Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst" (Sipo-SD) was als SS-politiedienst verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van de politieke en raciale vijanden van het Derde Rijk. Vanaf 1940 was de dienst ook in bezet België aanwezig waarbij vooral de Gestapo - de kwantitatief belangrijkste afdeling - naam maakte met de bestrijding van communisme, verzet en jodendom).

'Toen Albrecht 's avonds van het voorval kennis kreeg', aldus een opgesteld proces-verbaal, zwoer hij bloedige wraak te zullen nemen. Eerst wou hij reeds 's anderendaags, bij het opgaan der zon, het plaatsje Dokkum van de kaart van Nederland doen verdwijnen. Dit vond hij evenwel wat gewaagd, temeer daar de 'Dienststelle-Groningen' hem dit niet wou toestaan. Wel bekwam hij toelating van Dr. Haase, S.S. Sturmbahnführer en leider van de Dienststelle-Groningen, twintig vooraanstaande Friezen of andere Nederlanders te laten neerschieten. De toelating werd telefonisch gegeven. Albrecht beklaagde er zich over dat hij slechts toestemming kreeg om twintig personen te executeren, tegenover één neergeschoten Duitser.'

Dit was dus de wraak omdat er twee Duitse bezetters werden vermoord. De wreedheid van de Duitsers werd bij het executieproces benadrukt. Op bevel van de commandant van de Sicherheits Dienst Arthur Wilhelm Albrecht, waren alle soldaten van de Dienststelle verplicht aan deze door hem genoemde "wraak" deel te nemen. Te Dokkum werden de 20 personen op de grond gelegd en werd de burgemeester opgetrommeld als ooggetuige. De gevangenen werden in ploegen van vijf terechtgesteld. Gedurende deze handelingen ontpopte Albrecht zich als een ware Sadist. In plaats van bevelen kort en bondig te geven, liet hij alles opzettelijk lang duren. De burgemeester kreeg opdracht om ter afschrikking de lijken 24 uur te laten liggen. Zelfs een landgenoot, Jan Meekhof, behoorde tot het Duitse vuurpeloton. In het proces-verbaal van Albrecht kunnen we geen enkel spoor van spijt terugvinden. Hij wordt tot de doodstraf veroordeeld. Dit lot was Jan Meekhof ook beschoren, maar deze straf werd omgezet in 22 jaar gevangenisstraf, waarvan hij een aantal jaren heeft uitgezeten.

Het document is terug te vinden in het Rijksarchief in Leeuwarden, waar onderzoeker Otto Kuipers honderden cahiers - samen zeven meter archief - heeft geïnventariseerd in de vierhonderd pagina's omvattende catalogus Voor Vrijheid en Recht (uitgeverij Hedeby, Leeuwarden, samen met het Rijksarchief, ISBN 90-74541-07-0, prijs: f. 52,50). De verschijning van de catalogus valt samen met het openstellen voor het publiek van een uniek oral history achief.

In 1948 werd de historicus en sociaal-geograaf Ysbrand Ypma uit Leeuwarden door de Vereniging Friesland 1940-1945 ingehuurd om een aantal Friese verzetsmensen te vragen naar hun belevenissen in de oorlog. Het contract voor een jaar liep uit naar drie jaar. In die tijd interviewde Ypma tweehonderd oud-verzetsstrijders. Ook bracht hij ander materiaal bijeen in een van de meest gedetailleerde collecties die Nederland rijk is.

Jarenlang zat het bronnenmateriaal achter slot en grendel. Tijdens de Koude Oorlog was het oude Friese verzet huiverig voor openbaring van de stukken. Slechts met toestemming van het bestuur van de vereniging mocht de collectie worden geraadpleegd. Nu Kuipers het materiaal van de inmiddels 87-jarige Ypma heeft geordend en beschreven, is 95 procent van het archief voor onderzoek en inzage vrijgegeven. Kuipers' gedegen inleiding en het persoons- en plaatsnamenregister maken het zoeken zelfs voor leken eenvoudig.

De affaire-Dokkum - Horemans verwijst halsstarrig doch abusievelijk naar Grouw - is onder meer onder cahiernummer 613 terug te vinden in de catalogus: 'Proces-verbaal van verhoor door J. Codde, commissaris in opdracht van de Centrale Dienst voor Oorlogsmisdaden te Brussel, van G. Horemans, van september 1944 tot en met april 1945 werkzaam bij de Sipo und SD Leeuwarden, over het optreden van de Sipo und SD Leeuwarden in genoemde periode, 1945 juli 20. 1 stuk'.

Vanaf 1947 vond, in enkele golven, veelvuldig gratiëring plaats. Het gevolg was dat in 1964 de laatste Nederlandse politieke delinquent de gevangenis verliet. Daarna zaten nog slechts de Duitse oorlogsmisdadigers Willy Lages, Franz Fischer, Ferdinand aus der Fünten en Joseph Kotälla vast. Er zijn in totaal 154 doodstraffen uitgesproken waarvan er uiteindelijk ruim 40 zijn voltrokken. Onder andere Anton Mussert en Hanns Albin Rauter zijn voor een vuurpeloton terechtgesteld. Drie executies werden al op 3 mei 1945 voltrokken (Warner Salomons, Teun Pâques en Henk Eggers) en 39 na de bevrijding (vanaf maart 1946), waaronder 1 vrouw (Ans van Dijk). De laatste executies vonden plaats in maart 1952 (Wilhelm Arthur Albrecht en Andries Pieters). Daarnaast pleegden twee veroordeelden zelfmoord.

De namen van de twintig slachtoffers luiden:

D. Adler, H.E. Blaauw, H. Boersema, J.W. Bukers, J. van Dijken, J. Duursma, A. Frensdorf, H.I. van Gelder, A. Heudenrijk, L. Hulshoff, H.F.W. Krohne, H. Krolis, H. Lommert, E. Meinsma, W. Moorman, G. Postma, J. Ruinen, A.E. Sachs, F. Walters en H. Woldring.

Herman Israël van Gelder: Op 27 december 1944 werd hij in Groningen gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring in Groningen. Nadat een verzetsgroep in de omgeving van Dokkum een illegaal werker bevrijdde, bij welke actie twee Duitsers om het leven kwamen, werden als represaille twintig personen aan de Woudweg in Dokkum gefusilleerd.  was één van hen. Zijn niet-joodse vrouw Cornelia Barndina Schipper hertrouwde in 1948 IJeb Paulus Andela en overleed in 1986 op 71-jarige leeftijd te Utrecht. Jacob Philip zat gevangen in het Duitse concentratiekamp in Buchenwald. De oorlog naderde zijn einde en het dwangarbeiderskamp kwam in de tang van de oprukkende Russische en Amerikaanse troepen. Vanuit het oosten door de Russen in het nauw gedreven brachten de Duitsers meer en meer gevangenen over naar Buchenwald dat overbevolkt raakte. Het aantal gevangenen bedroeg in maart 1945 ruim 80.000. [4] Velen stierven aan ondervoeding en besmettelijke ziekten. De SS nam de benen op 11 april. Dezelfde dag bereikten Amerikaanse troepen Buchenwald, waar zij 21.000 - waaronder 384 Nederlanders - overlevenden aantroffen. [4] Voor Jacob Philip van Gelder kwam de bevrijding één maand te laat. Het lijkt geen boute veronderstelling dat hij door ontberingen is omgekomen. Rika, Philip, Samuel, Reina en Lea van Gelder kwamen om in de vernietigingskampen in Auschwitz en Sobibor.

Persoon, Abraham Emanuel Sachs

Deze personen worden herdacht op 2 gedenktekens in Dokkum. Van deze gedenktekens ( gedenkteken 1, gedenkteken 2 ) vindt u een beschrijving op de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.


Jan Kruis, (veehouder) geboren op 26 maart 1904 te Luinjeberd, overleden op 14-04-1945 bij Haskerdijken.

Kruis was het een na het oudste kind uit een veenwerkersgezin van veertien kinderen. Terwijl zijn vader, Hendrikus Jans Kruis (17 maart 1870 - 26 juni 1938), zich had opgewerkt van veenarbeider tot veehouder/landbouwer en veldwachter, was Jan Kruis boerenknecht bij verschillende boeren in Friesland. Een van deze boeren heeft Jan Kruis, na een heftig geschil over een door hem gestolen kippenei, aangegeven bij de politie.

Kruis is toen op staande voet ontslagen, niet zozeer vanwege het ei, maar omdat Kruis, kort nadat hij was betrapt, die boer met z'n hoofd in een sloot een kort tijdje onder water had gehouden. Kruis vond dat hij als inwonende knecht te weinig eten kreeg. Om zijn honger te stillen had hij een geraapt ei rauw opgegeten. Nadat vader Kruis na een val van een hooizolder was gestorven, verving Jan Kruis hem als 'bedrijfsleider' (in dienst van zijn moeder) op de ouderlijke boerderij.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog was hij lid van de in die periode opgerichte Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, de N.B.S.. Jan Kruis overleed op 14 april 1945, de voorlaatste dag van de bevrijding van Heerenveen, in een rechtstreeks duel met de zich terugtrekkende soldaten van de Duitse Luftwaffe.

Dit duel vond plaats in het veen op de - officieus geheten - Buitendijkse Kavelstrook bij de Hooibrug onder Haskerdijken, ten noordwesten van Heerenveen (de Buitendijkse Kavelstrook was een weg tussen Haskerdijken in het westen en Luinjeberd in het oosten, tegenwoordig staat deze bekend als de P.G. Otterweg).

De ware toedracht van dit duel en de fatale afloop daarvan werden pas op 11 juni 2001 onthuld door Anne Wind, een voormalig lid van dezelfde verzetsgroep waarvan Jan Kruis deel uit maakte. Tot dan toe hadden ongeveer dertig verzetsstrijders (allen getuigen van deze fatale 14de april), uit schaamte voor wat zich onder hun ogen had afgespeeld, hun mond gehouden.

Op die fatale 14de april hadden zich drie N.B.S.-groepen van elk ongeveer 10 leden in alle vroegte verschanst op resp. drie verschillende bij elkaar gelegen boerderijen in het veen aan de Kavelstrook. Canadese troepen waren Luinjeberd genaderd en deze verzetslieden zaten daar omdat zij verwachtten dat de nog verderop gelegerde Duitse soldaten spoedig via de Kavelstrook zouden vluchten in de richting van Heerenveen. Omstreeks negen uur in de ochtend lukte het Jan Kruis in zijn eentje (zonder maar een schot te hebben gelost) een eerste groepje van vijf vluchtende Duitse soldaten in de nabijheid van de verst gelegen boerderij van Klaas de Jong krijgsgevangen te maken.

Kruis besloot tot zijn soloactie omdat dit groepje soldaten anders buiten schootsafstand raakte en in z'n geheel over de Kavelstrook dreigde te ontsnappen. Na het oppakken en ontwapenen van deze vijf Duitsers werd het voor de rest van de aanwezige N.B.S.-leden duidelijk hoe eventuele volgende vluchtende Duitsers krijgsgevangen zouden kunnen worden gemaakt. Wat later op deze zaterdag ook enkele keren met succes werd herhaald. Bij het naderen van een vierde groepje Duitsers (dit keer van vier soldaten) ontstond voor het eerst een vuurgevecht toen deze soldaten de eerste boerderij (van Evert Wind) naderden.

Een N.B.S.-er uit de groep van Jan Kruis loste per ongeluk een schot, waarna de Duitsers zich onmiddellijk verschansten aan de slootkant van de Binnendijkse Achtervaart (parallel lopend aan de Kavelstrook). De eerder gehanteerde strategie om de vluchtende Duitsers pas aan te houden, nadat deze de boerderij van Wind waren gepasseerd en daarmee ingeklemd raakten tussen tenminste twee boerderijen mislukte hiermee. Nu de Duitsers gewaarschuwd waren boden zij voor het eerst weerstand. Om uit deze hachelijke situatie te geraken was het weer Jan Kruis die het initiatief nam door de verscholen Duitsers te manen zich over te geven.

Terwijl hij zich met zijn maten in de haast op de grond had geworpen probeerde hij eerst vanuit deze positie mondeling contact met die Duitsers te krijgen. Omdat hierop geen reactie kwam ging hij rechtop staan om zijn bevel tot overgave nog wat meer kracht bij te zetten. Op dat moment kreeg hij als antwoord de volle laag van een automatisch geweer. Terwijl Kruis in zijn buik was getroffen en kruipend naar de zijkant van de boerderij verdween om daar na een paar uur te overlijden, lukt het de rest van zijn kameraden ook dit groepje Duitsers krijgsgevangen te nemen.

Na dit dramatische voorval besloten de drie aanwezige groepscommandanten een verdere actie tegenover vluchtende Duitse soldaten te staken door alle (inmiddels ongeveer 20) Duitse krijgsgevangenen, nog voor de duisternis zou intreden, over te dragen aan de Canadezen die intussen bij Luxwoude waren gearriveerd. Op weg daarheen kreeg deze hele stoet van ongeveer 30 N.B.S.-ers en 20 Duitsers geheel onverwacht Canadees granaatvuur over zich heen.

Zoals later bleek omdat de Canadezen op afstand het geschiet tussen de beide strijdende groepen in het veen hadden gevolgd en dachten met granaatvuur de Duitsers daar wel te kunnen destabiliseren. Wat nu echter gebeurde was, dat de volledige groep van N.B.S.-helden door het geraas van die granaten zo in paniek raakte, dat zij allemaal alle kanten uitvluchten zonder zich nog over de Duitse krijgsgevangenen te bekommeren. Wat achteraf natuurlijk door alle betrokkenen ernstig werd betreurd, want achteraf zou je daarmee ook kunnen zeggen dat dan Jan Kruis geheel voor niets was gesneuveld!

De hiervoor beschreven onthulling van Anne Wind is een maand later geautoriseerd door Sjoerd Bakker, lokaal amateur-historicus uit Tjalleberd, tevens woordvoerder van de in 2001 nog levende Harm Smink (84 jaar, wonende in Luinjeberd). Deze Smink was N.B.S.-commandant van de groep waarvan Jan Kruis lid was.

Van Anne Wind komt voorts het volgende verhaal (eerder ook nogal slordig beschreven door de Heerenveense oud-journalist Catrienus Meijer in zijn rapportage "Heerenveen, bezet, bevrijd en veroordeeld") over de heldhaftigheid van Jan Kruis.

Op 13 april 1945 (n.b. een dag voor zijn noodlottig overlijden) is onder leiding van Jan Kruis (met assistentie van Anne Wind) een groot huzarenstuk uitgehaald door onder het hooi op een boerenwagen een flinke partij wapens te vervoeren, vanuit een N.B.S.-wapendepot in Nieuweschoot (dwars door het door SD-Duitse soldaten bezette centrum van Heerenveen) naar de Kavelstrook. Van de succesvolle afronding van deze actie is op het erf van de boerderij van Evert Wind een foto gemaakt door N.B.S.-lid Diedrich Jansen.

De originele foto hiervan is nog in het bezit van de nabestaanden van Jan Kruis. Kopieën van deze foto bevinden zich in de archieven van het NIOD in Amsterdam, het Museum Willem van Haren in Heerenveen, de Provinciale Bibliotheek in Leeuwarden en in verschillende lokale bibliotheken in Friesland. Met dit laatste "wapenfeit" mag het achteraf des te tragischer heten dat Jan Kruis een dag later om het leven kwam. Want had hij deze wapens niet gesmokkeld en de dag daarop hiermee ongetraind de vijand bestreden... dan had hij als verzetsstrijder zijn leven niet gelaten.

Door een misverstand tussen de Gemeente Heerenveen en de nabestaanden van Jan Kruis werd zijn oorspronkelijk graf op de Katholieke begraafplaats in Heerenveen in 1991 geruimd. Zijn overblijfselen zijn toen terechtgekomen in een graf op het ereveld OGS te Loenen (Gld), vak A, nr. 561. Een middenhandsbeentje van Jan Kruis is toen als relikwie apart bijgezet in het hoofdaltaar van de Katholieke kerk in Heerenveen.

Op 15 januari 1946 werd in Heerenveen een straat naar hem vernoemd, de J.H. Kruisstraat. Op 5 mei 1949 werd Jan Kruis als oorlogsheld vermeld op een gezamenlijk oorlogsmonument, nog steeds gelegen bij de Van Maasdijkstraat in Heerenveen. Daar er bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam en ook bij officiële oorlogsarchieven in Friesland over Jan Kruis als verzetsstrijder niets of nauwelijks bekend was en mensen uit de directe omgeving van Kruis hiertoe (uit valse schaamte?) niets hebben ondernomen, heeft Kruis postuum nooit het bekende 'Verzetsherdenkingskruis' gekregen.

Toen op verzoek van George de Haan (een neef van Kruis) in 2001 Z.K.H. Prins Bernhard dat alsnog heeft willen bewerkstelligen bij de daartoe dienende Inspecteur-generaal der Krijgsmacht bleek dit wettelijk niet meer mogelijk te zijn. Op 22 augustus 2001 antwoordt daarom J.A. Bucher, Chef Staf van deze IG per brief: "Als definitieve sluitingsdatum voor aanmelding is vastgesteld 1 april 1984."

 

J.H. Kruisstraat, te Heerenveen.


Rienk Hendrik Kuipers, (predikant) geboren op 14 januari 1905 te Den Haag, overleden op 27-04-1945 te Lübeck.

Op zondag 5 februari 1945 merkte een passerende patrouille van de bezetter bij het uitgaan van de gereformeerde kerk te Wanswerd aan de Streek (thans Birdaard), dat enkele jongens weer terug gingen in de kerk. Zij stelden een onderzoek in en vonden enkele radiotoestellen die ingeleverd hadden moeten worden. Ds. Kuipers, een van de leidende figuren van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers in die streek, werd medeverantwoordelijk gesteld voor dit vergrijp.

Hij werd gevangen genomen werd de dominee overgebracht naar Marrum en daarna naar de gevangenissen in Leeuwarden en Groningen en vervolgens naar het concentratiekamp Neuengamme (Dsl). Op 26 april 1945 werd dit kamp ontruimd voor vertrek naar Lübeck. Daar overleed hij op 27 april 1945. Bekend is geworden dat hij tijdens zijn gevangenschap veel lotgenoten tot steun is geweest. Oorspronkelijk begraven te Lübeck. Op 27 augustus 1959 is Kuipers herbegraven op het ereveld van de OGS te Loenen, vak E, nr. 443. De straat bij de kerk waar de overval plaatsvond, is naar de dominee vernoemd, en komt zijn voor op een gedenkteken aan de Hoofdweg in Burdaard en op een gedenkteken aan het Vrijhof te Ferwert.

Bij de kerk die je voorbij loopt hebben zich erge dingen afgespeeld. Het was zondag 4 februari 1945. Die middag was er een kerkdienst. De organiste Ebeltje Kalma waarschuwde de dominee dat er Duitse soldaten bij de kerk stonden. Bij het orgel kun je goed vanaf boven naar buiten kijken. Enkele mannen gingen naar buiten door de voordeur maar zagen alleen Duitse soldaten aan de overkant van de Ee.
Een aantal mannen klommen toen via het trapje in het kerktorentje, om zich te verstoppen maar ze vergaten het trapje ook omhoog te trekken.


Toen de kerk uitging stonden de soldaten de mensen te controleren. Mensen voor wie ze geen belangstelling hadden lieten ze lopen. Vaak oudere mensen. Eén onderduiker (Joop Arntzen) wist gewoon tussen de kerkmensen als kerkganger te ontsnappen. Ze zochten toen de hele kerk door. Ze kwamen daar ook een verzetsman tegen, Jo van der Laan, maar deze had een zo’n goed vals "paspoort" (ausweis) dat hij vrij was om de kerk te verlaten. Maar de mannen die zich in de kerktoren hadden verstopt werden wel opgepakt. Ook vonden ze daar verboden radio’s onder de preekstoel. Dominee Kuipers kreeg van alles de schuld, ook andere mensen van de kerkenraad moesten mee.


Dominee Kuipers zocht onderduikadressen, waarvan één voor een Oostenrijkse deserteur, Otto Lenk. Hij zat een paar jaar verstopt in het huis van de organiste op Wânswerterdyk nr 20. Direct achter de kerk. Niemand die dat ooit wist. Enkele malen had hij zijn slaapplaats in de kerktoren. De kerktoren werd na 15 augustus 1944 ook als uitkijkpost gebruikten en er werd een alarminstallatie aangelegd. Materiaal van de verzetsgroep was in de kerk verstopt. Dit alles was tijdelijk maar er gebeurde niets tot . . . . de overval op de kerk.


Auke Spijksma moest zijn dominee en bekenden met paard en wagen naar Marrum brengen. Je begrijpt dat het voor hem geen mooie reis was om Burdaarders naar de verblijfplaats van de vijand in Marrum te brengen. Die zelfde avond hebben verzetsmensen alle belangrijke dingen uit de pastorie gehaald die de Duitsers niet mochten vinden.


Thomas Kuurstra, geboren op 28 december 1923 te Harlingen, overleden op 17-03-1945 te Doniaga. Gedood bij de fusillade van 17 maart 1945 van tien gevangenen uit de Heerenveense gevangenis Crackstate.
 

Leerling middelbare technische school. Hij was ondergedoken op de Beatrixhoeve te Haskerhorne bij Hotze Brouwer. Behoorde tot de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij behandelde vooral het wapenvervoer, en was lid van een gevechtsgroep.

Nadat uitgelekt was geworden dat het afwerpterrein onder Haskerhorne ontdekt was geworden. De SD greep in deze opereerde in twee groepen, de ene begeleid door Roelof Knol, de andere door Wiepke Hof (beide waren al eerder door de SD gearresteerd en onder marteling gedwongen tot het prijs geven van namen en plaatsen). De eerste reed naar de boerderij van Hotse Brouwer. Vier keer waren op zijn land wapens neergekomen, drie keer waren ze eerst naar zijn boerderij gebracht. Na de arrestaties te Echtenerbrug waren zijn onderduikers verdwenen, behalve Tom Kuurstra uit Harlingen, die aan alles had meegewerkt. De boerderij zelf was op 8 februari 'schoon', maar het vee moest geholpen worden. Aan het ontbijt werden de beide mannen verrast. Thomas werd tegelijk met zijn gastheer Hotze Brouwer gearresteerd.

Later ontstond er een vuurgevecht, waarbij de Duitse Revieroberwachtmeister Platt en de Nederlandse Unterwachtmeister Kootstra werden gedood. Als vergelding werden tien politieke gevangenen uit Crackstate op het erf van de boerderij gefusilleerd. Daarna werd het gebouw in de brand gestoken. De slachtoffers werden aanvankelijk begraven in Sint-Nicolaasga. Later zijn zij herbegraven in hun eigen dorp.

De namen van de tien slachtoffers luiden:

Jelle Boersma, Hotze Brouwer, Wiepke Hof, Jeen Hornstra, Roelof Knol, Albert Koopman, Thomas Kuurstra, Dirk de Ruiter, Siebe de Ruiter en Yde Yntema.

 

 

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.