|

Franke van der Laan, (Sergeant)
geboren op 16 september
1917 te Nijehaske, overleden op 20 mei 1940 te Calais.
Diende als dpl.
Sergeant bij de 1. Compagnie van het Grens Bataljon Jagers. Omgekomen
tijdens het bombardement van 's.s. De Pavon' op 20 mei 1940. Graflocatie
is niet bekend. Zijn naam staat vermeld op het monument te Orry la Ville
bij Senlis in Frankrijk.
In mei 1940 vocht
hij in de Peellinie tegen de invallende Duitsers
waarna zijn regiment zich terugtrok op Duinkerken. Tijdens de reis op
het stoomschip 'Pavon', werd dit schip gebombardeerd. De opvarenden
kwamen om het leven. Van der Laan wordt ook vermeld op de gedenkplaat
van het Nederlandse ereveld te Orry la Ville bij Senlis (Frankrijk) en op een monument aan het Julianaplein in Heerenveen.


Sieger van der Laan, geboren op 15
januari 1907 te Heerenveen, overleden op 14-04-1945 te Tijnje.
Hij was onderwijzer aan de bijzondere
Ulo-school. Van der Laan (schuilnaam 'Wim') was lid van de Binnenlandse
Strijdkrachten en commandant van de gevechtsgroep die op 14 april 1945
contact maakte met de Canadezen. De 38-jarige onderwijzer reed mee op
een Canadese carrier toen zij uit de richting Tijnje door de bezetter
werden beschoten. Er ontstond een vuurgevecht, waarna de bezetter met de
handen omhoog uit de mangaten kwam. Van der Laan trad als tolk op toen
de overgave werd geregeld. Plotseling trok de Duitse commandant zijn
pistool en schoot Van der Laan dood. Vervolgens schoten de Canadezen de
groep Duitsers neer. Van der Laan werd begraven op de Algemene
begraafplaats te Heerenveen. In deze stad is een straat naar hem
vernoemd.

Sijbren Lautenbach, geboren op 5
november te 1919 te Dronrijp,
overleden op 23-04-1945 te Bergen-Belsen.
In het boekje 'Opdat wij niet vergeten'
van Bouke Faber en Leo van Wijk staat het volgende te lezen: 'In de
zomer van 1944 was er in de straat opschudding ontstaan omdat het gezin
Van der Sloot hals over kop was gevlucht met achterlating van al hun
bezittingen. In de middag kwam Sijbren Lautenbach naar de Jan de
Witstraat 33 te Delft. Hij was tuinder en verzetsman. Toen hij
zijn fiets voor het raam zette, zag hij in de kamer de Delftse
SD-rechercheurs J. Eckhardt en F.D. Willemse zitten, die hij
onmiddellijk herkende. De verzetsman trachtte zo snel mogelijk op zijn
fiets weg te komen.
Genoemde SD'ers stormden naar buiten en Eckhardt schoot de man als een
hond neer. De zwaargewonde Lautenbach stierf op 23 april 1945 in het
concentratiekamp Bergen-Belsen.

Hendrik Theodorus Lemson,
(belastingambtenaar) geboren op 15 april 1924 te Maatricht,
overleden op 07-04-1945 te Makkum, waar hij was ondergedoken.
Tijdens een razzia op 7 april 1945 werd hij gearresteerd
en op dezelfde dag met vijf anderen gefusilleerd achter de toenmalige
marechausseekazerne. Zij waren in de veronderstelling dat dit het
hoofdkwartier van de verzetsbeweging was. Er werd echter niets gevonden.
Vervolgens werd een razzia uitgevoerd in de plaatselijke
conservenfabriek van Van den Berg. De bezetter had een lijst met namen
die door een verrader was samengesteld. In de fabriek en in het dorp
werden verscheidene arrestaties verricht, terwijl in de fabriek ook
wapens werden gevonden.
Nadat uit Schraard de veehouder Fetze Elgersma
en zijn onderduikers Jan Emmens uit Zuidbroek en Hermanus Falkena uit
Hilversum waren opgehaald, werden zes mannen, na zwaar te zijn
mishandeld, om vier uur achter de inmiddels in brand gestoken kazerne
doodgeschoten: Hobbes Dijkstra, Hendrik Lemson, Sjoerd Adema,
Jacobus Keller, Fetze Elgersma en Hermanus Falkena. De naam Falkena komt
niet op het monument voor, omdat hij geen lid van de NBS was. Jan Emmens
werd met de andere arrestanten naar Sneek gebracht. Op 15 april 1945
werd zijn stoffelijke overschot, doorzeefd met kogels in de sloot bij
Anna Paulowna gevonden. Begraven op de hervormde begraafplaats te Makkum.

Hendrik Jacob Lever (sr), geboren op 16
juni 1891 te Groningen,
overleden op 08-03-1945 te Dachau.
Groep Lever: Tijdens de Tweede
Wereldoorlog was Santema een van de oprichters van de "Verzetsgroep
Lever", een verzetsgroep uit Sneek rond de familie Lever. De kern van
deze verzetsgroep werd gevormd door Santema, Hendrik Jacob Lever en
diens drie kinderen, Jan Lever, Hendrik Jacob Lever Jr. en Meta Lever.
Oorlogsmonumenten - Monument-detail

Jan Lever (jr.)
(schuilnaam Jan de Boer)
geboren op 11 augustus 1922 te
Groningen,
overleden op 21-07-1944 te Eenrum.

Hendrik Jacob Lever, geboren op 26 december 1923 te
Groningen, overleden op 18 augustus 1944 te Vught.

Andries (Anje) Lok, geboren op
8 december 1903 te Siegerswoude,
overleden 20-05-1944 te Appelscha. 19/20 Mei1944 Silbertannemoord op
hoofdonderwijzer Andries Lok te Appelsga.
Op 1 okt. 1930
werd te Appelscha, 3e wijk, nog een openbare lagere school
geopend: Appelscha-Ravenswoud School no. 3. Het eerste hoofd
werd Andries Lok, onderwijzer te Haulerwijk. Hij is op 20 mei
1944 is hij door de Duitsers - oud 40 jaar- gefusilleerd. De
school kreeg daarom in 1948 de naam: Meester Lok school.
Tijdens de bezetting hielp Anje Lok onderduikers
aan onderdak en voorzag hij hen van bonkaarten. Ook had hij het
joodse jongetje Hans Slosch in huis. Toen bleek dat een van de
onderwijzers op school een aanhanger was van de NSB, werd het
kind naar een ander onderduikadres gebracht. Met de NSB'er in de
buurt werd het steeds moeilijker voor Lok om zijn illegale werk
voort te zetten, maar hij weigerde onder te duiken.
In de avond van 19 mei 1944 vertelde Lok aan zijn vrouw dat hij
bonkaarten voor de onderduikers in de lege schoolkachel had
verstopt. Diezelfde nacht werd er bij hem aangebeld. Twee mannen
vroegen of Lok mee wilde gaan om een getuigenverklaring af te
leggen in Assen. Terwijl zijn vrouw en twee kinderen hem in het
donker nakeken, werd Lok door de twee SS'ers in de tuin van zijn
woning (naast de school) doodgeschoten. De daders renden naar
een gereedstaande auto, die met gedoofde lichten wegreed. Deze
Silbertanne moord, waarbij willekeurige Nederlanders zonder vorm
van proces werden neergeschoten, was een vergelding voor een
aanslag op landwachter Kees Harterhof. Lok werd gecremeerd in
Driehuis Westerveld. Zijn urn werd later begraven op het
Nederlands ereveld in Loenen (gemeente Apeldoorn).

Pieter Ane Glastra van Loon,
(schuilnaam "Pedro") geboren 29 januari 1913 te Rinsumageest, overleden
08-03-1945
te Dongjum.
Hij was onderwijzer aan de Scharnegoutumer school
voor Christelijk Volksonderwijs. Tijdens de bezettingsjaren
sloot hij zich aan bij de Landelijke Organisatie voor hulp aan
Onderduikers in de gemeente Wymbritseradeel en heeft hij samen
met andere verzetsmensen een overval gepleegd op het
gemeentehuis van Baarderadeel in Mantgum. Uiteindelijk moest hij
onderduiken op de boerderij van de familie Bouma aan de
Leeuwarderstraatweg in Scharnegoutum, waar de Sicherheitspolizei
op 8 februari 1945 een inval heeft gedaan.
Op het erf werden
wapens en explosieven gevonden. De boer, zijn twee zonen en een
onderduiker werden gearresteerd, maar Glastra van Loon en zijn
maat Heinrich Röth wisten zich te verstoppen in een holle ruimte
boven een kast. Toen zij vier dagen later uit hun schuilplaats
kwamen, werden ze gearresteerd.

Cornelis Luinstra, geboren op
31 maart1924 te Warfstermolen,
overleden op 04-05-1943 te Hoogezand.
In de Tweede
Wereldoorlog vonden drie grote stakingen plaats. De meistaking
van 1943 was de tweede staking. De aanleiding was de op 29 april
1943 gepubliceerde proclamatie van Generaal Friedrich
Christiansen, de militaire bevelhebber in Nederland, die inhield
dat alle 300.000 aanvankelijk vrijgelaten Nederlandse
krijgsgevangen werden opgeroepen om opnieuw in
krijgsgevangenschap te worden weggevoerd. Hierop brak spontaan
een wilde staking uit, die vooral in de drie noordelijke
provincies bloedig werd onderdrukt en onder meer leidde tot een
massagraf in de Appèlbergen.
De bezetters hadden zo’n massale opstand niet
verwacht, en vermoedden een netwerk van verzet. De bevolking
moest zo snel mogelijk weer in het gareel worden gedwongen.
Haastig werden verordeningen opgesteld, zoals de avondklok en
het verbod op samenscholing en werkweigering. Wie zich niet aan
de verordeningen hield, werd krachtens het standrecht
veroordeeld. Dit standrecht werd op 30 april geproclameerd om
gearresteerden snel te kunnen berechten. Het vonnis hield de
doodstraf of langdurige gevangenschap in.
Het was niet zozeer belangrijk dat overtreders juist werden
gearresteerd en berecht, nee, het was belangrijk dat er
doodvonnissen werden geveld. De namen van de gefusilleerden
werden onmiddellijk gepubliceerd in dagbladen en op grote
hardroze aanplakbiljetten. Dit was bedoeld om de bevolking te
laten weten dat daadwerkelijk hard werd opgetreden. Om de
bevolking extra te intimideren werden de lichamen van een aantal
gefusilleerden door de bezetters verborgen op een geheimgehouden
plaats. Het was willekeurig welke lichamen de bezetters op
straat achter lieten en welke ze verborgen. Ook werd expres
onjuiste informatie verstrekt, zoals de mededeling dat
gearresteerden nog leefden.
De meistaking duurde van 29 april tot 5 mei 1943. Landelijk
kostte de meistaking 175 slachtoffers. Van hen vielen 60 in de
drie noordelijke provincies. Van deze 60 slachtoffers werden 34
verborgen ‘op een plaats die niet bekend gemaakt werd’.
Massagraf.
Op 30 november en 1 december 1945 werden
negentien van hen, op grond van ooggetuigenverklaringen,
gevonden in het militair oefenterrein de Appèlbergen bij Haren.
Van hen werden achttien geïdentificeerd. Het betrof de zestien
slachtoffers van het bloedbad in Marum: Andries Hartholt, zijn
drie zoons Dirk, Albert en Hendrik, zijn aanstaande schoonzoon
Berend Assies, Eeuwe de Jong, Sibbele de Wal, Uitze van der Wier
en zijn twee broers Jelle en Steven, de broers Karst en Jan
Doornbosch, Gerrit van der Vaart, Geert Jan Diertens, de
onderduikers Frits van de Riet en Johannes Glas. Ook werden
Berend Trip en Jan Postema in het massagraf gevonden. De
achttien slachtoffers werden herbegraven in hun woonplaatsen.
Het negentiende slachtoffer werd als ‘onbekende’ herbegraven.
De andere zestien slachtoffers bleven vermist: Grietje Dekker,
Jogchum van Zwol, Broer de Witte, Harm Bakker, Egbert Thoma, de
broers Herman en Eisso Kleefman, Rienold Terpstra, Paulinus
Nieuwold, Gerrit Imbos, Willem van Rossum, Cornelis Luinstra,
Bouke de Vries, Dirk Fokkens, Jan Eisenga en Harm Bos.
Onzekerheid was verscheurend.
Eind 1948 werd uit verklaringen van gearresteerde
Duitse getuigen vernomen dat deze nog vermiste slachtoffers óók
in de Appèlbergen waren begraven, vlak bij de slachtoffers die
al gevonden waren. De overheid deed pogingen de graflocatie te
achterhalen. Aan verschillende ooggetuigen die in Duitsland
verbleven, werd zelfs beloofd dat ze niet gearresteerd zouden
worden als ze de graflocatie aan zouden wijzen. De getuigen
weigerden medewerking.
De families van de zestien vermisten werden niet van de nieuwe
informatie op hoogte gesteld. Bij verschillende families mocht
de deur niet op slot. Stél dat hun zoon of vader terug zou
komen? Andere nabestaanden gingen naar het treinstation als er
weer vrijgelaten krijgsgevangenen uit ‘het oosten’ arriveerden.
De onzekerheid was verscheurend. De nabestaanden konden de
gebeurtenissen op geen enkele manier verwerken.
Ten eerste was het niet zeker of hun familielid dood was of
leefde. Welk verhaal moesten ze in hun leven inpassen? Ten
tweede was er geen zekerheid over de verblijfplaats van hun
familielid. Is hij of zij begraven, en zo ja, waar dan? Of
weggevoerd, en zo ja, waarheen dan? Leeft het familielid in
gevangenschap of is hij of zij gehersenspoeld? Ten derde tastten
nabestaanden volledig in het duister over wat er precies was
gebeurd. Ze misten informatie om greep op de gebeurtenissen te
kunnen krijgen. Ten vierde zorgde de willekeur waarmee de
bezetters in 1943 de staking hadden neergeslagen, voor vele
malende vragen.

Bauke Lyklema, geboren op 1
juni 1916 te Drachten, overleden op 16-04-1945 te Birdaard.
Hij was werkzaam bij de gemeentelijke
reinigingsdienst. Als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten had
hij zich opgegeven om mee te werken aan de zuivering van het nog
bezette gedeelte van Friesland. Bij Steenendam, op de splitsing
Oudkerk - Rinsumageest en Birdaard, kwam het op 15 april 1945
tot een vuurgevecht met de bezetter. Zwaar gewond werd Bauke Lijklema
naar een Leeuwarder ziekenhuis gebracht, waar hij de volgende
dag stierf. Hij werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats
in Drachten.
Bij café Het Oude Tolhuis van
Melle Jellema op Steenendam, de splitsing van de wegen naar
Oudkerk, Birdaard en Rinsumageest, hoort de BS-groep waar
Neuteboom en zijn maat zich hebben verschanst. De boerderij van
Keulen ligt een paar honderd meter ten noordwesten van het café.
De groep gaat er op af en sommeert de twee in de boerderij zich
over te geven. Die zijn dat niet van plan. Pas als er hulp komt
van Canadezen komt Neuteboom naar buiten. Hij doet alsof hij
zich wil overgeven. Bauke Lyklema van de sabotagegroep wil hem
ontwapenen. Neuteboom laat hem dichterbij komen en gooit dan
onverwacht een handgranaat naar Lyklema, die dodelijk wordt
getroffen. Neuteboom wordt meteen neergeschoten. De Duitser laat
zich daarna nog niet zien. De Canadezen schieten de boerderij in
brand. Tien koeien en het jongvee komen in de vlammen om. Later
vinden de mannen het verkoolde lijk van de Duitser in de schuur.
Aanvulling van Jelle Reitsma:
Bauke was de zoon van Lourens Lijklema en
IJbeltje Mars en was de oudste broer van mijn moeder Teatske
Lijklema. Omke Bauke liet bij zijn overlijden zijn vrouw Sietske
Tuinstra en drie dochtertjes Antje (Anneke), IJbeltje (Iepie) en
Aukje (Ike) na.
|