Friese Verzetsstrijders - bevrijders en andere betrokkenen.

 

A | B | C | D | E | F | G | H | J | K | L | M | N | O | P | R | S | T | V | W | IJ | Z |

 

 

Assies Markus, (Chef van de onderafdeling vervoer van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in oorlogstijd te Assen. ) geboren op 26 januari 1919 te Ooststellingwerf, overleden op 6 juni 1944 te Overveen.

Wonende aan de Oosterparralelweg 59 in Assen. Schuilnaam 'Max'. Op 23 oktober 1939 werd hij benoemd tot vaandrig bij het Wapen der Infanterie. Hij speelde een belangrijke rol bij de LKP in Drenthe, Friesland en Groningen. Hij hield zich bezig met het voorbereiden van overvallen, het onderbrengen van onderduikers en geallieerde piloten. Verder was hij actief bij het Nationaal Steunfonds. Op 28 februari 1944 werd hij gearresteerd. Diverse ontsnappingspogingen mislukte.

Tot eind april 1944 zat hij gevangen in het Huis van Bewaring in Assen, waarna hij werd overgebracht naar het Huis van Bewaring in Groningen. Omstreeks 21 mei werd hij op transport gesteld naar Kamp Amersfoort en na enkele dagen ging hij naar Kamp Vught. Met eenentwintig anderen werd hij door het Polizeistandgericht 's-Hertogenbosch ter dood veroordeeld. Markus Assies werd herbegraven op de Erebegraafplaats in Bloemdaal (Vak 23).

Bekende onderscheidingen: VZK

Verzetskruis 1940-1945. K.B. no. 14 van 16 december 1952 (postuum)


Roelof van der Meer, (winkelbediende) geboren op 28 november 1918 te Parrega, overleden op 17-04-1945 te Makkum.

Op maandag 16 april 1945 was een sectie van de NBS van het district Bolsward geconcentreerd in Kievitshorne. Samen met de Canadezen werd Wons bezet en in de loop van de middag werd met een tweede groep een hooggelegen boerderij van Landzigt onder de rook van Makkum aangevallen, waarin de bezetter zich had verschanst. Het open terrein bood vrijwel geen dekking. Schelte Bruinsma en Simon Sipma raakten bij dit vuurgevecht zo zwaar gewond dat ze aan de gevolgen overleden. Op 17 april kreeg een groep van de NBS opdracht om op te rukken naar de brug bij boerderij Laanzigt onder Makkum om deze te bezetten of zo nodig op te blazen.

De groep ging iets te ver vooruit en kwam in het schootsveld van de bezetter terecht. Rindert Gerrit Anema en Roelof van der Meer sneuvelden bij deze actie. Om de rest van de groep de gelegenheid te geven zich terug te trekken, hield de brenschutter Hendrik Postma uit Exmorra de bezetter onder vuur. Deze heldhaftige poging kostte hem echter wel het leven.


Anne Meinema, geb. 24-04-1913, melkrijder, lid "Oranjewacht", gearresteerd wegens schoonmaken en vervoer van wapenen op 29-04-1941, in het "Oranjehotel" gezeten tot 31-03 1942, cel 437, 435, 508, vervoerd naar Amersfoort, overleden in Neuengamme, Februari 1944.

Wim van Houte, verteld over zijn vader, in die tijd gereformeerd predikant te Terneuzen, die met Anne Meinema in 1942 in kamp Amersfoort gezeten.

"Mijn vader en Anne Meinema sloten in kamp Amersfoort vriendschap, mijn vader was in het bezit van een zakbijbeltje en daaruit hebben deze beide mannen troost geput. Op zeker moment heeft mijn vader dat bijbeltje aan zijn vriend gegeven en in ruil daarvoor kreeg hij het tabaksdoosje van Anne Meinema. (Zie bijgaande foto). Achterop het doosje staat heel onduidelijk een herinnerings tekst gekrast met daarbij aan de rechterkant het jaartal 1942.

Dat was bijna niet leesbaar zodat iemand die in het kamp "Pa " werd genoemd de klus nog eens heeft overgedaan maar nu goed leesbaar. (Aan het woord herinnering ontbreekt een "n",maar dat maakt het origineler). Na de oorlog ontving mijn vader van mevrouw Meinema, bericht dat haar man in Duitsland was omgekomen. Financieel had ze het niet breed en daarom heeft mijn vader toendertijd actie ondernomen haar financieel te steunen. Het gezin woonde in Hoogkerk, provincie Groningen. Later zijn mijn ouders met hun gezin ook naar de provincie Groningen verhuisd, maar van enig contact heb ik nooit meer iets gemerkt. Ik weet ook niet of er nazaten zijn, geen idee".

NB. Dit voegt niet zoveel toe aan de gegevens die al bekend zijn, maar goed u hebt dit verhaal. Hoe ik op dit spoor kwam ? Ik was op zoek naar activiteiten van N.J. de Koning een man die in 1944 vanuit Engeland bij Haulerwijk werd gedropt om de leden van het verzet met wapens te leren omgaan. Ik heb hem persoonlijk gekend".

 


Ernst Meinsma, (landbouwer) geboren op 4 maart 1889 te Nes, overleden op 22-01-1945 te Dokkum.

In zijn boerderij werden wapens verborgen, die afkomstig waren van het droppingterrein bij Aalsum. Op 8 december 1944 deed de Grenzschutz uit Oostmahorn huiszoeking op de hoeve, waarbij een radiotoestel werd aangetroffen. Meinsma moest mee en werd naar Leeuwarden gebracht, waar hij aan een zwaar verhoord werd onderworpen. Op 22 januari 1945 werd hij met 19 anderen aan de Woudweg bij Dokkum gefusilleerd, als represaille voor de liquidatie van de Duitse SD’er Jakob Maus en diens Belgische chauffeur Raoul de Keuckelaere te De Valom Oorspronkelijk begraven te Dokkum en later herbegraven op de bijzondere begraafplaats te Nes


Bernard Melot, (Directeur sociale zaken) geboren op 18 januari 1897 te Leeuwarden, overleden op 18-08-1944 te Vught.

De ware toedracht rond de arrestatie van Bernard is nogal onduidelijk en dat zal ook wel zo blijven. Volgens sommigen is hij betrokken geweest bij het NSF, volgens anderen bij de Friese LO. Bernard is misschien wel gearresteerd omdat hij als directeur van sociale zaken uitkeringen verstrekt heeft aan de gezinnen van onderduikers en verzetslieden.

Bij zijn arrestatie vindt de SD een radio en een bedrag van f 5600,-. Beide vondsten zijn voor de Duisters in ieder geval reden genoeg om Bernard te arresteren. In de nacht van Bernards arrestatie, de nacht van 25 op 26 juli 1944 worden echter nog veel meer Friese verzetslieden gearresteerd.

Na de arrestatie van Bernard probeert zijn vrouw hem vrij te krijgen. De Nederlandse SD-ers die bij Bernards aanhouding betrokken zijn geweest hebben later verklaard dat Bernard slechts een licht geval is. Wellicht spelen er dan ook persoonlijke motieven bij de arrestatie van Bernard. Zo is een van de SD-ers nooit toegelaten bij de plaatselijke bridgeclub, waar Bernard bestuurslid van is.

Na de liquidatie van enkele Duitse sympathisanten door de KP Leeuwarden wordt Bernard met 15 andere Friezen op 18 augustus 1944 door de Duitsers gefusilleerd.  Melot is gefusilleerd, daarna gecremeerd en heeft daarom geen aanwijsbaar graf.


Johannes  Meppelink, geboren op 31 juli 1906 te Meppel, overleden op 23-04-1945 te Neuengamme.

 

Foto van Wim van Veen: Links zien we Arnoldus van Veen en Rechts Johannes Meppelink. Hier is dan ook gelijk de vraag "Wie kan hier meer over vertellen?"

Wim van Veen verteld: Arnoldus van veen moest zich aanmelden tijdens de 2wo aan de Duitse bezetters ,melden voor de arbeidsdienst. Hij werd gekeurd en ingeënt zoals vele moesten. Rond dezelfde tijd was de besmettelijke ziekte roodvonk uitgebroken in het gezin van Arnold, ook hij kreeg deze ziekte en is naar een aantal dagen aan hersenvliesontsteking overleden (was hij verzetsstrijder ?) Wat betreft dat er niets van Johannes Meppelink, bekent is kan ook komen omdat vele gecremeerd werden in Neuengame, en hun as verstrooid werd over de tuinen van de SS. "Zou graag weten wat de connectie was tussen Arnoldus van Veen en Johannes Meppelink. Mijn vader had niet voor niets deze foto goed bewaard. Graag reacties naar


Rijkje van Meekeren, (ambtenaar bij de Nederlandse Spoorwegen) geboren op 27 april 1895 te Hindeloopen, overleden op 18 november 1944 te Herbaijum. 

In de 2de wereldoorlog was hij naar aanleiding van de door de regering in ballingschap te Londen geproclameerde algehele spoor- en tramstaking in september 1944, ondergedoken in de Kleine Hoogstraat. Toch werd hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd. Op de Rijksweg waren kopspijkers gestrooid.

Als represaille werden Rijkje van Meekeren, Bote Lieuwe Dijk en Julius Gast op Zaterdag 18 November 1944 bij Herbijum gefusilleerd. Dijk werkte ook bij het spoor. Oorspronkelijk begraven op de hervormde begraafplaats te Herbaijum, maar later herbegraven op de bijzondere hervormde begraafplaats te Leeuwarden-Huizum. Hun namen staan op het monument op het perron van station Leeuwarden.


Luite Middendorp, geboren op 8 maart 1924 te Terband, overleden 14 april 1945 te Bergen-Belsen.

Op 23 juni1944 is tijdens een razzia Luite Middendorp gearresteerd. Hij was gearresteerd door een groep landwachters onder leiding van Hendrik Melker, omdat hij een 11-jarig joods meisje Henriëtte (Henny) Waas uit Amsterdam, verborgen hield in zijn huis. Hij werd via  de gevangenis in Leeuwarden overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort en van daaruit op 16 oktober 1944 getransporteerd naar het concentratiekamp Neuengamme (Dsl). Vervolgens overgebracht naar het concentratiekamp in Bergen-Belsen. Eén dag na de bevrijding van Oosterwolde is hij overleden aan uitputting in Bergen-Belsen.


Harrit Miedema, geboren op 17 januari 1904 te Oostdongeradeel, overleden op 27-10-1944 te Leeuwarden.

Harrit Miedema 1904 - 1944. Bron: Een laatste saluut. Fryslân in de Oorlog. Opgedragen aan 4100 slachtoffers. Deel/Blz.: 453. Roelof Miedema 1917 - 1944 ...

Centraal Bureau voor Genealogie - Centrum voor Familiegeschiedenis  

 


Anne Minnema, geboren op 7 maart 1910 te Damwoude, overleden op 23-02-1945 te Neuengamme. Over Anne is verder niks bekend.


Geert van der Molen, geboren op 20 juni 1912 te Nijega, overleden op 31-03-1945 te Leeuwarden.

Als gemeentelijk wegwerker liep hij elke dag gevaar opgepakt te worden in verband met de arbeidsinzet. Daarom besloot Van der Molen onder te duiken. Hij was medewerker van een verzetsorganisatie, Tijdens bietenvervoer met een praam op 31 maart 1945 ter hoogte van de Boksumerdam onder de rook van Leeuwarden werd het vaartuig beschoten door geallieerde vliegtuigen. Hij raakte ernstig gewond en overleed diezelfde nacht. Van der Molen werd begraven op de Hervormde begraafplaats in Poppingawier.


Luitjen Mulder, (Bedrijfsleider veehouderij en administrateur van het waterschap De Brekkenpolder) geboren  25 juli 1918 te Follega, op de foto circa 20 jaar, overleden op 08-01-1945 te Heerenveen, laatste woonplaats Brekkenpolder/Lemmer.

 

Zwijgende KP’er Luitjen Mulder werd door Duitsers doodgeslagen in Crackstate.

Lemmer:

Acht januari 1945 overleed in de beruchte gevangenis achter Crackstate in Heerenveen de verzetstrijder Luitjen Mulder uit de Brekkenpolder. Louis Molennaar, zoals zijn schuilnaam was, zweeg als het graf toen de Duitsers hem na zijn arrestatie in Echtenerbrug voordurend onder verhoor namen. De moffen knuppelden hem dood in Crackstate, en wierpen het stoffelijk overschot in een water nabij de Fammensrakken tussen Sneek en Joure een half jaar latere in juli 1945 door een passerende schipper ontdekt.

Aanvankelijk werd Luitjen in Langweer begraven. (Men wist niet dat het de verzetstrijder uit de Brekkenpolder betrof). Op dinsdag 7 augustus 1945 werd hij met militaire eer begraven op de algemene begraafplaats te Lemmer. Er is in Lemmer een straat in het Rienplan naar hem vernoemd is. Iemand die veel van Luitjen Mulder weet is zijn neef en oud verzetstrijder, de 74 jarige Benjamin Steegega uit Balk. We stelden dit verhaal samen na een vraaggesprek met hem, en gebruik te maken te maken van gegevens, beschikbaar gesteld door zijn broer van Luitjen, de heer Boúwe Mulder uit Joure, tot voor kort veehouder in Delfstrahuizen.

 

De gevangenis achter Crackstate (thans het representatieve gedeelte van het gemeentehuis in Heerenveen) waarin Luitjen Mulder uit Lemmer door de Duitsers werd doodgeslagen. De gevangenis werd in het eind van de 19-de eeuw gebouwd en was tor 1923 toen de rechtbank in het huis Crackstate opgeheven, in gebruik. De kantonrechter bleef zitting houden, terwijl ook het registratiekantoor er onderdak vond. Het huis van bewaring werd in de tweede wereldoorlog weer gebruikt door de Duitse bezetter voor het gevangen zetten van ondermeer verzetstrijders als Luitjen Mulder, Albert Koopman, Wiepke Hof, Hendrik en Hendrikus de Jong, allen Uit Lemsterland. De laatse twee genoemden zij nog in leven. De eerste vier vonden als gevolg van het gevangen zijn in de gevangenis achter Crackstate de dood.

Onderwijzer Luitjen Mulder.

Luitjen Mulder was 24 jaar toen hij een administratieve functie op het kantoor van scheepswerf Arie de Boer, in Lemmer kreeg. Luitjen, een zoon van veehouder Johannes Mulder en Piertje Hospers (zuster van de moeder van onze informant Benjamin Steegenga) uit de Brekkenpolder had de onderwijsakte op de Chr.Kweekschool in Sneek behaald, maar was er nimmer in geslaagd een baan in het onderwijs te krijgen.

Aan het eind van de dertigerjaren was er weinig werk in het onderwijsgevende. Luitjen voelde er niets voor om thuis te zitten en ging daarom aan het werk in Lemmer. In 1943 werd hij, als andere jonge mannen, opgeroepen voor Duistland. De boerenzoon dacht er in de verste verte niet aan in Duitsland aan het werk te gaan. Hij dook onder overdag zwierf hij door de Brekkenpolder en omgeving en 's nachts was hij thuis op een afgelegen boerderij . Dit leven beviel Luitjen allerminst.

Hij was vervuld van afkeer jegens het Duitse gezag in Nederland. Moest hij het barbaars gedrag van de oosterburen blijven slikken? Of kon je je er ook tegen verzetten? Luitje zocht contact met zijn neef Benjamin Steegenga, rayonhoofd van de landelijke organisatie van onderduikers in Balk. Luitjen wilde in het verzet.

Luitjen in het verzet.

Benjamin Steegenga had overal zijn contactmensen, zo kende hij ook de Heer Onderweegs uit de Schoolstraat uit Lemmer, die werkzaam was op het gemeentehuis in Lemmer en in de ondergrondse zat. Ook kende Steegenga de werkers in de illegaliteit Fokelinus van der Wal en Dominee Wessels van de Gereformeerde kerk. Toen Steegenga, Luitjen in contact  wilde brengen met van der Wal, commies bij de belastingen, bleek deze op 18 april 1943 in kamp Vught te zijn overleden. Met behulp van Onderweegs en Wessel werd Luitjen bij de verzetsbeweging in Echtenerbrug gevoegd, daar maakte hij kennis met mannen als Roelof Knol.

Roelof knol (schuilnaam Wim Reinders), Fillippus Spits, Wiepke Hof, en Albert Koopman. Spits had een groente winkel in Echtenerbrug en Hof een zaak in landbouwwerktuigen klompen en rookartikelen. Zij en anderen waren met Wytse Wiersma uit Sneek, waar al een knokploeg was, de oprichters van de KP in Echtenerbrug, waar meer dan 100 joden en anderen zaten ondergedoken.

Luitjen werd in de ploeg van zeer actieve verzetstrijders van Echtenerbrug opgenomen. Al vrij gauw, dat wil zeggen nog maar nauwelijks goed ingewerkt. Werden hij en Roelof Knol, afkomstig uit Meppel, de leiders van de KP, na dat leider Arie van der Pol(schuilnaam voor Henk Akse ), was gearresteerd op 20 maart1944 in Steenwijk.

 

Foto uit het familie archief van de familie Mulder: De boerderij van Johannes Mulder en zijn vrouw Piertje Hospers in de Brekkenpolder, waar alle kinderen zijn geboren. Uit dit huwelijk werden vier zoons geboren, te weten Igge, Hendrik, Luitjen en Jelle. Later is Johannes getrouwd met Aaltje van der Berg. Uit dit huwelijk werd Bouwe Mulder geboren. Voordat Luitjen in het verzet ging, was hij enige tijd ondergedoken op de boerderij.

 

Foto uit het familie archief van de familie Mulder: De boerderij van de familie Mulder in de Brekkenpolder.

 

Overval op distributie kantoor Kuinre.

Het eerste grote karwei waarbij Luitjen betrokken was, was de kassier van het distributiekantoor in Langweer helpen onderduiken. De kassier nam duizenden bonkaarten en anderen distributiepapieren mee uit het kantoor. De ondergrondse van Echtenerbrug vond via via een schuilplaats voor de kassier in Overijssel

Ruw ging het er aan toe na het leeg halen van het distributiekantoor te Kuinre op 13 juni 1944. Op dat kantoor was kassier van der Hulst werkzaam, die op het eerste gezicht een neutraal man was, maar volgens KP Chef Wytse Wiersma uit Sneek een levensgevaarlijke verrader was. Van der Hulst moest aan de kant. Tijdens de overval op het distributiekantoor werd de brandkast op een bakfiets geladen en achter de auto van iemand van de KP gebonden.

De kassier werd gedwongen plaats te nemen in de auto. Er werd koers gezet naar de boerderij van Toering aan de Kempenaersweg in Echtenerbrug (De vrouw van boer Toering, Liesbeth Spits is een zuster van de eerdergenoemde Filluppus Spits, Toering woond nu in Frankeijk)

Op de kleine boerderij werd de brandkast gekraakt en voor de bonnen een goed heen komen gevonden. Van der Hulst was inmiddels door een van de KP’ers waarschijnlijk Chef Wytse, van het leven beroofd met een pistoolschot. De kassier werd met de brandkast in een groot gat op het erf van Toering begraven. Dat van der Hulst zonder pardon werd doodgeschoten kwam vooral doordat hij de KP’ers treiterde met het zeggen dat hij er wel voor zou zorgen dat de Duitsers hen te pakken kregen. Toen was het voor de mannen wel duidelijk, Hij de pijp uit of zij.

 

Na het bundelen van de verschillende verzetorganisaties in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten werd Nederland in gewesten verdeeld. Gewest 1 was Friesland met de heer Arie Meyer als commandant. De provincie werd weer opgedeeld in districten. De Zuidwesthoek was district vier, dat de gemeenten Workum, Hindelopen, Stavoren, Hemelumer, Oldeferd, Sloten. Doniasterstal, Gaasterland, en Lemsterland omvatte. Het Districtsbureau bevond zich in Balk. Op de foto de districtsstaf van de NBS.  De eerste vlnr.: J.J. de Koning. Commandant S. de Jong, en H.L. Tissot. Tweede rij vlnr.: P.  Epema, B.H. Steegenga, Tuinier, S. Praamsma, B. Steegenga ( onze informant) en J.Th. Poot.

 

Vorming NBS

In de nacht van 8 oktober op 9 oktober 1944 werd in de omgeving van Veenhuizen de heer N.J. de Koning gedropt om wapeninstructies te geven aan leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Waarvan sinds 3 september 1944 Prins Bernhard opperbevelhebber was. De NBS was bedoeld om het gewapend verzet door verschillende organisaties te bundelen onder één gezag, dit in het belang van de hele natie, de Koning werd instructeur voor de NBS in Friesland.

Hij die reisde onder de schuilnaam Prins, werd door Benjamin Steegenga die toen een kleding zaak had in Balk en nu nog heeft, naar Marten van der Groot in Sondel gebracht. Daar werd de NBS’ers ’s nachts geleerd met de nieuwe wapens om te gaan. Een dag later haalde Luitjen Mulder en Roelof Knol de instructeur op en brachten hem naar het stoomgemaal in Echten, waar ook een nacht les in het hanteren van nieuwe wapens plaats vond. In die dagen werden veel wapens in de omgeving van Haskerhorne gedropt en naar verschillende bestemmingen gevoerd door de KP van Echten en Echtenerbrug. Een aantal wapens was voor Benjamin Steegenga en zijn mannen in Gaasterland bestemd.

 

Eén van de cellen in het huis van bewaring achter Crackstate, waarin gevangenen door de Duitsers werden gemarteld

Een drama.

Op 24 oktober 1944 werden twee KP’ers en op 29 december in het zelfde jaar worden zo’n 20 verzetsstrijders door de Duitsers opgepakt in de omgeving van Diever en Noordwolde. Zij waren op de hoogte van het werk van hun collega's in Echten en Echternerbrug. De Duitsers sloten de gevangen genomen illegale werkers op in Crackstate in Heerenveen, waar ze zo werden gemarteld, dat ze de gevraagde namen van leden van de KP uit Echtenerbrug noemde. De moffen noteerde de namen van Luitje Mulder, Roelof Knol, Wiepke Hof en Albert Koopman.

In de nacht van 2op3 januari 1945 had de KP een graanschip in Echtenerbrug gelost. De schipper voer voor de Duitsers. Na dat het karwei was geklaard gingen Luitjen en Roelof Knol naar de winkel van Wiepke Hof in de Duimstraat in Echtenerbrug om daar te slapen. Normaliter sliepen zij bij Albert Koopman, een zwager van Wiepke, die tegen over de pastorie van de Gereformeerde kerk woonde. Maar Albert’s vrouw Trijntje (hof) zou die nacht een kleine krijgen en daarom gingen Luitjen Mulder, en Roelof Knol, voor een nacht bij Wiepke slapen.

(Wiepke Hof werd geboren op 8 september 1916 in Echten. De 28-jarige winkelier in Echtenerbrug was medewerker van de Knokploeg. In de avond van 13 juni 1944 werd het distributiekantoor in Kuinre leeggehaald. Roelof Knol (schuilnaam 'Wim Reinders') had zich in dit kantoor laten insluiten om 's avonds zijn makkers binnen te kunnen laten. De buit zat in een brandkast die de KP'ers ter plaatse niet open konden krijgen. Daarom vervoerden ze de brandkast op een bakfiets, gesleept door een personenauto, naar Echtenerbrug. Hof bestuurde de bakfiets. Verder werkte hij mee aan het verspreiden van gedropte wapens die van het afwerpterrein in het Katlijker Schar kwamen. Op 3 januari 1945 deed de Sicherheitsdienst een inval in de woning van Hof, waar Luitjen Mulder en Roelof Knol waren ondergedoken. De drie mannen werden naar Heerenveen gebracht, waar in de gevangenis Crackstate zware verhoren volgden. Hof en Knol waren twee van de tien slachtoffers van de represaillemaatregel op het erf van de veehouder Schotanus in Doniaga op 17 maart 1945. Hof werd begraven op de N.H. begraafplaats in Echten.)

In de vroege morgen van 3 januari verscheen een Duitse overval wagen voor de winkel van Wiepke (. De Duitsers sloegen een goede slag, ze pakte in een keer 3 belangrijke KP’ers op: Luitjen Mulder, Roelof Knol, en Wiepke Hof. Het drietal werd naar Crackstate vervoerd en zwaar verhoord.

De antwoorden op de Duitse vragen werden hen uit de mond geslagen, Roelof Knol (schuilnaam Wim Reinders) werd gedwongen met zijn blote handen het lijk van de verader van der Hulst uit Kuinre op het erf van Toering aan de Kempenaersweg op te graven. De SD stak de boerderij van Toering in de brand.

Luitjen vertikte het ook maar een woord te zeggen tegen de beulen van Crackstate. Zijn zwijgen werd zijn dood. Acht januari 1945 ’s voormiddag om 11 uur bezweek hij aan de door hem  door de Duitsers aangebrachte verwondingen. (Thomas Hendrik Verdenius werd geboren op 15 augustus 1901 in Heerde. Hij was arts in Noordwolde. Tijdens de bezetting was hij lid van de L.O. en de Ordedienst. Als spil in het Noordwoldiger verzet was Verdenius volledig op de hoogte van alle illegale activiteiten in zijn woonplaats. De arts hoorde in de nacht van 4 op 5 januari 1945 in Crackstate hoe Luitjen Mulder in de naastgelegen cel werd mishandeld. Om te voorkomen dat hijzelf ook zou worden gemarteld, maakte Verdenius een einde aan zijn leven. Hij werd begraven op de N.H. begraafplaats in Noordwolde. ) 17 maart 1945 werden Roelof Knol, Albert Koopman, en Wiepke Hof met nog 7 gevangenen uit Crackstate gefusilleerd in Doniaga.

 

Foto waarschijnlijk gemaakt door Marten Boer op 17 april 1945 om 4 uur 's middags op Raadhuisbrug, met dank aan Roel Holkema. Canadezen reden 17 april 1945 Balk binnen. Op de achtergrond de kledingzaak van Benjamin Steegenga aan de van Swinderestraat, waarin het bureau van de Nederlands Binnenlandse Strijdkrachten district 4 was gevestigd.
 

Lijk gevonden.

Na de bevrijding vertelden de beulen van Crackstate dat ze Luitjen Mulder naar Duitsland hadden laten afvoeren. aan die verklaring hechten de familie en de NBS weinig waarde. Maar waar bevond zich het stoffelijk van Luitjen Mulder dan wel?. Juli 1945 kwam op het bureau van district 4 van de NBS in Balk, waartoe onder andere Lemsterland behoorde, een bericht binnen dat een schipper bij toeval met een haak een lijk uit het water tussen Joure en Sneek had opgevist. Het ontzielde lichaam was verzwaard met een as van een personenwagen. het lijk werd begraven op het kerkhof van Langweer. Verder kregen de mannen op het districtkantoor in Balk te horen, dat de beruchte Nederlandse SD'ers Post en Wamelink waren gearresteerd en opgesloten zaten in Crackstate, waar ook de Duitsers achter slot en grendel kwamen. De rollen waren omgedraaid.

Benjamin Steegenga zette zich extra in om de stoffelijke resten van zijn neef Luitjen te vinden. Hij mocht Post en Wamelink verhoren, omdat zij ongetwijfeld een en ander van de moord op Luitjen wisten. Op 23 juli 1945 nam Steegenga  Post en Wamelink het eerste verhoor af en twee dagen later werden de "heren" die hadden bijgedragen tot de arrestatie van verschillende onderduikers en verzetstrijders, nog eens verhoord. Ook werden drie voormalige gevangenen verhoord. Allen verklaarden afzonderlijk tegenover Steegenga dat de Duitsers Luitjen Mulder verzwaard met een staaf ijzer in het water hadden gegooid. Steegenga koppelde de verklaringen aan het bericht, dat een lijk met daaraan een auto as was opgevist bij een brug over een water tussen Joure en Sneek. De NBS'er uit Balk zocht contact met de mannen, die het lijk in Langweer hadden begraven. Zij wisten te vertellen dat het een lang persoon, in de leeftijd van 20 tot 30 jaar was, en dat een kogel in het hoofd ontbrak. Steegenga was er bijna zeker van: de in Langweer begraven man moest bijna Luitjen Mulders zijn.

Het door de ouders van Luitjen Mulder in augustus 1945 verzonden overlijdensbericht, nadat zij het ontzielde lichaam uit een water tussen Joure en Sneek was opgevist, begraven in Langweer en daar weer een paar keer opgegraven voor identificaties.

Onderzoek.

Om meer zekerheid te verkrijgen werd de burgemeester van Doniawerstal om toestemming gevraagd om het mogelijke lijk van Luitjen Mulder te mogen opgraven. De eerste burger gaf toestemming en zo gebeurde het dat het in verre staat van ontbinding zijnde lichaam op het kerkhof van Langweer werd gelicht, dit in het bijzijn van twee politiemannen. Het stoffelijk overschot was niet meer herkenbaar. alleen het gebit was gaaf, en daarvan maakte Steegenga aantekeningen.

Ondermeer werd nauwkeurig notitie gemaakt van de locatie van de vullingen in de kiezen. Vervolgengs werd kontact opgenomen met de tandarts van Luitjen de heer Noorderhaven in Lemmer, die een duidelijke overzichtskaart bezat van het gebit van Luitjen. Andermaal werd in het bijzijn van de politie en tandarts Noorderhaven op 2 augustus 1945 het stoffelijk overschot, waarschijnlijk van Luitjen Mulder, opgegraven. De heer Noorderhaven, herkende zeven door hem geplaatste vullingen en daarmee was het zeker, dat het in het water gevonden lijk het ontzielde lichaam van Luitjen Mulder was.

De heer Stegenga stelde zich in verbinding met de ouders van Luitjen in de Brekkenpolder, de Politieke Opsporingsdienst in Drachten en de  Landelijke Onderduikorganisatie in Sneek. Na de verkregen goedkeuringen werd het lijk van Luitjen Mulder voor de derde keer opgegraven. Op 7 augustus werd het stoffelijk overschot van Luitjen Mulder onder grote publieke belangstelling op het Lemster kerkhof ter aarde besteld

De in de Gereformeerde kerk gehouden rouwdienst werd geleid door Ds.L.w. Wessels. Hierna begaf de stoet zich, door de NBS voorafgegaan, naar de begraafplaats. De baar was bedekt met de Nederlandse driekleur.

 

De Luitjen Mulderstraat in Lemmer. In de vergadering van 29 maart 1962 besloot de gemeenteraad van Lemsterland op advies van de Culturele raad, de straten in het toen nieuwe Rienplan te noemen naar de in de oorlog 1940-1945 omgekomen verzetstrijders uit Lemsterland

Albert Hendriks.

Oantinken oan Lút Mulder

As strider for de goede saek

Fen folk en heitelán

Bliuwt ek syn nammme ús altyd by

Wy fiele in Ljeafdebán.

Oprjuchte Ljeafde ta dit wurk

It fielen fen syn plicht

Det brocht him altyd wer op pead

Gefaren achte er licht

Syn hús, det net op romte stiet

Forliet er hiele tiden

Den wirke 'r láns de hearrewei

Dèr 't minskejagers rieden

Oant troch ús doarp de tynge roun

Det hja him fongen hiene

Mei spanning wachten wy der op

Ho't de birjuchten wierne

Mar nea kaem der ris klearrichheit

Of Ljocht yn diize saek

Nou is de hurde wierheit dit:

Op ierde is dien syn taek

Lang haw' hja him net finzen hawn

It wier de trouwe Dod

Dy 't him nei 'n koarte lijenstiid

Biskitte 'n hearlik lot

Al háldde de ierde yn heimenis

Syn omskot lang bisletten

God hat syn siel-det witte wy-

Yn ivige Ljochtgláns setten

Syn sibben wèz' 't 'n rike treast

Yn 't pynlik swier forlies

't Is Majesteit, al whet Hy docht

Syn wil Allinne is wiis

As strider for de goede saek

Foel hy op 't fjild mei eare

Syn foarbyld moat ús leare

H.H Kok.

 

Home

 

Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.