Gerrit Pierik, geboren op 13
mei 1883 te Harlingen, overleden op 07-02-1945 te Neuengamme.
Over Gerrit is verder niks bekend.

Sijbrandus Pietersma, geboren
op 26 oktober 1904 te Bolsward, overleden 01-04-1945 te
Leeuwarden. Over Sijbrandus is verder niks bekend.

Jacob van der Plaats, geboren op 17
juli 1924 te Beetgum, overleden op 20-10-1944 te Leeuwarden.
De
bijna 20-jarige was lid van de L.O. Ook had hij via
onderduikers in het ouderlijke huis contact met een Knokploeg uit
Meppel, Tevens was Jacob contactpunt voor de Knokploeg uit
Leeuwarden. In de nacht van 14 op 15 augustus 1943 werd het plaatselijke
bureau van de gemeente Menaldumadeel gekraakt. Van der Plaats nam
ook deel aan deze actie. In de morgen van 20 oktober 1944 ging hij
naar het land om arbeiders koffie te brengen. Onderweg werd hij door
een peloton van de Grenzschutz van de bezetter teruggeroepen. Jacob
reageerde niet en werd van grote afstand neergeschoten en overleed
aan zijn verwondingen. Hij werd begraven op de N.H. begraafplaats in
Beetgum.
Fokke Polet, geboren op 3 januari 1905 te Stiens, overleden op
03-05-1943 te Noordbergum.
In Tytsjerksteradiel lieten enige
mensen het leven door het agressief optreden van de Duitsers. Fokke was tijdens de meidagen van 1940
in militaire dienst en moest zich eind april 1943 weer als
krijgsgevangene melden bij de bezetter. Dat heeft hij geweigerd. Op
3 mei 1943 werden Fokke Polet en Jonas Elzinga op de
hoek Zomerweg/Kloosterlaan van hun fiets geschoten, 2 andere
personen ontkwamen.

Leendert Poot, geboren op 15
december 1924 te Delft,
overleden op 04-04-1945 te Terzool.
Hij woonde in Naaldwijk en was
ondergedoken bij veehouder A. K. de Boer in Terzool. Op 4 april 1945
werd de boerderij door de bezetter omsingeld. Poot probeerde zijn
schuilplaats in de schuur te bereiken, maar hij werd ontdekt. Toen
hij na een verhoor in de huiskamer werd weggevoerd, heeft hij nog
een vluchtpoging ondernomen. Ter plaatse werd hij door drie schoten
in het hoofd gedood. Zijn gastheer De Boer moest mee naar Sneek en
kon na enkele dagen weer naar huis terugkeren. Leendert Poot werd
begraven op de N.H. begraafplaats in Terzool en na de bevrijding
herbegraven op de Algemene begraafplaats aan de Geestweg te
Naaldwijk.

Johannes Post,
(landbouwer) (verzetsnamen Hemke van der Zwaag en Johannes van Setten),
verzetsman, geboren op 4 oktober 1906 te (Hollandscheveld Dr.)
overleden op 16-07-1944 te Overveen (N.H.)
Johannes Post stamde uit een geslacht van kleine Drentse
landbouwers. Na de lagere school bezocht hij gedurende één jaar de
MULO, waarna hij werkzaam was op het bedrijf van zijn vader.
Behorend tot de gereformeerde kerk werd Post op zestienjarige
leeftijd lid van de Jongelingsvereniging op Gereformeerde Grondslag
in de afdeling van Hollandscheveld, waarvan hij in 1926 voorzitter
werd. In 1929, het jaar van zijn huwelijk, vestigde Post zich als
landbouwer in Nieuwlande.
Hij hield zich eveneens bezig met de
handel in pluimvee, eieren en paarden. Ook zette hij een
vrachtdienst op voor de pluimveehouders uit zijn streek. Hij trad
toe tot de Antirevolutionaire Partij (ARP) en werd in 1935 raadslid
en wethouder van de gemeente Oosterhesselen. Hij liet zich kennen
als een hardwerkende, intelligente, non-conformistische en zeer
principiële persoonlijkheid, die het avontuur niet schuwde. Hoewel
geschokt door de Duitse inval op 10 mei 1940 en zeer
antinationaal-socialistisch ingesteld raakte Post pas medio 1942
direct bij het verzet betrokken.
Een door de Sicherheitspolizei
gezochte onderduiker vond toen een veilig onderkomen in zijn
boerderij. In de winter van dat jaar ging Post op pad om
onderduikadressen voor joden te zoeken. Hij deed dat samen met zijn
broer Marinus, die al eerder joden verborgen had gehouden op zijn
boerderij te Kampen. Door zijn betrokkenheid bij de ARP onderhield
Post nauwe contacten met de leiders van die partij en met de
verzetsgroep rond het illegale blad Trouw . De grote verzetsperiode
van Post begon in de zomer van 1943, na de april-mei stakingen van
dat jaar.
Deze waren een reactie op het voornemen van de bezetter de
leden van de voormalige Nederlandse krijgsmacht als krijgsgevangenen
naar Duitsland af te voeren, met de bedoeling hen in het kader van
de Arbeitseinsatz in Duitsland tewerk te stellen. De plaatselijke
registratiekantoren werden al spoedig doelwit van overvallen door
gewapende verzetsgroepen, aangeduid als knokploegen. Naarmate het
aantal onderduikers toenam, groeide de behoefte aan
distributiebonnen en andere bescheiden, wat leidde tot het ontstaan
van nieuwe knokploegen voor het plegen van overvallen. De overgang
van Post - die zich eerst van de schuilnaam Hemke van der Zwaag en
vervolgens van die van Johannes van Setten bediende - naar het
gewapend verzet begon op 23 juni 1943 met overvallen op
registratiekantoren in Sleen, Zweeloo, Oosterhesselen en
Nieuweroord.
Zijn verzetsgroep, waartoe de in Nieuwlande
ondergedoken wachtmeestervlieger J.W. Wildschut behoorde, werkte
voornamelijk voor de Trouw -groep. Toen hem de grond te heet onder
de voeten werd, dook Post onder. Niettemin werd hij op 16 juli 1943
te Ugchelen op de Veluwe door de Sicherheitspolizei gearresteerd en
opgesloten in het politiebureau van Apeldoorn, waar hij de volgende
dag een vergeefse poging deed te ontsnappen. Op 18 juli wist een
agent van de verkeerspolitie hem uit zijn cel te halen en naar
buiten te brengen. Post vond een veilige toevlucht in Rijnsburg bij
Leiden, waar zijn broer Henk gereformeerd predikant was.
Inmiddels
was zijn gehele gezin ondergedoken. Samen met zijn broer Marinus en
Wildschut voerde Post tal van acties uit. In het najaar van 1943
trok hij het land door en legde hij binnen het verzet veel
contacten. Vervolgens vestigde hij zich in januari 1944 in Breda,
van waaruit hij overvallen pleegde in West-Brabant en Zuid-Holland.
Een van Posts opmerkelijkste wapenfeiten is de overval die hij
uitvoerde op 19 februari 1944 op het politiebureau in de
Archimedesstraat in Den Haag. De buit bestond uit een zestigtal
pistolen, patroonhouders en scherpe munitie.
In augustus 1943 werden
de verschillende knokploegen samengebracht in één organisatie: de
Landelijke Knokploegen (LKP). Het was deze LKP die de Landelijke
Organisatie voor hulp aan onderduikers onder meer van
distributiebonnen voorzag. Hoewel Post zich vooral betrokken voelde
bij de Trouw -groep, werden zijn banden met de zo hecht dat hij
medio maart 1944 werd opgenomen in de top van deze organisatie, met
als taak leiding te geven in de noordelijke provincies. In april
1944 reisde hij naar het noorden om de samenwerking tussen de
knokploegen van Friesland, Groningen en Drenthe tot stand te
brengen.
In mei/juni 1944 kreeg de LKP zware slagen te verduren door
de arrestatie van enkele leiders. Voor Post was dit een van de
redenen om in de laatste week van mei naar Amsterdam te gaan voor
nader overleg. Begin juni arresteerde de Sicherheitspolizei een
aantal leden van de knokploegen in Groningen en Drenthe, waardoor
een terugkeer naar het noorden voor Post te gevaarlijk werd. Zijn
aanwezigheid in het westen was trouwens meer dan noodzakelijk, omdat
door de arrestaties in de leiding van de LKP een vacuüm was
ontstaan. Hoewel de verdeling van taken en competenties de nodige
problemen opleverde, kreeg hij in zekere zin de supervisie over de
LKP in westelijk Nederland.
Hij vestigde zijn hoofdkwartier in
Amsterdam. Juist in juni 1944 werd Post betrokken bij de coördinatie
van het verzet in Nederland. In februari van dat jaar hadden
namelijk verschillende verzetsorganisaties de 'Kern' gevormd, een
orgaan om te komen tot een betere technische afstemming van de
verschillende verzetsactiviteiten. Tevens ging Post namens de LKP
deelnemen aan de 'donderdagmiddagbesprekingen', waarin onder meer de
chef-staf van de Orde Dienst (OD), jhr. P.J. Six en Gerben Wagenaar
van de Raad van Verzet als representanten van het gewapende verzet
overleg pleegden.
Juist door dit contact ontstond bij Post
waardering voor Six en de OD, wat hem door de LKP'ers niet in dank
werd afgenomen. Een zware slag voor Post was het mislukken op 23
juni 1944 van de overval op het distributiekantoor in Haarlem,
waarbij Wildschut gevangen werd genomen. Onder grote druk trof Post
voorbereidingen om zijn vriend uit het huis van bewaring aan de
Weteringschans in Amsterdam te bevrijden. Een Nederlandse
SS-bewaker, die voorgaf de zijde van het verzet te kiezen, zou zijn
medewerking verlenen, maar verraadde het plan aan de
Sicherheitspolizei.
Toen in de nacht van 14 op 15 juli 1944 een
knokploeg de gevangenis binnendrong, viel deze in een hinderlaag. Na
een vuurgevecht werden zes overvallers gevangengenomen. De volgende
dag werd onder meer Post, die volgens plan zelf niet aan de overval
had deelgenomen, gearresteerd en op 16 juli, tezamen met twaalf
anderen, gefusilleerd in de duinen bij Overveen. Na de bevrijding is
het stoffelijk overschot van Post herbegraven op de Erebegraafplaats
Overveen te Bloemendaal.

Pieter Postma, geboren op 2
april 1913 te Buitenpost, overleden op 15-04-1945 te Dokkumer
Nieuwe Zijlen
In de nacht van 13 op 14 april
1945 namen de strijders van de Nederlandse Binnenlandse
Strijdkrachten (NBS) in de gemeente Kollumerland de sluizen bij
Dokkumer Nieuwe Zijlen in bezit met de opdracht deze te
beveiligen. Ongeveer een kilometer ten zuiden van de sluizen
bezetten een viertal groepen van de NBS de driesprong. Zij
hielden ruim 36 uur stand. In het kader van deze actie werd op
de Soensterdijk een autobus van de bezetter, die naar het westen
probeerde te ontkomen, aangevallen. Hierbij ontstond een hevig
gevecht, waarbij Pieter Postma dodelijk werd getroffen.

Gaele Postma, geboren op 16
februari 1921 te Driesum, overleden op 22-01-1945 te Dokkum.
Hoe verantwoord is om iemand uit
de handen van de Duitse bezetters te houden, die volledig was
geïnformeerd over het verzet en waar men vanuit ging dat hij de
Duitse verhoormethode niet zou doorstaan, met de kans dat de
Duitsers represailles (wraak) zouden nemen. Voor de meeste
nabestaanden van de twintig slachtoffers van de grootste
massa-executie in Friesland zal het antwoord ongetwijfeld zijn
dat dit "achteraf" onverantwoord is geweest. Gaele Postma was
één van die twintig personen die in koelen bloede is
geëxecuteerd. Dit was de wraak van de Duitser voor het feit dat
bij de bevrijding van de Dokkumer apotheker Gunster die bij de
brug van De Valom plaatsvond, twee Duitsers werden vermoord. De
wreedheid van de Duitsers werd bij het executieproces benadrukt.
Op bevel van de commandant van de Sicherheits Dienst Arthur
Wilhelm Albrecht, waren alle soldaten van de Dienststelle
verplicht aan deze door hem genoemde "wraak" deel te nemen. Te
Dokkum werden de 20 personen op de grond gelegd en werd de
burgemeester opgetrommeld als ooggetuige. De gevangene werden in
ploegen van vijf terechtgesteld. Gedurende deze handelingen
ontpopte Albrecht zich als een ware Sadist. In plaats van
bevelen kort en bondig te geven, liet hij alles opzettelijk lang
duren. De burgemeester kreeg opdracht om ter afschrikking de
lijken 24 uur te laten liggen. Zelfs een landgenoot, Jan Meekhof,
behoorde tot het Duitse vuurpeloton. In het proces-verbaal van
Albrecht kunnen we geen enkel spoor van spijt terugvinden. Hij
wordt tot de doodstraf veroordeeld. Dit lot was Jan Meekhof ook
beschoren, maar deze straf werd omgezet in 22 jaar
gevangenisstraf, waarvan hij een aantal jaren heeft uitgezeten.
De vraag die blijft hoe kan een mens zich verlagen tot een
niveau dat bijna met geen pen is te beschrijven. Velen dachten
dat na de tweede oorlog dit nooit meer plaats zou vinden.
Intussen weten wij wel beter. De boerefeint Geale Postma, werd
begraven in Dokkum en op 19 juli 1945 herbegraven in
Wouterswoude. Friesland was inmiddels bevrijd een bevrijding die
hem op de valreep op brute wijze is ontnomen. Geale Postma werd
slechts 23 jaar jong.

Johannes Prins, geboren op 17
september 1901 te Dokkum, overleden op 19-09-1944 te St.
Nicolaasga.
Johannes Prins werd gearresteerd
op 9 september 1944 te Veenwouden samen met de stationschef
Berend Julius. Beiden zijn daarna overgebracht naar het
SD-bolwerk Burmaniahuis in Leeuwarden voor verhoor. Als
represaille wegens sabotage op de tramlijn tussen Sint
Nicolaasga en Lemmer zijn Johannes Prins en Berend Julius
gefusilleerd.