|

Willem Santema, geboren op 2 maart 1902
te Scharnegoutum,
overleden 10-08-1944 te Vught.
Jeugd, opleiding en werk
Santema werd
geboren als tweede zoon van boer Tjitse Santema en Gerbrich de Roos.
Hij volgde de Mulo in Sneek, werkte bij zijn vader op de boerderij,
en haalde in 1921 een diploma aan de Rijkslandbouw-winterschool te
Leeuwarden. In 1926 trouwde hij met Tryntsje Atsma uit Oppenhuizen.
Aanvankelijk betrokken ze een boerderij in Scharnegoutum, maar in
1932 begonnen ze samen een radiozaak. Santema verhuurde ook auto's,
soms met zichzelf als chauffeur. Na een bezoek aan Duitsland
waarschuwde hij in 1934 in een reisbeschrijving tegen het nieuwe
regime. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog verhuisden de Santema's
naar Sneek, waar ze hun elektrotechnische bedrijf voortzetten en
uitbreiden met een tweede vestiging. Santema werd in 1939 lid van de
gemeenteraad van Sneek.
Verzetswerkzaamheden
Tijdens de Tweede
Wereldoorlog was Santema een van de oprichters van de "Verzetsgroep
Lever", een verzetsgroep uit Sneek rond de familie Lever. De kern
van deze verzetsgroep werd gevormd door Santema, Hendrik Jacob Lever
en diens drie kinderen, Jan Lever, Hendrik Jacob Lever Jr. en Meta
Lever. In januari 1943 verhuisde hij naar Amsterdam. Santema nam de
schuilnaam Ype Brandsma aan en kwam zogenaamd uit Workum. Hij werd
de belangrijkste verspreider van het illegale blad Trouw, en was in
april 1943 een van de oprichters van de Raad van Verzet.
Arrestatie,
proces en executie
Op 23 december
1943 werd hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd in ‘Ons Huis’.
Dit was een bovenverdieping aan de Ruysdaelstraat in Amsterdam waar
stiekem naar de verboden zenders Radio Oranje en BBC werd
geluisterd, waarna het aldus opgevangen nieuws in het illegale blad
Radio Londen werd gepubliceerd. Een groot aantal leden van de
Trouw-groep werd gearresteerd. De groep werd naar Haaren
overgebracht en later naar kamp Vught. Op zaterdag 5 augustus 1944
werden de verzetsstrijders voorgeleid bij het Polizeistandgericht.
Santema en nog 23 verspreiders van Trouw werden ter dood
veroordeeld. Op 9 augustus werd het vonnis in de landelijke
dagbladen gepubliceerd. Een van de veroordeelden had alsnog
strafvermindering gekregen; de andere vonnissen bleven gehandhaafd.
Op 9 augustus werden zes leden van de groep te Vught gefusilleerd;
op 10 augustus de overigen, onder wie Santema.
Nalatenschap
Santema ontving
postuum het Verzetskruis. In de jaren zestig is naar hem een straat
vernoemd in de wijk Lemmerweg-oost te Sneek. Kinderen had hij niet.
Een neef uit Heeg publiceerde in 1990 samen met de Sneker
onderwijzer Henk van de Veer een boekje over zijn oom.

Alle Schaafsma, geboren
op 26 januari 1896 te St. Nicolaasga, overleden op
16-01-1945 te Leeuwarden. Over Alle is verder niks
bekend.

Jan Schat, geboren op 17
september 1907 te St. Annaparochie, overleden op
22-04-1945 te Buchenwald. Over Jan is verder niks
bekend.
Foppe Schiphof, geboren op 10 augustus 1898 te Leeuwarden, overleden
op 31-05-1945 te Bergen-Belsen.
Wegens zijn betrokkenheid bij de totstandkoming en
verspreiding van het illegale blad Het Noorderlicht werd hij in 1941
gearresteerd. Via de Leeuwarder gevangenis volgde op 28 november
1941 overbrenging naar het concentratiekamp Amersfoort.
Van de
wederwaardigheden van het Noorderlicht in Friesland is het volgende
bekend: Voor de verspreiding het Noorderlicht in Friesland werden
drie groepen gevormd. De eerste bestond uit Martin Beuving,
bouwvakker en gemeenteraadslid in Leeuwarden voor de CPN; Jan
Weistra, 25 jaar, CPN-er en loodgieter uit Leeuwarden; Dirk Faber,
41 jaar, christelijk en timmerman uit Leeuwarden, Fedde de Groot uit
Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlands Jeugdfederatie; Corrie
van der Meulen uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlandse
Jeugdfederatie; Eds van der Heide, 32 jaar, monteur uit Leeuwarden,
partijloos, en zijn vrouw Klaaske, lid van de CPN.
Een twee
verspreidingsgroep bestond uit Jacob de Wacht, 42 jaar, bouwvakker
en CPN-er uit Leeuwarden; Foppe Schipof, 42 jaar, vrijbuiter
en negotieverkoper uit Leeuwarden; Harry Tulp, 32 jaar, lid van de
CPN en vertegenwoordiger; Jacob de Rook, 51 jaar, visroker uit
Lemmer en lid van de CPN.
Vriendenkring
Haren 1940-1945 (brief uit Leeuwarden)

Albert Schokker, geboren op 6 maart 1909
te Scherpenzeel,
overleden op 29-04-1945 te Neustadt.
Albert Schokker werd geboren op 6 maart 1909 in Scherpenzeel. Hij
was medewerker van de L.O. in Weststellingwerf en opperwachtmeester
van de marechaussee in Noordwolde. Hij werd vastgehouden op 22
januari 1945, zijn vrouw was op 29 december 1944 gearresteerd en
mishandeld. Schokker stierf op 29 april 1945 in Neustadt.

Willem Scholten, geboren op
25 augustus1907 te Oudehaske,
overleden op 09-12-1944 te Neuengamme.

Gerrit Schuil, geboren op
15 december 1918 te Harlingen, overleden op 16-02-1944 te Amstelveen.
In de nacht van 25 op 26 september 1943
stelde de Knokploeg Sexbierum het bevolkingsregister van
Sint-Annaparochie veilig. Hiermee wilden zij voorkomen dat
jonge mannen door de bezetter verplicht tewerkgesteld werden
in Duitsland.
Gerrit Schuil (‘Piet’) werkte als boekhouder
bij de fa. M. Smeding in Harlingen. Hij begon zijn verzet
door het ’s nachts schilderen van vaderlandse leuzen naast
propaganda van de bezetter. Een poging om samen met G.D.
Oswald in 1942 via België en Frankrijk naar Engeland uit te
wijken, mislukte, evenals een tweede poging om per schip
vanuit Harlingen te ontkomen.
In april 1943 weigerde hij
zich te melden voor terugvoering in krijgsgevangenschap en
dook hij onder op Liauckema State van R. Bruinsma in
Sexbierum. Vanaf begin augustus 1943 was hij als lid van
Bruinsma’s KP betrokken bij overvallen in onder andere
Sexbierum, Midlum en Weidum, waarbij de kaartsystemen van de
plaatselijke bureauhouders werden vernietigd en Ausweise
buitgemaakt. In de nacht van 25 op 26 september 1943 nam hij
deel aan de kraak van het bevolkingsregister van Sint
Annaparochie.
Op 3 november pleegde hij samen met Oswald in
Harlingen een aanslag op opperluitenant der Staatspolitie
S.B. van Wijnen. Door het verraad van F.H.A. Michon werd
Schuil op 22 november 1943 in een schuilplaats op Bruinsma’s
boerderij gearresteerd en ingesloten in het HvB in
Groningen. Op 24 december 1943 werd hij overgebracht naar
Assen, waar hij op 14 februari 1944 door het Polizei
Standgericht te Assen ter dood veroordeeld, samen met zijn
medestrijders Folkert Bergsma uit Delft, Lolle Rondaan uit
Beetgum en Gerben Desiré Oswald uit Harlingen. Zij werden op
16 februari 1944 gefusilleerd in een uithoek van het
vliegveld Schiphol. Oswald werd op 18 februari gefusilleerd.

Teake Schuilenga,
(Beschuitfabrikant/directeur/winkelier van de Bijenkorf) geboren
op 29 oktober 1878 te Surhuisterveen, overleden op
04-11-1943 te Oosterwolde.
In het hart van
Surhuisterveen op het Torenplein is in de jaren vijftig
namelijk in de toren een monument gemetseld die
herinnert aan de drie gevallenen uit het dorp. Veruit de
bekendste is wel Taeke Schuilenga. De directeur van de
oude beschuitfabriek bekleedde een vooraanstaande
positie in het dorp. Hij werkte bij de bank en zette
zich in voor allerlei clubs in het dorp. De schok onder
de Feansters was ook groot toen hij op een dag
gefusilleerd werd. ,,Hij was in de handen gevallen van
Pier Nobach uit Doezum, in Groningen.” Nobach was
een NSB’er en verraadde een ieder die verzet bood tegen
de bezetter. ,,Nobach was bij veel mensen in de wijde
omtrek heel bekend. Mensen waren echt bang voor hem”,
weet Dijkstra.
In verband met
ondergronds werk werd Schuilenga reeds in 1941 gearresteerd.
Teake werd wegens zijn aandeel in de algehele
voedselvoorziening op borgtocht vrijgelaten. Op
4 november 1943 werd hij opnieuw aangehouden
voor een verhoor bij de SD in Leeuwarden. De
reis ging naar het SD-bolwerk in het
Scholtenshuis in Groningen. Later werd hij
opnieuw in een auto gezet voor een reis met
onbekende bestemming. In het Tiesingabosje bij
Oosterwolde werd even stilgehouden voor een
sanitaire stop.
Op het moment dat Schuilenga de
auto had verlaten werd hij zonder vorm van
proces of opgaaf van reden vermoedelijk
gefusilleerd als vergeldingsmaatregel voor de
liquidatie van de zoon van de destijds beruchte
NSB’er en SD-medewerker Pier Nobach uit Doezum.
(Op een ochtend schoten leden van het verzet de
oudste zoon van Nobach dood toen hij in de stal bezig
was de koeien te melken. Dijkstra weet zeker dat de
verzetsleden het op senior hadden voorzien. Die melkte
echter niet die ochtend, zo bleek). Nobach was woedend
en nam wraak. Nobach stond in zijn omgeving bekend als ‘de
duivel van het Westerkwartier’. Zijn stoffelijk
overschot werd door de beulen in een sloot gedeponeerd,
waar een voorbijganger het de volgende dag ontdekte.
Behalve Schuilenga
lieten meer Feansters het leven voor wie het monument
opgericht is. Frans Dalstra stierf op veertigjarige
leeftijd in kamp Buchenwald. De grondwerker werd ook
door Pier Nobach uit zijn woonplaats gehaald en op
transport naar Duitsland gezet. Sytze Gjaltema werd
terechtgesteld in Westerbork. Hij had onenigheid in het
Westerkwartier met een landwerker. Nadat hij een tijdje
gevangen had gezeten in het Groninger Scholtenhuis, werd
hij na aankomst in Westerbork direct om het leven
gebracht.
Hein Schukken, geboren op 17 mei 1902 te Jorwerd, overleden
op 22-08-1944 te Vught.
Hein
woont met zijn vrouw en zeven kinderen tijdens de oorlog in
Lions (Friesland). Hein is veehouder van beroep en tijdens
de oorlog zorgt hij voor de huisvesting van onderduikers.
Met financiële middelen steunt Hein ook de plaatselijke
afdeling van de LO. Op 14 juni wordt Hein door de Duitsers
gearresteerd, vermoedelijk omdat iemand anders tijdens
verhoren zijn naam heeft genoemd. Hein wordt naar Vught
gebracht en daar op 22 augustus 1944 gefusilleerd.

Jan Schulenklopper,
geboren op 6 april 1914 te Apeldoorn, overleden op 07-09-1944 te Groningen.
Opperwachtmeester
Staatspolitie. Herv. Lid verzet onder de schuilnamen Jelle
en Hidde. Hij was waarnemend leider van de KP-Sneek III.
Schulenklopper werd gearresteerd (op aanwijzing van de
verrader Klaas Carel Faber, een Nederlands-Duitse
oorlogsmisdadiger) door enkele SD’ers onder leiding van
Fritz Grundmann. Na verhoor te Leeuwarden werd hij één dag
later overgebracht naar het SD-bolwerk Scholtenshuis in
Groningen. Gedurende de verhoren daar werd hij zwaar
mishandeld. Op 7 september 1944 werd zijn lijk met enkele
schoten in het hoofd gevonden in het Damsterdiep.

Leendert Sinnema, (chef afd.
bevolking ter gemeentesecretarie, vervalste
persoonsbewijzen) geboren op 27 april 1886, overleden op 18-02-1945 te Neuengamme.
Sinnema begon in 1940 op eigen initiatief
met vervalsingen aan te brengen in de bevolkingsregisters om
de Duitsers te misleiden. Op 28 december 1944 werd hij op de
gemeentesecretarie door de Nederlandse SD-medewerkers Jan
Meekhof en Wilhelmus Bernardus Derksen gearresteerd. Dit was
een gevolg van de arrestatie van iemand die in het bezit was
van een door hem clandestien verstrekt persoonsbewijs. Eerst
werd Sinnema, onder wiens leiding de afdeling bevolking op
volle kracht de Duitsers heeft tegengewerkt, overgebracht
naar de SD-Dienststelle in de Spaarbank en daarna naar het
huis van bewaring. Op 15 januari 1945 werd hij overgebracht
naar concentratiekamp Neuengamme concentratiekamp in Duitsland, waar hij is
omgekomen.
Leendert speelde voor de oorlog in een
orkest dat de naam "Kamer Muziekvereniging" droeg. Het werd
opgericht op 15 december 1918 in de lunchroom van "Kimp" aan
de Leeuwarder Nijstad. In de tweede Wereldoorlog heeft het
orkest niet gespeeld, omdat ze niet voor de Duitse
Kultuurkamer wilden optreden. Toen na de oorlog bleek dat
Leendert was omgekomen in een Duits concentratiekamp werd de
naam van het orkest als eerbetoon veranderd in "Salonorkest
Sinnema"
Salonorkest Sinnema
Sjoerd
Stoker, geboren op 26 februari 1920 te Wijhe, overleden op
20-11-1944 tussen Leeuwarden en Heerenveen.
Sjoerd
Stoker en Renè Bol hadden gehoor gegeven aan de oproep van
de Nederlandse regering in ballingschap, om mee te doen aan
de spoorwegstaking. Om op die manier het transport van
oorlogstuig door de Duitsers via het spoor te bemoeilijken.
De beide jongemannen zaten vanaf begin
september 1944 ondergedoken bij de familie Reitze Hoekstra in Katlijk. Ze
werden echter verraden en door de Duitse bezetter opgepakt.
Toen vervolgens door het verzet het spoor tussen Leeuwarden
en Heerenveen werd gesaboteerd, zijn Sjoerd Stoker en Renè
Bol in een vergeldingsactie door de Duitsers op 20 november
1944 op de spoorlijn gefusilleerd. Sjoerd Stoker en Renè Bol
waren toen respectievelijk 23 en 24 jaar oud. Ook Katlijkers
waren actief in het verzet. Jelle Boersma welke had
meegewerkt aan de dropping van wapens in het Katlijker
Schar. Ook hij werd verraden en in Heerenveen gevangen gezet
en tenslotte door de Duitsers in een vergeldingsactie bij St
Nicolaasga gefusilleerd.

Hendrik Jozef Spoelstra, geboren
op 19 februari 1916, overleden 11-04-1945 te Dronrijp.
Fusillade bij Dronrijp
SD uit Leeuwarden fusilleert bij de brug te Dronrijp 14 gevangenen:
Johannes Nieuwland, Hendrik Jozef Spoelstra, Douwe Tuinstra, de drie broers Egbert Mark Wierda, Klaas Jan Wypcke Wierda en Hyltje Wierda, Sijbrandus van Dam, Heinrich Harder, Dirk de Jong, Hendrik Jan de Jong, Ruurd Kooistra, Johannes Marinus Ducaneaux en Oudger van Dijk. De beide laatsten worden wegens (vermeende) banden met de bezetters niet herdacht op het monument bij de brug. Gerard de Jong overleefde de executie.
Pogingen van de BS om deze executie te voorkomen mislukten; de opdracht bereikte de BS-gevechtsgroep die in Baaium was ondergebracht, te laat. Men was ook bang voor een tweede ‘Putten’ voor Dronrijp indien de SD’ers waren aangevallen. De bevolking van Dronrijp was woest op de BS:„Dit bereiken jullie nu met jullie sabotage.” Bij Speers zijn Marten Bruinsma en diens zoon Nolle Wypke gedood als represaille voor aanslag op een groep Duitsers in de buurt van hun boerderij. Duits officier sneuvelde.
SD Leeuwarden kon geen represailles ondernemen voor de aanslag bij Zandbulten (LP) omdat men geen vervoer had. Leeuwarder SD-commandat Albrecht wil gevangen genomen BS’ers Peke Dolstra en Auke de Vries bij Harlingerstraatweg te Leeuwarden ‘op de vlucht doodschieten’. Mislukt door hardhandige verdediging van judoka Dolstra. Beide gevangenen ontkomen.. Bij Stokersvallaat in Appelscha gevecht tussen BS en Duitsers. Duitsers trekken terug. Fransen terug naar boerderij Rooks.

Evert Sij(y)besma,
(melkventer) geboren op 18 mei 1918, overleden te
Tzummarum, overleden op 14-04-1945 te Noordbergum
Schuilnaam tijdens zijn onderduiken was "Bouke
Kingma". Evert had in mei 1940 als
militair van het Nederlandse leger deelgenomen aan de strijd
tegen de invallende Duitsers. Hij behoorde tot de
Binnenlandse Strijdkrachten. Tijdens een gevecht op zaterdag
14 april 1945 met terugtrekkende Duitse militaire eenheden
raakte hij gewond nabij het pompstation van de
Intercommunale Waterleiding. De volgende dag is Evert
overleden. Evert is
begraven in Tzummarum op 19 april 1945 in een kerkelijk
graf, dat eigendom van de familie is en dus niet onder de
zorgen van de Oorlogsgravenstichting valt. De Stichting
Friesland 1940-1945 neemt de kosten van het graf voor zijn
rekening.

Lucas Sijtsma, geboren op
27 november 1899 te Baard,
overleden op 18-08-1944 te Vught. Van Lucas is verder niks
bekend.

Sybren Sijtsma, (Machinist
en raadslid) geboren op
3 november 1896 te Wommels, overleden op 13-04 1945 te
Luinjeberd.
Sijtsma
was van beroep machinist bij de zuivelfabriek in Hemelum en
voor de oorlog raadslid van de SDAP in de voormalige
gemeente Hemeler Oldeferd. Als medewerker van de LO heeft
hij zich voornamelijk beziggehouden met onderduikers. Toen
de SD jacht op hem maakte dook hij onder bij zijn broer in
Balk en later in Echtenerbrug. Hier werd hij tijdens een
razzia op 8 maart 1945 gearresteerd en naar het SD
hoofdkwartier in Heerenveen gebracht, waar hij zwaar werd
mishandeld. Op vrijdag 13 april 1945 werden in een slootswal
in Luinjeberd twee lijken gevonden. Een bleek het zielloze
lichaam van van Sijtsma te zijn, terwijl het andere lichaam
werd geïdentificeerd als Bouwe van Ens.
|