|
Andries van der Veen,
geboren op 18 februari 1881 te Heerenveen, overleden op
01-02-1945 te Oraniënburg
(Duitsland)
Begin februari 1944 werd
de 63-jarige oud-postbesteller en eigenaar van het
sigarenmagazijn 'Cuba' aan de Midstraat in Joure
gearresteerd. De reden van zijn arrestatie moet gezocht
worden in het openlijk naar voren brengen van zijn mening
over de bezetter. Ook lichtte hij zijn klanten in, die hij
allemaal kende en vertrouwde, over de berichten van de
Engelse zender. Dit vertrouwen bleek niet gegrond. Op 1
februari 1945 stierf hij in het Kommando Oraniënburg van het
concentratiekamp Sachsenhausen.
Hylke Watze van der
Veen, geboren op 27 januari 1899 te Amsterdam, overleden op
18-01-1945 te Neuengamme.
Als gemeentearchitect van Haskerland
wist hij kaarten uit het bevolkingsregister en blanco
persoonsbewijzen te ontvreemden. Ook verspreidde hij het
illegale blad De Vonk. Het is niet duidelijk geworden wat de
oorzaak van zijn arrestatie is geweest. Er zijn aanwijzingen
die in de richting van zijn openlijke vijandige houding
tegenover de bezetter wijzen, maar ook verraad is niet
uitgesloten. Van der Veen stierf op 18 januari 1945 in het
concentratiekamp Neuengamme.
Taco
van der Veen, geboren op 12 september 1912 te Leeuwarden,
overleden op 4 juni 2000 te Leeuwarden. En zijn vrouw Ymkje
van der Veen- Sas.
Taco van der Veen (87), oud-verzetsstrijder, wiens
bakkerij in Leeuwarden als wapendepot van de
ondergrondse diende, medeovervaller van de
Leeuwarder strafgevangenis in 1944... is in zijn
woonplaats Leeuwarden overleden op 4 juni 2000.

Taco van der
Veen en Ymkje
van der Veen- Sas.
Jetze
Veldstra, geboren op 10 juli 1886 te haskerhorne, overleden
op 17-01-1945 te Neuengamme.
Hij werd gearresteerd op 1 september 1942 en via het
zogenaamde 'Oranjehotel' in Scheveningen gedeporteerd naar
het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland.
Veel
plaatsen hebben zo hun eigen stille helden. Behalve Van der
Bij waren dat in Joure en omgeving, naast vele anderen, de
politieman Geert Knol, de architect Uilke Boonstra en de
veehouder Jetze Veldstra, die op enige wijze bij
verzetsactiviteiten waren betrokken. Naar hen werden straten
genoemd (merkwaardigerwijze ontbreekt Van der Bij daarbij)
die we op onze tocht nog zullen tegenkomen, maar het is
belangrijker om te weten dat geen van allen de oorlog
overleefde. Door verraad of na een 'gewone' arrestatie
verdwenen ze uit het Jouster straatbeeld om er nooit meer
terug te keren... Knol werd doodgeschoten in Garmerwolde,
Boonstra stierf in kamp Vught en Veldstra had men in zijn
woonplaats Ouwsterhaule na de oorlog een warm welkom bereid
-toen het bericht kwam dat hij in Neuengamme was omgebracht.
Jan Cornelis
Veldkamp, geboren op 26 december 1925 te Kralingseveer,
overleden op 21-03-1945 te Ardorf (Duitsland)
Tijdens de oorlog woonde
het predikantengezin in Sneek. Op 5 januari 1945 gingen Jan
en zijn broer Fenmo als onderduikers naar de boerderij van
Sjoerd Gerbrandy in Terzool. Waarschijnlijk door verraad
werden de jongens en hun gastheer diezelfde nacht opgepakt
en naar het politiebureau in Sneek gebracht. Twee dagen
later zaten de broers in de gevangenis te Leeuwarden. Fenmo,
die een vals persoonsbewijs had, werd na twee maanden als
dwangarbeider naar Drenthe gestuurd. Jan werd na een maand
op transport gesteld naar Duitsland. Hij is op 21 maart 1945
bij een bombardement in Ardorf-Brockzettel bij Wilhelmshafen
omgekomen.

Nicolaas Veltman, geboren
op 15 november 1911 te Wolvega, overleden op 12-10-1944 te
Nijeholtwolde.
Nicolaas Veltman werd op 12 oktober 1944 doodgeschoten samen met Roelof Algra uit Rinsumageest
en Marcel Leiser. De fusillade was een represaille voor sabotage aan het
spoorwegtraject Wolvega-Heerenveen ter hoogte van Nijeholtwolde.

Thomas Hendrik Verdenius,
geboren op 15 augustus 1901 te Heerde, overleden op
05-01-1945 te Heerenveen.
Hij was
arts in Noordwolde. Tijdens de bezetting was hij lid van de
L.O. en de Ordedienst. Als spil in het Noordwoldiger verzet
was Verdenius volledig op de hoogte van alle illegale
activiteiten in zijn woonplaats. De arts hoorde in de nacht
van 4 op 5 januari 1945 in Crackstate hoe Luitjen Mulder uit
Lemmer, in de naastgelegen cel werd mishandeld. Om te
voorkomen dat hijzelf ook zou worden gemarteld, maakte
Verdenius een einde aan zijn leven. Hij werd begraven op de
N.H. begraafplaats in Noordwolde. )

Harmen
(Harm) Visser, (Douanier) geboren op 23 oktober 1906 te
Lemmer, overleden op 10-05-1940 te Venebrugge.
Hij is
begraven te Lemmer. trouwde, op donderdag 12 maart 1931 in
Lemmer met Pietertje (Pytsje) de Vries, geboren
woensdag 6 juni 1906 in Lemmer. Harmen was een van de eerste
Nederlandse oorlogsslachtoffers in de tweede Wereldoorlog.
Hij werd thuis in Venebrugge (ligt bij de Duitse grens) bij
het in veiligheid brengen van zijn kinderen, geraakt door
Duitse munitie.
Gerrit
Vlietstra, geboren op 2 januari 1922 te 'De
Drachtstercompagnie', overleden op 06-04-1945
te Nijemirdum.
Tijdens de bezetting
kreeg hij een politieopleiding in Schalkhaar. Toen hij
merkte in welke propagandistische gemeenschap hij terecht
was gekomen, stopte hij met de opleiding. Hij dook onder in
's-Gravenhage, waar hij zich meldde bij de verzetsbeweging.
Later werd hij lid van de Sneker Knokploeg. In deze stad had
hij een onderduikadres gevonden. Op Goede Vrijdag 30 maart
1945 werd hij gearresteerd en overgebracht naar kamp Sondel.
Op 6 april werd hij tegelijk met Herre Winia en Durk
Dijkstra op de Zandvoorderhoek bij het IJsselmeer
gefusilleerd. Gerrit Vlietstra werd herbegraven op de N.H.
begraafplaats in Drachtster Compagnie.

Jan Visser, geboren op 14
april 1918 te Leeuwarden, overleden op 14-04-1945 te Ureterp.
Hij was directeur van het bijkantoor van de
Noord Friese Middenstandsbank in Drachten. Visser was vanaf
de oprichting lid van de Nederlandse Binnenlandse
Strijdkrachten (NBS) en had vanaf september 1944 leden van
de Knokploeg in huis. In de bevrijdingsdagen trad hij op als
tolk tussen de NBS en de Canadezen. Hij is omgekomen bij de
bevrijdingsgevechten op 14 april 1945 in Ureterp en werd
begraven op de Algemene begraafplaats in Leeuwarden.
Bernardus de Vries, geboren op 19 juli 1918 te Harlingen,
overleden op 18-08-1944 te Vught.
Bernardus de Vries woont in Rotterdam en is daar
marechaussee parketwachter. In de oorlog geeft Bernardus
zijn baan op en wordt lid van het verzet. Op 7 juli 1944
voert hij met de KP-Leeuwarden een overval uit op een
distributie kantoor in Workum. Bij deze overval worden
kaarten meegenomen voor zware arbeid, bonkaarten en
tabakskaarten.
De auto’s
die door de verzetsgroep gebruikt worden, zijn verborgen bij
transportbedrijf De Jong. Ook een Oldsmobile. Op 15 juli
1944 zien landwachten deze auto staan terwijl Bernardus met
twee andere verzetslieden langsfietst. Bernardus oppert het
plan om de auto terug te veroveren en een overval op de
landwachten uit te voeren. De andere verzetslieden vinden
dit te riskant. Een van de landwachten vindt tijdens de
inspectie van de auto dat de drie langsfietsende mannen zich
verdacht gedragen.
Bernardus
keert later alleen terug en de landwachters dwingen hem van
de fiets af te stappen. Bernardus probeert al schietende te
ontsnappen en vlucht een huis binnen. Hij kan het
huis eigenlijk niet meer uit maar probeert noodgedwongen het
huis toch te ontvluchten. Op straat wordt Bernardus
neergeschoten en gearresteerd.
In het
Huis van Bewaring in Leeuwarden weet Bernardus het verzet
nog te waarschuwen dat hij niets zal loslaten. De
KP-Leeuwarden neemt toch voorzorgsmaatregelen. Papieren
worden verbrand of in een douane kantoor ondergebracht. De
Duitsers zijn bang dat Bernardus door het verzet bevrijd
wordt en brengen hem over naar het vliegveld Leeuwarden. Na
enige tijd keert hij terug naar de gevangenis. Daar wordt
hij door verschillende SD-ers verhoord en slaat hij door.
Ooggetuigen vertellen later dat Bernardus er zwart en blauw
uitziet na deze verhoren. Zijn huid is opengereten en hij
heeft bloedende wonden.
Toch
heeft Bernardus geprobeerd zoveel mogelijk foute informatie
aan de Duitsers door te spelen. Zo noemt hij een pakhuis dat
al lange tijd niet meer door het verzet gebruikt wordt.
Helaas heeft een van de verzetslieden alle papieren van het
douanekantoor naar dit pakhuis overgebracht. Wanneer de
Duitsers dit pakhuis doorzoeken valt een schat aan
informatie in hun handen. Als gevolg hiervan worden
verzetslieden opgepakt. Bernardus heeft ook namen genoemd van verzetsstrijders, maar
alleen van mensen waarvan hij zeker weet dat ze veilig
ondergedoken zitten. Bernardus wordt overgebracht naar
Vught. Op 18 augustus 1944 wordt hij gefusilleerd.
Bouke
de Vries, geboren op 31 juli 1907 te Harich , overleden op
04-05-1943 te Leeuwarden.
Bouke de
Vries deed met vele anderen op zaterdagavond 1 mei 1943 mee
aan de melkstaking te Oudega-W. Hij was op een boot
gesprongen die melkbussen vervoerde en leegde de bussen in
het meer. Bouke dook onder, evenals enkele anderen die
hadden meegedaan. Toen werd zijn vrouw Grietje op
maandagmorgen 3 mei 1943 meegenomen, terwijl thuis drie
kleine kinderen achterbleven. Van andere stakers waren ook
al familieleden als gijzelaar meegenomen.
Dit kon Bouke niet
aanzien, en meldde zich vrijwillig op 4 mei 1943. Andere
gijzelaars waren al weer vrijgelaten, maar Bouke werd als
leider gezien. Bouke werd standrechtelijk tot de doodstraf
veroordeeld op het Oud Burger Weeshuis (SD-kantoor, waarheen
het Standrecht was verhuisd vanwege de lang aanhoudende
onrusten in Friesland) te Leeuwarden en samen met Dirk
Fokkens, Jan Eisenga en Broer de Witte op 4 mei 1943 om 21.30 uur op het Kalverdijkje te
Leeuwarden gefusilleerd. Bouke de Vries was vrachtrijder en
woonde met zijn jonge gezin in Oudega (Wymbritseradeel).
Dirk
de Vries, geboren op 21 juni 1925 te Drachten, overleden op
19-11-1944 te Menaldum.
Hij was
arbeider/nachtstoker, met als standplaats Drachten. Tijdens
de spoor en tramstaking viel hij in handen van de bezetter.
Hij werd op 19 november 1944 met Hans Goudsmit en Jan Zorn
bij wijze van represaille bij Menaldum gefusilleerd. De
Vries werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in
Drachten.
Harm de Vries,
geboren op 4 november 1913 te Rosterhaule, overleden op
14-05-1940 te Dordrecht.
Hij sneuvelde te Dordrecht op
14 mei 1940 als dienstplichtige soldaat en werd begraven op
de N.H. begraafplaats in Sint-Johannesga.
Harmen
de Vries, geboren op 4 mei 1918 te Noordbergum, overleden op
16-04-1945 te Noorbergum.
Op 16
april stond Harmen de Vries op wacht bij het pompstation.
Hij stak zijn hand op naar een passerende auto, die versierd
was met oranje wimpels. Vanuit de auto werd hij beschoten
(door voorbijtrekkende Duitse militairen, die zich in die
auto verschuild hadden) en was op slag dood. Met een marechaussee op een motorfiets heb ik nog jacht
gemaakt op ze ( Teade Kingma, Bergum ), maar tevergeefs. Ze
zijn bij mijn weten nooit gepakt."

Jan de Vries, geboren op 17
november 1919 te Opeinde, overleden op 21-11-1944 te Opeinde.
Ten
gevolge van de spoor- en tramstaking was Gerhardus Wagenaar
(geboren op 28 december 1907 in Drogeham. Hij was arbeider
bij de N.T.M., met als standplaats Drachten. Ten gevolge van
de spoor- en tramstaking) ondergedoken bij de familie De
Vries op Legauke, onder Opeinde. Op 21 november 1944 werd hij samen met de broers
Jan en Marten de Vries tijdens een vuurgevecht met de
bezetter doodgeschoten. Hij werd begraven op de Algemene
begraafplaats in Opeinde. Een andere onderduiker, de
stakende tramconducteur Willem Westerhof, verschool zich
achter het vee en overleefde deze razzia.
Jan
zijn broer Marten is geboren op 7 juli 1921 te Opeinde,
overleden op 21-11-1944 te Opeinde

Marten de Vries, geboren op 22
juni 1922, overleden op 07-07-1943 te Wartena.
In 1943 dook hij onder. Tijdens het hooien
in het Leechlan op 7 juli 1943 werd een razzia uitgevoerd,
waarbij De Vries probeerde te ontkomen in het hoge riet.
Terwijl hij vluchtte, werd hij dodelijk getroffen door een
kogel. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats te
Wartena.
|