|

Wiepke van der Zee, (ambtenaar
ter secretarie) geboren op 6 juni 1918 te Hindelopen, overleden op
06-06-1944 te Overveen.
In de Tweede Wereldoorlog speelden het gemeentebestuur en de gemeenteambtenaren
van Oosterhesselen een belangrijke rol in het verzet. Wethouder Johannes Post uit Nieuwlande hielp vele joden met onderduiken in zijn dorp en was ook betrokken bij verzetsacties in het westen van het land. Burgemeester Cornelis de Kock gaf leiding aan het gemeentebestuur, dat probeerde zoveel mogelijk mensen uit handen van de Duitsers te houden. In de zomer van 1944 werd De Kock door de SS opgepakt en zogenaamd voor verhoor meegenomen naar Assen, maar even later halverwege Oosterhesselen
en Meppen op straat doodgeschoten.
Wiepke zat in het verzet
van Oosterhesselen en de KP. Wiepke is gearresteerd op 22
maart 1944 tengevolge van andere arrestaties. Met acht
andere illegale werkers werd hij door het
Polizeistandgericht in ’s-Hertogenbosch ter dood veroordeeld
en daarna gefusilleerd. De namen van de acht veroordeelden
wegens steun aan de voornoemde verzetsorganisatie zijn: de
gemeenteambtenaar Markus Assies (25) uit Assen, de
gemeenteambtenaar Albert Rozema (30) uit Hoogeveen, de
postbeambte Hendrik Raat (23) uit Hoogeveen, de
distributieambtenaar Marinus Veth (24) uit Papendrecht, de
tuinman Albert van der Ziel (21) uit Zandeweer, de
toneelspeler Henry van Ees (21) uit Den Haag, de
verzekeringsagent Christiaan Diemel (30) uit Leiden en de
meubelmaker Adriaan de Rijks (23) uit Gouda.
Hij viel voor vrijheid en
recht. Deze tekst en de woorden: Rust zacht, lieve jongen
sieren de grafsteen van Wiepke van der Zee op de
Erebegraafplaats te Bloemendaal.

Anske Zwalua, geboren op 9
februari 1904 te Oudebildtzijl, overleden op 03-02-1945 te
Neuengamme. Anske was gehuwd met Japke Kuipers, uit dit
huwelijk een zoon Thijs.
Anske zat bij de de Meppeler
K.P. en verzorgde transporten voor knokploegen en vervoer
van gecrashte geallieerde piloten. Samen met Eppo Streuper
(geboren op 7 september 1921 te Sappemeer (Groningen)
overleden op 24 april 1945 te Sandbostel (Duitsland).
Tijdens het overbrengen vanuit het Bildt van enkele piloten
uit Friesland naar Meppel, werden ze de volgende dag door de
Landwacht opgepakt. Beiden kwamen om het leven.

Vissers van de haringregel
Slingerhaan in 1910. Vlnr: Jan G. Krottje, Gerrit G. Krottje
(Grote Kai), Minne Dijkstra, Waling van Noord, Dirk K.
Kuiken, Theunis G. Krottje, Kees K. Kuiken, Jan K. Kuiken,
Dirk Cuperus, Johannes K. Tjepkema, Klaas H. Kuiken, Fedde
Wassenaar, Ate G. Krottje, Hendrik Postma, Jan D. Krottje,
Feike van Dijk, Thijs Zwalua, Pieter G.
Krottje, Jan K. Tjepkema, Theinis D. Krottje, de kleine
jongen is Anske Zwalua. De wijdbeens staande grote
man met baard is Gerrit Gerrits Krottje.

Jan Zijlstra, (politieman)
geboren op 4 juni 1904 te Hoogeveen, overleden op 01-01-1945
te Neuengamme.
Jan werd gearresteerd op 28
juli 1944 ten gevolge van een overval op Tamminga's
Kaaspakhuis aan de Schrans in Leeuwarden. In dit pakhuis lag
de administratie van het Nationaal Steun Fonds (NSF), dat in
handen van de bezetter was gevallen, opgeslagen. Jan werd
overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme waar hij
stierf op 1 januari 1945.
De dag van de overval door
de SD op het Kaaspakhuis in Leeuwarden, waarbij de
gehele administratie van de Friese illegaliteit in
handen van de Duitsers viel. Aanleiding tot de overval
was de arrestatie van de zesentwintigjarige Ben de
Vries, een politieman uit Harlingen (parketwachter in
Rotterdam voor hij naar Friesland vertrok) die drie
weken tevoren zijn baan bij de politie had opgegeven en
zich had aangesloten bij de KP. Ben de Vries wilde actie
en toen het bericht wam dat de Landwacht de Oldsmobile
van de kP in Leeuwarden in een schuur had gevonden, ging
hij er met twee KP'ers op de fiets op af. Helaas wisten
ze niet dat er in de auto gummiknuppels waren gevonden,
die de KP daar tegen het strikte consigne in had achter
gelaten.
De Landwacht vermoedde dat
de auto door terroristen' was gebruikt en was extra
oplettend toen er drie jonge mannen langs de schuur
fietsten. Buiten het zicht van de Landwachters stelde
Ben voor nog een keer te gaan kijken of er toch geen
mogelijkheid was de Oldsmobile weer in handen te
krijgen. De twee meer ervaren KP'ers raadden het
hem af en reden naar huis. Ben keerde alleen om. de
landwachters herkenden hem als een van de mannen die al
eerder langs fietsten en hielden hem aan.
Schietend probeerde hij weg te komen, maar de overmacht
was te groot. Aangeschoten werd hij gearresteerd.
De arrestatie van Ben de
Vries werd een ramp voor de Friese illegaliteit. De
KP-leiders verweten zichzelf dat ze juist die dag de
stad uit waren en de onervaren Ben alleen hadden
gelaten. Gepakt na een vuurgevecht: hij zou zeker zwaar
verhoord en gemarteld worden. De volgende ochtend kwam
er bericht uit het Huis van bewaring in Leeuwarden, via
goede bewakers, dat ze niets uit Ben zouden krijgen: 'Al
slaan ze me dood', Maar de dag daarop, 15 juli 1944,
kwam de Sicherheitspolizei (Sipo) uit Groningen naar
Leeuwarden, de geboeide en zwaar mishandelde Ben de
Vries met zich meevoerend, en viel vroeg in de ochtend
de huizen van illegale werkers binnen - die op een na
waren ondergedoken.
Even later stonden de
Duitsers voor het kaaspakhuis van de firma Tamminga aan
de Schrans in Huizum (nu Leeuwarden), het hoofdkwartier
van de Friese illegaliteit. Zonder veel moeite haalden
ze het arsenaal van de KP van de zolder van het pakhuis.
Wapens, uniformen (voor ieder KP-lid minstens een),
leren jassen, munitie, vliegtuigonderdelen, radio's,
geschut, bedden, brandbommen en een mitrailleur. En, nog
erger, veel papieren. De Nederlandse SD'er Lammers die
bij de overval aanwezig was als tolk van
Untersturmflilirer
Knorr, de leider van de
overval, verklaarde in een proces-verbaal van de
Politieke Recherche, afdeling Leeuwarden, dat er zo’n
hoeveelheid materiaal uit het pakhuis kwam dat er een
vrachtauto nodig was om alles naar de Dienststelle in
Leeuwarden over te brengen.
Een geweldige hoeveelheid
bescheiden betrekking hebbende op de verzetsbeweging in
Friesland, bestaande uit brieven, talloze aantekeningen.
Een blauw schoolschrift met een honderdtal namen (van
Friezen die geld stortten ten behoeve van onderduikers),
tal van andere paperassen en een volledig kaartsysteem.
Alles verpakt in kartonnen dozen en koffers.'
Deze bescheiden waren
voor het verder bestrijden en liquideren van het
verzet in Friesland van het grootste belang, daar
het de volledige administratie van het
georganiseerde verzet bleek te zijn,' voegt hij
eraan toe. Lammers, die werd belast met het
uitzoeken van het materiaal, vond tot zijn
verrassing de sleutel tot de code van de cartotheek
bij de paperassen.
"Zodoende was ik in
staat zonder moeite de kaarten te lezen" , Ben de
Vries was door de Sicherheitspolizei in het
Scholtenshuis in Groningen een dag en een nacht
onafgebroken door elkaar afwisselende SD'ers
verhoord en mishandeld, zo erg dat hij doorsloeg.
Getuigen verklaren dat hij 13 juni in het Huis van
Bewaring in Leeuwarden werd binnengebracht, door
schotwonden bloedend aan zijn hoofd en dijbeen, en
dat hij een etmaal later na de mishandelingen door
de SD in Groningen onherkenbaar was.
Zodra de arrestatie
van Ben de Vries bekend' was, handelden de meeste
KP'ers volgens de ongeschreven wetten van de
illegaliteit en doken onder. Daardoor bleef
het aantal slachtoffers beperkt.
 
Tamminga's Kaaspakhuis aan de
Schrans in Leeuwarden.
|