|
|
Oorlogsherinneringen
1940-1945
van Wiebe Feenstra.
Dit
dagboek verscheen als deel V in het Herdenk-Gedenkboek:
"Straatnamen zijn ook Monumenten"
samengesteld en uitgegeven door Evert de Jong, Lemmer 31 augustus 1995. |
Hierbij willen wij Wiebe hartelijk
bedanken dat hij zijn dagboek beschikbaar heeft gesteld voor
spanvis.
| 1 | 2 |
3 | 4 |
5 | 6 |

De Eerste Park straat (het was hier ook echt de
eerste),
In deze straat woonde de samensteller van het dagboek in oorlogstijd.

Wiebe Feenstra in
1943 (15 jaar)
|
Beknopte
levensbeschrijving van Wiebe Feenstra.
Geboren op 2 november 1928 te Lemmer. Zoon van Wiebe
Feenstra en Grietje Berentje Zandstra, beide geboren en
overleden te Lemmer.
Hij bezocht de openbare lagere school te Lemmer van 1 april
1935 tot 2 augustus 1941 en de Mulo-school aan de Korte
Streek te Lemmer van 1 september 1941 tot juli 1945.
Na zijn schooljaren werkte hij tot 15 maart 1948 op een
kantoor in de Noord-Oost-Polder.
Als dienstplichtig Sergeant-majoor Administrateur was hij
van 15 maart 1948 tot 1 oktober 1950 in dienst bij de
Koninklijke Landmacht.
Op 1 oktober 1950 trad hij als beroepsmilitair in dienst bij
de Koninklijke Luchtmacht. Als zodanig werd hij
achtereenvolgens geplaatst bij een Navigatiestation te Den
Helder, op de Vliegbasis Twente bij Enschede, op de
Vliegbasis Deelen bij Arnhem, bij de Supreme Allied Command Europe te Parijs
vanwaar hij als Liaison officier werd uitgezonden naar het
Strategic Air Command van de US Airforce te Omaha Nebraska
USA.
Na terugkeer uit de USA werd hij geplaatst bij de
elementaire vliegeropleiding van de KLu detachement,
ondergebracht bij de Rijks Luchtvaart School op het
vliegveld Eelde. In verband met de plaatsing te Eelde
vestigde hij zich met zijn gezin te Heerenveen.
Op 1 december 1983 werd hem op 55-jarige leeftijd eervol
ontslag verleend.
Dat de aantekeningen op 19 april 1945 zo abrupt eindigden
was het gevolg van het feit dat hij in zijn jeugdige
onvoorzichtigheid probeerde een 2cm luchtdoelgranaat te
demonteren. tijdens de demontagepoging explodeerde de
inmiddels verwijderde voorontsteking van de granaat, waarbij
hij aan beide handen verwond raakte en opgenomen moest
worden in het St.Antoniusziekenhuis te Sneek
|
OORLOGSHERINNERINGEN 1940-1945.
Wiebe Feenstra, geboren 2 november 1928 te Lemmer (Lemsterland)
samengesteld uit door hem in deze periode gemaakte aantekeningen.
Vrijdag 10 mei 1940.
Mijn moeder riep mij vanmorgen al vroeg het bed uit. Ze vertelde dat
Duitse militairen ons land waren binnen gevallen en dat we nu met
Duitsland in oorlog waren.
De hele nacht waren er vliegtuigen in de lucht geweest. Ik zelf heb daar
niets van gehoord. Toen ik gewassen en aangekleed was ging ik vlug naar
buiten.
Bij ons in de straat stonden overal groepjes mensen te praten. Vader
praatte met buurman Prins, buurman De Vries en buurman Hielke. Het leek
allemaal erg indrukwekkend. Het mocht wel niet van moeder maar ik ben
toch stiekem even Lemmer ingegaan. Nederlandse soldaten waren bezig de
sluisdeuren op te blazen. Friesland moet onder water worden gezet zodat
de Duitsers er niet door kunnen komen werd onder de Hoek verteld. Ook
onder de Hoek stonden al heel wat mannen te praten.
Onze soldaten lieten schepen voor de haven ingangen zinken.
Vanaf de trambrug kon ik zien dat er minstens vijf schepen al gezonken
waren. We (inmiddels had ik mijn vriendjes Willem Gaasbeek en Jan Tenk
ontmoet) mochten niet naar de vuurtoren lopen. We mochten niet verder
gaan dan tot aan de trambrug.
-oen ik weer thuis kwam, was moeder bezig de restanten van de wijn en
andere dranken, die waren overgebleven van de 12 1/2 jarige bruiloft van
mijn ouders op 20 april jongstleden, leeg te gieten in het gootje naar
de sloot achter ons huis.
Moeder zei dat ze bang was, dat als de Duitsers ooit in Lemmer kwamen,
ze in de huizen naar drank zouden zoeken en als ze dan dronken werden,
alles kort en klein zouden slaan of misschien nog wel erger.
In de loop van de dag kwamen er veel joodse mensen naar de buitenhaven
van Lemmer. Ze kwamen uit Sneek en Leeuwarden. Sommigen kwamen zelfs
helemaal uit Groningen. Zij vroegen Lemster vissers of die ze naar de
overkant van het IJsselmeer (Amsterdam of Enkhuizen) wilden brengen,
zodat ze de Duitsers konden ontvluchten. Ze boden volgens zeggen hele
bedragen aan geld zelfs hun auto als betaling aan. Ik weet niet of er
Lemster vissers zijn die het bod hebben aangenomen.
Ik hoorde bij ons in de Parkstraat dat
er Franse militairen in Lemmer zouden zijn aangekomen. De Fransen
gaan ons helpen de Duitsers in de pan te hakken. Om elf uur ging ik
vlug Lemmer in om naar Franse militairen te kijken.
Toen ik bij het gemeentehuis kwam, zag ik een motorfiets met zijspan
staan. Naast de motorfiets stond een militair. Hij had een leren jas
aan en een helm op die heel anders was dan de helm van onze eigen
militairen. Hij had een stalen wapen scheef voor de borst hangen.
Het is een heel ander wapen dan de geweren die onze militairen
droegen. Waar onze militairen zijn gebleven weet ik niet. Er werd
verteld dat ze vanmorgen vroeg per auto richting Sondel waren
vertrokken.
Al spoedig hoorde ik van Lemsters die op de Gedempte gracht stonden
te praten dat de militair voor het gemeentehuis een Duitser was.
Het waren dus geen Fransen zoals er bij ons in de Parkstraat werd
verteld. Hoe kunnen die Duitsers zo vlug in Lemmer zijn? Konden onze
soldaten die paar Duitsers dan niet tegenhouden? Ik begrijp er niets
van. Voor de radioberichten hoorde ik vanmorgen nog dat onze troepen
zich overal goed weerden en nu zijn de Duitsers toch al in Lemmer.
Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb.
Zou neef Sake (Haagsman) die als sergeant bij het 8e Regiment
Infanterie aan de Grebbelinie bij Rhenen ligt, ook al door de
Duitsers op de vlucht zijn gejaagd? Nee dat bestaat niet Sake is
voor de duivel nog niet bang.
In de loop van de middag werd het
duidelijk dat de Duitsers in Lemmer zijn. Er kwamen er steeds meer
bij. Ze kwamen in een soort open auto met aan de voorkant twee
wielen en daarachter rupsbanden.
Achter aan deze voertuigen zijn kanonnen vastgemaakt. De meeste
Duitsers kwamen echter te paard en daar zijn er ook bij die een
wagen of kanon trekken.
We weten nu wel zeker dat het Duitsers zijn want ze hebben het mij
zelf verteld.
Ze gaven ons handen vol frambozen zuurtjes. Toen ik er mee thuis
kwam moest ik ze van moeder weggooien omdat ze volgens moeder best
giftig kunnen zijn.
Tegen de avond zat Lemmer vol met Duitse militairen. De roomse
school zit ook vol en in de Parkstraten staan allerlei militaire
wagens en pantserwagens. De militairen in de open auto' s met een
kanon er achter aan vast, zien er angstwekkend en woest uit. Ze
hebben takken met bladeren aan hun helm vastgemaakt en op hun
gezicht hebben ze zwarte en groene strepen getrokken.
Bij de roomse school staat een keukenwagen. Duitse militaire koks
koken daar eten in voor de andere militairen. Die militaire koks
zien er niet woest of angstwekkend uit. Alhoewel wij veel liever
Nederlandse en Franse militairen hadden gezien is het al met al toch
wel spannend voor mij en mijn vrienden.
Inmiddels zijn Lemster timmerlieden bezig de sluizen zo goed
mogelijk te herstellen waardoor het reeds enigszins gestegen water
in de kanalen en sloten niet verder kan stijgen.
Duitse matrozen zijn met behulp van een Nederlandse sleepboot bezig
de gezonken schepen voor de haveningang weg te slepen. Ze hebben
eerst de gaten gedicht en de schepen zoveel mogelijk leeggepompt.
Haveningang.
Bij dit werk zijn ook een paar Duitsers verdronken. Ome Leeuwke (Zandstra)
moest ook helpen bij het dreggen naar de verdronken moffen. Waar die
Duitse matrozen zo snel vandaan zijn gekomen is ook voor mij een
raadsel.
De Duitsers zijn bezig om van aken en botters, die voorzien zijn van
een motor, de mast te verwijderen. Men zegt dat het de bedoeling van
de Duitsers is om met de aken en botters het IJsselmeer over te
steken naar Noord-Holland omdat ze niet over de Afsluitdijk en door
de Grebbelinie kunnen komen. Ik heb gehoord dat sommige Duitsers
denken dat aan de overkant van het IJsselmeer Engeland ligt. Deze
Duitsers hebben op school weinig of niets aan aardrijkskunde gedaan.
Zondag 12 mei 1940
Het is vandaag 1e Pinksterdag. Er
kwamen de hele dag nog drommen Duitsers door Lemmer. Ze kwamen
vooral via de Straatweg vanuit de richting Follega. De Duitsers die
vandaag nog kwamen waren bijna allemaal te paard. Ik heb nog nooit
zoveel paarden gezien, ook niet toen vorig jaar bij het begin van de
mobilisatie de boeren uit de omtrek hun paarden in Lemmer moesten
inleveren.
Truitje Zijlbrug, de brug naar de Schans die sneuvelde onder het
Duitse gewicht.
Vanaf de kant van Oosterzee kunnen geen Duitsers te paard of met
auto's meer komen omdat in de loop van de dag de brug over de Rien
naar de Schans het heeft begeven. De brug ligt er scheef bij.
Alleen voetgangers en fietsers mogen nog gebruik van de brug maken.
Er wordt beweerd dat de Duitsers bij de Afsluitdijk zware verliezen
lijden en dat de Nederlandse militairen de Duitsers nu weer terug
drijven. Het kan best waar zijn, want de Duitsers brengen op diverse
plaatsen kanonnen in stelling. Ook naast de gereformeerde kerk aan
de Nieuwburen staat een kanon opgesteld. Het kanon is met takken
gecamoufleerd en de loop van het kanon wist in de richting van de
Schoolstraat. Ik mag nu niet meer op straat want moeder heeft
gehoord dat er spoedig om- en in Lemmer zal worden gevochten.
Oom Pieter (Feenstra) heeft het zekere voor het onzekere genomen en
ligt met kleren aan in de kamerbedstee een dutje te doen. Vader
heeft late dienst op de gasfabriek, dus die is voorlopig nog niet
thuis waardoor moeder en mijn zusje Aaltje erg bang zijn. Ik vind
het alleen maar spannend, maar durf dat niet te zeggen.
Maandag 13 mei 1940.
Van gevechten in- en om Lemmer is
gelukkig niets gekomen. Wel reden er vrachtwagens vanaf Sondel door
Lemmer richting Follega. Men zegt dat deze auto's vol
gesneuvelde Duitsers lagen. Ik kon daar echter niets van zien omdat
ook aan de achterkant van de auto's het zeildoek naar beneden was
gedaan en vastgemaakt. Het waren grote wagens van het merk
Mercedes-Benz.
Het kanon naast de gereformeerde kerk is weer weggehaald. Vader
heeft wel gelachen toen wij hem vertelden dat oom Pieter gekleed
naar bed was gegaan toen hij hoorde dat er bij Lemmer gevochten zou
worden. Wij overdreven
trouwens wel een beetje door te zeggen dat hij zijn hoed en overjas
aan had en ook de schoenen had aangehouden.
Er kwam vandaag nog steeds militair ruitervolk vanaf de Straatweg
door Lemmer. Willem Gaasbeek, Cor Kossen, Jan Tenk en ik lagen
vanmorgen in de bosjes van de melkjister van boer Agricola naar de
ruiters die voorbij trokken te kijken. Wij vonden in de bosjes een
groot pak tussen de struiken. Toen wij het pak open maakten bleek er
een spiksplinternieuwe beige regenjas in te zitten. Wij snapten niet
hoe die jas daar terecht was gekomen en besloten het pak met de jas
naar politie Gerardus Wiersma te brengen die bij ons in de 1e
Parkstraat woont. Toen we het pak afleverden moesten we aan Wiersma
vertellen waar we het pak gevonden hadden en wat wij daar deden.
Toen we Wiersma alles verteld hadden beloofde hij ons dat hij wel
zou zorgen dat het in orde kwam en dat we
er maar met niemand over moesten praten.
Dinsdag 14 mei 1940.
Vandaag waren er nog veel Duitsers in
Lemmer. Het naarste nieuws van vandaag was dat Rotterdam door de
Duitse luchtmacht is plat gebombardeerd. Nederland heeft
gecapituleerd omdat de Duitsers ook Amsterdam en Utrecht zullen
bombarderen als Nederland zich niet zou overgeven. Wij hebben dus
helaas de oorlog verloren.
Donderdag 6 juni 1940.
Vandaag zijn koffie en thee op de bon
gegaan. Gelukkig heeft moeder kans gezien om stiekem een paar pakjes
thee en koffie te hamsteren. Hamsteren is overigens ten strengste
verboden.
Zondag 9 juni 1940.
Nederlandse militairen die door de
Duitsers krijgsgevangene zijn gemaakt komen weer naar huis. Er zijn
al enige Lemster militairen thuis gekomen voordat deze maatregel
door de Duitsers is genomen.
Deze militairen zijn vast niet door de Duitsers als krijgsgevangene
afgevoerd geweest. Neef Sake, die voor zover ik weet aan de
Grebbelinie heeft gevochten, is nog steeds niet terug.
Zondag 23 juni 1940.
Vader en Betsie de Groot, de verloofde
van Sake, zijn op reis gegaan naar Nijmegen om bij de ouders van
Sake te informeren of die al wat van Sake hebben gehoord. De
posterijen werken nog niet goed, zodat Vader en Betsie maar voor
deze oplossing hebben gekozen.
Donderdag 4 juli 1940.
De Duitsers hebben ons verboden om
naar de Engelse radio te luisteren. Bij ons thuis konden we dat toch
al niet omdat we radiodistributie hebben en die staat geheel onder
Duitse controle. Voor mensen die een eigen ontvangsttoestel hebben
wordt het nu wel uitkijken als ze toch naar de BBC of zo zitten te
luisteren.
Zaterdag 6 juli 1940.
Vader en Betsie de Groot, zijn vandaag
weer in Lemmer terug gekomen.
Ze hebben erg veel geluk gehad. Toen ze via een soort noodbrug de
Rijn bij Arnhem overstaken, werden ze aangesproken door een
verpleegster die Vader en Betsie Fries hoorde praten en zelf ook een
Friezin was. Toen vader aan de verpleegster het doel van hun tocht
vertelde, had ze de handen in de lucht gestoken en gezegd: "Hebben
jullie even geluk. Ik ben verpleegster in het militair hospitaal
hier in Arnhem en op mijn afdeling lag een sergeant Sake Haagsman
die mij vertelde dat zijn ouders in Nijmegen woonden en zijn
verloofde in Lemmer, waar hij als chauffeur bij een busmaatschappij
werkte, woonde". Hij had tijdens de gevechten om de Grebbeberg een
schot door zijn arm gehad en was als gewonde naar het militair
hospitaal in Arnhem afgevoerd. Toen bleek dat
zijn verwonding niet al te erg was hebben de Duitsers hem met nog
enkele lichtgewonden verder getransporteerd naar Duitsland waar zij
verder behandeld zouden worden.
Vader en Betsie waren erg blij geweest met dit nieuws en doorgereisd
naar Nijmegen waar ze ome Rijk en tante Roelofje die ook nog van
niets wisten van dit heuglijk nieuws op de hoogte konden stellen.
Identificatie van gesneuvelden op de Grebbeberg.
Donderdag 25 juli 1940.
Vandaag zijn de schoenen op de bon gegaan.
Zaterdag 27 juli 1940.
We hebben nog geen schoolvakantie en lummelden wat met ons vieren rond
op het zandveldje achter de Lijnbaan naast de bewaarschool.
De lucht was bewolkt maar het regende gelukkig niet. Plots hoorden we
vliegtuiggeronk dat steeds sterker werd. Toen ineens zagen we een
tweemotorig vliegtuig uit de wolken komen dat in duikvlucht richting
haven vloog. Er volgden een paar scherpe knallen en toen was het weer
stil. Later op de middag hoorden we dat er bommen ontploft zijn niet ver
van de huizen die gebouwd zijn bij het nieuwe gemaal in de N.O.P. Het
vliegtuig dat we eerder op de middag hadden gezien, had bommen op de
werkhaven gegooid. Eén bom was niet ontploft en
had de waterleiding in de buurt van de gemaalhuizen beschadigd. Terwijl
personeel van de waterleiding bezig was met graven om de schade te
herstellen, was deze bom ontploft, waardoor acht mensen zijn gedood.
Onder andere zijn de volgende Lemsters om het leven gekomen. Mhr. Koole,
bakker Koopmans, Mhr. Lelienaar en agent Dirksen . Misschien was het wel
een tijdbom of heeft men met een schop tegen de bom gestoten. Het is
vreselijk wat daar bij de werkhaven is gebeurd en heel wat families zijn
nu in de rouw.
Wij jongens rouwen echter niet om agent Dirksen.(Wiebe schreef dit
als 11½ jongen, toen ik hem sprak zei hij "nu zou ik dat
nooit denken of zeggen") Deze man zat ons altijd achterna. Vorig
jaar november toen we bezig waren met het uithollen van voederbieten
precies onder een brandende lantarenpaal in de Schoolstraat bij de
openbare school, werden we door agent Dirksen en nog een paar agenten
opgepakt en in een cel op het politiebureau opgesloten. We waren wel met
tien jongens bezig om van de voederbieten doodskoppen te maken om die
later met St. Maarten met een kaarsje erin in bomen op te hangen.
We moesten op het politiebureau één voor één de cel uitkomen en werden
dan verhoord door Doede Kok en Gerardus Wiersma. Onze namen werden
ingeschreven in een boek dat volgens politie Wiersma het boeven boek
was. Als we niet direct antwoord gaven op de vragen die ons werden
gesteld, kregen we een optater van agent Dirksen, voor ons een echte
sadist. Degenen die nog in de cel zaten om verhoord te worden, hoorden
de pijnkreten van de maten die er eerder uit gehaald waren. Ook ik kreeg
mijn portie en toen ik thuis kwam had ik nog rode striemen van de
klappen op mijn gezicht staan. Thuis kreeg ik ook nog een geweldige
uitbrander omdat ik als een boef op het politiebureau had vast gezeten.
Ook had Dirksen kennelijk de pest in op Willem Gaasbeek, die net als
zijn broer Douwe rossig haar heeft. Als Douwe wat had uitgespookt werd
Willem prompt als de dader door Dirksen in de kraag gegrepen. Willem had
dit al snel in de gaten en iedere keer als Dirksen hem voor het één of
ander greep, gaf Willem Douwe de schuld ook als hij zelf de schuldige
was. Deze methode heeft Willem al heel wat pakken rammel bespaard.
Zaterdag 3 augustus 1940.
Neef Sake is weer in Lemmer aangekomen. Hij was al even bij zijn ouders
in Nijmegen geweest. Hij heeft een groot litteken op zijn rechter arm
vooral op de plaats waar de kogel of de granaatscherf weer uit de arm is
gekomen. Iedereen is blij met zijn terugkomst.
Voor zover mij bekend is er helaas toch een Lemster soldaat gesneuveld.
Vandaag is de textiel op de bon gegaan.

Maandag 26 augustus 1940.
Na alles wat reeds op de bon is, gaan nu ook vet en boter op de bon.
Moeder klaagt steen en been over deze alweer nare maatregel door onze
bezetters.
Er komen de laatste tijd veel Duitse oorlogsschepen door de Rien die via
de Lemmer het IJsselmeer op gaan. Er zijn mooie slanke boten bij. Van
een Duitse matroos hoorde ik dat het Schnellbote waren.
Wat dat betekent weet ik van een oud Lemster matroos, die me vertelde
dat het zogenaamde motortorpedoboten waren. Ook zijn er veel grijs
geschilderde vissersscheepjes bij. Op de voorplecht van deze kotters
staat een soort kanonnetje (luchtafweergeschut?). De grote schepen
kunnen amper de bocht in de Rien nemen vlak voor de brug naar de Schans.
Het gevolg is dat deze brug soms uren lang open staat.
De Rien. De bocht Waar Duitse
Schnell-boten veel moeite mee hadden. Het gebouw links
is nu de Frieslandbank en de kruidenierswinkel rechts nu het nieuwe
gemeentekantoor.
Zaterdag 31 augustus 1940.
De hele maand augustus zijn er schepen
de Rien afgekomen met alle gevolgen van dien voor de brug naar de
Schans. Ter gelegenheid van Koninginnedag liepen er vandaag heel wat
mensen met een goudsbloem of met de strijkkant van een lucifer door
het knoopsgat van hun jas.
Men moet wel voorzichtig zijn want als een verkeerde het zou zien
kun je goed fout zitten.
De Rien. Nu van de andere
zijde. Het grote huis rechts was van Jan Steensma en gebouwd
door de Fa. Gebr.
Frankema. Geheel rechts woonde de melkboer Oppedijk.
Maandag 23 september 1940.
Het passeren van Duitse
oorlogsschepen door de Rien gaat nog steeds door. Een enkele
keer varen ze ook wel via de Zijlroede.
Op diverse plaatsen in en bij Lemmer is luchtafweergeschut
geplaatst.
Ook staan er twee zoeklichten. Op het torentje van het
tramstation staat luchtafweergeschut. Op de polderdijk van de
N.O.P. tussen de kantine en het N.O.P. -gemaal staat
luchtafweergeschut terwijl onder aan de dijk aan de kant van de
werkhaven twee groen geschilderde keten zijn geplaatst. In deze
keten wonen de Duitsers die het luchtafweer op de polderdijk
bedienen. Ook op de dam tussen het voetbalveld en de N.O.P.
staat het één en ander, onder andere twee grote bunkers van
beton.
Helaas kunnen we daar niet dicht bij komen zodat ik niet weet
wat het is. Naar men zegt zijn het twee of drie zware
luchtdoelkanonnen, maar dat de Duitsers ze niet kunnen gebruiken
omdat als er mee geschoten wordt de kanonnen scheef zakken omdat
de grond ter plaatse nogal zacht is. Verder staat er een kanon
op het gemaaltje bij het sluisje naar het voetbalveld wat in
ieder geval zwaarder is dan de luchtdoelkanonnen op het
tramstation
en de N.O.P. -dijk. De zoeklichten staan respectievelijk
opgesteld op de N.O.P.-dijk richting N.O.P-gemaal en bij het hek
aan het einde van het Schapedijkje en het begin van de
Plattedijk.
Bij het zoeklicht aan het begin van de Plattedijk staat ook een
luisterapparaat.
Haast iedere avond vliegen er de laatste tijd Duitse vliegtuigen
over. Ze vliegen van Oost naar West. Men beweert
dat de vliegtuigen afkomstig zijn van het vliegveld bij
Leeuwarden en dat ze op weg zijn naar Engeland.
JUNKERS JU 87 R
Duik -bommenwerpers.
Dinsdag 15 oktober 1940.
Vanmorgen stonden op de hoek van
de de Parkstraat en de Straatweg Duitse auto's met afweergeschut
en zoeklichten er achter. Na wat gevraag kwam ik er achter dat
er op het Tjeukemeer vannacht een Engels watervliegtuig is
geland om mensen op te pikken. Ik vraag me af hoe de Duitsers
hier dan zo vlug konden
zijn. Zou er soms verraad gepleegd zijn? Niemand wist er het
ware van te vertellen.
Meergezicht nabij Tjeukemeer.
Dinsdag 19 november 1940.
Vader die nachtdienst heeft gehad kwam
vanmorgen thuis met zakken vol snoep.
Op de doosjes staan versjes die op Sinterklaas liedjes lijken. De
tekst van de versjes is gericht tegen de Duitsers. Je kunt de
versjes zingen op de wijs van: "Zie ginds komt de stoomboot en de
maan schijnt door de bomen". Later op de dag hoorde ik dat de
snoepjes uitgestrooid zijn door een Engels vliegtuig. Zeker een St.
Nicolaas surprise voor ons. De snoepjes (toffees) smaken
voortreffelijk.

De tekst van de versjes luidt:
Zie de maan schijnt door de bomen
Makkers hoort het wild geraas
De R.A.F. is weer gekomen
Die is in de lucht de baas
Vol verwachting klopt ons hart
Wie de koek krijgt wie de gard
Hitler heeft de strijd gestart
Maar aan 't eind krijgt hij de gard
Zie ginds komt het vliegtuig uit
Engeland weer aan
Het brengt heel wat bommen die naar Duitsland gaan
Hoe vallen die dadelijk op mofrika neer
Als dat nog lang doorgaat dan is er niets meer
R.A.F. kapoentje
Gooi wat in mijn schoentje
Bij de moffen gooien
Maar in Holland strooien.
Oudejaarsavond 31 december 1940.
Het eerste oorlogsjaar zit er op en
het lijkt er veel op dat de Duitsers niet meer zijn te verslaan.
We hebben in Lemmer nu een zogenaamde Hafenüberwachungsstelle (Haven
Toezichthoudende). De
baas daarvan is een hoge Duitse marineman. Het is maar een klein
formaat kerel maar hij loopt als een echte mof door ons dorp. De
Hafenüberwachungsstelle zetelt in het pand Emmakade 8.
Ook hebben we in Lemmer zogenaamde Grüne Polizei gekregen. Dat
geboefte heeft het huis van het Waterschap aan de Korte Streek in
bezit genomen.
Dit jaar zijn op de bon gekomen:
boter, brood, eieren, koek, koffie, meel, textiel, thee, schoeisel,
vet, vlees, vleeswaren en zeep.
Iedereen die 15 jaar of ouder is, is verplicht een persoonsbewijs
bij zich te dragen.
Mijnvrienden en ik hebben de laatste tijd veel gekeken naar het
oefenen van het afweergeschut op de N.O.P.-dijk. Eénmaal in de
maand, meestal op woensdag komt er een éénmotorig Duits vliegtuig
van het type Junkers met een grote zak aan een lange kabel er achter
langs de geschutsopstelling vliegen, waar de bediening van het
afweergeschut dan op gaat schieten. Ik heb nog maar twee keer gezien
dat de zak achter het vliegtuig werd weggeschoten.
Tramboot "Friesland" De
winter van 1940....De "Friesland" is gekraakt door het kruiende
ijs. | 1 |
2 | 3 |
4 | 5 |
6 |
Home
|