Herberg-logement-hotel -De Wildeman te Lemmer.
De aloude pleisterplaats "De Wildeman" op zich een stuk Lemster historie, daar komen al jaren Lemsters en oud Lemsters bij elkaar om de laatste nieuwtjes uit te wisselen en even gezellig bij elkaar zitten. Gewoon spontaan dat past bij de Lemsters. En het was leuk om bekenden zoals Willem de Jong, Tonny Bus, Marten Koopmans en niet te vergeten Sake Visser (Reade sake) daar te treffen, maar het is altijd gezellig daar in de Wildeman. Hopen dat dat zo zal blijven in de nabije toekomst want tenslotte verdwijnen de ouderen en wordt het beeld toch anders voor de Lemmer. We zullen ze missen de kleurrijke figuren, waar altijd zoveel om te doen was.
(noot van Roelie, (spanvis)Het schild van de Wildeman, is gemaakt door Meint Visser (blokmaker bij Fa v/d Neut) was getrouwd met mijn tante Pietje Visser.
De Wildeman in Lemmer geeft op een gevelsteen een drastische toelichting op zijn naam.
Hotel "De Wildeman" in Lemmer (Fr.) "Van verre Schokland en den toren van Kampen gezien hebbende kwamen wij te vier ure aan de Lemmer aan, waar wij in de herberg De Wildeman onzen intrek namen”. Aldus een aantekening in het dagboek van Jacob van Lennep, die in 1823 met zijn vriend Dirk van Hogendorp te voet, per trekschuit en per diligence een reis door Noord Nederlandse provincies maakte. Lemmer mag zich gelukkig prijzen, dat de vroegere herberg, nu Hotel De Wildeman, zich op de Schulpen nog op dezelfde wijze aan de bezoeker presenteert als toen de twee ondernemende en welgestelde jonge reizigers het ruim honderd vijftig jaar geleden aantroffen: met de kleurige beeltenis van de moor in de fraaie klokgevel en de uitgeslepen stoep voor de massief houten deur. Het jaartal in de gevel geeft aan, dat het gebouw werd opgetrokken in 1773. Het is vanzelfsprekend niet ondenkbaar, dat voor dat jaar op dezelfde plaats ook al een herberg heeft gestaan en dat in 1773 derhalve van "nieuwbouw” sprake is geweest.
Zoals we kunnen zien aan bovenstaand bericht werd er al gesproken van "De Wildeman" in 1762. Toe Wed. J. Bylsma er hospita was. Bauke Harmens waar over gemeld wordt was smakschipper/Oostzeevaarder in die tijd.
De handel in o.a. koloniale waren, die tussen Amsterdam via de Zuiderzee met Noordduitse en verder gelegen steden werd gedreven en die voor een deel via Lemmer verliep, zal zeer waarschijnlijk hebben bijgedragen tot de benaming "de Wildeman”. Ook tabakswinkels en -fabrieken plachten immers vaak een moor identiek aan een "wilde” in die dagen tot handelsmerk te kiezen. Het is evenmin uitgesloten, dat aan de herberg een handel in tabak en of andere koloniale waren verbonden is geweest. Vrijwel zeker heeft het bestuur van grietman Regnerus van Andringa in de achttiende eeuw de bouw en de bloei van het nog bestaande horecabedrijf gestimuleerd. Deze grietman van Lemsterland liet wegen verbeteren en bevorderde de instelling van postwagendiensten van Lemmer naar steden in Friesland en Groningen. Vooral streefde hij naar "welgeregelde” veer-en vrachtschuit verbindingen met Amsterdam, waartoe "ruime en gemakkelijke” schepen op de Zuiderzee werden ingezet. Voor deze reisroute ontstond een dermate grote belangstelling dat al drie weken voor het voorgenomen vertrek uit Lemmer een plaats in de kajuit besproken diende te worden. "Bijkans het geloof te boven gaat hier om het getal der Reizigers, welke, dag aan dag, van en naar Amsterdam hunnen weg over de Lemmer neemen’, schreef Jacobus Kok in zijn Vaderlandsch Woordenboek in 1790. Zeer mogelijk is het zelfs een initiatief van Grietman Regnerus van Andringa zelf geweest om aan de haven een logement in te richten. Zijn Grietmanshuis stond trouwens ook recht tegenover de plek waar De Wildeman is gebouwd. In elk geval zal de aanwezigheid van zoveel reislustige mensen de waard van De Wildeman geen windeieren hebben gelegd. De meestal laat of te vroeg in Lemmer aangekomenen wilden voor de afvaart van de veerschuit of voor het vertrek van de postwagen bij een glaasje bitter, een kom koffie of een goede maaltijd wel even op verhaal komen, zo niet zoals bij onze vrienden Van Lennep en Van Hoogendorp van een welverdiende nachtrust genieten. Voor dat doel was de plaats van vestiging van het logement zeer wel gekozen: de middelen van vervoer lagen of stonden zo goed als voor de deur, en wat plezierreizigers beslist moet hebben aangesproken vanuit de vensters van de Herberg de Wildeman had men, zo is te lezen,’ een fraai zee en havengezicht’. Herberg, logement, nu hotel ‘de Wildeman’ heeft ook in de vaderlandse geschiedenis een rol mogen spelen. In september 1799, dus toen sedert de inval van de Franse legers in 1795 in ons land de Bataafse Republiek was ingesteld en Frankrijk en Engeland wederzijds in staat van oorlog verkeerden, werd plotseling langs de Friese kust de Engelse vloot gesignaleerd. Het lot wilde dat door de harde wind een Engelse sloep met acht man aan boord bij Lemmer aan lager wal werd gedreven. De bemanning werd overmeesterd en opgebracht. Een dag later verscheen de Engelse captain James Border alias William Bolton met drie brikken voor de haven en liet zich vervolgens in een sloep met witte vlag en getooid met oranje linten op de hoed en borst op de kade van Lemmer afzetten. Het was in Herberg de Wildeman waar hij met de Raad van de Gemeente over de vrijlating van zijn mannen onderhandelde. De Wildeman bewaart voorts herinneringen aan de ontzettende watersnoodramp van februari 1825. De golven sloegen zo hoog op, dat de huizen op de Schulpen, gewoonlijk een ‘zindelijk met schelpen bestrooid plein’, tot aan de vensterbanken in het water kwamen te staan. De bevolking van Lemmer trachtte het vege lijf en de schaarse goederen met schuitjes te redden en voer door de straten van haar woonplaats om in hechte gebouwen als De Wildeman een veilig onderkomen te vinden. De herbergier had alle vertrekken gastvrij voor de vluchtelingen opengesteld en binnen korte tijd was het etablissement dan ook boordevol mensen. Groot was de ontsteltenis toen achter het logement de nog kort te voren nieuw aangelegde zeewering het begaf, waardoor het gebouw aan de open zee werd blootgesteld. Noch hachelijker werd de situatie en groter de angst van de aanwezigen toen de naastgelegen panden instorten. Als door een wonder bleef De Wildeman, weliswaar deerlijk gehavend, tot ieders opluchting gespaard. Ook nu nog werpt herberg-logement-hotel De Wildeman van zijn oorspronkelijke plaats aan de Schulpen te Lemmer de blik over de haven, alleen strekt er zich geen zee meer achter uit. Ook zult u er nog op de vanouds gastvrije wijze worden ontvangen, zij het dan niet meer tegen prijzen die het reizigers duo Van Lennep en Van Hogendorp in 1823 in hun dagboek konden noteren: ‘Te half vijf sprongen wij ten bedde uit en betaalden voor thee, wijn, avondeten, logies en een uitnemende bediening twee gulden per hoofd”… Van Nanne Wienia, Lemmer. UIT: "NEDERLANDSE HISTORIËN” Tijdschrift voor (streek)geschiedenis, 10e jaargang nr. 3-1976. WILLEM BOXMA
Jacob van Lennep.
Dit huis maakt nu deel uit van hotel de "Wildeman". Het is ooit eens bewoond geweest door de familie Adrianus Siebes de jong, de Lemster kofschipper die onder andere op de West voer en koloniale waren naar Amsterdam bracht. De Jong overleed te Lemmer op 63 jarige leeftijd en werd op het Lemster kerkhof begraven. Volgens de kleinkinderen bestaat het graf nog.
De Schulpen op de Lemmer, omstreeks 1780 met o.a. het beurtschip op Amsterdam, het logement "de Wildeman" en het Groetmans-of Kempenaershuis.
Interview Zuid-Friesland met de vorige eigenaar, Nanne Wienia. Louis van Mal. LEMMER - "Van verre Schokland en den toren van Kampen gezien hebbende kwamen wij te vier ure aan de Lemmer aan, waar wij in de herberg De Wildeman onzen intrek namen." Aldus een aantekening in het dagboek van Jacob van Lennep, die in 1823 met zijn vriend Dirk van Hogendorp, te voet, per trekschuit en per diligence een reis door de Noord Nederlandse provinciën maakte. Deze tekst staat te lezen op de menukaart van het hedendaagse 'Hotelcafé-restaurant De Wildeman' aan de Schulpen in onze gemeente. Ruim 180 jaar geleden heeft de beschreven gebeurtenis plaatsgevonden. Sindsdien is er veel en tegelijkertijd niets veranderd. Vervoermiddelen als diligence en trekschuit dateren uit al lang vervlogen tijden, maar reizigers komen er nog steeds. Soms te voet zoals toen, soms per fiets, maar meestal per al dan niet 21e eeuwse 'bolide'. Het zal niet al te lang meer zijn. Op 20 augustus ?? gaat de massief houten deur onherroepelijk dicht. Het pand is verkocht aan een Lemster ondernemer. De herberg van weleer wordt als hoofdbestemming omgebouwd tot een appartementencomplex. Of daarnaast nog een café-restaurant zal worden geëxploiteerd, is niet zeker. Maar zeker is wel dat aan een eeuwenoud, traditioneel reizigershotel met zijn vele andere, in de loop der tijden daarmee verbonden nevenbestemmingen, een einde komt. Gelet op de betekenis die het gebouw en het bedrijf van oudsher voor Lemmer en haar inwoners heeft gehad, zal dat de plaatselijke gemeenschap niet onberoerd laten. In verband daarmee sprak de Zuid Friesland met de vorige eigenaar, Nanne Wienia over zijn persoonlijke indrukken en belevenissen. Hij is vanaf 1967 in het bedrijf werkzaam geweest. Eerst als hulp van zijn ouders en vanaf 1978 als zelfstandig ondernemer. Historische beschrijvingen omlijsten zijn verhaal. Daarbij is ook informatie verkregen van Jelle de Jong, architect in Lemmer en schrijver van het boekje 'Wandelingen langs de monumenten. Monumentaal middelpunt.
Vanaf de Oudesluisbrug richting Schulpen lopende,
springen voor de oplettende wandelaar onmiddellijk de
contouren in het oog van dat statige, voor het centrum
van Lemmer beeldbepalende gebouw van De Wildeman. De
grandeur die het uitstraalt en de rijke, daaraan verbonden historie, heeft er toe geleid, dat het pand in
1970 is geplaatst op de Rijksmonumentenlijst. Zodoende
blijft dit monument, dat doet denken aan een
classicistisch gerelateerde vorm van bouwkunst, ook voor
toekomstige generaties bewaard, ongeacht de toekomstige bestemming. Als de wandelaar de historische bronnen er
op nagelezen heeft kan hij vaststellen, dat de
beschrijvingen van het gebouw allemaal
precies kloppen "Het is 7 traveeën breed. Het telt 2
bouwlagen onder een groot schilddak met
hoekschoorstenen. De Vlaamse top met klokgeveltje is
versierd met beeldhouwwerk en gedateerd 1773. In de top
staat de Wildeman afgebeeld (Beschrijving 'Havenplaats Lemmer' door Pieter Terpstra). Dat is nog ruim voor de Franse Revolutie (1789) om maar
eens iets te noemen. De vraag rijst of Stadhouder Willem
V hier nog gelogeerd heeft, voor hij in 1795 vanuit
Friesland naar Engeland vluchtte. Voor Nanne Wienia is
dat ook een vraag. Maar het zou hem niet verbazen als dat waar zou zijn. "Ik heb helaas. niet meer de
beschikking over originele historische stukken, maar ik
weet dat De Wildeman eeuwenlang een toevluchtsoord is
geweest voor reizigers." Oorsprong. Wanneer is er voor bet eerst sprake van De Wildeman? In 'Nederlandse Historiën' staat te lezen dat het 'vanzelfsprekend' niet ondenkbaar is, dat voor 1773 op dezelfde plaats ook al een herberg heeft gestaan en dat toen dus van 'nieuwbouw' sprake is geweest. Een historisch overzicht met alle wetens waardigheden van de herberg en nevenbestemmingen ontbreekt echter. En waar vindt de naam zijn oorsprong? Wienia veronderstelt dat het te maken heeft met een handelsmerk. In 'Nederlandse Historiën' staat het volgende te lezen: "De handel in onder andere koloniale waren, die tussen Amsterdam via de Zuiderzee met Noord-Duitse en verder gelegen streken werd gedreven en die voor een deel via Lemmer verliep, zal zeer waarschijnlijk hebben bijgedragen tot de benaming 'De Wildeman'. Ook tabakswinkels plachten immers vaak een moor - identiek aan een wilde in die dagen - tot handelsmerk te kiezen'. De bouw van een herberg op deze plaats is gelet op de situering erg logisch. De Wildeman lag op een kruispunt van wegen en water, direct aan de Zuiderzee. Maar de eerste aanzet tot vestiging van een herberg zou wel eens hoe gek dat in de hedendaagse verhoudingen ook mag klinken bij een burgemeester gelegen kunnen hebben. Het was burgemeester, of zoals de benaming vroeger was 'grietman' Regnerus van Andringa, die in de 18-de eeuw de bouw en de bloei van de herberg heeft gestimuleerd. "Hij liet wegen verbeteren en bevorderde de instelling van postwagendiensten van Lemmer naar steden in Friesland en Groningen. Vooral streefde hij naar welgeregelde veer en vrachtschuit verbindingen met Amsterdam, waartoe ruime en gemakkelijke schepen op de Zuiderzee werden ingezet. Voor deze reisroute ontstond een dermate grote belangstelling, dat al 3 weken voor het voorgenomen vertrek uit Lemmer een plaats in de kajuit besproken diende te worden" ( Uit: Nederlandse Historiën). Het legde De Wildeman geen windeieren. "De meestal laat of te vroeg aangekomenen wilden voor de afvaart van de veerschuit of voor het vertrek van de postwagen, bij een glaasje bitter, een kom koffie of een goede maaltijd wel even op verhaal komen." Grietman Van Andringa kon het allemaal van nabij observeren. Zijn 'Grietmanshuis! stond recht tegenover de herberg. Volgens Jelle de Jong wilden de grietmannen in die tijd ook voor zichzelf een café voor de deur. Hij kijkt veelbetekenend. En warempel, laat de tegenwoordige grietman, burgemeester Jo Bosma vanuit zijn gemeentekantoor nou ook uitkijken op een café-restaurant. Er lijkt niets te zijn veranderd! De Jong vertelt dat hier niet alleen een herberg heeft gestaan. "Oorspronkelijk was er eerst een boerderij en naast het cafégedeelte was een wagenschuur (koetshuis) en een paarden en koestal aanwezig. De eigenaren dronken dan na de 'stalling' van die vervoermiddelen hun glaasje in het café of overnachtten daar. Door de ideale ligging op een kruispunt van wegen en water, was hier duidelijk sprake van een regionale functie. En tot na de 2e Wereldoorlog was er een 'doktershuis' gevestigd. Uit de stukken die in het bezit zijn van Wienia blijkt dat ook de plaatselijke notaris in het verleden daar zijn akten passeerde. multifunctionele functie van het geheel blijkt ten overvloede nog eens uit een notariële akte, verleden op 11 mei 1869. Wethouder(!) Wilco van Andringa de Kempenaer verkocht toen het perceel huizinge, koetshuis, stalling turfschuur en ruim erf? aan Andries Lupkes Visser, barbier, geboren op 18 februari 1808 te Lemmer, overleden op 26 augustus 1879 aldaar, zoon van Lupke Franzes Visser en Pietje Andries de Blauw. Andries is getrouwd op 3 december 1837 te Lemmer met Pietje Jans Witteveen, geboren, rond 1805 te Lemmer, overleden op 27 maart 1894 aldaar, dochter van Jan Hermanus Witteveen ( kofschipper ) en Sijkje Willems. De koopsom was fl. 4.000,- te betalen in goed gangbare grof zilveren muntspeciën met uitsluiting van voor geld gaande papieren of effecten. Van 'booming' naar neergang. Als de wandelaar op een middag vanuit de kletsnatte en winderige Schulpen over de 'uitgesleten drempel' het café binnengaat, zit daar een aantal gasten dat het blijkbaar erg naar de zin heeft. Kennelijk toeristen, die zoals de historie vermeldt, zich aan een glaasje bitter of een kom koffie willen warmen! Rondkijkend valt het op dat de wanden zijn volgehangen met talloze foto's, die als parameters de op en neergang, het wel en wee uit het verleden illustreren. Zij tonen de geïnteresseerde bezoeker de rijke geschiedenis van deze pleisterplaats. Wienia: "Toen ik het bedrijf overnam zaten we midden in een 'booming-periode'. We hebben, toen de economie in de zestiger jaren aantrok, de opgang van het toerisme in Lemmer meegemaakt. We konden dat ook letterlijk met eigen ogen aanschouwen. Vanuit het hotelgedeelte kon je namelijk het strand zien liggen. Het was hier in die tijd echt de zoete inval. Zowel jong als oud kwam hier binnen. Ik durf te zeggen dat we toen min of meer het middelpunt van het uitgaansleven in Lemmer waren. De jaren 70-80 van de vorige eeuw waren voor ons de hoogtijdagen. In de jaren '80 werd eerst de achterzaal verbouwd. Begin 1970 is het hotelgedeelte vergroot en aan de eisen van die tijd aangepast. In het begin van de jaren '90 tenslotte, heeft er opnieuw een drastische verbouwing plaatsgevonden. We hebben toen het bruincafé ingericht en het voorste gedeelte de vroegere dokterswoning kreeg een restaurantbestemming". Wienia wordt steeds enthousiaster. "We hebben daarbij steeds getracht de intieme, knusse sfeer te behouden. De mensen moeten hier even op verhaal kunnen komen in een gezellige ambiance." Veelbetekenend kijkend naar de steeds luidruchtiger wordende gasten van het moment: "Maar dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat je dan ook de geluidsbarrière doorbreekt". Wienia vervolgt: "Maar er gebeuren hier nooit gekke dingen. Lemsters staan bekend als vechtersbazen. Daar hebben wij nooit iets van gemerkt. Kennelijk waakt 'de geest van de Wildeman' over ons, hoe tegenstrijdig die naam daarmee ook lijkt te zijn. Ik moet trouwens toegeven dat ook ons iets hogere prijspeil in de praktijk voor een zekere selectie zorgde". Hij glimlacht: "Dat prijspeil was inderdaad 'iets' hoger dan in 1823, toen Van Hogendorp en Van Lennep hier logeerden ". Hij wijst weer naar de tekst op de menukaart: "Te half vijf sprongen wij ten bedde uit en betaalden voor thee, wijn, avondeten, logies en een uitmuntende bediening twee gulden per hoofd ". Maar serieus, het is ons uitstekend gelukt, ongeacht afkomst, leeftijd en opleiding, aan iedere gast een beetje een thuisgevoel te kunnen bieden. Nou ja, toegegeven, daar past natuurlijk geen harde rockmuziek bij." Wienia vist uit een stapel oude paperassen een brief, gedateerd 4 mei 1939, van een zekere P.C. Kooijman, woonachtig in Amsterdam. Hij is gericht aan Wietze Faber, overgrootvader van Wienia." Hij leest een stukje voor: "Waarde Faber, Zeg Faber, 't Zal momenteel in de Lemmer wel weer een en al leven zijn met de Zuiderzeewerken. 'k Geloof dat ik van den zomer nog weer even kom kijken. 't Is me 't vorig jaar uitstekend bevallen. Toen ik terugging vertrok de boot om twee uur 's nachts, maar 'k heb goed geslapen en had er dus niet zoo heel veel weet van."
Wienia pakt de draad van het gesprek weer op. "Als ik
terugkijk, dan constateer ik dat in de loop der jaren
een bonte stoet van allerleislag mensen hier is komen
aanwaaien. Dat is altijd al zo geweest. Behalve
toeristen, waren daar ook veel zakenmensen bij die in
vroeger tijden Maar dat was het niet alleen. Met de toename van de mobiliteit gingen de vertegenwoordigers vroeger vaak op de fiets met hun snelle auto's liever direct naar huis. In het verledenwaren ook de toeristen, die met de passagiersboten een tocht hadden gemaakt bij ons te gast. Dat gebeurt niet meer, want de moderne schepen hebben zelf alle denkbare, luxe accommodatie aan boord. Die hadden ons hotel niet meer nodig. En tenslotte gingen bedrijven door de economische malaise minder vaak uit eten. Dat scheelde weer inkomsten voor ons restaurant. Reken daar ook nog eens bij dat er in de loop van de jaren, binnen en buiten Lemmer, steeds meer concurrentie ontstond, dan is het begrijpelijk dat de soep steeds dunner werd. En denk nu maar niet dat wij daardoor minder tijd in de zaak hoefden te steken. Integendeel, het aantal uren werd steeds groter. Vroeger werd het café op zaterdagavond half elf gesloten; op zondagavond viel de deur om 9 uur al in het slot. Kom daar nou eens om. Als je het hoofd boven water wilt houden, moet je van 's morgens vroeg tot diep in. de nacht in de weer zijn. En dat terwijl het seizoen in de loop der jaren steeds langer is geworden. Vooral onze kinderen hebben daardoor geen gemakkelijk leven gehad. Geen wonder dat ze er niet over gepiekerd hebben de zaak over te nemen. De tijd die je er in moet steken is maximaal de inkomsten in verhouding minimaal'. Deur in het slot
Buiten is het inmiddels droog geworden. De bezoekers
zijn zo langzamerhand aan hun laatste 'glaasje bitter'
toe. Wienia is dat ook op zijn manier en wel in dubbel
opzicht. Hij zucht eens diep. "Ach, ik heb. deze
situatie al enkele jaren zien aankomen en uiteindelijk
ook geaccepteerd. Ik heb als ik terugkijk, toch een
plezierig en enerverend bestaan geleid. Hoewel, het is
eerlijk gezegd wel een beetje ten koste gegaan van mijn
gezondheid. Dat is ook de directe aanleiding geweest er
mee te stoppen. Nog heel even, dan valt de 'massief
houten
deur voor de laatste maal in het slot. Dan volgt bij de
notariële overdracht ook de laatste afrekening. Niet
voor een nachtje
Van Anne en Saakje Visser uit Lemmer de volgende info: Grietje Knol trouwt met Wytze Faber. Op 12 januari 1911 koopt Faber logement De Wildeman. De koopsom was f.7500.- Grietje en Wytze krijgen op 17 mei 1902 een dochter, genaamd Zuster. Zuster trouwt met Nanne Semplonius, geboren op 22 juni 1897, zoon van Hielke Semplonus, veehouder te Westermeer, geboren op 25 oktober 1869 en Trijntje Nannes Koopman, geboren op 18 september 1868. Deze nemen later De Wildeman over. Ze krijgen een dochter Grietje Sijke die later met Anne Wienia trouwt. Griet en Anne zetten De Wildeman voort. Uit het huwelijk van Griet en Anne worden 2 kinderen geboren, Nanne en Betty. Nanne neemt dan de Wildeman over. In 2005 is de Wildeman verkocht. Dus van 12 januari 1911 tot september 2005 is de Wildeman een familie hotel geweest.
1913 Zaterdag 8 febr. Naar Scheveningen met Tom om te kijken naar de Ingeborg, die ± 3 km benoorden Scheveningen is gestrand, en waar onze motorreddingboot de mensen van gered heeft. Prachtig en interessant gezicht! Maandag 10 febr. Toen ik gisterenavond thuis kwam vond ik een telegram van Bakker uit Scheveningen meldende de redding met grote moeite van 8 man van een op het Noorderhoofd gestrande logger door onze motorreddingboot. Ik ben daarom vanmorgen vroeg naar Scheveningen gegaan, heb de mannen toegesproken, beloningen en medailles toegezegd en heb de plek gezien waar het schip strandde. Het schip is dadelijk uit elkaar geslagen en het is een wonder dat de mensen gered zijn. Dinsdag 11 maart. 's Morgens 7 uur naar Zwolle, vandaar per boot naar Zwartsluis, vandaar per fiets naar Vollenhoven, vond daar Arie de Boer en Harmen Visch, voorzitter en secr. der afdeling Vollenhoven van de Visschersbond Juliana. Arie de Boer in een costuum dat ik nog niet gezien had, het lijkt op het costuum der Urkers, maar verschilt er van, en hij legt mij uit dat het het costuum van Schokland is dat in 1856 (?) verlaten werd. Hij werd 1½ jaar later geboren in Vollenhoven. Hij en nog een paar anderen zijn de enige overblijvenden die nog het costuum van Schokland dragen. Naar de boot gegaan die zij gekocht hebben, 't is een lelijke ijzeren bak. Ik betaal hen f 170.- als bijdrage van de Reddingmaatschappij. Het woei hard uit het Westen. Van Vollenhoven gefietst tegen de wind in via Blokzijl naar de Lemmer, waar ik 6 uur aankwam. Daar intrek genomen in het aardige ouderwetse hotel De Wildeman van Faber. Ik ruik te Lemmer dadelijk bokkum en bestel dat aan tafel.
Jacob van Lennep
DE GROENE WILDEMAN
MAAIEDEI en de JONGE JABIK. De wilde man stond ook bekend om het fraaie zee en havengezicht, vanuit de vensters aan de achterzijde. De gebouwen en loodsen stonden er immers nog niet. In dit verband lezen we ook over de ontzettende watersnood van 1825.
Gezicht op de achttiende eeuwse gevels van de Friesche bank en Hotel de Wildeman te Lemmer.
29 juli 1900
Foto boven: Hotel de Wildeman, zoals het er in 1912 uit zag. het poststempel op de achterzijde van de kaart uit de collectie van de heer Gerrit de Vries uit Lemmer, vermeldt de datum 21 februari 1912.
Lemmer toen en Lemmer nu. Hotel De Wildeman, anno 1773 staat er in de gevel te lezen van het vermaarde Lemster hotel waar menigeen te gast was. Met name in de zomer is het hotel-restaurant een sfeervolle herberg waar mensen uit binnen en buitenland in en uit lopen en zich thuis voelen. Ook in vroeger dagen, in het centrum van Lemmer gelegen hotel, een plaats waar altijd wat te doen was. Het gedeelte waar de familie Wienia later een slijterij wijntapperij had ingericht, was voorheen een stal, waar de gasten van verre hun paard en koets konden stallen.
Harm fan ûs Oate op zijn plakje. Als vanouds begint iedereen mee te zingen als hij zijn stem verheft. Maar deze keer was het wel heel speciaal, Harm vierde op deze heuglijke dag namelijk zijn zeventigste verjaardag.
Harm fan us oate viert zeventigste verjaardag.
LEMMER. Op de tweede dag van het skûtsjesilen gaf Harm fan us Oate
opeens weer acte de presente in het café van Hotel restaurant "De
Wildeman". Met meeslepend gezang voerde hij de aanwezige mensenmassa
als vanouds langs de voormalige Zuiderzee. via "de klok van
Arnemuiden" naar "het kleine café aan de schulpen" en het alom
bekende "Lemster Jongens" werd de sfeer in de Wildeman op deze De Wyldeman.It is silen op é Lemmer en de Wyldeman rint fol. Der ’t sjongt van Lemster jonges mei de lucht fan bot en skol.
Der ’t ferhalen noait ferdwine Hearst soms noch de Sudersee Hjit kinst alle kunde fine En gjin mokkel seit hjir nee. Der wurdt lake om ’t laitsjen En se roppe: noch ien soan
Toarst of gjin toarst , lit ‘m smeitsje. Hjoes is hjoed en moarn is moarn. Douwe Poep kriget syn slokje Reade Jan hinget oer ‘t bier Bridzjers kaarte in har hokje
Moaie Ria bringt fertier Grouwe feinten balt’ as bollen Fleurich froufolk oan é taap Gleone eagen, hitte hollen Soms sa dronken as in aap
Want se silen by de Lemmer En de Wyldeman sit fol. ‘t Is in herberch mei in namme ieuwen herwaarts moetingsplak foar de alde Lemster stamme
en dy ‘t kaam foar rak en dak ‘t Wie gjin rosmos, wat hjir hokke Folk fan oansjen skikte oan. Troch de kok syn keunsten lokke. Nachten troch oant iere moarn.
Keamers sot om goei te sliepen Foar de gasten wytwerwei . Mar ien dei giet alles iepen Foar de Lemster feesterij. Dy ‘t hjir skeef boppe syn bier stiet
Wurdt eins noait de keet utslein En dy’t dronken oer de flier giet Noflik yn in hoekje lein. Alle folk is sa ‘t se binne Elk docht sa ‘t er weze wol
En de glezen brûzje fol Sa lang as se ‘m tille kinne Hjir giest even ut e stringen Earme lus of direkteur Elk docht mar syn eigen dingen Fleurich frijplak, gjin geseur.
Jong en ald sjongt noch ien kear Fan de Lemmer fan alear Wûnder liet fan grutte nammen Moaie gekken grize fammen, Wyldeman fan de familie Wienia is net mear.
Toegezonden door, Nanne Wienia. Klaas Jansma, Tongersdei 11 augustus 2005. Fransen ha har hjir ferfretten. Dûtsers gean hjir sed wer wei.
Vader Anne en zoon Nanne Wienia.
In 1866 is een akte bekend dat Lykle Feenstra verklaart het logement "De Wildeman" te Lemmer gehuurd te hebben van jhr. Wilco van Andringa de Kempenaer. (Wilco was een halfbroer van grietman Antoon Anne van Andringa de Kempenaer (1777-1825) Deze bewoonden Andringastate vlak naast de Wildeman, Wilco van Andringa de Kempenaer was de laatste adellijke bewoner, want in 1888 werd het pand door zijn erfgenamen verkocht, waarna het zoals bekend opgedeeld werd in diverse panden).
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|