|
Herberg-logement-hotel -De Wildeman te
Lemmer.
|
1 | 2 |
De aloude pleisterplaats "De Wildeman" op zich een stuk
Lemster historie, daar komen al jaren Lemsters en oud
Lemsters bij elkaar om de laatste nieuwtjes uit te
wisselen en even gezellig bij elkaar zitten. Gewoon
spontaan dat past bij de Lemsters. En het was leuk om
bekenden zoals Willem de Jong, Tonny Bus, Marten
Koopmans en niet te vergeten Sake Visser (Reade Sake)
daar te treffen, maar het is altijd gezellig daar in de
Wildeman. Hopen dat dat zo zal blijven in de nabije
toekomst want tenslotte verdwijnen de ouderen en wordt
het beeld toch anders voor de Lemmer. We zullen ze
missen de kleurrijke figuren, waar altijd zoveel om te
doen was.

(noot van Roelie, (spanvis) Het schild van de Wildeman,
is gemaakt door Meint Visser (blokmaker bij Fa v/d
Neut) hij was getrouwd met mijn tante Pietje Visser.

De Wildeman in Lemmer geeft op een gevelsteen een
drastische toelichting op zijn naam.
|
LC-20 september 1938
DE GEVELSTEEN VAN ..DE WILDEMAN.
Lemmer 19 September -Het zal menig bezoeker
van Lemmer bekend zijn dat voor enkele jaren
de gevel van het hotel De Wildeman nog met
een fraaien ouden gevelsteen de beeltenis
van een wildeman versierd was.
Indertijd is deze dan ook geplaatst op de
monumentenlijst dezer gemeente. Een paar
jaar geleden is het beeld echter uit den
gevel gevallen zoodat thans nog maar alleen
de plaats waar het ingemetseld was zichtbaar
is.
Pogingen om weder een nieuw gevelbeeld
geplaatst te krijgen hebben destijds
gefaald.
Toen nu de eigenaar van het hotel zich tot
den burgemeester onzer gemeente wendde met
het voorstel het opengevallen gat maar te
dichten heeft deze zich opnieuw voor de zaak
gespannen met het resultaat dat thans door
jhr J. B. van Andringa de Kempenaer te Haren
(Gr) een gift van f 100,- is toegezegd.
Gehoopt wordt nu dat aan deze mooie gift nog
enkele andere zullen worden toegevoegd (ook
de eigenaar wenscht wel in de kosten bij te
dragen) opdat binnen niet te langen tijd een
nieuw beeld weer in den gevel moge prijken |
Hotel "De Wildeman" in Lemmer (Fr.)
"Van verre Schokland en den toren van Kampen gezien
hebbende kwamen wij te vier ure aan de Lemmer aan, waar
wij in de herberg De Wildeman onzen intrek namen”. Aldus
een aantekening in het dagboek van Jacob van Lennep, die
in 1823 met zijn vriend Dirk van Hogendorp te voet, per
trekschuit en per diligence een reis door Noord
Nederlandse provincies maakte.
Lemmer mag zich gelukkig prijzen, dat de vroegere
herberg, nu Hotel De Wildeman, zich op de Schulpen nog
op dezelfde wijze aan de bezoeker presenteert als toen
de twee ondernemende en welgestelde jonge reizigers het
ruim honderd vijftig jaar geleden aantroffen: met de
kleurige beeltenis van de moor in de fraaie klokgevel en
de uitgeslepen stoep voor de massief houten deur.
Het jaartal in de gevel geeft aan, dat het gebouw werd
opgetrokken in 1773. Het is vanzelfsprekend niet
ondenkbaar, dat voor dat jaar op dezelfde plaats ook al
een herberg heeft gestaan en dat in 1773 derhalve van
"nieuwbouw” sprake is geweest.

Zoals we kunnen zien aan bovenstaand bericht werd er al
gesproken van "De Wildeman" in 1762. Toe Wed. J. Bylsma
er hospita was. Bauke Harmens waar over gemeld wordt was
smakschipper/Oostzeevaarder in die tijd.
De handel in o.a. koloniale waren, die tussen Amsterdam
via de Zuiderzee met Noordduitse en verder gelegen
steden werd gedreven en die voor een deel via Lemmer
verliep, zal zeer waarschijnlijk hebben bijgedragen tot
de benaming "de Wildeman”. Ook tabakswinkels en
-fabrieken plachten immers vaak een moor identiek aan
een "wilde” in die dagen tot handelsmerk te kiezen. Het
is evenmin uitgesloten, dat aan de herberg een handel in
tabak en of andere koloniale waren verbonden is geweest.
Vrijwel zeker heeft het bestuur van grietman Regnerus
van Andringa in de achttiende eeuw de bouw en de
bloei van het nog bestaande horecabedrijf gestimuleerd.
Deze grietman van Lemsterland liet wegen verbeteren en
bevorderde de instelling van postwagendiensten van
Lemmer naar steden in Friesland en Groningen. Vooral
streefde hij naar "welgeregelde” veer-en vrachtschuit
verbindingen met Amsterdam, waartoe "ruime en
gemakkelijke” schepen op de Zuiderzee werden ingezet.
Voor deze reisroute ontstond een dermate grote
belangstelling dat al drie weken voor het voorgenomen
vertrek uit Lemmer een plaats in de kajuit besproken
diende te worden. "Bijkans het geloof te boven gaat hier
om het getal der Reizigers, welke, dag aan dag, van en
naar Amsterdam hunnen weg over de Lemmer neemen’,
schreef Jacobus Kok in zijn Vaderlandsch Woordenboek in
1790.
Zeer mogelijk is het zelfs een initiatief van Grietman Regnerus
van Andringa zelf geweest om aan de haven een logement
in te richten. Zijn Grietmanshuis stond trouwens ook
recht tegenover de plek waar De Wildeman is gebouwd. In
elk geval zal de aanwezigheid van zoveel reislustige
mensen de waard van De Wildeman geen windeieren hebben
gelegd. De meestal laat of te vroeg in Lemmer
aangekomenen wilden voor de afvaart van de veerschuit of
voor het vertrek van de postwagen bij een glaasje
bitter, een kom koffie of een goede maaltijd wel even op
verhaal komen, zo niet zoals bij onze vrienden Van
Lennep en Van Hoogendorp van een welverdiende nachtrust
genieten. Voor dat doel was de plaats van vestiging van
het logement zeer wel gekozen: de middelen van vervoer
lagen of stonden zo goed als voor de deur, en wat
plezierreizigers beslist moet hebben aangesproken vanuit
de vensters van de Herberg de Wildeman had men, zo is te
lezen,’ een fraai zee en havengezicht’. Herberg,
logement, nu hotel ‘de Wildeman’ heeft ook in de
vaderlandse geschiedenis een rol mogen spelen. In
september 1799, dus toen sedert de inval van de Franse
legers in 1795 in ons land de Bataafse Republiek was
ingesteld en Frankrijk en Engeland wederzijds in staat
van oorlog verkeerden, werd plotseling langs de Friese
kust de Engelse vloot gesignaleerd. Het lot wilde dat
door de harde wind een Engelse sloep met acht man aan
boord bij Lemmer aan lager wal werd gedreven. De
bemanning werd overmeesterd en opgebracht. Een dag later
verscheen de Engelse captain James Border alias William
Bolton met drie brikken voor de haven en liet zich
vervolgens in een sloep met witte vlag en getooid met
oranje linten op de hoed en borst op de kade van Lemmer
afzetten.
Het was in Herberg de Wildeman waar hij met de Raad van
de Gemeente over de vrijlating van zijn mannen
onderhandelde. De Wildeman bewaart voorts herinneringen
aan de ontzettende watersnoodramp van februari 1825. De
golven sloegen zo hoog op, dat de huizen op de Schulpen,
gewoonlijk een ‘zindelijk met schelpen bestrooid plein’,
tot aan de vensterbanken in het water kwamen te staan.
De bevolking van Lemmer trachtte het vege lijf en de
schaarse goederen met schuitjes te redden en voer door
de straten van haar woonplaats om in hechte gebouwen als
De Wildeman een veilig onderkomen te vinden. De
herbergier had alle vertrekken gastvrij voor de
vluchtelingen opengesteld en binnen korte tijd was het
etablissement dan ook boordevol mensen.
Groot was de ontsteltenis toen achter het logement de
nog kort te voren nieuw aangelegde zeewering het begaf,
waardoor het gebouw aan de open zee werd blootgesteld.
Noch hachelijker werd de situatie en groter de angst van
de aanwezigen toen de naastgelegen panden instorten. Als
door een wonder bleef De Wildeman, weliswaar deerlijk
gehavend, tot ieders opluchting gespaard.
Ook nu nog werpt herberg-logement-hotel De Wildeman van
zijn oorspronkelijke plaats aan de Schulpen te Lemmer de
blik over de haven, alleen strekt er zich geen zee meer
achter uit. Ook zult u er nog op de vanouds gastvrije
wijze worden ontvangen, zij het dan niet meer tegen
prijzen die het reizigers duo Van Lennep en Van
Hogendorp in 1823 in hun dagboek konden noteren: ‘Te
half vijf sprongen wij ten bedde uit en betaalden voor
thee, wijn, avondeten, logies en een uitnemende
bediening twee gulden per hoofd”…
Van Nanne Wienia, Lemmer.
UIT: "NEDERLANDSE HISTORIËN” Tijdschrift voor
(streek)geschiedenis, 10e jaargang nr.
3-1976. WILLEM BOXMA.

Jacob van Lennep.


Dit huis maakt nu deel uit van hotel de "Wildeman". Het
is ooit eens bewoond geweest door de familie Adrianus
Siebes de jong, de Lemster kofschipper die onder andere
op de West voer en koloniale waren naar Amsterdam
bracht. De Jong overleed te Lemmer op 63 jarige leeftijd
en werd op het Lemster kerkhof begraven. Volgens de
kleinkinderen bestaat het graf nog.
Van honderd jaar geleden.
(LC-
13 november 1915)
Bij de intocht. De Leeuwarder Ct van 30 October 1815 was in de gelegenheid van een belangrijk
evenement melding te maken dat zich den 20n te Lemmer afgespeeld had.
Dien middag ongeveer drie uren zoo meldde men aan ons blad werden vijf onzer
mede ingezetenen welke ter verdediging van Koning en Vaderland voor eenige
maanden vrijwillig ten strijde togen alhier met de meeste plegtigheid ingehaald
eene deputatie uit het plaatselijk bestuur benevens alle de officieren van de
staf van het 8ste bataillon landstorm recipieerde dezelve aan het Hof van
Holland en begeleide dezelve met en benevens een detachement van de landstorm de
tambours en pijpers aan het hoofd hebbende onder de toevloed van eene tallooze
menigte menschen als in triumf naar het dorp alwaar een dertigtal meisjes onder
de twaalf jaren oud alle in het wit gekleed en met oranje versierd hen met
bloemen bestrooiden. In het logement de Wildeman gekomen werden de vrijwilligers
door den heer mr A. J. ANDREW met eene gevoel volle aanspraak verwellekomd die 4e
heer mr C.P.E. ROBIDÉ VAN DER AA in naam derzelven op eene gepaste wijze
beantwoorde.
Het wapperen der vlaggen van schier alle gebouwen bouwen en schepen als mede
eene door eenige ingezetenen opgerichte eerepoort zette niet weinig luister aan
dit feest bij, terwijl een door 40 ingezetenen dezer gemeente ter eere der
teruggekeerde verdedigers des Vaderlands aangerigt soupé de vroolijkheid tot in de
morgenstond deed voortduren.

21-07-1849

De Schulpen op de Lemmer, omstreeks 1780 met o.a. het
beurtschip op Amsterdam, het logement "de Wildeman" en
het Grietmans-of Kempenaershuis.


Interview Zuid-Friesland met de vorige eigenaar, Nanne
Wienia.
Louis van Mal.
LEMMER
- "Van verre Schokland en den toren van Kampen gezien
hebbende kwamen wij te vier ure aan de Lemmer aan, waar
wij in de herberg De Wildeman onzen intrek namen." Aldus
een aantekening in het dagboek van Jacob van Lennep, die
in 1823 met zijn vriend Dirk van Hogendorp, te voet, per
trekschuit en per diligence een reis door de Noord
Nederlandse provinciën maakte. Deze tekst staat te lezen
op de menukaart van het hedendaagse
'Hotelcafé-restaurant De Wildeman' aan de Schulpen in
onze gemeente. Ruim 180 jaar geleden heeft de beschreven
gebeurtenis plaatsgevonden. Sindsdien is er veel en
tegelijkertijd niets veranderd. Vervoermiddelen als
diligence en trekschuit dateren uit al lang vervlogen
tijden, maar reizigers komen er nog steeds. Soms te voet
zoals toen, soms per fiets, maar meestal per al dan niet
21e eeuwse 'bolide'. Het zal niet al te lang meer zijn.
Op 20 augustus ?? gaat de massief houten deur
onherroepelijk dicht. Het pand is verkocht aan een
Lemster ondernemer.
De herberg van weleer wordt als hoofdbestemming
omgebouwd tot een appartementencomplex. Of daarnaast nog
een café-restaurant zal worden geëxploiteerd, is niet
zeker. Maar zeker is wel dat aan een eeuwenoud,
traditioneel reizigershotel met zijn vele andere, in de
loop der tijden daarmee verbonden nevenbestemmingen, een
einde komt. Gelet op de betekenis die het gebouw en het
bedrijf van oudsher voor Lemmer en haar inwoners heeft
gehad, zal dat de plaatselijke gemeenschap niet
onberoerd laten. In verband daarmee sprak de Zuid
Friesland met de vorige eigenaar, Nanne Wienia over zijn
persoonlijke indrukken en belevenissen. Hij is vanaf
1967 in het bedrijf werkzaam geweest. Eerst als hulp van
zijn ouders en vanaf 1978 als zelfstandig ondernemer.
Historische beschrijvingen omlijsten zijn verhaal.
Daarbij is ook informatie verkregen van Jelle de Jong,
architect in Lemmer en schrijver van het boekje
'Wandelingen langs de monumenten.
Monumentaal middelpunt.
Vanaf de Oudesluisbrug richting Schulpen lopende,
springen voor de oplettende wandelaar onmiddellijk de
contouren in het oog van dat statige, voor het centrum
van Lemmer beeldbepalende gebouw van De Wildeman. De
grandeur die het uitstraalt en de rijke, daaraan
verbonden historie, heeft er toe geleid, dat het pand in
1970 is geplaatst op de Rijksmonumentenlijst. Zodoende
blijft dit monument, dat doet denken aan een
classicistisch gerelateerde vorm van bouwkunst, ook voor
toekomstige generaties bewaard, ongeacht de toekomstige
bestemming. Als de wandelaar de historische bronnen er
op nagelezen heeft kan hij vaststellen, dat de
beschrijvingen van het gebouw allemaal precies kloppen
"Het is 7 traveeën breed. Het telt 2 bouwlagen onder een
groot schilddak met hoekschoorstenen. De Vlaamse top met
klokgeveltje is versierd met beeldhouwwerk en gedateerd
1773. In de top staat de Wildeman afgebeeld
(Beschrijving 'Havenplaats Lemmer' door Pieter
Terpstra). Dat is nog ruim voor de Franse Revolutie
(1789) om maar eens iets te noemen. De vraag rijst of
Stadhouder Willem V hier nog gelogeerd heeft, voor hij
in 1795 vanuit Friesland naar Engeland vluchtte. Voor
Nanne Wienia is dat ook een vraag. Maar het zou hem niet
verbazen als dat waar zou zijn. "Ik heb helaas. niet
meer de beschikking over originele historische stukken,
maar ik weet dat De Wildeman eeuwenlang een
toevluchtsoord is geweest voor reizigers."
"De zee was in ieder geval vlakbij. Hier was vóór 1888
de haven waar de beurtschepen aanlegden. Evenwijdig met
de gevels rond dit gebied, circa 6 meter uit de
bebouwingslijn, lag de kade, aan eb en vloed onderhevig.
Bijkans het geloof te boven gaat hier het getal der
Reizigers welke, dag aan dag, van en naar Amsterdam
hunnen weg over de Lemmer nemen " ( Jacobus Kok in zijn
Vaderlandsch Woordenboek 1790). Wienia vervolgt: "Maar
niet alleen reizigers beeft De Wildeman onder zijn dak
gehad. Ook soldaten zijn hier binnen geweest toen de
Bataafse Republiek in oorlog was met de Engelse vloot".
Lees maar: "Plotseling werd langs de Friese kust de
Engelse vloot gesignaleerd. Het lot wilde dat door de
harde wind een Engelse sloep met 8 man aan boord, bij
Lemmer aan lager wal werd gedreven. De bemanning werd
overmeesterd en opgebracht. Een dag later verscheen de
Engelse captain James Border, alias William Bolton, met
3 brikken voor de haven en liet zich vervolgens in een
sloep met witte vlag en getooid met oranje linten op de
hoed en borst op de kade van Lemmer afzetten. Het was in
Herberg de Wildeman, waar hij met de Raad van de
Gemeente over de vrijlating van zijn mannen
onderhandelde" (Uit: Nederlandse Historiën)
Oorsprong.
Wanneer is er voor bet eerst sprake van De Wildeman? In
'Nederlandse Historiën' staat te lezen dat het
'vanzelfsprekend' niet ondenkbaar is, dat voor 1773 op
dezelfde plaats ook al een herberg heeft gestaan en dat
toen dus van 'nieuwbouw' sprake is geweest. Een
historisch overzicht met alle wetens waardigheden van de
herberg en nevenbestemmingen ontbreekt echter. En waar
vindt de naam zijn oorsprong? Wienia veronderstelt dat
het te maken heeft met een handelsmerk. In 'Nederlandse
Historiën' staat het volgende te lezen: "De handel in
onder andere koloniale waren, die tussen Amsterdam via
de Zuiderzee met Noord-Duitse en verder gelegen streken
werd gedreven en die voor een deel via Lemmer verliep,
zal zeer waarschijnlijk hebben bijgedragen tot de
benaming 'De Wildeman'. Ook tabakswinkels plachten
immers vaak een moor - identiek aan een wilde in die
dagen - tot handelsmerk te kiezen'.
De bouw van een herberg op deze plaats is gelet op de
situering erg logisch. De Wildeman lag op een kruispunt
van wegen en water, direct aan de Zuiderzee. Maar de
eerste aanzet tot vestiging van een herberg zou wel eens
hoe gek dat in de hedendaagse verhoudingen ook mag
klinken bij een burgemeester gelegen kunnen hebben. Het
was burgemeester, of zoals de benaming vroeger was
'grietman' Regnerus van Andringa, die in de 18-de eeuw
de bouw en de bloei van de herberg heeft gestimuleerd.
"Hij liet wegen verbeteren en bevorderde de instelling
van postwagendiensten van Lemmer naar steden in
Friesland en Groningen. Vooral streefde hij naar
welgeregelde veer en vrachtschuit verbindingen met
Amsterdam, waartoe ruime en gemakkelijke schepen op de
Zuiderzee werden ingezet. Voor deze reisroute ontstond
een dermate grote belangstelling, dat al 3 weken voor
het voorgenomen vertrek uit Lemmer een plaats in de
kajuit besproken diende te worden" ( Uit: Nederlandse
Historiën). Het legde De Wildeman geen windeieren. "De
meestal laat of te vroeg aangekomenen wilden voor de
afvaart van de veerschuit of voor het vertrek van de
postwagen, bij een glaasje bitter, een kom koffie of een
goede maaltijd wel even op verhaal komen."
Grietman Van Andringa kon het allemaal van nabij
observeren. Zijn 'Grietmanshuis! stond recht tegenover
de herberg. Volgens Jelle de Jong wilden de grietmannen
in die tijd ook voor zichzelf een café voor de deur. Hij
kijkt veelbetekenend. En warempel, laat de tegenwoordige
grietman, burgemeester Jo Bosma vanuit zijn
gemeentekantoor nou ook uitkijken op een
café-restaurant. Er lijkt niets te zijn veranderd! De
Jong vertelt dat hier niet alleen een herberg heeft
gestaan. "Oorspronkelijk was er eerst een boerderij en
naast het cafégedeelte was een wagenschuur (koetshuis)
en een paarden en koestal aanwezig. De eigenaren dronken
dan na de 'stalling' van die vervoermiddelen hun glaasje
in het café of overnachtten daar. Door de ideale ligging
op een kruispunt van wegen en water, was hier duidelijk
sprake van een regionale functie. En tot na de 2e
Wereldoorlog was er een 'doktershuis' gevestigd. Uit de
stukken die in het bezit zijn van Wienia blijkt dat ook
de plaatselijke notaris in het verleden daar zijn akten
passeerde. multifunctionele functie van het geheel
blijkt ten overvloede nog eens uit een notariële akte,
verleden op 11 mei 1869. Wethouder(!) Wilco van Andringa
de Kempenaer verkocht toen het perceel huizinge,
koetshuis, stalling turfschuur en ruim erf? aan Andries
Lupkes Visser, barbier, geboren op 18 februari 1808 te
Lemmer, overleden op 26 augustus 1879 aldaar, zoon van Lupke
Franzes Visser en Pietje Andries de Blauw.
Andries is getrouwd op 3 december 1837 te Lemmer met
Pietje Jans Witteveen, geboren, rond 1805 te Lemmer,
overleden op 27 maart 1894 aldaar, dochter van Jan
Hermanus Witteveen ( kofschipper ) en Sijkje
Willems. De koopsom was fl. 4.000,- te betalen in
goed gangbare grof zilveren muntspeciën met uitsluiting
van voor geld gaande papieren of effecten.
Van 'booming' naar neergang.
Als de wandelaar op een middag vanuit de kletsnatte en
winderige Schulpen over de 'uitgesleten drempel' het
café binnengaat, zit daar een aantal gasten dat het
blijkbaar erg naar de zin heeft. Kennelijk toeristen,
die zoals de historie vermeldt, zich aan een glaasje
bitter of een kom koffie willen warmen! Rondkijkend valt
het op dat de wanden zijn volgehangen met talloze
foto's, die als parameters de op en neergang, het wel en
wee uit het verleden illustreren. Zij tonen de
geïnteresseerde bezoeker de rijke geschiedenis van deze
pleisterplaats. Wienia: "Toen ik het bedrijf overnam
zaten we midden in een 'booming-periode'. We hebben,
toen de economie in de zestiger jaren aantrok, de opgang
van het toerisme in Lemmer meegemaakt. We konden dat ook
letterlijk met eigen ogen aanschouwen. Vanuit het
hotelgedeelte kon je namelijk het strand zien liggen.
Het was hier in die tijd echt de zoete inval. Zowel jong
als oud kwam hier binnen. Ik durf te zeggen dat we toen
min of meer het middelpunt van het uitgaansleven in
Lemmer waren. De jaren 70-80 van de vorige eeuw waren
voor ons de hoogtijdagen. In de jaren '80 werd eerst de
achterzaal verbouwd. Begin 1970 is het hotelgedeelte
vergroot en aan de eisen van die tijd aangepast. In het
begin van de jaren '90 tenslotte, heeft er opnieuw een
drastische verbouwing plaatsgevonden. We hebben toen het
bruincafé ingericht en het voorste gedeelte de vroegere
dokterswoning kreeg een restaurantbestemming".
Wienia wordt steeds enthousiaster. "We hebben daarbij
steeds getracht de intieme, knusse sfeer te behouden. De
mensen moeten hier even op verhaal kunnen komen in een
gezellige ambiance." Veelbetekenend kijkend naar de
steeds luidruchtiger wordende gasten van het moment:
"Maar dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat je dan
ook de geluidsbarrière doorbreekt". Wienia vervolgt:
"Maar er gebeuren hier nooit gekke dingen. Lemsters
staan bekend als vechtersbazen. Daar hebben wij nooit
iets van gemerkt. Kennelijk waakt 'de geest van de
Wildeman' over ons, hoe tegenstrijdig die naam daarmee
ook lijkt te zijn. Ik moet trouwens toegeven dat ook ons
iets hogere prijspeil in de praktijk voor een zekere
selectie zorgde". Hij glimlacht: "Dat prijspeil was
inderdaad 'iets' hoger dan in 1823, toen Van Hogendorp
en Van Lennep hier logeerden ". Hij wijst weer naar de
tekst op de menukaart: "Te half vijf sprongen wij ten
bedde uit en betaalden voor thee, wijn, avondeten,
logies en een uitmuntende bediening twee gulden per
hoofd ". Maar serieus, het is ons uitstekend gelukt,
ongeacht afkomst, leeftijd en opleiding, aan iedere gast
een beetje een thuisgevoel te kunnen bieden. Nou ja,
toegegeven, daar past natuurlijk geen harde rockmuziek
bij." Wienia vist uit een stapel oude paperassen een
brief, gedateerd 4 mei 1939, van een zekere P.C.
Kooijman, woonachtig in Amsterdam. Hij is gericht aan
Wietze Faber, overgrootvader van Wienia." Hij leest een
stukje voor: "Waarde Faber, Zeg Faber, 't Zal momenteel
in de Lemmer wel weer een en al leven zijn met de
Zuiderzeewerken. 'k Geloof dat ik van den zomer nog weer
even kom kijken. 't Is me 't vorig jaar uitstekend
bevallen. Toen ik terugging vertrok de boot om twee uur
's nachts, maar 'k heb goed geslapen en had er dus niet
zoo heel veel weet van."
Wienia pakt de draad van het gesprek weer op. "Als ik
terugkijk, dan constateer ik dat in de loop der jaren
een bonte stoet van allerleislag mensen hier is komen
aanwaaien. Dat is altijd al zo geweest. Behalve
toeristen, waren daar ook veel zakenmensen bij die in
vroeger tijden ook bleven slapen." "Te midden van al die
bedrijvigheid stond 'De Wildeman' hét logement aan de
haven. Het was er altijd een komen en gaan van
reizigers, die vaak 's avonds laat in Lemmer
arriveerden. Vanuit 'De Wildeman' aan de Schulpen (
vroeger een schelpenplein) had men een prachtig uitzicht
over de haven en de Zuiderzee. Talrijke voorname
personen hebben er de afgelopen decennia verbleven' (
Uit: Recreatiegids 1989). Wienia benadrukt dat het niet
alleen reizigers zijn die nu en in het verleden van de
gastvrijheid van 'De Wildeman' hebben geprofiteerd. "Wij
zijn ook nu nog steeds gastheer van veel Lemster
verenigingen. De bridge, dam en schaakverenigingen, de
Nederlands Christelijke Plattelandsvrouwen en de
Herensociëteit en niet te vergeten de 'palaver
bijeenkomsten' in verband met het skûtsjesilen, hebben
hier hun thuisbasis. Al die clubs zullen straks een
ander onderkomen moeten zien te vinden. Dat zal ze niet
gemakkelijk vallen. Wij rekenen voor het gebruik van
onze ruimten geen zaalhuur. Dat is een stukje stille
sponsoring, die de verenigingen extra financiële armslag
geeft. Voor hen is dat dus straks een neergang. Maar
voor ons is die neergang al veel eerder begonnen. Dat
was al goed merkbaar toen de TV in de huiskamers zijn
intrede deed. De mensen bleven lekker thuis of gingen
naar één van de buurthuizen, die in die periode in veel
wijken werden gebouwd.
Maar dat was het niet alleen. Met de toename van de
mobiliteit gingen de vertegenwoordigers vroeger vaak op
de fiets met hun snelle auto's liever direct naar huis.
In het verledenwaren ook de toeristen, die met de
passagiersboten een tocht hadden gemaakt bij ons te
gast. Dat gebeurt niet meer, want de moderne schepen
hebben zelf alle denkbare, luxe accommodatie aan boord.
Die hadden ons hotel niet meer nodig. En tenslotte
gingen bedrijven door de economische malaise minder vaak
uit eten. Dat scheelde weer inkomsten voor ons
restaurant. Reken daar ook nog eens bij dat er in de
loop van de jaren, binnen en buiten Lemmer, steeds meer
concurrentie ontstond, dan is het begrijpelijk dat de
soep steeds dunner werd. En denk nu maar niet dat wij
daardoor minder tijd in de zaak hoefden te steken.
Integendeel, het aantal uren werd steeds groter. Vroeger
werd het café op zaterdagavond half elf gesloten; op
zondagavond viel de deur om 9 uur al in het slot. Kom
daar nou eens om. Als je het hoofd boven water wilt
houden, moet je van 's morgens vroeg tot diep in. de
nacht in de weer zijn. En dat terwijl het seizoen in de
loop der jaren steeds langer is geworden. Vooral onze
kinderen hebben daardoor geen gemakkelijk leven gehad.
Geen wonder dat ze er niet over gepiekerd hebben de zaak
over te nemen. De tijd die je er in moet steken is
maximaal de inkomsten in verhouding minimaal'.
Deur in het slot.
Buiten is het inmiddels droog geworden. De bezoekers
zijn zo langzamerhand aan hun laatste 'glaasje bitter'
toe. Wienia is dat ook op zijn manier en wel in dubbel
opzicht. Hij zucht eens diep. "Ach, ik heb. deze
situatie al enkele jaren zien aankomen en uiteindelijk
ook geaccepteerd. Ik heb als ik terugkijk, toch een
plezierig en enerverend bestaan geleid. Hoewel, het is
eerlijk gezegd wel een beetje ten koste gegaan van mijn
gezondheid. Dat is ook de directe aanleiding geweest er
mee te stoppen. Nog heel even, dan valt de 'massief
houten deur voor de laatste maal in het slot. Dan volgt
bij de notariële overdracht ook de laatste afrekening.
Niet voor een nachtje slapen, zoals Van Hogendorp en Van
Lennep deden, of bijvoorbeeld die mijnheer uit
Amsterdam, maar in feite na een lang en intensief
bestaan. Samen met mijn vrouw ga ik nu een heel nieuw
leven beginnen. Ik zie daar echt naar uit. Er is geen
enkele reden tot treurigheid.
Maar tegelijkertijd besef ik heel goed, dat als de deur
zich achter ons heeft gesloten, dat het einde is van wat
4 generaties met hart en ziel hebben opgebouwd. Het zij
zo."

Van Anne en Saakje Visser uit Lemmer de volgende info:
Grietje Knol trouwt met Wytze Faber. Op 12 januari 1911
koopt Faber logement De Wildeman. De koopsom was
f.7500.- Grietje en Wytze krijgen op 17 mei 1902 een
dochter, genaamd Zuster. Zuster trouwt met Nanne
Semplonius, geboren op 22 juni 1897, zoon van Hielke
Semplonus, veehouder te Westermeer, geboren op 25
oktober 1869 en Trijntje Nannes Koopman, geboren
op 18 september 1868. Deze nemen later De Wildeman over.
Ze krijgen een dochter Grietje Sijke die later met Anne
Wienia trouwt. Griet en Anne zetten De Wildeman voort.
Uit het huwelijk van Griet en Anne worden 2 kinderen
geboren, Nanne en Betty. Nanne neemt dan de Wildeman
over. In 2005 is de Wildeman verkocht. Dus van 12
januari 1911 tot september 2005 is de Wildeman een
familie hotel geweest.



Foto van Hillebrand
Visser.
1913
Zaterdag 8 febr. Naar Scheveningen met Tom om te kijken
naar de Ingeborg, die ± 3 km benoorden Scheveningen is
gestrand, en waar onze motorreddingboot de mensen van
gered heeft. Prachtig en interessant gezicht!
Maandag 10 febr. Toen ik gisterenavond thuis kwam vond
ik een telegram van Bakker uit Scheveningen meldende de
redding met grote moeite van 8 man van een op het
Noorderhoofd gestrande logger door onze
motorreddingboot. Ik ben daarom vanmorgen vroeg naar
Scheveningen gegaan, heb de mannen toegesproken,
beloningen en medailles toegezegd en heb de plek gezien
waar het schip strandde. Het schip is dadelijk uit
elkaar geslagen en het is een wonder dat de mensen gered
zijn.
Dinsdag 11 maart. 's Morgens 7 uur naar Zwolle, vandaar
per boot naar Zwartsluis, vandaar per fiets naar
Vollenhoven, vond daar Arie de Boer en Harmen Visch,
voorzitter en secr. der afdeling Vollenhoven van de
Visschersbond Juliana. Arie de Boer in een costuum dat
ik nog niet gezien had, het lijkt op het costuum der
Urkers, maar verschilt er van, en hij legt mij uit dat
het het costuum van Schokland is dat in 1856 (?)
verlaten werd. Hij werd 1½ jaar later geboren in
Vollenhoven. Hij en nog een paar anderen zijn de enige
overblijvenden die nog het costuum van Schokland dragen.
Naar de boot gegaan die zij gekocht hebben, 't is een
lelijke ijzeren bak. Ik betaal hen f 170.- als bijdrage
van de Reddingmaatschappij. Het woei hard uit het
Westen. Van Vollenhoven gefietst tegen de wind in via
Blokzijl naar de Lemmer, waar ik 6 uur aankwam. Daar
intrek genomen in het aardige ouderwetse hotel De
Wildeman van Faber. Ik ruik te Lemmer dadelijk bokkum en
bestel dat aan tafel.
Jacob van Lennep.

Groene Man, 'Hercules' in Leeuwarden, aan de
Oostersingel.
DE GROENE WILDEMAN
Het eerste type ‘Green Man’ is de menselijke persoon
die verscholen gaat in een kooi van takken en bladeren
of een man waarvan het lichaam geheel of gedeeltelijk
met bladeren bedekt is.
In Engeland staat dit type bekend als ‘Jack in the
Green’ In Nederland en Duitsland wordt hij ‘Wildeman’
genoemd. In Friesland kennen we de Wildeman als
schildhouder van het wapen van de stad Snits.
In Ljouwert staat op een gevelsteen, hoog aan de gevel
van de woning Oostersingel 2, een wildeman afgebeeld,
gekleed in een schort van eikenbladeren. Ook op de gevel
van de herberg "de Wildeman’ in Lemmer is een ‘Green
man’ te zien. Boven de middelste poort van het doksaal
van Easterein zijn een groene man en vrouw afgebeeld
naakt, gekroond met bladeren en vruchten. De oudste
wildemannen zijn bedekt met haar, sedert 1557 (Breughel)
kennen we afbeeldingen van wildmannen die met bladeren
bedekt zijn. Mannen die bij voorjaarsrituelen met
bladeren bedekt zijn kennen we in volksgebruiken in heel
Europa. Voorbeelden in onze streken zijn de
’Bielemannen’ in Huissen bij Nijmegen en in Rutten bij
Tongeren de in klimop geklede Wilde Mannen in het
mysteriespel van Sint Evermaar op de eerste mei.



|
1 | 2 |
Home |